Treasurystatuut Gemeente Rijswijk 2025Inleiding Onder treasury wordt verstaan het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Per 1 januari 2001 is de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido) van kracht. In deze wet zijn de kaders gesteld voor een verantwoorde, weloverwogen en professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. In 2006 is de Wet fido geëvalueerd en aangepast. Naar aanleiding van de financiële crisis in 2008 is de Wet fido per 1 januari 2009 verder aangescherpt en zijn nadere regelingen vastgesteld, waaronder: De Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo); De Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. Deze regelgeving waarborgt een prudent en transparant beheer van middelen en risico’s bij gemeenten. Op basis van de geldende regelgeving stelt de gemeente Rijswijk dit Treasurystatuut vast. Het statuut heeft tot doel een kader te scheppen voor de uitvoering van de treasuryfunctie, zodat financiële continuïteit en rechtmatigheid gewaarborgd zijn. Daarbij gaat het om beleidsmatige uitgangspunten, doelstellingen en richtlijnen. De verdere uitwerking vindt plaats via de P&C-cyclus, met verantwoording in de jaarrekening. In dit statuut worden eerst de begrippen en doelstellingen van de treasuryfunctie toegelicht. Vervolgens worden de uitgangspunten voor risicobeheer, financiering en geldstromenbeheer vastgelegd, gevolgd door de organisatorische randvoorwaarden. Daarbij wordt nadrukkelijk ingegaan op de verdeling van taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de regels gesteld voor de benodigde informatievoorziening, zodat het proces transparant, beheersbaar en controleerbaar blijft. Dit statuut vervangt het Treasurystatuut gemeente Rijswijk van 17 december
- Hoofdstuk
- Begrippenlijst Artikel1Begrippenlijst In dit statuut wordt verstaan onder: Derivaten: Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Die waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties, zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico's te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Financiële vaste activa Bij financiële vaste activa gaat het om een duurzaam financieel belang dat de gemeente heeft bij een andere partij. Het kan hierbij gaan om kapitaalverstrekkingen, uitgezette geldleningen, overige uitzettingen (beleggingen) en bijdragen aan activa in eigendom van derden. Financiering: Het aantrekken van financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen. Geldstromenbeheer: Alle activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en in de meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen. Kasgeldlimiet: Percentage van het begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van het jaar bepaald met inachtneming van de Wet fido. Koersrisico: Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve (koers)ontwikkelingen. Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering als gevolg van het niet (tijdig) kunnen nakomen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitsprognose: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijd. Publieke taak: De overheid kan/mag iets tot haar publieke raak rekenen wanneer het particuliere bedrijfsleven niet of tegen bijzonder hoge kosten in een voorziening voorziet, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar is. Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen van leningen of uitzettingen van gelden met een looptijd van één jaar of langer. Renterisiconorm: Een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de gemeente dat jaarlijks bij de realisatie niet mag worden overschreden. Rentetypische looptijd: Het interval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de voorwaarde van de geldlening sprake is van een door de geldgever niet beïnvloedbare constante rentevergoeding. Rentevisie: Toekomstverwachting over de renteontwikkeling. Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Schatkistbankieren: Het verplicht aanhouden van overtollige financiële middelen en beleggingen in de schatkist bij het ministerie van Financiën. Het is niet meer mogelijk om overtollige financiële geldmiddelen bij private partijen buiten de schatkist aan te houden. Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden onder voorwaarden die vooraf zijn overeengekomen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar. Langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Vreemd vermogen: Middelen die zijn aangetrokken om de investeringen en activiteiten van de gemeente te kunnen financieren. Wet fido: Wet Financiering Decentrale Overheden. Hoofdstuk2.Doelstellingen van de treasuryfunctie Artikel2– Doelstellingen De treasuryfunctie van de gemeente Rijswijk heeft tot doel: Het beheersen van financiële risico’s; Het minimaliseren van rentelasten en optimaliseren van opbrengsten; Het waarborgen van toegang tot de financiële markten;
- Het borgen van rechtmatige en doelmatige uitvoering; Het voldoen aan de Wet fido en overige regelgeving. Hoofdstuk3.Risicobeheer Artikel3– Uitgangspunten risicobeheer 1.Alle treasuryactiviteiten dienen een verantwoord karakter te hebben. 2.Middelen mogen niet worden aangetrokken met het enkele doel deze tegen een hoger rendement uit te zetten. 3.Het gebruik van derivaten is slechts toegestaan na raadsbesluit. 4.Valutarisico’s worden vermeden door uitsluitend in euro’s te handelen. Artikel4– Renterisicobeheer 1.Het renterisico op de vaste schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm volgens de Wet fido; 2.Het renterisico op de vlottende schuld bedraagt maximaal de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal volgens de Wet fido;. 3.Nieuwe leningen en uitzettingen worden afgestemd op de liquiditeitenplanning en renteontwikkeling. 4.Gemeente Rijswijk streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen met een looptijd van langer dan één jaar. Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd van uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de kapitaalmarkten op de renteresultaten, gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning blijkt dat middelen gedurende een lange periode beschikbaar zijn. Artikel5– Koersrisicobeheer Beleggingen in aandelen, opties en risicovolle producten zijn niet toegestaan. Uitzettingen worden alleen gedaan indien de hoofdsom minimaal is gegarandeerd, met uitzondering van aankoop van aandelen in het kader van de publieke taak. Artikel6– Kredietrisicobeheer 1.Uitzettingen vinden uitsluitend plaats bij de Staat in de vorm van Schatkistbankieren, lagere overheden of instellingen met toezicht; 2.Bij publieke leningen worden zekerheden verlangd; 3.Garanties en leningen aan woningcorporaties zijn alleen toegestaan conform WSWregelingen. Artikel7– Intern liquiditeitsrisicobeheer De gemeente Rijswijk beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasury activiteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een globale meerjarige liquiditeitsplanning (looptijd minimaal 4 jaar) die aansluit op het Lange termijn investeringsplan (LTIP). Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kunnen kortlopende middelen worden aangetrokken. De kaders voor de kasgeldlimiet conform artikel 4, Wet fido zijn hierbij leidend. Bij het extern uitzetten van gelden zijn slechts de in artikel 7 genoemde tegenpartijen toegestaan. Hoofdstuk4.Financieringen Artikel8– Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar of langer, gelden de volgende uitgangspunten: Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen te gebruiken om de renterisico’s en het renteresultaat te optimaliseren; Het aantrekken van financiering vindt plaats tegen zo gunstig mogelijke condities en wordt zodanig gekozen dat dit past binnen het risicobeleid; Voordat er langlopende geldleningen worden aangetrokken, worden minimaal 2 offertes aangevraagd, waaronder bij de huisbankier. Deze offertes worden schriftelijk vastgelegd. Het maximum van de af te sluiten geldleningen wordt voorafgaand aan het kalenderjaar vastgesteld bij het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting. Artikel9– Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel 5, 6 en 7 gestelde voorwaarden; Gemeente Rijswijk stemt de looptijd van uitzettingen conform artikel 8 af op de liquiditeitenplanning; Beleggingen met koersrisico zijn niet toegestaan. Artikel10– Relatiebeheer Gemeente Rijswijk beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Financiële instellingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de Verzekeringskamer. Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële markten (AFM). Met minimaal twee banken wordt structureel contact onderhouden. Banken en instellingen moeten voldoen aan toezicht eisen van DNB/AFM. Hoofdstuk5.Geldstromenbeheer Artikel11– Geldstromenbeheer Ten einde de kosten van geldstromenbeheer te beperken wordt: Erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; Het betalingsverkeer wordt elektronisch uitgevoerd en op bankrekeningniveau op elkaar afgestemd; Overtollige middelen worden verplicht in de schatkist aangehouden. Hoofdstuk6.Administratieve organisatie en interne controle Artikel12– Administratieve organisatie 1.De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasury activiteiten zijn op eenvoudige wijze schriftelijk vastgelegd in dit treasurystatuut; 2.Functiescheiding en vier-ogenprincipe zijn verplicht met als belangrijkste voorwaarden: Iedere transactie wordt minimaal door twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogen-principe). De uitvoering en de controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen. Het creëren van belangenverstrengeling dient vermeden te worden; 3.De organisatie waarborgt rechtmatigheid, doelmatigheid en betrouwbare informatie. Hoofdstuk7.Rollen, taken en verantwoordelijkheden Artikel13– Raad en College van B&W Niveau Rol Belangrijkste Taken Verantwoordelijkheden Gemeenteraad Kaderstellend en controlerend Vaststellen treasurystatuut Vaststellen kaders via financiële verordening (art. 212 GW) Toezicht via P&C-cyclus Kaders stellen en controleren op rechtmatigheid, doelmatigheid en risicobeheersing College van B&W Bestuurlijk verantwoordelijk Uitvoeren treasurybeleid Besluiten over leningen, garanties en uitzettingen Rapporteren aan raad via P&Ccyclus Zorgdragen voor rechtmatige uitvoering van beleid en vaststelling beleidsdocumenten Artikel14– Ambtelijke Organisatie Niveau Rol Belangrijkste Taken Verantwoordelijkheden Teammanager Financiën Operationeel verantwoordelijk Uitvoeren van transacties Autoriseren kortlopende middelen Opstellen beleidsvoorstellen en rapportages Correcte uitvoering, risicobeheersing en verantwoording Treasurer / medewerker team Financiën Voorbereidend Opstellen offertes en aanvragen Voorbereiden liquiditeitsprognoses Aanleveren voorstellen aan teammanager Voorbereiding en administratieve vastlegging Adviseur Interne Controle (IC) Controlerend Toetsen transacties achteraf Rapporteren afwijkingen en compliance Onafhankelijke controle en signalering Artikel15– Derden Niveau Rol Belangrijkste Taken Verantwoordelijkheden Externe accountant Onafhankelijke controle Controleren jaarrekening Controleren naleving treasurystatuut Waarborgen getrouwheid, rechtmatigheid en risicobeheersing Banken & financiële instellingen Uitvoerende partij Aanleveren offertes Uitvoeren transacties Correcte uitvoering van afspraken Hoofdstuk8.Bevoegdheden Artikel16– Bevoegdhedenoverzicht In onderstaande tabel staan de bevoegdheden met betrekking tot de treasury activiteiten weergegeven. Onderwerp Uitvoering Eerste Autorisatie Tweede Autorisatie Kortlopende middelen
- Uitzetten deposito’s in schatkist Treasurer Teammanager Financiën N.v.t.
- Aantrekken kortlopende middelen (call- of kasgeld) Treasurer Teammanager Financiën N.v.t. Langlopende financiering & uitzettingen
- Aantrekken langlopende lening (>1 jaar) Treasurer Teammanager Financiën Concerncontroller
- Uitzetten langlopende gelden (>1 jaar) Treasurer Teammanager Financiën Concerncontroller
- Verlenen garanties & publieke leningen Treasurer College van B&W Gemeenteraad Betalingsverkeer
- Openen, wijzigen of sluiten bankrekeningen Medewerker Financiën Teammanager Financiën Burgemeester
- Bankcondities en tarieven afspreken Medewerker Financiën Teammanager Financiën N.v.t.
- Overeenkomsten met bankinstellingen Teammanager Financiën Burgemeester N.v.t. Rapportage & controle
- Interne controle op transacties Adviseur Interne Controle Concerncontroller N.v.t.
- Externe controle jaarrekening Externe accountant Auditcommissie Gemeenteraad Hoofdstuk9.Inwerkingtreding en slotbepalingen Artikel17– Inwerkingtreding Dit statuut treedt in werking op [datum besluit gemeenteraad]. Het statuut van 2013 wordt ingetrokken. Artikel18– Citeertitel Dit statuut wordt aangehaald als: Treasurystatuut gemeente Rijswijk
- Bijlage: Artikelsgewijze toelichting Behorend bij het Treasurystatuut gemeente Rijswijk 2025 Artikel 1 De begrippenlijst waarborgt eenduidigheid en voorkomt interpretatieverschillen. De definities sluiten aan bij de Wet fido en het treasuryvakjargon. Artikel 2 De doelstellingen vatten de kern samen: risico’s beheersen, kosten minimaliseren, opbrengsten optimaliseren en toegang behouden tot de financiële markten. Speculatieve doeleinden zijn uitgesloten. Artikel 3 Alle treasuryactiviteiten moeten een verantwoord karakter hebben. Het aantrekken van middelen enkel voor herbelegging met winstoogmerk is verboden. Derivaten mogen alleen na raadsbesluit worden gebruikt. Valutarisico’s worden vermeden door uitsluitend in euro’s te handelen. Artikel 4 De Wet fido stelt grenzen aan renterisico’s via de renterisiconorm en kasgeldlimiet. Dit voorkomt dat renteschommelingen leiden tot grote financiële problemen. Spreiding van looptijden voorkomt pieken in herfinancieringsrisico. Artikel 5 Beleggingen in risicovolle producten zijn verboden. Alleen producten waarbij de hoofdsom is gegarandeerd zijn toegestaan, zodat koersrisico’s worden vermeden. Artikel 6 Door uitzettingen te beperken tot de Nederlandse Staat, lagere overheden en instellingen met toezicht wordt kredietrisico sterk beperkt. Bij publieke leningen worden zekerheden verlangd. Voor woningcorporaties gelden landelijke waarborgen via het WSW. Artikel 7 Liquiditeitsplanning op korte en lange termijn maakt inzichtelijk wanneer tekorten of overschotten optreden. Investeringen worden afgestemd op deze planning zodat financieringskosten beheersbaar blijven. Artikel 8 Financiering mag alleen worden aangetrokken voor de publieke taak. Het verplicht opvragen van meerdere offertes (waaronder bij BNG en NWB) borgt marktconformiteit. Artikel 9 Langlopende uitzettingen zijn alleen toegestaan als deze zorgvuldig en passend binnen de liquiditeitenplanning zijn. Beleggingen met koersrisico zijn verboden. Artikel 10 Het onderhouden van relaties met banken is noodzakelijk voor toegang tot de markt. Banken moeten onder toezicht staan van DNB of AFM om risico’s te beperken. Artikel 11 Dit artikel regelt efficiënt betalingsverkeer: tijdig innen, zo laat mogelijk maar correct betalen. Overtollige middelen moeten verplicht in de schatkist worden aangehouden (sinds 2014). Artikel 12 Functiescheiding en vier-ogenprincipe zijn verplicht om fouten en fraude te voorkomen. De administratieve organisatie moet zorgen voor rechtmatigheid, doelmatigheid en betrouwbare informatie. Artikel 13 De raad heeft de kaderstellende en controlerende rol: stelt kaders vast en houdt toezicht op uitvoering. Het college voert het treasurybeleid uit, beslist over bijzondere transacties en legt via de P&C-cyclus verantwoording af aan de raad. Artikel 14 Geeft een overzicht van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de Teammanager Financiën, de treasurer en de adviseur interne controle Artikel 15 Dit artikel heeft een overzicht van de rollen, taken en verantwoordelijkheden van de externe accountant en banken en financiële instellingen. Artikel 16 Bevoegdheden sluiten aan bij de Gemeentewet: de raad besluit, het college kan mandateren en de burgemeester vertegenwoordigt extern. Artikel 17 Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het nieuwe statuut en intrekking van het oude
(2013). Artikel 18 De citeertitel zorgt ervoor dat het statuut eenvoudig en eenduidig kan worden aangehaald.