← Nederland

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025 (Veiligheidsregio Gelderland-Zuid

Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid; gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur; gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025 1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling en definities In deze verordening wordt verstaan onder: Gemeenschappelijke Regeling: de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Gelderland-Zuid. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet worden afgelegd. financiële administratie: de financiële administratie is een onderdeel van de administratie en omvat het systematisch maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële gegevens van (onderdelen van) de organisatie, teneinde te komen tot een goed inzicht in: de financieel-economische positie; het financiële beheer; de uitvoering van de begroting; het afwikkelen van vorderingen en schulden; alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover. administratieve organisatie: het stelsel van organisatorische maatregelen, met daarin begrepen maatregelen van interne controle, gericht op het tot stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van de verantwoordelijke leiding. financieel beheer: het uitoefenen van het bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de organisatie. rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het Dagelijks Bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald. paragrafen: de paragrafen in de begroting waarin de beleidslijnen met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten en risicobeheersing worden vastgelegd. 2Begroting en verantwoording Artikel2Programma-indeling 2.1Het Algemeen Bestuur stelt bij het vaststellen van de begroting de programma-indeling en de taakvelden per programma vast. 2.2Het Algemeen Bestuur stelt op voorstel van het Dagelijks Bestuur per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren zoals vermeld in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. Artikel3Inrichting begroting en jaarstukken 3.1Het Algemeen Bestuur stelt per programma vast: de beoogde maatschappelijke effecten; de te leveren goederen en diensten; de speerpunten waaraan wordt gewerkt; de baten en lasten; 3.2In de jaarstukken legt het Dagelijks Bestuur verantwoording af over de uitvoering van de programma’s. In de verantwoording wordt aangegeven en toegelicht: welke maatschappelijke effecten zijn bereikt; welke goederen en diensten zijn geleverd; aan welke speerpunten werd gewerkt; welke baten en lasten werden gerealiseerd. 3.3Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead en de baten en lasten per taakveld weergegeven. 3.4 Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt voor elke nieuwe investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven. 3.5 In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. Artikel4Kadernota en begrotingsprocedure 4.1Het dagelijks bestuur zendt middels een kadernota de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten. 4.2Het Dagelijks Bestuur biedt de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden aan voor zienswijzen. Na het verwerken van de zienswijzen wordt de ontwerpbegroting aangeboden aan het Algemeen Bestuur in het voorjaar van het begrotingsjaar minus

  1. 4.3De ontwerpbegroting wordt voorzien van een voorstel voor het beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren en de te voorziene relevante begrotingseffecten op basis van verkregen inzichten bij de begrotingsuitvoering en de jaarstukken. 4.4Het Algemeen Bestuur stelt de begroting vast. Artikel5Autorisatie begroting en investeringskredieten 5.1Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma. 5.2Nieuwe investeringen worden door het Algemeen Bestuur bij de begrotingsbehandeling geautoriseerd. 5.3Het Dagelijks Bestuur is bevoegd overschrijdingen van de geautoriseerde lasten en onderschrijdingen van de geautoriseerde baten te dekken uit het bedrag voor onvoorzien. 5.4Wijzigingen in beleid en wijzigingen die gevolgen hebben voor de hoogte van de individuele gemeentelijke bijdragen worden via de begroting of begrotingswijziging door het Dagelijks Bestuur aan de gemeenteraden aangeboden voor zienswijzen. Na het verwerken van de zienswijzen worden begrotingswijzigingen aan het Algemeen Bestuur aangeboden. Indien nodig worden deze wijzigingen separaat door het Dagelijks Bestuur aan de gemeenteraden aangeboden voor zienswijzen en na verwerking van de zienswijzen aan het Algemeen Bestuur. Artikel6Tussentijdse rapportage en informatie 6.1Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting over de eerste vier maanden en de eerste acht maanden van het lopende boekjaar. Indien dat nodig is om te kunnen aansluiten op de geplande vergaderdata van het Algemeen Bestuur, wordt de eerste verslagperiode zo nodig aangepast naar drie of vijf maanden en de tweede naar zeven of negen maanden. 6.2De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 6.3In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de laatste vastgestelde begrote baten, lasten en investeringskredieten toegelicht. 6.4Als daar aanleiding voor is wordt in de tussentijdse rapportage ingegaan op afwijkingen in de realisatie van de voorgenomen speerpunten en/of de beoogde maatschappelijke effecten ten opzichte van de begroting. 6.5Zo nodig worden voorstellen gedaan voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten en bijstelling van het beleid bij de behandeling van de tussentijdse rapportages door het Algemeen Bestuur. Artikel7Informatieplicht Het Dagelijks Bestuur geeft aan het Algemeen Bestuur inlichtingen over het aangaan van verplichtingen rond: Aan- en verkoop van goederen, werken en diensten Het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties en Het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen. wanneer het Algemeen Bestuur daarom vraagt of als het uitoefenen van deze bevoegdheden van het Dagelijks Bestuur ingrijpende gevolgen heeft voor de Veiligheidsregio Gelderland Zuid. Artikel8Jaarstukken 8.1Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 8.2Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. 3Rechtmatigheidsverantwoording Artikel9Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 9.1Het Algemeen Bestuur stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid. 9.2In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 2% van de totale lasten van de gemeenschappelijke regeling, exclusief de dotaties aan de reserves. 9.3In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 50.000 nader toegelicht. Artikel10Voorwaardencriterium 10.1Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur. 10.2Het dagelijks bestuur biedt het algemeen bestuur jaarlijks uiterlijk op 31 december van het betreffende jaar ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Artikel11Begrotingscriterium 11.1Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 11.2De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd. 11.3Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 11.4Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 11.5 Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van het Algemeen Bestuur, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. Artikel12Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 12.1Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en VRGZ -eigendommen bij financiële beheershandelingen. 12.2Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van VRGZ-regelingen en eigendommen. 4Financieel beleid Artikel13Waardering en afschrijving vaste activa 13.1Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met economisch nut worden de methodieken en termijnen gehanteerd zoals jaarlijks worden opgenomen in de programmabegroting. Veranderingen in methodieken en termijnen worden expliciet toegelicht. 13.2Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Artikel14Voorziening voor oninbare vorderingen Voor de vorderingen op debiteuren wordt een voorziening vanwege oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op oninbaarheid van de openstaande vorderingen. Artikel15Reserves en voorzieningen 15.1In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen plaats. 15.21Het Dagelijks Bestuur neemt in de begroting en jaarstukken de kaders omtrent vorming en besteding van reserves en voorzieningen op. Artikel16Kostprijsberekening Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd waarbij de directe kosten worden verhoogd met een opslag voor overhead. Artikel17Prijzen economische activiteiten 17.1Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten Veiligheidsregio Gelderland-Zuid in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het Dagelijks Bestuur voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel aan het Algemeen Bestuur waarmee het Algemeen Bestuur de activiteit als dienst van algemeen economisch belang bestempelt. 17.2Bij het verstrekken van leningen, garanties of kapitaal door de Veiligheidsregio Gelderland- Zuid aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het Dagelijks Bestuur vooraf een voorstel aan het Algemeen Bestuur, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd. 17.3Besluiten van het Algemeen Bestuur met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige twee leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: leveringen van goederen, diensten of werken aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; een bevoordeling van sociale werkplaatsen; een bevoordeling van onderwijsinstellingen; een bevoordeling van publieke media-instellingen; en een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is. Artikel18Financieringsfunctie 18.1Het Dagelijks Bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht: voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 18.2Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het Dagelijks Bestuur indien mogelijk zekerheden. 5Paragrafen Artikel19Weerstandsvermogen en risicomanagement 19.1In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur de verplichte onderdelen op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 19.2Het Dagelijks Bestuur doet bij de begroting een voorstel voor de gewenste weerstandscapaciteit en het beleid voor het opvangen van risico's door verzekeringen, voorzieningen en het weerstandsvermogen. 19.3Het Dagelijks Bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken een samenvatting weer van de risico-inventarisatie, eventueel aangevuld met een toelichting op nieuwe risico’s of risico’s die niet meer aanwezig zijn als daar aanleiding voor is. 19.4Het Dagelijks Bestuur geeft in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en van de jaarstukken het weerstandsvermogen aan. Artikel20Onderhoud kapitaalgoederen Bij de begroting en de jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en doet verslag over de voortgang van het geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan de diverse kapitaalgoederen. Artikel21Bedrijfsvoering Naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten wordt in de paragraaf bedrijfsvoering in ieder geval opgenomen: een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 9 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen; een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen; rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen; geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt. Artikel22Verbonden partijen Bij de begroting en jaarstukken neemt het Dagelijks Bestuur in de paragraaf verbonden partijen de verplichte onderdelen op van het Besluit Begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 6Financiële organisatie en financieel beheer Artikel23Administratie Het Dagelijks Bestuur draagt er zorg voor dat de administratie zodanig van opzet en werking is, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeenschappelijke regeling als geheel en in de onderdelen daarvan; het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen, schulden, contracten; het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het maken van kostencalculaties; het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving; de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving. Artikel24Financiële organisatie Het Dagelijks Bestuur draagt de zorg voor en legt vast: Een eenduidige indeling van de organisatie en een eenduidige toewijzing van taken aan de organisatieonderdelen; Een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden, verantwoordelijkheden; De verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van toegekende budgetten en investeringskredieten; De interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie; De te maken afspraken met organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van activiteiten en uitputting van middelen; De kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van baten en lasten aan taakvelden; Het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten; Het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen; Het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen Opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan. Artikel25Interne controle 25.1Het Dagelijks Bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet, en rechtmatigheid van de baten en lasten en de balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel. 25.2Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkelingen van de bezittingen, het financieel vermogen en de financiële mutaties van de Veiligheidsregio Gelderland Zuid. Bij afwijkingen in de registratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. 7Slotbepalingen Artikel26Intrekking oude regeling De Financiële verordening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt. [De bovenstaande tekst bevat een kennelijke verschrijving. Hier wordt bedoeld: De Financiële verordening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.]. Artikel27Inwerkingtreding Na bekendmaking treedt deze verordening met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 januari
  2. De stukken voor het begrotingsjaar 2025 en latere begrotingsjaren voldoen aan de bepalingen van deze verordening. Artikel28Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald onder de naam ‘Financiële verordening Veiligheidsregio Gelderland-Zuid 2025’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur op 19 december 2025 te Nijmegen.De voorzitter, Drs. H.M.F. BrulsDe secretaris,M. Van Dalen MSc

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.