voorzitter: voorzitter van de raad of diens plaatsvervanger; griffier: griffier van de raad of diens plaatsvervanger; amendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing; subamendement: voorstel van een raadslid tot wijziging van een aanhangig amendement; motie: verklaring waarmee een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken; initiatiefvoorstel: voorstel van een raadslid voor een verordening of ander voorstel; oordeelsvormende vergadering: vergadering gericht op debat waarin standpunten van de raadsleden worden gewisseld. beeldvormende vergadering: vergadering gericht op informatievoorziening van de raad t.b.v. een aankomend voorstel of bijpraat moment. raadscommissies: de oordeelsvormende en beeldvormende vergaderingen Artikel2.Het raadspresidium 1.Er is een raadspresidium of kortweg presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2.De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. Bij afwezigheid wordt de voorzitter vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 3.Elke fractievoorzitter kan (indien gewenst en mogelijk) een lid uit zijn fractie aanwijzen, die hem bij zijn afwezigheid in het presidium vervangt. 4.De griffier en/of diens plaatsvervanger zijn in elke vergadering van het presidium aanwezig voor het geven van advies en ondersteuning. 5.Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6.Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie. 7.Raadsvoorstellen namens gremia van de raad worden namens het presidium in de raad ingebracht 8.Elke fractievoorzitter heeft één stem in het presidium. Artikel3.De agendacommissie 1.Er is een agendacommissie, bestaande uit vier raadsleden waarvan twee raadsleden van de coalitie en twee raadsleden van de oppositie. Uit hun midden wijzen zij een voorzitter aan. 2.De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de raadvergadering vast. 3.De agendacommissie stelt de voorlopige agenda van de oordeelsvormende vergadering vast 4.De agendacommissie stelt de voorlopige agenda vast voor de beeldvormende raadsbijeenkomsten (waaronder werkbezoeken) 5.Het presidium kan de agendacommissie richtlijnen meegeven voor het opstellen van de agenda’s. 6.De agendacommissie bewaakt de lange termijn agenda van de raad en voert hierover indien nodig overleg met het college. 7.De griffier (of diens plaatsvervanger) is in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. De burgemeester kan desgewenst aanschuiven. 8.De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar, de besluitenlijst die wordt opgesteld is openbaar. Artikel4.De griffier 1.De griffier is in elke vergadering van de gemeenteraad aanwezig. 2.Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door de plaatsvervangend griffier. 3.De griffier kan op uitnodiging van de voorzitter aan beraadslagingen in vergaderingen deelnemen. Artikel5.Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging raadsleden 1.Ten behoeve van de toelating van nieuwe leden van de raad wijst de voorzitter drie raadsleden aan voor het onderzoek naar de geloofsbrieven. Zij onderzoeken in of voorafgaand aan de raadsvergadering waarin over de toelating van nieuw benoemde leden van de raad wordt beslist, de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken. 2.Na het onderzoek wordt, bij monde van een uit haar midden benoemde rapporteur, verslag uitgebracht aan de raad en een voorstel voor een besluit voorgelegd. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt. 3.Het onderzoek van het proces-verbaal van het centraal stembureau gebeurt in de laatste samenkomst van de raad in oude samenstelling na de verkiezingen. 4.Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuwbenoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel6.Benoeming wethouders 1.Ten behoeve van de benoeming van een kandidaat-wethouder wijst de voorzitter drie raadsleden aan voor het onderzoek naar de geloofsbrieven. Zij onderzoeken of de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. 2.Na het onderzoek wordt, bij monde van een uit haar midden benoemde rapporteur, verslag uitgebracht aan de raad en een voorstel voor een besluit voorgelegd. Ook van een minderheidsstandpunt wordt melding gemaakt. 3.De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad. Artikel7.Fractie 1.De raadsleden, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. 2.Als boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Als daar geen aanduiding was geplaatst, deelt de fractie in de eerste raadsvergadering aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad zal voeren. 3.De namen van de fractievoorzitter en diens plaatsvervanger worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. In geval binnen een fractie onduidelijkheid is wie de fractievoorzitter is, geldt diegene die door de raadsvoorzitter is vastgesteld als fractievoorzitter. 4.Als één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden of als één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie, wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter. Voor het splitsen dan wel het vormen van nieuwe fracties is geen toestemming vereist van de raad. 5.Een nieuwe naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G 3 van de Kieswet en wordt gebruikt met ingang van de eerstvolgende raadsvergadering na naamswijziging. In geval twee fracties dezelfde naam willen voeren besluit de raadsvoorzitter. Hoofdstuk2.Raadsvergaderingen Paragraaf1.Voorbereiding Artikel8.Tijd en plaats van vergaderen 1.De vergaderingen van de raad vinden in de regel plaats op een dinsdag, vangen aan om 19.30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. 2.Indien de behandeling van de agenda op de vergaderdatum niet kan worden afgerond, dan wordt als regel verder vergaderd op de eerstvolgende dinsdag. De voorzitter kan een voorstel aan de raad doen voor een ander moment. 3.De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met de overige leden van het raadspresidium. Artikel9.Oproep en agenda 1.De voorzitter roept de leden van de raad schriftelijk en/of elektronisch op. Dat gebeurt ten minste zeven dagen voor een vergadering onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.De voorlopige agenda wordt tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 3.De bij de voorlopige agenda behorende stukken (met uitzondering van stukken waarop geheimhouding ligt) worden tegelijkertijd met de oproep beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld. 4.In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na de oproep een aanvullende agenda opstellen. Een spoedeisend geval doet zich voor als de situatie onvoorzienbaar was en/of de situatie heeft als gevolg grote maatschappelijke onrust of financiële consequenties. 5.Indien er sprake is van een aanvullende agenda, wordt deze agenda met de daarbij behorende stukken zo spoedig mogelijk beschikbaar gesteld, tenzij deze reeds eerder aan de leden van de raad beschikbaar zijn gesteld. 6.Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 7.Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een oordeelsvormende vergadering of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. 8.Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel10.Ter inzage leggen van stukken 1.Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de voorlopige agenda dienen, worden gelijktijdig met het beschikbaar stellen van de schriftelijke c.q. elektronische oproep voor eenieder op het gemeentehuis ter inzage aangeboden. De voorzitter maakt van de mogelijkheid tot inzien melding in een openbare kennisgeving. Indien na de kennisgeving van de oproep (nieuwe) stukken ter inzage worden aangeboden, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. 2.Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden stukken (indien mogelijk) ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking gesteld. 3.Als omtrent stukken geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste en tweede lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de raad inzage. Artikel11.Openbare kennisgeving 1.De vergaderingen van de raad worden standaard door aankondiging in het gemeentelijk informatieblad en/of door plaatsing op de website van de gemeente openbaar gemaakt. 2.De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien. 3.Op de website van de gemeente worden de voorlopige agenda en de bijbehorende stukken geplaatst (indien elektronisch beschikbaar). Paragraaf2.Orde Artikel12.Presentielijst 1.Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel13.Zitplaatsen 1.De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter aangewezen, na overleg met de fractievoorzitters bij aanvang van iedere nieuwe zittingsperiode van de raad. 2.Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg met het presidium. 3.De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel14.Ambtsgebed 1.Voorafgaand aan de vergadering spreekt de voorzitter, nadat de aanwezigen de staande houding hebben aangenomen, eerbiedig het volgende gebed uit: "Onze Heer in de hemel, Uw naam heiligen wij. Wij zijn hier als raad van onze gemeente bijeen, ieder vanuit zijn of haar persoonlijke levensovertuiging, om besluiten te nemen voor de inwoners van deze gemeente en hun omgeving. Wij vragen U om wijsheid en inzicht bij het uitoefenen van onze verantwoordelijkheid, zodat bij de uitoefening van de gemeentelijke overheidstaak de gerechtigheid in de samenleving wordt bevorderd. Wij vragen U dit in de naam van Jezus Christus. Amen". Artikel15.Besluitenlijst en (beeld-/geluids) opname 1.Van elke oordeelsvormende en besluitvormende vergadering wordt door of onder verantwoordelijkheid van de griffier een verslag opgesteld. Het verslag wordt zo spoedig mogelijk ter kennisneming aan de raad of de betreffende raadscommissie aangeboden. De beeld/geluid opname wordt geacht onderdeel uit te maken van het verslag. 2.Bij het begin van de vergadering wordt, zoveel mogelijk, het verslag van de vorige vergadering vastgesteld. 3.De leden, de voorzitter, de wethouders en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de raad te doen, indien het verslag onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen gezegd of besloten is. Ook overige personen die hebben deelgenomen aan de beraadslaging hebben dit recht. Een voorstel tot verandering dient uiterlijk 36 uur voor de in lid 2 bedoelde vergadering schriftelijk bij de griffier te worden ingediend. 4.Het verslag moet inhouden: de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die (gedeeltelijk) afwezig waren bij de raadsvergadering, de wethouders en de overige personen die het woord gevoerd hebben (waaronder insprekers); een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest; de gedane toezeggingen aan de raad; een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de leden / fracties die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Gemeentewet van stemming hebben onthouden; de (stem)verklaringen een korte beschrijving of verwijzing naar de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; 5.Het vastgestelde verslag van de raadsvergadering wordt door de voorzitter en de griffier ondertekend. 6.Van het gesprokene tijdens de vergadering wordt onder verantwoordelijkheid van de griffier een (beeld-/geluids) opname gemaakt. 7.De griffier kan wijzigingen van redactionele aard of correcties van kennelijke verschrijvingen in het verslag doorvoeren na aanbieding aan de raad. Artikel16.Ingekomen stukken 1.Bij de raad ingekomen stukken worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad beschikbaar gesteld. 2.De raad stelt de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. De griffier doet daartoe een voorstel. 3.De griffier kan besluiten een ingekomen stuk niet op de lijst te plaatsen, indien de raad hiervan reeds kennis heeft genomen dan wel het stuk onbegrijpelijk en/of beledigend is dan wel overduidelijk sprake is van boodschappen van commerciële aard dan wel dat het een zogenoemde bulkmail betreft. Artikel17.Spreekregels 1.De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun eigen plaats of van de daarvoor aangewezen spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. 2.Een lid van de raad voert het woord na het van de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. 3.De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. 4.Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 5.Een lid van de raad mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 6.Het vijfde lid is niet van toepassing op: 7.de rapporteur van een commissie; 8.het lid van de raad dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft de beraadslaging over dat amendement, die motie of dat voorstel. 9.Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. 10.De raad kan de door de agendacommissie voorgestelde spreektijd voor de leden en de overige aanwezigen wijzigen. Artikel18.Handhaving orde; schorsing 1.Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert in de tweede termijn. Aan het eind van een betoog in de eerste termijn kan een lid verduidelijkende vragen stellen. Een lid kan het college interrumperen. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2.Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3.De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel19.Beraadslaging 1.De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2.Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. 3.De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel20.Voorstellen van orde 1.De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Paragraaf3.Besluit (beslissing) en stemming Artikel21.Beslissing 1.Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. 2.Nadat de beraadslaging is gesloten, vindt -na een eventuele stemming over amendementen- de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel, tenzij geen stemming wordt gevraagd. 3.Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel voor de te nemen eindbeslissing. Artikel22.Zonder hoofdelijke stemming 1.De voorzitter vraagt of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.Als een voorstel zonder hoofdelijke stemming wordt aangenomen, kunnen de in de vergadering aanwezige leden aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. Artikel23.Hoofdelijke stemming 1.Indien door een of meer leden (hoofdelijke) stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. Voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren. 2.De (hoofdelijke) stemming geschiedt standaard bij handopsteken. Na de (hoofdelijke) stemming bij handopsteken noemt de voorzitter de fracties die voor en tegen het voorstel, het amendement of de motie hebben gestemd, zulks met in achtneming van afwezigen en afwijkend stemgedrag binnen fracties. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 3.De (hoofdelijke) stemming geschiedt bij oproeping per lid indien daarom door de voorzitter of één of meer leden wordt verzocht. In dat geval roept de griffier de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnende bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 23 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. Na de (hoofdelijke) stemming bij oproeping per lid deelt de voorzitter de uitslag mee, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. 4.Bij (hoofdelijke) stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. Artikel24.Primus bij hoofdelijke stemming (bij oproeping per lid) 1.Indien overeenkomstig artikel 22 lid 3 hoofdelijke stemming (bij oproeping per lid) wordt verlangt, deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming waarna de presentielijst wordt gevolgd. Artikel25.Stemming over amendementen en moties 1.Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd en vervolgens over het voorstel zoals het dan luidt in zijn geheel. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. 3.Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. De raad kan besluiten van deze volgorde af te wijken. Artikel26.Stemming over personen 1.De voorzitter kan de raad voorstellen een persoon bij acclamatie te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Indien een of meer leden hier niet mee instemmen, vindt schriftelijke stemming plaats. Deze is geheim. 2.Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming, voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot stembureau. 3.Ieder ter vergadering aanwezig lid, dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden, is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. 4.Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. 5.Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt onverwijld een nieuwe stemming gehouden. 6.Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.