Onderzoeksprotocol Rekenkamer Gemeente ZwartewaterlandVastgesteld in de vergadering van 20 maart 2024 1.Inleiding De rekenkamer van de gemeente Zwartewaterland bestaat uit drie leden, waaronder een voorzitter. Naast de rekenkamer is er een klankbordgroep bestaande uit drie raadsleden. De rekenkamer wordt ondersteund door een (ambtelijk) secretaris. Missie De rekenkamer werkt vanuit de ambitie een bijdrage te leveren aan een betere overheid. De rekenkamer wil met haar onderzoek de positie en het functioneren van de gemeenteraad versterken en daarmee, als afgeleide, tevens het vertrouwen van de burger in het gemeentebestuur. Zij kijkt in haar onderzoek naar de vraag hoe de sturing en controle door de raad kan verbeteren. En daarmee ook hoe het gemeentebestuur ‘rekenschap’ kan afleggen aan de inwoners. Taken en doelstelling De rekenkamer onderzoekt of het handelen van het gemeentebestuur (college en raad): voor de burgers oplevert wat bedoeld is (doeltreffendheid). met minder kosten hetzelfde op kan leveren (doelmatigheid). volgens de wet en andere regels werkt (rechtmatigheid). De rekenkamer wil met haar onderzoeken een bijdrage leveren aan transparantie en publieke verantwoording van de gemeente Zwartewaterland. De rekenkamer kiest voor een ‘lerende opstelling’. Het doel is om bruikbare aanbevelingen voor de toekomst op te stellen ten behoeve van de raad en het college van burgemeester en wethouders. De rekenkamer onderzoekt ex post vastgesteld beleid en kan ook, voorafgaand aan de invoering van beleid, ex ante of ex durante onderzoek doen naar bijvoorbeeld de potentiële effectiviteit, neveneffecten of de uitvoerbaarheid van beleidsvoornemens. Onderzoeksprotocol In dit onderzoeksprotocol beschrijft de rekenkamer de richtlijnen die zij hanteert bij de uitvoering van haar onderzoek. Het doel van dit protocol is om waarborg te bieden voor de kwaliteit van de onderzoeken van de rekenkamer en voor een goed verloop van het onderzoeksproces. Daarnaast wil de rekenkamer met dit protocol inzicht verschaffen in de werkwijze van de rekenkamer en hierdoor bijdragen aan de transparante sfeer waarbinnen de rekenkamer haar taken wil uitoefenen. Aan dit onderzoeksprotocol ligt de Gemeentewet, de Verordening Rekenkamer Gemeente Zwartewaterland 2023 en het Reglement van Orde Rekenkamer Gemeente Zwartewaterland 2024 ten grondslag. Bij de samenstelling van dit protocol is gebruik gemaakt van het model dat is opgesteld door de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR). Dit protocol is geen statisch document; de toekomstige ontwikkeling van het lokale rekenkamerwerk kan aanleiding zijn om dit protocol op onderdelen te herzien. De rekenkamer hanteert de volgende drie uitgangspunten bij haar onderzoek: zorgvuldigheid: validiteit en volledigheid bij de verzameling van de relevante feiten objectiviteit: objectieve en gedegen analyse van de feiten transparante oordeelsvorming: beoordeling van feiten aan de hand van een expliciet normenkader. 2.Onderwerpselectie Genereren onderzoeksonderwerpen De rekenkamer heeft een onafhankelijke positie binnen de gemeente. Dit betekent dat de rekenkamer zelf bepaalt welke onderwerpen worden onderzocht en hoe het onderzoek wordt ingericht. De gemeenteraad, maar ook derden (inwoners, ondernemers, organisaties enzovoort), kunnen de rekenkamer verzoeken om een bepaald onderwerp nader te onderzoeken. Alle inkomende verzoeken worden in de rekenkamer besproken. De rekenkamer beslist of deze verzoeken worden gehonoreerd. Indien nodig kan de verzoeker van een onderzoek worden uitgenodigd door de rekenkamer om zijn verzoek nader toe te lichten. De rekenkamer laat zich bij haar keuze van onderwerpen niet alleen leiden door verzoeken van de gemeenteraad of derden, maar houdt ook zelf bij wat er aan thema’s speelt binnen de gemeente. Hiervoor maakt de rekenkamer gebruik van officiële stukken zoals raadsstukken, B&W-stukken, de begroting en jaarrekening. Verder hanteert de rekenkamer andere bronnen, zoals plaatselijk verschijnende kranten, vakbladen en oriënteert de rekenkamer zich op het werk van andere rekenkamers in het land. De rekenkamer hecht veel waarde aan de actualiteit van onderzoeken, zodat onderzoeken daadwerkelijk bruikbaar zijn voor de raad en het college. Bij de inventarisatiefase naar mogelijk geschikte onderwerpen en de timing van de onderzoeken zal zij frequent in gesprek gaan met de klankbordgroep. Hierbij blijft de onafhankelijkheid van de rekenkamer echter wel het uitgangspunt. De rekenkamer houdt een groslijst van onderwerpen bij. Niet alle onderwerpen zullen zich lenen voor een uitgebreid rekenkameronderzoek zoals beschreven in dit protocol. In sommige gevallen kan worden bekeken of de onderzoeksvraag op een andere wijze door de rekenkamer kan worden beantwoord, bijvoorbeeld in de vorm van een korte analyse. Selectiecriteria In zijn algemeenheid geldt dat de rekenkamer bij de keuze van haar onderwerpen een zo groot mogelijke bijdrage aan de missie en doelstelling van de rekenkamer beoogt, voor zover de onderzoekscapaciteit dit toelaat. Meer specifiek hanteert de rekenkamer de volgende criteria: Selectiecriteria rekenkamer Het onderwerp dient te passen binnen de taakopdracht en bevoegdheden van de rekenkamer en moet relevant zijn voor het functioneren van de gemeenteraad; Het onderwerp is niet onlangs onderzocht door anderen (het college van B&W uit hoofde van artikel 213a, de accountant of een extern bureau) en er is geen dergelijk onderzoek gepland; Er zijn signalen/twijfels over doelmatigheid, doeltreffendheid en/of rechtmatigheid; Er is een groot maatschappelijk belang; Er is een (potentieel) groot financieel belang; Er is een (potentieel) groot risico m.b.t. het gemeentelijk imago; Er zijn leereffecten mogelijk (leerervaringen ook elders toepasbaar); Er is sprake van enige evenwichtige spreiding over de gemeentelijke beleidsterreinen in de opvolgende onderzoeken. Contra-indicatie: de informatie is ook via andere, gemakkelijkere of voor de hand liggende weg te verkrijgen (bijvoorbeeld vragen stellen aan het college van B&W, rondetafelgesprek met college van B&W en derden). Verder houdt de rekenkamer er rekening mee dat de onderzoeken complementair zijn aan door anderen gedane onderzoeken en dat er diversiteit ontstaat in de keuzes wat betreft de aard van de onderwerpen en de te onderzoeken beleidsvelden. 3.Onderzoeksopzet en aankondiging Nadat de rekenkamer een onderzoeksonderwerp heeft bepaald, stelt de rekenkamer een onderzoeksopzet vast. De rekenkamer verricht hiervoor vooronderzoek in de vorm van de analyse van relevante documenten en literatuur. Indien nodig kan de rekenkamer besluiten om een aantal oriënterende gesprekken met sleutelpersonen te voeren. De onderzoeksopzet omvat in elk geval de volgende onderdelen: Wat willen we bereiken? Aanleiding en achtergronden onderzoeksvraag Doel van het onderzoek Wat willen we weten? Centrale vraagstelling en deelvragen Omschrijving normenkader Hoe komen we dat te weten? Globale onderzoeksopzet : keuze onderzoeksinstrumenten Organisatie: tijdpad, eventuele inhuur benodigde expertise en kosten De raad, het college en de gemeentesecretaris worden geïnformeerd over het onderwerp van het uit te voeren onderzoek. Daarbij wordt ook aangegeven wie het onderzoek zal uitvoeren. De definitieve onderzoeksopzet vormt het uitgangspunt voor het onderzoek. Tegelijkertijd wenst de rekenkamer een zekere flexibiliteit te behouden. Gaandeweg het onderzoek kan duidelijk worden dat het niet (meer) mogelijk of niet (meer) opportuun is de onderzoeksopzet in de bestaande vorm uit te voeren. De rekenkamer behoudt zich het recht voor de onderzoeksopzet aan te passen. Wanneer er substantiële wijzigingen in de onderzoeksopzet worden aangebracht, zal dit worden meegedeeld aan de raad, het college en de gemeentesecretaris. 4.Start van het onderzoek De voorzitter stuurt het lopende onderzoek aan en is hiervoor verantwoordelijk. De secretaris is het primaire aanspreekpunt voor de dagelijkse voortgang van het onderzoek. Schematisch zal een onderzoek er vaak als volgt uitzien: dossierstudie; interviews; experts raadplegen; concept rapport; hoor en wederhoor; definitief rapport. Een nieuw onderzoek kan aanvangen met een startgesprek. Het is aan de rekenkamer om te bepalen of zij dit nodig acht. Voor het startgesprek kan de gemeentesecretaris, wethouder, manager van de betrokken afdeling en/of medewerkers waarvan nuttig wordt geacht dat zij ook op de hoogte zijn van het onderzoek worden uitgenodigd. De rekenkamer zal de gemeentesecretaris en/of manager van de betrokken afdeling vragen om een contactpersoon voor het onderzoek aan te wijzen. In het eventueel te houden startgesprek zal de voorzitter van de rekenkamer en/of het extern bureau een toelichting geven op de onderzoeksopzet en -aanpak. Ook kunnen over en weer afspraken worden gemaakt over de procedure en de planning van het onderzoek, de wijze waarop met gegevens wordt omgegaan, hoe de rekenkamer de door haar benodigde informatie van de betrokken afdeling zo snel mogelijk kan verkrijgen en hoe de belasting van de organisatie-eenheid door het onderzoek zoveel mogelijk kan worden beperkt. De voorzitter van de rekenkamer is het primaire aanspreekpunt gedurende het onderzoekstraject. 5.Samenwerking met externen In beginsel organiseert de rekenkamer voor de uitvoering van het onderzoek externe ondersteuning. De ondersteuning kan op diverse manieren worden geregeld: Een professioneel onderzoeksbureau; Stagiaires van hogeschool of universiteit, al of niet extern gecoördineerd; Ambtenaren van andere gemeenten; Andere door de rekenkamer adequaat geachte uitwerkingen. Indien een extern professioneel bureau in de arm wordt genomen, zullen zo mogelijk minimaal drie onderzoeksbureaus worden benaderd om aan de hand van de onderzoeksopzet een offerte uit te werken. De bureaus ontvangen bij de offerteaanvraag het onderzoeksprotocol van de rekenkamer met het verzoek in hun offerte rekening te houden met de werkwijze van de rekenkamer. De/het bureau(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.