Programma Volkshuisvesting 2026-20301.Voorwoord Wonen raakt ons allemaal. Het gaat over veel meer dan een dak boven je hoofd. Het gaat over geborgenheid, over ergens thuiskomen. Over een buurt waarin je je kinderen met een gerust hart laat buitenspelen. Over een dorp waar mensen elkaar kennen, groeten en helpen. In Bernheze zijn we gezegend met dat soort gemeenschappen. Dat willen we behouden, en dat vraagt om keuzes. De druk op de woningmarkt is groot. Jongeren moeten noodgedwongen lang thuis blijven wonen. Ouderen die willen doorstromen naar een kleinere, levensloopbestendige woning kunnen die vaak niet vinden. En wie afhankelijk is van zorg of begeleiding, komt soms simpelweg nergens terecht. Als wethouder hoor ik die verhalen dagelijks. Mensen die vastlopen, gezinnen die klem zitten. Dat raakt me – en het bevestigt hoe urgent deze opgave is. Daarom kiezen we in Bernheze voor regie op volkshuisvesting. Dat betekent: zorgen voor voldoende, betaalbare en passende woningen voor iedereen, met extra aandacht voor inwoners die dat het hardst nodig hebben. We werken daarbij met drie bouwstenen (volk(
(2026)We ontwikkelen een publiek toegankelijke kaart met informatie per woningbouwlocatie: aantal geplande woningen; fase van het plan (initiatief, ontwerp, vastgesteld, uitvoering); verwachte start- en opleverdatum; betrokken partijen. Vooruitkijken naar 2035 en verder We starten tijdig met het ontwikkelen van nieuwe woningbouwlocaties voor de periode na
- Hierbij houden we rekening met: de regionale woningbehoefte; de beschikbaarheid van gronden; de ruimtelijke kwaliteit en draagkracht van de kernen. C. Optoppen van bestaande appartementsgebouwen Doel: Met optoppen benutten we de dak- en kapruimte van woningen die al beschikken over infrastructuur (lift, nutsvoorzieningen, parkeren e.d.), waardoor sneller, slimmer en economisch efficiënter nieuwe woningen ontstaan. Hiermee vergroten we de beschikbaarheid van woningen zonder nieuwe grond of grootschalige nieuwbouwlocaties. Beschrijving: Bij optoppen voegen we één of meerdere woonlagen toe boven op bestaande appartementencomplexen of flatgebouwen met een plat of licht hellend dak. Door gebruik te maken van lichte bouwmethoden (bijv. prefab, hout of staal) blijven de extra belasting en bouwtijd beperkt. De nieuwe woningen kunnen worden toegewezen in het segment betaalbare koop- of middelhoog segment, of als geschikte huurwoningen, afhankelijk van de lokale opgave. De nieuwe woonlagen worden gekoppeld aan een integrale aanpak: het bestaand gebouw wordt verduurzaamd (isolatie, installatie-upgrade, liftrealisatie of onderhoud), zodat de optopping mee bijdraagt aan kwaliteit en toekomstbestendigheid. Kader & Uitvoering: Beleidsregels Voor optopprojecten gelden de volgende beleidsregels: Locatieselectie De gemeente merkt een gebouw aan als potentie wanneer het voldoet aan de onderstaande criteria: het gebouw heeft een plat dak of een dakconstructie die optoppen constructief mogelijk maakt; het gebouw bestaat uit minimaal 2/3 woonlagen en ligt binnen de bebouwde kom; Alle etages binnen het complex zijn- of worden toegankelijk per lift. de directe omgeving beschikt over voldoende ruimtelijke capaciteit voor aanvullend programma (groen, ontsluiting, parkeren); de eigenaar/VvE komt met het verzoek voor optopping van het complex Eisen aan het woningbouwprogramma Optopprojecten worden alleen ondersteund wanneer zij minimaal 100% betaalbare woningen toevoegen. Stedenbouw Het plan dient ten alle tijden stedenbouwkundig te passen in de omgeving. De gemeente kan hier per locatie voorwaarden aan stellen. Verduurzamingseis Optoppen is alleen toegestaan wanneer het bestaande gebouw gelijktijdig wordt verduurzaamd tot een minimaal label B, inclusief: verbetering van dakisolatie, aanpak van installaties (ventilatie, warmwater), en waar nodig vervanging liften of entreevoorzieningen. D. Bijwoningen en mantelzorgwoningen als flexibele oplossing Doel: We vergroten het woningaanbod op een ruimtelijk verantwoorde en sociale manier, door woningeigenaren de mogelijkheid te bieden om tijdelijke bijwoningen of mantelzorgwoningen te realiseren op hun eigen perceel. Beschrijving: Bernheze kent veel woningen op ruime percelen. Deze percelen bieden kansen om tijdelijk extra woonruimte te creëren, bijvoorbeeld voor familie, vrienden of andere woningzoekenden. We stimuleren het plaatsen van bijwoningen en mantelzorgwoningen, onder duidelijke voorwaarden: Bijwoningen zijn tijdelijke woonunits (max. 15 jaar) die zonder mantelzorgrelatie binnen de bebouwde kom geplaatst mogen worden. Mantelzorgwoningen zijn bedoeld voor zorgsituaties en kunnen onder voorwaarden toestemmingvrij worden gebouwd. Wel is er een meldplicht zodat we als gemeente weten waar en wanneer de mantelzorgwoningen zijn gerealiseerd. Deze woonvormen dragen bij aan: doorstroming op de woningmarkt; diversiteit in woonvormen; versterking van sociale netwerken; verlichting van woondruk in de kernen. Kader & Uitvoering: Beleidsregels Betreft Basisregel Bijwoningen Bijwoningen mogen ten alle tijden worden gerealiseerd als ze aan de voorwaarden voldoen. Verhuurder van de bijwoning dient aan de hand van het woningwaarderingsstelsel aan te geven of het om sociale- of middenhuur gaat. Zo zal de woning ook worden geregistreerd in de woningvoorraad. Voorwaarden bijwoning Er hoeft geen familiaire of vriendschappelijke relatie te zijn. Woning voor maximaal 2 personen Minimaal 30 m2 gbo per persoon en maximaal 100 m2 groot Verplicht aangesloten op de nutsvoorzieningen van de hoofdwoning Alleen bereikbaar over de grond van de hoofdwoning Is mogelijk binnen de bestaande bouwmogelijkheden van het omgevingsplan Levensloopbestendig en gemakkelijk door mindervaliden te gebruiken woning Er is plaats voor één extra parkeerplekken op eigen terrein bij bijwoningen tot 70m2 gbo. Indien de bijwoning tussen de 70 en 100m2 gbo is dienen er twee parkeerplaatsen extra op eigen terrein te worden gerealiseerd. De bestaande parkeerplaatsen van de hoofdwoning niet meegerekend. Er mag geen aparte oprit worden aangelegd Tijdelijke vergunning voor 15 jaar De vergunninghouder is eigenaar van het stuk grond met daarop de hoofdwoning en daarin woonachtig. De vergunning is persoonsgebonden aan de personen genoemd in de tijdelijke omgevingsvergunning. De vergunning is niet overdraagbaar. De Bijwoning dient op hetzelfde kadastrale perceel te staan als de hoofdwoning. Het perceel met daarop de bijwoning mag niet kadastraal worden gesplitst van de hoofdwoning. Een nieuwe vergunning wordt afgegeven voor maximaal 15 jaar minus de looptijd van de vorige vergunning. De eigenaar verklaart op papier dat hij/zij weet dat de vergunning tijdelijk is, en de risico's kent (denk aan huurrecht, of belastingen) Mantelzorgwoningen Gebruiksvoorwaarden De mantelzorgontvanger moet 55 jaar of ouder zijn of een verklaring hebben van een huisarts, wijkverpleegkundige of sociaal-medisch adviseur. De mantelzorgwoning mag maximaal één huishouden van twee personen huisvesten, waarvan minstens één persoon mantelzorg verleent of ontvangt. De mantelzorgbehoevende kan een (schoon)ouder, kind of ander familielid zijn. De zorgbehoevende kan achter de woning van de mantelzorger wonen of andersom. Na beëindiging van de mantelzorg moet het bouwwerk weer ondergeschikt worden aan het hoofdgebouw. Voorzieningen voor bewoning moeten worden verwijderd en tijdelijke units moeten worden afgebroken. De mantelzorgwoning is bedoeld voor tijdelijke zorg, ongeacht de duur. Na afloop van de zorg moet de woning worden verwijderd of aangepast. Bij verkoop van de woning en verhuizing van een gezin naar de hoofdwoning, moet de mantelzorgwoning worden afgebroken, tenzij de nieuwe eigenaren deze ook als mantelzorgwoning willen gebruiken en voldoen aan de gebruiksvoorwaarden. Bouwvoorwaarden Bijwoningen en mantelzorgwoningen Een bij- of mantelzorgwoning wordt beschouwd als een ‘bijbehorend bouwwerk’. De regels voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk zijn van toepassing op deze woning. Voor woningen in het buitengebied gelden andere regels dan voor woningen binnen de bebouwde kom. Alleen mantelzorgwoningen kunnen onder voorwaarden toestemmingvrij worden gerealiseerd, We hanteren echter wel dezelfde bouwregels voor de vergunningsaanvraag van bijwoningen. Toestemmingvrij bouwen van mantelzorgwoningen kan onder de volgende voorwaarden: Bouwen mag alleen op het achtererfgebied van een bestaande woning. De mantelzorgwoning moet passen binnen de bestaande bouwmogelijkheden. Als het gebouw binnen 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw staat, mag het niet hoger zijn dan het (oorspronkelijk) hoofdgebouw en niet hoger dan 5 meter en 0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw. Als het gebouw verder dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw staat: mag de dakvoet niet hoger zijn dan 3 meter. moet de daknok bestaan uit 2 of meer schuine dakvlakken met een hellingshoek van maximaal 55 graden. Waarbij de hoogte van de daknok niet meer dan 5m en wordt begrensd door de volgende formule: maximale dakhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3 De mantelzorg moet worden verleend vanuit het hoofdgebouw op hetzelfde perceel waar de hulpverlener woont en de hulpvrager ook gaat wonen. Bij oprichting van de mantelzorgwoning maakt de eigenaar van het perceel hier melding van bij de gemeente. Maximale oppervlaktes en aanvullende regels: Er gelden maximale oppervlaktes voor bijgebouwen. Kijk goed naar de voorwaarden bij toestemmingvrij bouwen. Voor mantelzorgwoningen in het buitengebied geldt een uitzondering op de maximale oppervlakte. Een mobiele mantelzorgwoning mag maximaal 100 m² zijn. Deze moet passen binnen het aantal toegestane m² bijgebouwen van het omgevingsplan (artikel 22.37 §22.2.7.3 van het omgevingsplan, bruidsschat) worden geplaatst. De mobile mantelzorgwoning moet verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een woonunit of woonwagen). Ook de eventuele fundering moet verplaatsbaar zijn. Maximale oppervlakte van 100 m². Er mag alleen gebouwd worden op het achtererfgebied bij een bestaande woning. Als het gebouw op minder dan 4 meter van het oorspronkelijk hoofdgebouw staat (de woning van de verzorgers dus), mag het niet hoger zijn dan het oorspronkelijke hoofdgebouw en niet hoger zijn dan 5 meter. Als het gebouw op meer dan 4 meter van het oorspronkelijke hoofdgebouw staat: mag de dakvoet niet hoger zijn dan 3 meter wordt de daknok gevormd door twee of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van 55 graden of minder. De mantelzorg moet dichtbij geboden worden, uit het op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw, dus waar de hulpverlener zelf woont en de hulpvrager ook gaat wonen. E. Splitsen van woningen als slimme inbreiding Doel: We vergroten het aantal beschikbare woningen door het splitsen van bestaande woningen mogelijk te maken, zowel in de kernen als in het buitengebied. Dit draagt bij aan de woningbouwopgave en aan het behoud van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Beschrijving: Bouwen is meer dan nieuwbouw. In Bernheze staan veel grote woningen op ruime percelen, Grote vrijstaande woningen in de kernen en (cultuurhistorische) boerderijen in het buitengebied. Door deze woningen te splitsen, ontstaat op een snelle en ruimtelijk verantwoorde manier extra woonruimte. Buiten de bebouwde kom staan we open voor het splitsen van langevelboederijen. Echter zijn hier vanuit de provincie wel voorwaarden aan verbonden. Hiervoor verwijzen we naar de provinciale maatwerkregeling. Binnen de bebouwde kom maken we het splitsen van woningen mogelijk. Dit is een vorm van inbreiding die goed past bij onze ambitie om compact en efficiënt te bouwen. Elke aanvraag wordt beoordeeld op basis van de kwalitatieve woningopgave per kern. Kader & Uitvoering: Betreft Basisregel Splitsen van woningen De aanvraag voor het splitsen van woningen nemen we in behandeling als er ruimte is in de kwalitatieve opgave in de betreffende woonplaats. Splitsingen voor sociale huurwoningen nemen we altijd in behandeling. Oppervlakte woonhuis Zowel de bestaande als de nieuw gecreëerde woning is na splitsing minimaal 60m2 gbo en heeft een eigen buitenruimte (direct vanuit de woning bereikbaar) van minimaal 3m
- Een gesplitste woning, waarbij de nieuwe woning een oppervlakte van 50m2 gbo heeft, is ook toegestaan, hierbij hanteren we dat de woning verhuurd dient te worden als sociale huurwoning of verkocht dient te worden als sociale koopwoning met de daarbij behorende voorwaarden zoals de instandhoudingstermijn. Parkeren Voor elke toe te voegen woning geldt de daarvoor geldende parkeernorm. Stedenbouw Stedenbouwkundige beoordeling: Iedere aanvraag voor woningsplitsing wordt individueel beoordeeld op basis van de unieke kenmerken van de locatie en de bestaande woning. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met de bestaande bebouwing, de omgeving en de impact op de buurt. Leefbaarheid Indien meer dan 10% van de woningen in straat gesplitst is, kan de gemeente een aanvullend onderzoek vragen om een vergunning te verlenen. Weigering Als de woning minder dan drie jaar geleden is opgeleverd of Indien het splitsingsverzoek niet aan bovenstaande voorwaarden voldoet, kan de vergunning door de gemeente worden geweigerd. Bijdrage groenfonds Voor elke toegevoegde woning draagt men bij aan het groenfonds. F. Passende huisvesting voor internationale werknemers Doel: Zorgen voor veilige, verantwoorde en betaalbare huisvesting voor internationale werknemers, met bescherming tegen uitbuiting en overbewoning, en met behoud van leefbaarheid in onze dorpen. Beschrijving: Internationale werknemers zijn belangrijk voor de lokale en regionale economie. Tegelijk vraagt hun huisvesting om duidelijke regels, zowel ter bescherming van de werknemer als voor de omgeving. Daarom stelt de gemeente Bernheze eisen aan kwaliteit, veiligheid, registratie en bezetting. We voorkomen uitbuiting door te eisen dat internationale werknemers marktconforme huur betalen en niet afhankelijk worden gemaakt van de werkgever voor hun woonadres. Bewoners moeten zich verplicht inschrijven in de BRP op het adres waar zij daadwerkelijk verblijven. Om overlast en druk op de leefomgeving te beperken, geldt dat in reguliere woningen maximaal vier personen per adres zijn toegestaan. Voor grootschalige of logieslocaties geldt een afzonderlijke vergunningplicht en aanvullende eisen voor brandveiligheid, privacy, toezicht en leefbaarheid. Met deze aanpak bieden we internationale werknemers een menswaardige woonplek en zorgen we dat de huisvesting geen druk zet op de beschikbare gezinswoningen of de woonkwaliteit in de dorpen. We zijn geen voorstander van kamergewijze verhuur in de dorpskernen. Liever huisvesten we internationale werknemers in: kernrandzones; vrijkomende agrarische bebouwing. Zo voorkomen we druk op de leefbaarheid in de dorpen en houden we woningen in de kernen beschikbaar voor gezinnen en andere doelgroepen. Het huidige beleid staat kamergewijze verhuur voor internationale werknemers deels toe. Totdat er nieuw beleid is, blijven we dit gebruiken, maar hospitaverhuur en kamergewijze verhuur sluiten we niet uit. Kader & Uitvoering: Nieuw beleid opstellen
(2026)We ontwikkelen in 2026 een nieuw beleidskader voor de huisvesting van internationale werknemers, met aandacht voor: locatiekeuze (voorkeur voor randzones en agrarische bebouwing); woonvormen (geen grootschalige kamergewijze verhuur); leefbaarheid en integratie. Verankering in het Omgevingsplan In het Omgevingsplan nemen we na herziening van het beleid regels op die: kamergewijze verhuur reguleren; locatiecriteria vastleggen; maximale aantallen per locatie kunnen bepalen. Monitoring en evaluatie We volgen: het aantal huisvestingslocaties voor internationale werknemers; de woonvormen die worden toegepast; de impact op leefbaarheid in de kernen. G. Regionale samenwerking aan de woningbouwopgave Doel: De beschikbaarheid van woningen vergroten door nauwe afstemming met regionale partners. Omdat de woningmarkt van Bernheze sterk verweven is met die van omliggende gemeenten en de provincie Noord-Brabant, is regionale samenwerking essentieel om voldoende woningbouw te realiseren. Door gezamenlijke programmering, gedeelde afspraken en structurele afstemming wordt het mogelijk om woningbouwopgaven regionaal te versnellen en te optimaliseren. Beschrijving: De gemeente Bernheze bouwt zelf geen woningen. We zijn voor realisatie afhankelijk van corporaties, ontwikkelaars, aannemers, beleggers en van regionale en provinciale ruimtelijke kaders. Daarom werken we intensief samen binnen de regio Noordoost-Brabant om de totale woningbouwproductie te vergroten en projecten beter op elkaar af te stemmen. Deze samenwerking vindt plaats binnen formele regionale structuren en via vaste maatwerkoverleggen met onze belangrijkste partners. Daarbij richten we ons op het afstemmen van woningbouwaantallen, plancapaciteit, programmering, doelgroepen en fasering. Ook stemmen we regionaal ruimtelijke ontwikkelingen, infrastructuur en duurzaamheid op elkaar af. De woningbouwopgave wordt daardoor niet per gemeente opgelost, maar in gezamenlijkheid, met heldere afspraken over aantallen, type woningen en voortgang. Kader & Uitvoering Regionale samenwerking en afspraken We werken actief samen in regionaal verband via de Regionale Woondeal Noordoost-Brabant en via provinciale overleggen coördineren we woningbouw, ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur. Regionale Woondeal Noordoost-Brabant Gezamenlijke afspraken tussen gemeenten, woningcorporaties, marktpartijen en Rijk over aantallen, fasering, versnelling en betaalbaarheid. Bernheze committeert zich aan deze afspraken en brengt eigen opgaven actief in. Provinciale afstemming Structureel overleg met de provincie Noord-Brabant over woningbouwprogrammering, ruimtelijke ontwikkelingen, woningbouwaantallen, infrastructuur en omgevingskwaliteit. Omgevingsvisie Bernheze 2040 De regionale verwevenheid en gezamenlijke woningbouwopgave zijn hierin beleidsmatig verankerd. Prestatieafspraken met woningcorporaties Jaarlijkse afspraken over sociale huur, verduurzaming, doorstroming, nieuwbouw en beschikbaarheid. Structurele samenwerkings- en voortgangsoverleggen We zetten deze samenwerking breder voort via: Samenwerkingstafel Woningbouw (halfjaarlijks) Overleg met ontwikkelaars, woningcorporaties en andere bouwpartners om projecten te versnellen, knelpunten te adresseren en regionale afstemming te bevorderen. Kwartaaloverleg corporaties Gericht op het bespreken van de voortgang van corporatieprojecten, capaciteitsplanning, vertragingen en kansen voor versnelling. 6.3Bouwsteen 3 - Vesting: Een duurzamere leefomgeving Wonen gaat niet alleen over het huis zelf, maar ook over de omgeving waarin mensen leven. De bouwsteen Vesting richt zich op het versterken van de leefbaarheid en duurzaamheid van onze dorpen. We streven naar woonomgevingen die energiezuinig, klimaatbestendig en sociaal verbonden zijn. Daarbij combineren we ruimtelijke kwaliteit met gemeenschapszin. Leefbaarheid is niet iets wat we achteraf toevoegen; het is het uitgangspunt bij elke ontwikkeling. Zo bouwen we aan toekomstbestendige dorpen waar mensen zich thuis voelen, elkaar ontmoeten en duurzaam kunnen leven. Wie? Leefbaarheid Hoger-doel Duurzamere leefomgeving Subdoelen 3.3.
- Verduurzamen van de woningvoorraad en energietransitie versnellen 3.3.
- Geschikte woningen voor elke levensfase en behoefte 3.3.
- Slimmer benutten van de bestaande woningvoorraad 3.3.
- Een toegankelijke, klimaatbestendige en sociaal leefbare woonomgeving 6.3.
- Subdoel: Verduurzamen van de woningvoorraad en energietransitie versnellen De toekomst van Bernheze is energiezuinig en klimaatbewust. We werken toe naar een gebouwde omgeving die in 2050 volledig energieneutraal en aardgasvrij is. Dat vraagt om samenwerking, innovatie en investeringen in zowel nieuwbouw als bestaande woningen. We ondersteunen inwoners en corporaties bij isolatie, zonnepanelen en duurzame installaties. Door te sturen op beleid, subsidies en prestatieafspraken brengen we de energietransitie in een hogere versnelling. A. Vergunningscriteria voor energieneutrale nieuwbouw Doel: De versnelling van de verduurzaming van de woningvoorraad en het voorkomen van energiearmoede door vanaf 2027 alleen nog vergunningen te verlenen voor gebouw gebonden energieneutrale nieuwbouwwoningen. Beschrijving: We stellen een nieuwe norm: bouwplannen moeten minimaal gebouw gebonden energieneutraal zijn. Dat betekent dat alle energie voor verwarming, koeling en ventilatie wordt opgewekt op of aan de woning. Deze maatregel zorgt ervoor dat: nieuwe woningen geen extra energievraag veroorzaken; bewoners profiteren van lage energielasten en meer wooncomfort; de gemeente voorkomt zo dat er woningen worden gebouwd die later alsnog verduurzaamd moeten worden. Kader & Uitvoering: Omgevingsplan: we nemen een algemene regel op van ruimtelijk bouwen in het Omgevingsplan die stelt dat voor alle nieuwbouwwoningen een energieprestatie (EP) eis van EP ≤ 0 geldt. Deze eis wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning voor bouwen; een aanvraag die niet aan deze eis voldoet, wordt in principe niet ontvankelijk verklaard. We hanteren de landelijke definitie van 'gebouwgebonden energieneutraal' zoals vastgelegd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Praktijkvoorbeeld Situatie: Een projectontwikkelaar wil in Bernheze een plan indienen voor 40 nieuwbouwwoningen. Stap 1 – Toets bij aanvraag De ontwikkelaar levert samen met de vergunningaanvraag een concept energieprestatieberekening (BENG) aan. Daarin moet staan dat elke woning: Nul-op-de-meter is voor gebouwgebonden energie, dus verwarming, koeling en ventilatie worden volledig opgewekt op of aan de woning (bijv. via warmtepomp + PV-panelen). Stap 2 – Gemeente toetst De gemeente controleert of het ontwerp voldoet: Heeft elk huis voldoende zonnepanelen of collectieve opwek? Zijn de installaties goed doorgerekend (warmtepomp, WTW, isolatie)? Wordt er gerekend met realistische verbruiksprofielen? Stap 3 – Vergunningverlening Als het plan voldoet, krijgt het project een omgevingsvergunning. Als het plan niet voldoet (bijvoorbeeld alleen label A+ woningen, maar niet energieneutraal), dan weigert de gemeente de vergunning. De ontwikkelaar moet het plan aanpassen voordat het door kan. Stap 4 – Effect in de praktijk Voor de bewoner betekent dit: géén energielasten meer voor verwarming, koeling en ventilatie. Alleen elektra voor apparaten/verlichting moet nog van het net komen. Voor de gemeente betekent dit: structureel hogere kwaliteit van de woningvoorraad, en minder risico op energiearmoede. Voor de ontwikkelaar betekent dit: rekening houden met extra bouwkosten (ca. € 10.000–15.000 per woning), maar ook met hogere verkoopwaarde omdat de woningen toekomstbestendig zijn. B. Zonoriëntatie als ontwerpprincipe Doel: Het verbeteren van de energieprestatie en duurzaamheid van nieuwbouwwoningen door in stedenbouwkundige ontwerpen rekening te houden met zonoriëntatie. Dit verlaagt de energievraag, verhoogt het wooncomfort en vergroot de opbrengst van zonnepanelen. Beschrijving: Een woning die goed op de zon is gericht, gebruikt minder energie en biedt meer comfort. Door woningen oost-west of zuidgericht te positioneren, benutten we zonlicht optimaal voor passieve verwarming en voor zonnepanelen. Zonoriëntatie wordt een vast onderdeel van ruimtelijke kwaliteit en duurzaam ontwerp in Bernheze. Kader & Uitvoering Binnen de planvorming wordt het volgende advies meegegeven aan ontwerpers en ontwikkelaars: “Het wordt geadviseerd woningen zo te situeren dat ten minste één groot dakvlak geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen en dat bij voorkeur minimaal 70% van het dakoppervlak tussen 9:00 en 17:00 uur zoninstraling ontvangt.” Dit advies ondersteunt het realiseren van energiezuinige en toekomstbestendige woningen. C. Energieneutrale en aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 Doel: Het realiseren van een energieneutrale gebouwde omgeving zonder aardgas in
- Dit draagt bij aan de landelijke klimaatdoelen, verhoogt het wooncomfort en zorgt voor een duurzame en toekomstbestendige woonomgeving. Beschrijving: We zetten in op een stapsgewijze verduurzaming van zowel nieuwbouw als bestaande woningen. Energieneutrale nieuwbouwwoningen wekken hun energie zelf op via zonnepanelen, warmtepompen of warmtenet en hebben goede isolatie. In de bestaande bouw stimuleren we energiebesparing via subsidies, advies en samenwerking met corporaties en zetten we in op het aardgasvrij maken van woningen. Zo maken we de woningvoorraad toekomstbestendig en verminderen we structureel de CO₂-uitstoot. We sluiten aan bij de Zero Emission Building (ZEB) richtlijn vanuit de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Gebouwen die voldoen aan het ZEB-niveau gebruiken weinig energie, hebben efficiënte installaties, gebruiken geen aardgas en wekken zoveel mogelijk hun eigen energie op. De precieze eisen voor nieuwbouw en bestaande bouw worden nog uitgewerkt door het Rijk. Kader & Uitvoering Nieuwbouw: vanaf 2027 geldt een vergunningsplicht voor gebouwgebonden energieneutrale woningen (zie maatregel B). Deze norm wordt juridisch verankerd in het Omgevingsplan. Bestaande bouw: we voeren een gemeentelijk verduurzamingsprogramma uit in samenwerking met woningcorporaties en woningeigenaren. Dit programma richt zich op isolatie, warmtepompen, zonnepanelen en energieadvies. Voor de sociale huursector streven we ernaar dat het corporatiebezit in 2030 gemiddeld energielabel A heeft. Waar mogelijk worden deze woningen voorzien van zonnepanelen. Vanaf januari 2029 zijn alle huurwoningen (corporatie en overig) verduurzaamt naar minimaal energielabel D. Ook bij koopwoningen zetten we in op het verduurzamen van slecht geïsoleerde woningen onder andere middels subsidies en ontzorgingstrajecten. We streven ernaar om in 2030 geen koopwoningen met een EFG-label meer te hebben in Bernheze. Regionale koppeling: we sluiten aan bij landelijke programma’s zoals het Nationaal Isolatieprogramma en de Regionale Energiestrategie Noordoost-Brabant (energieregio). Regionaal zetten we in op ten minste 11% energiebesparing in 2030 t.o.v.
- Voor Bernheze betekent dit dat we de koppeling blijven maken met lokale warmteoplossingen (bijvoorbeeld collectieve warmtenetten of all-electric oplossingen). Monitoring: Jaarlijkse rapportage over de CO₂-uitstoot van de gebouwde omgeving, percentage aardgasvrije woningen, percentage woningen met zonnepanelen en energiebesparing. Ook gaan we onderzoeken hoe we de voortgang van de isolatieopgave kunnen monitoren. D. Circulair bouwen stimuleren Doel: De bouwsector verduurzamen en het gebruik van primaire grondstoffen verminderen door circulair bouwen te stimuleren. Dit draagt bij aan een toekomstbestendige woningvoorraad, lagere milieubelasting en een efficiënter gebruik van materialen. Beschrijving: Circulair bouwen betekent dat materialen en onderdelen van gebouwen later opnieuw gebruikt kunnen worden. Bij nieuwbouwprojecten stellen we eisen aan: het materiaalgebruik (bijv. hergebruikte of biobased materialen), de losmaakbaarheid van constructies (bijv. schroefbaar, demontabel), en de documentatie van toegepaste grondstoffen (bijv. via een materialenpaspoort). Kader & Uitvoering: Programma van eisen: “Bij nieuwbouwprojecten op gemeentelijke gronden geldt dat minimaal 20% van de toegepaste materialen hergebruikt of biobased is. Daarnaast moet minimaal 70% van de constructie losmaakbaar zijn en wordt een materialenpaspoort aangeleverd bij oplevering.” Monitoring: Aantal projecten met materialenpaspoort. Percentage circulair materiaalgebruik in nieuwbouw. E. Innovatie klimaatadaptie Doel: Het stimuleren van innovatieve maatregelen voor klimaatadaptatie, waterbesparing en hittebeperking, zodat onze wijken beter bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden. Beschrijving: We stimuleren pilots die bijdragen aan waterbesparing, koeling en groenere wijken. Denk aan het hergebruik van regenwater voor toiletspoeling, groene daken en gevels of slimme ventilatie. Deze projecten doen we samen met woningcorporaties, bouwbedrijven en het waterschap. Ze sluiten aan bij het programma Groene Gezonde Structuren (GGS) en het Duurzaamheidsakkoord met corporaties. Kader & Uitvoering: Concrete acties: In 2030 heeft minimaal 25% van de nieuwbouwprojecten ervaring met ten minste één klimaatadaptieve maatregel (zoals regenwaterhergebruik of groene daken). Monitoring: Aandeel nieuwbouw met klimaatadaptieve maatregelen. 6.3.2.Subdoel: Geschikte woningen voor elke levensfase en behoefte De woningvoorraad in Bernheze moet meebewegen met het leven van haar inwoners. Of het nu gaat om starters, gezinnen of senioren: iedereen moet een woning kunnen vinden die past bij zijn of haar levensfase. Daarom stimuleren we levensloopbestendige en zorggeschikte woningen, zodat inwoners langerzelfstandig kunnen blijven wonen. Door goede spreiding over de kernen en samenwerking met zorgaanbieders maken we wonen en zorg beter op elkaar afgestemd. A. Levensloopbestendig bouwen als norm Doel: Structureel meer levensloopbestendige woningen realiseren, zodat inwoners – ook bij ouderdom of fysieke beperking – in hun eigen dorp en woning kunnen blijven wonen en gedwongen verhuizingen worden voorkomen. Beschrijving: In elk nieuwbouwproject realiseren we levensloopbestendige woningen. Deze woningen zijn gelijkvloers of eenvoudig aanpasbaar en beschikken over essentiële voorzieningen op de begane grond, zoals een slaapkamer en badkamer. Dit bevordert doorstroming, voorkomt zorgverhuizingen en versterkt sociale samenhang. We differentiëren per locatie: in centra kan het aandeel levensloopbestendig oplopen tot 100%, in het buitengebied ligt het lager. Deze norm wordt in 2026 verwerkt in het afwegingskader en juridisch verankerd in het Omgevingsplan. Kader & Uitvoering Programmering levensloopbestendige woningen Basisscenario 2024 2030 (opgave) 2040 (opgave) Nultreden (in regulier wonen) 320 395 (+75) 535 (+215) Trendscenario 2024 2030 (opgave) 2040 (opgave) Nultreden (in regulier wonen) 320 395 (+75) 535 (+215) B. Woningaanpassingen in de bestaande voorraad Bestaande woningen toegankelijker en toekomstbestendiger maken, zodat meer inwoners langer zelfstandig thuis kunnen wonen. Beschrijving: Niet iedereen kan of wil verhuizen. Daarom stimuleren we dat bestaande woningen worden aangepast – denk aan trapliften, drempelvrije doorgangen, aangepaste badkamers of slimme domotica toepassingen. Dit gebeurt deels via de Wmo, maar ook via gemeentelijke subsidies en woningcorporaties. Door de toegankelijkheid van de bestaande voorraad te verbeteren, voorkomen we zorgverhuizingen, bevorderen we doorstroming en ondersteunen we mantelzorg. Kader & Uitvoering Concrete acties: Samenwerking: woningcorporaties, zorg- en welzijnspartners signaleren bewoners die baat hebben bij aanpassing. Communicatie: via wijkteams en huisartsen inwoners actief informeren over aanpassingsmogelijkheden en subsidies. Monitoring: Aantal aangepaste woningen per jaar; Aantal aanvragen via Wmo en gemeentelijke regeling; Tevredenheid van bewoners over aanpassing en doorstroom. C. Hittebestendige maatregelen bij bestaande bebouwing Doel: De gezondheidsrisico’s van hitte beperken en het wooncomfort verbeteren, met extra aandacht voor ouderen, mensen met een zorgbehoefte en lage inkomens. Beschrijving: De zomers worden warmer en woningen warmen sneller op. Vooral ouderen en mensen met een beperking lopen gezondheidsrisico’s. Daarom adviseren we hittebestendige maatregelen zoals: buitenzonwering en zonwerend glas, vergroening van gevels en daken, schaduwrijke buitenruimtes en ventilatiemogelijkheden. Het Programma Volkshuisvesting streeft naar een hittebestendige woningvoorraad in
- We richten ons zowel op particuliere woningen als corporatiebezit, zodat niemand buiten de boot valt. Kader & Uitvoering Bewustwording en gedrag: Jaarlijkse voorlichtingscampagne via bv. De gemeentelijke bewustwording campagne duurzaamheid, wijkteams, huis-aan-huisbladen en sociale media. Praktische tips over ventileren, zonwering, vergroening en energiezuinig koelen. Monitoring: aantal campagnes uitgevoerd onder de bewustwordingscampagne duurzaamheid. aantal bereikte huishoudens via campagne. 6.3.3.Subdoel: Slimmer benutten van de bestaande woningvoorraad Nieuwe woningen bouwen is niet altijd de enige oplossing. Een groot deel van de opgave ligt in het slimmer gebruiken van wat er al is. We stimuleren woningsplitsing, woningdelen, tijdelijke bewoning, doorstroming en het ombouwen van leegstaand vastgoed. Zo vergroten we de woonruimte zonder extra ruimtebeslag. Dit vraagt om maatwerk, duidelijke regels en samenwerking met inwoners die bereid zijn hun woning of erf te delen. A. Ouderen helpen kiezen: de seniorenwooncoach Doel: Ouderen ondersteunen bij hun toekomstige woonkeuzes en doorstroming bevorderen, zodat woningen vrijkomen voor nieuwe doelgroepen. Beschrijving: Samen met woningcorporaties en welzijnspartijen starten we een (senioren)wooncoach. Deze coach helpt inwoners bij vragen over verhuizen, woningaanpassing of levensloopbestendig wonen. Kader & Uitvoering Opstart Seniorenwooncoach Start wooncoachproject in samenwerking met corporaties en welzijnspartijen in. Daarmee ondersteunen we ouderen bij hun toekomstige woonbehoefte en bevorderen we doorstroming. De wooncoach begeleidt jaarlijks minimaal 25/40/50 senioren bij woonkeuzes en mogelijke verhuisopties. B. Beter benutten van bestaande woningen Doel: Het creëren van extra woonruimte door bestaande woningen slimmer te benutten, zodat de druk op de woningmarkt afneemt en meer mensen betaalbaar kunnen wonen. Beschrijving: Bij woningdelen wonen meerdere alleenstaanden (vanaf 18 jaar) samen in één woning. Ze hebben ieder een eigen slaapkamer en delen voorzieningen zoals de keuken, badkamer en woonkamer. Woningdelen biedt voordelen: betaalbaarheid: lagere woonlasten per persoon; efficiënt ruimtegebruik: geen extra bouwgrond nodig; sociale cohesie: gedeeld wonen kan leiden tot meer onderlinge steun. Het is een passende oplossing voor mensen die zelfstandig willen wonen, maar geen toegang hebben tot een eigen woning. Tegelijkertijd benutten we de bestaande woningvoorraad beter. Kader & Uitvoering Omgevingsplanregel: “Woningdelen is toegestaan in woningen van toegelaten instellingen. Per woning geldt een maximum van 3 volwassen bewoners zonder gezinsrelatie. Voorwaarden: woningdelen is alleen toegestaan bij huurwoningen van een toegelaten instelling. minimaal één privéruimte per persoon gedeelde keuken en leefruimte eigen- of gedeeld sanitair (minimaal 1 sanitaire ruimte per 2 bewoners) moet passen binnen de parkeernormen Pilotprogramma: Start in 2026 een pilot met meerdere varianten van woningdelen in samenwerking met corporaties. Communicatie: actieve voorlichting over hospitaverhuur en woningdelen. Monitoring: jaarlijkse rapportage over aantal gerealiseerde deelwoningen en splitsingen. C. Duidelijke regels voor voormalige bedrijfswoningen Doel: Zorgen voor veilig en leefbaar wonen in het buitengebied, zonder aantasting van de ruimtelijke kwaliteit. Beschrijving: We stellen heldere regels op voor het bestemmen van voormalige bedrijfswoningen in het buitengebied. Deze woningen in het buitengebied en hebben een andere ruimtelijke context dan reguliere woningen. Door voorwaarden te stellen, zoals minimale afstand tot het oorspronkelijke bedrijf of geurbelastinggrenzen, zorgen we voor een passende en veilige woonomgeving. Kader & Uitvoering Omgevingsplanregel: “Een voormalige bedrijfswoning mag worden omgezet naar reguliere woning als wordt voldaan aan: een maximale geurbelasting van 20 OUe/m³, een minimale afstand van 50 meter tot het voormalige bedrijf, geen nieuwe bedrijfswoning bij het oorspronkelijke bedrijf toegestaan.” Toetsing vindt plaats bij de omgevingsvergunning. D. Realiseringsprogramma flexwoningen Doel: Het structureel en programmatig realiseren van een voorraad hoogwaardige, tijdelijke flexwoningen om acute woonnood op te vangen voor spoedzoekers, starters, arbeidsmigranten en mensen in een overgangssituatie, zodat zij niet tussen wal en schip raken en de druk op de permanente woningvoorraad wordt verminderd. Beschrijving: We programmeren flexwoningen voor spoedzoekers, starters, arbeidsmigranten of mensen in een overgangssituatie. Flexwoningen kunnen relatief snel geplaatst worden en zijn vaak tijdelijk van aard. Door flexibel in te spelen op acute woonbehoeften, zorgen we voor een meer toegankelijke woningmarkt en voorkomen we dat mensen tussen wal en schip raken. De locaties en doelgroepsbenadering stemmen we zorgvuldig af met lokale partners. Kader & Uitvoering Programma Flexwonen 2025–2030: realisatie van circa 70 flexwoningen tot
- we wijzen twee locaties aan voor de realisatie van flexwoningen. tijdelijkheid: vergunning maximaal 15 jaar, herijking na 10 jaar. Monitoring: aantal gerealiseerde eenheden opnemen in de Volkshuisvestingsmonitor. E. Communicatiecampagne Thuispoort Doel: Inwoners bewust maken van het belang van tijdige inschrijving bij het woonruimteverdeelsysteem Thuispoort, zodat kansen op een woning worden vergroot. Beschrijving: Veel inwoners weten niet dat je je op tijd moet inschrijven bij Thuispoort om kans te maken op een sociale- of midden huurwoning. Daarom starten we een gerichte communicatiecampagne. We leggen op een duidelijke en begrijpelijke manier uit: waarom inschrijven belangrijk is; hoe de inschrijving werkt; en waarom het goed is om je gegevens actueel te houden. De campagne richt zich op alle doelgroepen: van jongeren en starters tot senioren. We gebruiken lokale kanalen zoals dorpsbladen, sociale media, wijkteams, scholen en maatschappelijke organisaties. Zo zorgen we ervoor dat de informatie iedereen bereikt. Kader & Uitvoering Communicatie: we ontwikkelen informatie op maat voor specifieke doelgroepen: jongeren, starters, senioren, en doelgroepen met urgentie of speciale behoeften. Dit omvat uitleg over inschrijving, wachttijden, en voorrangsregels. Campagne: jaarlijks voeren we een gerichte communicatiecampagne (bijvoorbeeld voorlichtingsartikelen, sociale media, bijeenkomsten). Bereik: doel dat alle 18-jarigen binnen 6 maanden na hun verjaardag bekend zijn met Thuispoort. Samenwerkingspartners: samenwerking met corporaties, scholen, wijkteams en maatschappelijke organisaties voor verspreiding informatie. Monitoring: jaarlijkse rapportage van aantal nieuwe inschrijvingen Thuispoort, leeftijdsopbouw nieuwe inschrijvers en bereik van de campagne (aantal views/lezers/deelnemers). F. Woningbouw in kernrandzones onderzoeken Doel: Onderzoeken of en hoe we in de kernrandzones op een zorgvuldige manier kleinschalige woningbouw kunnen realiseren, zonder afbreuk te doen aan het landschap, de natuur, cultuurhistorie of bodemkwaliteit. Beschrijving: De overgangszone tussen kern en buitengebied biedt soms ruimte voor nieuwe woningen. Alleen als dit leidt tot kwaliteitsverbetering van het gebied en binnen duidelijke voorwaarden. We kijken per locatie naar: de ruimtelijke kwaliteit; de natuur- en landschapswaarden; de geschiktheid van de bodem; en de aanwezigheid van intensieve veehouderijen. Woningbouw in deze zones kan worden gekoppeld aan kwaliteitsverbetering van het buitengebied, zoals het saneren van agrarische bebouwing of het toevoegen van groen. We nemen deze ontwikkelingen mee in een integrale gebiedsaanpak, samen met thema’s als mobiliteit, water en klimaat. Deze integrale gebiedsaanpak noemen we de ruimtelijke ontwikkelkaart. Kader & Uitvoering Wat zijn kernrandzones: Kernrandzones zijn overgangsgebieden tussen de bebouwde kom en het buitengebied, aangeduid in de Omgevingsvisie als mixgebieden of groene gezonde cirkels. Deze zones hebben een dubbel karakter: ze liggen dicht bij voorzieningen, maar grenzen aan agrarisch gebied en waardevolle landschappen. Bebouwing in deze zones vraagt om zorgvuldigheid en kwaliteitsverbetering. Indien we hier bouwen, moet dit bijdragen aan: Klimaatadaptatie (bijv. waterberging, hittestressreductie). Natuur en biodiversiteit (bijv. landschapsinpassing, vergroening). Recreatie en leefkwaliteit (bijv. groene routes, ontmoetingsplekken). Het nettoresultaat voor deze opgaven moet altijd positief zijn. Het herstel van wijstgronden mag door nieuwe ontwikkelingen niet onmogelijk worden gemaakt, of moet integraal in het plan worden opgenomen. Kaart en QuickScan kernrandzones: we maken een GIS-kaart van alle kernrandzones binnen Bernheze en voeren voor iedere zone een QuickScan uit op: nabijheid bebouwde kom/infrastructuur, ecologie (Natura2000/natuurwaarden), cultuurhistorie/monumenten, bodem/grondwater, stikstofgevoeligheid, aanwezigheid/intensiteit veehouderijen. Deze locaties worden weergeven met ‘kansrijk', ‘voorwaardelijk’ en ‘onhaalbaar'. Voorwaarden voor wijzigingen van het omgevingsplan: woningbouw alleen toegestaan als sprake is van kwaliteitsverbetering buitengebied (bijv. sanering intensieve veehouderij of landschapsinpassing), maximaal X woningen per locatie (te bepalen in afwegingskader), behoud en versterking van cultuurhistorische en landschappelijke waarden. woning voldoet aan de eisen zoals opgenomen in het Beeldkwaliteit plan Nieuwe woningen Buitengebied. G. Samenwerken aan langer thuis wonen Doel: De samenwerking tussen zorg, welzijn en volkshuisvesting versterken, zodat mensen langer zelfstandig kunnen wonen. Beschrijving: Om inwoners te ondersteunen bij het langer zelfstandig wonen, werken we intensief samen met bestaande programma’s zoals: Groene Gezonde Structuren (GGS) en Breed Maatschappelijk Beleid (BMB). Deze samenwerking richt zich op: valpreventie, eenzaamheid tegengaan, toegankelijke en veilige woonomgevingen, groene en klimaatbestendige wijken, en het verbinden van wonen met zorg en welzijn. Kader & Uitvoering Om dit doel te bereiken, werken we aan de volgende concrete acties en kaders: Structurele samenwerking: Structureel overleg met GGS- en BMB-programma’s om voortgang en knelpunten te bespreken. Projectafspraken: jaarlijks projecten uitvoeren die bijdragen aan langer zelfstandig wonen (bijv. groene ontmoetingsplekken, preventieprogramma’s, woningaanpassingen). Uitvoering Programma Volkshuisvesting: Jaarlijkse herziening van het uitvoeringsprogramma Volkshuisvesting op basis van de Woonzorgvisie. Dit borgt de koppeling tussen volkshuisvesting, zorg en welzijn. 6.3.4.Subdoel: Een toegankelijke, klimaatbestendige en sociaal leefbare woonomgeving Een goede leefomgeving is veilig, groen en sociaal. We willen dat inwoners zich prettig voelen, elkaar kunnen ontmoeten en beschermd zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Daarom zetten we in op vergroening, klimaatadaptieve maatregelen, sociale menging en toegankelijkeopenbare ruimte. Via prestatieafspraken, groennormen en bewonersinitiatieven bouwen we aan dorpen waar duurzaamheid en samenleven hand in hand gaan. A. Koel bouwen: lichte kleuren tegen opwarming Doel: Voorkomen dat woningen en buurten te warm worden door lichte gevel- en dakkleuren te adviseren bij nieuwbouw. Dit helpt tegen hittestress en verhoogt het wooncomfort. Beschrijving: Vanaf 1 januari 2027 adviseren we dat woningen in een lichte kleurstelling (LRV ≥ 50) worden uitgevoerd. Lichte kleuren weerkaatsen zonlicht en houden woningen en de omgeving koeler. Dit is vooral belangrijk voor kwetsbare bewoners zoals ouderen of mensen met gezondheidsproblemen. Kader & Uitvoering: Adviseren bij alle nieuwbouwprojecten vanaf 1 januari
- Dit nemen we op in het programma van eisen. Uitzonderingen alleen bij beschermd dorpsgezicht of monumentale panden. B. Minder hitte in huurwoningen Doel: Het verminderen van hittestress in sociale huurwoningen door prestatieafspraken te maken met woningcorporaties. Beschrijving: In sociale huurwoningen is het vaak lastig voor bewoners om zelf maatregelen te nemen tegen hitte. Daarom spreken we met woningcorporaties af dat zij bij nieuwbouw, renovatie en onderhoud maatregelen nemen om hittestress te beperken. Denk aan: buitenzonwering; zonwerend glas; kleinere glasvlakken op het zuiden; goede ventilatiemogelijkheden; en groene daken of gevels waar mogelijk. Kader & Uitvoering: Om dit doel te bereiken, werken we aan de volgende concrete acties en kaders: Prestatieafspraken corporaties: Jaarlijks opnemen van hittemaatregelen in de prestatieafspraken via het duurzaamheidsakkoord, met aandacht voor zowel nieuwbouw als renovatie/verbetering van bestaande woningen. C. Ruimte reserveren voor energievoorzieningen Doel: Elke nieuwe wijk toekomstbestendig maken door ruimte te reserveren voor netuitbreiding, zoals transformatorstations en laadinfra, zodat het energienet kan meegroeien met de woningbouw. Beschrijving: Bij nieuwe woongebieden moet vanaf het begin rekening worden gehouden met de uitbreiding van het elektriciteitsnet. Door in de planvorming direct ruimte op te nemen voor een transformatorstation of vergelijkbare energievoorzieningen, voorkomen we vertraging, extra kosten en aanpassingen achteraf. Dit maakt de wijk beter voorbereid op warmtepompen, laadinfra en andere onderdelen van de energietransitie. Kader & Uitvoering: Toetsing bij vergunningverlening: Ontwikkelaars zijn verplicht bij planvorming aan te tonen dat ruimte voor netuitbreiding is meegenomen. Toetsing gebeurt bij de omgevingsvergunning en bij anterieure overeenkomsten. Beoordelingskader omgevingsplan: “In nieuwe woongebieden (>30 woningen) wordt minimaal 50 m² bestemd voor een transformatorstation of vergelijkbare energievoorziening. D. Ruimte voor o