Verordening op de heffing en invordering van haven- en kadegelden 2026De raad van de gemeente Hoeksche Waard, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2025 gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van haven- en kadegelden 2026 (Verordening haven- en kadegelden 2026). Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet van het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen; binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; niet zijnde een pleziervaartuig; pleziervaartuig: een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, dat wil zeggen sportieve of recreatieve doeleinden; passagiersschip: een binnenschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen; woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen. vrachtschip: een binnenschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer van goederen; sleepboot: een binnenschip dat hoofdzakelijk is bestemd en wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; hospitaalschip een binnenschip dat in gebruik is als vakantieschip ten behoeve van zieken en gehandicapten; haven: wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede alle daartoe behorende kaden, oevers, kunstwerken, meergelegenheden, steigers, trappen, bruggen en los- en laadplaatsen, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 1 bij deze verordening; meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet 1981; laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het schip behorende meetbrief; lengte: de lengte over alles, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief oppervlakte: het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; termijn: een in de tarieventabel genoemd tijdvak waarin het gebruik van de haven of de kade plaatsvindt; ton: een massa van 1000 kilogram; jaar: een kalenderjaar; kwartaal: een tijdvak van drie aaneengesloten maanden maand: een kalendermaand havenmeester: degene die door het college als zodanig is aangesteld; Schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; Maatschappelijke functie: schepen die hoofdzakelijk (minimaal 75% van de activiteiten) ten dienste staan van de jeugd van gemeente Hoeksche Waard Varend erfgoed: vaartuigen, en de drijvende inrichtingen met inbegrip van hun uitrusting en van hun voortstuwingsmiddelen, waarvan het behoud van algemeen belang is wegens hun historische, wetenschappelijke, industrieel-archeologische of andere sociaal-culturele waarde. Passant: schip dat voor korte periode (maximaal 7 dagen) in de haven verblijft en dit als zodanig kenbaar maakt aan de havenmeester; Zomerseizoen: periode van 1 april tot 1 oktober; Winterseizoen: periode van 1 oktober tot 1 april. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam “havengeld” wordt een recht geheven voor het gebruik met een vaartuig van de havens of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verstrekte diensten. 2.Onder de naam “kadegeld” wordt een recht geheven voor het gebruik van de openbare kade voor het geheel of gedeeltelijk laden of lossen in of uit vaartuigen, voor het gebruik van de op deze openbare kade geplaatste gemeentetrechters voor het lossen van goederen uit vaartuigen of voor het genot van door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten. Artikel3Belastingplicht 1.Belastingplichtig voor het havengeld is degene die van de haven of samenhangende diensten gebruik maakt. Daaronder verstaan de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor een van deze optreedt. 2.Belastingplichtig voor het kadegeld is degene die gebruik maakt van de openbare kade of de gemeentetrechters of die het genot heeft van de door of vanwege de gemeente in verband hiermee verleende diensten. Artikel4Maatstaven van heffing en tarieven 1.Het havengeld wordt geheven naar de maatstaven en tarieven , opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Het kadegeld wordt geheven naar de maatstaven en tarieven , opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 3.Bij de berekening van het verschuldigde bedrag: wordt een gedeelte van een eenheid van tijd, periode, laadvermogen, inhoud, oppervlakte of lengte voor een volle eenheid gerekend; geldt als laadvermogen in tonnen van een vaartuig het aantal tonnen zoals dat blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; wordt de oppervlakte van een vaartuig gesteld op het product van de lengte over alles en de grootste breedte, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; wordt de lengte van een vaartuig gesteld op de lengte over alles, zoals deze blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief. 4.Bij toepassing van de tarieven worden het laadvermogen, de oppervlakte of de lengte ambtshalve bepaald als geen meetbrief wordt overgelegd. Artikel5Vrijstellingen Geen haven- en kadegeld wordt geheven voor: vaartuigen in directe dienst van gemeente of het rijk, uitsluitend bestemd voor de openbare dienst; hospitaalschepen; vaartuigen, in dienst van het Koninklijk Huis; vaartuigen, welke niet langer dan 3 achtereenvolgende uren gebruik maken van de haven. Deze vrijstelling is niet van toepassing als wordt geladen of gelost. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag (gedeeltelijke) vrijstelling verlenen voor schepen die een belangrijke maatschappelijke functie vertegenwoordigen of die behoren tot het varend erfgoed. De vrijstelling wordt verleend voor een periode van maximaal 5 jaar. Voor schepen met een belangrijke maatschappelijke functie bedraagt de vrijstelling maximaal 100%, en voor varend erfgoed bedraagt de vrijstelling maximaal 75%, van de verschuldigde havengelden. De vrijstelling moet schriftelijk, vóór 1 mei voorafgaand aan het jaar van ingang van de vrijstelling worden aangevraagd en dient vergezeld te gaan van de jaarrekening en overige stukken waaruit de activiteiten van het schip blijken. Artikel6Ontstaan van de belastingschuld 1.Het havengeld is verschuldigd zodra het in artikel 2, eerste lid, bedoelde gebruik of genot begint. 2.Het kadegeld is verschuldigd zodra het in artikel 2, tweede lid, bedoelde gebruik of genot begint. Artikel7Wijze van heffing 1.Het haven- en kadegeld wordt geheven door middel van een mondeling of gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. De schriftelijke kennisgeving wordt door uitreiking of toezending aan de belastingschuldige bekend gemaakt. 2.Een schriftelijke kennisgeving wordt slechts toegezonden, indien door de belastingplichtige een geldig KvK-nummer wordt verstrekt. Artikel8Tijdstip van betaling 1.In afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de havengelden en kadegelden worden betaald op het moment van de mondelinge kennisgeving, dan wel, ingeval de kennisgeving schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel, in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel9Meldingsplicht Elke gebruiker van de haven of kade, dan wel de genothebbende van de diensten in verband met de haven of de kade, is verplicht om zich, nadat het gebruik of genot een aanvang heeft genomen, te melden bij de havenmeester of bij één van de medewerkers van team Openbare Ruimte van de gemeente Hoeksche Waard. Artikel10Kwijtschelding Bij de invordering van het haven- en kadegeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1.De ‘Verordening haven- en kadegelden Hoeksche Waard 2025’ van 17 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan . 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.