Verordening financieel beleid, beheer en organisatie waterschap Brabantse DeltaHet algemeen bestuur van het waterschap Brabantse Delta, gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 28 oktober 2025 gelet op artikel 108 van de Waterschapswet en hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit, Besluit Vast te stellen de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Waterschap Brabantse Delta HoofdstukI Inleidende bepalingen Artikel1Begripsbepalingen: Deze verordening verstaat onder: administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen en verwerken van gegevens en het verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie van het waterschap en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; administratieve organisatie: stelsel van organisatorische maatregelen dat is gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging; autorisatie: toestemming van het algemeen bestuur aan het dagelijks bestuur om in een bepaald jaar voor een bepaald doel uitgaven te doen en verplichtingen aan te gaan tot een bepaald bedrag; begrotingscriterium: criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door het algemeen bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en uitgaven en inkomsten van investeringen waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; besluit: Waterschapsbesluit; doelmatigheid: de mate waarin bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen worden gerealiseerd; doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde doelen en effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald; financiële administratie: het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch verzamelen, verwerken en vastleggen van de financiële gegevens van de organisatie van het waterschap, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financiële positie; het financieel beheer; de uitvoering van de begroting; de uitvoering van investeringsprojecten; het afwikkelen van vorderingen en schulden; het afleggen van rekening en verantwoording daarover; financiële rechtmatigheid: rechtmatige totstandkoming van de baten, lasten en balansmutaties in overeenstemming met de begroting en met relevante wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de waterschapsverordeningen; misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium: criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van het waterschap bij financiële beheershandelingen; rechtmatigheidsverantwoording: verantwoording van het dagelijks bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en vastlegging daarvan overeenstemmen met relevante wettelijke voorschriften, waaronder mede begrepen de waterschapsverordeningen. voorwaardencriterium: criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen; wet: Waterschapswet. HoofdstukII Beleidsvoorbereiding en verantwoording Kaderstelling Artikel2Beleids- en verantwoordingscyclus 1.Het algemeen bestuur stelt de onderdelen van de beleids- en verantwoordingscyclus voor het begrotingsjaar en de periode van de meerjarenraming vast en geeft jaarlijks aan op welk moment de onderdelen daarvan moeten worden aangeboden en wanneer deze zullen worden behandeld. 2.Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat de onderdelen van de beleids- en verantwoordingscyclus voldoen aan de relevante bepalingen van hoofdstuk 4 van het besluit, aan relevante overige wetgeving en aan datgene wat in deze verordening wordt bepaald. Artikel3Vaststellen programma-indeling en paragrafen 1.Het algemeen bestuur stelt een programma-indeling vast. 2.Het algemeen bestuur kan vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd. Beleidsbepaling Artikel4Kaders meerjarenbeleid (Kadernota) Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een kadernota met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de meerjarenraming en begroting aan het algemeen bestuur aan. De kaders geven richting aan het dagelijks bestuur voor het opstellen van de meerjarenraming en begroting. Artikel5Meerjarenraming 1.Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een meerjarenraming met toelichting aan het algemeen bestuur aan waarin voorstellen worden gedaan voor het beleid in het volgende begrotingsjaar en ten minste de vier daaropvolgende jaren. 2.In het onderdeel ‘uiteenzetting van de financiële positie’ in de toelichting op de meerjarenraming wordt, gelet op artikel 4.6, onderdeel d en artikel 4.7, eerste lid, onderdeel b van het besluit, in ieder geval ingegaan op: Een financieringsbehoefteplanning (als onderdeel van de financiering); Een beschouwing over de renteontwikkeling (als onderdeel van de financiering). Artikel6Begroting 1.Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks een ontwerpbegroting met toelichting aan het algemeen bestuur aan waarin voorstellen worden gedaan voor het beleid in het volgende begrotingsjaar. 2.In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen. Bij het vaststellen van de begroting neemt het algemeen bestuur een besluit over de omvang van deze post. 3.In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000 afzonderlijk gespecificeerd. 4.Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat in de begroting een overzicht is opgenomen van de investeringen waarvan de start van de uitvoering of het moment van aanschaf in het begrotingsjaar is gepland. In dit overzicht zijn opgenomen de raming van de investeringsuitgaven en de aan de investeringen gerelateerde inkomsten. 5.Het dagelijks bestuur zorgt ervoor dat in de begroting een overzicht is opgenomen van de investeringen waarvan wordt verwacht dat de aanvraag voor het investeringskrediet in het eerstvolgende begrotingsjaar wordt gedaan. Artikel7Autorisatie begroting en investeringsuitgaven 1.Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma alsmede de raming van de dekkingsmiddelen, waaronder de belastingopbrengsten per wettelijke taak. 2.Bij de begrotingsbehandeling stelt het algemeen bestuur op basis van het in artikel 6, lid 5 bedoelde overzicht van investeringen vast van welke investeringen hij op een later tijdstip een aparte aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet wil ontvangen. De uitgaven en inkomsten van de overige investeringen worden bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd. 3.Voor investeringen waarvan het algemeen bestuur op een later tijdstip een aparte aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet wil ontvangen, legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor. 4.Het algemeen bestuur geeft het dagelijks bestuur de bevoegdheid tot het verstrekken van voorbereidingskredieten voor investeringen tot de in het besluit mandatering Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta vastgelegde bedragen. Uitvoering, sturing en beheersing Artikel8Uitvoering begroting 1.Het dagelijks bestuur zorgt voor het per programma verzamelen en vastleggen van gegevens over de doelstellingen en beoogde te bereiken effecten, de maatregelen die getroffen worden, de prestaties die geleverd worden en de baten en lasten die gemaakt worden, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur, kunnen worden getoetst. 2.Het dagelijks bestuur zorgt ervoor, met inachtneming van artikel 9, dat de door het algemeen bestuur geautoriseerde lasten van de programma’s niet worden overschreden en dat de baten van de programma’s en de raming van de dekkingsmiddelen, waaronder de belastingopbrengsten per wettelijke taak, niet worden onderschreden. 3.Het dagelijks bestuur zorgt ervoor, met inachtneming van artikel 9, dat geautoriseerde uitgaven van investeringen niet worden overschreden en dat geautoriseerde inkomsten van investeringen niet worden onderschreden. Artikel9Ruimte bij begrotingsuitvoering 1.Het dagelijks bestuur is bevoegd overschrijding van geautoriseerde lasten en onderschrijding van geautoriseerde baten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien uit de begroting. 2.Het dagelijks bestuur is bevoegd de door het algemeen bestuur geautoriseerde lasten van de programma’s te overschrijden met de in het besluit mandatering Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta vastgelegde bedrag, zonder toestemming vooraf van het algemeen bestuur, als de middeleninzet past binnen het vastgestelde beleid en als de hiervoor benodigde financiële ruimte elders binnen de begroting kan worden gevonden. Een dergelijk feit wordt tijdig achteraf aan het algemeen bestuur gerapporteerd. 3.Het dagelijks bestuur is bevoegd tot het verstrekken van een investeringskrediet voor een door het algemeen bestuur geautoriseerde investering, onder de voorwaarde dat het investeringskrediet past binnen de in het besluit mandatering Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta vastgelegde bandbreedte per project. In geval van overschrijding van de bandbreedte wordt de aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet alsnog aan het algemeen bestuur ter goedkeuring voorgelegd. 4.Het dagelijks bestuur is bevoegd de investeringsuitgaven van een project met de in het besluit mandatering Verordening beleids- en verantwoordingsfunctie Waterschap Brabantse Delta vastgelegde percentage te overschrijden zonder toestemming vooraf van het algemeen bestuur, als deze mutaties passen binnen het vastgestelde beleid. Een dergelijk feit wordt tijdig achteraf aan het algemeen bestuur gerapporteerd. Rapportage en verantwoording Artikel10Informatieplicht, tussentijdse rapportage en begrotingswijzigingen 1.Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur tijdig als de realisatie van het beleid in betekenende mate afwijkt van hetgeen in de begroting is opgenomen. 2.Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur tijdig, als hij verwacht dat: •De lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te over- of onderschrijden; •De baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onder- of overschrijden; •De dekkingsmiddelen, waaronder de belastingopbrengsten per wettelijke taak, de geautoriseerde dekkingsmiddelen dreigen te onder- of overschrijden; •De investeringsuitgaven van een investering de geautoriseerde investeringsuitgaven dreigen te over- of onderschrijden; •De inkomsten van een investering de geautoriseerde investeringsinkomsten dreigen te onder- of overschrijden. 3.Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door middel van tussentijdse rapportages. 4.De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 5.De tussentijdse rapportages gaan in op afwijkingen van betekenende mate, zowel wat betreft doelstellingen en effecten die bereikt worden, de maatregelen die getroffen en de prestaties die geleverd worden. 6.In de tussentijdse rapportages worden de volgende afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen in de begroting toegelicht: •Afwijkingen op de baten en lasten van de programma’s groter dan € 200.000,-; •Afwijkingen op de dekkingsmiddelen, waaronder de belastingopbrengsten per wettelijke taak, groter dan € 200.000,-. •Afwijkingen op de uitgaven en inkomsten van de investeringsvolumes per programma groter dan € 200.000,-. 7.In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de uitgaven en inkomsten van geautoriseerde investeringen groter dan € 1.000.000 toegelicht. Afwijkingen groter dan € 200.000 en kleiner dan € 1.000.000 worden één keer per jaar bij de jaarrekening toegelicht. 8.Bij de tussentijdse rapportages doet het dagelijks bestuur als dat noodzakelijk is voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en voor bijstellingen van het beleid. Waar nodig legt het dagelijks bestuur een voorstel tot begrotingswijziging voor. 9.Het dagelijks bestuur kan bij de tussentijdse rapportages, aanvullend aan artikel 6, lid 5, een overzicht opnemen van investeringen waarvan wordt verwacht dat de aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet in het begrotingsjaar wordt gedaan. 10.Bij de behandeling van de tussentijdse rapportage stelt het algemeen bestuur in aanvulling op lid 9 vast van welke investeringen hij op een later tijdstip een aparte aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet wil ontvangen. De uitgaven en inkomsten van de overige investeringen worden bij de tussentijdse rapportage geautoriseerd. 11.Voor investeringen waarvoor geen autorisatie is verleend legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een aanvraag voor het verstrekken van investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor. Artikel11Jaarstukken 1.Het dagelijks bestuur legt na afloop van ieder begrotingsjaar verantwoording af aan het algemeen bestuur over de uitvoering van de programma’s door middel van het aanbieden van het jaarverslag en de door de accountant gecontroleerde jaarrekening. 2.Het algemeen bestuur bepaalt aan de hand van de uitvoering in het afgelopen jaar van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven. 3.In het overzicht van de gerealiseerde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000 afzonderlijk gespecificeerd. HoofdstukIII Rechtmatigheidsverantwoording Artikel12Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.Het dagelijks bestuur legt na afloop van ieder begrotingsjaar verantwoording af aan het algemeen bestuur over de geconstateerde rechtmatigheidsfouten en onduidelijkheden in de jaarrekening door middel van een rechtmatigheidsverantwoording met in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting daarop. 2.Voor zover het totaalbedrag aan rechtmatigheidsfouten en het totaalbedrag aan onduidelijkheden in het kader van de financiële rechtmatigheid hoger is dan de verantwoordingsgrens zoals opgenomen in het controleprotocol, neemt het dagelijks bestuur deze op in de rechtmatigheidsverantwoording. 3.In de paragraaf bedrijfsvoering in het jaarverslag worden de geconstateerde afzonderlijke rechtmatigheidsfouten en/of afzonderlijke onduidelijkheden groter dan de in het controleprotocol opgenomen rapporteringstolerantie nader toegelicht. Artikel13Voorwaardencriterium 1.Het voorwaardencriterium als bedoeld in artikel 1 heeft betrekking op de eisen/voorwaarden die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 2.Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks een normenkader rechtmatigheid aan, indien dit is gewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel 14 Begrotingscriterium 1.De begrotingsrechtmatigheid als bedoeld in artikel 1 wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het algemeen bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.