Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026De raad van de gemeente Stichtse Vecht, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 28 oktober 2025; gehoord de commissie van 25 november 2025; Artikel 223 van de Gemeentewet. b e s l u i t : vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2026 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De belasting wordt berekend naar de waarde in het economische verkeer van de woning. 2.De waarde in het economische verkeer wordt bepaald op die welke aan de woning dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de woning in de staat waarin deze zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. 3.De waarde in het economische verkeer is die bij het begin van het belastingjaar. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt 0,20500% van de waarde in het economisch verkeer van het object. Artikel6Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel8Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990, moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van het gestelde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van de forensenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Overgangsrecht De 'Verordening op de heffing en invordering van forensenbelasting 2025' van 17 december 2024, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel11Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel12Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Verordening forensenbelasting 2026’. Stichtse Vecht, 16 december 2025Griffier Voorzitter
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.