ember 2010 no. 18854-1; gezien het advies van de raadscommissie Samenlevingszaken; gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagorganen op 15 september 2010; gelet op artikel 102, lid 5 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 100, lid 5 van de Wet op de expertisecentra, artikel 76m, lid 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs; overwegende dat het noodzakelijk is om een procedure vast te stellen voor het overleg tussen het college van burgemeester en wethouders en schoolbesturen over de lokale onderwijshuisvesting B E S L U I T: Reglement inzake procedure overleg huisvesting onderwijs gemeente Noordoostpolder vast te stellen. Artikel1.Begripsbepalingen. In dit Reglement wordt verstaan onder: bevoegd gezag: het bestuur van een volgens de Wet op het Primair Onderwijs, de Interimwet op het Speciaal Onderwijs en het Voortgezet Speciaal Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, voor speciaal onderwijs/voor voortgezet speciaal onderwijs/voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs/voor algemeen voortgezet onderwijs/voor voorbereidend beroepsonderwijs, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; bestuurlijk overleg: het op overeenstemming gerichte overleg tussen het college en de bevoegde gezagsorganen als bedoeld in artikel 102, vijfde lid, van de Wet op het Primair Onderwijs, artikel 100, vijfde lid, van de Wet op de Expertisecentra en voortgezet speciaal onderwijs en artikel 76m, vijfde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; college: het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder; verordening voorzieningen huisvesting onderwijs: de vast te stellen of te wijzigen Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs als bedoeld in artikel 76, eerste lid, van de Wet op het basisonderwijs, artikel 84, eerste lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en artikel 76m, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; advies van de Onderwijsraad: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 76, zesde lid, van de Wet op het basisonderwijs, artikel 84, zesde lid, van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en artikel 76m van de Wet op het voortgezet onderwijs. Artikel2.Uitnodiging. 1.Alvorens het college een voorstel aan de raad doet over de vaststelling of wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs, wordt de voorgenomen inhoud van dit voorstel met een toelichting daarop en de inventarisatie als bedoeld in artikel 4, toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen. 2.De toezending geschiedt onder bekendmaking van de plaats, de datum en het tijdstip waarop het bestuurlijk overleg hierover zal aanvangen. Tussen de datum van de toezending van het voorstel en de datum van het overleg liggen ten minste twee weken. Artikel3.Secretariaat. Het college voert het secretariaat van het bestuurlijk overleg. Artikel4.Voorbereiding. Het bestuurlijk overleg kan worden voorafgegaan door een voorbereidend overleg tussen vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen en het college. Dit voorbereidend overleg wordt afgerond met een inventarisatie van de onderwerpen waarover wel en waarover geen overeenstemming is bereikt. Artikel5.Vertegenwoordiging. 1.Alle bevoegde gezagsorganen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg. Een bevoegd gezag wijst daartoe een vertegenwoordiger aan, die namens dit bevoegd gezag het bestuurlijk overleg voert. 2.Bevoegde gezagsorganen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het bestuurlijk overleg. Voor het bepalen van het aantal vertegenwoordigers is het gestelde in het eerste lid, tweede volzin, van overeenkomstige toepassing. 3.Het college wordt in het bestuurlijk overleg vertegenwoordigd door de portefeuillehouder onderwijs. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het bestuurlijk overleg. Artikel6.Advies Onderwijsraad. 1.Indien een of meer vertegenwoordigers in het bestuurlijk overleg een advies van de Onderwijsraad wensen over het voorstel tot vaststelling of wijziging van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in relatie tot de vrijheid van richting en vrijheid van inrichting, dan wordt dit tijdens het bestuurlijk overleg door de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van de Onderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen deze onderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. 2.Alle vertegenwoordigers worden in het bestuurlijk overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen naar voren te brengen over het verzoek om advies van de Onderwijsraad. 3.Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbij wordt de Onderwijsraad tevens geïnformeerd over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen voor zover deze afwijken van de inhoud van het verzoek. 4.Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over de vaststelling of wijziging van de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs zoals dat aan de orde is geweest in het bestuurlijk overleg als bedoeld in het eerste en tweede lid, dan worden de bevoegde gezagsorganen bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader bestuurlijk overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies van de Onderwijsraad. 5.Het overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee weken plaats nadat de Onderwijsraad zijn advies heeft uitgebracht. Het college informeert de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.