← Nederland

Uitvoerings- en handhavingsstrategie fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2023-2026, herziening januari 2026 (Heeze-Leende)

Uitvoerings- en handhavingsstrategie fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2023-2026, herziening januari 2026Besluit Vast te stellen Uitvoerings- en handhavingsstrategie fysieke leefomgeving gemeente Heeze-Leende 2023- 2026, herziening januari 2026 Voorwoord Mensen die activiteiten uitvoeren zijn hiervoor in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Mogelijke schade, hinder en overlast moet worden voorkomen of hersteld. Dit is soms erg complex en daarom is besloten dat de overheid regels stelt, vergunningen (V) afgeeft, toezicht (T) houdt en handhaaft (H) als dat nodig is (VTH-taken). Deze taken zijn breed: van het verlenen van omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen, horecavergunningen tot het uitvoeren van bouwtoezicht, brandveiligheidscontroles, horecacontroles, parkeerhandhaving en het behandelen van allerlei klachten en meldingen. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn voor de overheid in relatie tot inwoners en bedrijven belangrijke instrumenten. Initiatiefnemers willen graag hun initiatieven en ideeën kunnen realiseren, terwijl omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Als overheid moeten we een balans vinden in het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) beschrijven wij hoe we omgaan met die balans. De U&HS beschrijft de gemeentelijke doelen, prioriteiten en instrumenten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Samenvatting in tekst In deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving (U&HS) is alles samengebracht wat te maken heeft met Vergunningverlening en Toezicht en Handhaving (VTH) voor de fysieke leefomgeving. Voorheen werd dit het Uitvoerings- en handhavingsbeleid genoemd. Met deze strategie omarmen we de Omgevingswet; we gaan voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Onder ‘fysieke leefomgeving’ verstaan we datgene wat je ziet, voelt, hoort en ruikt. Dat zijn bijvoorbeeld gebouwen, wegen, parken, een schone lucht, sloten, rivieren, bossen, enzovoort. Naast duurzaam, gezond en veilig verwachten we dat onze omgeving ook aantrekkelijk en goed verzorgd is. We willen van onze omgeving genieten. Het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit is daarom toegevoegd als centrale doelstelling in de Omgevingswet. Deze U&HS 2023-2026 legt het minimaal uit te voeren (kwaliteits)niveau vast, zoals de Omgevingswet en de geldende kwaliteitscriteria voor de VTH dat vereisen. Belangrijke ontwikkelingen als de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen hebben ook de komende jaren invloed op de VTH taken. In de afgelopen jaren zijn er in verschillende regionale werkgroepen samenwerkingsafspraken gemaakt over het ketenproces Omgevingswet, om daar waar we elkaar tegenkomen het VTH-proces efficiënt in te richten. Ook hebben we milieu strategieën vastgelegd om zo op een gestructureerde wijze te werken en een gelijk speelveld te creëren. Deze liggen vast in het Regionaal Operationeel Kader Milieutoezicht van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ROK-TH) en een Regionaal Operationeel Kader Vergunningverlening (ROK-VV), die per 1 januari 2025 zijn vervangen door het Regionaal operationeel kader milieutoezicht en handhaving 2025-

  1. Deze U&HS benoemt doelstellingen die wij de komende vier jaar nastreven. Deze doelstellingen zijn gebaseerd op de centrale doelstelling van de Omgevingswet en bevat kwaliteitsdoelstellingen gebaseerd op de door de gemeenteraad vastgestelde verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende. We zijn succesvol in onze uitvoering als we goede invulling hieraan geven. Daarom hebben we de doelstellingen concreet en realistisch geformuleerd zodat we ze goed kunnen monitoren. Door te prioriteren maken we keuzes in de taken die we willen uitvoeren; er zal nooit voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. De risicoanalyse en prioritering komen door evaluatie en risicomatrixen tot stand. Een risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. In deze benadering komen de door de experts belangrijk gevonden onderwerpen naar boven. De matrices geven input voor de prioritering van de taken en werkzaamheden. Zowel ambtelijke als bestuurlijk wordt hiervoor input geleverd. Een verplicht onderdeel van de U&HS zijn de strategieën. Met de vaststelling van de hierin opgenomen uitvoeringstrategieën geven we sturing aan uitvoering en handhaving. Het zorgt voor een gestructureerde wijze van werken en draagt bij aan transparantie en uniformiteit in besluitvorming. Een ander verplicht onderdeel van een U&HS-cyclus zijn de capaciteit en middelen. Dit geeft een beeld van de formatie en de financiële middelen die de gemeente inzet op deze taken en is opgenomen in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma. Hoofdstuk1Algemene inleiding Voor u ligt de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026 (U&HS). Dit is de opvolger van het Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2019-
  2. Met deze U&HS geven we invulling aan de wettelijke verplichting om voor zowel voor omgevingsvergunningen als het toezicht en handhaving hierop een actuele uitvoering- en handhavingsstrategie vast te stellen. Deze wettelijke verplichting is terug te vinden in het Besluit omgevingsrecht en haar opvolger het Omgevingsbesluit, die onderdeel uitmaken van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en zijn opvolger de Omgevingswet. De Omgevingswet bevat regels voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Daar vallen onderwerpen onder als natuur en milieu, maar ook water, wonen, infrastructuur en de inrichting van de ruimte alsook ‘nieuwe’ onderwerpen zoals gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De kwaliteit van die leefomgeving moet in balans zijn met de mogelijkheid om maatschappelijke behoeften te vervullen. In deze U&HS geven we aan hoe we in de periode van 2023-2026 met die balans omgaan bij de uitvoering van onze taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De U&HS schetst de visie en uitgangspunten voor de komende jaren, de inhoudelijke prioriteiten die daarin worden gesteld en geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. 1.1Wettelijk kader en begrippen Volgens de wettelijke regeling1Artikelen 13.5 en 13.6 van het Omgevingsbesluit dient elke Uitvoerings- en handhavingsstrategie in ieder geval inzicht te bieden in onderstaande onderdelen: de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden (toelichting in paragraaf 4.3); de methode die wordt gebruikt om te bepalen of de doelen uit het beleid worden bereikt (toelichting in bijlage 2); de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (toelichting in bijlage 5 onderdeel vergunningenstrategie); de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen (toelichting in bijlage 5 onderdeel vergunningenstrategie); De handhavingsstrategie biedt ook inzicht in: de afspraken die door bestuursorganen onderling en met de instanties die zijn belast met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt over samenwerking bij en afstemming van werkzaamheden (toelichting in bijlage 5 onderdeel toezicht- en sanctiestrategie); de wijze waarop toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet wordt gehouden (toelichting in bijlage 5 onderdeel toezicht- en sanctiestrategie); de wijze waarop wordt gerapporteerd over bevindingen over de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en eventueel daaraan verbonden consequenties (toelichting in bijlage 5 onderdeel toezichtstrategie); de wijze waarop bestuurlijke sancties en termijnen die bij het opleggen en ten uitvoer leggen daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd (toelichting in bijlage 5 onderdeel sanctiestrategie); de wijze waarop wordt gehandeld na geconstateerde overtredingen die zijn begaan door of in naam van een bestuursorgaan of een andere tot de overheid behorende instantie (toelichting in bijlage 5 onderdeel sanctiestrategie). Deze U&HS sluit aan bij de terminologie en begrippen uit de Omgevingswet. Met deze strategie omarmen we de nieuwe Omgevingswet. We stellen de centrale doelstelling van de Omgevingswet in deze U&HS centraal. Deze staat verwoord in artikel 1.3 : “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Daarbij hebben wij de dikgedrukte termen in figuur 1 van een toelichting voorzien zodat we weten wat we onder de termen in het kader van de reikwijdte van deze U&HS dienen te verstaan. Figuur 1 Toelichting terminologie Omgevingswet De leefomgeving is onder te verdelen in een fysiek domein en een sociaal domein. De U&HS gaat over het fysieke domein. De Omgevingswet omschrijft de ‘fysieke leefomgeving’ als datgene wat je ziet, voelt, hoort en ruikt. Dat zijn bijvoorbeeld gebouwen, wegen, parken, een schone lucht, sloten, rivieren, bossen, enzovoort. Naast duurzaam, gezond en veilig verwachten we dat onze omgeving ook aantrekkelijk en goed verzorgd is. We willen van onze omgeving genieten. 1.2Reikwijdte en afbakening De wettelijke verplichting om een U&HS vast te stellen maakt onderscheid tussen basistaken en niet basistaken. Basistaken worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Hiervoor hebben wij samen met de regio een uniforme regionale uitvoering- en handhavingsstrategie vastgesteld: het Regionaal Operationeel Kader Milieutoezicht & Handhaving 2025-20282Door het college vastgesteld op 10 december 2024 (ROK VTH). Vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiency en het creëren van een gelijk speelveld is in onze gemeente deze uniforme regionale U&HS daarnaast ook van toepassing op de overige (niet onder de basistaken vallende) milieutaken inclusief het aspect externe veiligheid3Externe veiligheid is de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. en groene wetgeving4De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) geeft voor de hele provincie Noord-Brabant de vergunningen af voor de Wet natuurbescherming. Ook is de ODBN verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van die regels.. Specifiek voor de bodemtaken geldt daarbij het Regionaal Uitvoeringsbeleid Besluit bodemkwaliteit en voor de asbest- en slooptaken het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbesttaken. Deze U&HS ziet toe op de (overige) gemeentelijke uitvoerings- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving. Voor het afhandelen van omgevingsvergunningaanvragen, het houden van toezicht en ons handhavend optreden staan in bijlage 1 onder meer (niet uitputtend) de wettelijke- en beleidsmatige kaders waar deze U&HS betrekking op heeft. 1.3Kwaliteitscriteria Het is belangrijk dat de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken goed is geregeld. Hiervoor zijn de kwaliteitscriteria in het leven geroepen. De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen. Daarnaast borgt onze gemeente de kwaliteit met de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende. De kwaliteitscriteria stellen eisen aan: het “proces” ofwel de beleidscyclus (BIG 8, zie figuur 2) van de gemeentelijke organisatie met betrekking tot het verrichten van omgevingsrecht taken; de “inhoud” van het operationele deel van het proces en de uitvoering daarvan; de “kritieke massa” ofwel de omvang en kwaliteit van het uitvoerende personeel. In 2022 hebben wij ons gemeten aan de kwaliteitscriteria VTH (landelijke eisen die gesteld worden aan medewerkers en processen). Daaruit is naar voren gekomen dat de gemeente Heeze-Leende niet eigenstandig kan voldoen aan de minimumeisen die gesteld worden. In hoofdstuk 7 gaan we hier verder op in. In 2025 starten wij met een meting en de implementatie van de nieuwste Kwaliteitseisen VTH 3.
  3. Naast een meerjarenstrategie, eist de wet ook jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de meerjarenstrategie. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG EIGHT’-cyclus. De volgende zeven stappen zijn te onderscheiden (een nadere toelichting vind je in bijlage 2): Figuur 2 Beleidscyclus (BIG 8) Onder de Omgevingswet is sprake van een tweede beleidscyclus (zie figuur 3). Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, Do, Check, Act). Het verschil zit in het feit dat die cyclus betrekking heeft op de doelen ten aanzien van de fysieke leefomgeving, zoals per gemeente vervat in een Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en in de regelgeving uitgewerkt in het Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Het is veel meer omvattender. VTH taken zijn in die cyclus te definiëren als één van de mogelijk in te zetten instrumenten. Figuur 3 Beleidscyclus Omgevingswet 1.4Beleidsevaluatie We hebben in ons vorige beleid SMART-doelstellingen (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden) opgenomen en hebben daardoor een uitgebreide beleidsanalyse kunnen uitvoeren (zie bijlage 3). In de afgelopen beleidsperiode hebben wij 13 van de 24 doelstellingen behaald. We hebben hiermee een mooie bijdrage geleverd aan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn 8 doelstellingen gedeeltelijk opgepakt en 3 niet behaald. Capaciteitstekort (o.a. door het niet in kunnen vullen van vacatures en uitval) en de maatregelen rondom het coronavirus hebben ertoe geleid dat deze doelstellingen gedeeltelijk of niet zijn behaald. De doelstellingen die niet of gedeeltelijk zijn behaald komen, al dan niet aangepast, terug in hoofdstuk
  4. De provincie Noord-Brabant houdt toezicht op onze gemeente en ziet middels beoordelingsvragen toe op de tijdigheid/actualiteit en kwaliteit van de wettelijk vereiste VTH-documenten van gemeenten. Onze gemeente voldoet aan alle vereisten en heeft over de jaren 2022, 2023 en 2024 geen inhoudelijke verbeterpunten meegekregen van de provincie. 1.5Ontwikkelingen Het omgevingsrecht is continu in ontwikkeling. Het is dan ook onmogelijk om hier alle ontwikkelingen te schetsen die de komende jaren een rol zullen spelen. We benoemen de belangrijkste ontwikkelingen. In het uitvoeringsprogramma worden activiteiten opgenomen om in te spelen op relevante ontwikkelingen. 1.5.1Invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente tot uitdagingen op het gebied van processen, een andere manier van werken en financiën. Te denken valt aan het (deels) wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving van werkzaamheden en participatie. De relevante wijzigingen die deze wetgeving met zich meebrengen zijn voor zover mogelijk verwerkt in de operationele strategieën. 1.5.2Maatschappelijke ontwikkelingen Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en - adaptatie en de stikstofproblematiek worden de VTH-werkzaamheden complexer en daarmee wellicht ook belangrijker. Door deze ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij zijn ons hiervan bewust en proberen hier met deze U&HS op in te spelen. Ondermijning is aan de orde van de dag de laatste jaren. De aanpak van ondermijning valt onder de regie van het taakveld Openbare orde en Veiligheid, maar heeft -om goed te kunnen slagen- een nauwe relatie met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen de aanpak van ondermijning hebben de toezichthouders voornamelijk een signaalfunctie en beschikken zij over veel informatie inzake de verleende vergunningen en de geldende wet- en regelgeving. 1.5.3Regionale samenwerking Ontwikkelingen in Heeze-Leende staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten en de provincie Noord-Brabant. Bovendien nemen we op verschillende thema’s deel aan regionale samenwerkings¬verbanden. Ook hebben we regelmatig contact met onze ketenpartners zoals de waterschappen, GGD en de veiligheidsregio. Voor specifieke initiatieven en ontwikkelingen zullen we deskundig advies (blijven) opvragen bij deze instanties en eventueel gezamenlijk een actieve rol oppakken. Vanwege de extra aandacht die het thema “gezondheid” krijgt in de Omgevingswet, zal daarbij meer dan in het verleden het geval was een beroep gedaan worden op de GGD. De gemeente stimuleert haar samenwerkingspartners om ook met de inwoners van Heeze-Leende samen te werken. Hoofdstuk2Visie, missie en uitgangspunten Dit hoofdstuk geeft de visie en missie op onze uitvoering en beschrijft de uitgangspunten die wij hanteren bij onze taakuitvoering. 2.1Visie en missie De missie van de gemeente Heeze-Leende voor de uitvoering van de VTH taken is: Natuurlijk samen! In de volgende paragraaf is uiteengezet welke uitgangspunten belangrijk zijn bij de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. 2.2Algemene uitgangspunten Bij het uitvoeren van onze VTH taken hanteren we de volgende uitgangspunten: Handelen in de geest van de Omgevingswet en -visie Indien mogelijk werken we met een ‘oplossingsgerichte’ in plaats van ‘procedure gerichte’ aanpak en houding. Dit doen we door steeds de vraag te stellen: ‘Hoe kan het wel?’. Voor vergunningverlening betekent dit dat wij binnen wettelijke en eigen beleidsmatige kaders in het algemeen met de initiatiefnemer meedenken om eventuele belemmeringen weg te nemen. Dit vanuit de Omgevingswet gedachte van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. Daarom zetten we in op de in onze Omgevingsvisie opgenomen uitgangspunten: vertrouwen, partnership en gelijkwaardigheid5De Omgevingsvisie is op 26 juni 2023 door de gemeenteraad vastgesteld.. Integrale afweging en het geven van vertrouwen De Omgevingswet staat voor een goed evenwicht tussen het beschermen en benutten van onze omgeving onder het motto ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’ van de leefomgeving. De insteek is minder regels die meer overzichtelijk zijn en meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk. Integrale afweging van initiatieven en het geven van vertrouwen zijn sleutelbegrippen. De meerwaarde van een ontwikkeling moet centraal staan in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Het gaat dan om meerwaarde voor de duurzame kwaliteit van een gebied en de meerwaarde voor de gezondheid en het welbevinden van de inwoners. Dit vraagt om een andere werk- en denkwijze van onze gemeente, maar ook van andere overheden, burgers en bedrijven. Preventief gaat voor repressief Het succes van vergunningverlening, toezicht en handhaving staat of valt met het gedrag van bewoners en gebruikers. Communicatie speelt hierbij een belangrijke rol. Door een persoonlijke, directe en actieve communicatie blijven de lijnen kort, waardoor minder ruimte voor interpretatie of een afwachtende houding is. De ervaring leert dat de persoonlijke benadering vaak ook de oplossingsbereidheid en de oplossingsgerichtheid vergroot. Communicatie is dan ook een inherent onderdeel van het handhavingsproces. Het is wenselijk dat er een verschuiving plaats vindt naar taken met meer aandacht voor ‘de voorkant’. Het doel van communicatie is om een steviger beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid om zo (spontane) naleving van de regels te bevorderen. Daarin nemen wij het voortouw. Het handhaven gebeurt, zo veel mogelijk, integraal en met de menselijke maat. Hiervoor maken wij gebruik van -en werken wij samen met- bestaande netwerken om afspraken aan 'de voorkant' te maken en om sancties achteraf zoveel als mogelijk te voorkomen. De menselijke maat is samen met melders en overtreders waar mogelijk zoeken naar een oplossing om een illegale situatie op te heffen. In deze gevallen zorgt het gesprek er aan de ‘voorkant’ voor dat de overtreders overtuigd worden dat ze de illegale situatie moeten opheffen zonder het opleggen van sancties. Het uitgangspunt voor de manier waarop wij toezicht houden is 'zacht waar het kan, hard waar het moet'. Voor degene die hun verantwoordelijkheid nemen, zijn wij een deskundige gesprekspartner. Maar wie zich niet aan de regels houdt, pakken we aan. We nemen direct maatregelen als we tijdens een controle misstanden of (mogelijke) risico's voor de veiligheid aantreffen. Risico- en informatiegestuurd werken Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogericht plaats. Dat wil zeggen dat wij steeds kijken naar waar de risico’s zich bevinden en dat op basis daarvan de beoordeling plaatsvindt. Bij de beoordeling kijken wij waar mogelijk winst valt te behalen op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en/of leefbaarheid. Toezicht en handhaving vindt risico- en informatiegestuurd plaats. De gemeente analyseert alle beschikbare informatie over specifieke onderwerpen, locaties en doelgroepen en bepaalt daarmee welke acties er ondernomen moeten worden. Op basis van informatie van meldingen van inwoners, informatie van partners en informatie uit eigen waarnemingen houdt de gemeente toezicht op het veld. Voordat toezichthouders het veld ingaan, weten zij al waar zij (met nadruk) op moeten letten. Hoofdstuk3Doelstellingen De strategische doelstellingen van de gemeente Heeze-Leende zijn onderverdeeld in een algemene U&H doelstelling (gebaseerd op de Omgevingswet) en een drietal kwaliteitsdoelstellingen voortkomend uit de gemeentelijke verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende. De doelstellingen zijn SMART geformuleerd. In hoofdstuk 4 is de koppeling met de probleemanalyse VTH gemaakt. Daar staat welke activiteiten bijdragen aan het realiseren van deze doelstellingen. Door het maken van deze koppeling is de beleidscyclus sluitend, operationaliseren we de kwaliteit en realiseren we de meetbaarheid van de doelstellingen. 3.1Algemene doelstelling De centrale doelstelling van de Omgevingswet, beschreven in paragraaf 1.1, hebben we vertaald naar onze gemeente en leidt tot het streven naar de volgende doelstellingen. Zie figuur 4, de tabel hieronder: Algemeen U&H doel Doelstelling 2023-2026 Veiligheid De doelstelling van veiligheid is het beperken van de (bouwgerelateerde) risico's. Periodiek (minimaal 2 x in de realisatiefase) houden wij samen met de VRBZO integraal risicogericht toezicht op vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken. We inventariseren (bv. gebiedsgericht) en pakken stapsgewijs de risicovolle situaties aan om (brand)veiligheid van (illegale) bewoning te waarborgen. Gezondheid De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is. Behouden en/of verbeteren van de huidige situatie in het kader van alcoholgebruik onder jongeren. Omgevingskwaliteit Het beperken en/of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit. Voorkomen en bestrijden van illegale (ver)bouw en gebruik van de in het omgevingsplan vastgelegde functies met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (landschappelijke) waarden. Duurzaamheid Het leveren van een constructieve bijdrage aan de energie transitie en verduurzaming. Alle omgevingsvergunningsaanvragen worden getoetst en bij het toezicht gecontroleerd op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, volgens de hiervoor vastgestelde toets -en toezichtprotocollen. Figuur 4 Algemene doelstellingen 3.2Kwaliteitsdoelstellingen Cruciaal voor het leveren van kwaliteitsproducten is de beschikbaarheid van vakmanschap en expertise en de borging van de kwaliteit. Als kwaliteitsafspraken niet worden vastgelegd, gemonitord en gerapporteerd is er een sterke mate van afhankelijkheid van de individuele medewerker. Kwaliteit is

(1)het realiseren van de afgesproken doelstellingen en
(2)het voldoen aan de wettelijke eisen. In de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende is een verplichting opgenomen om doelen uit te werken op de volgende onderwerpen. Zie figuur 5, de tabel hieronder: Doelstellingen 2023-2026 Uitvoeringskwaliteit De mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. Voorkomen van het ongebruikt laten voortbestaan van rechten uit vergunningen en daarmee het vergunningenbestand op orde brengen. 75% van onze werkprocessen zijn beschreven en -waar nodig- ingericht in zaaksyste(e)m(en). We ondernemen de nodige acties om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria m.b.t. de kritieke massa. Dienstverlening De manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, melders, etc.) omgaat. We streven naar een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten. We hebben een luisterend oor en verrassen klanten door snel te reageren en verwachtingen te managen. Afspraak= afspraak In ieder contact met de klant maken we duidelijke afspraken (managen verwachting) leggen we deze (intern) vast en komen we deze na. We bellen op tijd terug en handelen de terugbelnotities administratief af. We stellen een heldere en concrete klachten- en meldingen procedure (handhaving) op, met duidelijke afhandelwijze, termijnen en communicatiemomenten. We communiceren de procedure op de website. Financiën De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten. Door toepassing van risico analyses wordt getracht efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen en er wordt begroot op basis van output. Figuur 5 Kwaliteitsdoelstellingen Hoofdstuk4Probleemanalyse VTH Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse (beschrijvend gedeelte) en een risicoanalyse (cijfermatig gedeelte). 4.1Omgevingsanalyse In onze Omgevingsvisie is een uitgebreide gebiedsbeschrijving te vinden. ‘Onze prachtige ligging in een groen en divers landschap vormt de basis van Heeze-Leende. Grote natuurgebieden, een afwisselend agrarisch gebied, slingerende beken en knusse dorpen vormen het decor waarin wij zo prettig wonen, werken en recreëren. Ieder dorp heeft haar eigen identiteit, kwaliteiten en voorzieningen. Dankzij onze ligging in de bruisende Brainportregio met goede verbindingen via de snelwegen en het spoor, profiteren wij van een regionale verbondenheid tussen landelijke rust en stedelijke dynamiek. Dat die kwaliteiten blijven is niet vanzelfsprekend. Diverse trends en ontwikkelingen zetten de huidige situatie onder druk. Onze ambitie is het tekort aan kwaliteit in onze leefomgeving, dat in het verleden hier en daar ontstaan is, te herstellen. Bovendien gaan we ons proactief inzetten om bestaande kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te ontwikkelen en te versterken. Hiervoor zetten we in op een aantal gemeentebrede ambities, zie figuur 6. We zetten in op een verbonden samenleving. Dat betekent dat we oog hebben voor elkaar. De omgeving bepaalt in sterke mate de kwaliteiten van onze gemeente, maar het karakter van onze samenleving draagt daar net zoveel aan bij. In onze dorpen is bovendien ruimte voor iedereen om te kunnen wonen, ook voor starters en senioren. Hierdoor zijn onze dorpen ook in de toekomst leefbaar. Tot slot willen we leven in een gezonde en veilige omgeving, zowel in de dorpen als ook in het landelijk gebied. Figuur 6 Overzicht gemeentebrede visie Het afwisselende en verweven landschap zoals de vennen, agrarische ontginning aan de Vlaamseweg en de historische omgeving rondom het kasteel is straks klaar voor de belangrijke transities die op ons afkomen. We stimuleren duurzame ontwikkelingen als de landbouwtransitie, samen met onze agrariërs en richten onze leefomgeving klimaatbestendig in. Ook in de dorpen zorgen we voor voldoende groen en ruimte voor waterberging. De natuurgebieden, van de Strabrechtse heide tot aan de Tongelreep, staan er in de toekomst nog beter voor en bieden op een passende manier ruimte aan planten, dieren en mensen. We pakken onze plek in een gekoppelde regio. We behouden een gezonde middenstand en bieden ruimte aan diverse werksectoren. Ook dragen we op onze eigen manier bij aan de Brainportregio. Daarnaast richten we ons op de opgave van de energietransitie, die vraagt om energiebesparing en ruimte voor duurzame energieopwekking en duurzame warmte. Tot slot zetten we in op een toekomstbestendige verbinding, met de auto, het openbaar vervoer, de fiets en te voet. We trekken dus de lijnen uit het verleden en de kwaliteiten van het heden door naar de toekomst van Heeze-Leende.’ 4.2Risicoanalyse VTH Naast de omgevingsanalyse vormt de risicoanalyse een onderdeel van de probleemanalyse. Wij hebben gekozen voor een kwalitatieve risicomethode. Deze kwalitatieve risicomethode is gebruikt om een integrale risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integrale vergunning- en handhavingsprogramma. Beleid opstellen betekent keuzes maken: nooit is er voldoende capaciteit om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. In deze benadering komen de door de experts belangrijk gevonden onderwerpen naar boven. In de tabellen is dan ook geen opsomming opgenomen van alle activiteiten die binnen een VTH-taak aan de orde zijn, maar alleen die activiteiten die de experts aanmerken als risico voor de komende jaren. De input van de tabellen is door middel van het bevragen van de inhoudelijke vakspecialisten werkzaam bij de gemeente Heeze-Leende tot stand gekomen. De vragen zijn per domein beantwoord (Bouwen, Slopen, Erfgoed, RO, APV/Verordening fysieke leefomgeving en Bijzondere wetten). Het domein ‘Brandveiligheid’ is in regionaal verband door de veiligheidsregio VRBZO uitgevoerd en het domein ‘Milieu’ is uitgevoerd door de omgevingsdienst ODZOB. In bijlage 4 ‘Handleiding Risicoanalyse‘ is een toelichting opgenomen van de uitgevoerde risicoanalyse, waarin nader wordt ingegaan op de gebruikte methode, de begrippen en de wijze waarop aan deze begrippen getalsmatig waarden zijn toegekend. Een weergave van de uitkomsten van de ingevulde risicomatrix voor de overige domeinen is eveneens opgenomen in bijlage 4 ‘Uitkomsten risicoanalyse’. Voor Milieu is binnen de provincie Noord-Brabant een regionale risicoanalyse voor de milieutaken uitgevoerd. 4.2.1Domein Bouwen en Slopen Uit de risicoanalyse komen binnen onze gemeente op deze domeinen de volgende (hoogste) risico’s naar voren: Het handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit nieuw/verbouw in: het geval van kamerverhuur (5 of meer wooneenheden), logies en woningsplitsing; particuliere woningen; restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor en/of winkel. Gevaarzetting door staat bouwwerk, open erf of terrein voor bestaande bouw (constructie, fundering, asbest, brandveiligheid, verwaarlozing, etc.) De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aan geven: Ad 1) We intensiveren onze toetsing en controles en passen indien nodig onze toets- en toezichtprotcollen aan. Ad 2 ) Op basis van ‘gezond verstand’ nemen wij dit risico integraal mee bij het toezicht voor domein Bouwen en via signaaltoezicht. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de doelstellingen veiligheid en duurzaamheid. 4.2.2Domein Ruimtelijke Ordening en Erfgoed Uit de risicoanalyse komen binnen onze gemeente op deze domeinen de volgende (hoogste) risico’s naar voren: Handelen in strijd met het omgevingsplan6Het gaat hier om de (voormalige) activiteit “strijdig gebruik”.: bedrijfsmatige activiteiten die niet zijn toegestaan; overige bewoning in strijd met omgevingsplan (zoals kamerverhuur/woningsplitsing/wonen waar niet is toegestaan); permanente bewoning recreatieve inrichtingen. Instandhoudingsplicht/onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (conform Erfgoedkaart/Cultuurhistorische waardenkaart). De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aan geven: Ad 1a) Wij gaan verder met het actief opsporen van bedrijfsmatig gebruik waar dit op basis van het omgevingsplan niet is toegestaan. Het gaat dan voornamelijk om bedrijven die op een locatie zitten die niet als bedrijfslocatie is bestemd en/of die niet toegestane (deel)activiteiten uitoefenen zoals onrechtmatige (buiten)opslag7Vanuit o.a. het oogpunt van veiligheid (bv voorkomen van brandoverslag) en het voorkomen van verrommeling is (buiten)opslag veelal gereguleerd.. Het kan bijvoorbeeld gaan om loodsen bij bedrijven(terreinen) of bijgebouwen in het buitengebied. Maar bijvoorbeeld ook om een zwaardere milieucategorie dan ter plaatse is toegestaan. Ad 1b) Wij houden toezicht op bewoning in panden die niet bestemd/geschikt zijn voor bewoning met als doel de aanpak van onveilige illegale bewoning/kamerverhuur. In deze tijd van woningnood richten wij het toezicht voornamelijk op bedrijfspanden, gevaarlijke situaties, overbewoning8Op basis van het bepaalde in het Bbl. of situaties waarbij criminaliteit of ondermijning aan de orde lijkt. Ad 1c) We zetten in op de preventiestrategie. Ad 2) Alle klachten en meldingen worden opgepakt, om zo onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (conform de Erfgoedkaart/Cultuurhistorische waardenkaart) zo veel mogelijk te voorkomen dan wel schade waar mogelijk te beperken. Door het opnemen van cultuurhistorische waardevolle objecten op de Cultuurhistorische waardenkaart
(802026)zetten we extra in op de preventiestrategie (bewustwording). Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de doelstelling omgevingskwaliteit. 4.2.3Domein Milieu De taken van dit domein worden opgepakt door de omgevingsdienst ODZOB. Hierover wordt de gemeente separaat geïnformeerd. De hoogste risico’s voor onze gemeente staan in het ROK opgenomen in de tabellen. 4.2.4Domein Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet en Evenementen Uit de risicoanalyse komen binnen onze gemeente op deze domeinen de volgende (hoogste) risico’s naar voren: APV de hoogste risico’s afval illegale stort (meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil); vrachtwagenverbod kern Heeze; geluidsoverlast (evenementen en horeca); overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd); verrommeling van de openbare ruimte (vervuiling, controle reclame, terrassen, verloren en verlaten (brom)fietsen, uitstalling, aanhangers/caravan); woonoverlast (burenruzies); loslopende honden en hondenpoep; Handel en gebruik van (soft)drugs. De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aan geven: Ad 1) Elke melding wordt opgepakt en teruggekoppeld aan de melder. Prioritering werkt door in de volgorde van afhandeling van meldingen. Voor milieumeldingen werken we intensief samen met de omgevingsdienst, mede door middel van de consignatiedienst Ad 2) De Boa’s controleren gericht op dit verbod in de kern Heeze. Ad 3) De gemeente blijft alert op het voorkomen en beëindigen van geluidshinder, zoals harde muziek en rumoerige bezoekers. De overlastveroorzaker zal worden gemaand om de geluidshinder te beëindigen, zodat onrust in een straat of wijk tot een minimum wordt beperkt. De gemeente informeert organisatoren van evenementen in het vooroverleg actief over de geluidsnormen. Tijdens evenementen kan de gemeente de Odzob vragen om geluidsmetingen uit te voeren. Ad 4) Binnen de gemeente zijn er verschillende locaties met (hang)jongeren. De locaties (hotspots) waar deze groepen actief zijn wisselen geregeld, alsook de samenstelling van de groepen. Door het structurele toezicht hebben de toezichthouders een actueel beeld. Daarnaast zijn er korte lijntjes tussen jongerenwerk, politie en toezichthouders. De aard van de overlast hangt samen met onderwerpen als zwerfvuil, geluid, alcohol, drugs en -rond de jaarwisseling- vuurwerk. Ad 5) De toezichthouders houden hier structureel toezicht op, met name in het centrum van de dorpen en nabij het NS Station in Heeze. Bij constatering van overtredingen spreken de toezichthouders overtreders aan en wordt, waar nodig, handhavend opgetreden. Ad 6) De gemeente blijft alert op het voorkomen en beëindigen van woonoverlast. De overlastveroorzaker zal worden gemaand om de overlast te beëindigen zodat onrust in een straat of wijk tot een minimum wordt beperkt. Waar nodig wordt buurtbemiddeling ingezet om tot een oplossing te komen. Ad 7) De hotspots met betrekking tot hondenoverlast (loslopende honden en hondenpoep) worden in de dagelijkse rondes door toezichthouders in het voorbijgaan meegenomen. Als er veel klachten of meldingen zijn over een specifieke locatie, dan wordt deze locatie als hotspot vastgelegd en structureel meegenomen in controles. Ad 8) Dit ligt vooral bij de politie. Waar nodig ondersteunen wij hen hierbij. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de doelstellingen veiligheid en omgevingskwaliteit. Alcoholwet, de hoogste risico’s: verkoop alcohol minderjarigen; overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terrassen, geen leidinggevende aanwezig, sluitingstijden, geen actuele vergunning). De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aan geven: Ad 1) Het is verboden om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. De gemeente houdt toezicht op de naleving van geldende leeftijdsgrenzen. De uitwerking hiervan staat beschreven in ons Preventie en handhavingsplan Alcoholwet. Ad 2) Jaarlijks worden steekproefsgewijs een aantal horeca-inrichtingen gecontroleerd. Eventuele geconstateerde overtredingen worden opgepakt. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de doelstelling gezondheid. Evenementen, de hoogste risico’s: verkoop alcohol minderjarigen; overlast evenementen (parkeren, geluidsoverlast, doorgaan na sluiting). De komende jaren gaan we hier op de volgende manier aandacht aan geven: Ad 1) Het is verboden om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. De gemeente houdt in samenwerking met de organisatie van een evenement toezicht op de naleving van geldende leeftijdsgrenzen. Hier wordt steekproefsgewijs aandacht aan besteed. Ad 2) Veiligheid is een belangrijke voorwaarde bij het organiseren en laten plaatsvinden van een evenement. Ook het beperken van overlast voor omwonenden is van groot belang. Tegelijkertijd is Heeze-Leende een gastvrije gemeente, waarin evenementen een belangrijke plaats innemen. Met toezicht en handhaving wordt geprobeerd het bovenstaande in balans te houden. Zowel in aanloop naar, als tijdens en na afloop van het evenement wordt gestuurd op het minimaliseren van het risico dat door het evenement de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de organisator van het evenement. Uitgangspunt is dat de organisator op de hoogte is van alle voorwaarden en relevante wet- en regelgeving die aan een evenement verbonden zijn. Toezichthouders van de gemeente en/of de hulpdiensten met toezichthoudende taken (politie, en veiligheidsregio) zijn belast met de taak om bij een evenement te controleren of de voorschriften van een vergunning worden nageleefd en om mogelijke veiligheidsrisico’s te constateren en te voorkomen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de doelstellingen veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit. 4.3Prioriteitstelling VTH In de vorige paragrafen zijn de uitkomsten van de probleemanalyse gepresenteerd. Daarbij staan de hoogste risico’s per domein vermeld. In deze paragraaf wordt vastgelegd welke prioriteiten de gemeente Heeze-Leende aan de vergunning- en handhavingstaken toekent. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is richtinggevend voor de prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Eerst heeft een ambtelijke invulling van de risicoanalyse plaatsgevonden. Vervolgens is in samenspraak met de betreffende portefeuillehouder de prioriteitstelling tot stand gekomen. Bij het vaststellen van de prioriteiten nemen de risico’s een belangrijke plaats in. De gedachte daarbij is dat interne en externe risico’s die de gemeente loopt bij het niet uitvoeren van haar handhavingstaken in belangrijke mate de bestuurlijke aandacht voor een onderwerp zullen bepalen. Het benoemen van risico’s en het afwegen hiervan is dan ook een belangrijke stap naar een organisatie waarin de intensiteit van toezicht en handhaving een directe relatie heeft met de kans dat een probleem zich voordoet en de ernst van de mogelijke gevolgen bij het niet uitvoeren van deze taken. Daarbij moet worden onderkend dat ondergeschikte risico’s hoog op de politieke agenda kunnen staan, omdat maatschappelijke en/of politieke opvattingen daartoe dwingen. Ook kunnen ondergeschikte taken die veel voorkomen tot problemen leiden, waardoor een gestructureerde aanpak om die reden nodig is. Ook is de gemeenteraad geconsulteerd. Alle leden van de gemeenteraad zijn uitgenodigd om een bijeenkomst bij te wonen. De in de risicoanalyse hoog scorende prioriteiten zijn per domein Bouwen, Slopen, Erfgoed, RO, APV/Verordening fysieke leefomgeving, Alcoholwet en Evenementen op een A4-tje weergegeven. De raadsleden werden uitgenodigd om 10 punten te verdelen, naargelang hun persoonlijke prioriteit. Dit werd als moeilijk/lastig ervaren, maar men realiseerde zich wel dat er keuzes gemaakt moeten worden, omdat nu eenmaal niet alles (even uitgebreid) kan worden gecontroleerd. De door de gemeenteraad geprioriteerde top 3 ligt op veel punten in lijn met de risicomatrix. Alle scores zijn opgeteld en dit heeft geleid tot de volgende top 3: Domeinen Bouwen, Slopen, Erfgoed, RO: Activiteit ‘strijdig gebruik’: bedrijfsactiviteiten waar niet is toegestaan; Handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit bouwen: kamerverhuur vanaf 5 of meer wooneenheden/woningsplitsing (aandachtspunten veiligheid en overlast); Gevaarzetting door staat bouwwerk, open erf of terrein voor bestaande bouw (constructie, fundering, asbest, brandveiligheid, verwaarlozing, etc.). Domeinen APV/Verordening fysieke leefomgeving, Alcoholwet en Evenementen: Afval illegale stort (meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil); Verkoop alcohol minderjarigen (betreffende de domeinen Alcoholwet en Evenementen); Overlast evenementen en horeca. Hoofdstuk5Uitvoeringsstrategieën De werkwijze waarop wij de doelen en risicogericht werken willen bereiken is vastgelegd in de uitvoeringstrategieën. De strategieën zijn gebaseerd op regionale en landelijke strategieën en zijn aangevuld met gemeentelijke strategieën. Dit hoofdstuk biedt een overzicht én beschrijving van de samenhang van de verschillende strategieën. 5.1Verschillende strategieën In figuur 7 hieronder is de samenhang tussen de strategieën weergegeven. In bijlage 5 zijn de strategieën nader uitgewerkt. Figuur 7 Samenhang strategieën In een aparte paragraaf is een strategie bij handhavingsverzoeken en klachten beschreven (onderdeel Sanctiestrategie). Daarnaast is als onderdeel van de vergunningenstrategie specifiek voor de bouwactiviteit de diepgang van toetsing vastgelegd in de Toetsmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving (bijlage 6). Als onderdeel van de Toezichtstrategie is de diepgang van het toezicht daarop vastgelegd in een overeenkomstig afgestemde Toezichtmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving (bijlage 7). Hiermee borgen wij dat de accenten die wij bij de toetsing “binnen” hanteren, ook de accenten zijn die wij “buiten” bij het toezicht belangrijk vinden. 5.2Samenhang in preventie, toezicht en sanctie Preventie, toezicht en sanctie kunnen zowel na als naast elkaar worden ingezet om naleefgedrag te bevorderen. Het is wel aannemelijk dat preventieve instrumenten meer (kunnen) domineren bij welwillend gedrag en toezicht en sanctie meer bij calculerend en bewust overtredend gedrag. Dat laat onverlet dat preventieve instrumenten ook bij calculerend gedrag kunnen bijdragen aan een beter naleefgedrag. Handhaving is met name nodig als slecht naleefgedrag onaanvaardbare omgevingsrisico’s met zich meebrengt en de inzet van andere instrumenten geen effect heeft gehad. De samenhang tussen preventiestrategie en de toezicht- en sanctiestrategie komt tot uitdrukking in de uitvoeringsprogramma’s. Inwoners en bedrijven zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor hun naleefgedrag en eventuele schade die dit veroorzaakt voor de omgeving. Een deel van de overtredingen gebeurt echter door gebrek aan kennis of onvoldoende bewustzijn van gedragsrisico’s. Daar komt bij dat het omgevingsrecht een domein is dat aan frequente wetswijzigingen onderhevig is. De gemeente investeert om deze redenen in het vergroten van bewustzijn, kennis en informatie. Dat kan op het moment dat inwoners of ondernemers een vergunning of ontheffing aanvragen, ‘in het veld’ op locaties waar veel overtredingen plaatsvinden of bijvoorbeeld via branchevoorlichting. Hoofdstuk6Organisatie en middelen Op basis van het Besluit omgevingsrecht en haar opvolger het Omgevingsbesluit moet de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving zodanig zijn ingericht dat een adequate en behoorlijke uitvoering van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie en het uitvoeringsprogramma gewaarborgd is. In deze paragraaf geven wij inzicht in de wijze waarop wij dit organisatorisch hebben ingevuld. 6.1Borging organisatie en middelen Wij hebben de organisatie van vergunningverlening, toezicht en handhaving als volgt organisatorisch ingericht. Personeelsformatie Dit beleid en de daarvoor uit te voeren activiteiten werken wij jaarlijks uit in een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma leggen wij de benodigde en beschikbare capaciteit ten behoeve van de uitvoering en de handhaving (uitgedrukt in fte’
  1. s)vast. Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en belangenverstrengeling te voorkomen, hanteren wij een strikte functiescheiding tussen vergunningverlening en toezicht & handhaving. De taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten behoeve van de uitvoering en handhaving liggen vast in functieomschrijvingen. In de functieomschrijving is rekening gehouden met de vereiste deskundigheid van het personeel. Daarnaast is er opleidingsbudget beschikbaar, waardoor het mogelijk is om een gewenst deskundigheidsniveau te behouden en eventueel te bereiken. De specifieke werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen liggen vast in een digitale omgeving, die intern raadpleegbaar is door betrokkenen (digitaal “Handboek"). Borging personele en financiële middelen Binnen de gemeente zijn de personele en financiële middelen, die nodig zijn voor een adequate uitvoering van deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie vastgelegd. Financiële middelen borgen wij in de begroting. Personele capaciteit vertaalt zich in een team met vaste medewerkers en een eventuele flexibele schil. In het uitvoeringsprogramma geven wij jaarlijks aan hoe wij de middelen inzetten. Daarnaast zijn er structureel middelen beschikbaar voor uitvoeringsorganisaties zoals de veiligheidsregio VRBZO en de omgevingsdienst ODZOB. Technische, juridische en administratieve voorzieningen Om een adequate en objectieve uitvoering van de wettelijke taken mogelijk te maken, stellen wij ondersteunende technische, juridische en administratieve middelen beschikbaar. Het gaat hierbij onder andere om bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, mobiele telefoons, laptops, tablets, software, informatiebeheersystemen (o.a. PowerBrowser), vakliteratuur, aansluiting op (juridische) databanken enzovoorts. Waar aan de orde dragen wij er zorg voor dat betreffende instrumenten en apparaten in een goede staat van onderhoud verkeren, voldoen aan de wettelijke (controle)eisen en zo nodig worden gekalibreerd. Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeentelijke organisatie moet op basis van de wettelijke regeling ook buiten de gebruikelijke kantooruren bereikbaar en beschikbaar zijn. Deze 24-uurs bereikbaarheid regelen wij via de consignatiedienst van de omgevingsdienst ODZOB en de centrale meldkamer van de hulpdiensten, die bij calamiteiten worden ingeschakeld. Daarnaast is het centrale nummer van de gemeente ook 24 uur per dag bereikbaar, waarbij de telefoon buiten kantoortijden wordt doorgeschakeld naar een piketdienst. Dringende zaken worden direct opgepakt. Niet-urgente meldingen worden opgepakt via het reguliere werk. 6.2Samenwerking met andere organisaties Binnen het omgevingsrecht werken wij op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving samen overeenkomstig de daarover binnen de samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken. In deze paragraaf benoemen wij de belangrijke partners waar wij mee samenwerken. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving Milieu die in het basistakenpakket vallen en verplicht door een omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden; Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar vallen niet onder het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving, zoals onderzoeken en adviezen. In Heeze-Leende beleggen wij o.a. taken met betrekking tot cultuurhistorie, sloop en alle milieu-gerelateerde taken bij de ODZOB; Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact en/of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB)9In dit provinciale programma werkt onze gemeente samen met o.a. de provincie, de omgevingsdiensten en alle andere Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar Ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wildcrossen en (drugs)afvaldumpingen.10De feitelijke uitvoering van het SSIB ligt bij het team SSIB van de Omgevingsdienst Brabant-Noord o.b.v. het SSIB regioplan en uitvoeringsprogramma. voor toezicht in het buitengebied. Jaarlijks stemmen wij met de ODZOB het werkprogramma voor het komende jaar af en periodiek evalueren wij de samenwerking. Voor het opstellen van het werkprogramma overleggen wij één of enkele malen met de accountmanager van de ODZOB. Wij ontvangen iedere maand een overzicht van de voortgang van (de uitvoering van) het werkprogramma. Daar is 4 of 5 keer per jaar overleg over met de accountmanager van de ODZOB. In deze overleggen worden eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke ook besproken. Indien nodig of gewenst hebben wij uiteraard vaker overleg. Over individuele aanvragen en werkzaamheden is er naar behoefte ad hoc overleg tussen de betreffende uitvoerende ODZOB-medewerker(
  2. s)en de inhoudelijk betrokken medewerker(
  3. s)van de gemeente Heeze-Leende. Wij hebben de ODZOB gemandateerd om de taken namens ons uit te voeren, informatie uit te wisselen en af te stemmen met andere met (strafrechtelijke) handhaving belaste organen. In het kader van (inhoudelijke) afstemming wordt er actief informatie uitgewisseld tussen de ODZOB-medewerkers en gemeentelijke vakafdeling(en). Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken, die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere: advisering bij omgevingsvergunningen en/of meldingen over brandveiligheidsaspecten; advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen; controle brandveiligheid gebouwen vergunning/melding brandveilig gebruik; toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. Jaarlijks stemmen wij met de VRBZO in twee overleggen het werkprogramma voor het komende jaar af en evalueren wij het voorgaande werkprogramma en de onderlinge samenwerking. Daarnaast overleggen wij gemiddeld 3 keer per jaar samen over eventuele knelpunten en de vordering van het werkprogramma. Daar waar het om lopende zaken gaat vindt, indien nodig, direct overleg plaats. Waar mogelijk controleren wij integraal met de VRBZO. Politie Op veel gebieden werken wij nauw samen met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving. Naast het afstemmen van het jaarlijkse (concept) uitvoeringsprogramma vragen wij bijvoorbeeld aan de politie om input bij het opstellen van bepaalde beleidsstukken of verordeningen. Maar er wordt o.a. ook wederzijdse informatie verstrekt over bepaalde zaken die ons gezamenlijk aangaan. Ook verstrekken wij onze bestuurlijke besluiten aan de politie indien het gaat om voor de politie relevante onderwerpen. Denk aan o.a. het toepassen van het Damoclesbeleid of Bibob-beleid. Ook als wij problemen verwachten bij toezicht controles, evenementen en dergelijke speelt de politie een ondersteunende rol door bijvoorbeeld aanwezig te zijn. De politie heeft een post op het gemeentehuis, waardoor afstemming veelal direct plaats vindt. Verder is er ieder kwartaal een zogenaamd driehoeksoverleg én driehoeksplusoverleg. Hieraan nemen wij met de gemeenten basisteam Dommelstroom, de politie basisteam Dommelstroom en het OM deel. Bij het plusoverleg sluit daar de belastingdienst nog extra bij aan. Dommelstroom Interventie Team Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is medio 2018 het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen het basisteam Dommelstroom een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan (DIT). Het DIT is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team. Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken nemen vaste vertegenwoordigers deel aan de structurele overleggen en interventies. Het structurele overleg heeft maandelijks plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijke coördinatoren van de diverse deelnemende instanties (o.a. gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer). Voor de acties die daaruit voortvloeien kunnen afgevaardigde toezichthouders en juridische ondersteuners worden ingezet. Afstemming U&HS met partners De U&HS hebben wij vóór vaststelling afgestemd met andere betrokken bestuursorganen en partners die belast zijn met de uitvoering en/of (strafrechtelijke) handhaving. Zo hebben wij deze strategie – voor de voor hen relevante delen– aan de omgevingsdienst, veiligheidsregio en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving (politie, OM) voorgelegd en met hen afgestemd. Hoofdstuk7Kwaliteitsborging De kwaliteitseisen, die wij aan medewerkers stellen, liggen vast in de functieomschrijvingen en de verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende11Tot 1 januari 2024 gaat het hier om de verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht Heeze-Leende. Vanaf 1 januari 2024 is de op 8 mei 2023 vastgestelde verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende 2023 van kracht.. In deze verordening bepaalt de gemeenteraad dat, voor de taken die door de omgevingsdienst worden uitgevoerd én voor de nader door burgemeester en wethouders te bepalen (niet door de omgevingsdienst uitgevoerde) taken, de kwaliteit voor uitvoering en handhaving minimaal gelijk is aan het bodemniveau voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Met de term ‘bodemniveau’ doelt de gemeenteraad op de versoepelde spelregels, die voor Brabantse gemeenten gelden in aanvulling op het door alle Brabantse gemeenten als leidraad genomen ‘basisniveau’ in de zogenaamde Kwaliteitscriteria. Als nader te bepalen taken worden hierbij aangewezen de in de kwaliteitscriteria aangeduide deskundigheidsgebieden: Casemanagen Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening Behandelen juridische zaken Bouwfysica Brandveiligheid Constructieve veiligheid Cultuurhistorie Advisering fysieke leefomgeving Vanwege de omvang van de gemeente Heeze-Leende voldoen wij op een beperkt aantal in de kwaliteitscriteria genoemde deskundigheidsgebieden. De werkvoorraad is niet groot genoeg om op ieder deskundigheidsgebied de verplichte twee medewerkers in dienst te hebben die voldoen aan het genoemde frequentiecriterium of tijdsbesteding van de betreffende taken. Om te kunnen voldoen aan de kwaliteitscriteria beleggen wij een aantal taken bij de omgevingsdiensten en de veiligheidsregio. Verder beleggen wij een aantal taken bij marktpartijen. In het jaarverslag VTH doen wij jaarlijks mededeling over de (wijze van) naleving van de kwaliteitscriteria. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of niet konden worden nageleefd doen wij daarvan gemotiveerd opgave en geven wij de te ondernemen actie(
  4. s)aan hoe alsnog voldaan kan worden. Bijlagenbundel bij U&HS gemeente Heeze-Leende 2023-2026 Bijlage1Wettelijke- en beleidsmatige kaders Omgevingswet (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) (Bouwbesluit 2012) (Omgevingsregeling (Mor)) (Omgevingsbesluit (Bor))Algemene wet bestuursrecht (Awb) Besluit bereikbaarheid en bluswatervoorziening Brabant Erfgoedwet Gemeentewet APV & Bijzondere wetten: Huisvestingswet 2014 Alcoholwet (Aw) Wet Bibob Opiumwet Vuurwerkbesluit Wegenverkeerswet 1994 Wet op de kansspelen (Wok) Provinciaal: Omgevingsvisie Noord-Brabant Omgevingsprogramma Noord-Brabant Omgevingsverordening Noord-Brabant Provinciewet Gemeentelijk: Omgevingswet Participatiebeleid Beleidsregels Wet Bibob Toetsmatrix Vergunningen Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Toezichtmatrix Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende Verordening fysieke leefomgeving Heeze-Leende Handhaving sanctiestrategie Heeze-Leende Beleidsregels Damocles/Opiumwet 13b Beleidsregels evenementen Preventie en handhavingsplan Alcoholwet Standplaatsenbeleid Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Heeze-Leende (APV) Bijlage2Toelichting BIG 8 De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus. Strategisch beleidskader: U&H-strategie De U&HS vormt binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&HS kiezen wij voor de lokale beleidstaken voor een periode van 4 jaar. Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma Wij werken op basis van een jaarlijks vast te stellen uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma werken wij zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uit en benoemen wij deze als concrete activiteiten, inclusief de capaciteit die daarbij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd: Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen. Monitoring Wij werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee bepalen wij of doelstellingen worden behaald en stellen wij waar nodig doelen en prioriteiten bij. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. Iedere vier maanden vindt een (tussentijdse) evaluatie plaats. Rapportage en evaluatie Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij wij rapporteren over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag stellen wij bestuurlijk vast. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen nemen wij op in het VTH-uitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar. Bijlage3Beleidsevaluatie doelstellingen Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2019-2022 Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus. De evaluatie ziet toe op de vorige periode en is mede gebaseerd op de jaarverslagen in deze beleidsperiode. In de tabel staan de doelstellingen genoemd uit het Uitvoerings- en handhavingsbeleid 2019-2022 en is aangegeven of de onderwerpen zijn opgepakt en uitgevoerd. In het beleid stonden de thema’s veiligheid, leefbaarheid, dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën centraal met daarbij de onderstaande doelstellingen (zie kolom: Wat willen we bereiken?). Per doelstelling zijn de activiteiten aangegeven om deze doelen te realiseren (zie kolom: Wat hebben we eraan gedaan?). Per doelstelling is aangegeven of de doelstelling is bereikt (zie kolom: Hebben we de doelstelling bereikt). 1. Thema Veiligheid Het thema veiligheid heeft betrekking op het (brand)veilig gebruik en de (fysieke) veiligheid van bouwwerken, open erven en terreinen in Heeze-Leende om zodoende een fysiek veilige leefomgeving te waarborgen en bevorderen. 1. Thema Veiligheid Wat willen we bereiken? Wat hebben we eraan gedaan? Hebben we de doelstelling bereikt? 1.1 Waarborgen brand- en constructieve veiligheid van bouwwerken met een (heel) hoge prioriteit. Bij vergunningaanvragen (maatgevende onderdelen m.b.t.) constructieve- en brandveiligheid van bouwwerken met (heel) hoge prioriteit, (laten) controleren dan wel na (laten) rekenen. Bij toezicht op deze vergunningen aandacht op dezelfde accenten leggen. De toets- en toezichtmatrix wordt hierop afgestemd. De doelstelling is gedeeltelijk gehaald. We hadden capaciteitstekort om alle toezichtscontroles uit te voeren op de dezelfde accenten als bij vergunningverlening. De doelstelling behouden wij voor het toezicht. 1.2 Integraal risicogericht toezicht door de brandweer in samenwerking met de bouwtoezichthouder. De VRBZO adviseert over vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken en houdt tijdens de realisatiefase van deze bouwwerken minimaal 2 keer (op vooraf afgesproken momenten) integraal toezicht met de bouwtoezichthouder. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. Door corona en capaciteitsproblemen bij toezicht is er minder integraal risicogericht toezicht uitgevoerd. De doelstelling behouden we voor toezicht. 1.3 Waarborgen brandveilig gebruik gebouwen. Alle categorie B & C bedrijven/instellingen* worden opgenomen in het controlebestand van de VRBZO, zijn in het bezit van een gebruiksvergunning of hebben een gebruiksmelding aangevraagd en worden periodiek door de VRBZO (risicogericht) gecontroleerd volgens de afgesproken toezichtfrequentie. * Indeling conform risicoklassen en controlebestand VRBZO De doelstelling is behaald. 1.4 Waarborgen veiligheid op bedrijventerreinen/ van en nabij bedrijfsgebouwen. Inventariseren en stapsgewijs vanuit bestemmingsplan aanpakken van veiligheid bij bedrijventerreinen/ van en nabij bedrijfsgebouwen. Het gaat dan voornamelijk om het aanpakken en voorkomen van risicovolle situaties, zoals opslag op/nabij de perceelgrens, installaties en brandoverslag. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. Vanwege capaciteitstekort is deze doelstelling gedeeltelijk opgepakt. Deze doelstelling voegen we samen met andere doelstellingen van de U&HS om efficiënter toezicht te kunnen houden. 1.5 Waarborgen dat geen bewoning plaatsvindt in panden die niet bestemd/ geschikt zijn voor bewoning. Inventariseren en stapsgewijs aanpakken van (onveilige) illegale bewoning/ kamerverhuur. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. De eerste twee jaar hebben we hier capaciteit op ingezet. De laatste twee jaar hebben we te maken gehad met capaciteitstekort en een enorm groot woningtekort. Dit betreft een regionaal/landelijk knelpunt. Deze doelstelling komt niet terug in de U&HS vanwege het regionaal/landelijk knelpunt. 2. Thema Leefbaarheid Het thema leefbaarheid heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving alsmede het behoud van natuur- en cultuurhistorische waarden. 2. Thema Leefbaarheid Wat willen we bereiken? Wat hebben we eraan gedaan? Hebben we de doelstelling bereikt? 2.1 Bijdragen aan de energietransitie en verduurzaming. Bij vergunningaanvragen (maatgevende onderdelen m.b.t.) de voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie (laten) controleren dan wel na (laten) rekenen. Bij toezicht op deze vergunningen aandacht op dezelfde accenten leggen. De toets- en toezichtmatrix wordt hierop afgestemd. De doelstelling is behaald. 2.2 In standhouden van (archeologische, groene, e.d.) monumenten en objecten/ gebieden met cultuurhistorische waarde. Actualiseren en actueel houden van lokale regelgeving. De doelstelling is behaald. Tijdig ingrijpen bij overtredingen om schade te beperken. De doelstelling is behaald. Er zijn geen klachten of meldingen ontvangen. Er zijn een aantal ambtshalve controles uitgevoerd en daarbij zijn geen overtredingen geconstateerd. 2.3 Behoud waardevolle houtopstanden en voorkomen van onnodige aantasting van (in een bestemmingsplan met een aanlegvergunningen-stelsel) beschermde gebieden. Tijdig ingrijpen bij overtredingen om schade te beperken. De doelstelling is behaald. Er zijn klachten of meldingen ontvangen die zijn allemaal opgepakt en daarbij zijn geen of geringe overtredingen geconstateerd. 2.4 Voorkomen van bedrijfsmatige activiteiten/ gebruik, waar dit (op basis van het bestemmingsplan) niet is toegestaan. Bestrijden bedrijfsmatig gebruik waar dit op basis van het bestemmingsplan niet is toegestaan. Het gaat dan om bedrijven die op een locatie zitten die niet als bedrijfslocatie bestemd is, maar ook om bedrijven die niet toegestane (deel)activiteiten uitoefenen zoals onrechtmatige (buiten)opslag. De doelstelling is behaald. We hebben klachten en meldingen grotendeels opgepakt en hebben ambtshalve controles verricht. We hebben diverse overtredingen geconstateerd en hebben de nodige acties hierop ingezet. 2.5 Waarborgen van de woonfunctie in bestemmingsplannen. Eigenaren en gebruikers moeten kunnen uitgaan van wat in een bestemmingsplan is bepaald. Voorkomen en bestrijden van illegale (ver)bouw en gebruik op of aangrenzende aan de in het bestemmingsplan vastgelegde woonfunctie. De doelstelling is gedeeltelijk behaald, vanwege capaciteitstekort bij toezicht. In de periode dat de toezichthouder beschikbaar was, is de doelstelling uitgevoerd. 3. Thema Dienstverlening Het thema Dienstverlening heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving melders, etc.) omgaat. 3. Thema Dienstverlening Wat willen we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Hebben we de doelstelling bereikt? 3.1 Besluitvorming op vergunningaanvragen binnen wettelijke termijnen. Er worden geen vergunningen van rechtswege verleend. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. Er is een gering aantal vergunningen van rechtswege verleend. g De van rechtswege verleende vergunning komt onder de Omgevingswet niet meer terug. 3.2 Het proces van omgevingsvergunningen verbeteren. Aanvragers binnen 5 werkdagen per mail/schriftelijk informeren over de te volgen procedure en termijnen. De doelstelling is behaald. Weliswaar is niet in 100% van de gevallen binnen de 5 werkdagen beslist, echter is hier al een verbeterslag in gemaakt. Aanvragers binnen 5 werkdagen per mail/ schriftelijk informeren als een aanvraag niet volledig is. Stapsgewijze invoering. De doelstelling is niet behaald. Onder de Omgevingswet zijn in de regio andere samenwerkingsafspraken gemaakt waarbij de volledigheidstoets later in de procedure wordt uitgevoerd. Hierdoor komt deze doelstelling in de U&HS niet terug. Zo snel mogelijk op een aanvraag beslissen, zonder dat verlenging van de beslistermijn nodig is. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. De beslistermijn is in zijn algemeenheid korter geworden maar er zijn meer verlengingen nodig geweest. 3.3 Besluitvorming op verzoeken om handhaving binnen wettelijke termijnen. Verzoeken om handhaving binnen een redelijke termijn van 8 weken afhandelen dan wel binnen de met de verzoeker gecommuniceerde beslistermijn. De doelstelling is behaald. 3.4 Behoorlijke afhandeling van: - handhavingsverzoeken - klachten van eigenaren en gebruikers van gronden/ bouwwerken over overtredingen. Dit naar maatstaven van de Nationale Ombudsman. De spelregels van de Ombudsman zijn vastgelegd in een protocol, dat gehandhaafd wordt bij verzoeken en klachten. De doelstelling is gedeeltelijk behaald. Uit het themaonderzoek van het IBT van 2021 is naar voren gekomen dat we hier actie op moeten ondernemen. Het gaat met name om het concretisering en zichtbaarheid van de strategie en uitvoeringstermijnen. De doelstelling is gewijzigd opgenomen. 4. Thema Uitvoeringskwaliteit diensten & producten Het thema Uitvoeringskwaliteit van diensten & producten heeft betrekking op het waarborgen en bevorderen van de mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. 4. Thema Uitvoeringskwaliteit diensten & producten Wat willen we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Hebben we de doelstelling bereikt? 4.1 Borging uitvoeringskwaliteit van afgehandelde vergunning- en handhavingszaken. Systeem opzetten en invoeren waarbij wij ieder kalenderjaar volgens een vast protocol interne kwaliteitscontroles houden waarbij steekproefsgewijs minimaal vijf in het betreffende kalenderjaar afgehandelde vergunningen en handhavingszaken –volgens een audit door een medewerker (die niet betrokken is geweest bij de afhandeling van de zaak)– beoordeeld worden. Audit op juiste afhandeling volgens wettelijke regelgeving en lokale werkinstructies. De doelstelling is niet behaald. Deze doelstelling komt terug in de U&HS. 4.2 Uniforme afhandeling van vergunning-, toezicht- en handhavingszaken. Actualiseren en actueel houden van (handboek met) werkprocessen en protocollen, door jaarlijks te screenen op actualiteit. Borging uitvoering door interne kwaliteitscontroles. De doelstelling is niet behaald. Vanwege capaciteitsproblemen is deze doelstelling onvoldoende opgepakt. De doelstelling is gewijzigd opgenomen in de U&HS. 4.3 90% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. vergunningverlening is ongegrond. Zorgdragen voor een gedegen juridische kwaliteit van vergunningenbesluiten (o.a. door actueel houden en borgen van kennis/ opleiding, hanteren checklists). De doelstelling is behaald. 4.4 90% van de bezwaar- en beroepsschriften m.b.t. toezicht en handhaving is ongegrond. Zorgdragen voor een gedegen juridische kwaliteit van handhavingsbesluiten (o.a. door actueel houden en borgen van kennis/ opleiding, hanteren checklists). De doelstelling is behaald. 4.5 Waarborgen continuïteit van diensten en producten. De kwaliteitscriteria m.b.t. kritieke massa geactualiseerd houden en waar nodig verder uitwerken. Waar nodig acties ondernemen om te (blijven) voldoen aan deze criteria. De doelstelling is behaald. De kwaliteitsmeting is uitgevoerd in 2021. In 2022 is deze afgerond. 5. Thema Financiën Het thema Financiën heeft betrekking op de inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten en/of producten. 5. Thema Financiën Wat willen we bereiken? Wat hebben we ervoor gedaan? Hebben we de doelstelling bereikt? 5.1 Inzicht in de kosten van (de op basis van de gestelde doelen uit te voeren activiteiten m.b.t.) vergunningverlening, toezicht en handhaving. De benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor de op basis van de gestelde doelen uit te voeren activiteiten inzichtelijk maken. De doelstelling is behaald. 5.2 Verbetering borging van benodigde/beschikbare middelen in de gemeentelijke financiële cyclus. Doelen en activiteiten voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op een overzichtelijke wijze opnemen in de (programma)begroting en waar nodig budget aanvragen/bijstellen. De doelstelling is behaald. 6. Conclusie In de afgelopen beleidsperiode hebben wij 13 doelstellingen behaald (van de 24). We hebben hiermee een mooie bijdrage geleverd aan de thema’s. Daarnaast zijn 8 doelstellingen gedeeltelijk opgepakt en 3 niet behaald. M.n. capaciteitstekort (o.a. door het niet kunnen invullen van vacatures en uitval) en de maatregelen rondom het coronavirus hebben ertoe geleid dat deze doelstellingen gedeeltelijk of niet zijn behaald. Van degene die niet of gedeeltelijk zijn behaald komen er een aantal terug in de nieuwe U&HS. Bijlage4Handleiding en uitkomsten risicoanalyse HANDLEIDING INVULLEN RISICOMATRIX Gemeente Heeze-Leende 2022 Inleiding, doel en opbouw Deze kwalitatieve risicomethode (deels gebaseerd op het DBC-risicomodel12De afkorting staat voor ‘Damen BouwCentrum’, het bedrijf waar de ontwikkelaars van het model werkten bij het maken ervan. Damen BouwCentrum is inmiddels overgenomen. Het model is ontwikkeld voor het Ministerie van Justitie en is voor iedereen vrij beschikbaar.) wordt gebruikt om voor onze gemeente een integrale probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal vergunning- en handhavingsprogramma. Beleid opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. Doel is via één uniforme werkwijze de handhaving en de vergunningverlening (in de Omgevingswet ook “uitvoering” genoemd) te benaderen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformering. Zo wordt steeds meer lokale wetgeving landelijk geüniformeerd en dat zal een vervolg krijgen onder de Omgevingswet. In deze handleiding wordt uitleg gegeven over de werking en de resultaten van het gehanteerde probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: uitgangspunten van het risicomodel; vastleggen van definities risicoafweging; toepassen en invullen van de risicomatrix; voorbeeld ingevulde risicomatrix. Uitgangspunten van het risicomodel Bij gebruik van het risicomodel moeten soms keuzes worden gemaakt over hoe om te gaan met een aantal zaken. Deze keuzes worden in onderstaande tabel vastgelegd. UITGANGSPUNTEN INVULLEN INTEGRALE RISICOMODEL KEUZE TOELICHTING De risicomatrixen hebben betrekking op overtredingssoorten/problemen in de gemeente Heeze-Leende De integrale risicoanalyse heeft uitsluitend betrekking op de ‘probleem gerelateerde’ taken uitgevoerd door gemeente Heeze-Leende Er wordt gewerkt met probleemonderwerpen per domein, deze staan opgesomd in de eerste kolom Deze probleemonderwerpen hebben zowel betrekking op Vergunningverlening als Toezicht- en Handhaving Er wordt op een beperkt aantal problemen/overtredingssoorten gescoord De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts van de gemeente Heeze-Leende opgesteld Er wordt gescoord op een zestal beoordelingsaspecten, deze staan opgesomd in de eerste rij Alle zes beoordelingsaspecten zijn gelijkwaardig, er wordt geen weging aangebracht in de verschillende beoordelingsaspecten. Bij naleefgedrag wordt gescoord in hoeverre de regel (of regels) worden nageleefd De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van...”. Vastleggen van definities risicoafweging Voor uitvoering van de juiste risicoafweging moet een aantal variabelen worden gedefinieerd. Het gaat daarbij met name om de beoordelingscriteria, de scores 1 tot en met 5 die het risico per criterium aangeven en de risicoscore die de uiteindelijke prioriteit van een probleem/overtredingssoort beschrijft. De definities hiervan zijn hieronder gegeven, waarbij deels is aangesloten bij de algemene definities zoals deze ten behoeve van de gebruikelijke risicomodellen zijn ontwikkeld. De risicoafweging vindt plaats op basis van een zestal beoordelingsaspecten: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Veiligheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel. De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/ calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier zowel om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervel beschadigingen en dergelijke. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot enig persoonlijk letsel. Pijn of gering letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere lichtgewonden. Zwaar letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere zwaargewonden. Eén of meerdere dodelijke slachtoffers. Zodra de inschatting is dat de verstoring/calamiteit dodelijke slachtoffers tot gevolg kan hebben moet minimaal een 4 worden aangehouden. Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad. Duurzaamheid In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving en Erfgoedwetgeving. Het tegengaan van verstoring, verspilling van grondstoffen en energie. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de natuur. De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven. Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu/de natuur, doch deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn. De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft lange termijn gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van vervuilende/giftige stoffen. De te verwachten milieuaantasting is evident (onomkeerbaar), heeft permanente gevolgen en leidt tot grote maatschappelijke rampen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing van enorme omvang, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een zeer kwetsbare omgeving. Gezondheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloed. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen. Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij aan lokale vervuiling/overlast waardoor stank bestaat of die stress oplevert. Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht, water of andere vervuiling waardoor long- of oogirritaties ontstaan. Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen. Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest. Leefbaarheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein. De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven beïnvloeden. De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven sterk beïnvloeden. De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc. Financieel economisch Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van enige financieel-economische schade. De directe financieel-economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal 10.000 euro). De financieel-economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal 100.000 euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel-economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel-economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid. Bestuurlijk imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago. De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft. De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc.) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd. De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is. Toepassen en invullen van de risicomatrix Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt: De risico’s van de problemen/overtredingssoorten worden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect wordt het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). De eerdergenoemde zes beoordelingsaspecten worden gebruikt: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Daarnaast dient in eenzelfde risicomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risicomodel hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling: De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van…”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in de eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding. Voorbeeld ingevulde risicomatrix Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein Groen. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Heeze-Leende. Toelichting op ingevulde tabel Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein Groen. In de eerste kolom geeft de code aan op welke Vergunningverlening of Toezicht- en handhavingsovertreding de beschrijving betrekking heeft binnen het domein Groen (G1, G2 etc.). Bijvoorbeeld onder “G1” wordt verstaan “crossen in natuurgebied”. In de tweede kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de derde kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 4 (Veiligheid) tot en met 9 (Bestuurlijk imago) wordt het Negatief effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij (gerelateerd aan G2 “houden van bijen”) kleuren alle vlakken volledig groen. Dat wil zeggen dat er ‘een (zeer) klein/geen negatief effect’ is op de zes beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog. Als de risicomatrix voor de betreffende taken is ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt: De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect): Resultaten Risicoanalyse Gemeente Heeze-Leende 2022/2023 inclusief actualisering Bijlage5Uitvoeringstrategieën In deze bijlage beschrijven wij de vijf uitvoeringsstrategieën die wij toepassen om VTH-taken uit te voeren: Preventiestrategie (voorkomen); Vergunningenstrategie (reguleren); Toezichtstrategie (controleren); Sanctiestrategie (optreden); en Gedoogstrategie (uitstellen van handhaven). 1. Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich enerzijds op het vergroten van kennis en bewustwording bij burgers, bedrijven en instanties over welke regelgeving van toepassing is en voor welke activiteiten een melding of vergunning nodig is. Om (spontaan) aan deze regels te kunnen voldoen, moet immers bekend zijn welke regels van toepassing zijn. Anderzijds richt de preventiestrategie zich op het stimuleren van betrokkenen om aan de geldende regels te voldoen. Het doel van de preventiestrategie is dan ook om de betrokkenheid en het draagvlak voor spontane naleving van wet- en regelgeving te vergroten. Inzet van de preventiestrategie heeft doorlopend plaats en gaat veelal vooraf aan potentiële aanvragen of meldingen. Door inzet in het voortraject willen wij zoveel mogelijk voorkomen dat wij achteraf tot (formele) actie moeten overgegaan. Bij de preventiestrategie onderscheiden wij een aantal trajecten: Communicatie en voorlichting Uit ervaring blijkt dat onvolledige en/of onjuiste aanvragen dan wel overtredingen bij burgers en bedrijven regelmatig voortkomen uit het gebrek aan kennis over de geldende wetten en regels. Door dit gebrek aan kennis is er vaak niet het besef dat niet volgens de regels wordt gehandeld. Enerzijds stimuleert de gemeente potentiële aanvragers zelf actief na te gaan of aanvragen of meldingen nodig zijn en ten behoeve van de afhandeling te komen tot goed uitgewerkte aanvragen. Anderzijds informeren wij waar mogelijk burgers en bedrijven zo veel mogelijk over geldende wet- en regelgeving, waarbij wij ook uitleg geven over de achtergronden van de regels. Hiertoe passen wij de preventiestrategie op de onderstaande manieren toe. Voorlichting en informatievoorziening heeft plaats in de vorm van het Omgevingsloket, waarvoor potentiële aanvragers een afspraak kunnen maken en zowel algemene als de voor een specifieke locatie geldende informatie kunnen opvragen. Daarnaast maken wij gebruik van voorlichting via bijvoorbeeld publicaties in de (lokale) media, de gemeentelijke website en/of nieuwsbrief. Op de gemeentelijke website en bij het Omgevingsloket bieden wij verder (doorlopend) informatie aan over vergunningverlening, toezicht en handhaving en/of onderwerpen die (op dat moment) relevant zijn, bijvoorbeeld in de vorm van brochures. Ook kunnen wij communicatievormen inzetten om vooraankondigingen te doen van bepaalde controles of bijvoorbeeld controleresultaten te communiceren. Anderzijds informeren wij burgers en bedrijven m.n. via de toezichthouders, die “buiten” veelal het eerste aanspreekpunt zijn. Vooroverleg: idee verkennen & conceptaanvraag Ook stimuleren wij potentiële aanvragers om met de gemeente vooroverleg te houden. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken, met oog voor een goede balans tussen beschermen en benutten?’ Dit vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. Een proces dat (ruimschoots) start voordat een aanvraag om omgevingsvergunning formeel ingediend wordt bij de gemeente. Dit alles krijgt vorm in het uitgebreide vooroverleg dat vanaf medio 2025 in het Omgevingsloket is opgenomen en aangeduid wordt met de functionaliteit “idee verkennen” (voor plannen die nog niet concreet zijn uitgewerkt) en “conceptaanvraag” (voor concreet uitgewerkte plannen). Als tijdens het vooroverleg duidelijk wordt dat voor het beoordelen van een aanvraag betrokkenheid van andere overheden noodzakelijk is, leggen wij een initiatief tijdens de vooroverlegfase voor aan de interne Regiekamer of de regionale Omgevingstafel. Dit laatste is een overleg waar gemeenten uit Zuidoost Brabant een ruimtelijke initiatief ter integrale advisering voor kunnen leggen aan de ketenpartners: Omgevingsdienst, Provincie, Veiligheidsregio, Waterschap, Rijkswaterstaat en GGD. Het doel van vooroverleg (al dan niet in de vorm van een regiekamer of omgevingstafel) is om na te gaan of een voorgenomen activiteit mogelijk is. Bij strijdigheid met de (wettelijke) toetsingskaders kan vroegtijdig onderzocht worden of het plan zodanig is aan te passen dat het past binnen de kaders of dat er een mogelijkheid is om het initiatief toch mogelijk te maken. Bij een conceptaanvraagtoetsen we de al verder uitgewerkte plannen aan bijvoorbeeld de welstandseisen, omgevingsplanregels of de volledigheid van de aanvraag. Bij een vooroverleg over de omgevingsplanactiviteit wijzen wij initiatiefnemers zo veel mogelijk op eventueel van toepassing zijnde bijzondere lokale omstandigheden (zie ook bijlage 8). Omgevingsdialoog: (verplichte) participatie Onder de Omgevingswet is een nieuw aanvraagvereiste geïntroduceerd: participatie bij een vergunningaanvraag. Dit vereiste stimuleert initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Een initiatiefnemer is namelijk niet altijd verplicht om daadwerkelijk aan participatie te doen. Wel stimuleren wij om in alle gevallen te participeren of te wel vroegtijdig de dialoog met de omgeving (buurt/belangenpartijen) aan te gaan. Zo is een participatie-handreiking opgesteld die wij actief delen met initiatiefnemers en is bij een aanvraag participatie een aanvraagvereiste. Waar we zelf initiatiefnemer zijn geven we daarnaast ook het goede voorbeeld. Participatie is wel verplicht voor de gevallen die de gemeenteraad heeft aangewezen. De gemeenteraad van Heeze-Leende heeft besloten dat in alle “buitenplanse omgevingsplanactiviteiten” (bopa’s13Bopa’s zijn initiatieven die niet passen binnen het omgevingsplan.) participatie met de omgeving verplicht is14Participatiebeleid Omgevingswet gemeente Heeze-Leende 2023, vastgesteld door de gemeenteraad Heeze-Leende op 8 mei 2023. Dit participatiebeleid is per 1 januari 2024 van kracht.. Dit betekent dat het in die gevallen verplicht is met de omgeving te participeren vóórdat een aanvraag om een omgevingsvergunning kan worden ingediend. Voor deze gevallen moet de aanvrager dan ook aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan. Als hij dit niet doet, kan de aanvraag buiten behandeling worden gelaten. Hoe de gemeente de aangeleverde participatiegegevens beoordeeld, is vastgelegd in het “Participatiebeleid Omgevingswet”. Voor de beoordeling van de aangeleverde participatiegegevens in de niet als verplicht aangewezen gevallen worden de gegevens op uitgangspunten getoetst. Dat wil zeggen: zijn er gegevens aangeleverd? En geven de overlegde gegevens een voldoende beeld van de meningen van de omgeving? Op basis van de overlegde gegevens kan het college ervoor kiezen om nader onderzoek te doen. Het is in die niet aangewezen gevallen echter niet mogelijk om de aanvraag buiten behandeling te laten als de participatiegegevens niet aanwezig of volledig zijn. Gemeentelijke Omgevingstafel Daarnaast gaan we onder de Omgevingswet ook werken met een gemeentelijke Omgevingstafel. Zo willen wij meer en structureel inzetten op participatie om gebruik te kunnen maken van kennis van zaken en denkkracht van inwoners en maatschappelijke organisaties binnen de gemeente. Hiervoor wordt een integrale gemeentelijke Omgevingstafel ingericht, die bestaat uit een kleine maar representatieve groep (inwoners, e.d.) die regelmatig bij elkaar komt om zich in de materie in te werken. Afstemming & samenwerking De toegevoegde waarde van communicatie en voorlichting valt of staat met een eenduidige en uniforme toetsing en optreden naar burgers en bedrijven. Adequate interne en externe afstemming en samenwerking is daarbij noodzakelijk. Het gaat dan om interne afstemming en samenwerking tussen zowel vergunningverleners en andere interne betrokkenen onderling, als ook tussen vergunningverlener(s), toezichthouder(s), handhaver(s), projectleider(
  5. s)en adviseur(s). Daarnaast omvat dit de relatie met andere organisatieonderdelen, zoals de teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en de uitvoering van projecten. Externe afstemming en samenwerking is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving en is bovendien cruciaal om een vergunning te kunnen afgeven binnen 8 weken. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enzovoorts) benutten op deze manier de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer. Ook het overleg met adviseurs van aanvragers, zoals architecten, milieuadviseurs enzovoorts, is veelal nodig en van betekenis voor het gewenste eindresultaat. Binnen de regio hebben wij met onze ketenpartners samenwerkingsafspraken voor de VTH-ketenprocessen gemaakt. Voor de ketenpartners is de noodzaak om informatie uit te wisselen en te delen steeds groter geworden. In dat kader hebben wij ons ook gecommitteerd aan een gemeenschappelijke VTH-applicatie, waar (bijna) alle partijen in de keten gebruik van maken. Zo zal informatie binnen de VTH-keten direct beschikbaar zijn en gedeeld kunnen worden. De wijze waarop wij samenwerken en het moment van afstemming liggen vast in specifieke werkprocessen, instructies en –afspraken. Deze verzamelen wij in een digitale omgeving, die intern door betrokkenen te raadplegen is (digitaal “Handboek”). Ook de samenwerkingsafspraken met ketenpartners maken hier onderdeel van uit. Bemiddeling/mediation Vaak komen handhavingsdossiers voort uit intermenselijke problemen, waarbij de onderlinge verhoudingen zijn verstoord en ruzies veelal worden uitgevochten via wettelijke procedures. In die gevallen kunnen wij overwegen om de instrumenten “buurtbemiddeling” en/of “mediation” in te zetten. Via bemiddeling door de gemeente zelf, een door de gemeente “ingekochte buurtbemiddelaar” of door een externe mediator proberen wij dan het geschil tussen partijen bij te leggen. Inzet van laagdrempelige bemiddeling en mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Deregulering Handhaafbaarheid van regelgeving is een kritische succesfactor voor een adequate handhaving. Binnen dit traject valt ook de deregulering. Als wij constateren dat een regel uit een verordening of beleidsregel niet meer voldoet of nodig is, bekijken wij of deze kan worden afgeschaft of bijgesteld. Het team Veiligheid, Toezicht en Handhaving vervult hierbij een signaleringsrol. 2. Vergunningenstrategie In dit onderdeel beschrijven wij de vergunningenstrategie. In de vergunningenstrategie lichten we toe: de begrippen vergunning en vergunningverlening (2.1); het doel van de vergunningenstrategie (2.2); de vormen van vergunningverlening (2.3); de basiswerkwijze (2.4); én toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening en meldingen (2.5). 2.1 Begrippen vergunning en vergunningverlening Een vergunning is een officiële (noodzakelijke) toestemming van de overheid om een bepaalde activiteit uit te voeren. De wet kan bepalen dat een activiteit verboden is zonder (omgevings)vergunning. Wij hebben als overheid de bevoegdheid om de toestemming te verlenen om een bepaalde activiteit uit te voeren. Ook kunnen wij voorschriften waaraan voldaan moet worden aan de vergunning verbinden. Een vergunning op het gebied van de fysieke leefomgeving kan betrekking hebben op verschillende werkvelden (bouwen, water, wonen, milieu, natuur e.d.) en op verschillende wijzen tot stand komen (reguliere procedure, uitgebreide procedure, melding e.d.). De vergunningplichtige activiteiten zijn aangewezen door het Rijk in de Omgevingswet, het besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Ook in het gemeentelijke omgevingsplan zijn vergunningplichtige activiteiten aangewezen. Wij verstaan onder vergunningverlening: verlenen, weigeren of wijzigen van een vergunning waarbij we aan een bedrijf, inwoner of bestuurlijke organisatie toestemming verlenen om een bepaalde activiteit (die zonder vergunning verboden is en niet mag worden uitgevoerd), tóch uit te voeren; verlenen van een ontheffing van met name gemeentelijke regels; afhandelen van een melding; opleggen van een maatwerkbesluit of maatwerkvoorschrift (voorheen maatwerkbesluit of nadere voorwaarde); afgeven van bindend advies (voorheen een verklaring van geen bedenkingen); het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning. NB: Het maken van een gedoogverklaring is onderdeel van de gedoogstrategie. Een gedoogverklaring heeft een andere insteek dan een vergunning. Daarnaast is het proces van gedogen gekoppeld aan handhaving, omdat we eerst afwegen om te handhaven. 2.2 Doel van de vergunningenstrategie Met de vergunningenstrategie streven we ernaar te komen tot een integrale vergunningverlening die op een efficiënte en gestructureerde wijze vorm wordt gegeven. De vergunningenstrategie stelt ons in staat om: binnen de gestelde wettelijke termijnen een besluit te nemen op een aangevraagde vergunningplichtige activiteit; heldere, transparante en handhaafbare vergunningen op te stellen én deze binnen de gestelde wettelijke termijn te verlenen; en ook om binnen de gestelde termijnen te komen tot een besluit op een aanvraag of acceptatie van een melding. Volgens de regelgeving dient de U&HS inzicht te bieden in de criteria die worden gebruikt bij het beoordelen van en beslissen op aanvragen omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen; én de werkwijze bij het verlenen van omgevingsvergunningen en het beoordelen van meldingen. Met het vastleggen van deze vergunningenstrategie voldoen wij hieraan. We leggen een werkwijze(
  6. n)vast die wij toepassen voor het beoordelen en beslissen op aanvragen om omgevingsvergunningen én het afhandelen van meldingen om de gestelde doelen van de U&HS, te realiseren. 2.3 Vormen van vergunningverlening De verschillende vormen van vergunningverlening die wij hanteren zijn: vorm Omschrijving Meldingen De melding betreft een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet geweigerd worden. Tegen (de acceptatie van) een melding staan dan ook geen rechtsmiddelen zoals bezwaar en beroep open. Aan het bevoegd gezag is het de taak te beoordelen of de activiteit inderdaad meldingplichtig is en of de melding volledig is ingediend, met als resultaat het al dan niet als melding accepteren. Een inhoudelijke beoordeling is, tenzij anders in de wet- en regelgeving bepaald, dan ook niet aan de orde. Het accent van de gemeentelijke taken bij meldingen ligt daarom vooral bij het uitvoeren van toezicht. Vergunning(AANVRAAG) Reguliere procedure Het volgen van de reguliere procedure is bij een aanvraag om omgevingsvergunning het uitgangspunt: binnen maximaal 8 weken moet op de aanvraag worden besloten. Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Als de beslistermijn verstreken is zonder dat er een besluit is genomen, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht een dwangsom aan de aanvrager verschuldigd zijn. Bij een gefaseerde aanvraag zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel-) activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. VERGUNNING(AANVRAAG) Uitgebreide procedure Uitzondering op de regel is de uitgebreide procedure, waarbij wij binnen 26 weken op de aanvraag moeten besluiten.Deze termijn kan eenmalig met zes weken worden verdaagd. Bij een gefaseerde aanvraag zijn verschillende termijncombinaties mogelijk. Bij de aanvraag van meervoudige (deel-)activiteiten is de deelactiviteit met de langste beslistermijn bepalend. De uitgebreide procedure geldt in het kader van dit beleid voor een: Rijksmonumentenactiviteit. Verder kunnen wij de uitgebreide procedure op verzoek óf met instemming van de aanvrager van toepassing verklaren. Ook bij activiteiten die aanzienlijke (maatschappelijke) gevolgen voor de omgeving kunnen hebben en waarvan de verwachting is dat verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben, kunnen wij na het horen van de aanvrager, eenzijdig maar gemotiveerd besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is. Als dit zich voordoet, krijgt een initiatiefnemer de gelegenheid om hierover een zienswijze in te dienen. Maatwerkbesluit Het stellen of wijzigen van maatwerkvoorschriften (na een melding) is een besluit in de zin van de Awb. 2.4 Basiswerkwijze Wij hanteren onderstaande basiswerkwijze voor de behandeling van aanvragen om een omgevingsvergunning en/of melding. Als bevoegd gezag zorgen wij ervoor dat de werkwijze (processen) van het behandelen van vergunningaanvragen volgens een geborgd proces verloopt. Het volledige werkproces inclusief (werk)afspraken hebben we in een procesbeschrijving vastgelegd. De basiswerkwijzen zijn verder vastgelegd in een geautomatiseerd systeem: de backofficeapplicatie PowerBrowser, waarbij de processtappen worden doorlopen. Het gaat hier om de processtappen op hoofdlijnen. Centrale rol casemanager Voor de benodigde integrale en samenhangende besluitvorming kennen wij in de vergunningenstrategie een centrale rol aan de casemanager toe. Casemanagement draagt bij aan een integrale behandeling en het verkorten en transparant maken van procedures. Dit verhoogt het kwaliteit- en dienstverleningsniveau. Goed casemanagement zorgt uiteindelijk voor besluitvorming op maat, passend in de omgeving. Wij beogen reeds in het informele voortraject zo veel mogelijk af te stemmen met een aanvrager om tot een vergunbare aanvraag of (volledige) melding te komen. Hierdoor kan in het formele traject een vlottere afhandeling en besluitvorming worden gewaarborgd. Casemanagement passen wij dus toe bij zowel het informele - als het formele traject. Wij ontvangen de initiatieven, aanvragen om vergunningen, meldingen, (informele) verzoeken allemaal volgens eenzelfde wijze. Elk ontvangen verzoek wordt na een korte intake toegewezen aan een casemanager. De casemanager is verantwoordelijk voor de integrale beoordeling van aanvragen en/of meldingen, bewaakt de termijnen en coördineert samenhangende besluiten. Afhankelijk van de casus wordt er door de casemanager afstemming gezocht met interne beleidsmedewerkers, andere betrokken bevoegde gezagen en/of adviesorganen. Verder is de casemanager het aanspreekpunt voor de aanvrager/melder en is deze verantwoordelijk voor het informeren van de aanvrager/melder. Voor het verlenen van omgevingsvergunningen waarbij meer bevoegde gezagen (provincie en/of waterschap) een gedeelde verantwoordelijkheid hebben, hangt onze inzet af van de positie en rol van de gemeente in de specifieke casus. In de gevallen dat “de gemeente” bevoegd gezag is nemen wij de rol van casemanager en besluitvormer, terwijl wij in andere gevallen als adviseur actief zijn. Bibob toets Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vallen alle vergunningplichtige omgevingsplan-activiteiten onder de reikwijdte van de Wet Bibob. Ook gebruikswijzigingen in gebouwen kunnen nu binnen de reikwijdte van de Wet Bibob komen te vallen. Met de Wet Bibob beoogt de wetgever om te voorkomen dat overheidsorganen ongewild criminele activiteiten faciliteren bij het verlenen van bepaalde vergunningen. De Wet Bibob maakt het voor bestuursorganen mogelijk om een aangevraagde beschikking te weigeren of (gedeeltelijk) in te trekken als sprake is van een ernstig gevaar dat de vergunning mede gebruikt zal worden om (
  7. i)uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen op geld waardeerbare voordelen te benutten (ook wel de ‘a-grond’ genoemd), of (
  8. ii)strafbare feiten te plegen (ook wel de ‘b-grond’ genoemd). Een weigering of intrekking moet goed worden gemotiveerd. Daarom wordt vaak advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob, een onafhankelijk expertisebureau dat integriteit screenings uitvoert. Bevoegde gezagen mogen in beginsel uitgaan van de expertise van dit bureau. Onder de Wet Bibob wordt onder ‘strafbare feiten’ overigens ook verstaan een feit waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. De gemeentelijke Bibob-coördinator voert voor de in het gemeentelijke Bibob-beleid aangewezen gevallen aan de hand van het daarvoor bestemde formulier en conform het beleid de Bibob-toets uit. Meldingen Meldingen voor milieubelastende activiteiten vallen buiten de reikwijdte van deze U&HS en worden door de omgevingsdienst op basis van het Regionaal Operationeel Kader Milieutoezicht & Handhaving 2025-2028 (ROK VTH) afgehandeld. Ook de meldingen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit en de asbest- en sloopmeldingen zijn overdragen aan de omgevingsdienst. Hierop zijn het regionaal uitvoeringsbeleid Besluit bodemkwaliteit respectievelijk het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbesttaken van toepassing. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is ook de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) kent drie verschillende gevolgklassen. De meldingsplicht voor nieuwe bouwwerken vallend onder gevolgklasse 1 is direct met de inwerkingtreding van de Wkb op 1 januari 2024 ingegaan. De specifieke werkwijze voor deze melding (technische) bouwactiviteit is opgenomen in paragraaf 2.5. Wij kiezen ervoor om boven op de wettelijke taak tot het beoordelen van de meldingen ook extra maatwerk te leveren richting de klant door altijd te reageren op een ingediende melding (klantgerichte communicatie). De algemene werkwijze voor de behandeling van een melding is: Intake: Inboeken en zo nodig digitaliseren van de melding, registeren melding in backoffice applicatie(s), toekennen aan casemanager (DIV); Verzending bevestiging ontvangst/procedure (casemanager); Toets volledigheid: Toets melding aan de indieningsvereisten (volledigheid melding) en mogelijkheid tot aanvulling van een incomplete melding (casemanager); Toets inhoud: Is voldoende aannemelijk dat de melding overeenkomt met het werkelijk (voorgenomen) gebruik of de (voorgenomen) uitvoering van werken? Het betreft een uiterst globale schouwing op basis van kennis en ervaring. De ingediende gegevens worden verder niet inhoudelijk getoetst, tenzij wettelijk voorgeschreven. Indien wettelijk voorgeschreven: (specialistische) toetsing en advisering door casemanager en/of andere interne en of externe adviseur(
  9. s)m.b.t. alle relevante beoordelingskaders; Globale beoordeling of mogelijk nadere voorwaarden nodig zijn. Afronding: Melder informeren over de afwikkeling van de melding. Intrekken vergunningen De meeste vergunningen die wij verlenen worden vrij snel gerealiseerd nadat de vergunning is verleend. Het komt echter ook voor dat geen gebruik wordt gemaakt van de vergunning. Hiermee ontstaat een zogenaamde "slapende vergunning”. Het ongebruikt laten voortbestaan van rechten uit een vergunning vinden wij om meerdere redenen ongewenst: We moeten voorkomen dat bouwwerken of activiteiten die in het verleden zijn vergund maar nog niet zijn gerealiseerd, (nieuwe) planologische en stedenbouwkundige inzichten doorkruisen15Of bijvoorbeeld een ongewenste doorkruising van het actuele woningbouwprogramma.; We moeten voorkomen dat nieuwe bouwwerken c.q. activiteiten worden gebouwd/uitgevoerd naar verouderde (bouw)technische inzichten; Het is vanuit administratief oogpunt gewenst dat het vergunningenbestand zoveel mogelijk overeenstemt met de feitelijke situatie buiten. Ook vanuit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) is dit nodig; Een verschil tussen de feitelijke - en planologische situatie kan voor problemen zorgen bij taxaties in het kader van de WOZ; Daarnaast is het ook voor bijvoorbeeld omwonenden onplezierig als zij geconfronteerd worden met oude, ongebruikte rechten, waar ze geen rechtsmiddelen meer tegen kunnen aanwenden. Daarom beogen wij vergunningen na verloop van een bepaalde periode geheel of gedeeltelijk in te trekken. Wij kunnen vergunningen intrekken als: de aanvrager/vergunninghouder erom verzoekt; de aanvrager is overleden (bijvoorbeeld in APV-vergunningen); het gevaar bestaat dat de vergunning misbruikt wordt voor criminele activiteiten; gedurende een half jaar of een in de vergunning, verordening of een AMvB bepaalde langere termijn geen activiteiten zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning. De wet bepaalt voor de onder de reikwijdte van deze U&HS vallende vergunningen wanneer wij deze mogen intrekken.16Een melding vallend onder de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen komt automatisch te vervallen na een in de wettelijke regeling genoemde termijn van 12 maanden. Na deze termijn moet een nieuwe melding gedaan worden. Voor omgevingsvergunningen met bijvoorbeeld de activiteiten bouwen, slopen of aanleggen is een termijn van een jaar opgenomen. Wij kiezen ervoor om met het (ongebruikt) verstrijken van deze termijn standaard 26 weken te wachten voordat wij actief de intrekkingsprocedure opstarten. Voor bouw- en aanlegactiviteiten geldt dat als met de uitvoering van de werkzaamheden is gestart en deze tussentijds zijn gestaakt, wij de wettelijke termijn van een jaar (na constatering van gestaakte werkzaamheden) hanteren. De procedure tot intrekking van een omgevingsvergunning vindt vanzelfsprekend plaats op grond van de geldende wettelijke voorschriften, waarbij in hoofdregel dezelfde procedure geldt als wanneer deze activiteit zou worden aangevraagd en vergund. De algemene werkwijze voor het intrekken van een vergunning is: Voornemen intrekking / zienswijze: Bij de reguliere procedure zenden wij eerst aan vergunninghouder een voornemen tot intrekking. Bij de uitgebreide procedure is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) van toepassing en leggen wij een ontwerp-beschikking ter inzage. In beide procedures, zij het op andere gronden, stellen wij de vergunninghouder in de gelegenheid zijn zienswijzen op de voorgenomen intrekking naar voren te brengen. Nadere termijn: Indien redelijke gronden aanwezig zijn om niet direct tot intrekking van de vergunning over te gaan, stellen wij een concrete nadere termijn (met einddatum) waarbinnen de vergunninghouder alsnog gebruik moet maken van de vergunning. Dit betekent feitelijk aanvangen van of hervatten van de uitvoering van de werkzaamheden en/of ingebruikname. De nadere termijn leggen wij schriftelijk vast en bedraagt maximaal 1 jaar. Als na de nader gestelde termijn geen aanvang is gemaakt met de uitvoering of hervatting van de werkzaamheden of in gebruik name van het project trekken wij de vergunning alsnog in. Hiertoe zetten wij in beginsel de oude procedure voort. Intrekkingsbesluit: Als de vergunninghouder niet reageert op het voornemen, trekken wij de vergunning in beginsel in. Bij zienswijzen beoordelen wij of voldoende gronden aanwezig zijn om niet tot intrekking van de vergunning over te gaan. Hiertoe inventariseren wij alle in aanmerking te nemen belangen (hierbij horen ook de (financiële) belangen van vergunninghouder) en wegen deze tegen elkaar af. Het ontbreken van financiële middelen of conflicten met uitvoerende partijen (architect of aannemer) leiden niet tot het afzien van intrekking van de omgevingsvergunning. In familiaire kwesties (scheiding, ziekte, overlijden) kan, indien door de vergunninghouder de reden goed wordt gemotiveerd, intrekking van de vergunning worden uitgesteld. Ook hierbij moet voldoende aannemelijk c.q. concreet worden gemaakt dat op korte termijn wel van de vergunning gebruik wordt gemaakt. Enkel een offerte van een aannemer is daartoe onvoldoende. 2.5 Toetsingskaders en werkwijze vergunningverlening Van de volgende onder de Omgevingswet geldende vergunning- en meldingplichtige activiteiten lichten wij de toetsingskaders (criteria die door ons gebruikt worden voor de beoordeling) en de werkwijze (diepgang van toetsing/toetsniveaus) toe: Omgevingsplanactiviteit (Technische) bouwactiviteit Rijksmonumentenactiviteit Activiteit brandveilig gebruik van een bouwwerk Drank en horeca vergunning Omgevingsplanactiviteit De omgevingsplanactiviteit is volgens de Omgevingswet een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat: het verboden is deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die niet in strijd is met het omgevingsplan; een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan; of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Toetsings- kader Met een omgevingsplan kan worden bepaald dat voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig is. Het principe is: omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningsvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan per object en/of gebied gelden (een binnenplanse vergunningplicht). Voor alles wat niet past in het omgevingsplan moet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd (buitenplanse vergunningsplicht). Er is een periode dat het omgevingsplan nog niet aan alle regels uit de Omgevingswet (Ow) hoeft te voldoen (artikel 22.4 en 22.5 Ow). Deze period

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.