Gemeente Midden-Delfland - Verordening op de heffing en invordering van begrafenisrechten Midden-Delfland 2026Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: algemeen graf: een graf dat bij de gemeente in beheer is en waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; algemene urnennis: een nis waarvoor aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; begraafplaats(en): de Algemene begraafplaats aan de Hofsingel 1 in Maasland, de Oude Algemene Begraafplaats aan de Commandeurskade in Maasland en de Algemene Begraafplaats Dorppolderweg/Gaagweg in Schipluiden; graf: een zandgraf of keldergraf; grafbedekking: gedenkteken of grafbeplanting op een graf, gedenkplaats of verstrooiingsplaats; grafkelder: een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meer lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet en die onderdeel kan zijn van een bovengrondse muur of wand; particulier (eigen) graf: een graf of grafkelder waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; het doen verstrooien van as; particuliere (eigen) urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; urn: een voorwerp voor de berging van één of meer asbussen; verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid. Onder ‘beheerder’ wordt verstaan: de door het college aangewezen ambtenaar belast met het dagelijks beheer van de gemeentelijke begraafplaatsen. Artikel2.Belastbaar feit Op grond van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Daaronder valt mede het digitaal aanvragen van diensten en het verstrekken van vergunningen tot grafbedekking of herbegraving. Artikel3.Belastingplicht De rechten worden geheven van de aanvrager dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht, of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Indien de aanvraag digitaal plaatsvindt, wordt de aanvrager via het digitale loket als belastingplichtige aangemerkt. Artikel4.Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de tarieventabel die bij deze verordening hoort. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid die genoemd wordt in de tarieventabel als een volle eenheid aangemerkt. 3.Het college kan jaarlijks de tarieventabel actualiseren op basis van inflatie of gewijzigde kostprijzen, met inachtneming van het BBV-kostendekkingsprincipe. Artikel5.Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6.Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag. Het college kan toestaan dat bepaalde rechten via elektronische facturering of directe betaling worden voldaan. Artikel7.Ontstaan belastingschuld en heffing naar tijdsevenredigheid voor de jaarlijks verschuldigde rechten 1.De onderhoudsrechten bedoeld in hoofdstuk 5 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij aanvang van het belastingtijdvak of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten verschuldigd naar rato van het resterende aantal volle maanden. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het jaar als er nog volle maanden resteren. 4.De onderhoudsrechten kunnen, op verzoek, vooraf voor meerdere jaren worden voldaan. Artikel8.Ontstaan belastingschuld voor overige rechten Andere rechten dan de jaarlijkse onderhoudsrechten zijn verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening of het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Het college kan nadere regels stellen over het moment van betaling bij digitale aanvragen. Artikel9.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet worden betaald. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing. Artikel10.Kwijtschelding Bij de invordering van de begrafenisrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Voor sociale of bijzondere gevallen kan het college een afwijkende betalingsregeling toestaan, zonder kwijtschelding toe te passen. Artikel11.Overgangsrecht 1.De Verordening begrafenisrechten Midden-Delfland 2025 wordt ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten vóór die datum. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening later ligt dan de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum, blijft de vorige verordening gelden voor de tussenliggende periode. 3.De rechten blijven invorderbaar op basis van de tarieven die golden op het moment van de dienstverlening. Artikel12.Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en werkt terug tot 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.