(3a). Het waterpeil in de praktijk is gelijk aan het vergunde waterpeil. Dit waterpeil is 5,68 meter beneden NAP. Afwijkend peil 43 b is vergund met een vergunning uit 201723 Delfland, juni 2017, watervergunning 2017-
- Het waterpeil in de praktijk is 5,42 meter beneden NAP. Dit is gelijk aan de vergunning. Afwijkend peil 43 c wordt in deze toelichting getoetst aan het beleid en nieuw opgenomen. In de praktijk heeft dit gebied een waterpeil van 5,30 m beneden NAP. Het verschil van dat afwijkend peil met omliggende peilen ontstaat vanwege een eerder vergunde stuw. Gebied met afwijkend waterpeil 3 a, Oude Bovendijk 208 t/m 210 Het waterpeil is in de praktijk hier 5,63 meter beneden NAP. Zie Figuur
- Dit gebied met afwijkend peil wordt in deze toelichting getoetst aan het beleid en nieuw opgenomen. Het peil is hier hoger door eerdere inrichting van watersysteem. Ook zijn hier oude gebouwen aanwezig. Figuur 27 – Afwijkend peil 3 a, zwart gearceerd: nieuw opgenomen gebied met afwijkend peil (bron: GIS Delfland, 2025) Gebieden met afwijkende waterpeilen 2a en 2b (Hofweg 92) Hier zijn 2 bestaande gebieden met afwijkend waterpeil aanwezig. Zie Figuur
- In de praktijk zijn de waterpeilen hier nu lager dan eerder ingesteld. Dit komt door niet functionerende kunstwerken van de eigenaar. Figuur 28 – Afwijkend waterpeilen 2a & b, Hofweg 92, zwart gearceerd: eerder opgenomen gebied met afwijkend peil (bron: GIS Delfland, 2025) Hoe ziet het watersysteem eruit? In dit deelhoofdstuk wordt beschreven hoe het watersysteem in elkaar zit en hoe het werkt. Een goed functionerend watersysteem is belangrijk. Sommige waterpeilen zijn daarbij niet mogelijk. Dit komt doordat het watersysteem bepaalt welke waterpeilen mogelijk zijn. De laatste jaren is het watersysteem van het zuidoostelijk deel van Schieveen aangepast. In het nieuwe watersysteem is aan- en afvoer van water altijd mogelijk. In subhoofdstuk 3.3.1 wordt het watersysteem van zuidoostelijk Schieveen buiten het broedseizoen om beschreven. Bij subhoofdstuk 3.3.2 wordt het watersysteem binnen het broedseizoen beschreven. Watersysteem buiten broedseizoen Zie Figuur 29 voor het watersysteem in zuidoostelijk Schieveen buiten het broedseizoen om. De stroomrichting van het water is te volgen met paarse pijlen en punten 1 tot
- Er zijn meerdere stroomroutes van het water. Bij de rode labels staan de waterpeilen per peilgebied ten opzichte van NAP weergegeven. Figuur 29 – Watersysteem buiten broedseizoen. Zie van nummers 1 tot 9 met paarse pijlen de stroomrichting van het water (bron: GIS Delfland, 2025) Zie Tabel 2 hieronder voor een overzicht waar bij de peilgebieden water aangevoerd en afgevoerd wordt. De punten zijn terug te vinden op de kaart bij Figuur
- Bij punt 1 wordt water binnengelaten vanuit de Rodenrijsevaart. Via Tocht Oude Bovendijk komt het water de polder Schieveen binnen bij de onlangs vernieuwde inlaat bij punt 224 Delfland, augustus 2024, watervergunning Z-24-
- Bij punt 8 wordt het polderwater naar een tussenboezem gepompt. Uiteindelijk wordt het water ten westen van punt 9 de Schie opgepompt. De kleinere peilgebieden langs de Oude Bovendijk ontvangen water met inlaten vanaf de Oude Bovendijk. Ook is er wateraanvoer door kwel en doorsijpelen van de waterkering. Bij het doorsijpelen dringt water uit de Tocht Oude Bovendijk de grond van de kade binnen en komt het aan de polderzijde naar boven. De peilgebieden langs de Oude Bovendijk wateren af op peilgebieden 2 en
- Tabel 2 – Watersysteem peilgebieden buiten broedseizoen, wateraanvoer en waterafvoer Peilgebied Wateraanvoer Waterafvoer 48 Punt 2 Punten 4 en 5 3 Punt 3 Punt 6 49 Punt 4 Punt 6 47 Punt 5 Punt 7 2 Punten 6 en 7 Punt 8 De peilgebieden 3 en 49 staan buiten het broedseizoen in open verbinding met elkaar. De peilgebieden 2, 47 en 48 staan buiten het broedseizoen ook in open verbinding met elkaar. Watersysteem binnen broedseizoen Zie Figuur 30 voor het watersysteem van zuidoostelijk Schieveen binnen het broedseizoen. De stroomrichting van het water is te volgen met paarse pijlen vanaf paarse punt 1 tot
- Er is in het broedseizoen één hoofdroute van het water. Bij de rode labels staan de waterpeilen per peilgebied ten opzichte van NAP weergegeven. Figuur 30 – Watersysteem binnen broedseizoen. Zie van paarse nummers 1 tot 6 met paarse pijlen de stroomrichting van het water (bron: GIS Delfland, 2025) Zie bij Tabel 3 hieronder een overzicht waar bij de peilgebieden water aangevoerd en afgevoerd wordt. De punten zijn terug te vinden op de kaart bij Figuur
- Binnen het broedseizoen worden bij peilgebied 47, 48 en 49 de waterpeilen omhoog gezet. De peilgebieden 47, 48 en 49 hebben dan een vast broedpeil en maken geen deel uit van de hoofdstroomroute van het water. Wel wordt er bij droogte water aangevuld en wordt er bij te natte omstandigheden water afgelaten. Peilgebied Wateraanvoer Waterafvoer 3 Punt 3 Punt 4 2 Punt 4 Punt 5 Tabel 3 – Watersysteem peilgebieden binnen broedseizoen, wateraanvoer en waterafvoer Hoe hebben we het nieuwe waterpeil gekozen? In dit hoofdstuk wordt afgewogen of het nieuwe waterpeil goed past bij het gebied. Daarbij wordt gekeken naar de gevolgen van het waterpeil voor de gebiedsfuncties en waterbelangen van zuidoostelijk Schieveen. Dit doen we aan de hand van het beleid van de beleidsnota Peilbeheer
- Bij deelhoofdstuk 4.1 wordt gekeken naar de gevolgen van de nieuwe waterpeilen per gebied. Vervolgens wordt in deelhoofdstuk 4.2 het nieuwe waterpeil gekozen, ingedeeld per gebied. Bij deelhoofdstuk 4.3 wordt verteld of er verdere maatregelen nodig zijn. Ten slotte wordt in deelhoofdstuk 4.4 nog beschreven hoe het peilbeheer er uit ziet voor de peilgebieden 47, 48 en 49 met de broedpeilen. Welke gevolgen heeft het nieuwe waterpeil? De peilafweging gaat over de peilgebieden in zuidoostelijk Schieveen. Het gebied is veranderd van een poldergebied met agrarisch grasland naar een broedgebied voor weidevogels. Dit gebeurt nog steeds in combinatie met agrarisch grasland. De peilgebieden 2 en 3 met de hoofdwatergang worden beschreven in subhoofdstuk 4.1.
- De peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen staan in subhoofdstuk 4.1.
- De peilgebieden 36 t/m 43 langs de Oude Bovendijk worden genoemd in subhoofdstuk 4.1.
- Peilgebieden 2 en 3 met hoofdwatergang De peilgebieden 2 en 3 zijn aangepast door de inrichting van broedgebieden voor weidevogels. Ze zijn in grens gewijzigd. Het watersysteem is buiten het broedseizoen om nog hetzelfde als voor de inrichting van broedgebieden. De peilgebieden 2 en 3 staan dan namelijk in open verbinding met de peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen. In het broedseizoen hebben peilgebieden 2 en 3 geen broedpeilen en zijn ze gescheiden van de peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen. De peilgebieden 2 en 3 houden ook dan dezelfde waterpeilen als voorheen. Deze waterpeilen zijn voldoende en geschikt gebleken in de praktijk. Peilgebieden 47 t/m 49 met broedpeilen Hier volgend worden de aspecten afgewogen die van belang zijn voor de waterpeilen bij peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen. Weidevogels De waterhuishouding is aangepast. Het nieuwe waterpeil met broedpeilen past goed bij de broedgebieden. Het hogere grondwaterpeil van de winter wordt langer vastgehouden door hogere broedpeilen25Ingenieursbureau Gemeente Rotterdam, januari 2025, ‘Resultaten grondwatermonitoring Schieveen 2017-2024’. Ook stroomt water minder snel af26 Gemeente Rotterdam, februari 2025, ‘Monitoring Water Schieveen’. De weidevogels hebben in het broedseizoen mede daardoor geschikte vochtige omstandigheden met meer voedsel. Het weer blijft van grote invloed op het succes op overleving van kuikens27 Ecoresult, oktober 2024, ‘Broedvogelkartering weidevogels polder Schieveen 2024’. De aantallen broedvogels in Schieveen waren in 2014 kritiek. Door het instellen van broedgebieden vanaf 2017 zijn de aantallen flink toegenomen. Zie Figuur 31 hieronder. Daar zijn het totaal aantal paar weidevogels weergegeven in de hele polder Schieveen over de laatste jaren. De aantallen zijn nu weer terug op het oude niveau van voor
- Figuur 31 – Totaal aantal paar weidevogels in de hele polder Schieveen. De broedgebieden in de polder zijn vanaf 2017 aangelegd 27 Weidevogels waar het weer een stuk beter mee gaat zijn onder andere kieviten, tureluurs en grutto’s. Zie foto’s van die vogels bij Figuur 32 hieronder. Figuur 32 – Weidevogels in polder Schieveen. Van linksonder met de klok mee: tureluur, kievit en grutto. (bron: Ecoresult) Ganzen De aantallen ganzen en andere watervogels zijn ook toegenomen
- Natte omstandigheden en plas dras van langer dan 5 dagen of langer is ongewenst. Deze moerassige natuurtypen hebben een aantrekkende werking op ganzen en andere grote vogels zoals meeuwen. De provincie Zuid-Holland beheert ganzen actief. Dit gebeurt in overleg met de beheerorganisatie Natuurmonumenten en Rotterdam The Hague Airport. Die aanpak wordt jaarlijks vastgelegd in een beheerplan. Het nieuwe waterpeil is gekozen voor de juiste vochtige omstandigheden. Tegelijkertijd worden te natte omstandigheden met plas dras situaties op deze manier vermeden. Ook is er nu meer kruidenrijk grasaanwezig in het gebied
- Dit is minder aantrekkelijk voor ganzen dan eiwitrijke vegetatie zoals Engels Raaigras of riet28 Roots, februari 2018, ‘Hoeveel gras eet de grauwe gans per dag?’ webpagina. Al met al hoeven door bovenstaande maatregelen geen extra maatregelen genomen te worden betreffende het waterpeil. Gebiedsfuncties Het nieuwe peil levert geen problemen op voor de bestaande gebiedsfuncties. De gevolgen van het nieuwe waterpeil voor de bestaande gebiedsfuncties wordt hieronder besproken. Beheer weidevogelgebieden Na het broedseizoen wordt het water weer weggevoerd en/of weggepompt. Dan wordt het waterpeil weer teruggebracht naar zomerpeil. Zo is het weer begaanbaar voor het verdere beheer van de weidevogelgebieden. Dit zijn werkzaamheden met machines met betrekking tot grasproductie zoals maaien, hooien en kuilen. Maar ook beweiding met vee. In de zomer zijn de percelen vaak goed begaanbaar als gevolg van verdamping van water. Bij droog weer en hoge temperaturen zakken de grondwaterstanden. De broedpeilen met hogere waterpeilen veranderen hier weinig aan. Dat blijkt ook uit de grondwatermonitoring. Waterhuishouding en waterkeringen Het nieuwe peil levert ook geen problemen op voor de waterhuishouding. Het gebied is al ingericht met bijbehorende (peilscheidende) kunstwerken. Door de hogere waterpeilen wordt er ingeleverd op capaciteit tot waterberging bij natte omstandigheden. Om dat te voorkomen is er extra water gegraven. De natuurvriendelijke oevers met flauwe oevers die daarbij zijn aangelegd vergroten de waterberging verder. Het hogere grondwaterpeil van de winter wordt langer vastgehouden door hogere broedpeilen. Omdat de peilen in de sloten hoger staan stroomt grondwater minder makkelijk weg. Ook lopen door de hogere broedpeilen op veel plekken de greppels vol. Dit draagt bij aan vochtige omstandigheden. In de zomer speelt verdamping de grootste rol bij de droge omstandigheden in de weilanden. Te droge omstandigheden zijn ongunstig voor de overleving van kuikens door een tekort aan voedsel. Waterkwaliteit, planten en dieren Het nieuwe peil levert ook geen problemen op voor de waterkwaliteit en de planten en dieren. Om de hogere broedpeilen op te zetten wordt er water ingelaten. Het inlaatwater was in 2018 grotendeels schoner dan het water in de polder. Uit recente metingen blijkt dat de waterkwaliteit van het inlaatwater grotendeels verbetert. Door de natuurvriendelijke oevers zijn de leefomstandigheden voor planten en dieren verbeterd. Door het schonere inlaatwater, de natuurvriendelijke oevers en ander beheer bij de broedgebieden is de verwachting dat de waterkwaliteit hier verder toeneemt. Het niet meer bemesten van de broedgebieden is een belangrijke factor voor minder uitspoeling van voedingsstoffen en verbetering van waterkwaliteit. Ook is het leefgebied geschikter geworden voor vissen. De obstakels tussen broedgebieden zijn tijdelijk en naar verwachting zijn deze obstakels deels te nemen voor vissen. De onnatuurlijke aard van het waterpeil is een minpunt voor de waterkwaliteit en de ecologische ontwikkeling. Maar daar is bewust voor gekozen en samen met beheer van het gebied past het waterpeil bij de gebiedsfuncties die er al zijn. Oude waterpeil Als de oude peilen weer ingesteld zouden worden dan ontstaat er een probleem. Dan zouden de kuikens van weidevogels geen juiste omstandigheden hebben om te groeien. Aan het begin van het seizoen is het nieuwe waterpeil bij de broedpeilen belangrijk om de vochtige omstandigheden te kunnen vasthouden. Peilgebieden 36 t/m 43 langs de Oude Bovendijk De peilgebieden 2 en 3 zijn aangepast door de inrichting van broedgebieden voor weidevogels. Onderstaande gebiedsfuncties hebben ook te maken met de volgende peilgebieden: 36 t/m
- Deze peilgebieden liggen langs de Oude Bovendijk. De peilgebieden kunnen mogelijk beïnvloed worden door het nieuwe watersysteem van de broedgebieden. Dit is bij aanleg van de broedgebieden in overleg met Delfland al eens beoordeeld door gemeente Rotterdam
- Hier volgend worden de aspecten afgewogen die van belang zijn voor de waterpeilen bij deze peilgebieden. Bebouwing, agrarisch grasland, glastuinbouw, gemengde bedrijven en tuinen De huidige waterpeilen langs de Oude Bovendijk zijn in januari 2025 ingemeten. Deze peilen voldoen voor de huidige functies. De bebouwing langs de Oude Bovendijk is afgeschermd van het verhoogde peil door middel van een nieuw gegraven sloot. Er zijn dijkjes gemaakt langs de grenzen van de broedgebieden. Zo kan het water niet afstromen naar omliggende gebieden. De peilgebieden langs de Oude Bovendijk wateren af op de nieuw aangelegde watergang die langs de percelen loopt. Verder is in de grondwatermonitoring te zien dat het verhoogde broedpeil geen impact heeft op grondwaterstanden in omliggende gebieden
- Door bovenstaande maatregelen wordt verwacht dat omliggende bewoners en agrariërs geen last ondervinden van de broedgebieden. Daar zijn ook geen meldingen en reacties over binnengekomen. Waterhuishouding en waterkeringen Bij de peilgebieden langs de Oude Bovendijk worden de waterpeilen uit de praktijk overgenomen. Dit heeft geen impact op de keringen, want het is al langere tijd de praktijksituatie. Oude waterpeil Bij de peilgebieden langs de Oude Bovendijk worden de ingemeten waterpeilen overgenomen. Deze zijn gelijk aan de eerdere vastgestelde waterpeilen, of worden iets hoger vastgelegd. Er is één peilgebied waarbij het waterpeil lager wordt vastgesteld. Bij dit peilgebied 40 is in 2011 namelijk een hoger waterpeil vastgelegd dan dat er in de praktijk aanwezig is. In de praktijk verandert er door het vastleggen van dit waterpeil niets. Aangezien het al langere tijd de praktijk is worden er geen problemen verwacht. Bij oude bebouwing is het namelijk van belang het waterpeil niet zomaar te verlagen. Wat wordt het nieuwe waterpeil? Er wordt gekozen voor nieuwe waterpeilen. De peilgebieden 2 en 3 met de hoofdwatergang worden beschreven in subhoofdstuk 4.2.
- Daarna staan bij subhoofdstuk 4.2.2 de waterpeilen bij peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen. Bij subhoofdstuk 4.2.3 worden de waterpeilen bij peilgebieden 36 t/m 43 langs de Oude Bovendijk genoemd. Peilgebieden 2 en 3 met hoofdwatergang In Tabel 4 staan de waterpeilen bij peilgebieden 2 en
- De waterpeilen zijn onderverdeeld in een zomerpeil en winterpeil. Peilgebieden 2 en 3 hebben geen broedpeil. De eerder vastgelegde peilen bij het peilbesluit 2011 worden weergegeven. Ook staan in de tabel de nieuwe peilen die met peilbesluit 2025 worden vastgelegd. Tabel 4 – Waterpeilen peilgebieden 2 en 3 in 2011 en in 2025 Peilgebied Zomerpeil (m NAP) Winterpeil (m NAP) Peilbesluit 2011 Peilbesluit 2025 Peilbesluit 2011 Peilbesluit 2025 2 -5,76 -5,76 -5,84 -5,84 3 -5,87 -5,87 -6,04 -6,04 Waarneming bij bovenstaande Tabel 4: Alle zomer- en winterpeilen zijn in 2025 hetzelfde gebleven ten opzichte van
- Het winterpeil gaat rond april over naar het zomerpeil. Het zomerpeil gaat rond oktober over naar het winterpeil. De precieze data zijn afhankelijk van het weer en van de grondwaterstanden in het peilgebied. Het schouwpeil is gelijk aan het winterpeil en wordt in de peilgebieden 47, 48 en 49 in volgorde 5,84; 5,84 en 6,04 meter beneden NAP. Het schouwpeil wordt gebruikt voor (dagelijks) beheer en uitvoeren van onderhoud en andere werkzaamheden aan wateren. Door inrichting van broedgebieden met peilgebieden 47, 48 en 49 zijn de peilgrenzen van peilgebieden 2 en 3 aangepast. Peilgebieden 47 t/m 49 met broedpeilen In Tabel 5 staan de waterpeilen bij peilgebieden 47, 48 en 49 met broedpeilen. De waterpeilen zijn onderverdeeld in een broedpeil, zomerpeil en winterpeil. De eerder vastgelegde peilen bij het peilbesluit 2011 worden weergegeven. Ook staan in de tabel de nieuwe peilen die met peilbesluit 2025 worden vastgelegd. In het groen gekleurd staan peilen die in 2025 veranderd zijn ten opzichte van
- Tabel 5 – Waterpeilen peilgebieden 47, 48 en 49 in 2011 en in
- Groen gekleurd: verandering van peil in 2025 t.o.v. 2011 Waarneming bij bovenstaande Tabel 5: Alleen de broedpeilen bij peilgebieden 47, 48 en 49 zijn een verandering bij het peilbesluit in 2025 ten opzichte van 2011; Het broedpeil bij peilgebied 47 is 45 centimeter hoger dan het winterpeil uit het vorig peilbesluit; Het broedpeil bij peilgebied 48 is 48 centimeter meter hoger dan het winterpeil uit het vorig peilbesluit; Het broedpeil bij peilgebied 49 is 40 centimeter meter hoger dan het winterpeil uit het vorig peilbesluit; en Het winterpeil stijgt vanaf 15 februari naar het broedpeil. Het broedpeil geldt vanaf 1 maart. Vanaf 15 juni zakt het broedpeil stapsgewijs naar het zomerpeil. Het zomerpeil geldt vanaf 1 juli. Het zomerpeil gaat rond oktober over naar het winterpeil. Het laatste moment is afhankelijk van het weer en van de grondwaterstanden in het peilgebied. Peilgebieden 36 t/m 43 langs de Oude Bovendijk Langs de Oude Bovendijk bevinden zich peilgebieden 36 tot en met
- De officieel vastgelegde peilen in 2011 en 2025 zijn te zien in Tabel
- Bij alle peilgebieden geldt een vast peil. Dat houdt in dat er gedurende het hele jaar één peilhoogte wordt aangehouden. In het groen gekleurd staan peilen die in 2025 veranderd zijn ten opzichte van
- Tabel 6 – Waterpeilen Oude Bovendijk in 2011 en
- Groen gekleurd: verandering van peil in 2025 t.o.v. 2011 Waarnemingen bij bovenstaande Tabel 6: In vergelijking met het vorige peilbesluit uit 2011 blijven in 2025 de waterpeilen van de volgende peilgebieden gelijk: 36, 38 en 41; Bij de andere peilgebieden zijn de waterpeilen zijn in vergelijking met het vorige peilbesluit uit 2011 veranderd; Peilgebied 37 heeft een 5 centimeter meter hoger vast waterpeil; Peilgebied 39 heeft een 2 centimeter meter hoger vast waterpeil; Peilgebied 40 heeft een 17 centimeter meter lager vast waterpeil; Peilgebied 42 heeft een 5 centimeter meter hoger vast waterpeil; en Peilgebied 43 heeft een 8 centimeter meter hoger vast waterpeil. In vergelijking met het vorige peilbesluit uit 2011 zijn de peilgrenzen van de volgende peilgebieden aangepast: 37, 38, 41, 42 en
- Welke maatregelen zijn nodig? Om het nieuwe waterpeil in te stellen zijn geen maatregelen nodig. De peilscheidende kunstwerken functioneren goed. Peilbeheer peilgebieden 47 t/m 49 met broedpeilen Er zijn drie verschillende peilen bij de peilgebieden 47, 48 en
- Deze gebieden hebben namelijk een broedpeil, een zomerpeil en een winterpeil. Het peilbeheer is als volgt: Vanaf 15 februari gaat het peil richting het verhoogde broedpeil van 1 maart door het laten volregenen van de peilvakken; Het broedpeil van 1 maart wordt behaald door actief inlaten van water als het voor 1 maart nog niet is volgeregend tot broedpeil; Vanaf 15 juni zakt het peil naar het zomerpeil van 1 juli; Het stap voor stap laten zakken van de peilen is nodig om het risico op wegspoelen van de oevers te verminderen; en Het winterpeil wordt rond oktober ingesteld. De precieze datum van overgang van het zomerpeil naar het winterpeil is afhankelijk van het weer en van de grondwaterstanden in het peilgebied. Bijlage1(Woordenlijst) Archeologie: Wetenschap die overblijfselen van oude culturen bestudeert. Broedpeil: Een speciaal waterpeil dat in het broedseizoen leidt tot vochtige omstandigheden in de grond. Dit verbetert de voedselvoorziening en broedomstandigheden voor weidevogels. Doorsijpelen: Indringen van water in de bodem. Drooglegging: Het hoogteverschil tussen het waterpeil in een watergang en de gemiddelde hoogte van het naastgelegen perceel. Flexibel peil: Het waterpeil beweegt tussen de aangegeven onder- en bovengrens. De schommeling van het waterpeil komt door neerslag en verdamping. Wanneer het peil onder de ondergrens komt, zal er water worden ingelaten. Wanneer het peil boven de bovengrens komt, wordt het overtollige water afgelaten. Als er veel regen verwacht wordt mag er alvast water worden afgelaten. Gebied met afwijkend peil: Een klein gebied waarin het peil afwijkt van het peil dat in het peilbesluit is vastgesteld. Gebiedsfuncties: Waarvoor een gebied wordt gebruikt. Elke plek heeft een bepaalde functie of doel, zoals wonen, landbouw of recreatie. Kunstwerk: Objecten in of aan het water die van belang zijn voor onder andere het goed kunnen laten werken van het watersysteem. Kwel: Kwel is grondwater dat onder druk uit de bodem komt. Maaiveld: De bovenkant of oppervlakte van een terrein zoals een grasland. Maaiveldhoogte: De hoogte van het maaiveld t.o.v. NAP. NAP: Het Normaal Amsterdams Peil (NAP) van 0 meter is ongeveer gelijk aan het gemiddeld zeeniveau van de Noordzee. Alle hoogtes van waterpeilen in Nederland worden gemeten ten opzichte van NAP. Natuurvriendelijke oever: Een oever langs een watergang die is ingericht voor planten en dieren. Een natuurvriendelijke oever kan in verschillende vormen voorkomen. Peilbeheer: Het zorgen voor het juiste waterpeil door water aan- of af te voeren. Peilbesluit: Besluit van het algemeen bestuur van een waterschap. Hierin staat welke waterpeilen er moet worden ingesteld, de ligging van de peilgebieden en plaats van de peilschalen zijn aangegeven. Peilgebied: Gebied met daarin verbonden watergangen. In dat gebied wordt één waterpeil aangehouden. Praktijkpeil: Waterstand die werkelijk in een watergang aanwezig is. Schouwpeil: Het schouwpeil wordt gebruikt als vergelijkingsniveau voor (dagelijks) beheer en uitvoeren van onderhoud en andere werkzaamheden aan wateren. Ontwateringsdiepte: De droge grondlaag. Ofwel het verschil tussen de maaiveldhoogte en de gemiddeld hoogste grondwaterstand op één plaats. Vast peil: Tijdens het hele jaar wordt er één peil aangehouden. Winterpeil: Een waterpeil dat afhankelijk is van het seizoen en normaal gesproken rond oktober wordt ingesteld. Zomerpeil: Een waterpeil dat afhankelijk is van het seizoen en normaal gesproken rond april wordt ingesteld. Bijlage2(Peilenkaarten) De peilenkaart van het gehele gebied is de volgende: PBS2025SCH: Peilenkaart zuidoostelijk Schieveen De Oude Bovendijk is ook in detail opgenomen op 2 extra peilenkaarten: PBS2025SCH-1: Peilenkaart zuidoostelijk Schieveen (Oude Bovendijk deel 1) De Oude Bovendijk is ook in detail opgenomen op 2 extra peilenkaarten: PBS2025SCH-2: Peilenkaart zuidoostelijk Schieveen (Oude Bovendijk deel 2)