Verordening overleg lokaal onderwijsbeleid gemeente Goirle. HOOFDSTUK1BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen. In deze verordening wordt verstaan onder: schoolbestuur: het bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs of algemeen voortgezet onderwijs, die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente; advies: het advies van de Onderwijsraad als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goirle HOOFDSTUK2OVERLEG Paragraaf2.1.Overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid Artikel2Functie overlegorgaan. 1.Er is een overlegorgaan lokaal onderwijsbeleid waarin burgemeester en wethouders met de vertegenwoordigers van alle schoolbesturen overleg voeren over de voorbereiding en uitvoering van het lokaal onderwijsbeleid. 2.In het overlegorgaan komen aan de orde: de onderwerpen waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de Expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs; overige onderwerpen van overleg aangaande het lokaal onderwijsbeleid. 3.Op de onderwerpen, als genoemd in het tweede lid, onder b, is artikel 9 niet van toepassing Artikel3Samenstelling overlegorgaan. 1.De schoolbesturen kunnen zich laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Een schoolbestuur wijst daartoe maximaal twee vertegenwoordigers aan, die namens dit schoolbestuur het overleg voeren. 2.Schoolbesturen kunnen zich gezamenlijk laten vertegenwoordigen in het overlegorgaan. Voor het bepalen van het aantal vertegenwoordigers is het gestelde in het eerste lid van toepassing. 3.Burgemeester en wethouders worden in het overleg vertegenwoordigd door de portefeuillehouder onderwijs. De portefeuillehouder onderwijs fungeert als voorzitter van het overlegorgaan. Artikel4Derden. Derden kunnen, indien de voorzitter van het overlegorgaan dit wenst of de meerderheid van de vertegenwoordigers) van de schoolbesturen, genoemd in artikel 3, dit wenst (wensen), deelnemen aan een overleg. Artikel5Secretariaat. Burgemeester en wethouders voeren het secretariaat van het overlegorgaan. Paragraaf2.2.Voorbereiding overleg Artikel6Voorbereiding Het overlegorgaan kan, ter voorbereiding van de in het orgaan aan de orde te stellen onderwerpen, voorbereidingsgroepen instellen. Over de doel-/taakstelling, werkwijze en samenstelling van deze voorbereidingsgroepen beslist het overlegorgaan. Paragraaf2.3.Uitvoering overleg Artikel7Advies Onderwijsraad. 1.Indien één of meer vertegenwoordigers van de schoolbesturen in het overlegorgaan of burgemeester en wethouders een advies wensen over een onderwerp waarop het op overeenstemming gericht overleg van toepassing is, maken zij dit uiterlijk kenbaar in het overleg waarin het onderwerp in finale zin aan de orde is. Dit gebeurt aan de hand van een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van het onderwerp waarover het advies wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen het onderwerp en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting van het onderwijs. 2.Alle vertegenwoordigers krijgen in het overleg de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen over het verzoek om advies. 3.Burgemeester en wethouders zijn belast met de indiening van een verzoek om advies. Zij doen dit uiterlijk twee weken na afloop van het overleg. Daarbij informeren zij tevens de Onderwijsraad over de in het tweede lid bedoelde zienswijzen. 4.De gemeenteraad neemt gedurende de wettelijke termijn voor het uitbrengen van het advies geen besluit over het onderwerp waarover advies is gevraagd. 5.Burgemeester en wethouders zenden zo spoedig mogelijk een afschrift van het uitgebrachte advies toe aan alle leden van het overleg. Indien het geheel of gedeeltelijk opvolgen van het advies zou leiden tot een of meer inhoudelijke bijstellingen van het voorstel over een onderwerp waarover advies is gevraagd, worden de leden van het overleg bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigd voor nader overleg. In alle andere gevallen beoordelen burgemeester en wethouders of nader overleg over het advies wenselijk is. Zij geven dit aan bij de toezending van het afschrift van het advies. 6.Het overleg, als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen twee weken nadat het advies is uitgebracht. Burgemeester en wethouders informeren de raad over dit overleg in de vorm van een aanvulling op het verslag als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.