Verordening op de heffing en de invordering van de begraafplaatsrechten 2026 De raad van de gemeente Baarn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van de begraafplaatsrechten Baarn 2026 (Verordeningbegraafplaatsrechten Baarn 2026) Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van stoffelijke overschotten; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; begraafplaats: Nieuwe Algemene Begraafplaats Baarn; gebruiker: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een recht tot gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; gedenkteken: een grafsteen, liggend of staande zerk, sier urn, sluitplaat of ander monument ter nagedachtenis aan één of meerdere overledenen; graf: een zandgraf of keldergraf; grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, urnengraf, urnen nis of verstrooiingsplaats; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet; grafkelders kunnen onderdeel zijn van een bovengrondse muur of wand; particulier graf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten van een overleden kind tot 12 jaar; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van een overleden kind tot 12 jaar; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van stoffelijke overschotten; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particuliere urnen nis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; rechthebbende: natuurlijk persoon of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf, een particulier urnengraf of een particuliere urnen nis, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; schudden: het opgraven van alle in een graf aanwezige stoffelijke resten en het in hetzelfde graf op grotere diepte herbegraven daarvan waarna in dat graf weer nieuwe bijzettingen kunnen plaatsvinden. urn: een voorwerp ter berging van een of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; Artikel2.Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3.Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4.Vrijstellingen De begraafrechten als bedoeld in onderdeel 1.13 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden niet geheven voor het: op rechterlijk gezag lichten van een stoffelijk overschot, de overblijfselen van een overledene of van een asbus; begraven van een doodgeboren kind of van een kort na de geboorte overleden zuigeling die, gelijktijdig met de in het kraambed overleden moeder, in één kist wordt begraven. Artikel5.Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel6.Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 2 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijkgesteld aan het kalenderjaar. Artikel7.Wijze van heffing 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel, kunnen worden geheven bij wege van aanslag. 2.Andere rechten dan die bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het verschuldigde bedrag is vermeld. Het verschuldigde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8.Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De onderhoudsrechten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt zijn de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.