Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Eemnes 2026De raad van de gemeente Eemnes; gelezen het voorstel d.d. 11 november 2025 van burgemeester en wethouders, gelet op de artikelen 228a, eerste lid, aanhef en onderdeel a, 216 en 156 van de Gemeentewet; B E S L U I T: de volgende VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RIOOLHEFFING GEMEENTE EEMNES 2026 vast te stellen: Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: perceel: een roerende zaak of een onroerende zaak, bedoeld in artikel 16, onder a, c, d en f, van de Wet waardering onroerende zaken, of een samenstel dan wel een zelfstandig gedeelte daarvan; gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het waterbedrijf betrekking heeft; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. het door of vanwege de gemeente tot stand brengen van een aansluiting op de gemeentelijke riolering. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat gedeelte voor gebruik heeft afgestaan. Artikel4Zelfstandige gedeelten a.Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. b.Indien twee of meer in artikel 3 bedoeld percelen blijkens hun indeling bestemd zijn om als één geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van zo’n samenstel, met dien verstande dat dit samenstel als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De belasting als bedoeld in artikel 2 lid a en b wordt; indien niet meer dan 500 m³ water per jaar wordt geloosd, geheven naar het aantal personen dat het eigendom gebruikt, of indien het een niet-woning betreft naar een meerpersoonshuishouden. indien per eigendom meer dan 500 m³ water per jaar wordt geloosd, over het meerverbruik boven 500 m³ de belasting geheven naar het aantal kubieke meters water dat naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of is opgepompt. In geval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend. indien het eigendom (tevens) een agrarisch bedrijf betreft wordt, naast het bepaalde in dit artikel onder onderdeel a, geheven naar een tarief voor agrarische bedrijven. 2.In geval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie voorzien zijn van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met een vaste capaciteit in bedrijf is geweest, kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien de vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 3.De belasting als bedoeld in artikel 2 lid c wordt geheven naar een vast bedrag indien de aansluitkosten op de gemeentelijke riolering niet meer bedragen dan € 1.500,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.