Beleidsregels Commerciële huurprijs en inkomsten uit commerciële verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon; overwegende dat het wenselijk is regels te stellen over het beleid ten aanzien van het verlagen van de uitkering bij commerciële huurprijs en bij inkomsten uit verhuur en kostgeld; gelet op 19a, eerste lid, onderdeel b of c, artikel 20a en artikel 33, vierde lid, 4 van de Participatiewet; gelet op artikel 1:3 lid 4 en 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit: vast te stellen de Beleidsregels Commerciële huurprijs en inkomsten uit commerciële verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026 Artikel1.Begripsbepalingen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hollands Kroon; wet: de Participatiewet met inbegrip van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz); uitkering: de door het college verleende bijstand in het kader van de Participatiewet en de uitkering in het kader van de IOAW en IOAZ; woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel c van de Wet op de huurtoeslag, alsmede woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3 lid 6 Participatiewet; huurprijs: de huurprijs als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag basishuur: het inkomensafhankelijke bedrag dat een huurtoeslaggerechtigde altijd zelf moet betalen. Dit is een wettelijk vastgestelde eigen bijdrage en vormt de ondergrens bij de berekening van huurtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe dichter dit bedrag bij de minimum basishuur ligt; huurder: een huurder als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Wet op de huurtoeslag kostganger: de huurder die op grond van de overeenkomst ook maaltijden van de verhuurder afneemt; Nibud-prijs: prijs voor goederen of voorzieningen zoals jaarlijks vastgesteld door Nibud; Vtlb-rapport (Vrij te laten bedrag): een door de Werkgroep Rekenmethode Vtlb van Recofa (Rechters-commissarissen in faillissementen) vastgestelde richtlijn die de berekeningsmethode van het vrij te laten bedrag regelt bij toepassing van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp; wet: Participatiewet. Artikel2.Toepasselijkheid De beleidsregels gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze beleidsregels alleen als beide echtgenoten 21 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd zijn. Artikel3.Zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder De belanghebbende moet de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in artikel 19a, eerste lid, onderdeel b of c, van de wet, bij het college inleveren. Het college beoordeelt of sprake is van een zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder aan de hand van de volgende criteria: er is geen sprake van een 1e of 2e graad bloedverwantschap tussen verhuurder en huurder; het onder te huren deel van de woning is geschikt voor bewoning en de kamerbewoner staat ingeschreven in de basisadministratie van de gemeente op het onderhuuradres; de wederzijdse rechten en verplichtingen zijn nauwkeurig in de overeenkomst afgebakend; er is een commerciële prijs overeengekomen, als bedoeld in artikel 4a, 4b of 5 van deze beleidsregels; uit de overeenkomst blijken periodieke prijsverhogingen; belanghebbende kan aantonen dat de commerciële prijs wordt betaald (bankafschriften/betalingsbewijzen). Artikel4a.De commerciële huurprijs voor een zelfstandige woning in de sociale woningbouw Er is in principe sprake van een commerciële prijs bij (onder-) (ver-)huur als de huurprijs minimaal de basishuur bedraagt. Als de huurprijs inclusief de water- en energielasten is (all-in huur), wordt in principe onder de commerciële prijs verstaan een bedrag van ten minste 100/60 x de basishuur. Artikel4b.De commerciële huurprijs in alle overige huursituaties Het college beoordeelt in de overige huursituaties (zoals kamerhuur) de vraag of sprake is van een zakelijke relatie tussen verhuurder en huurder aan de hand van de volgende uitgangspunten: de verhouding tussen prijs en geleverde prestaties is in het commerciële verkeer gebruikelijk; indien de verhuurder een bedrijf of woningbouwvereniging betreft, mag verondersteld worden dat de huurprijs commercieel is en er geen beoordeling door het college nodig is; per individu worden alle individuele omstandigheden ter beoordeling gewogen; de huur is door de huurcommissie vastgesteld in het puntensysteem. Artikel5.De commerciële huurprijs bij kostgangers 1.Van een commerciële prijs bij kostgangers is sprake als er een prijs is overeengekomen van in elk geval: de commerciële prijs, bedoeld in artikel 4a, vermeerderd met een bedrag voor de maaltijden. 2.Bij het bedrag voor de maaltijden dient uitgegaan te worden van de normbedragen voor voeding in het Vtlb rapport van de werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa , omgerekend naar een bedrag per maand. Het maandbedrag voor de maaltijden wordt jaarlijks opnieuw berekend op basis van het meest recente Vtlb rapport en naar boven afgerond op hele euro’s. 3.Bij levering van andere diensten door de kostgever dan enkel maaltijden, dient bij bepaling van de commerciële prijs uitgegaan te worden van de voor die diensten geldende Nibud prijzen. Bij bepaling van de commerciële prijs dient de verhouding tot zowel de geleverde prestaties als hetgeen in het commerciële verkeer gebruikelijk is, in de beoordeling meegenomen te worden. Artikel6.Verrekenen van inkomsten ingeval van commerciële verhuur en kostgangers 1.De inkomsten uit commerciële verhuur worden op grond van artikel 33 lid 4 van de wet op de uitkering van belanghebbende in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de verhuurder in verband met de verhuur maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke). 2.De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), worden op grond van artikel 33 lid 4 van de wet op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van een forfaitair bedrag per maand voor de kosten die de kostgever in verband met het kostgeverschap maakt (kosten voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke alsmede kosten voor de maaltijden). 3.Voor de kosten (forfaitair bedrag) die de verhuurder maakt in verband met verhuur en kostgeverschap, zoals aangegeven in het eerste en tweede lid, dienen normbedragen uit het in het Vtlb rapport van de werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa met betrekking tot het verhuurde en de maaltijden als uitgangspunt te worden genomen, omgerekend naar een bedrag per maand. 4.Het forfaitair bedrag als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt jaarlijks bijgesteld op basis van het meest recente Vtlb rapport, naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel7.Bijzondere omstandigheden Het college handelt overeenkomstig deze beleidsregels, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen Artikel8.Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels Commerciële huurprijs en inkomsten uit verhuur en kostgeld Hollands Kroon Participatiewet 2026”. Artikel9.Inwerkingtreding Deze beleidsregels treden in werking op de dag na de bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.