Financiële Verordening Gemeenschappelijke Regeling AVRI 2025Het Algemeen Bestuur van Avri besluit, gelet op artikel 212 van de Gemeentewet en artikel 26 van de Gemeenschappelijke regeling Avri, vast te stellen: de ‘Financiële Verordening Gemeenschappelijke Regeling AVRI 2025’ Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1.Definities Artikel 1 van de Gemeenschappelijke Regeling Avri is van toepassing op dit besluit. Daarnaast wordt in deze verordening verstaan onder: administratie Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van Avri en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. Algemeen Bestuur het Algemeen Bestuur van Avri, bedoeld in artikel 5 van de regeling. Dagelijks Bestuur het Dagelijks Bestuur van Avri, bedoeld in artikel 15 van de regeling. Directeur de directeur van Avri, tevens secretaris van Avri, bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de regeling. efinanciële administratie Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van de organisatie van Avri, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie Het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. financieel beheer Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van Avri. rechtmatigheid Het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder verordeningen, alsmede met besluiten van het algemeen en Dagelijks bestuur van Avri. doelmatigheid Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid De mate waarin de gewenste prestaties en de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. Hoofdstuk2.Begroting en verantwoording Kaderstellen Artikel2.Programmabegroting 1.Het Algemeen bestuur stelt - een programma-indeling vast. 2.Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks bestuur de taakvelden per programma vast. 3.Het Algemeen bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks bestuur de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het Dagelijks bestuur bevat tenminste de verplichte beleidsindicatoren van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Artikel3.Indeling begroting en jaarstukken 1.Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen en het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld weergegeven. Artikel4.Kaders begroting 1.Voor aanvang van het begrotingsjaar biedt het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur, met inachtneming van de vigerende wettelijke termijnen en data aan: de algemene kaders voor de nieuwe meerjarenbegroting aan; de (meerjaren)begroting; 2.Het Dagelijks Bestuur stelt, de hierboven vermelde stukken voorlopig vast en draagt er zorg voor dat de hierboven vermelde stukken, met inachtneming van de wettelijke termijnen en data, worden toegezonden aan de gemeenteraden ten behoeve van het kunnen inbrengen van de zienswijzen. 3.Na de, eventuele, verwerking van de relevante zienswijzen stelt het Algemeen Bestuur de hierboven vermelde stukken vast Artikel5.Autorisatie begroting, investeringskredieten en begrotingswijzigingen 1.Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma, van de algemene dekkingsmiddelen en de taakvelden overhead en vennootschapsbelasting. 2.Het Algemeen Bestuur autoriseert bij het vaststellen van de begroting nieuwe investeringen. 3.Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om uitgaven ten laste van voorzieningen te verantwoorden voor zover deze uitgaven ten laste van deze voorzieningen horen. 4.Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, vraagt het Dagelijks Bestuur - middels de tussentijdse rapportage dan wel via afzonderlijk voorstel - krediet aan bij het Algemeen Bestuur. 5.Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s zoals geautoriseerd in de begroting niet worden overschreden. Beheersing en Interne controle Artikel6.Interne controle 1.Het Dagelijks Bestuur draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur maatregelen tot herstel. 2.Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor de interne toetsing van een aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de regelingen. Rapportage en Verantwoording Artikel7.Tussentijdse rapportage en informatie 1.Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van een tussentijdse rapportage (Bestuursrapportage)over de realisatie van de begroting. 2.De tussenrapportage wordt zo snel mogelijk na augustus, doch uiterlijk op 31oktober van het lopende begrotingsjaar aan het Algemeen bestuur aangeboden. 3.De inrichting van de tussentijdse rapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.De rapportage gaat in op afwijkingen ten opzichte van de programmabegroting, zowel wat betreft de lasten als de baten en de geleverde prestaties en de (maatschappelijke) effecten. Hierbij wordt uitgegaan van de verwachte uitkomsten aan het einde van het jaar. 5.Onderschrijdingen van lasten en/of investeringen en afwijkingen van baten die na het opstellen van de tussenrapportage zijn ontstaan, worden door het Dagelijks Bestuur in de jaarstukken van het desbetreffende boekjaar aan het Algemeen Bestuur gemeld en toegelicht. 6.Overschrijdingen van lasten en/of investeringen die na het opstellen van de tussenrapportage zijn ontstaan, worden door het Dagelijks Bestuur in een Slotwijziging aan het einde van het desbetreffende boekjaar gerapporteerd. De Slotwijziging wordt nog voor de accountantscontrole aan het Algemeen Bestuur ter vaststelling aangeboden. 7.Het Dagelijks Bestuur informeert vooraf het Algemeen Bestuur en neemt pas een besluit, nadat het Algemeen bestuur in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het Dagelijks bestuur te brengen voor zover het betreft: niet bij de begroting geraamde (en vastgestelde) exploitatielasten van € 100.000,- en hoger. Het betreft in dit geval exploitatielasten in het kader van artikel 20 eerste lid van de Gemeenschappelijke Regeling Avri (inzameling en verwerking van huishoudelijke en bedrijfsmatige afval- en grondstoffen). 8.Avri beheert daarnaast voor diverse gemeenten budgetten die voortvloeien uit het zogenaamde pluspakket. Het betreft additionele taken zoals bedoeld in artikel 20, tweede lid, van de Gemeenschappelijke Regeling Avri. In afzonderlijke dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) worden afspraken vastgelegd omtrent de hoogte van deze budgetten en de wijze waarop hierover tussentijds wordt gerapporteerd. Afwijkingen van deze budgetten kunnen enkel plaatsvinden nadat het college en burgemeester en wethouders van deze gemeenten hierover is geïnformeerd en daarmee heeft ingestemd (al dan niet in mandaat). Artikel8.Jaarstukken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.