← Nederland

Verordening bedrijfsinvesteringszone Vastgoed Binnenstad Woerden 2026 (Woerden)

Verordening bedrijfsinvesteringszone Vastgoed Binnenstad Woerden 2026De raad van de gemeente Woerden; gelezen het voorstel d.d. 11 november 2025 van: burgemeester en wethouders gelet op de Wet op de bedrijveninvesteringszones; gezien de uitvoeringsovereenkomst gesloten met stichting BIZ Vastgoed Woerden; b e s l u i t: vast te stellen de: Verordening bedrijveninvesteringszone Vastgoed Binnenstad Woerden 2026 HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: bedrijveninvesteringszone: het op de bij deze verordening behorende kaart aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente; uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente en Stichting BIZ Vastgoed Woerden op [datum] gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet; wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones. HoofdstukII Belastingbepalingen Artikel2.Belastbaar feit en aard van de belasting 1.Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2.De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel3.Voorwerp van de belasting 1.Voorwerp van de belasting is een onroerende zaak. 2.Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel4.Belastingplicht 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven van de eigenaar, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft van een in de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaak. 2.Als eigenaar wordt aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel5.Maatstaf van heffing 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2.Indien met betrekking tot de onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel6.Vrijstellingen 1.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs;] onroerende zaken die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de elektriciteitsvoorziening (trafo’s) en (tele)communicatie; onroerende zaken voor zover die bestemd en in gebruik zijn als verzorgingshuis of bibliotheek; onroerende zaken die in gebruik zijn als opslagruimte, werkplaats en/of stallingsruimte. Artikel7.Tarief BIZ-bijdrage Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt per belastingjaar voor de eigenaar: 0.1813% van de heffingsmaatstaf met een minimumbedrag van € 350 en een maximumbedrag van € 1450 per bijdrageplichtige. Artikel8.Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel9.Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel10.Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 5 jaar. HoofdstukIII Subsidiebepalingen Artikel11.Buiten toepassing Algemene subsidieverordening Woerden Op de subsidie op grond van deze verordening is de Algemene subsidieverordening Woerden niet van toepassing. Artikel12.Aanwijzing Stichting BIZ Vastgoed Woerden wordt aangewezen als de stichting bedoeld in artikel 7 van de wet, waarmee een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:36 van de Algemene wet bestuursrecht is gesloten, waarin is bepaald dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt verplicht moeten worden verricht. Artikel13.Subsidieverlening 1.De subsidie wordt jaarlijks door het college verleend aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst. De subsidie wordt verleend op een daartoe gedane aanvraag, die vergezeld moet gaan van de in de uitvoeringsovereenkomst genoemde stukken.2. De subsidie wordt bepaald op de jaarlijks ontvangen BIZ-bijdragen. 2.De subsidie bedraagt maximaal het be 3.drag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen. Het college brengt voor de inning van de heffing 2 procent perceptiekosten in rekening. Artikel14.Subsidieverplichtingen Naast de in artikel 4:37 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde verplichtingen kunnen aan de stichting ook andere doelgebonden verplichtingen worden opgelegd. Deze verplichtingen zijn opgenomen in de met de stichting gesloten uitvoeringsovereenkomst. Artikel15.Subsidievaststelling 1.De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst wordt verstrekt aan de in artikel 12 aangewezen stichting. 2.De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen. Het college brengt voor de inning van de heffing 2 procent perceptiekosten in rekening. Artikel16.Melding van relevante wijzigingen De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van: meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie, een wijziging van de statuten, verandering of beëindiging van activiteiten. HoofdstukIV Slotbepalingen Artikel17.Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. Artikel18.Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening bedrijveninvesteringszone Binnenstad Woerden 2026 Aldus besloten door de raad van de gemeente Woerden in zijn openbare vergadering, gehouden op 18 november 2025. De griffier, mevrouw Fransje E.H.M. Backerra De voorzitter,mevrouw Monique M. Bonsen-LemmersBijlagebehorendebij de Verordening bedrijveninvesteringszone Vastgoed Centrum Woerden 2026 [Als aangewezen gebied, bedoeld in artikel 1 van de Verordening bedrijveninvesteringszone Vastgoed Centrum Woerden geldt het op onderstaande kaart aangegeven gebied binnen de singels van Woerden. Behoort bij raadsbesluit van 18 november 2025 De griffier van Woerden

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.