Treasurystatuut GGD IJsselland 2025 1.Inleiding Het huidige Treasurystatuut GGD IJsselland is door het algemeen bestuur in 2016 vastgesteld. In de tussenliggende periode zijn er enkele organisatorische wijzigingen gedaan. De wijzigingen hebben ook invloed op het treasurystatuut. De functie van hoofd bedrijfsvoering is komen te vervallen en de bevoegdheden in dit statuut worden overgenomen door de Directeur Publieke Gezondheid (DPG). In het treasurystatuut wordt het treasurybeleid van GGD IJsselland op hoofdlijnen vastgelegd. Dat gebeurt door allereerst het begrippenkader en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd. Deze worden vervolgens geconcretiseerd voor verschillende deelgebieden van treasury: risicobeheer, financiering en kasbeheer. Daarna worden de organisatorische randvoorwaarden van de treasuryfunctie weergegeven. Tot slot worden de uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. 2.Treasurystatuut 2.1Begrippenkader In dit statuut wordt verstaan onder: Administratieve organisatie Het complex van organisatorische maatregelen dat gericht is op tot stand brengen en in stand houden van de informatieverzorging in en op de organisatie. De informatieverzorging dient effectief, efficiënt en betrouwbaar te zijn. Deposito Niet-verhandelbare belegging bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet. Derivaten Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals lening of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren. Financiering Het aantrekken van middelen voor de dekking van financieringsbehoefte(n) voor minimaal 1 jaar. Geldstromenbeheer Omvat al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Intern liquiditeitsrisico-beheer Het beheersen van de risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor als gevolg daarvan de financieringskosten hoger kunnen uitvallen. Kasgeldlimiet Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeenschappelijke regeling bij aanvang van het jaar. Het doel is het risico van de rentefluctuaties van het kort lenen voor een langere periode te beperken. Koersrisicobeheer Het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Kredietrisicobeheer Ook wel debiteurenrisicobeheer genoemd. Is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit. Liquiditeitenbeheer Het beheren van de kaspositie door het uitzetten of aantrekken van middelen voor een periode tot één jaar. Liquiditeitenplanning De liquiditeitenplanning is gericht op het toekomstig beheer. Een liquiditeitenplanning kan de geld- en kapitaalmarktactiviteiten ondersteunen doordat deze inzicht geeft in tijdstip, omvang en periode waarvoor financieringsmiddelen moeten worden aangetrokken en kunnen worden uitgezet. Voorwaarde voor een actieve liquiditeitenplanning is een goed inzicht in het toekomstig liquiditeitenverloop. Liquiditeitspositie De mate waarin op korte termijn aan de opeisbare verplichtingen kan worden voldaan. Rating De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier (kwaliteitsoordeel voor banken enz.). Renterisico Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen. Renterisicobeheer Het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat in de toekomst de rentelasten van het vreemd vermogen hoger respectievelijk dat de renteopbrengsten van activa lager zullen zijn dan een bestuurlijk wenselijk geacht niveau, c.q. het in de meerjarenraming en begroting geraamd niveau. Renterisiconorm Een bij aanvang van het jaar op basis van de Wet fido gefixeerd percentage van het totaal van het begrotingstotaal van de gemeenschappelijke regeling dat bij herfinanciering niet mag worden overschreden. Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningenvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding (wet Fido, artikel 1, lid c). Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkeling, uitgaande van een aantal rentebepalende factoren, op basis waarvan een financierings- en beleggingsbeleid wordt gevoerd. Risicoprofiel Geeft aan in welke mate een organisatie risico’s loopt. Saldobeheer Omvat het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen. Solvabiliteitsratio Een verhoudingsgetal dat als hulpmiddel kan dienen bij het verkrijgen van inzicht in de solvabiliteit van een organisatie/land. Uitzetting Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer. Valutarisicobeheer Het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat op een bepaald moment de waarde van de vreemde valuta-stromen, uitgedrukt in eigen valuta, afwijkt van hetgeen verwacht werd op het beslissingsmoment. Vastrentende waarde Verzamelnaam voor beleggingen waarop in beginsel een vaste rentevergoeding en een vaste looptijd geldt (risicomijdend). Voorbeelden van zijn obligaties, onderhandse leningen en hypotheken. Vermogenswaarde Het geheel van de in geld uitgedrukte waarde van de bezittingen aan goederen en vorderingen (activa en passiva). 2.2Doelstellingen van de treasuryfunctie GGD IJsselland onderscheidt vijf doelstellingen van de treasuryfunctie: Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities. Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut. Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk zijn geregeld. 2.3Uitgangspunten risicobeheer Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten: GGD IJsselland mag leningen of garanties uit hoofde van de “publieke taak” uitsluitend verstrekken na goedkeuring van het algemeen bestuur en door het algemeen bestuur goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies van financieel adviseur (intern) wordt ingewonnen over de financiële positie en de kredietwaardigheid van de betreffende partij. GGD IJsselland kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent karakter (bedachtzaam) hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd via de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. 2.4Renterisicobeheer De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet fido. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet fido. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie. De rentevisie van de gemeenschappelijke regeling wordt jaarlijks opgesteld. Binnen de kaders gesteld onder lid 3 en lid 4, streeft GGD IJsselland naar spreiding in de rentetypische looptijden van uitzettingen. 2.5Koersrisicobeheer GGD IJsselland beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend de producten met vastrentende waarde te hanteren. Ook beperkt GGD IJsselland de koersrisico’s door conform artikel 7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de liquiditeitenplanning. 2.6Kredietrisicobeheer Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van treasury geldt het volgende uitgangspunt: Bankrelaties dienen, wat betreft hun kredietwaardigheid, minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld aan financiële ondernemingen gevestigd in landen die behoren tot de Europese Economische Ruimte (EER). Het land moet beschikken over minimaal een AA-rating, toegekend door minimaal twee van de erkende ratingbureaus. Dit zijn Moody's, Fitch en Standard & Poors.Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak worden indien mogelijk zekerheden of garanties geëist. Bij het uitzetten van gelden, afhankelijk van de grootte van het bedrag, streeft GGD IJsselland ernaar om de risico’s te spreiden. 2.7Intern liquiditeitsrisicobeheer GGD IJsselland beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar), alsmede een meerjarige liquiditeitenplanning met een looptijd van minimaal vier jaar. 2.8Valutarisicobeheer Valutarisico’s worden door GGD IJsselland uitgesloten door leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. 2.9Financiering Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende uitgangspunten: Financieringen worden enkel aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn: onderhandse leningen en kasgeldleningen. GGD IJsselland vraagt een schriftelijke en/of telefonische offerte op bij minimaal twee instellingen voordat een financiering wordt aangetrokken. Collegiale financiering (bijvoorbeeld gemeenten/provincies) is mogelijk, na goedkeuring door het algemeen bestuur. 2.10Langlopende uitzettingen Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer geldt het volgende uitgangspunt: Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de artikel 4,5 en 6 genoemde voorwaarden. 2.11Relatiebeheer GGD IJsselland beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.