Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026De raad van de gemeente Hoeksche Waard gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2025; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; besluit vast te stellen de volgende verordening: “Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2026” Artikel1.Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2.Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam een aan plaats gebonden is; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren. het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel4.Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel. Artikel5.Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.De bedragen genoemd in de tarieventabel zijn inclusief omzetbelasting wanneer deze verschuldigd is. Artikel6.Vrijstelling Indien sprake is van een perceel dat wordt gebruikt door een instelling in de zin van artikel 1 onder f van de Wet toelating zorginstellingen, en de huishoudelijke afvalstoffen worden als bedrijfsafval van de instelling afgevoerd en bij de instelling in de heffing van de reinigingsrechten betrokken wordt ter zake van dit perceel geen afvalstoffenheffing geheven. Artikel7.Belastingtijdvak Voor de belastingen als bedoeld in paragraaf 1 van de tarieventabel is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel8.Wijze van heffing 1.De belasting bedoeld in paragraaf 1 van de tarieventabel wordt bij wege van aanslag geheven. 2.De belasting bedoeld in paragraaf 2 van de tarieventabel wordt geheven door middel van een mondelinge of gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel9.Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting verschuldigd naar de grondslag als bedoeld in artikel 1.2, 1.3 en 1.4 in paragraaf 1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.De belasting verschuldigd naar de grondslagen als bedoeld in artikel 1.5 en 1.6 in paragraaf 1 van de tarieventabel is verschuldigd na het einde van het belastingtijdvak. 3.Indien in afwijking van het tweede lid, de belastingplicht voor de belasting verschuldigd naar de grondslagen als bedoeld in artikel 1.5 en 1.6 in paragraaf 1 van de tarieventabel in de loop van het belastingtijdvak eindigt, is de belasting verschuldigd bij het einde van de belastingplicht. 4.Indien de belastingplicht voor de belasting verschuldigd naar de grondslag als bedoeld in artikel 1.2, 1.3 en 1.4 in paragraaf 1 van de tarieventabel, in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 5.Indien de belastingplicht voor de belasting, bedoeld in artikel 1.2, 1.3 en 1.4 in paragraaf 1 van de tarieventabel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, nog volle kalendermaanden overblijven. 6.Het vierde lid en het vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in gebruik neemt. 7.Het vierde lid is niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een extra container in gebruik neemt. 8.De belasting bedoeld in paragraaf 2 van de tarieventabel is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening. Artikel10.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald uiterlijk 3 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2.In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11.Medische reductie 1.Van een medische indicatie in de zin van artikel 1.5.3, 1.5.4, 1.6.1 en 1.7 van de tarieventabel is sprake, wanneer in een huishouden extra huishoudelijke afvalstoffen ontstaan vanwege een chronische ziekte of een handicap waarbij gebruik van stoma-, dialyse- of incontinentiemateriaal nodig is. 2.Voor de toepassing van de vermindering, bedoeld in artikel 1.5.3, 1.5.4, 1.6.1 en 1.7 van de tarieventabel, is vereist dat de belastingplichtige een aanvraagformulier indient bij de heffende instantie, waaruit blijkt dat binnen het huishouden sprake is van een chronische ziekte of een handicap waardoor extra huishoudelijk restafval ontstaat. Artikel12.Inwerkingtreding en citeertitel 1.De “Verordening afvalstoffenheffing 2025”, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemd datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.