Verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026de raad van de gemeente Rijssen-Holten overwegingen: gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders ‘belastingverordeningen 2026’ en paragraaf 4.1 van de programmabegroting 2026 (lokale heffingen); gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; gezien de behandeling in de commissie Algemeen Bestuurlijke Zaken en Middelen van 1 december 2025; besluit: de verordening op de heffing en de invordering van lijkbezorgingsrechten 2026 (Verordening lijkbezorgingsrechten Rijssen-Holten 2026) vast te stellen. Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. begraafplaatsen: de gemeentelijke begraafplaatsen, gelegen aan de Lentfersweg/Schapendijk, genoemd Het Lentfert, de oude begraafplaats aan de Lentfertsweg, de begraafplaats aan de Oude Deventerweg en de oude begraafplaats aan de Kerkhofsweg; b. eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, ten aanzien waarvan voor onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen begraven en begraven houden van lijken; c. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; d. eigen urnengraf: een graf, waarvoor voor onbepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met en zonder urnen; e. algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen; f. urnennis: een nis, waarvoor voor onbepaalde tijd het recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen of urnen; g. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; h. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; i. verstrooiingsplaats: een plaats waarop as wordt verstrooid; j. lokale binding: de situatie dat de overledene op het tijdstip van overlijden ingeschreven was in de basisregistratie personen van Rijssen-Holten of in een van de aangrenzende gemeenten, dan wel dat er nabestaanden van de (niet- ingeschreven) overledene in de 1e tot en met de 3e graad zijn ingeschreven in de basisregistratie personen van Rijssen-Holten of in een van de aangrenzende gemeenten. Artikel2.Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3.Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt. Artikel4.Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5.Belastingjaar 1.Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. 2.Met betrekking tot de rechten genoemd in hoofdstuk 4.3 van de tarieventabel is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel6.Wijze van heffing De rechten als bedoeld in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel7.Ontstaan van de belastingschuld De rechten zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen. Artikel8.Termijnen van betaling De rechten moeten worden betaald voor de aanvang van de dienstverlening, dan wel binnen 14 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. Artikel9.Kwijtschelding Bij de invordering van de lijkbezorgingsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10.Overgangsrecht 1.De “Verordening lijkbezorgingsrechten Rijssen-Holten 2025” van 19 december 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, lid 2, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 11, lid 2, genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de in het lid 1 genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. Artikel11.Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.