Gemeente Midden-Delfland - Verordening op de heffing en invordering van riool- en waterzorgheffing Midden-Delfland 2026Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, transport, verwerking of zuivering van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2.Aard van de belasting Onder de naam ‘riool- en waterzorgheffing’ wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, en ook de zuivering van huishoudelijk afvalwater; de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater; het treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3.Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die een perceel gebruikt van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht, verder te noemen gebruikersdeel. 2.Voor het gebruikersdeel wordt: gebruik door leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. 3.Indien tevens sprake is van een eigenarendeel, kan de gemeente dit onderdeel samenvoegen met het gebruikersdeel tot één gecombineerd tarief per perceel. Artikel4.Voorwerp van belasting 1.Voorwerp van de belasting is een perceel. 2.Als perceel wordt aangemerkt: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet WOZ; de roerende zaak die duurzaam aan een plaats is gebonden; een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat gezien zijn indeling bestemd is om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; een samenstel van twee of meer in onderdeel b bedoelde roerende zaken of gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en naar omstandigheden beoordeeld bij elkaar horen; het deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat binnen de gemeente ligt. Artikel5.Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel, of indien van toepassing, naar differentiatie naar gebruiksfunctie of bebouwingstype (woning/niet-woning). Artikel6.Belastingtarieven Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt: € 230,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.