/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR755224 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1895/2025/omgevingsvisie /join/id/stop/work_019 2026-01-14 2026-01-14 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR755224/nld@2026-01-15 /join/id/proces/gm1895/2026/1_15_nieuweregeling 2026-01-15 2026-01-15 /akn/nl/act/gm1895/2025/omgevingsvisie/nld@15 /akn/nl/act/gm1895/2025/omgevingsvisie /akn/nl/act/gm1895/2025/omgevingsvisie/nld@15 /join/id/stop/work_019 v1 Omgevingsvisie gemeente Oldambt Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Voorwoord Voor u ligt de Omgevingsvisie over ons Oldambt: een gebied om trots op te zijn. Bijhet maken van de visie voerden we veel gesprekken. En vroeg of laat kwamen aldeze gesprekken op het landschap, de weidsheid van de polders en de prachtigevergezichten. Waar het nog stil is en de nacht donker. Trots op onze plek. Dat is wat onsbindt. Want de klei, dat zijn wij! Het behouden van wat waardevol is, vormt dan ook eenbelangrijke basis voor onze Omgevingsvisie.Tegelijkertijd kijken we vooruit. We zetten in op het verder verbeteren van deleefbaarheid, bijvoorbeeld door meer ruimte te geven voor woningbouw in alledorpen. We werken aan een toekomstbestendige economie om te kunnen werken enondernemen. En boven alles willen we dat iedereen mee kan doen in onze samenleving.Met als doel meer brede welvaart voor iedereen!De Omgevingsvisie geeft onze visie en koers voor de ontwikkeling van onze gemeentevoor de komende jaren. Samen werken aan ons Oldambt. Wij pakken daarvoor de regie, doet u met ons mee? 1.2 Wat is de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie vertelt onze visie op onze leefomgeving. Deze Omgevingsvisie gaat over de hele Gemeente Oldambt. In deze Omgevingsvisie geven we op strategisch niveau aan hoe wij de toekomst van de gemeente zien en hoe we richting geven aan de ontwikkeling van onze gemeente. Dat doen we met een integrale blik op onze leefomgeving. In de Omgevingsvisie verbinden we dan ook, waar dat kan, ruimtelijke opgaven met sociale vraagstukken en economische uitdagingen en een veilige en gezonde leefomgeving. Onze strategische keuzes maken we aan de hand van ambities. Deze integrale ambities geven aan hoe we de ontwikkeling van onze gemeente zien en hoe we daar mee aan de slag gaan. We maken daarbij verschil tussen gebieden. Winschoten heeft immers andere uitdagingen dan bijvoorbeeld Nieuw-Scheemda of Drieborg en elk van onze dorpen heeft zijn eigen karakter en bijzon-derheden. We hebben daarom in onze Omgevingsvisie verschil gemaakt in twee gebieden: het gebied rond het Oldambtmeer en de Dollard en haar polders. Zo doen we recht aan de veelzijdigheid van onze gemeente. De scheidslijnen tussen de gebieden zijn overigens globaal en dienen geen ander doel dan het bovenstaande. We realiseren ons goed dat we veel ambities hebben; er is werk te doen. We weten ook dat we niet alles overal en binnen de beschikbare tijd en financiële middelen kunnen realiseren. We zijn scherp in wat binnen onze eigen invloed ligt ten waar samenwerking of inzet van andere partners nodig is. Daarom werken we gebiedsgericht, leggen we verschillende accenten en prioriteiten en zoeken we in de uitvoering logische samenwerkingen met andere partners en met lopende programma’s, zoals datgene wat we in het kader van het Nationaal Programma Groningen doen. Binnen de regio werken we op dit moment veel samen in het kader van Nij Begun en de daaruit voortvloeiende Sociale Agen-da en Economische Agenda en diverse Masterplannen voor o.a. de regiokernen en de campussen die voor de regio samen met de provincie Groningen worden opgesteld. 1.3 Waarom een (update van
- de)Omgevingsvisie De Omgevingswet verplicht alle gemeenten een Omgevingsvisie op te stellen. Onze huidige Omgevingsvisie is al jaren oud. De afgelopen jaren is er in Oldambt, in Nederland, in Europa en ook in de wereld veel veranderd. Al die veranderingen hebben hun weerslag op wat er in Oldambt leeft en aan uitdagingen speelt. Belangrijke onderwerpen als de veranderingen in het landelijk gebied, de energietransitie en de uitdagingen op de woningmarkt hebben nu geen of onvoldoende plek in onze Omgevingsvisie. Daarom herzien we onze eerste Omgevingsvisie. Zo is ons gemeentelijk beleid weer ‘bij de tijd’. En het belangrijkste: de visie helpt ons om samen met onze inwoners te blijven werken aan onze leefomgeving. 1.4 Samenhang met ander beleid en instrumenten De Omgevingsvisie is een onderdeel van de Omgevingswet. In de wet worden ook programma’s en een Omgevingsplan benoemd. De visie, het programma en het plan vormen een drie-eenheid.De Omgevingsvisie geeft de richting aan en is zelfbindend voor de gemeente. In programma’s vertalen we de strategische koers uit de visie naar praktische acties. In het Omgevingsplan leggen we, net zoals we dat gewend waren in een bestemmingsplan, de regels vast. Deze regels geven aan wat wel of niet mag in onze leefomgeving. Naast de Omgevingsvisie hebben we ander beleid. Meestal zijn dit beleidsstukken op thema, zoals ons programma wonen, het mobiliteitsplan of het beleid rond wind- en zonne-energie. In de Omgevingsvisie houden we hier rekening mee. Deze Omgevingsvisie bundelt de bestaande beleidskaders die zich richten op de fysieke leefomgeving en vormt daarvoor de kapstok. We hebben ook het beleid van andere overheden betrokken bij het opstellen van deze Omgevingsvisie. In hoofdstuk 16 geven we aan hoe deze Omgevingsvisie op de visies van rijk, provincie en waterschap is afgestemd. 1.5 Hoe werkt het? De Omgevingsvisie bestaat uit 5 onderdelen. a. Het deel ‘ Visie ’. In het deel ‘Visie’ leest u onze ambities voor de gemeente voor de komende jaren. Deze ambities geven aan waar we samen aan willen werken in onze gemeente. b. Het deel ‘ Gebied ’. Hier vindt u onze plannen voor de deelgebieden in de gemeente. Voor elk gebied geven we aan wat het karakter is, wat er bijzonder is en welke kansen en opgaven er zijn. c. Het deel ‘ Aan de slag ’. Heeft u een idee of een plan? In dit deel leest u wat u kunt doen en wat wij doen als een inwoner of ondernemer een plan heeft in onze gemeente. Ook gaan we in op de manier waarop wij met de Omgevingsvisie aan de slag gaan, hoe we evalueren en monitoren en de Omgevingsvisie vertalen in programma’s en het Omgevingsplan. d. Het deel ‘ Verantwoording ’. In dit deel vindt u een verantwoording op onze Omgevingsvisie. We verantwoorden onze keuzes in dit deel. We bekijken de keuzes uit de visie in relatie tot het milieu en het beleid van andere overheden. We hebben ook opgenomen welke stappen in de participatie we hebben doorlopen om tot een Omgevingsvisie te komen. e. Het deel ‘ Achtergrond'. Dit deel geeft u meer over de achtergronden bij de Omgevingsvisie. We gaan onder andere in op de huidige situatie in Oldambt, de ontwikkelingen die we zien en de belangrijkste opgaven voor de komende jaren. Hoofdstuk 2 Visie 2.1 Onze inzet Zoals gezegd: de toekomst laat zich moeilijk voorspellen. Dat doen we dan ook niet in deze Omgevingsvisie. We kiezen ervoor een visie te bouwen die ons vanuit het hier en nu helpt richting te geven aan een aantal belangrijke opgaven. Opgaven die we oppakken om onze gemeente socialer, leefbaarder, draagkrachtiger, veiliger, gezonder en toekomstbestendiger te maken, om onze brede welvaart te versterken. We zitten nu in een periode waarin er volop aandacht is voor Groningen. De afhandeling van de aardbevingsschade loopt volop. Het Rijk heeft met Nij Begun toezeggingen gedaan voor een structurele financiële impuls voor Groningen. Het rapport ‘Elke regio telt’ heeft bij het Rijk ook de blik verbreed naar de randen van Nederland. Dat maakt dat we de komende periode als gemeente waarschijnlijk in staat zijn flinke stappen te zetten met onze opgaven. Het vraagt van ons nu allereerst focus, keuzes en richting. Dat brengt deze Omgevingsvisie. We moeten omdenken: van beperkingen naar kansen en van moeilijkheden naar oplossingen. Elk goed idee kan meerwaarde opleveren voor onze gemeente en ons verder brengen. In deze visie willen we deze mooie woorden inhoud geven. Deze periode vraagt ook van ons dat we regie nemen. We nemen het heft in eigen hand en we zetten met deze Omgevingsvisie een stap vooruit. Dat betekent niet dat alles anders moet. Juist niet. Onze kracht is geworteld in onze ontstaansgeschiedenis, in de aard van onze inwoners en onze taal en cultuur. We zijn het gewend om de handschoen op te pakken als het nodig is. We durven ver vooruit te kijken en een grote sprong te wagen. Denk alleen al aan Blauwestad, uniek voor Nederland. Die handelingsbereidheid en dat lef zetten we in om te bouwen aan de toekomst van onze prachtige gemeente met meer brede welvaart. We doen opnieuw een sprong vooruit. We maken keuzes waar we aan de slag willen en maken keuzes om onze inzet en middelen op de best mogelijke manier te laten renderen voor Oldambt. Daarbij hoort ook dat niet alles kan en dat we niet alles zelf kunnen of hoeven te doen. We moeten wel inzet leveren, onze invloed aanwenden en de regie in handen nemen. Veel van onze uitdagingen zijn grensoverschrijdend en spelen niet alleen in Oldambt, zoals de woningbouw of de energietransitie. We zoeken daarom ook heel specifiek de samenwerking met onze partners in de regio: de provincie, buurgemeenten en het waterschap. Door inzet te bundelen en elkaars kwaliteiten en kracht te benutten komen we als regio verder. En daar is ook Oldambt bij gebaat! Met de aangekondigde middelen vanuit Nij Begun en de economische en sociale agenda die kortgeleden zijn gepresenteerd ligt er een stevige (financiële) basis voor samenwerking en voor ontwikkeling van Oldambt en de regio. 2.2 Onze principes Brede welvaart als hoogste doel Ons belangrijkste doel is het verbeteren van de brede welvaart van onze inwoners. Daarom hanteren we in ons handelen en bij het maken van keuzes een aantal principes. Deze principes gebruiken we om onze eigen ideeën te ondersteunen en de plannen van anderen waar nodig aan te scherpen. Wij staan voor een positieve insteek: elk plan is een kans. Een kans op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, een kans voor de versterking van onze economie, een kans om meer te verduurzamen of om meer klimaatadaptieve maatregelen te nemen. Daarom hanteren wij de volgende zes leidende principes. a. Meerwaarde: plannen zorgen voor meerwaarde, voor zoveel mogelijk inwoners; b. Kwaliteit: alle plannen dragen bij aan eigenheid van Oldambt; c. Meervoudig: plannen zijn multifunctioneel en inpasbaar; d. Gezond: plannen stimuleren een gezonde leefomgeving; e. Duurzaam; plannen hebben zo weinig mogelijk afwenteling (in tijd of plaats) en hebben oog voor lange termijneffecten. f. Betrokkenheid: belanghebbenden worden vroegtijdig betrokken bij de ontwikkeling van plannen. Meerwaarde We kunnen niet op alle fronten van brede welvaart en voor iedereen altijd een goed cijfer halen. Onze ruimte is schaars en plannen kunnen conflicteren. Bijvoorbeeld als een versterking van de economie (goed voor de brede welvaart) extra bedrijventerrein vraagt en daarmee het landschap onder druk zet (minder goed voor de brede welvaart).Wij willen dat plannen per saldo meerwaarde opleveren voor de Oldambtsters, ook al hebben ze soms minder positieve neveneffecten. We zijn eerlijk en duidelijk over de afwegingen die we daarin maken. We bewaken in alle gevallen de ondergrens (dat zijn onze waarden en de wettelijke normen) en we proberen altijd minder positieve effecten zo draagbaar mogelijk te maken. Kwaliteit Het karakter van ons landschap, stad en dorpen is ons vertrekpunt. We weten ook dat deze kwaliteiten weerloos zijn als wij ze niet bewaken. Plannen moeten dat karakter versterken en als bron van inspiratie gebruiken. Een goede ruimtelijke kwaliteit is een voorwaarde. Plannen bouwen verder aan de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden van ons Oldambt en voegen nieuwe kwaliteiten toe. Zo is elk plan een kans om de identiteit van een gebied of een plek te verbeteren. Meervoudig We zijn zuinig op onze schaarse ruimte. Daarom toetsen we vooraf de inpasbaarheid van plannen in de omgeving. Ook vinden we dat plannen ‘slim’ moeten zijn. Elk plan is bij voorkeur meervoudig, kan meerdere doelen dienen en maakt slim gebruik van de beschikbare ruimte. Bovendien zijn plannen zo bedacht en ontworpen dat ze aanpasbaar zijn als later blijkt dat een andere invulling nodig is of beter aansluit bij de wensen van de tijd. Gezond en veilig Gezondheid en veiligheid staat voor ons buiten kijf. De waarde daarvan is nauwelijks meetbaar te maken. Door de druk op de ruimte raken alle plannen aan de leefkwaliteit onze inwoners. Wij houden vast aan een gezonde en veilige leefomgeving. Plannen voorkomen een verslechtering van de leefkwaliteit en leveren waar dat kan milieu- en gezondheidswinst op. Het vraagt soms een omslag in denken, wij bieden de ruimte voor maatwerk. Duurzaam Plannen zijn klimaatadaptief en duurzaam, nu en in de toekomst. Afwenteling van problemen in ruimtelijke zin en op komende generaties voorkomen we. Waar dat kan versterken plannen de biodiversiteit. Het bodem en watersysteem zijn leidend bij de locatiekeuze en het ontwerp van plannen. Vanuit duurzaamheidsperspectief verwachten we dat plannen waar mogelijk zelf voorzien in hun energie- en waterbehoefte en daar verantwoord mee omgaan, bijvoorbeeld door het hergebruik van reststromen en grondstoffen (circulariteit). Wij vragen hier aandacht voor bij initiatiefnemers en delen goede voorbeelden. Betrokkenheid Plannen staan bijna nooit op zichzelf. Veel plannen en goede ideeën raken aan verschillende belangen. Om goed in te kunnen spelen op deze belangen, die ook nogal eens van elkaar kunnen verschillen, verwachten we dat initiatiefnemers vroegtijdig in gesprek gaan met belanghebbenden. Waar dat kan, houden we rekening met elkaar en elkaars belangen. Dat doen wij ook voor die plannen waar we zelf initiatiefnemer zijn. We communiceren open en zijn transparant over onze keuzes en afwegingen. 2.3 Wat willen we: Oldambt 2055 We werken aan een gemeente waar de brede welvaart op orde is. We zien een gemeente waar mensen graag wonen, graag werken en graag komen. Wat we willen is nauw verbonden met de belangrijkste maatschappelijke opgaven voor onze gemeente (zie hoofdstuk 18 voor een nadere uitleg over deze opgaven). Wij hebben onze visie samengebracht in vijf ambities. Tussen deze ambities zitten diverse raakvlakken. Ze zijn bedoeld als houvast zonder dat het leidt tot verkokering. De raakvlakken laten juist zien dat een integrale aanpak vaak meerdere doelen en ambities kan dienen en een brede blik in veel gevallen meer dan gewenst is. Onze vijf ambities zijn: a. Iedereen doet mee b. Leefbare dorpen en wijken c. Ondernemerschap en innovatiekracht d. De nieuwe Graanrepubliek e. Klimaatbestendig en energiebewust Bij elk van de ambities geven we aan waar we op inzetten en hoe we dat doen. Voor deze laatste ‘hoe-vraag’ zoeken we waar dat kan de verbinding met de programmalijnen die vanuit het NPG Lokaal Programma Oldambt zijn neergezet. Zo verbinden we in de uitwerking Omgevingsvisie en Lokaal Programma met elkaar. Dat is voor inwoners helder, dat voorkomt dubbel werk en dat maakt het realiseren van koppelkansen veel gemakkelijker. Bovendien komen via Nij Begun verschillende extra financieringsstromen naar Groningen en ook naar onze gemeente. Daarmee ontstaat (regionale) slagkracht om plannen ook daadwerkelijk mogelijk te maken. Deze middelen zijn van groot belang omdat plannen en ideeën vaak een duwtje in de rug nodig hebben. Wij kiezen mede daarom voor deze Omgevingsvisie dezelfde tijdshorizon als Nij Begun, 2055. Hoofdstuk 3 AMBITIE 1 - Iedereen doet mee 3.1 Waar zetten we op in? We investeren en ondersteunen in de samenredzaamheid van onzeinwoners, zodat zoveel mogelijk inwoners financieel, mentaal en fysiek fit zijn. We onderzoeken de mogelijkheid om zelf als gemeente economischkapitaal op te bouwen en langjarig te investeren in onze samenleving. We investeren preventief in de gezondheid van onze inwoners, onderandere door in ons mobiliteitsbeleid in te zetten op de fiets en devoetganger. Voorzieningen rond sport, zorg en onderwijs zijn goed bereikbaar enonder handbereik van onze inwoners. 3.2 In 2055... Wij zijn een sociale gemeente waar we omkijken naar elkaar. We hebben in hetbijzonder oog voor de meest kwetsbare inwoners en kinderen. Veel inwoners doen meein de samenleving, iedereen naar eigen vermogen. Kinderen groeien niet meer op in armoede. We hebben een breed gevarieerd voorzieningenaanbod dat voor iedereentoegankelijk is en goed gespreid is over onze gemeente. Dat geldt voor sport,cultuur en zorgvoorzieningen. We hebben een sterk ziekenhuis met aanverwantezorginfrastructuur, een bloeiend verenigingsleven en goede onderwijsmogelijkheden. Onze sociale voorzieningen zijn betaalbaar en beschikbaar voor mensen die het nodighebben. De gemeente hoeft niet iedere hulpvraag meer op te lossen. Veel dingendie gebeuren horen bij het ‘normale’ leven en vragen niet direct om professionele hulp. Normaliseren is gewoongoed geworden, in plaats van te medicaliseren en problematiseren. 3.3 Wat willen we? Het welbevinden van onze inwoners is ons grootste goed. Investeren in de vitaliteit van onze samenleving staat daarom voorop. Fysiek, mentaal en financieel fitte inwoners zijn van grote waarde voor onze gemeente. "Wij willen langjarig investeren in onze samenleving. Wij gaan voor zoveel mogelijk fysiek, mentaal en financieel fitte inwoners" Dit vraagt een lange adem en dat weten we inmiddels. De problemen zijn vaak generatie-overstijgend. Dat vraagt langjarige investeringskracht. We verwachten dat de Sociale en Economische Agenda vanuit Nij Begun belangrijke voorwaarden scheppen die bijdragen aan onze ambitie. In veel gevallen zal het om interventies gaan die gemeentegrens overstijgend zijn en regionaal worden ingezet. Daarnaast onderzoeken we als gemeente zelf hoe we investeringskracht kunnen organiseren om langdurig te investeren in onze samenleving. Wij zijn ervan overtuigd dat de maatschappelijke meerwaarde die het kan opleveren groter is dan de financiële investeringen die nodig zijn. Om onze ambitie waar te maken, werken we de komende jaren aan: 1. Een sterkere inkomensbasis Het werken aan een betere bestaanszekerheid voor onze inwoners doen we langs twee lijnen. Aan de ene kant ondersteunen we inwoners om hun kosten, te verminderen, bijvoorbeeld voor energie door een verduurzamingsaanpak voor hun woning. Anderzijds willen we het besteedbaar inkomen zoveel mogelijk opkrikken, zodat armoede en geldzorgen niet meer de orde van de dag zijn bijvoorbeeld door te onderzoeken of passend werk beschikbaar is of te ontwikkelen is. Financieel fitte inwoners zijn veel beter in staat om vooruit te kijken, keuzes te maken voor een iets langere termijn en keuzes te maken die hun eigen gezondheid en geluk verrijken.Vanuit het sociaal domein wordt hier al het mogelijke aan gedaan. In onze Transitievisie Warmte hebben we dit ook als speerpunt opgenomen. Het is bovendien een van de belangrijke pijlers van het Masterplan Oost-Groningen. Voor deze Omgevingsvisie betekent het dat we ruimte geven om te sturen op betaalbare (én duurzame) energie en het terugdringen van energie-armoede.De geldzorgen vertalen zich ook in de woningen, die vaak zichtbaar gebrek aan onderhoud kennen. In combinatie met gebreken door niet erkende schades van gas- en zoutwinning of door funderingsproblemen is het verduurzamen en toekomstbestendig maken van woningen een grote en kostbare opgave.Wij moeten aan de slag met de toekomstbestendigheid van woningen. We maken dit onderdeel van een aanpak per dorp waarbij we deze toekomstbestendigheid verbinden aan nieuwbouw, verbouw en herbestemming van woningen passend bij de woningmarkt in het dorp. Zo verbinden we problemen en kansen en komen we tot een woningvoorraad die in de volle breedte van het dorp aansluit bij de wensen van nu en straks. 2. De gezonde keuze In ons ruimtelijk beleid en de keuzes die we maken nemen we veiligheid en gezondheid nadrukkelijk mee. Dat betekent dat we kwetsbare groepen goed beschermen tegen veiligheid- en gezondheidsrisico’s, Daarnaast investeren we preventief in gezondheid: onze inwoners moeten de mogelijkheid krijgen om gemakkelijk een meer gezonde keuze te maken. Bijvoorbeeld door de auto te laten staan en de fiets te nemen en ontmoeting te stimuleren om eenzaamheid tegen te gaan. We kijken nadrukkelijk naar de mogelijkheden om in de buurten plekken voor spel en ontmoeting te houden, te verbeteren of te realiseren. Ieder dorp heeft een plek voor ontmoeting, in welke vorm dan ook.Tegelijkertijd werken we aan de kwaliteit van onze openbare ruimte. Een aantrekkelijk openbaar gebied en fijne wandelgebieden maken het gemakkelijker om naar buiten te gaan. Bovendien, goed voorbeeld doet goed volgen en wat netjes is, blijft ook langer op orde. Zo worden de dorpen en straten meer en meer een visitekaartje van onze gemeente. Preventief investeren in gezondheid kan helpen om de zorgkosten in de toekomst betaalbaar te houden. Voor deze Omgevingsvisie betekent het dat we met deze blik kijken naar de verdeling en toegankelijkheid van onder andere voorzieningen rond sport, zorg en onderwijs die goed bereikbaar en onder handbereik moeten zijn van onze inwoners. Nabijheid en fietsbereikbaarheid spelen daarin een grote rol. Wij zetten in op veilige en comfortabele langzaam verkeerroutes naar de belangrijkste (clusters van) voorzieningen. In ons mobiliteitsbeleid kiezen we voor het ‘STOMP’-principe (Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, deelMobilteit, Persoonlijk vervoer). Dat betekent dat we de fiets en de voetganger op 1 zetten, OV stimuleren en waar dat nodig is de auto ruimte geven.De ontwikkeling van mobiliteitshubs in onze dorpen juichen we toe. Door deelauto’s en bijvoorbeeld elektrische deelfietsen ter beschikking te stellen, maken we het voor meer inwoners gemakkelijker om afstanden comfortabel te overbruggen. We zien deze hubs waar dat kan gecombineerd op plekken waar ook ontmoeting en sociale interactie van nature plaatsvindt. Zo versterken we ook de waarde van deze plekken in de dorpen. 3.4 Hoe gaan we met deze ambitie aan de slag? Deze ambitie pakken we op via de volgende lijnen: Sociale en economische agenda Nij Begun; Lokaal programmaplan NPG (met name programmalijn ‘Toekomst voor de jeugd’); Programma’s sociaal domein; Programma mobiliteit (in ontwikkeling); Programma beheer en onderhoud. Hoofdstuk 4 AMBITIE 2 - Leefbare dorpen en wijken 4.1 Waar zetten we op in? De eigenheid en historie van iedere kern is de basis voor de ontwikkeling van elke kern. We zorgen voor een passend woningaanbod in ieder dorp vanuit een woonstrategie voor ‘begeleide groei’ om zo nieuwkomers en onze jongeren goede woonruimte te kunnen bieden. We ontwikkelen woningbouwplannen samen met onze inwoners waarbij we de verduurzaming en eventuele versterking van woningen verbinden aan een bredere woningbouwopgave van het dorp als geheel. Zo kunnen we vanuit de kwaliteiten van het dorp komen tot een woningaanbod dat van voldoende toekomstwaarde is en aansluit bij de ruimtelijke structuren van iedere kern. We hanteren de wettelijke milieunormen als bovengrens, maar streven naar een voortgaande verbetering van de milieukwaliteit. We zetten ons in voor een openbaar gebied dat uitnodigt tot sport en spel en geven bij de inrichting van ons openbaar gebied voorrang aan de fietser en voetganger. 4.2 In 2055... Wij zijn een gemeente waar het goed wonen en leven is. Onze dorpen, stad en wijken maken Oldambt. Geen enkele hetzelfde, maar samen compleet. Heiligerlee, Westerlee, Winschoten, Scheemda, Blauwestad en de dorpen rondom het Oldambtmeer (Midwolda, Oostwold, Finsterwolde en Beerta) vormen een dynamisch gebied waar stedelijke kracht, dorpse allure en landelijke idylle elkaar afwisselen en verrijken. Samen zijn ze het kloppende hart van Oldambt. Rondom vinden we de rust en de weidsheid in de Dollardpolders en de fraaie bebouwingslinten van Nieuw-Scheemda tot Nieuwolda en van Hongerige Wolf naar Drieborg en Nieuw-Beerta. De Oldambster boerderijen staan er goed bij en zijn de trotse beelddragers van de Dollardpolders. Bad Nieuweschans is een sterke recreatieve trekpleister die niet meer alleen gevonden wordt door wellness-bezoekers. Met de Graansilo en de oude Remise hebben we bijzondere plekken in Bad Nieuweschans nieuw leven ingeblazen. De recreatieve verbinding met Nieuwe Statenzijl is verder versterkt. 4.3 Wat willen we? Onze inwoners moeten wonen in een omgeving die schoon, veilig en aantrekkelijk is. Daarbij nemen we de eigenheid en historie van de kernen als uitgangspunt, inclusief de daarmee samenhangende en vaak gegroeide mix van wonen, werken en voorzieningen. We zetten in op leefbare en levendige dorpen, buurten en stad. We houden vast aan de wettelijke milieunormen als ondergrens, maar streven ernaar om de huidige milieukwaliteit verder te verbeteren. We werken aan schoon water en schone lucht. Een schone leefomgeving, dat wil zeggen een leefomgeving zonder milieuoverlast, is essentieel om de gezondheid en het welzijn van zowel de mens als de natuur te waarborgen. We zetten ons in om vervuiling te verminderen en afval te beheersen. "Wij staan voor goed wonen en leven in onze dorpen en wijken. We willen werken aan een goede woon- en leefkwaliteit: schoon, veilig en met een woning voor iedereen.” De saamhorigheid en samenredzaamheid in onze dorpen en wijken is sterk. Dat is een groot goed en niet vanzelfsprekend. Door aardbevingsproblemen en door krapte op de woningmarkt is de druk op de leefbaarheid en de samenleving hoog. We moeten zorgen dat het woningaanbod voor onze huidige en toekomstige inwoners in balans is, zowel in aantallen als typologie én kwaliteit. In onze gemeente vinden inwoners nog rust en ruimte. Niet voor niets zien we dat mensen uit de Randstad onze gemeente opzoeken als nieuwe woonplek. We bieden voor ieder dorp en wijk een passend woningaanbod. Wij staan voor voldoende en kwalitatief goede, duurzame woningen die ook betaalbaar zijn voor jong en oud. We willen geen concurrentie voor onze eigen inwoners, dat betekent dat we moeten werken aan een woonstrategie die inzet op begeleide groei. Voor de leefbaarheid van de dorpen en wijken in de toekomst zijn juist jongeren en jonge gezinnen, uit onze gemeente en uit de regio of verder, van harte welkom. Onze jongeren zijn immers de nieuwe vrijwilligers die zorgen voor de leefbaarheid van onze dorpen en wijken in de (nabije) toekomst. De komende jaren werken wij aan: 1. Dorps- en buurtkracht We zijn gezegend met veel betrokken dorps- en buurtbewoners. Zij zijn de drijvende krachten in het vrijwilligerswerk en van grote waarde voor de leefbaarheid en levendigheid van de dorpen en buurten. Evenementen, dorpse tradities en clubs zorgen voor sociale binding. Dat waarderen we en blijven we ondersteunen. Onze gebiedsregisseurs vervullen daarin een belangrijke rol. We weten ook dat het behouden van de leefbaarheid niet vanzelf gaat. Opvolging in vrijwilligerstaken is lastig. Zeker in de kleinere dorpen hangt dat samen met de beperkte mogelijkheden voor de eigen jongeren om in het dorp een huis te huren of te kopen. Dat is het gevolg van jarenlang krimpbeleid gecombineerd met een overdruk op de woningmarkt die ervoor zorgt dat mensen van ver ook in het Oldambt op zoek gaan naar een woning. We kijken daarom anders naar onze woningmarkt. Nu handelen is nodig om de leefbaarheid van onze dorpen voor de lange termijn veilig te stellen. We moeten aan de slag met woningbouw in de dorpen, zodat onze jongeren kunnen blijven wonen in het dorp waar hun hart ligt. Daarbij zoeken we naar methoden waarbij de bouw van woningen een doorstroming op de woningmarkt teweegbrengt die voor jongeren, gezinnen en ouderen leidt tot passende, betaalbare woningen in het dorp dat hun lief is. 2. Dorpsontwikkeling De vele gesprekken in onze dorpen hebben ons meermaals laten zien dat woningbouw veel meer is dan een cijfermatige exercitie op basis van bevolkingsprognoses. De vraag naar woningen is nu groot en vraagt op korte termijn verdere invulling om een verdergaande vergrijzing van de dorpen tegen te gaan. We zien ook dat onze huidige woningvoorraad sterk verouderd is. In het kader van de verduurzamingsaanpak als gevolg van de aardbevingen verkennen we ook de mogelijkheden om woningen te verduurzamen en te vernieuwen. Afgelopen jaren hebben we ons al volop ingezet voor wonen en woningbouw. Er is flink gebouwd en we zijn in de dorpen gesprekken gestart over wonen en woonbehoeftes. In deze Omgevingsvisie bestendigen we de ingezette lijn en doen we er nog een tandje bovenop. We willen bijdragen aan de regionale en lokale woningbehoefte. Met Blauwestad, Winschoten en omgeving hebben we een aantrekkelijke en gevarieerde woonomgeving in handen. Voor de kleinere dorpen willen we toe naar een aanpak die voor deze dorpen op dorpsniveau leidt tot een slimme woningbouwstrategie die de noodzakelijke aanpak per pand verbindt met de brede woningbouwvraag tot de beste oplossingen voor het hele dorp. Dus we bundelen de opgaven per woning tot een plan voor het dorp, waarbij het gewenste woningaanbod leidend is. Dat geeft ons de mogelijkheid om slim om te gaan met sloop en nieuwbouw, met het realiseren van nieuwe woningtypen die beter aansluiten op de woningvraag en het moet ons de ruimte geven om woningaanbod waar geen vraag naar is te amoveren. Bovendien biedt het ons de kans om vanuit de ruimtelijke structuren van het dorp en met behoud van de gebiedseigen sfeer, karakteristiek en identiteit de dorpen (vraaggestuurd) te laten door ontwikkelen. Deze aanpak ontwikkelen we met het dorp en met woningcorporaties die ons inziens een belangrijke rol kunnen vervullen. 3. Uitnodigende leefomgeving We richten onze wijken en dorpen veilig in voor iedereen. Mensen moeten zich veilig en thuis voelen. Daarom is ons openbaar gebied op orde: passend onderhouden, goed en toegankelijk ingericht, klimaatadaptief en aantrekkelijk. Mensen komen er graag, ontmoeten elkaar, er wordt gesport en gespeeld. We zorgen dat onze wegen en straten zo fraai en veilig mogelijk zijn. In ons openbaar gebied nemen we maatregelen om klimaateffecten op te vangen en te voorkomen dat ze de leefbaarheid van onze dorpen en buurten aantasten (bijvoorbeeld door hittestress, wateroverlast). Er moet ruimte zijn voor kinderen om buiten te spelen. In buurten en straten met brede stoepen, toegankelijk groen en weinig auto’s spelen en bewegen kinderen nu eenmaal meer. We kiezen daarnaast voor meer groen in ons openbaar gebied. Want ook een groene omgeving stimuleert beweging en ontmoeting voor jong en oud! En het helpt ons bovendien om ons openbaar gebied beter in te richten en aan te passen aan de klimaatverandering. Groen is tot slot ook van groot belang voor natuur en biodiversiteit en daarmee indirect ook voor de gezondheid van onze inwoners. Bij de inrichting van onze straten zoeken we een goede balans tussen verkeersveiligheid, verblijfskwaliteit en de doorstroming van verkeer. Zeker in de lintdorpen waar de belangrijkste verkeersverbindingen door het dorp lopen, vraagt dat voortdurend aandacht. Het verkeer zorgt voor drukte en levendigheid, maar ook lastige verkeerssituaties. Waar de dorpen zijn voorzien van een rondweg is de drukte vaak een minder groot probleem. In het landelijk gebied merken we dat het landbouwverkeer steeds groter wordt en meer ruimte inneemt op de weg. Dat botst soms met het recreatief medegebruik. Voor ons zijn beide belangrijk. Daarom zorgen we ervoor dat het zo veilig mogelijk kan en onderzoeken we waar recreatieve fietspaden een aanvulling kunnen zijn op ons fietsnetwerk. Dat dient bovendien een extra doel; we stimuleren zo het fietsgebruik. Met de inrichting van ons openbaar gebied willen we inwoners verleiden de fiets te pakken of te voet op pad te gaan. Bijvoorbeeld door een aantrekkelijk ommetje. Of omdat de route met de fiets sneller is dan met de auto. Dat komt de gezondheid van onze inwoners alleen maar ten goede. 4.4 Hoe gaan we met deze ambitie aan de slag? Deze ambitie pakken we op via de volgende lijnen: Lokaal programmaplan NPG (met name programmalijn ‘Toekomst voor de dorpen en wijken’); Agenda ‘Herstel van Groningen’ (versterking, schadeherstel, sociale cohesie, leefbaarheid); Isolatieaanpak Nij Begun; Sociale agenda Nij Begun; Te herzien Programma wonen; Programma mobiliteit (in ontwikkeling). Hoofdstuk 5 AMBITIE 3 - Ondernemerschap en innovatiekracht voor onze economie 5.1 Waar zetten we op in? Het toekomstbestendig maken van bestaande bedrijvigheid en het faciliteren van duurzame ontwikkeling. Creëren van de juiste randvoorwaarden voor toekomstbestendige bedrijvigheid: fysieke ruimte (o.a. beperkte ontwikkeling nieuwe bedrijventerreinen en revitalisering van bestaande), infrastructuur en versterken van innovatiekracht. Helpen van onze werkgevers met het vinden van oplossingen voor de krapte op de arbeidsmarkt met bijzondere aandacht voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Versterken van de verbinding tussen ondernemers, onderwijs en arbeidsmarkt, o.a. met campussen en ruimte voor nieuwe innovatieve bedrijvigheid (startups). Vrijetijdseconomie ontwikkelen tot dragende economische pijler. Ruimte houden voor lokaal gebonden bedrijvigheid, waaronder de mogelijkheid tot bedrijfsvestiging in onze Oldambster boerderijen; Kwalitatief sterke binnenstad van Winschoten: zowel in uitstraling als functies. Aantrekkelijke dorpscentra met lokale voorzieningenfunctie: masterplannen Scheemda en Bad Nieuweschans. 5.2 In 2055... Wij zijn een gemeente waar onze economie stevig staat en een goede drager is voor de brede welvaart. Zoveel mogelijk van onze inwoners zijn aan de slag, ieder naar eigen vermogen. Dat heeft een positief effect op het welbevinden en welzijn van onze inwoners: iedereen doet ertoe! We bieden onze bedrijven goede vestigingsvoorwaarden: door onze inzet op herstructurering zijn onze bedrijventerreinen aantrekkelijk en groen, hebben ze de beschikbaarheid over voldoende duurzame energie en warmte en zijn aangesloten op de noodzakelijke digitale infrastructuur. We bieden daarmee de randvoorwaarden die onze bedrijven fysiek in staat zijn om toekomstbestendig te opererenDe waterstofbackbone die langs onze gemeente loopt, heeft een aftakking die bedrijven met een forse vraag naar hoogwaardige energie (bijvoorbeeld voor de productie van goederen) voorziet van duurzame energie. De doorontwikkeling van de campussen zorgt voor een sterke verbinding tussen onderwijs, opleiding en ondernemerschap. Startups, kennishubs en een goede onderlinge uitwisseling tussen kennisinstellingen en bedrijven zorgen dat de regio beschikt over veel innovatiekracht. Winschoten is een bloeiende regiostad. Winkels, horeca, voorzieningen, woningen en bedrijven zorgen voor een aangename mix. Winschoten wordt goed bezocht door inwoners uit de provincie en uit Duitsland. In Scheemda is het vernieuwde Marktplein het kloppende hart, Bad Nieuweschans is een sterke centrumdorp met alle basisvoorzieningen. De draagkracht van het dorp wordt mede bepaald door de recreatieve aantrekkingskracht en de vele bezoekers. 5.2 Wat willen we? De strategische ligging van onze gemeente met de A7, de N33 om de hoek, het spoor Groningen – Duitsland, een vaarverbinding over het Winschoterdiep en de bestaande (ondergrondse) infra zijn overtuigende en unieke factoren van Oldambt als vestigingsplaats voor bedrijven. We maken deel uit van een internationale corridor. De stad Groningen en de daar aanwezige kennisinstellingen en ook de Eemshaven zijn onder handbereik en belangrijke aanjagers van onze economie. In onze gemeente zijn we sterk in een breed scala aan sectoren, waaronder de zorg, industrie en de landbouw. Hier wordt volop uitgevonden, ontwikkeld, geproduceerd, gebouwd en geteeld.De bereikbaarheid van onze gemeente is op orde. Er liggen mooie kansen om met de ontwikkeling van de Wunderline ook de bestaande stations te versterken. Station Winschoten kan een centrale hub worden voor voorzieningen en (deel)mobiliteit in de regio. Samen met ondernemers scheppen we de randvoorwaarden voor een duurzame en slimme groei van onze economie. Door te versterken waar nu al onze kracht en onderscheidend vermogen liggen en door kritisch te zijn op grote ruimtevragers zonder meerwaarde voor onze arbeidsmarkt en de brede welvaart. De krapte op de arbeidsmarkt remt de economische ontwikkelingen. Daarnaast zijn er in onze gemeente relatief veel inwoners die niet aan het werk zijn, om een veelvoud van redenen. Beide zijn reden tot zorg. Deelnemen aan de arbeidsmarkt zorgt voor inkomenszekerheid (en dus financieel fitte inwoners) en daarnaast voor een betekenisvolle dagbesteding en sociale contacten. “Wij willen voor zoveel mogelijk inwoners passend werk. Daarom zetten we volop in op een verbinding tussen onderwijs, arbeidsmarkt en werkgelegenheid in onze regio”. Onze belangrijkste inzet ligt bij het optimaal benutten van onze economie en het verbinden van werkgelegenheid aan het potentieel van onze arbeidsmarkt. Tegelijkertijd investeren we in de opleiding- en ontwikkelmogelijkheden van diezelfde inwoners. We streven ernaar dat het aanbod aan werk en het opleidingsniveau van onze inwoners zo goed mogelijk op elkaar is afgestemd; een goede kwalitatieve match. Wij gaan aan de slag met: a. Campus Winschoten b. Vrijetijdseconomie als dragende economische pijler c. Aantrekkelijk vestigingsklimaat in de linten, waaronder het benutten van vrijekomende boerderijen, en de stad d. Revitalisering van bedrijventerreinen e. Integrale dienstverlening voor ondernemers 1. Campus Winschoten Campus Winschoten is onze manier om invulling te geven aan de verbinding van onderwijs, ondernemerschap en arbeidsmarkt. Er staat al een goede basis en deze basis bouwen we uit. Van ondernemers uit onze gemeente horen we dat er grote behoefte is aan vaardige en kundige talenten die matchen met wat de arbeidsmarkt nodig heeft, nu en in de nabije toekomst. Wij zien deze oproep als een onderbouwing en draagvlak voor de Campus Winschoten. Wij gaan ons inspannen om een breed aanbod van bedrijven te verbinden aan deze campusontwikkeling, evenals het toevoegen van extra MBO-opleidingen en nieuwe HBO- en WO-opleidingen, bijvoorbeeld als regionale dependance van vestigingen uit de stad Groningen*. We werken bij deze ontwikkeling samen in een campuscoalitie met andere campuslocaties in de provincie voor de versterking van economisch perspectief en innovatie. * Deze zin is de tekst met inachtneming van amendement A bij besluitvorming tijdens de raad van 19 november 2025. Randvoorwaarden voor een campus (bron: masterplan Campussen provincie Groningen) 2. Vrijetijdseconomie als dragende economische pijler Ieder landschap is een vrijetijdslandschap. Ook in het Oldambt. We benutten die potentie van ons landschap nog niet voldoende. De Dollardpolders en de verhalen van de ontstaansgeschiedenis, de landbouw en de eigengereidheid zijn uniek. Met het versterken van de vrijetijdseconomie zorgen we voor een bredere economische basis. Het is bovendien een sector waar relatief laagdrempelig inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt in kunnen stappen. Het verhaal en de kwaliteit van het gebied gaan we breed uitdragen en vermarkten. Hierdoor ontstaat een onderlegger voor een stevige vrijetijdseconomie die nadrukkelijk verbonden is met onze landbouweconomie. En een economie die gebaseerd is op onze historie en kwaliteiten. Want waar staan nog meer van zulke indrukwekkende boerderijen, waar zijn de zichtlijnen naar de horizon zo weids? Waar vind je in de directe nabijheid dan ook nog met Blauwestad een vernieuwende, grootschalige landschaps- en stadsontwikkeling die inmiddels onderdeel is van de canon van Nederland? We zetten in deze Omgevingsvisie in op de belevingswaarde van ons landschap door ruimte te geven aan passende plekken en vormen van verblijfsrecreatie en dagrecreatie. Een goede recreatieve toegankelijkheid van ons landschap is daarbij randvoorwaardelijk. Voor bezoekers en voor onze eigen inwoners. Een mooie omgeving en een goede toegankelijkheid werken ook uitnodigend, stimuleren om “erop uit te gaan” en dragen zo bovendien bij aan gezond gedrag. 3. Aantrekkelijk vestigingsklimaat in de linten en de stad Het mkb, in de vorm van winkels, horeca, kappers en bouwbedrijven draagt in hoge mate bij aan de levendigheid, het voorzieningenniveau en de werkgelegenheid in de regio. Veel van deze ondernemers zijn lokaal geworteld. En veel van deze bedrijven zijn al jarenlang gevestigd in de dorpslinten, dorpscentra of in het centrum van Winschoten. Dat houden we graag zo. Voor veel mkb-ondernemers en voor inwoners is de opvolging binnen met name de kleinere bedrijven een grote zorg. Met regelmaat verdwijnen ondernemingen door een gebrek aan opvolging. Als gemeente kunnen we daar niet in sturen. De locatie van deze bedrijven zorgt veelal voor sociale binding met de directe omgeving, maar heeft ook negatieve kanten, bijvoorbeeld door overlast of gebrek aan ruimte voor uitbreiding. We ondersteunen waar mogelijk bestaande bedrijven bij hun toekomstplannen en eventuele groeiambities, binnen de wettelijke normen en kaders en met oog voor maatschappelijke waarde en leefbaarheid. De uitdaging om het voorzieningenniveau in kernen en op het platteland te borgen, speelt niet alleen in Oldambt. Oplossingsrichtingen pakken we daarom in regionaal of provinciaal verband op, en in verbinding met diverse strategische agenda’s. In het centrum van Winschoten werken we aan een binnenstadsaanpak. Daarmee waarderen we het centrum op en zetten we het centrum opnieuw op de kaart. We gaan verder met deze aanpak. We zien dat de aanpak haar vruchten afwerpt en het centrum een groeiende rol vervult voor de regio. Zo moet Winschoten de tweede koopstad van Groningen kunnen blijven. Met de masterplannen voor Scheemda en Bad – Nieuweschans geven we richting aan deze dorpen als belangrijke lokale voorzieningencentra. 4. Revitalisering van bedrijventerreinen Bij Winschoten en Scheemda liggen grote bedrijventerreinen van regionaal belang. Deze liggen er al decennia en zijn voor onze werkgelegenheid van groot belang, maar zijn niet toekomstbestendig. Daarom revitaliseren we deze terreinen. Dat doen we om grond efficiënter in te kunnen zetten, om de omgevingsveiligheid te verbeteren en daarmee ook ruimte te geven aan extra bedrijven en aan ruimte voor circulariteit, verduurzaming en klimaatadaptatie. De revitalisering doen we in nauwe afstemming met de aldaar gevestigde ondernemers. We zijn recent gestart met de revitalisering van De Rensel in Winschoten, de komende jaren starten we in ieder geval ook met Eextahaven I. 5. Integrale dienstverlening voor ondernemers In samenwerking met ondernemers scheppen we de randvoorwaarden voor een duurzame en slimme ontwikkeling van onze economie. Daarbij gaat het niet alleen om de fysieke ruimte, in de vorm van bedrijventerreinen en winkelgebieden, maar ook om de voorzieningen en infrastructuur. Veel randvoorwaarden zijn minder tastbaar, maar eveneens cruciaal, denk aan gekwalificeerde mensen, versterking van innovatiekracht, energietransitie en duurzaamheid, vergroten van digitale kennis en onderlinge samenwerking. Ook daarbij ondersteunen we de ondernemers waar mogelijk. Om goed met de ondernemers te kunnen meedenken en meepraten, verbeteren we onze zichtbaarheid en vindbaarheid. Vanuit het perspectief van de ondernemer geldt dat deze aan de gemeente één integrale gesprekspartner heeft, waarbinnen de diverse voor hem of haar relevante domeinen (o.a. vergunningen, ruimtelijk, sociaal) naadloos samenwerken. 5.4 Hoe gaan we met deze ambitie aan de slag? Deze ambitie pakken we op via de volgende lijnen: Lokaal programmaplan NPG (met name programmalijn ‘Toekomst voor ondernemers’); Economische agenda Nij Begun; Masterplan campussen en masterplan ‘Oost-Groningen’; Baanbrekers “vrijetijdseconomie” en “circulaire economie” vanuit het Nationaal Programma Groningen; Programma binnenstad Winschoten; Op te zetten aanpak integrale dienstverlening. Hoofdstuk 6 AMBITIE 4 - De nieuwe Graanrepubliek 6.1 Waar zetten we op in? We behouden de landschappelijke, historische en culturele verschillen die er zijn in onze gemeente. We geven ruimte aan plannen die het mogelijk maken om het Oldambt nog beter te beleven en te ervaren. We zetten de Dollardpolders als werelderfgoedwaardig gebied op de kaart. Doorgaan met ons boerderijenprogramma. Versterking van de natuurwaarden passend bij ons landschap. We zetten in op een kustgebied dat letterlijk meegroeit met de zeespiegelstijging en daarmee ook op de lange termijn veiligheid biedt. We bieden langdurig perspectief voor de landbouw die op termijn zoveel mogelijk energieneutraal en grondstoffenneutraal is. 6.2 In 2055... Ons landschap is uniek. In een tijd dat veel streken in Nederland steeds voller raken, hebben wij nog een van de mooiste en meest open gebieden. De waarde van de leegte van onze Dollardpolders is onbetaalbaar en letterlijk en figuurlijk waardevol. Inwoners en de vele bezoekers genieten van de weidsheid, de wind, de kust en de unieke vergezichten. Onze vrijetijdseconomie is daarmee naast de landbouw een belangrijke drager geworden van ons landschap, en passend in ons landschap. We hebben geen grote vakantieparken en attracties. We hebben wel een veelheid aan kleinschaliger overnachtingsmogelijkheden, bijzondere horeca en een fijnmazig net van paden die uitnodigen om het gebied te ontdekken. De Oldambtster boerderijen staan er goed op. Ze geven ruimte aan landbouw, aan logies, aan wonen, aan zorg en andere functies die het landelijk gebied leefbaar maken. De linten zijn fraaie dragers waar de laanbeplanting en de (groene) erven beschutting geven aan de inwoners en bezoekers die op de fiets of te voet het gebied verkennen. Onze landbouw is hoogwaardig. De sector is toekomstbestendig, we hebben de bodem- en waterkwaliteit op orde. De Graanrepubliek 2.0 doet zijn naam eer aan. 6.3 Wat willen we? Als we Oldambtsters vragen wat ze het meest waarderen, krijgen we steevast als antwoord: de rust en de ruimte. De weidse uitzichten met de hoge luchten, de linten met fraaie boerderijen, het grootschalig open cultuurlandschap, de dijk en polders, zeedijk en de Dollard worden breed gewaardeerd. We hebben veel dat van waarde is. We weten dat niet alles kan blijven zoals het was. Wij bouwen aan een toekomstbestendig landschap met ruimte voor een passend watersysteem, ruimte voor een gezonde bodem, ruimte voor (nieuwe) natuur en veel ruimte voor de landbouw. “Wij zetten de Dollardpolders werelderfgoedwaardig op de kaart en zullen het verhaal, het beeld en de beleving van de polders breed vermarkten.” Wij vinden onze Dollardpolders dusdanig onderscheidend en cultuurhistorisch en landschappelijk waardevol dat we ze als werelderfgoedwaardig betitelen. Dit landschap is ons uithangbord en daar kunnen we meer van profiteren. In de Dollardpolders gaan we daarom werken aan een integraal verhaal waarin we economie en landschap verbinden en waarbij we de historie de basis laten zijn voor een toekomstbestendige inrichting van het gebied. Daarom werken we aan: a. Landschap als visitekaartje b. Robuust ingericht landelijk gebied c. Perspectief voor de landbouw 1. Landschap als visitekaartje Het landschap is de belangrijkste weerslag van onze ontstaansgeschiedenis. Het zit in het DNA van onze inwoners. De Dollardpolders worden geroemd en zijn uniek voor de wereld. We kunnen de Dollardpolders meer te gelde maken. De kracht van de weidsheid, het gevoel van oneindige ruimte en de grote maat van landschap en boerderijen vertelt een bijzonder verhaal dat voor veel mensen aantrekkelijk is. De polders zijn in hun ontwikkelingsgeschiedenis onlosmakelijk verbonden met het Wad, dat al Werelderfgoed is. Deze samenhang is het beschermen en het vertellen waard! Ter ondersteuning van dat verhaal en om de kwaliteiten van het gebied te beschermen onderzoeken we of de Dollardpolders beschouwen we ons landschap als werelderfgoedwaardig. Dat betekent ook dat we, meer dan op andere plekken in onze gemeente, in dat gebied de cultuurhistorische en landschappelijke waarden leidend laten zijn voor toekomstige ontwikkelingen. Met ons boerderijenprogramma investeren we in het behoud en de doorontwikkeling en herbestemming van de boerderijen. In het gebruik van het landelijk gebied nemen we de weidsheid, het systeem van dijken en polders en de zichtbare verbinding met de kust als uitgangspunt. We willen toe naar een eigentijdse Graanrepubliek. Niet om te houden wat was, wel om dat wat een groot deel van onze identiteit is te bestendigen voor de toekomst. 2. Robuust ingericht landelijk gebied In deze Omgevingsvisie kiezen we voor een landelijk gebied dat in balans is. Waar ruimte is om voedsel te telen en ruimte is voor ons natuurlijke systeem van bodem, water en bijbehorende biodiversiteit. Het zijn geen tegengestelde belangen. De landbouw is (net als de samenleving) gebaat bij voldoende zoet water, een gezonde bodem en een goede biodiversiteit. Een goede biodiversiteit zorgt voor een ecosysteem dat tegen een stootje kan. Een landelijk gebied dat in evenwicht is, is robuust en kan toekomstige veranderingen gemakkelijk opvangen. Vooral in het noorden van de gemeente en in het gebied tussen Nieuw Beerta, Drieborg en Finsterwolde zien we dat de bodem daalt en de problemen met de waterhuishouding toenemen. We denken mee over vernieuwende gebiedsontwikkeling in het noorden van onze gemeente en langs de kust, waarbij we toe werken naar een kustgebied dat letterlijk meegroeit met de zeespiegelstijging en daarmee ook op de lange termijn veiligheid biedt. In deze kustontwikkeling blijven we nauw samenwerken met rijkspartners en onze regiopartners: de gemeente Eemsdelta, de provincie Groningen en waterschap Hunze en Aa’s. Doel is een integrale kustontwikkeling en -verdediging en passend waterbeheer binnen- en buitendijks. Een groot deel van onze gemeente is belangrijk leefgebied voor de akkervogels. Dat houden we graag zo. Tegelijkertijd zoeken we naar mogelijkheden om de noodzakelijke groenblauwe dooradering vorm te geven in onze gemeente, bijvoorbeeld door meer ecologische oevers. Ook realiseren we onze resterende NNN-opgaven. Daarbij waken we voor de openheid van ons landschap, want dat is voor de akkervogels en voor onze inwoners de grootste kwaliteit van het gebied. Wij zien een versterking van onze natuurwaarden vooral gekoppeld aan onze natuurgebieden. De belangrijkste natuurgebieden in onze gemeente liggen rond het Oldambtmeer. Daarnaast is de Eems-Dollard aangewezen Natura2000-gebied en bijzonder waardevol. De unieke waarde van dit gebied is soms onderbelicht. Onze kuststrook is niet breed toegankelijk, dat is juist een bijzondere kwaliteit. De buitendijkse Kiekkaaste is regionaal befaamd. Een recreatieve versterking van het gebied tussen Bad Nieuweschans en Nieuwe Statenzijl biedt mogelijkheden om verschillende trekpleisters via het water te verbinden. Het in het kader van Toukomst gelanceerde idee “Van Aa naar Zee”, dat door de Landschapswerkplaats is omarmd, kan daar mogelijkerwijs op aansluiten vanuit het doel om het beeksysteem te versterken. Participatie en draagvlak zijn belangrijk voor het vervolg of en hoe dit idee vorm kan krijgen in onze gemeente. 3. Perspectief voor de landbouw De afgelopen periode is er veelvuldig gesproken over het landelijk gebied. Klimaat-, water- en natuurdoelen vragen een aangepaste inrichting van het landelijk gebied, bijvoorbeeld met ruimte voor een groenblauwe dooradering. Bodemdaling en veenoxidatie zorgen op sommige plekken voor moeilijker productieomstandigheden.Het ondernemen vraagt steeds vaker maatwerk. Wet- en regelgeving worden strenger en vragen van agrariërs een andere blik op hun bedrijfsvoering en hun omgeving. Niet overal liggen dezelfde oplossingen voor de hand. Proefboerderij Ebelsheerd in Nieuw Beerta vervult een waardevolle rol in het onderzoek naar toekomstbestendige teelten. Wij hebben de ambitie om samen met onze agrariërs te zorgen voor een gezonde en duurzame voedselproductie in het landelijk gebied, waarbij we ook de door het Rijk en de EU-gestelde doelen voor natuur, klimaat en water realiseren. Een duurzame voedselproductie betekent voor ons dat de landbouw langdurig vooruit kan, belangrijk is en blijft. En dat betekent dus ook dat de landbouwsector zich verder zal ontwikkelen. De landbouw zal zich moeten aanpassen aan veranderingen in klimaat en zal moeten verduurzamen. Dat vraagt ook aanpassingen aan de inrichting van ons landelijk gebied en mogelijk aanpassingen in het peilbeheer, bijvoorbeeld op plekken waar maaivelddaling speelt. Wij ondersteunen onze agrariërs waar nodig en mogelijk in hun planvorming. Wij waarderen de vele familiebedrijven die geworteld zijn in onze samenleving, en helpen deze te behouden met een passend en duurzaam verdienmodel.De investeringen die gedaan worden, moeten een duurzaam rendement opleveren en daarmee een haalbaar verdienmodel op een manier die past bij de ondernemer en bij de omgeving. Dat het perspectief per agrariër zal verschillen, realiseren we ons terdege. Daarbij zijn er vele mogelijkheden, waaronder meer biologisch en natuurinclusief ondernemen, bijvoorbeeld door het verruimen van de mogelijkheden om gebruik te maken van ANLb-pakketten. Ook agroforestry is bespreekbaar, mits het niet de weidsheid van onze polders aantast.Wij bieden onze agrariërs de ruimte voor het ontwikkelen van andere (neven)functies en ruimte om aan te passen in het kader van dierenwelzijn. We maken maatwerk mogelijk staan en staan ruimhartig nieuwe en aanvullende functies toe als dat past binnen de landschappelijke kwaliteiten. Samen met initiatiefnemer en provincie willen we ruimte geven aan een goede landschappelijke en natuurinclusieve inpassing, aan verduurzamingsmaatregelen en eventuele nevenfuncties op, rond en buiten het bouwvlak. Liever de ruimte nemen, dan een te krap erf zonder toekomstbestendige kwaliteiten. Onze inwoners moeten leven in een omgeving met schone lucht, een schone bodem en schoon (drink)water. In het landelijk gebied betekent het onder andere dat we toe groeien naar een landbouw die minimaal effect heeft op mens en milieu. Het vraagt dat de landbouw zo veel mogelijk en zo lokaal mogelijk haar kringlopen sluit en komt tot zo weinig mogelijk afwenteling van milieuhinder op andere plekken en andere generaties; dus zo veel als mogelijk energieneutraal en grondstoffenneutraal. Het betekent ook dat we, gelet op de huidige maatschappelijke discussies en onze ambities voor een schone leefomgeving en stevige rol als voedselproducent gaan onderzoeken hoe we om willen gaan met sierteelt in het Oldambt. Het vraagt van ons in ieder geval een meedenkende rol en het bieden van ruimte aan experiment, bijvoorbeeld voor teelten die passen bij veranderende bodemomstandigheden. Als gemeente betrekken we milieu- en gezondheidseffecten van bij de mogelijke ontwikkelrichtingen in het landelijk gebied. Tot slot moet er ruimhartig regelruimte zijn om nieuwe functies een plek te geven in vrijkomend agrarisch vastgoed. Leegstand van vrijgekomen agrarische bedrijven leidt tot verloedering en vergroot het risico op criminele activiteiten. Hergebruik is het beste behoud van de panden. Daar maken we ons hard voor bij de provincie Groningen, die daarover regels stelt in haar omgevingsverordening. 6.4 Hoe gaan we met deze ambitie aan de slag? Deze ambitie pakken we op via de volgende lijnen: Lokaal programmaplan NPG (met name programmalijn ‘Toekomst voor toerisme en erfgoed’) Economische agenda Nij Begun; Baanbrekers “vrijetijdseconomie” en “landbouw en voedsel” vanuit het Nationaal Programma Groningen; Boerderijenprogramma Oldambt. Hoofdstuk 7 AMBITIE 5 - Klimaatbestendig en energiebewust 7.1 Waar zetten we op in? We zetten verdergaande stappen naar een CO2-neutrale en klimaatbestendige gemeente en willen aardgasvrij worden. We nemen regie in de warmtetransitie en gaan proactief verkennen hoe we de opwek van duurzame energie kunnen vergroten én ten goede kunnen laten komen aan onze inwoners. We stimuleren het kringloopdenken, verminderen ons afval en geven ruimte voor experimenten met het hergebruik van grondstoffen. We zetten in op een toename van de biodiversiteit. We geven ruimte voor het meer en beter vasthouden van zoet water. We richten ons openbaar gebied zoveel mogelijk klimaatadaptief in met ruimte voor groen en water. 7.2 In 2055... Wij zijn een gemeente die energiebewust en klimaatbewust is. Onze energie is hernieuwbaar, we zijn aardgasvrij. Het is ons gelukt om opbrengsten vanuit energie ook duurzaam te investeren in onze samenleving. Zo werken we aan klimaatdoelstellingen en aan onze eigen ambitie: iedereen doet mee!Wind, zon, water en allicht nieuwe energiebronnen voorzien ons van elektriciteit. De warmtetransitie is uitgerold, alle woningen en bedrijven zijn van het aardgas af. De verduurzamingsaanpak vanuit Nij Begun heeft ons geholpen om het woningbestand energiezuinig en comfortabel te maken. We denken circulair en we hebben een robuuste biodiversiteit. In onze inrichting en beheer bieden we bewust ruimte aan planten en dieren. Bij het maken van ruimtelijke keuzes wegen we de effecten en risico’s als gevolg van klimaatverandering mee. Hittestress vangen we zo goed mogelijk op doordat ons openbaar en landelijk gebied veel groener is geworden en bovendien steeds biodiverser en natuurlijker wordt. De gevolgen van droogte en wateroverlast hebben we opgevangen door een beter en natuurlijker systeem van water vasthouden, bergen en afvoeren. We zien dat het steeds sterker wordende ecosysteem robuust genoeg is om de klimaatverandering te accommoderen. 7.3 Wat willen we? Waar het binnen onze invloedssfeer ligt, zullen we actief aan de slag om onze klimaatdoelen te halen. We vinden de zorg voor mens, milieu en natuur belangrijk. We werken toe naar een CO₂-neutrale en klimaatbestendige gemeente. We hebben al flinke stappen gezet. Voor 2030 willen we de afgesproken CO₂-reductie van 49% ten opzichte van 1990 realiseren, net als de afspraken uit RES 1.0. Maar dat is niet genoeg. Door de verduurzaming stijgt onze elektriciteitsvraag. We weten dat deze vraag sneller stijgt dan waar we ons nu op (kunnen) voorbereiden. Er moet ‘een tandje bij’ in de opwek en het transport van duurzame energie en dat vraagt ruimte, een brede blik op kansen en mogelijkheden en vervolgens ook keuzes. Dit is een forse en prioritaire opgave, in tijd en omvang. De inrichting van ons gebied zal veranderen. Denk aan de investeringen in de verzwaring en stabiliteit van onze energie-infrastructuur. “Wij werken actief aan een groene, duurzame leefomgeving” Onze insteek is de zoektocht in de energietransitie en de te zetten stappen samen met onze inwoners en met onze partners in de regio vorm te geven. Zo kunnen we zorgen dat het tempo draagbaar is, dat we kunnen bouwen aan draagvlak en dat de grensoverschrijdende keuzes voor energie in regionaal verband worden gemaakt. Veel oplossingen zullen groter zijn dan onze gemeente alleen. We werken aan duurzame vormen van energieopwek en de omschakeling naar duurzame warmtebronnen. Deze omschakeling naar duurzame vormen van energie combineren we met opgaven uit andere sociaaleconomische vraagstukken die spelen in onze gemeente. We weten nog niet precies hoe de energietransitie vorm krijgt, we weten wel dat we tempo moeten houden en voortgang moeten maken om onze gestelde doelen te halen. In onze Transitievisie Warmte en het te ontwikkelen Warmteprogramma (verplicht vanuit de Wet Gemeentelijke Instrumenten Warmte, WGIW) werken we uit hoe we onze woonomgeving aardgasvrij kunnen maken met behulp van wijkaanpakken. De eerste stap is al gezet in Nieuwolda, waar woningen verduurzaamd worden. Voor het vervolg van de wijkaanpakken hanteren we de volgende uitgangspunten: De warmtetransitie wordt zo veel mogelijk gekoppeld aan andere opgaven; We zetten in op energie besparen door te verduurzamen en te isoleren; De warmteoptie met de laagste maatschappelijke kosten heeft de voorkeur; Het verbeteren van comfort en leefbaarheid met een oog op de toekomst. We geven ruimte aan een economie die gericht is op hergebruik. Circulariteit is nu nog lastig voorstelbaar op grote schaal, toch zijn er al diverse voorbeelden van het denken in kringlopen van grondstoffen. In de landbouwsector is het een van de pijlers voor de gewenste transitie. Wij werken aan de bewustwording van het circulair denken en staan open voor goede voorbeelden en experimenten, waarbij het produceren van groen gas als duurzame energiebron op grote(
- re)schaal er één van is.Wij maken vanaf nu bewuste ruimtelijke keuzes uit het oogpunt van veiligheid. We nemen de risico’s vanuit droogte, hitte en wateroverlast nog explicieter mee bij planontwikkeling, zodat plannen klimaatrobuust zijn. We passen stap voor stap ons openbaar gebied aan op de effecten van de klimaatverandering door het tegengaan van hittestress en het goed omgaan met perioden van extreme neerslag of juist droogte. We zoeken natuurlijke oplossingen die helpen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen of die de bodem-, lucht- en waterkwaliteit te verbeteren. En oplossingen die bijdragen aan het verbeteren van de biodiversiteit.Juist een rijke flora en fauna is van belang voor een gezonde woon- en leefomgeving. Het zorgt voor schone lucht, schoon water en een goede bodemkwaliteit. Sterke ecosystemen maken ons weerbaar en stellen ons in staat mee te bewegen met het veranderende klimaat. Het betekent concreet dat we een grotere soortenrijkdom nodig hebben en/of grotere populaties van soorten die onder druk staan. Het is ook een van de belangrijkste opgaven die we moeten realiseren om onze KRW-doelen te halen. Daar bieden we alle ruimte voor. De komende jaren werken we aan deze ambitie door: 1. Regie op duurzame energie Op het vlak van duurzame energie nemen we als gemeente meer regie. We zetten in op een stabiele, haalbare en betaalbare energievoorziening voor onze inwoners. Welke energiemix daarbij hoort is een zoektocht voor de komende jaren. We weten dat een mix nodig is voor een stabiele levering van energie. We moeten dus breder kijken dan alleen zon- of windenergie. Als landbouwgemeente hebben we potentie voor een forse productie van groen gas. De komende jaren onderzoeken we hoe (grootschaliger) beschikbaarheid van groen gas kansrijk kan zijn als energiebron. De geplande waterstofbackbone kan kansrijk zijn voor de verduurzamingsslag waar onze industrie voor staat. Als waterstof beschikbaar komt, dan willen we in ieder geval onze industrie de kans geven op die manier te verduurzamen. We willen ook grip op de energieopslag, -buffering en distributie van energie. Samen met partners willen we onderzoeken of er een verdienmodel rond duurzame energie op te zetten is. Dat dient twee doelen; we maken hernieuwbare energie lokaal beschikbaar en betaalbaar voor onze inwoners en de opbrengsten worden collectief en langjarig geïnvesteerd in de samenleving, bijvoorbeeld in de warmtetransitie en het terugdringen van energie-armoede. In 2026 herijken we onze aanpak voor grootschalige opwek van energie door wind en zon. Daarin nemen we ook de vorenstaande ambitie mee. Tot dan toe hanteren we onze bestaande beleidskeuzes, waarin we zijn voorbereid op een groeiende energievraag en waarin we geen grote windmolens in Oldambt toestaan. 2. Droge voeten en voldoende water Klimaatverandering vraagt van ons dat we anders moeten kijken naar de inrichting van ons land. We moeten omgaan met de zeespiegelstijging en met perioden van veel neerslag of juist lange tijden van droogte. Water vasthouden en bergen is een belangrijke opgave. Iedereen moet droge voeten houden. Dat vraagt aanpassingen aan ons watersysteem en aan onze waterkeringen en daar moet de ruimte voor zijn. In het gebiedsproces rond de Dollardkust werken we daar intensief aan. Er moet voldoende zoet water beschikbaar zijn in tijden van droogte. Daarom zorgen we dat we minder afhankelijk worden van zoet water uit het IJsselmeer en meer in onze eigen waterbehoefte kunnen voorzien door zoet water langer vast te houden en te bergen. De sponswerking van de bodem kunnen we beter benutten om de effecten van vooral lange perioden van droogte in het voorjaar te beperken. Samen met het waterschap, agrariërs, natuurorganisaties en andere partners zoeken en benutten we de kansen en oplossingen die het watersysteem meer toekomstbestendig maken en zoeken we zo nodig naar goede alternatieven. Het is daarnaast belangrijk om bewust(
- er)keuzes te maken in ons watergebruik. Naar de toekomst toe vraagt dat een goede afweging bij het kiezen van teelten die minder afhankelijk van water zijn. En ook de beschikbaarheid van (drink)water zal sturend(
- er)worden bij de locatiekeuzes voor bedrijven en woonbuurten. Voor nieuwe ontwikkelingen betekent het van onze kant op voorhand een kritische blik of en hoe plannen aansluiten op ons bodem- en watersysteem en, voor zover dat aan de orde is, of ze van invloed zijn op de zoetwaterbeschikbaarheid. 3. Groene en klimaatadaptieve leefomgeving Onze woon- en leefomgeving moet beter ingericht op klimaatverandering die leidt tot meer extreme neerslag en langere perioden van droogte en hitte. We gaan daarom bij het afwegen van locaties ook de klimaatrisico’s meewegen. Daarnaast willen we dat het ontwerp en de ontwikkeling van plannen klimaatadaptief is en rekening houdt met mogelijke waterschaarste in de toekomst. Zo nemen we bij het ontwerp van straten en bij de (her)inrichting van pleinen voldoende ruimte voor groen en water daarom als uitgangspunt. Met meer ruimte om water vast te houden, zodat de wateroverlast door extreme buien wordt beperkt en we gemakkelijker periodes van langdurige droogte kunnen overbruggen. Ook al blijft er daardoor soms minder voor de auto over. Een groenere inrichting van het openbaar gebeid helpt bovendien tegen hittestress. Bij herstructurering, inbreiding en nieuwbouw van woonbuurten betekent dit ook een andere manier van kijken en ontwerpen. We zoeken naar nieuwe stedenbouwkundige concepten die recht doen aan de veranderende woningvraag en ruimte bieden aan de hedendaagse eisen voor ons openbaar gebied. Vanaf nu ontwikkelen we nieuwe buurten en wijken als eigentijdse en toekomstbestendige leefomgevingen waar wonen, infrastructuur, groen, water en verblijfskwaliteit op een evenwichtige manier worden samengebracht. Als onderdeel van de vergroeningsopgave planten we meer dan honderdduizend bomen (zo’n 40 tot 50 ha). De vergroeningsopgave kan op verschillende manieren vorm krijgen, maar altijd passend bij het landschap of de stedelijke/dorpse omgeving: van bosjes tot struweel, parken en groenere straten. Daarbij hebben we veel aandacht voor een ecologische en biodiverse inrichting en beheer van het groen. Waar dat kan, gaat onze vergroeningsopgave samen op met plannen van inwoners die hun dorp willen vergroenen. Bijvoorbeeld door meer bomen langs wegen of op pleinen of plannen om samen voedsel te verbouwen, met moestuinen of in een voedselbos. Daarnaast stimuleren we het vergroenen van eigen erven, bijvoorbeeld door ‘tegel wippen’ of de aanleg van groene daken. Vergroening van eigen erf maakt immers ook de leefomgeving meer klimaatadaptief. In dat kader onderzoeken we de mogelijkheden om in ons Omgevingsplan regels te stellen aan de hoeveelheid verharding op particulier terrein. 7.3 Hoe gaan we met deze ambitie aan de slag? Deze ambitie pakken we op via de volgende lijnen: Programma klimaat, energie en samenleving (te ontwikkelen); Warmteprogramma (te ontwikkelen); Programma water en riolering (te herzien); Bosstrategie provincie Groningen. Hoofdstuk 8 Onze ambities in milieuperspectief 8.1 Inleiding We hebben stevige ambities om onze gemeente mooier, schoner, gezonder, veiliger en duurzamer te maken. Maar we beginnen niet op nul. De basis staat. Bij de stappen die we zetten en de plannen die we mogelijk maken, houden we rekening met wat we nu hebben. En in het bijzonder met onze milieukwaliteit en onze omgevingsveiligheid. Dat vragen ook het Rijk en de Europese Unie van ons. De bindende richtlijnen van de Europese Unie (EU) en noodzakelijke, verplichte vertaling daarvan in Nederlandse wetten is al deels klaar, dan wel aanstaande. Milieukwaliteit speelt nadrukkelijk ook bij de functies wonen, werken, mobiliteit, andere vormen van productie, grootschalige recreatie en zaken als de bouw en aanleg van wegen. Verbetering van de bestaande bebouwde omgeving en infrastructuur heeft daarom altijd de voorkeur boven uitbreiding die een beslag legt op de groene ruimte. De vier milieubeginselen die hierna worden besproken, ondersteunen het bovenstaande. Oldambt toont daarmee volop haar inzet. 8.2 De vier milieubeginselen Als het om milieu gaat heeft Nederland in de Europese Unie afspraken gemaakt die altijd en voor alle gemeenten gelden. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Het natuurlijke systeem van bodem, lucht en aarde is daarbij leidend. Onze Omgevingsvisie gaat in haar ambities en keuzes uit van deze afspraken, die zijn ondergebracht onder vier milieubeginselen: a. Het voorzorgsbeginsel. Dit betekent dat we activiteiten voorkomen waarvan we verwachten dat ze negatief zijn voor het milieu. b. Het beginsel van preventief handelen . We proberen milieuvervuiling zoveel mogelijk te voorkomen. Dit betekent dat we vooraf maatregelen nemen om een negatief gevolg van een activiteit te voorkomen. Denk aan de inzet van de beste technieken zodat er geen luchtvervuiling ontstaat. c. Het beginsel van bestrijding aan de bro n. Dit betekent dat we bij een negatief gevolg als eerste kijken of er iets bij of in de directe omgeving van de activiteit zelf kan veranderen. Bijvoorbeeld door vuile lucht af te vangen of door geluiddempende maatregelen bij het bedrijf zelf toe te passen. d. Het beginsel de vervuiler betaalt. Dit betekent dat degene die de activiteit uitvoert ook moet betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen. Dat is bijvoorbeeld het opruimen van vervuiling of het aanleggen van een wal die het geluid keert bij een woonwijk. 8.3 Onze uitgangspunten voor milieukwaliteit De vier milieubeginselen zijn vertaald in wet- en regelgeving voor alle milieuaspecten. Voor veel milieuaspecten gelden landelijke en Europese regels. In sommige gevallen hebben we als gemeente de ruimte om een eigen lijn te kiezen en maatwerk mogelijk te maken voor verschillende gebieden.In algemene zin hanteren we de volgende uitgangspunten: De kwaliteitseisen die door het Rijk of de provincie zijn vastgesteld vormen voor ons het minimale niveau. De milieukwaliteit blijft bij ontwikkelingen behouden en verbetert bij voorkeur zelfs. We zorgen dat de milieukwaliteit in een gebied aansluit bij de functie van een gebied. We bieden ruimte om te experimenteren. In die gevallen laten we een plan onder voorwaarden toe en monitoren we de milieukwaliteit voortdurend om zo nodig aan de hand daarvan bij te stellen. We kiezen bij de verbetering en bescherming van milieukwaliteit bij voorkeur voor een aanpak bij de bron. De vervuiler betaalt en de belanghebbenden betalen mee. 8.4 Verschillende onderdelen van milieukwaliteit 8.4.1 Inleiding Onze milieukwaliteit wordt bepaald door verschillende onderdelen. In de navolgende paragrafen gaan we op elk van deze onderdelen in. 8.4.2 Geluid Nieuwe ontwikkelingen gaan soms gepaard met meer geluid, bijvoorbeeld omdat er meer transport nodig is. We bekijken bij elk plan wat we acceptabel vinden. Ontwikkeling blijft mogelijk, maar we staan ook voor een goede leefkwaliteit voor onze inwoners. In die afweging kijken we waar de ontwikkeling gaat plaatsvinden en wat daar de context is. In woongebieden of bij scholen is veel geluidshinder niet wenselijk. Maar op bedrijventerreinen en in dorpscentra accepteren we meer lawaai, zoals verankerd is in de toegekende milieucategorieën. En als lawaai tijdelijk is, bijvoorbeeld bij een evenement, gaan we daar ook anders mee om. De Eems-Dollard is aangewezen als stiltegebied. Het aanwijzen van stiltegebieden is bedoeld om mens en dier de rust te bieden die nodig is. Voor dit gebied en de directe omgeving houden we vast aan de regels uit de provinciale Omgevingsverordening die toezien op deze stilte. De kwaliteiten van het landelijk gebied zetten we breed op de kaart. Voor de beleving van rust en ruimte stellen we een geluidsniveau dat daar recht aan doet en aandacht heeft voor de economische ontwikkeling van onze ondernemers. 8.4.3 Geur In de stedelijke as van Winschoten en Scheemda liggen omvangrijk industrieterreinen, wat de nodige aandachtspunten op het gebied van geur met zich meebrengt. Maar voor een groot deel is Oldambt een landelijke gemeente, waar geurhinder vaak is gekoppeld aan de veehouderij. In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan landelijk geldende afstanden en normen voor geurhinder van veehouderijen. De gemeente heeft binnen deze wet de mogelijkheid om andere geurnormen en afstanden vast te stellen. Zo kunnen we geurhinder beperken, maar ook ruimte geven aan veehouderijen om zich te ontwikkelen. Het beleid rond geur en geurhinder is complex. Voor ons staat voorop dat we een gemeente zijn waar de landbouw een belangrijke rol speelt. In onze gemeente zijn relatief veel akkerbouwers en veel minder veehouderijen. Geurhinder is daarom nu geen (groot) probleem in onze gemeente, overigens ook niet vanuit de industrie. Om de ruimte voor onze ondernemers niet meer dan nodig in te perken kiezen we ervoor om de wettelijke normen en afstanden te hanteren. 8.4.4 Licht Vooral voor de natuur is het belangrijk dat het ’s nachts echt donker kan zijn. De Eems-Dollard is gebaard bij duisternis. In algemene zin vinden we het belangrijk dat plannen geen overbodige lichtuitstraling meebrengen. We stimuleren bestaande bedrijven om hun lichtuitstraling te beperken waar mogelijk. We nemen voor het gebied rond de Eems-Dollard in het omgevingsplan aanvullende regels op die de donkerte daar beter beschermen. Nieuwe initiatieven mogen geen lichthinder met zich meebrengen. 8.4.5 Trillingen Overlast van trillingen is vaak aan de orde bij spoorwegen. Of bij verkeer over bruggen en soms bij tijdelijke werkzaamheden. In Oldambt volgen we hiervoor de landelijke regels. 8.4.6 Luchtkwaliteit Wij zijn geen verstedelijkte gemeente. De luchtkwaliteit is hier vaak goed. Plaatselijk en tijdelijk kan de luchtkwaliteit minder zijn, bijvoorbeeld als gevolg van houtstook. In ons Omgevingsplan zullen we bepalen of we hiervoor aanvullende regels op willen nemen. In het algemeen hebben vooral het verkeer en de industrie invloed op de luchtkwaliteit in onze gemeente. Voor luchtkwaliteit hanteren we de wettelijke waarden. Ons beleid en dat van buurgemeenten, provincie en Rijk is gericht op het terugdringen van fossiele brandstoffen. We verwachten dat de luchtkwaliteit daarom de komende jaren zal verbeteren en ook zal voldoen aan de strengere normen voor luchtkwaliteit die vanaf 2030 gelden in de Europese Unie. 8.4.7 Omgevingsveiligheid Het waarborgen van veiligheid gaat over risico’s van bijvoorbeeld het vervoer of de opslag van gevaarlijke stoffen (externe veiligheid). Ook energietransitie activiteiten, hoog water, extreme neerslag en grote branden met veel rookoverlast brengen veiligheidsrisico’s met zich mee voor onze inwoners en onze vitale en kwetsbare infrastructuur. Het waarborgen van veiligheid is daarbij het voorkomen van branden, rampen en crises.Voor inwoners is het bijna niet mogelijk om zichzelf tegen deze risico’s te beschermen en daarom is dit een belangrijke overheidstaak. We blijven in elk geval voldoen aan de minimumeisen, maar we zetten in op een beter niveau van veiligheid. Dat doen we onder andere door kaderstellend regels in het omgevingsplan op te nemen én doorveiligheid steeds vroegtijdig mee te wegen bij het maken van plannen.Bij voorkeur voorkomen we ongewenste risico’s. Als we toch risico’s toelaten worden risicobronnen en -ontvangers zoveel mogelijk van elkaar gescheiden. Vitale infrastructuur, voor zover dat tot onze invloed reikt, zullen we beschermen. Bij nieuwe plannen gebruiken we de volgende uitgangspunten: Binnen woongebieden en in stads- en dorpscentra staan we geen nieuwe risicovolle milieubelastende activiteiten (zoals bedoeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) toe. Ook geven we daar geen ruimte voor uitbreiding van bestaande risicovollemilieubelastende activiteiten. Voor nieuwe risicovolle activiteiten in overige gebieden zoeken we passende ruimte en beperken we de gevolgen voor de woon- en leefomgeving zoveel mogelijk. Dat betekent dat we nieuwe en uitbreiding van bestaande vergunningplichtige risicovolle bedrijfsactiviteiten in principe alleen toestaan op onze grote bedrijvennterreinen en daarbij wegen we de risico’s af tegen het belang van een veilige leefomgeving. Bij ontwikkelingen rond de energietransitie houden we aandacht voor mogelijke veiligheidsrisico’s voor de omliggende woon- en leefomgeving, ook als deze niet in de wetgeving verplicht is. Binnen gevarenzones voor veiligheidsrisico’s (aandachtsgebieden brand, explosies en provinciale veiligheidszones) staan we in principe geen zeer kwetsbare functies toe, zoals een kinderdagverblijf, basisschool of zorgcentrum. We kijken zorgvuldig naar het toestaan van grote(
- re)nieuwe evenementen en andere buitenactiviteiten binnen een aandachtsgebied (brand, explosies en gifwolk) en provinciale veiligheidszones. Gebouwen waar grote groepen zelfredzame mensen aanwezig zijn proberen we in eerste instantie buiten de gevarenzones te plaatsen of anders op zo groot mogelijke afstand. We kiezen binnen het aandachtsgebied van de gasleidingen en propaantanks kleiner dan 13 m3 niet voor het aanzetten van de voorschriftengebieden, voor zover we daar de keuzes in hebben. We accepteren een lager niveau van bescherming van personen op bedrijventerreinen, maar wel binnen bovenstaande kaders. We vragen een goede afweging, onderbouwing en eventueel maatregelen voor ontwikkelingen in klimaatrisicogebieden; Vitale infrastructuur willen we beschermen tegen diverse soorten van risico’s, waaronder externe veiligheid en klimaat, voor zover dat tot onze invloed reikt. We gaan zorgvuldig om met activiteiten die gevolgen hebben voor de diepe ondergrond. Als gemeente willen we geen opslag of verwerking van kernafval binnen onze gemeentegrenzen. 8.4.8 Bodem en ondergrond De ondergrond vormt letterlijk de basis van onze gemeente. De ondergrond is alles wat zich onder het maaiveld bevindt. Dus: de bodem (klei, zand en veen en alle tussen- en mengvormen); het grondwater, en; het bodemleven (beesten en bacteriën). Verschillende ambities, bijvoorbeeld rond klimaatadaptatie of het gebruik van bodemwarmte, kunnen gevolgen hebben voor de bodem. Wij vinden het belangrijk dat we op een slimme, duurzame manier gebruik maken van onze bodem. Want onze bodem is ook belangrijk voor het ecosysteem en de biodiversiteit, de landbouw en ons voedsel. We beschermen de bodemwaarden waar dat nodig is. Bij ontwikkelingen in de ondergrond zoeken wij naar een goede inpassing met inachtneming van de beschermingszones in onze gemeente. We houden rekening met de verschillende gebruikers van de ondergrond, zoals energienetwerken, het rioleringsstelsel en bestaande drinkwaterleidingen. Op deze manier voorkomen we opwarming van drinkwaterleidingen en drukken we de maatschappelijke kosten rondom werkzaamheden in de ondergrond. Tot slot kijken we hiermee ook naar onze rol in de energietransitie en warmtetransitie. In het kader van ‘bodem en water sturend’ kijken we met extra aandacht naar onze bodem en het daarmee samenhangende watersysteem. We houden meer rekening met het natuurlijk systeem van bodem en water, waarbij we problemen niet (meer) afwentelen op toekomstige generaties, niet op andere gebieden en niet van privaat naar publiek. Denk aan het tegengaan van veenoxidatie dat daling van het maaiveld en uitstoot van broeikasgassen tot gevolg heeft.In deze Omgevingsvisie hanteren we het principe van bodem en water sturend en vragen bij nieuwe ontwikkelingen ook een motivering op welke wijze met dit principe rekening wordt gehouden. Het ‘Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving’ die door het Rijk is opgesteld, is daarbij onze leidraad. Gecombineerde sturingskaart Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve bebouwde omgeving 8.4.9 Water Ons watersysteem is de basis. Water is van waarde voor ons allemaal. Samen met de waterschappen en de provincie Groningen (als bevoegd gezag voor drinkwaterwinning) zorgen we dat onze waterhuishouding op orde is, in normale tijden, maar ook in perioden van droogte of juist veel neerslag. We zijn ons daarbij bewust van klimaatgerelateerde veiligheidsrisico’s zoals hoogwater of juist drinkwatertekort en anticiperen hierop zo goed mogelijk, samen met onze partners. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben invloed op de waterkwaliteit in een gebied. Wij vinden de waterkwaliteit belangrijk. In het omgevingsplan nemen we regels op om de waterkwaliteit te beschermen en te verbeteren. In deze Omgevingsvisie benoemen we in dat kader al regels die toezien op de mate van verharding van particuliere terreinen. Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor drie waterhuishoudkundige taken. 1. Het verzamelen en afvoeren van ons afvalwater We maken bij nieuwe plannen gebruik van duurzame systemen voor afvalwater. En we zorgen dat ons bestaande rioolstelsel (riolen, rioolgemalen) op orde is. 2. Het afvoeren van regenwater Waar dat kan koppelen we het regenwater af. Zodat we het regenwater als bron van schoon water weer kunnen benutten. We kiezen voor het vasthouden van het regenwater op de plek waar het valt. Dat is uitgangspunt voor de inrichting van ons openbaar gebied. Daarnaast zorgen we voor plekken waar we het water tijdelijk kunnen bergen, bijvoorbeeld met een wadi. Als laatste stap voeren we het regenwater af naar sloten en vijvers. Dit is de zogenoemde drietrapsstrategie.Van inwoners verwachten we dat ze regenwater op eigen terrein opvangen. Pas als dit tot grote problemen leidt, zullen we in overleg gezamenlijk op zoek naar een andere passende oplossing.Alle plannen moeten laten zien hoe het waterbelang wordt meegewogen in de planvorming’. Dat wordt ‘de weging van waterbelang’ genoemd. Voor deze weging moet de het advies van het waterschap worden betrokken. Doel is te laten zien dat een plan geen negatieve gevolgen heeft voor ons watersysteem. 3. Maatregelen als er structurele problemen zijn met grondwaterstanden Grondeigenaren zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor problemen met het grondwater. Wij springen bij als er maatregelen nodig zijn in het openbaar gebied 8.4.10 Bescherming van de radioastronomie De ontwikkeling van de radioastronomie en het voorkomen van verstoring zijn van belang voor Nederland. Om elektromagnetische storing op de radiotelescopen te voorkomen, nemen we de belangen van het Nederlands Instituut voor Radioastronomie, ASTRON, mee bij plannen in onze gemeente, waaronder plannen in het kader van de energietransitie. Hoofdstuk 9 Waardevolle gebieden 9.1 Toelichting We zijn een gemeente vol verschillen. Deze verschillen koesteren we. Want die verschillen vertalen zich in onze volksaard en het kenmerkende landschap. We hebben karaktervolle (lint)dorpen in 'de wiede leegte’, maar ook een intieme binnenstad. Het centrum van Winschoten vormt samen met de omringende woonwijken, bedrijvigheid én aangrenzende dorpen één doorgaande stedelijke as zuidelijk langs de A7. Vanuit de binnenstad is dit stedelijk gebied direct verbonden met het Oldambtmeer en hart van de Blauwestad. Dit nieuwe landschap wordt begrensd door een historisch dorpenlint op de overgang naar de oude Dollardpolders, het grootschalig open cultuurlandschap. Deze verschillen maken Oldambt uniek en compleet.Onze ambities hebben we daarom uitgewerkt in gebieden. Dan doen we recht doen aan de verschillende urgente vraagstukken per gebied kunnen we maatwerk mogelijk maken. Per gebied hebben we een kompas gemaakt. In dat kompas staat wat we van waarde vinden in het gebied en wat we graag behouden. Maar ook op welke verandering we inzetten en waar (hoe) we dat doen. We nodigen eenieder graag uit om plannen te maken die passen bij de waarden en de ambities van elk gebied! Het kompas helpt daarbij. 9.2 Indeling in 2 gebieden We zien een gemeente met een dubbele dynamiek, met verschillende urgenties en verschillen in tempo. Rond het stedelijk hart gebeurt veel, is er veel reuring, zijn er veel ontwikkelkansen. In dit gebied ligt de focus op groei en doorontwikkeling van kwaliteit in een vlot tempo.In het gebied rondom, in het ‘ommeland’ met de Dollardpolders en de dorpenlinten, gaan de veranderingen in een natuurlijk tempo. Er liggen verschillende uitdagingen, maar de draagkracht van het gebied bepaalt. In dit gebied ligt de focus juist meer op een gematigd tempo, een begeleide transitie met behoud van de eigenheid.In deze gebiedsuitwerking kiezen we daarom voor een tweedeling: GEBIEDSKOMPAS 1 - De Dollard en haar polders GEBIEDSKOMPAS 2 - Stedelijk hart rond het Oldambtmeer Door de opgaven in gebiedsperspectief te plaatsen kunnen we de koers en de richting ook in de samenhang in het gebied zoeken. De gebiedsgrenzen zijn niet hard. We leveren bij ieder plan maatwerk en kijken zo nodig ook over de gebiedsgrenzen heen. 9.3 Onze waarden voorop Voor elk van onze gebieden geldt: het begint bij de waarden. Onze bestaande waarden spelen een belangrijke rol in deze Omgevingsvisie. Als de gemeente, een organisatie, een bedrijf of een inwoner een plan heeft dan kijken we naar de waarden die belangrijk worden gevonden. We proberen zo goed mogelijk in te spelen op die waarden. Het gaat daarbij niet zozeer om OF iets kan maar vooral om HOE iets kan. Een plan is immers een kans om de waarden te versterken. Op onze waardenkaart hebben we de bestaande waarden vastgelegd. Hoofdstuk 10 GEBIEDSKOMPAS 1 - De Dollard en haar polders 10.1 Kenschets van het gebied De Dollardpolders zijn misschien wel de beelddrager van het Oldambt. Dit gebied van polders, dijken met karakteristieke dijkcoupures en slingerende linten met grote boerderijen wordt toch vooral geroemd om de grootse weidsheid. De weidsheid in het gebied is indrukwekkend. Over land en over de Dollard die als onderdeel van de Waddenzee als UNESCO werelderfgoed is aangewezen en een uniek natuurlijk systeem omvat met getijden en bijzondere planten- en diersoorten. We kunnen de polders niet los zien van de zee. Door natuurlijke processen en het harde werk van onze voorouders is het gebied stap voor stap gewonnen op de zee. Het stelsel van dijken laat dat nog steeds fraai zien. De polders geven ruimte aan hoogwaardige landbouw. Van oudsher graan, niet voor niets staan we bekend als de Graanrepubliek, al is tegenwoordig de akkerbouw meer divers. De dorpslinten liggen als groene en beplante lijnen langs de randen van de polders. De linten vormen lange bebouwde en beplante lijnen, waarbij de dorpen bijna naadloos in elkaar overgaan. Er staan veel monumentale boerderijen, villa’s en arbeiderswoningen. De riante voortuinen, soms ook met slingertuinen en laanbeplanting op delen langs de weg geven de dorpen een groene uitstraling. Er is naast gebouwd erfgoed ook veel groen erfgoed in de linten te vinden. De vergezichten over het omliggende land zijn indrukwekkend. Bad Nieuweschans heeft bekendheid als kuuroord. Het meest oostelijke dorp van Nederland en de meest noordelijke grensplaats van ons land is een van de verdedigingswerken die in de Tachtigjarige Oorlog is aangelegd. Het dorpshart is mede vanwege die historie beschermd gezicht. Samen met Oudezijl vormt Nieuweschans een actief dorp met de nodige voorzieningen waar ook onze Oosterburen graag gebruik van maken. Het station zorgt voor een goede OV-bereikbaarheid en vervult een belangrijke rol voor de brede omgeving. Waarden van het gebied Karakteristieke dorpslinten van ’t Waar – Nieuw Scheemda en Nieuwolda en van Ganzedijk – Hongerige Wolf – Drieborg – Nieuw Beerta met: Veel karakteristieke boerderijen, vaak met slingertuinen; Fraaie laanbeplanting aan weerszijden van de wegen; Dwarswegen vanaf de hoofdweg naar het achterland; Doorzichten vanuit de linten over ‘de Wiede Leegte’ van de Dollardpolders. Bad – Nieuweschans als vestingdorp en kuuroord De Eems-Dollard: Bijzonder estuarium met unieke natuurwaarden, onderdeel van UNESCO Werelderfgoed N2000-gebied; Herkenbare en verstilde kustlijn; Kiekkaaste als buitendijkse trekpleister. De Dollardpolders met: Stelsel van dijken en dijkcoupures met schotbalkenhuisjes; Kolken (vormen belangrijke ecologische stapstenen en rustplekken); Linten van verspreid liggende boerenerven als beplante eilanden; Open en weids gebied, altijd zicht op de horizon; Veel landbouw, in het bijzonder akkerbouw; Grootschalige, rationele verkaveling. Rust; Sterke saamhorigheid, eigenredzaamheid en daadkracht in de dorpen; Cultuurhistorische en aardkundige waarden, zoals: Rivierlaagtes ten noorden van Nieuwolda en oude kerken zoals de Oude Geut en Reider Ae (nu Westerwoldsche Aa); Diverse archeologische monumenten, waaronder terreinen met restanten van kloosters en oude, overslibde nederzettingen (zoals Houwingaham, Oost-Finsterwolde); Groen erfgoed zoals diverse villa en slingertuinen, hoogstamboomgaarden en monumentale bomen; Bijzonder gebouwd erfgoed zoals agrarisch en industrieel erfgoed, waaronder de Graansilo en remise in Bad Nieuweschans; Vele (rijks)monumentale boerderijen; Beschermde dorpsgezicht van de oude kern van Bad-Nieuweschans en van het lint en achterland van Nieuw-Beerta. 10.2 Keuzes AMBITIE - Iedereen doet mee We zorgen dat er in elk dorp een ontmoetingsplek is; We behouden de bestaande sport-, zorg en onderwijsvoorzieningen in het gebied waar dat binnen onze mogelijkheden ligt. AMBITIE - Leefbare dorpen en wijken Voldoende woningen en een bij de behoefte passende woningvoorraad die duurzaam en “bij de tijd” is, om doorstroming in de woningmarkt mogelijk te maken en daarmee toegang tot de woningmarkt te geven voor jongeren en nieuwkomers; Woningbouw als onderdeel van een vergroting van de leefkwaliteit van de dorpen op basis van een brede dorpsaanpak; In Bad Nieuweschans werken we verder aan onze gebiedsaanpak “Kans voor Schans”; In ’t Waar, Nieuw-Scheemda en Nieuwolda aan de slag met de gebiedsaanpak rond versterken, verduurzamen en vernieuwen van het woningaanbod. AMBITIE - Ondernemerschap en innovatiekracht voor onze economie Benutten van de dorpse linten als multifunctionele gebieden met een mix aan functies en een aangename verblijfskwaliteit; Landbouw- en vrijetijdseconomie zijn de dragende pijlers voor dit gebied; Vrijkomende agrarische bebouwing benutten als plek voor startups en kleinschalige vormen van bij het gebied passende bedrijvigheid. AMBITIE - De nieuwe Graanrepubliek Landbouw als drager van het gebied perspectief blijven bieden, in combinatie met versterking van de biodiversiteit; Inzetten op de landschappelijke en cultuurhistorische bescherming en versterking van de kwaliteiten van het gebied, die we als werelderfgoedwaardig beschouwen; Ruimte voor dag- en verblijfsrecreatie die gebonden en verbonden is aan de kwaliteiten van het gebied: een weids en grootschalig agrarisch landschap met rijke historie. AMBITIE - Klimaatbestendig & energiebewust We werken samen met onze partners aan een veilige en meegroeiende kustzone; We werken aan een duurzame landbouwsector; Het verduurzamen van onze woningvoorraad is een van de doelen van de dorpsplannen in en voor de dorpen; Bij de ontwikkeling van nieuwe woonbuurten worden gezondheid, duurzaamheid en biodiversiteit integraal in de woningbouwplannen meegenomen; We onderzoeken hoe we stappen kunnen zetten in de lokale opwek van energie zonder aantasting van de landschappelijke kwaliteiten. 10.3 Toelichting De Dollard en haar polders zijn in de geschiedenis onlosmakelijk verbonden met de zee. Het verhaal van de inpolderingen, de rijke landbouwgronden en de grote boerderijen die het gebied de geuzennaam “De Graanrepubliek” heeft opgeleverd is uniek voor Nederland, werelderfgoedwaardig als je het aan ons vraagt. Dat verhaal willen we uitdragen en vermarkten. Met de duiding ‘werelderfgoedwaardig’ benadrukken we de waarde van het gebied. De bijzondere verhaallijnen vanuit het landschap, die sterk verbonden zijn met de landbouw in het gebied, vragen een breder publiek. De ‘wiede leegte’ is een kwaliteit die op veel plekken in Nederland niet meer bestaat. Meer mensen moeten van de waarde van onze Dollardpolders weten. De kwaliteiten en het onderliggende verhaal kunnen een sterke drager zijn voor de economische ontwikkeling van het gebied, en in het bijzonder voor de vrijetijdseconomie. We zien veel potentie voor de vrijetijdseconomie in het gebied, verbonden aan de historie en aan de landbouw die in alle opzichten de drager van het gebied is.Vanaf nu zijn we extra zuinig op onze kust en Dollardpolders. In ons denken en in de te maken keuzes zetten we in dit gebied expliciet de cultuurhistorische en landschappelijke waarden voorop. Om dit waardevolle gebied te beschermen en vanuit de bijzondere kwaliteiten die er zijn te ontwikkelen zullen we: de linten als fijne woonplek laten groeien met landschappelijke en stedenbouwkundige kwaliteit; de weidsheid van de polders beschermen en de landschappelijke waarden vergroten, want de weidsheid is niet vrijblijvend maar voorwaardelijk voor de toekomstige ontwikkeling van het gebied; de natuurlijke kwaliteiten van de Eems-Dollard beschermen en verbeteren; de landbouw als belangrijkste gebruiker en beheerder van het gebied en als wezenlijk onderdeel van het verhaal van de polder behouden; herbestemming van boerderijen waar nodig volop ondersteunen; de vrijetijdseconomie gebouwd op het verhaal van de polders uitbouwen. Leefbare linten De leefbaarheid in de dorpen staat onder druk, omdat het voor jongeren moeilijk is een huis te vinden en het voor ouderen lastig is om door te stromen naar een passend huis in de eigen woonomgeving. Daarom gaan we, veel meer dan we deden, ruimte geven aan passende woningbouw. We vinden in de dorpen nu een divers woningaanbod waarvan een deel niet meer voldoet aan de huidige woningvraag en waarvan het verduurzamen ervan ook ingewikkeld is. In een flink aantal dorpen zien we bovendien de gevolgen van de aardbevingen. Dat gegeven, samen met de wens om de dorpen ‘begeleid’ te laten groeien om zo te kunnen voldoen aan de actuele woningvraag, maakt dat we aan de slag gaan met een woningbouwstrategie die meer gaat over acupunctuur dan simpelweg ‘een straatje erbij’. Alleen zo kunnen we meerdere doelen en kansen dusdanig verbinden dat we onze dorpen echt vooruithelpen en toekomstbestendig maken, waaronder alle woningen aardgasvrij. Daarbij houden we ook de mogelijkheid open om op termijn een deel van de woningvoorraad uit de markt te nemen als dat niet meer voldoet en overbodig blijkt. Daarvoor ontwikkelen we een dorpsaanpak. We willen dat die aanpak een meerwaarde oplevert voor het hele dorp. Niet alleen door nieuwe, passende en duurzame woningen, maar ook door goed ingerichte straten en een openbaar gebied dat klimaatadaptief is en uitnodigt om te spelen, te wandelen of gewoon “buiten te zijn”. We verkennen met de woningcorporaties hoe zij een rol kunnen nemen in deze dorpsaanpak. Samen met de dorpen bekijken we hoe we met draagvlak kunnen bouwen aan een eigen opwek van duurzame energie, passend bij de maat en schaal van de dorpen. Grote uitdaging is het inpassen van deze opwek van duurzame energie zodanig dat de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van dorp en landschap overeind blijven. Bijzonder aan onze dorpslinten en dorpen is de diversiteit aan functies. In veel gevallen meer dan welkom, in sommige gevallen ook een last door de overlast die er mee gepaard gaat. Wij gaan in die gevallen graag met het dorp in gesprek. De functiemix zorgt ook voor levendigheid en juist de mix aan functies en voorzieningen is vaak grote waarde voor de leefbaarheid van de dorpen. Denk aan het station en de supermarkt in Bad Nieuweschans die voor een grote regio een belangrijke rol vervullen. De scholen die er nog wel zijn en belangrijk zijn voor de sociale samenhang in de dorpen en de diverse buurt- en dorpshuizen, worden vaak met vereende dorpskrachten in de benen gehouden. Daar blijven wij ons ook voor inzetten.In vrijwel elk dorp is een ontmoetingsplek, in Nieuw Beerta bestaat de wens om er een te krijgen. Op welke manier dat zou kunnen, onderzoeken we graag met het dorp. Landelijk gebied van wereldwaarde Het landelijk gebied is letterlijk van wereldwaarde. De hoogwaardige teelten op de voedselrijke kleigronden zijn van betekenis op wereldschaal. Onze landbouw is belangrijk voor de voedselzekerheid tot ver over onze grenzen. En onze landbouw is belangrijk als ruimtelijke drager van ons landschap dat we werelderfgoedwaardig vinden. We zien de veranderingen in ons landelijk gebied. Een belangrijke opgave is de zoetwaterbeschikbaarheid. Wij zien dit als een provinciale opgave, waar we graag in meedenken maar nu geen voortrekkersrol in vervullen.Agrariërs in het noordelijk deel van onze gemeente geven aan dat verzilting en daling van het maaiveld hun parten speelt in hun bedrijfsvoering. Samen met diverse overheidspartners, Het Groninger Landschap, LTO Noord en Groningen Seaports werken we aan plannen om de maaivelddaling en verzilting achter de kustlijn tegen te gaan, onder andere door het ophogen van landbouwgronden met overtollig slib uit de Eems-Dollard. Bijkomend voordeel is dat het wegnemen van slib uit het estuarium naar verwachting positieve effecten heeft op de natuurkwaliteit. Het ophogen van landbouwgronden is een van de pijlers in deze ontwikkeling van een meegroeiende kust. De andere twee pijlers bestaan uit het vergroten van het Eems-Dollardestuarium en het versterken van de zeekering met gebiedseigen slib uit de Dollard. Daarvoor worden kleirijperijen aangelegd in een deel van onze polders dicht bij de kust. Wij staan positief tegenover dit tijdelijk grondgebruik, de provincie en het waterschap maken over deze kleirijperijen afspraken met de grondeigenaren. Om de landbouw toekomstbestendig te laten zijn, passen veel agrariërs hun bedrijfsvoering aan. Dat vraagt ruimte op en rond het erf voor bijvoorbeeld meer dierenwelzijn, een spoelplaats of mestvergistingsmogelijkheden in combinatie met groen gas. Of ruimte voor andere functies naast de landbouwtak. Naast schaalvergroting verwachten we dat steeds meer erven multifunctioneel worden. Wij geven die ruimte, als daar een goede landschappelijke inpassing tegenover staat die rechtdoet aan de kwaliteiten van het gebied en het erf.We merken ook dat agrariërs stoppen en boerderijen vrijkomen. Niet in alle gevallen is er een passende nieuwe bestemming voorhanden. Dat leidt in sommige gevallen ook tot gebruik dat niet door de beugel kan. Ook bij ons zien we criminele activiteiten in het landelijk gebied. Voor de leefbaarheid en voor het behoud van onze boerderijen moeten we ruimte geven aan passend gebruik. Want nog altijd is het zo dat gebruik van panden de beste vorm van behoud oplevert. We zijn ruimhartig in het toekennen van nieuwe functies en zien in het bijzonder kansen voor startups en recreatieve concepten die de dag- en verblijfsrecreatie versterken in ons gebied. Ook het wonen in boerderijen, in allerlei (samenlevings)vormen zien we als een geschikte invulling. Zeker op boerenerven in de directe omgeving van de dorpen is dat voor ons geen enkel probleem als aanvulling op de woningvraag. Om ons landschap van wereldwaarde te houden zetten we in op versterking van de kwaliteiten. Met ons boerderijenprogramma kijken we naar het behoud en de ontwikkeling van ons agrarisch erfgoed. Dat doen we ook met aanverwant erfgoed zoals het ensemble rond de Graansilo en de tramremise in Oudezijl en met misschien minder karakteristieke maar toch voor de landbouwhistorie relevante gebouwen en plekken zoals strokartonfabrieken, silo’s, molens en havens. We gaan aan de slag met het versterken van de landschappelijke waarden. Dat doen we door ontbrekende (delen van) laanbeplantingen te herstellen, groene erfaanleg en -inpassing te stimuleren en door delen vooral ook vrij te houden, zodat de waardevolle doorzichten en het weidse karakter overeind blijven. Daarom zien we nu eerst geen ruimte voor grote zonne- en windparken in onze Dollardpolders of de aanleg van bos. De klimaat-, natuur- en stikstofdoelen voor het landelijk gebied (vanuit het gebiedsplan Transitie Landelijk Gebied) moeten met respect voor onze landschappelijke waarden worden gerealiseerd. Uiteraard juichen wij het toe als deze doelen juist als aanjager kunnen worden ingezet om landschappelijke meerwaarde te creëren. Op het vlak van de vrijetijdseconomie werken we samen in regioverband Oost-Groningen. Als vijf gemeenten zijn we sterker hebben we een breed aanbod aan recreatieve trekpleisters en toeristische overnachtingsmogelijkheden. Met onze Graanrepubliek van wereldwaarde voegen we een belangrijk uithangbord en visitekaartje toe. Het is aan ons om dat visitekaartje nog sterker op de markt te zetten. Het vraagt een intensieve samenwerking tussen gemeente en ondernemers, met Marketing Groningen en andere partijen. Vanuit een gedeeld verhaal zetten we de kansen en de toeristisch-recreatieve ontwikkeling van de Dollardpolders neer. Dat verhaal is voortdurend de onderlegger voor alles wat we doen rond vrijetijd, recreatie en toerisme. Met de kracht van herhaling en de kracht van eenduidigheid hopen we de unieke kwaliteiten van de Dollardpolders bij een groot publiek bekend te maken. Komende jaren werken we een aanpak uit die inzicht geeft in de wijze waarop we tot aanwijzing van de Dollardpolders als Werelderfgoed kunnen komen. Gelijktijdig ontwikkelen we het gedeelde verhaal waarmee we de kwaliteiten van de Dollardpolders uitdragen en beschermen. Want we hebben een landelijk gebied van wereldwaarde dat meer aandacht verdient. Hoofdstuk 11 GEBIEDSKOMPAS 2 - Stedelijk hart rond het Oldambtmeer 11.1 Kenschets van het gebied Dit gebied vormt het hart van de gemeente. Het Oldambtmeer Is het letterlijke midden met rondom een reeks aan dorpen die de noordelijke en oostelijke flank vormen. Aan de zuidzijde ligt een verstedelijkte as van Scheemda tot Winschoten. Hier vinden we de vele voorzieningen, bedrijvigheid, winkels en ziekenhuis. Dit deelgebied is een in de ijstijden gevormd gebied, dat over het algemeen net iets hoger ligt dan de omgeving. In de bodem vinden we onder andere zand, keileem en zwerfkeien.Het gebied bindt unieke waarden. Zoals het van oorsprong agrarische karakter dat nog steeds voelbaar en zichtbaar is in de dorpslinten. Daar vinden we een aaneenschakeling van karakteristieke boerderijen, fraaie monumentale woonhuizen, rijen van vrijstaande authentieke arbeiderswoningen (onze karakteristieke ‘krimpjes') en in ieder dorp de kerk als baken en herkenningspunt. De linten zijn vaak groen door royale slingertuinen bij boerderijen, de laanbeplanting langs de doorgaande weg en verschillende natuurgebieden, waaronder het landgoed Ennemaborg met haar unieke stinzenflora en - fauna. Uniek is ook de Blauwestad als nieuw gebiedsontwikkelingstraject waar water(buffer), natuur, recreatie en woningbouw op grote schaal zijn gecombineerd. Het heeft geleid tot een gebied met eigen herkenbaar karakter en een diversiteit aan woonmilieus. We vinden er haventjes, recreatieterreinen, natuur en landschapskunst. In ruimtelijk opzicht is het landschap van Blauwestad en het Oldambtmeer de contramal van de as van Scheemda en Winschoten. Hier wonen de meeste mensen, zijn (bijna) alle voorzieningen en is de bebouwing meer intensief. Toch overheerst hier ook het groen van parken en laantjes. Van oost naar west wordt het gebied doorkruist door de A7, het spoor en het Winschoterdiep, Deze hoofdroute en de veelheid aan dwarsverbindingen koppelt het stedelijk hart met de dorpen in het ommeland. Dit zorgt voor een zeer goede bereikbaarheid en maakt Winschoten belangrijk als regiocentrum en tweede koopstad van de provincie. Waarden van het gebied Karakteristieke dorpslinten van Midwolda – Oostwold – Finsterwolde – Beerta met: Veel karakteristieke boerderijen, vaak met slingertuinen; Fraaie laanbeplanting aan weerszijden van de wegen; Dwarswegen vanaf de hoofdweg naar het achterland; Laantjes met arbeiderswoningen; Doorzichten vanuit de linten over ‘de Wiede Leegte’ van de Dollardpolders of juist het water van het Oldambtmeer. Oldambtmeer met haar recreatieve- en natuurwaarden en de Pieter Smitbrug als icoon van het gebied; Winschoten als regionaal centrum met vele historische en rijksmonumentale gebouwen en diverse voorzieningen (winkels, horeca, theater); Ommelander Ziekenhuis; Goede bereikbaarheid via het spoor, de weg (A7) en het water (Winschoterdiep) met Groningen en Duitsland; Rijk verenigingsleven in de dorpen; Cultuurhistorische en aardkundige waarden, zoals: Glaciale ruggen in de ondergrond; Diverse archeologische monumenten, waaronder terreinen met restanten van kloosters, steenhuizen en een brugschans; Groen erfgoed zoals het parkbos bij de Ennemaborg, het Wandelbos in Winschoten, slingertuinen en diverse monumentale bomen; Bijzonder gebouwd erfgoed zoals vele molens, Strokartonfabriek ‘De Toekomst’ en de Ennemaborg; Vele (rijks)monumentale gebouwen en boerderijen; Beschermde dorpsgezicht van de oude kern van Oostwold en het lint langs de Huningaweg. 11.2 Keuzes AMBITIE - Iedereen doet mee We zorgen dat er voldoende ontmoetingsplekken zijn voor onze inwoners, verspreid over de dorpen en wijken; We zorgen voor een goede spreiding van sport-, zorg en onderwijsvoorzieningen over het gebied, waarbij we het gebied als totaal beschouwen en niet iedere kern afzonderlijk. AMBITIE - Leefbare dorpen en wijken Afmaken van Blauwestad als woonwijk waar water, groen en het gevoel van ruimte de leidraad zijn; Meer intensief bebouwd ‘groen’ wonen in de stedelijke as Winschoten – Heiligerlee – Scheemda met bijzonder aandacht voor de vernieuwende vormgeving van een goede woon- en leefkwaliteit; In Binnenstad Winschoten ‘stedelijk wonen’ in relatief hoge bebouwingsdichtheid met veel aandacht voor (gebouwd) parkeren, ontmoetingsplekken, stedelijk groen en water; Dorps wonen bij Midwolda, Oostwold, Beerta, Finsterwolde en Westerlee waarbij we werken vanuit een kwalitatieve, integrale dorpsaanpak. AMBITIE - Ondernemerschap en innocatiekracht voor onze economie Doorzetten binnenstadsaanpak Winschoten en opwaardering van het centrum tot een gebied met mix aan functies en een gevarieerd winkelaanbod, zodat Winschoten als regiokern nog meer aan betekenis wint; Doorontwikkeling Campus Winschoten; Herinrichting centrum Scheemda tot aantrekkelijk winkelgebied; Verder ontwikkelen van dorpse linten tot multifunctionele gebieden met een mix aan functies en een aangename verblijfskwaliteit; Transitie omgeving Stadshaven en Posttil tot hoogwaardig stedelijk woonmilieu als afronding centrum aan de oostflank; Herstructurering van de bedrijventerreinen Rensel en Eextahaven I; Ontsluiting en routering van de bedrijventerreinen Rensel en Reiderland verbeteren. AMBITIE - De nieuwe Graanrepubliek Het Oldambtmeer versterken we als het recreatieve hart van het stedelijk gebied; Fietsverbindingen van en naar het meer in alle windrichtingen; Goede balans tussen nieuwe toevoegingen in het landschap en de vele historie die er is; Versterken natuurwaarden en biodiversiteit van de natuurgebieden bij de Ennemaborg, Midwolderplas, Reiderwolde en rond de Tjamme. AMBITIE - Klimaatbestending & energiebewust Het verduurzamen van onze woningvoorraad is een van de doelen van een integrale dorpsaanpak per dorp; Bij de ontwikkeling van nieuwe woonbuurten worden gezondheid, duurzaamheid en biodiversiteit integraal in de woningbouwplannen meegenomen; We starten met een pilot om bedrijventerrein Reiderland door te ontwikkelen tot energie- en industriehub; We onderzoeken met de dorpen en energiecoöperaties of een gezamenlijke duurzame opwek van energie kan bijdragen aan de verduurzaming van onze dorpen en het terugdringen van energie-armoede. 11.3 Toelichting Het aardkundig waardevolle schiereiland van Winschoten is al eeuwenlang het centrum van het gebied. De vooruitgeschoven plek die hoog en droog was als de zee het land weer binnendrong en onze Dollardpolders overspoelde. En ook nu is het gebied het hart van de gemeente. Want eerlijk is eerlijk; hier wonen de meeste van onze inwoners, hier is het merendeel van onze ondernemers gevestigd en hier vinden we de belangrijkste voorzieningen. Wij beschouwen het gebied als één geheel. De waarde van het gebied als geheel is veel meer dan de som der delen. Het gebied is na Stad Groningen de grootste stedelijke agglomeratie van de provincie. Maar wel een bijzondere: met een groot meer in het midden (!) en een scala aan stedelijke en dorpse woonmilieus rondom. En daardoor ook met alle kwaliteiten die nodig zijn voor de stad van de toekomst: goed ontsloten en volop ruimte voor groen en water. Om dit stedelijk gebied optimaal te ontwikkelen gaan we: diversiteit aan woonmilieus ontwikkelen om een gevarieerde groep (potentiële) inwoners te binden; ruimte voor werkgelegenheid bieden voor huidige en nieuwe inwoners door herstructurering van bedrijventerreinen en groei op locatie waar dat kan.de verbindingen tussen alle hoeken van het gebied in orde brengen;zorgen voor een goede verdeling van voorzieningen over het hele gebied; plekken en clusters van voorzieningen zijn bronpunten van levendigheid en ontmoeting; inzetten op een goede bereikbaarheid via spoor en A7; en bovenal: de bijzondere kwaliteiten van dit stedelijk gebied versterken. Duurzaam wonen Als we werken en kijken vanuit het geheel van het gebied dan zien we een divers stedelijk gebied. Dat gebied versterken we vanuit de eigenheid en kwaliteiten die er zijn. We bieden in het gebied unieke woonkwaliteiten die door onze eigen inwoners en mensen van verder weg bijzonder worden gewaardeerd. Daar bouwen we op voort. In de dorpen langs de noord- en oostflank kijken we vanuit maatwerk en een integraal plan naar groei en herontwikkeling van de dorpen. Met opknappen, herbouw, verbouw en nieuwbouw in gezamenlijkheid de sleetsheid en leegstand in de dorpen te lijf gaan. En waarbij we in gesprek met de dorpen verkennen hoe we naast verduurzaming van de woningen ook stappen kunnen zetten naar lokale, duurzaam opgewekte energie die beschikbaar is voor de inwoners. We willen toe naar een woningvoorraad die in omvang en in typologie aansluit bij de behoeften en kwaliteiten van ieder dorp. Als het gaat om nieuwe buurtjes of straatjes, dan zorgen we dat woonbuurten aansluiten bij de eigenheid en de maat en schaal van ieder dorp en zich voegen in de dorpse en landschappelijke structuren. We kijken naar buurten in de breedste zin en zorgen ervoor dat de belangen en wensen vanuit gezondheid, duurzaamheid en biodiversiteit worden meegenomen. We spreken woningcorporaties aan en vragen hen mee te denken en te ontwikkelen aan de dorpen. Scheemda, Heiligerlee en Winschoten vormen een zo goed als aaneengesloten stedelijk gebied. Het is onze stedelijke as in het grotere gebied. Bijzonder is overigens dat deze stedelijkheid niet ‘vanaf de weg’ te zien is. Op de A7 beleef je juist de groene en blauwe kwaliteiten van dit stedelijke gebied. Dat is uniek en houden we zo. In de stedelijke as is de bebouwing vaak intensiever. Dat beeld versterken we. Juist hier, waar de bereikbaarheid met het OV heel goed is door de aanwezige treinstations, kunnen we woongebieden ontwikkelen die duurzaam bereikbaar zijn, intensiever bebouwd en tegelijkertijd ook groen en aantrekkelijk.Het vraagt van ons een andere blik op de ontwikkeling van woonbuurten, andere concepten voor verkeer en parkeren. En het vraagt om goede ruimtelijke kwaliteit, want bouwplannen op stedenbouwkundig belangrijke locaties moeten ook beelddragers van het gebied worden. We denken waar nodig meervoudig: door te stapelen (letterlijk de hoogte
- in)en door het ontwikkelen van woonconcepten waar functiecombinaties mogelijk zijn zoals wonen en zorg. In de binnenstad van Winschoten zien we ruimte voor ‘sterk stedelijk’ wonen, met een hoge bebouwingsdichtheid, gecombineerd met slimme (gebouwde) oplossingen voor parkeren, ruimte voor ontmoetingsplekken, stedelijk groen en water. We bouwen in de stedelijke as aan een stevig netwerk van groene straten, pleinen, parken en plantsoenen. Zo wordt het groen een structurerend en samenbindend element met in ieder geval goede en logische verbindingen lopend en fietsend naar de centra en de stations. Leefbaarheid en voorzieningen We zien het gebied als een geheel: een netwerk van dorpen, stad en landschap. Binnen dat netwerk zorgen we dat onze voorzieningen op orde zijn. Niet alles in elk dorp of elke buurt, maar op het totaal zijn we compleet. Zo kunnen we voorzieningen spreiden over het hele gebied, waardoor er meer in de buurt is van de inwoners en we de voorzieningen ook beter in de buurt brengen van de lintdorpen in de Dollardpolders. Immers de noordelijke en oostelijke rand van ons netwerk zijn veel meer onder handbereik van de linten van ’t Waar tot Nieuwolda of van Drieborg tot Nieuw-Beerta. Concreet betekent dit dat we voor onze sport-, zorg en onderwijsvoorzieningen vanuit deze blik zullen ordenen. Wat is de gewenste spreiding, wat is ook al waar en hoe kunnen we deze netwerken van voorzieningen optimaliseren? We zien ook dat samenwerkingen tussen scholen en sportclubs, bijvoorbeeld in Oostwold, steeds vaker voorkomen. Alle voorzieningen moeten goed bereikbaar zijn. Als vuistregel: een basisschool op maximaal een kwartiertje fietsen, sportvoorzieningen net zo en een huisarts of een supermarkt op niet meer dan een kwartier met de auto. Natuurlijk hebben we niet alles zelf in de hand, zoals in de zorg en detailhandel. In die gevallen zorgen we dat we enthousiasmeren en eventuele initiatiefnemers ondersteunen als hun plannen ons voorzieningennetwerk versterken. Ieder dorp is anders. Die eigenheid benutten we bijvoorbeeld als onderscheidend vermogen voor de levendige en compacte dorpslinten en het centrum van Scheemda en Winschoten. In de dorpslinten zien we een mix aan functies. Dat houden we zo. Vaak zijn deze linten ook de doorgaande weg in het gebied. Voor ons staat de verblijfskwaliteit voorop. Daarom willen we de Oudlandseweg ten noorden van Midwolda verbinden met de N362. We zien ook kansen om met een aanpassing van de aansluiting op de A7 oostelijk van Winschoten de verkeersdruk langs zowel de Beertserweg als in Beerta te verminderen. Tegelijkertijd biedt een nieuwe aansluiting goede kansen om de oostzijde van het stedelijk hart beter te ontsluiten. Scheemda heeft een groter dorpscentrum met een diversiteit aan winkels. Het gebied vervult een belangrijke verzorgende rol voor de westkant van het gebied. De inrichting en uitstraling van het centrum laten echter te wensen over. Om het centrum ook naar de toekomst toe goed te laten functioneren werken we toe naar een herinrichting van het gebied die recht doet aan de aanwezige kwaliteiten en die zorgt voor een goede routering en parkeermogelijkheden. In Winschoten zijn we al enkele jaren aan de slag met een binnenstadsaanpak die moet leiden tot een compact en levendig centrum met ‘couleur locale’. Deze aanpak werpt z’n vruchten af. Daarom gaan we daar mee door, omdat Winschoten als recreatieve winkel- en waterstad toekomst heeft. We zien bovendien kansen voor een versterking van de binnenstad door de transformatie van de omgeving van de Tramhaven en op termijn ook Posttil tot een zeer aantrekkelijk woon- en werkgebied aan de oostflank van de binnenstad. We nemen deel aan het programma Masterplan regiokernen van de provincie Groningen om extra impulsen te genereren voor Winschoten als regiokern. Het Oldambtmeer is het hart van dit gebied. Het meer zorgt voor de unieke woonkwaliteit van Blauwestad en is een belangrijk recreatie- en watersportgebied. Wij blijven ons sterk maken voor de recreatieve waarde van het gebied, op en rond het water, voor inwoners en bezoekers. Het bevaarbaar houden van het meer en de verbonden vaarten en kanalen is daarbij een belangrijke voorwaarde voor een bestendiging van onze waterrecreatie. Bedrijvigheid en economie Onze zuidelijke as heeft een belangrijke plek in de A7/N33-zone. In het ruimtelijk-economisch ontwikkelperspectief voor het gebied komt dat ook duidelijk naar voren. Vanuit economisch perspectief zien we twee lijnen: a. Optimaal benutten van bestaande kwaliteiten en de autonome groeikracht (‘versterken wat je al hebt’), en; b. Zorgvuldig en onderbouwd kiezen voor nieuwe impulsen van buitenaf (‘niet alles zomaar overal’). Voor de bedrijventerreinen Eextahaven I, Rensel, Reiderland kijken we naar een toekomstbestendige doorontwikkeling. Op deze deels verouderde terreinen maken we een kwaliteits- en verduurzamingsslag. Ruimtewinst door efficiënter en compacter gebruik van de beschikbare ruimte, energiewinst door besparing en de overstap op de inzet en opwek van duurzame energie en klimaatwinst door de CO2-uitstoot te verminderen en de waterberging en -buffering beter te organiseren. Specifiek voor Eextahaven geldt daarbij aandacht voor een goede bereikbaarheid. We onderzoeken de mogelijkheden om de terreinen bij Scheemda en Winschoten beperkt uit te breiden om te voorzien in de behoefte aan kleinere bedrijfskavels voor lokale ondernemers. Belangrijk daarin is de bereikbaarheid vanaf de A7 en een hoogwaardige landschappelijke inpassing, We willen geen aantasting van onze groene stadsrand langs de A7, dus hier geen zichtlocatie, in Oldambt behoudt de A7 haar kwaliteiten als Parklane. Op het bedrijventerrein Reiderland starten we met een pilot om het terrein te ontwikkelen tot energie- en industriehub. Op deze combinatie van industrie- en energieterrein voorzien bedrijven zoveel mogelijk in hun eigen duurzame energie (vraag en aanbod dicht bij elkaar) en worden ook zoveel mogelijk de principes van circulaire stromen en gesloten kringlopen gevolgd. Veel bedrijven benutten bovendien hun eigen restromen. Eventueel kan de restwarmte die vrijkomt bij de industriële processen worden ingezet als voeding voor een warmtenet in de wijken die grenzen aan het terrein. Belangrijk in deze herontwikkeling is dat de omgevingsveiligheid en – kwaliteit aan de door ons gestelde normen blijven voldoen. In Winschoten bouwen we verder aan een campus waar opleiding, onderwijs en werk samenkomen. Dat doen we vanuit het Masterplan Campussen waar we met de provincie en andere gemeenten uit de regio in samenwerken. We zetten ons actief in om ook het bedrijfsleven bij deze campusontwikkeling te betrekken en zo de campus verder te verbreden. Een belangrijk deel van de werkgelegenheid in dit gebied zit ook in de dorpslinten. Dit waarderen we. We zien de waarde van deze bedrijven voor de leefbaarheid. Waar dat kan en passend is, houden we ook vast aan deze bedrijvigheid. Samen met ondernemers kijken we, als groei of aanpassing nodig is om toekomstwaarde te houden, of en hoe dat kan op de bestaande plek. Lukt het niet dan zoeken we binnen het gebied naar mogelijkheden voor herhuisvesting. De bedrijventerreinen bij Scheemda en Winschoten liggen in dat geval voor de h