Regeling parkeerregulering Den Haag 2026Toelichting De Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2025 wordt vervangen door deze Regeling Parkeerregulering Den Haag 2026. In deze nieuwe regeling zijn regels geactualiseerd en aangepast op basis van de vastgestelde Verordening tot zesde wijziging van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (RIS323434) en de geactualiseerde Parkeerstrategie 2021-2030 (RIS319383) en zijn diverse regels aangescherpt. In Bijlage 1 van de ‘Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen 2025’ werden de wegen en weggedeelten aangewezen voor betaald parkeren en voor toepassing van de wielklem. Deze aanwijzing van wegen en weggedeelten zal voortaan worden ondergebracht en vastgesteld in een separaat ‘Aanwijzingsbesluit betaald parkeren en toepassing wielklem Den Haag’.’ Daarom is ook de naamgeving van deze regeling aangepast. De term ‘parkeerbelastingen’ is uit de titel van de regeling verwijderd. De regeling zal voortaan ‘Regeling Parkeerregulering Den Haag’ worden genoemd omdat deze alleen de regels bevat omtrent de vergunningverlening van parkeervergunningen. Conform de motie “Neem participatie venstertijden ook op in regeling parkeerregulering” (RIS321854) zijn regels opgenomen ten behoeve van participatie bij een nieuwe invoering van betaald parkeren of bij uitbreiding van een gebeid waar reeds betaald parkeren is ingevoerd. Besluitvorming Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de artikelen 2:1, 2:2, 5:8 en 5:9, tweede lid, van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022, besluit vast te stellen de Regeling parkeerregulering Den Haag 2026. Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen 1.De begripsomschrijvingen zoals opgenomen in artikel 1:1 van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 zijn van overeenkomstige toepassing. 2.In deze regeling wordt verstaan onder: adres: een in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) opgenomen verblijfsobject, ligplaats of standplaats; ambassade: in Den Haag gevestigde diplomatieke vertegenwoordiging van een andere staat; ambulante zorgverlener: huisarts, verloskundige of andere zorgverlener die zorg verleent bij zorgbehoevenden aan huis; autodeelorganisatie: bedrijf dat motorvoertuigen voor autodelen aanbiedt; autodelen: het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussennatuurlijke personen uit meer dan een huishouden; autoparkeernorm: vastgestelde regels die aangeven hoeveel parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd bij een bouwplan, functiewijziging of ontwikkeling; autovrije zone: een door het college aangewezen gebied waar het gebruik van motorvoertuigen op de weg is verboden of beperkt; bedrijf: onderneming als bedoeld in de Handelsregisterwet 2007 die in het Handelsregister van de KvK is ingeschreven, waaronder ook aannemingsbedrijven, onderhoudsbedrijven en storingsbedrijven; belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of een parkeerplaats die gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage1 van het RVV 1990 met opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; berijder: degene die, met toestemming van de houder van een motorvoertuig (werkgever of leasemaatschappij) voor een periode langer dan drie maanden de vaste bestuurder van het motorvoertuig is; bewoner /wonen/ woont: een persoon die als ingezetene, als bedoeld in de Wet basisregistratie personen (BRP), is ingeschreven in de BRP, het Proces Basissysteem (PROBAS) en/of de Koninklijke Marechaussee (KMAR) op een kadastraal geregistreerd woonadres binnen het vergunninggebied in de gemeente Den Haag; berijders- /autodeelverklaring: een officieel document waarin de eigenaar van een voertuig, zoals een leasemaatschappij of werkgever, schriftelijk toestemming geeft aan een andere persoon om dat specifieke voertuig te gebruiken; bouwontwikkeling: elke ruimtelijke ingreep aan een gebouw of bouwperceel waarvoor een omgevingsvergunning is vereist en die resulteert in een wijziging van de bebouwing, het gebruik of de parkeerbehoefte. Onder een bouwontwikkeling worden in ieder geval begrepen: nieuwbouw, nieuwbouw na sloop, uitbreidingen van bestaande gebouwen en functiewijzigingen die gevolgen hebben voor de parkeerbehoefte of de verplichting tot het realiseren van parkeerplaatsen op eigen terrein; centrale computer: computer van de gemeente dan wel een computer van de instantie bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of een ander communicatiemiddel; college: het college van burgemeester en wethouders van Den Haag; consumentenparkeren: een parkeermaatregel waarbij de parkeerplaatsen op de aangewezen wegen of weggedeelten op de vastgestelde tijden uitsluitend bestemd zijn voor betaald parkeren tegen een specifiek tarief voor de eerste 2 uur parkeren. Tijdens deze vastgestelde tijden zijn deze parkeerplaatsen niet mede bestemd voor het parkeren door vergunninghouders, met uitzondering van houders van een gehandicaptenvergunning, een functionele vergunning of een onderhoudsvergunning verleend voor een dag; free-floating autodelen: autodelen waarbij het motorvoertuig op alle parkeerplaatsen mag staan, behalve in de gebieden die in de vergunningsvoorwaarden zijn aangegeven; gehandicaptenparkeerkaart: parkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer, een ingevolge de Regeling gehandicaptenparkeerkaart daarmee gelijkgestelde parkeerkaart; gereguleerd gebied: gebied waar parkeerbelastingen worden geheven; head of mission: de persoon die aan het hoofd staat van een diplomatieke vertegenwoordiging, zoals een ambassade; hoofdwinkelstructuur: het ruimtelijke netwerk van winkelconcentraties in Den Haag, als bedoeld in de Kadernota Detailhandel Den Haag (RIS300626); houder: degene op wiens naam het motorrijtuig ten tijde van het parkeren in het kentekenregister, bedoeld in de Wegenverkeerswet 1994, was ingeschreven; internationale organisatie: een volkenrechtelijke organisatie die een zetelovereenkomst met het Koninkrijk der Nederlanden heeft gesloten en is gevestigd in Den Haag; mantelzorg: onbetaalde en vaak langdurige zorg die door familie, vrienden of buren wordt verleend aan een hulpbehoevende voor een periode van minimaal drie maanden en voor minimaal acht uur per week, conform de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo); marktkooplieden: ondernemers met een marktvergunning in de zin van de Marktverordening Den Haag 2016; motorvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 met inbegrip van brommobielen; onderhoudsbedrijf: in het Handelsregister van de KvK ingeschreven aannemingsbedrijf, onderhoudsbedrijf of storingsbedrijf; parkeerapparatuur: parkeermeters, met inbegrip van parkeerautomaten, centrale computers en verder alle apparaten die naar maatschappelijke opvatting onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats waar het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur; parkeergelegenheid: oprit, garage of garagebox, carport of daarmee vergelijkbare op zichzelf staande parkeergelegenheid, voorzien van een formele uit-/inrit zoals een verlaagde trottoirband of aangepaste in-/uitrit constructie; parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; POET: Parkeerplaats Op Eigen Terrein; religieuze instelling: een organisatie of rechtspersoon die zich blijkens haar doelstelling en feitelijke werkzaamheden richt op het belijden, uitdragen of faciliteren van een godsdienst of levensovertuiging, waaronder in elk geval wordt verstaan het houden van erediensten, samenkomsten of andere religieuze of levensbeschouwelijke activiteiten; sportvereniging: een organisatie of rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid die zich blijkens haar statuten en feitelijke activiteiten richt op het beoefenen, bevorderen en organiseren van sportactiviteiten, en die is aangesloten bij een door NOC*NSF erkende sportbond; vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; vergunninggebied: een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn; vergunningenplafond: aantal bewoners- en/of bedrijfsvergunningen dat het college ten hoogste verleent binnen een vergunninggebied en het aantal stadsbrede autodeelvergunningen dat het college ten hoogste verleent; verordening: Verordening parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022; werkingstijd: tijd gedurende welke voor het parkeren van een motorvoertuig parkeerbelasting wordt geheven; winkelgebied: een kerngebied bestaande uit ten minste vijf aaneengesloten verkooppunten of drie geclusterde winkels, waaronder ten minste één winkelvoorziening met een winkeloppervlak van 200 m² of meer die door haar omvang, assortiment of functie een duidelijke aantrekkingskracht uitoefent op bezoekers en daarmee bijdraagt aan de bezoekersstroom naar omliggende winkels; bij voorkeur betreft dit een supermarkt; winkelstraatregeling: een parkeermaatregel waarbij de parkeerplaatsen op de aangewezen wegen of weggedeelten op de vastgestelde tijden uitsluitend bestemd zijn voor betaald parkeren. Tijdens deze vastgestelde tijden zijn deze parkeerplaatsen niet mede bestemd voor het parkeren door vergunninghouders, met uitzondering van houders van een gehandicaptenvergunning, een functionele vergunning of een onderhoudsvergunning verleend voor een dag. Hoofdstuk2Bijzondere parkeerregelingen Artikel2.1Consumentenparkeren 1.Het college kan besluiten consumentenparkeren in te voeren. 2.Het gebied waarop de regeling betrekking heeft, is gelegen in een winkelgebied in de hoofdwinkelstructuur en betreft minimaal 10 parkeerapparatuurplaatsen die het college in overleg met de in het eerste lid bedoelde vereniging aanwijst. 3.Het college stelt de invoering van consumentenparkeren vast door aanwijzing bij openbaar besluit. 4.Het college verricht, voorafgaand aan een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid, onderzoek naar de haalbaarheid, doelmatigheid en te verwachten werking van de consumentenparkeerregeling binnen het betreffende gebied. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek besluit het college al dan niet tot invoering van consumentenparkeren. Hoofdstuk3Gereserveerde parkeerplaatsen Paragraaf3.1Algemene bepalingen Artikel3.1.1Aanwijzing categorieën belanghebbenden Het college kan parkeerplaatsen aanwijzen die uitsluitend bestemd zijn voor het parkeren van motorvoertuigen voor de volgende categorieën belanghebbenden: gehandicapten; huisartsen en verloskundigen; ambassades en internationale organisaties. Artikel3.1.2Algemene bepaling 1.Het college bepaalt de locatie van een gereserveerde parkeerplaats en legt een gereserveerde parkeerplaats alleen aan op de locatie van een reeds bestaande openbare parkeerplaats. 2.Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied: waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn; dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt; dat is aangewezen als autovrije zone; of in een gebied waar een winkelstraatregeling of groengele zone geldt. Paragraaf3.2Procedure aanwijzing gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen Artikel3.2.1Algemene bepaling gereserveerde gehandicaptenparkeerplaatsen 1.Het college bepaalt de locatie van een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats en legt een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats alleen aan op de locatie van een reeds bestaande openbare parkeerplaats, zolang deze zich binnen een maximale loopafstand van 50 meter bevindt. 2.Het college legt geen gereserveerde parkeerplaats aan in een gebied: waar geen openbare parkeerplaatsen aanwezig zijn; dat is afgesloten voor het doorgaand verkeer of waar een parkeerverbod geldt; dat is aangewezen als autovrije zone; of in een gebied waar een winkelstraatregeling of consumentenparkeren geldt. Artikel3.2.2Individuele gehandicaptenparkeerplaatsen - algemeen 1.Het college kan op aanvraag bij verkeersbesluit een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats bij een woonadres reserveren, als de aanvrager: in het bezit is van een geldige Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders; volgens de basisregistratie personen is ingeschreven in Den Haag op het adres waarop de aanvraag betrekking heeft; in het bezit is van een in Nederland geldig rijbewijs; en houder, huurder of gebruiker is van het motorvoertuig waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Als een aanvrager in Den Haag is komen te wonen en een gehandicaptenparkeerplaats aanvraagt, overlegt de aanvrager de beoordelingsgegevens als deze zijn afgegeven door de keurende instantie in zijn voormalige woonplaats, teneinde deze gegevens mee te nemen in de beoordeling voor het wel of niet toekennen van de gehandicaptenparkeerplaats. 3.Als een aanvrager in het bezit is van zowel een gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders als voor passagiers, beoordeelt het college de aanvraag als een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats voor bestuurders. 4.De individuele gehandicaptenparkeerplaats wordt gereserveerd door plaatsing van bord E6 van bijlage 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met een onderbord waarop ten hoogste een kenteken staat vermeld. 5.Bij de reservering van een individuele gehandicaptenparkeerplaats op een terrein dat geen eigendom van de gemeente is, maar wel openbaar toegankelijk, overlegt de aanvrager bij de aanvraag de schriftelijke toestemming van de eigenaar van het terrein om de parkeerplaats te reserveren. 6.Het college kan het verkeersbesluit, waarbij een individuele gehandicaptenparkeerplaats is gereserveerd, intrekken, als degene ten behoeve van wie de parkeerplaats is gereserveerd: 7.is overleden; 8.niet langer voldoet aan de gestelde voorwaarden; of 9.in strijd handelt met de aan het gebruik van de parkeerplaats gestelde voorschriften. 10.Het college kan het verkeersbesluit weigeren als binnen een periode van een jaar direct voorafgaande aan de datum van indiening van de aanvraag een eerder voor de aanvrager aangelegde parkeerplaats is opgeheven krachtens het zesde lid, onder c. Artikel3.2.3Individuele gehandicaptenparkeerplaats - ten behoeve van bestuurders 1.Bij de aanvraag overlegt de aanvrager het door het college vastgestelde, digitale, aanvraagformulier. 2.Het college besluit een gehandicaptenparkeerplaats te reserveren als uit het geneeskundig onderzoek, als genoemd in artikel 3.2.4, blijkt dat de aanvrager met of zonder hulpmiddelen ten hoogste 50 meter kan afleggen. 3.In afwijking van het tweede lid kan het college een gehandicaptenparkeerplaats reserveren, als sprake is van zwaarwegende sociaal-medische gronden of aantoonbare ernstige beperkingen, anders dan loopbeperkingen. De aanvrager overlegt bij de aanvraag een verklaring van een specialist of een advies van de Wmo- of zorgconsulent. De door het college aangewezen keuringsinstantie/ keuringsarts adviseert het college over de verklaring en de toepasselijkheid van de sociaal-medische gronden. 4.Het college wijst de aanvraag af als de aanvrager beschikt of kan beschikken over een parkeergelegenheid op eigen terrein, ongeacht of er een (ander) voertuig van de POET gebruik kan maken, met dien verstande dat de POET zich niet verder van de voordeur van de woning van de aanvrager bevindt dan de ten hoogste in het geneeskundige onderzoek vastgestelde loopafstand van 50 meter 5.Het college voert voor de beoordeling van de aanvraag een verkeerstechnisch onderzoek uit, zoals beschreven in artikel 3.2.5. 6.Indien de aanvrager ook in het bezit is van een gehandicaptenvergunning dan is het kenteken van deze vergunning gelijk aan het kenteken dat hoort bij de individuele gehandicaptenparkeerplaats. Artikel3.2.4Geneeskundig onderzoek 1.Voor de beoordeling van de aanvraag laat het college een geneeskundig onderzoek uitvoeren met betrekking tot de handicap van de aanvrager. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een door het college aangewezen keuringsinstantie. 2.De kosten voor het geneeskundig onderzoek met betrekking tot zowel de handicap van de aanvrager als de noodzaak voor een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats komen voor rekening van de aanvrager. Als de kosten niet of niet tijdig zijn betaald, kan het college besluiten de aanvraag niet te behandelen. Artikel3.2.5Verkeerstechnisch onderzoek 1.Voor de beoordeling van de aanvraag voor het reserveren van een individuele gehandicaptenparkeerplaats voert het college een verkeerstechnisch onderzoek uit. 2.Bij het verkeerstechnisch onderzoek wordt onderzocht: of de aanvrager beschikt of kan beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein; het aantal beschikbare parkeerplaatsen en de parkeerdruk in de straat of het gebied waarop de aanvraag betrekking heeft; en de beoogde locatie van de aan te leggen individuele gehandicaptenparkeerplaats, rekening houdend met de verkeersveiligheid. 3.Het verkeerstechnisch onderzoek wordt binnen de maximale loopafstand van 50 meter uitgevoerd. 4.Het verkeerstechnisch onderzoek wordt op drie verschillende meetmomenten verricht: éénmaal in de ochtenduren, éénmaal in de middaguren en éénmaal in de avonduren. 5.De aanvrager komt in aanmerking voor een individuele gehandicaptenparkeerplaats indien uit het onderzoek blijkt dat binnen de maximale loopafstand op ten minste twee van de drie meetmomenten geen parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Als norm voor het vaststellen van beschikbare parkeerplaatsen wordt uitgegaan van: geen beschikbare parkeerplaatsen: van nul tot drie beschikbare parkeerplaatsen; of als voldoende beschikbare parkeerplaatsen wordt gezien: drie of meer beschikbare parkeerplaatsen. 6.Een gehandicaptenparkeerplaats op de openbare weg is ten hoogste: parallel aan de stoeprand: 1,80 meter breed en 6,00 meter lang; of als insteekvak: 2,50 meter breed en 6,00 meter lang. 7.In bijzondere gevallen kan het college afwijken van de in het vorige lid genoemde afmetingen. 8.Als de aanvrager verhuist, wordt voor het nieuwe adres een nieuw verkeerstechnisch onderzoek gedaan, alvorens de individuele gehandicaptenparkeerplaats opnieuw wordt aangelegd. Artikel3.2.6Huisartsen en verloskundigen 1.Het college kan bij verkeersbesluit een parkeerplaats reserveren voor een huisarts of verloskundige als de aanvrager werkzaam is als eerstelijns huisarts of als verloskundige en daarbij een praktijk heeft, die gedurende de hele week personeel bezet is, in Den Haag. 2.Bij de aanvraag overlegt de aanvrager: een bewijs van inschrijving in het BIG-register; het inschrijfnummer in het Handelsregister van de KvK; de postcode en het huisnummer waarop de praktijk is gevestigd; en het huisartseninformatiesysteem nummer. 3.Het college reserveert een parkeerplaats alleen daar waar de praktijk is gevestigd. 4.Als de aanvrager zowel een praktijk aan huis als een praktijk op een andere locatie heeft, kan deze slechts voor één locatie de reservering van een parkeerplaats aanvragen. 5.Als de praktijk een verzamelpraktijk of voltijds praktiserende huisartsen onder één dak is, dan geldt het volgende: bij 1 tot en met 3 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 1 gereserveerde parkeerplaats; bij 4 tot en met 6 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 2 gereserveerde parkeerplaatsen; bij 7 tot en met 10 voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 3 gereserveerde parkeerplaatsen; bij 10 of meer voltijds huisartsen heeft de praktijk recht op maximaal 4 gereserveerde parkeerplaatsen. 6.De beschikbare parkeermogelijkheden op eigen terrein worden in mindering gebracht op het aantal toe te kennen gereserveerde parkeerplaatsen op de openbare weg. 7.Voertuigen die geparkeerd worden op een gereserveerde parkeerplaats zijn niet vrijgesteld van de, voor het gebied geldende, parkeerbelasting. 8.Het zevende lid geldt niet als voor het voertuig een parkeervergunning is afgegeven voor het desbetreffende gebied. 9.Het college kan een parkeerplaats reserveren voor een arts-specialist die op piketdienst werkt bij ziekenhuisafdelingen voor spoedeisende hulp of levensbedreigende situaties. Bij de aanvraag legt aanvrager stukken over waaruit een en ander blijkt. 10.De kosten voor het aanleggen van een gereserveerde parkeerplaats komen voor rekening van de aanvrager. 11.Na het indienen van de aanvraag voert het college een verkeerstechnisch onderzoek uit. Bij een positieve beoordeling worden de kosten voor de aanleg automatisch geïncasseerd. Artikel3.2.7Ambassades en internationale organisaties 1.Het college kan besluiten tot het reserveren van een parkeerplaats voor een ambassade, een residentie van de ambassadeur of head of mission of een internationale organisatie, als uit het verkeerstechnisch onderzoek blijkt dat: er onvoldoende parkeergelegenheid in de directe omgeving is; en er niet op een eigen parkeerplaats van de ambassade, residentie of organisatie kan worden geparkeerd. 2.In geval van reservering voor een ambassade of internationale organisatie wordt de parkeerplaats gereserveerd door plaatsing bij verkeersbesluit van bord E8 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord waaruit blijkt dat de parkeerplaats uitsluitend voor voertuigen van het Corps Diplomatique (CD) is bestemd. 3.In het geval van toekenning aan de residentie van een ambassadeur of head of mission wordt de parkeerplaats gereserveerd door plaatsing bij plaatsingsbesluit van bord E9 van bijlage 1 van het RVV 1990 met een onderbord met het kenteken van het betreffende motorvoertuig. 4.Bij de residentie van een ambassadeur of head of mission en bij een internationale organisatie wordt ten hoogste één parkeerplaats gereserveerd, en bij de ambassade ten hoogste twee parkeerplaatsen. 5.Als de ambassade of internationale organisatie verhuist, of als de residentie van een ambassadeur of head of mission niet meer als zodanig gebruikt wordt, vervalt de toekenning van de gereserveerde parkeerplaats. Voor de nieuwe locatie dient een nieuwe aanvraag gedaan te worden. 6.Kan de aanvrager beschikken over parkeergelegenheid op eigen terrein voor een of meer personenauto’s, dan wordt het aantal personenauto’s waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd, afgetrokken van het aantal te reserveren parkeerplaatsen. Hoofdstuk4Algemene bepalingen parkeervergunningen Artikel4.1Aanvragen en geldigheid 1.De aanvrager dient een aanvraag voor een parkeervergunning in met het door het college vastgestelde aanvraagformulier, op de wijze (schriftelijk of digitaal) die het college op dat moment beschikbaar stelt. 2.De parkeervergunning is geldig vanaf het moment waarop de verschuldigde parkeerbelasting is betaald en alleen gedurende het tijdvak waarvoor de parkeerbelasting is betaald. 3.Een parkeervergunning is persoons-, bedrijfs-, kenteken- en adres-gebonden, tenzij anders is bepaald. 4.Het college verlengt op aanvraag de geldigheid van een parkeervergunning voor bewoners, bedrijven en bezoekers, zolang aanvrager aan de gestelde voorwaarden blijft voldoen en de verschuldigde parkeerbelasting tijdig is betaald. 5.De vergunninghouder meldt wijzigingen die gevolgen kunnen hebben voor de geldigheid van de parkeervergunning onverwijld aan het college. Artikel4.2Gelijkstelling met eigenaar/houder 1.Met de eigenaar of houder van een motorvoertuig als bedoeld in de Verordening wordt gelijkgesteld degene die op grond van een huurovereenkomst of een leasecontract kan aantonen dat hij het gebruik heeft van dat motorvoertuig, met dien verstande dat een dergelijke overeenkomst nog ten minste drie maanden geldig is. 2.De parkeervergunning wordt verleend voor de duur van de huur- of leaseovereenkomst, maar niet langer dan voor één jaar. 3.Indien de huur- of leaseovereenkomst afloopt binnen een jaar nadat de parkeervergunning is verleend en een nieuwe overeenkomst wordt aangegaan wordt de duur van de parkeervergunning op aanvraag gewijzigd tot ten hoogste één jaar te rekenen vanaf de datum van verlening van de vergunning. Artikel4.3Weigeringsgronden Het college weigert een parkeervergunning als: de aanvraag niet voldoet aan de gestelde voorwaarden; bij een aanvraag na een eerdere intrekking van een parkeervergunning geen wijziging is in de omstandigheden die hebben geleid tot de intrekking van de parkeervergunning; de aanvrager de verschuldigde parkeerbelasting van een eerder verleende parkeervergunning niet heeft betaald; het maximumaantal parkeervergunningen op het betreffende woonadres, voor het betrokken bedrijf of de betrokken instelling is verleend; of het vergunningenplafond voor het betreffende vergunninggebied is bereikt, tenzij de aanvraag een eerste bewonersvergunning betreft. Artikel4.4Bouwontwikkelingen 1.Onverminderd het bepaalde in artikel 4.3 weigert het college een parkeervergunning aan bewoners en bedrijven, in geval van nieuwbouw, sloop- en nieuwbouw, en functiewijzigingen van gebouwen, waarvoor het college na 1 januari 2022 een omgevingsvergunning heeft verleend en waarbij parkeerplaatsen op eigen terrein zijn aangelegd. 2.Het college kan in afwijking van het eerste lid adressen aanwijzen waar bewoners en bedrijven in aanmerking komen voor een parkeervergunning, als de parkeerplaatsen die op grond van de geldende autoparkeernormen zijn vereist voor de bouwontwikkeling of functiewijziging geheel of gedeeltelijk in de openbare ruimte liggen of worden gerealiseerd. 3.Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen zijn opgenomen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen. Artikel4.5Parkeerplaats op eigen terrein 1.Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt aangemerkt: een gereserveerde gehandicaptenparkeerplaats behorend bij het woonadres; of een parkeergelegenheid die is bestemd voor één of meer motorvoertuigen, behorend bij of is toegewezen aan een gebouw of gebouwencomplex en, als het om een solitaire parkeergelegenheid gaat, ten minste 2,35 meter breed en 5 meter diep is en een doorgang heeft van ten minste 2 meter breed. 2.Als een parkeerplaats op eigen terrein (POET) wordt tevens aangemerkt: de parkeerplaats die feitelijk niet als parkeerplaats wordt gebruikt; de parkeerplaats die door verhuur of verkoop niet meer door de aanvrager te gebruiken is; of de parkeerplaats krachtens een omgevingsvergunning die het college na 1 januari 2022 heeft verleend en die van bestemming of functie is gewijzigd. 3.Het college houdt een openbare overzichtslijst bij waarop de adressen zijn opgenomen die zijn uitgesloten van een of meer soorten parkeervergunningen overeenkomstig de voor die adressen van toepassing zijnde autoparkeernormen. Deze overzichtslijst wordt tevens digitaal beschikbaar gesteld en is voor het publiek via internet te raadplegen. Artikel4.6Algemene regels gebruik parkeervergunning 1.Parkeren in strijd met de voorschriften van de parkeervergunning wordt beschouwd als parkeren zonder parkeervergunning. 2.De parkeervergunning is geldig in het aangewezen vergunningengebied dat in de vergunning is aangeduid met de desbetreffende gebiedscode. 3.Een op kenteken verleende parkeervergunning is uitsluitend geldig voor het motorvoertuig waarvoor het kenteken is geregistreerd. 4.Indien sprake is van een nieuw of vervangend motorvoertuig, meldt de vergunninghouder het nieuwe kenteken onverwijld aan het college. 5.Indien op een vergunning meerdere vaste kentekens zijn vermeld, is de vergunning uitsluitend geldig voor het kenteken dat op dat moment actief is aangemeld. 6.De vergunninghouder kan het actieve kenteken wijzigen via een door het college ter beschikking gesteld systeem, door registratie van het kenteken in de centrale computer, met behulp van een mobiele applicatie, de website of telefonisch. 7.Een niet op een vast kenteken verleende parkeervergunning is geldig vanaf het moment waarop de vergunninghouder het kenteken van het geparkeerde motorvoertuig heeft aangemeld én de bevestiging van deze aanmelding heeft ontvangen. 8.Het aanmelden van een kenteken geschiedt via een door het college ter beschikking gesteld systeem, door registratie van het kenteken in de centrale computer via een mobiele applicatie, de website of telefonisch. 9.Bij een storing van het digitale aan- en afmeldsysteem van de parkeervergunning of van het netwerk is de parkeerder gehouden op een andere wijze voor een geldig parkeerrecht te zorgen, bijvoorbeeld door betaling bij de parkeerautomaat of via mobiel parkeren. 10.De vergunninghouder draagt er zelf zorg voor dat de parkeeractie wordt afgemeld. 11.De parkeervergunning is niet overdraagbaar. 12.Vergunninghouder kan aan de vergunning geen recht ontlenen op beschikbaarheid van een parkeerplaats. Artikel4.7Parkeervergunningenplafond 1.In vergunninggebieden waar de parkeerdruk hoger is dan 90%, wordt een parkeervergunningenplafond ingesteld voor de uitgifte van 2e en 3e bewonersvergunningen. 2.In het eerste jaar na invoering van het parkeervergunningenplafond wordt de hoogte van het plafond voor het betreffende parkeervergunninggebied bepaald aan de hand van het aantal openbare parkeervakken in het gebied volgens de meest recente gemeentelijke parkeervakkenkaart. 3.Binnen 6 tot 9 maanden na de startdatum van een vergunningenplafond in een vergunningengebied voert het college een evaluatie uit door middel van een parkeerdrukmeting en analyse van de uitgegeven vergunningen. 4.Binnen één jaar na de startdatum van het parkeervergunningenplafond kan het college besluiten het vergunningengebied op te delen in rayons. 5.Eén jaar na de startdatum wordt een afzonderlijk parkeervergunningenplafond per rayon vastgesteld. 6.Een bewonersvergunning die in een vergunningengebied is verleend, is geldig in alle rayons binnen dat gebied. 7.Het parkeervergunningenplafond per rayon wordt jaarlijks bijgesteld op basis van het aantal openbare parkeervakken volgens de meest recente gemeentelijke parkeervakkenkaart. 8.Elke twee jaar voert het college een parkeerdrukmeting en vergunningenanalyse uit, op basis waarvan het parkeervergunningenplafond opnieuw kan worden aangepast. Artikel4.8Wachtlijst bij vergunningenplafond 1.Indien het parkeervergunningenplafond in een vergunningengebied of rayon is bereikt of overschreden, worden aanvragen voor een 2e of 3e bewonersvergunning geplaatst op een wachtlijst. 2.De volgorde op de wachtlijst wordt bepaald op basis van de datum van registratie van de aanvraag bij de gemeente. 3.Aanvragen voor een 2e bewonersvergunning krijgen prioriteit boven een aanvragen voor een 3e bewonersvergunning. 4.Aanvragen kunnen op de wachtlijst worden geplaatst zonder opgave van een kenteken. 5.Toekenning van een vergunning vindt digitaal plaats 6.Na toekenning van een 2e of 3e bewonersvergunning heeft de vergunninghouder zes maanden de tijd om de vergunning aan een kenteken te koppelen. Indien deze termijn wordt overschreden, vervalt het recht op de vergunning en wordt de aanvraag opnieuw op de wachtlijst geplaatst met een nieuwe aanvraagdatum die twaalf maanden later ligt dan de oorspronkelijke aanvraagdatum. 7.Een bewoner die een 2e of 3e bewonersvergunning heeft opgezegd, behoudt gedurende één jaar het recht op heruitgifte, mits hij of zij woonachtig blijft op hetzelfde adres in hetzelfde rayon. 8.Bij verhuizing binnen Den Haag naar een ander rayon geldt de oorspronkelijke aanvraagdatum van de bewonersvergunning als datum van plaatsing op de wachtlijst in het nieuwe rayon. 9.De lengte van de wachtlijst en gemiddelde wachttijd voor 2e en 3e vergunningen wordt per rayon openbaar bijgehouden op de gemeentelijke website. Artikel4.9Intrekkingsgronden 1.Het college kan een parkeervergunning intrekken wanneer: de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; er sprake is van redenen van openbaar belang; of wanneer op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang van de verkeersveiligheid of het gemeentelijk beleid betreffende parkeerregulering. 2.In aanvulling op het eerste lid trekt het college een parkeervergunning in als de vergunninghouder daar om verzoekt. Hoofdstuk5Parkeervergunningsoorten Artikel5.1Bewonersvergunning 1.Het college kan een bewonersvergunning verlenen aan een bewoner die: in een vergunninggebied woont; houder of berijder van een motorvoertuig is; niet over een parkeergelegenheid op eigen terrein kan beschikken; niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor een reductie van de autoparkeervraag is toegepast of een vrijstelling van de autoparkeereis is verleend; en niet woont in een gebouw of gebouwencomplex waarvoor geen bewonersvergunning wordt verleend, blijkende uit: een vastgestelde norm of regel die van toepassing is op het vergunninggebied waarin dit gebouw of gebouwencomplex ligt; de bouw- of omgevingsvergunning(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.