Referendumverordening Gemeente Noordwijk 2025De raad van de gemeente Noordwijk; gelet op de artikelen 84, 149 en 154 van de Gemeentewet; gezien het advies van Werkgroep Referendumverordening; besluit vast te stellen de volgende verordening: Referendumverordening Noordwijk 2025 Referendumverordening Gemeente Noordwijk 2025 Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze verordening wordt verstaan onder: kiesgerechtigd: stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Noordwijk; ontwerp raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van een raadsvergadering is opgenomen; referendum: volksraadpleging op initiatief van kiesgerechtigden of de raad van de gemeente Noordwijk; waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een ontwerp raadsbesluit; waarbij de uitslag niet bindend is, maar geldt als advies aan de raad; Centraal stembureau: het Centraal stembureau van de gemeente Noordwijk. burgerinitiatief: het recht van inwoners om zelf een voorstel of onderwerp bij de gemeenteraad aan te dragen, zodat dit officieel wordt besproken en behandeld. Artikel2.Referendum, initiatief, onderwerpen 1.Er kan een referendum worden gehouden op initiatief van kiesgerechtigden of de raad. 2.Onderwerp van een referendum is een ontwerp raadsbesluit, met uitzondering van besluiten: over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen; over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden; over de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie; over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten; in het kader van deze verordening; over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening; over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen; ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de raad geen beleidsvrijheid heeft; die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; waarvan de raad van mening is dat dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden; besluiten over ingediend burgerinitiatief. Paragraaf2De referendumcommissie Artikel3.Samenstelling referendumcommissie 1.De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden. 2.De referendumcommissie bestaat uit vijf leden en kiest uit haar midden een voorzitter. 3.De referendumcommissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van de griffie. 4.De voorzitter en de leden van de referendumcommissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van bestuursorganen van de gemeente; 5.Ingezetenschap voor voorzitter en leden is geen vereiste; 6.De leden worden benoemd voor een periode van zes jaar. Aftredende leden kunnen worden herbenoemd; 7.De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien; 8.De commissie heeft alleen een taak indien er een besluit ligt tot het houden van een referendum. Artikel4.Vergaderingen referendumcommissie 1.De vergaderingen van de referendumcommissie zijn besloten. De commissie kan wel besluiten om een openbare vergadering te houden of om derden toe te laten. 2.De referendumcommissie kan een reglement van orde voor haar vergaderingen en haar andere werkzaamheden opstellen, dat aan de raad wordt toegezonden; 3.Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden. Bij het staken van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel5.Taken referendumcommissie 1.De referendumcommissie heeft tot taak: de raad te adviseren over: de vraag of sprake is van een uitgezonderd besluit als bedoeld in artikel 2, tweede lid; de vraagstelling van een referendum inclusief de antwoordmogelijkheden en stemprocedure, en de datum van het te houden referendum; de voorzitter van de raad te adviseren over het formulier voor de ondersteuningsverklaringen; burgemeester en wethouders te adviseren over de stembiljetten; toezicht te houden op: de uitvoering van deze verordening, en het objectieve of neutrale karakter van de door de gemeente te verstrekken voorlichting over het referendum; klachten te behandelen in het kader van de toezichttaak, genoemd onder d. 2.De referendumcommissie kan op eigen initiatief advies uitbrengen over aanpassingen van deze verordening, over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die het referendum betreffen en die zij van belang acht. 3.De adviezen van de referendumcommissie zijn openbaar. Paragraaf3Bijzondere bepalingen Artikel6.Initiatief van kiesgerechtigden, stap 1: inleidend verzoek 1.Het inleidend verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 400 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat het formulier, bedoeld in het vierde lid, wordt verstrekt. 2.Een inleidend verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de raad, uiterlijk vijf werkdagen voor de raadsvergadering waarin het ontwerp raadsbesluit wordt besproken. 3.Een ondersteuningsverklaring voor het inleidend verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4.Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. 5.De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6.De raad beslist of het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 7.Als het verzoek wordt ingewilligd, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarop het verzoek zich richt. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop de uitslag van het referendum wordt bekendgemaakt, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist. 8.De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het inleidende verzoek zo spoedig mogelijk openbaar op een voor de gemeente gebruikelijke wijze. Artikel7.Initiatief van kiesgerechtigden, stap 2: definitief verzoek 1.Het definitief verzoek om een referendum te houden wordt ondersteund door ten minste 2.000 ondersteuningsverklaringen van personen die kiesgerechtigd zijn op de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 2.Een definitief verzoek wordt ingediend bij de voorzitter van de raad binnen zes weken na de dag dat de raad heeft besloten dat het inleidend verzoek wordt ingewilligd. 3.Een ondersteuningsverklaring voor het definitief verzoek bestaat uit een handtekening met de daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum. 4.Ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door de voorzitter van de raad verstrekt formulier waarop de titel van het ontwerp raadsbesluit is opgenomen. het papieren formulier ligt ter ondertekening op het gemeentehuis. Bij het plaatsen van een handtekening dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs. 5.De voorzitter van de raad controleert de ondersteuningsverklaringen op naam, adres, woonplaats, geboortedatum en kiesgerechtigdheid als bedoeld in het eerste lid. 6.De voorzitter van de raad maakt binnen vier weken na ontvangst van het definitieve verzoek bekend hoeveel geldige ondersteuningsverklaringen zijn ingediend. 7.De voor het inleidend verzoek verzamelde ondersteuningsverklaringen tellen niet mee voor het definitief verzoek. 8.In de eerstvolgende vergadering van de raad na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, neemt de raad een besluit over het houden van het referendum. Artikel8.Initiatief van de raad 1.De raad kan besluiten tot het houden van een referendum. 2.Zo spoedig mogelijk nadat dit besluit is genomen, behandelt de raad het ontwerp raadsbesluit waarover het referendum zal worden gehouden. Het ontwerp raadsbesluit zoals dat luidt na verwerking van eventuele aangenomen amendementen, wordt vervolgens aangehouden totdat de uitslag van het referendum bekend is gemaakt. Artikel9.Datum stemming 1.Tegelijk met het besluit om een referendum te houden of zo spoedig mogelijk daarna bepaalt de raad met inachtneming van een advies van het college van burgemeester en wethouders de datum van het referendum. 2.De stemming vindt plaats uiterlijk binnen vier maanden na de dag waarop besloten is tot het houden van een referendum. 3.De raad kan deze termijn met ten hoogste twee maanden verlengen in twee gevallen: om de stemming te combineren met een reguliere verkiezing; of om te voorkomen dat de stemming in een schoolvakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs valt die voor de regio is aangewezen. 4.De voorzitter van de raad maakt het besluit inzake het houden van een referendum, na vaststelling van de datum conform het bepaalde in lid 1, zo spoedig mogelijk op een voor de gemeente gebruikelijke wijze bekend. 5.Indien de aanleiding tot het houden van een referendum komt te vervallen kan de gemeenteraad ertoe besluiten het referendum niet te laten plaatsvinden. Artikel10.Vraagstelling referendum 1.De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, de vraagstelling vast. 2.Bij een referendum op initiatief van de kiesgerechtigden wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij voor of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn. Deze vraag kan geen betrekking hebben op afzonderlijke onderdelen van het ontwerp raadsbesluit. 3.Bij een referendum op initiatief van de raad wordt aan kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het ontwerp raadsbesluit zijn OF kan de vraag bestaan uit verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen. 4.Bij een referendum met verschillende antwoordcategorieën of oplossingsrichtingen stelt de raad de stemprocedure vast. Artikel11.Budget en subsidies 1.Onmiddellijk nadat is besloten tot het houden van een referendum, stelt de raad een budget vast voor de organisatie van het referendum. 2.De gemeente verstrekt geen subsidies of financiële bijdragen aan groeperingen of personen ten behoeve van het voeren van campagne of het geven van voorlichting in het kader van een referendum. 3.De gemeentelijke voorlichting beperkt zich tot het verstrekken van feitelijke informatie over het referendum, het besluit waarover het referendum wordt gehouden, de datum, wijze van stemmen en de geldende procedure. Artikel12.Uitvoering Het college is belast met organisatie en uitvoering van het referendum. Artikel13.Procedure voorbereiding, stemming, uitslagbepaling en bekendmaking Op de procedure ter voorbereiding, stemming, en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag van het referendum zijn de hoofdstukken E, paragrafen 2 en 4, J, L, N, paragraaf 1, en P, paragrafen 1 en 4, van de Kieswet van overeenkomstige toepassing, voor zover bij deze verordening niet anders is bepaald. Artikel14.Uitslag 1.Het centraal stembureau berekent de uitslag van het referendum en geeft aan hoeveel stemmen voor en tegen het ontwerp raadsbesluit zijn uitgebracht alsmede het aantal blanco en ongeldige stemmen en het aantal stemmen bij volmacht. Het centraal stembureau stelt vast of een meerderheid voor dan wel tegen het ontwerp raadsbesluit heeft gestemd waarbij blanco en ongeldige stemmen buiten beschouwing worden gelaten. 2.Het centraal stembureau brengt de uitslag over aan de raad, vergezeld van het proces-verbaal, en maakt beide onverwijld bekend op een algemeen toegankelijke wijze. 3.In geval van een meerkeuze referendum op initiatief van de raad wordt de keuzemogelijkheid die de meeste stemmen heeft gekregen als referendumuitspraak vastgesteld en bekendgemaakt op een algemeen toegankelijke wijze. 4.De raad doet op basis van het door het centraal stembureau vastgestelde proces-verbaal een uitspraak over of de stemming op wettige wijze is geschied. 5.Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen meer bedraagt dan 30% van het aantal kiesgerechtigden. Artikel15.Besluit De raad neemt in de eerstvolgende vergadering na de datum van het referendum een besluit naar aanleiding van de uitslag van het referendum. ParagraafOverige bepalingen Artikel16.Evaluatie 1.De raad is belast met de uitvoering van de evaluatie van het referendum. 2.De raad kan het college opdragen de evaluatie uit te voeren. 3.De evaluatie bevat ten minste: een beoordeling van de kosten; de benodigde werkuren binnen de ambtelijke organisatie en de raad; ervaringen van kiesgerechtigden; ervaringen van ambtenaren en raadsleden. Artikel17.Strafbepaling Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die: stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken; stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen voorhanden heeft met het oogmerk om deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden; bij een referendum door gift of belofte een kiesgerechtigde omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen van zijn stem; stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven. Artikel18.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Referendumverordening Gemeente Noordwijk. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2025.De voorzitter, De griffier, Toelichting Algemeen Een Referendumverordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te organiseren over een ontwerp raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad. In de Referendumverordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: college), maar aan de raad of griffier gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt uiteraard wel bij het college. Artikelsgewijs Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.