Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026De raad van de gemeente Zeewolde, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 4 november 2025; gehoord de oordeelsvormende avond d.d. 4 december 2025; gelet op artikel 216 en 228a van de Gemeentewet; Besluit vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing 2026 Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater en/of grondwater, in eigendom, beheer of onderhoud bij de gemeente; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; water: huishoudelijk afval- en bedrijfsafvalwater, hemel-, grond- of oppervlaktewater. Artikel2.Aard van de belasting Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afval- en bedrijfsafvalwater en de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3.Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: belasting. 2.Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, lid 2 b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel4.Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; de roerende zaak, welke duurzaam aan een plaats verbonden is; een gedeelte van een in onderdeel a en b bedoelde (on)roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel a en b bedoelde (on)roerende zaken of in lid c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel. Artikel5.Maatstaf van de heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel6.Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 3, lid 1, bedraagt per perceel € 146,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.