/akn/nl/act/gemeente/2022/CVDR755699 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0632/2026/Regelingef924c65b17545b49aaa96aa5b192263 /join/id/stop/work_019 2026-06-02 2026-06-02 /akn/nl/act/gemeente/2022/CVDR755699/nld@2026-06-03 /join/id/proces/gm0632/2026/procedure345478a50e324d8381d6c9a70f1deb00 /join/id/proces/gm0632/2026/proceduref5e1ec9ab67f438f85fff122510f15ea 2026-06-03 2026-06-03 /akn/nl/act/gm0632/2026/Regelingef924c65b17545b49aaa96aa5b192263/nld@2026-06-01;07401932 /akn/nl/act/gm0632/2026/Regelingef924c65b17545b49aaa96aa5b192263 /akn/nl/act/gm0632/2026/Regelingef924c65b17545b49aaa96aa5b192263/nld@2026-06-01;07401932 /join/id/stop/work_019 2 Omgevingsvisie gemeente Woerden 1 Inleiding 1.1 Waarom een Omgevingsvisie? Deze Omgevingsvisie Woerden biedt een inhoudelijk, procesmatig en samenhangend kader voor de ontwikkeling van onze ruimte. Het is een strategische visie voor de lange termijn voor de gehele fysieke leefomgeving van de gemeente Woerden. In de Omgevingsvisie zijn diverse opgaven met een ruimtelijke impact op een evenwichtige manier afgewogen en samengebracht. Daarmee blijft het voor iedereen in de gemeente Woerden goed leven, wonen, leren, werken en ontspannen. 1.2 Wat is een Omgevingsvisie? Voor u ligt de allereerste Omgevingsvisie voor de gemeente Woerden! De Omgevingsvisie maakt deel uit van de planfiguren van de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting op 1 juli 2022 in werking treedt. De Omgevingswet vervangt de instrumenten die we nu kennen voor de ruimtelijke ontwikkeling, zoals de structuurvisie en het bestemmingsplan. Hiervoor in de plaats komen nieuwe instrumenten die meer gebiedsgericht zijn en uitnodigen tot initiatief, namelijk de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Deze Omgevingsvisie vervangt dan ook de gemeentelijke structuurvisie uit
- De Omgevingsvisie gaat over de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving op de langere termijn. Op basis daarvan wordt een Omgevingsplan gemaakt (de opvolger van het bestemmingsplan), waarin de concrete omgevingsregels voor de verschillende gebieden komen te staan. De Omgevingswet vraagt dat alle geldende regels op het gebied van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in deze plannen. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook de milieuregelgeving deel zal uit maken van het Omgevingsplan. Dat moet meer overzicht en inzicht geven in de mogelijkheden die er zijn om een locatie of gebied te ontwikkelen. De Omgevingsvisie zorgt voor een samenhangend kader waarin alle ruimtelijk relevante thema’s betrokken zijn, variërend van milieu tot bodem, van openbare ruimte tot wonen en van landschap tot energieopwekking. 1.3 Totstandkoming Omgevingsvisie Deze Omgevingsvisie is het resultaat van een dynamisch proces dat we de afgelopen jaren hebben doorlopen. De Omgevingsvisie is via een aantal stappen tot stand gekomen: a. Omgevingsagenda (gemeenteraad, oktober 2019) – waarin de verschillende thema’s en opgaven voor de Omgevingsvisie worden gekaderd; b. Het Waardenkader (gemeenteraad, juni 2020) – waar in de strategie, uitgangspunten en waarden voor de Omgevingsvisie zijn opgesteld; Voor het Waardenkader is een breed participatieproces doorlopen. c. Participatieproces Omgevingsvisie (April-Juli 2021) – waarin de behoeftes en ideeën van inwoners, ondernemers en belanghebbenden zijn verkend voor de ruimtelijke thema’s (wonen, werken, mobiliteit, recreatie en landschap), in samenhang met opgaven op het gebied van klimaat, gezondheid en vitaliteit d. Ontwerp-Omgevingsvisie en zienswijzen procedure (oktober-december 2021). Op basis van de ontwerp-Omgevingsvisie heeft eenieder de gelegenheid gehad om een zienswijze in te dienen over de Omgevingsvisie. e. Na verwerking van alle zienswijzen, heeft de gemeenteraad voorliggende Omgevingsvisie vastgesteld. 1.4 Leren en ontwikkelen qua instrument, inhoud en uitvoering De Omgevingswet is nieuw. Dat geldt ook voor alle instrumenten en de manier waarop we ermee gaan werken. Ook een aantal opgaven zijn nieuw. Ze gaan verder dan de klassieke ruimtelijke thema’s zoals wonen en werken. Grote, meervoudige opgaven op het gebied van gezondheid, welzijn en duurzaamheid verweven zich door de klassieke ruimtelijke thema’s heen. Grote en meervoudige opgaven kun je niet alleen oplossen, maar vragen om samenwerking met meerdere partijen, die allen een deel van de oplossing in handen hebben. Het samenstellen van de Omgevingsvisie is dan ook een leerzaam proces geweest voor de gemeente. Leerzaam als het gaat over: Het totstandkomingsproces, waarin een veelheid aan belangen, bestaande plannen en toekomstige behoeftes zorgvuldig zijn afgewogen. De planvorm, een nieuw instrument waarmee we nog niet eerder hebben gewerkt en dat gekenmerkt wordt door de begrippen kaderstellend, integraal, lange termijn en strategisch van aard. Nieuwe opgaven, ingegeven door veranderende fysieke omstandigheden als gevolg van klimaatverandering en bodemdaling en veranderende sociale omstandigheden als gevolg van demografie, digitalisering en mobiliteit. Dit leidt tot grote maatschappelijk opgaven op het gebied van gezondheid, inclusie, veiligheid, energietransitie, mobiliteitstransitie en landbouwtransitie. Het leren en vergaren van nieuwe inzichten gaat verder op het moment dat de wet in werking treedt en we iedere dag met de visie werken. Een ding weten we dan ook zeker en dat is dat we eerder of later behoefte zullen hebben om de visie aan te vullen, aan te scherpen of te herzien. Of het nu gaat om de vorm en de manier waarop de visie richting geeft aan de uitwerking in Omgevingsplan en programma’s, of dat het gaat om nieuwe inzichten op de inhoudelijke opgaven. De oplossingen en knelpunten voor de genoemde nieuwe opgaven beïnvloeden onze ruimtelijke ontwikkeling en de keuzes die we maken voor wonen, werken, recreatie, mobiliteit, natuur en landschap. Ze vragen daarnaast om samenwerking met andere overheden (provincie, Rijk, waterschap, gemeenten) en lokale betrokkenen en belanghebbenden. Antwoorden en inhoudelijke keuzes komen voort uit deze samenwerking en zijn van tevoren niet inhoudelijk vast te leggen in de gemeentelijke Omgevingsvisie. Dit hebben we dan ook niet gedaan. Wel geven we duiding aan deze opgaven en agenderen daarmee de urgentie en de samenwerking die nodig is om tot goede oplossingen te komen. Totstandkoming Omgevingsvisie Gemeente Woerden Om deze redenen hebben we naast een inhoudelijk kader ook een proceskader geschetst in deze visie. Dit proces kader biedt de mogelijkheid om delen van de Omgevingsvisie te herzien onder invloed van nieuwe beleidsinzichten. Ook nodigt de visie uit om voor diverse gebieden een gebiedsprogramma uit te werken, waarin opgaven die daar spelen nader worden uitgewerkt met betrokken partijen en belanghebbenden. Daarmee hebben wij de visie een dynamisch karakter gegeven. Het werken met de Omgevingsvisie zal tot nieuwe inzichten leiden, op het gebied van proces, de planvorm en de manier waarop we nieuwe opgaven willen en kunnen faciliteren. Daarom is het belangrijk om ruimte te scheppen voor bijstelling en vernieuwing. 1.5 Dynamische visie Er zijn nog meer redenen om de toekomstvisie dynamisch op te zetten. Een adaptieve visie die de mogelijkheid geeft om adequaat in te spelen op snel veranderende omstandigheden is een toekomstbestendige visie. We realiseren ons dat trends en ontwikkelingen snel veranderen. Onder invloed van bijvoorbeeld klimaatverandering, afname van biodiversiteit, ontwikkelingen op de woningmarkt, demografie, digitalisering en robotisering, kunnen ontwikkelingen sneller gaan dan we nu kunnen overzien. Wat vandaag gangbaar is op het gebied van wonen, werken, landbouw, mobiliteit of energie, is dat misschien over een aantal jaar al niet meer. Een aantal van deze nieuwe ontwikkelingen komen voort uit transitieopgaven. Bij een transitieopgave staan de gangbare technieken en opvattingen over de uitgangspunten rond een opgave op het punt om fundamenteel te veranderen naar een nieuwe manier van denken en handelen. Een voorbeeld hiervan is het omgaan met de effecten van klimaatverandering (stijgende temperaturen, meer extreme pieken en dalen van regenbuien en grond waterstanden) in de landbouw en het stedelijke gebied. Deze thema’s en opgaven lossen we niet als individuele gemeente op, maar in samenwerking met de regio, het Rijk en ook met individuele gebruikers en belanghebbenden. Daar komt tevens bij dat veel ruimtelijke ontwikkelingen niet op zichzelf staan, maar voortkomen uit een fijnmazig samenspel van afspraken tussen provincie, waterschap, het Rijk, kennisinstituten, marktpartijen en belangenvertegenwoordigers en natuurlijk de gebruikers en lokale betrokkenen. De Omgevingsvisie anticipeert op deze transitieopgaven door deze te agenderen. De oplossingsrichtingen worden echter gevonden via regionale én lokale samenwerking. Wat we ook zien is dat veranderingen in de maatschappij elkaar steeds sneller opvolgen. Dit maakt dat een visie op de toekomst de mogelijkheid moet bieden om adequaat in te kunnen spelen op deze snel veranderende omstandigheden. Tegelijkertijd vragen de huidige ruimtelijk-maatschappelijke opgaven (bijvoorbeeld de krapte op de woningmarkt, klimaatverandering, gezonde leefomgeving) om heldere keuzes en richting, zodat er actie kan worden ondernemen. Om deze reden zoeken we met deze Omgevingsvisie de juiste balans tussen duidelijkheid qua ruimtelijke kaders en flexibiliteit c.q. wendbaarheid, om tijdig en passend in te spelen op snel veranderende behoeften in de samenleving. Dit doen we door te kiezen voor een combinatie van een inhoudelijke koers op hoofdlijnen én procesafspraken, waarbinnen een nadere afweging en/of uitwerking van keuzes mogelijk is. 1.6 De relatie met nationaal, provinciaal en regionaal beleid Zoals we hierboven ook al hebben geconstateerd staat de Omgevingsvisie van de gemeente Woerden niet op zich zelf, maar hangt samen met andere visies die het gemeentelijke grondgebied overstijgen. Zo heeft de Rijksoverheid een Nationale Omgevingsvisie (NOVI), met bijzondere aandacht voor het Groene Hart. Provincie Utrecht heeft een Provinciale Omgevingsvisie (POVI). Daarnaast werken 16 Utrechtse gemeenten aan het IRP U6 (Integraal Ruimtelijk Perspectief), een visie op de regio Utrecht en heeft Woerden samen met Oudewater, Lopik, Montfoort en IJsselstein een Omgevingsagenda Lopikerwaard opgesteld. De bijzondere ligging van de gemeente Woerden, centraal in Nederland, midden in het Groene Hart én in de Rand stad, maakt Woerden tot een gemeente met bijzondere kwaliteiten en kansen. Deze ligging vraagt echter ook om een blik over de gemeentegrenzen heen. De gemeentelijke Omgevingsvisie geeft daarom niet alleen antwoord op de ontwikkelingen binnen de gemeentegrenzen, maar schetst ook het perspectief van Woerden op deze regionale visies. Inzichten uit deze nota’s zijn verwerkt in deze Woerdense Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie vormt daarmee de Woerdense bijdrage aan de (boven)regionale opgaven in de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. 1.7 Uitnodiging aan Woerden Het zijn de inwoners, ondernemers, initiatiefnemers en bezoekers die Woerden tot leven brengen, nu en straks. Daarom is de Omgevingsvisie een uitnodiging om met elkaar Woerden nog duurzamer, veiliger, gezonder en mooier te maken. Zo zorgen gemeente, inwoners, ondernemers en initiatiefnemers er samen voor dat Woerden ook in 2040 een fijne stad is om te wonen, werken en verblijven. 1.8 Leeswijzer De Omgevingsvisie is opgebouwd zoals afgebeeld in het structuurschema bij paragraaf 1.
- De Omgevingsvisie begint met de vraag ‘Waar staan we nu?’. Dit wordt in woord en beeld beschreven in hoofdstuk 2 ‘Huidige ruimtelijke hoofdstructuur’. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ‘Trends en ontwikkelingen’ beschreven wat er op ons afkomt als gevolg van (inter)nationale trends, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering en demografische ontwikkelingen. Wat betekent dat voor de gemeente Woerden? In hoofdstuk 4 ‘Waarden en uitgangspunten’, wordt het Waardenkader beschreven met uitgangspunten en inrichtingsprincipes, als vertrekpunt en ijkpunt voor alle ruimtelijke plannen die we maken voor onze leefomgeving. De visie wordt in hoofdstuk 5 ‘Visie op hoofdlijnen’ kort en bondig beschreven in vier korte verhaallijnen. De vier verhaallijnen bieden een integrale blik op de toekomst van Woerden tot 2040 en beschrijven hoe verschillende thema’s met elkaar samenhangen. Bepaalde gebieden in de gemeente zijn urgenter en dynamischer dan andere. Deze gebieden noemen wij ‘hotspots’. In de ‘hotspots’ komen bepaalde opgaven samen, wat kan leiden tot dilemma’s waarin keuzes moeten worden gemaakt. Deze gebieden worden toegelicht in hoofdstuk 6 ‘Gebieden’. In hoofdstuk 7 ‘Visie per thema’ wordt de visie thematisch uitgewerkt voor wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur, klimaatadaptatie, energie en bodemdaling. De hoofdstukken daarna gaan over proces. In hoofdstuk 8 ‘Uitwerking Omgevingsvisie’, wordt beschreven volgens welke processtappen bepaalde thema’s en gebieden verder zullen worden uitgewerkt. Hoofdstuk 9 ‘Participatie’, beschrijft het proces van participatie dat is doorlopen voor het opstellen van deze Omgevingsvisie. 2 Huidige ruimtelijke hoofdstructuur 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de huidige ruimtelijke hoofdstructuur van Woerden toegelicht en verbeeld in de raamwerkkaart. De hoofdstructuur draagt bij aan de identiteit en kwaliteit van de leefomgeving. Hiermee vormt dit het vertrekpunt voor de Omgevingsvisie en het nadenken over toekomstige ruimtelijke keuzes in de gemeente Woerden. De raamwerkkaart laat de opbouw van Woerden in al haar lagen zien: het landschap, de infrastructuur en de gebruikspatronen (wonen, werken en recreëren). 2.2 Raamwerkkaart 2.2.1 Eerste laag: bodem In de raamwerkkaart worden drie lagen onderscheiden. De basislaag wordt gevormd door het landschap, de bodem typologie, het watersysteem en de hiermee samenhangende landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Deze laag is van oudsher sturend voor het gebruikspatroon. Bijzonder in Woerden is dat deze laag uiteenvalt in twee soorten landschappen: het veenweidegebied en de oeverwal. 2.2.2 Tweede laag: infrastructuur De tweede laag wordt gevormd door de infrastructuur, waaronder: snelwegen, provinciale wegen, lokale wegen en spoorverbindingen. Deze infrastructurele laag is vooral de laatste decennia sturend geweest voor ontwikkelingen. Ook bij toekomstige ruimtevragen zal de infrastructuur een belangrijke sturende rol spelen, functies moeten immers bereikbaar zijn. 2.2.3 Derde laag: ruimtegebruik De derde en bovenste laag bestaat uit het ruimtegebruik voor wonen, werken, agrarisch gebruik en recreatie. Deze laag is nauw verweven met beide onderliggende lagen. Bij nieuwe ruimtelijke vraagstukken wordt daarom steeds gekeken wat de relatie is met het onderliggende landschap en de infrastructuur, alvorens een keuze wordt gemaakt voor de positionering van de betreffende ruimteclaim. 2.2.4 Thema's De drie lagen uit de raamwerkkaart bevatten een aantal thema’s: wonen, werken, voorzieningen, mobiliteit, landbouw, recreatie en natuur. Op al deze thema’s is onze leefomgeving voortdurend in ontwikkeling. Onder andere als gevolg van nieuwe behoeftes en ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, bodemdaling, inclusie en gezondheid, de energietransitie en de mobiliteitstransitie. Deze thema’s komen dan ook terug in deze Omgevingsvisie. Raamwerkkaart Gemeente Woerden 2.3 Woerden in regionaal perspectief Woerden ligt midden in het Groene Hart, dat door het Rijk als Nationale Omgevingsvisie (NOVI) gebied is aangewezen. Woerden profileert zich als hoofdstad van het Groene Hart. Tegelijkertijd ligt Woerden op de westelijke uitlopers van de Utrechtse agglomeratie, waar landschap en (Rand) stad bij elkaar komen. In het Toekomstperspectief van de Metropoolregio Utrecht is Woerden daarom bestempeld als Groene Poort. Woerden is de thuisbasis van het Veenweiden Innovatiecentrum, dat zich inzet voor vraagstukken die spelen in het Groene Hart. De gemeente neemt samen met Alphen aan de Rijn en Gouda een voortrekkersrol op zich bij de aanpak van de opgaven die spelen in het Groene Hart. Hierbij kan men denken aan het beleefbaar, zichtbaar maken en behouden van het open veenweidelandschap en het verbeteren van de kwaliteit en vitaliteit van het landschap in brede zin. Deze focus bepaalt de invulling die Woerden geeft aan zijn positie in de regio, maar ook economie, toerisme/recreatie energie en mobiliteit. Woerden is uitstekend verbonden met de regio, dankzij de ligging aan de ‘mobiliteits-as’ van het spoor en de snelweg A
- Ook recreatief is de gemeente goed verbonden met de regio, via een uitgebreid netwerk van fietspaden en via de Oude Rijn. Dat maakt de gemeente een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bewoners en bedrijven en maakt de gemeente prettig en leefbaar voor haar inwoners. Regionale ligging Gemeente Woerden 2.4 Landschap Het landschap ligt aan de oorsprong van de manier waarop de kernen zich hebben ontwikkeld en vormt dan ook de basis voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling. De hogere stroomruggronden of oeverwallen van de Oude Rijn vormen de woonbasis, die teruggaat naar de Limes (grens) van het Romeinse Rijk, met een castellum (grensfort) ter hoogte van de huidige binnenstad. De strategische ligging gaf Woerden een belangrijke militaire functie, eerst als grensplaats, later als onderdeel van de Hollandse Waterlinie, waarvan de restanten van de vestingwerken nog steeds zichtbaar zijn rond de binnenstad. Ook de ‘mobiliteits-as’ van de snelweg A12 en het spoor volgen de oeverwal. Het historische jaagpad langs de Oude Rijn is tot op de dag van vandaag een aantrekkelijke recreatieve route. Op de ontwikkeling van het omliggende landschap is de kleiwinning van invloed geweest rondom Woerden. Vanaf de 15e tot begin 20e eeuw werd er ten behoeve van de pan- en steenindustrie ten westen van de stad vrij uitgebreid klei afgegraven in de polders vlakbij en later ook verder van het stadscentrum. Men begon met afgraven vlak bij de steenplaatsen langs de Oude Rijn (bijv. de Steen kuilen, nu Prinsenlaan en omgeving, en het Oudeland en Tournoysveld, nu Leidsestraatweg en omgeving). Daarna ging men steeds verder naar het westen, zuiden en oosten om klei te winnen. Daardoor veranderde het agrarisch gebruik van akkerbouw naar veehouderij. Het veenweidelandschap werd vanaf de vroege middeleeuwen geschikt gemaakt voor agrarisch gebruik, nadat het werd ontgonnen vanuit de linten middels het cope-stelsel. Grote delen van deze verkaveling behoren tot het meest gaaf bewaarde cope-gebied van Nederland. De landbouw heeft het karakteristieke open veenweidelandschap gecreëerd in een eeuwenlang proces van ontginnen, ontwateren, bewerken en beweiden. Dit heeft geleid tot een rijk geschakeerd landschap van weiden en sloten met een grote biodiversiteit en een hoge belevingswaarde. Aan de noordkant van Woerden, langs ‘s-Gravensloot en Geestdorp, is de oorspronkelijke structuur van de oeverwal herkenbaar met lommerrijke doorzichten naar het veenweidegebied. Nog altijd is het verschil in hoogteligging en de bodemopbouw leidend voor ontwikkelingen. De oeverwal kent een grote dynamiek en stedelijke ontwikkeling, met de spoorlijn en de A12 als aanjagers. Dit wordt ook wel het “dynamische landschap genoemd”. Het open veenweidegebied is het “trage landschap”, waar landbouw, recreatie en natuur centraal staan. Van oudsher hebben hier minder ontwikkelingen plaatsgevonden. De laatste twee eeuwen zijn de contrasten en ruimtelijke verschillen tussen het veenweidegebied en de oeverwal geleidelijk aan minder geworden. De oeverwal tekent zich minder duidelijk af in het landschap dan in het verleden. Door voort te bouwen op de specifieke karakteristieken van deze twee verschillende landschappen, bepaald door de mogelijkheden en beperkingen, behouden en versterken we de identiteit van Woerden. Zo vormt het landschap ook de basis voor de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Binnen beide landschappen zijn de opgaven verschillend. Op de stroomruggronden is de opgave het landschap weerbaar te maken tegen de stedelijke dynamiek en tegelijk dienstbaar te laten zijn aan de behoeften van de stadsbewoners. In het veenweidelandschap liggen de opgaven bij bodemdaling, waterkwaliteit en opwek van duurzame energie, waarbij het verdienvermogen van de landbouw, als grootste gebruiker en beheerder van het landschap, op peil wordt gehouden. Ook worden de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten en de recreatiemogelijkheden behouden en ontwikkeld. Het landschap is ook het decor voor recreatie en ontspanning van de inwoners en bezoekers van Woerden. Voor recreatief gebruik is een goede ontsluiting een belangrijke voorwaarde, waardoor fietsend, wandelend en varend van Omgevingsvisie gemeente Woerden het landschap kan worden genoten. Het fiets- en wandelpadennetwerk van Woerden wordt goed gebruikt, maar vertoont nog een aantal ‘missing links’. Vooral het westelijk poldergebied biedt weinig doorsteekmogelijkheden en het boerenland is over het algemeen niet doorkruisbaar. Voor recreatievaart zijn de Oude Rijn, de Grecht en de Lange Linschoten van betekenis. 2.5 Landbouw Het landschap is sterk verbonden met de agrarische sector. Vooral in het veenweidegebied is de landbouwsector, met name de melkveehouderij, de belangrijkste beheerder van het landschap en is daarmee belangrijk voor het behoud hiervan. De oeverwal kent een ander agrarisch gebruik met boomgaarden, tuinderijen en glastuinbouw. De agrarische sector in zowel het veenweidegebied als op de oeverwal staat onder druk, als gevolg van internationale (markt-)ontwikkelingen, klimaatverandering, bodemdaling en de stikstofproblematiek. Stedelijke dynamiek langs de stads- en dorpsgrenzen zorgt ook voor druk op de landbouw. Een transitie in de landbouw zal het huidige agrarische gebruik en daarmee het karakter van het veenweidegebied mogelijk ingrijpend veranderen. Een aantal agrarische ondernemers heeft zelf het initiatief genomen om de bedrijfsvoering te verbreden of te extensiveren en daarmee natuurvriendelijker te maken. Ook de productie van elektriciteit met windturbines en zonnepanelen dient zich aan als nieuw verdienmodel voor de agrarische sector. De productie van voedsel wordt wel blijvend gezien als de hoofdactiviteit van de landbouw in het Veenweidegebied. 2.6 Natuur In de zogeheten ‘natte as’, een noord-zuid gerichte zone die voorheen was voorzien als nationale ecologische hoofdstructuur, zijn natuurgebieden aangewezen die als ‘stepping stones’ nieuwe ecologische verbindingen bewerkstelligen. De Nieuwkoopse Plassen, net buiten de noordwestelijke gemeentegrens gelegen, zijn onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura
- Grenzend aan de Meije bevindt zich een blauwgraslandgebied als onderdeel van het Natura 2000 gebied. Ook bevinden zich binnen de gemeentegrenzen een aantal Groene Contour-gebieden en weidevogelkerngebieden. Natuurplas Cattenbroek en het Vijverbos maken ook deel uit van een natuurnetwerk of ‘groene scheg’ langs de oeverwallen van de Oude Rijn. Deze verbindt het groengebied Haarzuilens met landgoed Bredius en landgoed Linschoten, ten zuiden van de snelweg. Ook voor de Grecht, een waterloop tussen de Nieuwkoopse Plassen en de Oude Rijn, wordt een functie als natuurverbinding nagestreefd. Dit in aansluiting op het Natuur Netwerk Nederland, met kansen voor gebiedsspecifieke natuur zoals weidevogels en blauwgraslanden. 2.7 Stad en kernen 2.7.1 Woerden 2.7.1.1 Wonen, werken en voorzieningen Woerden is een historische vestingstad aan de Oude Rijn. Langs deze oude handelsroute ontwikkelde Woerden zich tot een stad. De rijke cultuurhistorie is nog op veel plekken beleefbaar, zowel in de binnenstad als ook daarbuiten. Woerden is een aangename plaats om te wonen en te werken dankzij de centrale en aantrekkelijke ligging midden in Nederland en in het Groene Hart. Daarnaast is er een gevarieerd aanbod aan woon- en werkmilieus. De binnenstad vormt het economische, culturele en sociale hart van de gemeente Woerden en heeft een sterke positie als unieke parel in het Groene Hart. Daaromheen liggen diverse wijken uit verschillende perioden en met verschillende woonmilieus, uiteenlopend van stedelijk tot groen en kleinschalig. De belangrijkste voorzieningen in Woerden vinden we in en rond de binnenstad en in voorzieningencentra in de wijken. Deze voorzieningen voorzien in de dagelijkse behoeften aan boodschappen, zorg, welzijn en basisonderwijs. Voor een aantal voorzieningen staat het voortbestaan onder druk. 2.7.1.2 Economie en bedrijvigheid De strategische ligging van Woerden maakt de stad aantrekkelijk als vestigingsplaats voor allerlei soorten bedrijvigheid. Van dienstverlening, zorg en retail tot logistiek en maakindustrie. Woerden heeft ook veel lokaal gewortelde en bij de gemeenschap betrokken bedrijven, met name MKB bedrijven. Al deze sectoren zorgen al eeuwen lang voor veel en diverse werkgelegenheid. In Woerden liggen verschillende werklocaties die ieder hun eigen identiteit en profiel hebben. De terreinen Barwoutswaarder en Honthorst, ten noorden van het spoor, zijn de oudste bedrijventerreinen. Deze kenmerken zich door een zeer hoge bebouwingsintensiteit en zijn vooral geschikt voor kleinschalige, lokale bedrijvigheid. Op sommige plekken vindt reeds revitalisering of transformatie naar gemengd stedelijk gebied plaats. Nieuw-Middelland en Snel en Polanen zijn van meer recente data en liggen aan de zuidzijde van het spoor. Hier vinden we gemengde bedrijvigheid waaronder een aantal grote transportbedrijven, het ziekenhuis en het gemeentehuis. Ook zijn in deze gebieden veel kantoren gevestigd, waarvan een deel verouderd is en leeg staat. Delen van deze gebieden worden getransformeerd naar gemengd stedelijk woongebied. Bedrijventerrein Polanen is het meest recente bedrijventerrein van Woerden en functioneert goed. 2.7.1.3 Bereikbaarheid en mobiliteit De hoofdontsluiting van Woerden is geleidelijk meegegroeid met Woerden en bestaat nu uit een afsplitsing vanaf de A12 met aftakkingen het veenweidegebied in. De ontsluitingsstructuur heeft zich vooral ontwikkeld in noord-zuidelijke richting. In de stad is geen duidelijke ontsluitingsstructuur in oost-westelijke richting aanwezig. De voorzieningen voor fietsers binnen Woerden zijn goed. In principe kan iedereen op de fiets binnen 10 minuten in het buitengebied zijn. Het treinstation van Woerden ligt als scharnierpunt in de stad en vormt een knooppunt voor openbaar vervoer, met regionale spoorverbindingen en een busstation. Woerden is de poort naar het Groene Hart, en het stationsgebied is de poort naar de stad. De gemeenteraad heeft een stedenbouwkundige visie voor het Stationsgebied vastgesteld. Samen met de ontwikkelingen in Nieuw-Middelland en Snellerpoort, (welke zijn vastgelegd in de Structuurvisie Nieuw Middelland en de bestemmingsplannen Snellerpoort en Winkelcentrum Snel en Polanen) wordt dit gebied ‘De Poort van Woerden’ genoemd. 2.7.1.4 Groen en recreatie Woerden heeft sterke groene kwaliteiten met bijvoorbeeld brede groenstructuren langs alle doorgaande wegen en een aantal wijkparken verspreid over de stad. Landgoed Bredius, wijkpark Molenvliet, sportpark Cromwijck, recreatiegebied Cattenbroek en het Westdampark zijn de grootste groene uitloopgebieden in de stad. Ondanks deze groene kwaliteiten van de stad constateren we dat vooral bij de nieuwe inbreidingslocaties er een kwantitatief tekort aan groene recreatieve ruimte en speelvoorzieningen kan ontstaan. 2.7.2 Harmelen Harmelen is, evenals Woerden, ontstaan op de stroomrug van de Oude Rijn/Leidsche Rijn. De hoofdstructuur van het dorp wordt gevormd door de linten langs de Oude Rijn. Rondom deze oude routes is Harmelen na de Tweede Wereldoorlog geleidelijk gegroeid. De uitbreidingen weerspiegelen de karakteristiek van de periode waarin ze zijn gebouwd en weerspiegelen niet specifiek de karakteristiek van Harmelen. De middeleeuwse kelders van Huize Harmelen zijn een bezienswaardigheid. Het huis ligt in een parkachtige omgeving, waarin de Duiventoren een icoon is. Het dorp Harmelen is de laatste decennia hard gegroeid. Ten noorden en ten zuiden van de Oude Rijn zijn nieuwe woonwijken gebouwd, elk weerspiegelt de tijd waarin ze gerealiseerd zijn. Harmelen heeft een voorzieningenniveau dat net uitstijgt boven de dagelijkse voorzieningen. De historische linten worden van oudsher gekenmerkt door gemengde woon-werkfuncties. Langs de spoorlijn ligt bedrijventerrein Putkop. Bijzonder is dat op verschillende plekken het landschap tot in Harmelen doordringt, met het Vijverbos als onderdeel van een groene scheg tussen Haarzuilens en landgoed Bredius in Woerden. Naast het Vijverbos bestaat de groenstructuur rondom Harmelen ook uit Avontuur Natuur van Staatsbosbeheer en het natuurterrein De Kievit. Het natuurterrein De Kievit grenst aan de Hollandse Kade en heeft een belangrijke recreatieve en educatieve functie voor Harmelen. 2.7.3 Zegveld Zegveld is ontstaan in de Middeleeuwen. Eerst als lintdorp en vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw, als gevolg van de nieuwbouw ten noordwesten van de Hoofdweg, uitgegroeid tot een kruisdorp in het veenweidegebied. De Zegveldse wetering, die dwars door het dorp liep, was lange tijd de voornaamste vervoersas; vervoer over land was lange tijd beperkt. Over land was alleen Woerden goed bereikbaar. Vanaf 1958 werd het dorp door de ruilverkaveling uit zijn isolement gehaald en volgde op bescheiden. De basis van het dorp was en is nog altijd de agrarische sector. Het dorp heeft een sterke eigen identiteit en enkele eigen voorzieningen. Op het bedrijventerrein Nijverheidsbuurt ten zuiden van het dorp is lokale bedrijvigheid gevestigd. 2.7.4 Kamerik en Kanis Kamerik & Kanis zijn lintdorpen in het veenweidegebied. Bij de ontginningen in de 11e eeuw zijn de gronden rond Kamerik in cultuur gebracht. Het dorp Kamerik werd na de beeldenstorm overwegend protestants. Vanaf 1865 is door de bouw van een rooms-katholieke kerk Kanis ontstaan. Na de Tweede Wereldoorlog heeft er in Kamerik en Kanis op bescheiden schaal nieuwbouw plaatsgevonden, vooral voor de eigen bewoners. De naam Kanis is ontleend aan een herberg, ‘De Gerkeerde Kanis’, die hier stond in de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. De lintbebouwing van boerderijen is kenmerkend voor Kamerik. Bijzonder is het ‘tweede lint’; oude boerderijstroken bestaande uit boerderijen die niet ‘aan de weg’ langs de Kamerikse Wetering liggen, maar verder het land in staan. Ook bijzonder is de beschermde status van het oudste deel van het centrum van Kamerik als beschermd dorpsgezicht. Rondom de kerk in Kamerik is sprake van een concentratie van bebouwing en enkele lokale voorzieningen. Aan de zuidzijde van het dorp ligt een bedrijventerrein voor lokale bedrijvigheid. Kanis is te klein om eigen voorzieningen te hebben, daarvoor zijn de bewoners aangewezen op Kamerik of Woerden. 3 Trends en ontwikkelingen 3.1 Inleiding De Omgevingsvisie geeft richting aan de ruimtelijke opgaven tot 2040 waar de gemeente Woerden zich voorgesteld ziet. Deze opgaven komen voort uit trends en ontwikkelingen die vaak niet alleen in Woerden spelen, maar in de hele regio of op nationaal niveau. Om te begrijpen waar de opgaven vandaan komen, wordt in dit hoofdstuk per thema kort de context geschetst: welke trends spelen er en wat betekent dit concreet voor de gemeente Woerden? 3.2 Demografie Er is een grote woningbouwopgave, in heel Nederland. Ook in de gemeente Woerden zal het aantal huishoudens blijven toenemen. Enerzijds door de demografische groei, anderzijds door een verdere afname van het aantal personen per huishouden als gevolg van vergrijzing, de trend om langer zelfstandig thuis te blijven wonen, echtscheidingen en meer alleenstaanden. Bevolkingsgroei is ook nodig voor de gemeente Woerden om voldoende draagvlak te houden voor onze voorzieningen, zoals detailhandel, zorg en onderwijs. Ook de vraag naar het soort woningen verandert. Zo is er bijvoorbeeld steeds meer vraag naar appartementen en levensloopbestendige woningen, eventueel in combinatie met zorg, maar ook naar betaalbare woningen voor starters, nieuwe woonconcepten, bijvoorbeeld kleinschalige woonvormen. Demografische groei en een toename van het aantal huishoudens vraagt niet alleen om méér woningen, maar ook om meer ruimte voor groen, recreatie en voorzieningen. Dicht bij huis, maar ook buiten de kernen groeit de behoefte aan recreatieve voorzieningen, zowel vanuit de eigen inwoners als vanuit de groeiende Utrechtse stedelijke regio. De kwaliteit van het landelijk gebied wordt bovendien steeds breder bekend. Dat zorgt voor meer drukte en veranderend gebruik van ons buitengebied, met meer behoefte aan ruimte voor recreatievoorzieningen. Het gaat daarbij om groene uitloopgebieden en parken met wandel- en fietspaden binnen een straal van circa 5 kilometer om en in de verschillende woongebieden. Daarnaast is sprake van toename van de vraag naar unieke en bijzondere overnachtingslocaties in het Groene Hart en naar georganiseerde sport− en spelvoorzieningen. 3.3 Digitalisering De steeds verdergaande digitalisering heeft effect op allerlei terreinen in de samenleving. COVID-19 heeft ervoor gezorgd dat thuiswerken voor veel mensen een dagelijkse realiteit is geworden. Thuis wordt een plek om te wonen én te werken, werktijden zijn flexibeler en er is meer behoefte aan ontspanning in de directe leefomgeving. Dat heeft gevolgen voor de dynamiek en levendigheid in de wijk en voor de verblijfskwaliteit. Digitalisering heeft ook invloed op het werken. Er is meer behoefte aan flexibele werkplekken. Internetwinkelen blijft groeien in populariteit wat de detailhandel onder druk zet, en daarmee de levendigheid van binnensteden en wijk- en dorpscentra. Bestaande kantoren voldoen vaak niet meer aan de huidige behoeften en duurzaamheidseisen, wat zorgt voor leegstand. Onze mobiliteit verandert ook als gevolg van digitalisering. Online werken en internetwinkelen hebben mogelijk effect op de hoeveelheid en het soort verkeer. Denk bijvoorbeeld ook aan pakketdiensten. Maar er ontstaan door digitalisering ook andere mobiliteitsconcepten zoals deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS). Deelmobiliteit gaat over het delen van een auto, fiets of Licht Elektrische Voertuigen (LEV’s) zoals elektrische (bak) fietsen, elektrische scooters, scootmobielen en elektrische steps, vaak via een app. MaaS is een digitale dienst die het kiezen, plannen en boeken van het beste vervoermiddel per reis makkelijker maakt. Dit leidt op termijn mogelijk tot een lager autobezit. 3.4 Bodemdaling De gemeente Woerden heeft in toenemende mate te maken met bodemdaling. De voornaamste oorzaak van bodemdaling in het grootste deel van het landelijk gebied is oxidatie van veen. Veen oxideert ten gevolge van de ontwatering van de veenbodems. Dit effect is sterker in periodes van droogte, als gevolg van klimaatverandering. De grootte van de bodemdaling ligt veelal tussen de 0,5 en 1 cm per jaar (in de periode 1955-2008). In het bebouwd gebied is zetting door het gewicht van de weg en zwaar verkeer de grootste oorzaak van bodemdaling. Dat heeft een kostenverhogend effect op het beheer van de bovengrondse en ondergrondse infrastructuur. Het omhoog brengen van het grondwaterpeil remt de oxidatie en daarmee de bodemdaling. Dat heeft gevolgen voor agrarische activiteiten, omdat de grond dan te nat wordt om te bewerken, bijvoorbeeld om koeien op te laten grazen. Er zullen nieuwe verdienmodellen nodig zijn voor de landbouwsector, bijvoorbeeld het wijzigen van teelten, energieopwekking, groenblauwe diensten en andere nevenactiviteiten. Daarmee verandert ook het landschap. De landbouwsector is de primaire beheerder van het landschap en is daarmee belangrijk voor het behoud hiervan. Een transitie naar een toekomstbestendige, duurzame en circulaire agrarische sector is nodig om de bodemdaling terug te dringen, maar ook om de biodiversiteit en het dierenwelzijn te verbeteren. 3.5 Gezondheid Onze leefomgeving heeft effect op onze gezondheid en onze kwaliteit van leven. Gezondheid raakt aan veel thema’s. Denk aan zaken als een schone lucht, (verkeers) veiligheid en rust, maar ook aan een gezonde levensstijl, eenzaamheid en inclusie van de samenleving. Daarmee bedoelen we een samenleving waarin iedereen meedoet en iedereen zich thuis voelt. Dan gaat het om woningen voor alle doelgroepen, voldoende voorzieningen op korte afstand en ruimte voor ontmoeting. Wanneer we het hebben over gezondheid, dan hebben we het over de gezondheid van mens en dier. De biodiversiteit staat onder druk. Door oog te hebben voor de natuur en het dierenwelzijn kunnen we de biodiversiteit vergroten en onze leefomgeving natuurinclusief maken. Denk aan het maken van robuuste groenstructuren en ecologische verbindingen, het vergroenen van de woonwijken en het integreren van nestgelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten in onze gebouwen. Een gezonde levensstijl wint aan populariteit. Dit draagt bij aan de toename van de behoefte om te sporten, te bewegen, te spelen en te ontspannen in de buitenruimte. Meer fietsen en wandelen en minder gebruik van de auto is goed voor de verkeersveiligheid en leefbaarheid in de wijken, maar ook voor de natuur en voor de gezondheid. Wanneer we doorgaan op de oude voet, kan bovendien het wegennet het verkeersaanbod simpelweg niet meer aan. Dat vraagt om een mobiliteitstransitie, waarbij niet de auto, maar de mens centraal staat. Woerden leent zich door haar centrale ligging en als compacte stad bij uitstek voor extra inzet op de fiets en het openbaar vervoer. Er wordt een toename verwacht van het aantal treinen op het spoortracé, waarmee de trein voor Woerden nog belangrijker wordt. Wereldwijd neemt de vraag naar grondstoffen toe, terwijl de voorraden afnemen. In een circulaire economie zijn we veel minder afhankelijk van nieuwe grondstoffen. Hergebruik van materialen in nieuwe toepassingen heeft mogelijk positieve gezondheidseffecten op de kwaliteit van bodem, water, lucht en biodiversiteit. Circulariteit kan doorwerken in de uitvoering van alle in deze Omgevingsvisie opgenomen thema’s. 3.6 Klimaatverandering Het klimaat verandert mondiaal onder invloed van menselijk handelen. Dit merken we door meer en langere periodes van droogte en hitte, of juist van regen en zware piekbuien. We zullen hier op moeten reageren, enerzijds door het beperken van onze CO2-uitstoot en anderzijds door onze leefomgeving aan te passen aan het veranderende klimaat. De nationale doelstelling om onze CO2-uitstoot terug te dringen maakt een energietransitie noodzakelijk. Dat betekent dat we onze gebouwen anders moeten verwarmen, koelen en beter isoleren. Ook ons gedrag , vraagt om aanpassing, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit. Het vraagt ons ook om ruimte te maken voor het opwekken van duurzame energie. De energietransitie zal naar verwachting veel impact hebben voor inwoners en bedrijven. Daarnaast zorgt veenoxidatie voor veel CO2-uitstoot, wat kan worden tegengegaan door het waterbeheer in ons buitengebied te veranderen. Maar ook de impact op het landschap zal groot zijn bij een hoger grondwaterpeil en de inpassen van windmolens en zonnepanelen – technieken die overigens constant worden verbeterd. Naast de energietransitie, krijgen we te maken met klimaatadaptatie in onze leefomgeving en openbare ruimte om zo de gevolgen van klimaatverandering beter te kunnen opvangen. Hittestress door hogere temperaturen kan worden tegengegaan door de leefomgeving te vergroenen en meer bomen te planten die zorgen voor schaduw. Meer ruimte voor wateropvang kan wateroverlast bij hevige regenbuien voorkomen en zorgt ervoor dat water wordt vastgehouden dat gebruikt kan worden in perioden van langdurige droogte. 4 Waarden en uitgangspunten 4.1 Inleiding In opmaat naar de Omgevingsvisie heeft de gemeente Woerden het Waardenkader vastgesteld, waarop dit hoofdstuk is gebaseerd. Het Waardenkader beschrijft de kernkwaliteiten van Woerden en waar de gemeente voor staat. Het gaat over de identiteit van de gemeente waarmee Woerden zich op ruimtelijk gebied onderscheidt van andere gemeenten. Het Waardenkader schetst vervolgens de uitgangspunten, waarden en inrichtingsprincipes van de Omgevingsvisie. 4.2 Identiteit Woerden heeft een rijke geschiedenis die nauw verknoopt is met zijn strategische ligging in het landschap, op de oeverwal van de Oude Rijn te midden van het open veen gebied van het Groene Hart. Deze twee landschapstypen bepalen tot op de dag van vandaag de ontwikkeling en identiteit van Woerden, Harmelen, Kamerik, Kanis en Zegveld. Het open polderlandschap en de cultuurhistorische kwaliteiten worden gewaardeerd door inwoners en toeristen. De centrale ligging van Woerden en de uitstekende bereikbaarheid met de auto, per spoor en op de fiets zijn mede bepalend voor de identiteit van Woerden. Naast het groene landschap valt Woerden ook op doordat de stad relatief stedelijk is ten opzichte van de omliggende gemeenten in het Groene Hart. Daarmee voorziet gemeente Woerden in een uniek aanbod van hoogwaardige stedelijke voorzieningen, in combinatie met de ‘menselijke maat’ van de kleinere kernen en de sociale dynamiek die daarbij hoort. Gemeente Woerden kan daarom gezien worden als het scharnierpunt tussen het verstedelijkte gebied in de regio Utrecht en het landelijke gebied in het Groene Hart. Ruimte voor groei en ontwikkeling is belangrijk voor het in stand houden van een levendige, vitale en bereikbare gemeenschap en om een eigen centrumfunctie en identiteit te bewaren in deze verstedelijkte regio. De grootste verstedelijking concentreert zich parallel aan de Oude Rijn en snelweg A
- Alle kernen in de gemeente liggen vrij en hebben daardoor een eigen karakter en identiteit. 4.3 Uitgangspunten 4.3.1 Inleiding Het Waardenkader benoemt een aantal uitgangspunten voor de kwaliteit van de leefomgeving. De vitaliteit, identiteit en de regionale positie van de gemeente Woerden zijn de uitgangspunten waarmee wij rekening houden bij veranderingen in onze leefomgeving. Bij iedere keuze over de toekomst van de gemeente Woerden staan deze drie uitgangspunten centraal, zodat behouden wordt wat wij nu in gemeente Woerden waarderen 4.3.2 Identiteit De toekomstige fysieke leefomgeving past bij de identiteit van de verschillende gebieden en kernen in gemeente Woerden. Met de identiteit bedoelen we het beeld van gemeente Woerden dat inwoners, ondernemers en politiek van de gemeente Woerden samen delen. Het gaat erom samen uit te spreken wie we zijn en wat we belangrijk vinden in onze gemeente. 4.3.3 Vitaliteit De toekomstige leefomgeving draagt bij aan een vitale stad, vitale dorpen en vitale landelijke gebieden, waarin iedereen mee kan doen. Deze leefomgeving is vitaal in sociaal, ecologisch en economisch opzicht. 4.3.4 Regionale centrum positie Gemeente Woerden is geen eiland maar verbonden met de regio. Daarom krijgt de toekomstige leefomgeving van gemeente Woerden vorm in samenhang met de regionale opgaven in het Groene Hart en de regio Utrecht. 4.4 Waarden van Woerden 4.4.1 Waardenkader In het Waardenkader worden, vanuit de identiteit en de uitgangspunten, zeven waarden gedefinieerd die Woerden karakteriseren en dragen. De waarden geven aan wat we met elkaar zó belangrijk vinden voor de toekomstige leefomgeving, dat dit bepalend is voor alles wat we doen in de ruimtelijke leefomgeving. Deze waarden zijn doorslaggevend bij de keuzes op het gebied van landschap en ecologie, wonen, werken, recreatie, mobiliteit en energie. 4.4.2 Sociaal ondernemend We vinden het belangrijk dat iedereen kan meedoen in onze gemeente. Verbondenheid en saamhorigheid zijn zichtbaar in sociale structuren. We kijken daarom niet alleen naar ruimtelijke factoren, maar werken aan een inclusieve leefomgeving voor ons allemaal. Inwoners en ondernemers in de gemeente Woerden zijn ondernemend ingesteld en hechten waarde aan hun eigen verantwoordelijkheid. In Woerden zien we dit als een belangrijke kracht. Wij vinden het belangrijk om de handen uit de mouwen te steken en op die manier verantwoordelijkheid te nemen voor onze gemeenschap. 4.4.3 Vitale en veerkrachtige kernen en wijken De kernen Kamerik, Harmelen en Zegveld hebben ieder een sterke eigen identiteit, zowel in ruimtelijk als in sociaal opzicht. Dit geldt in mindere mate ook voor Woerden en de verschillende wijken die de stad kent. Dat maakt de woon- en leefgemeenschappen veerkrachtig. Warm, energiek en gemoedelijk zijn veelgehoorde woorden, als het gaat over de sfeer binnen onze gemeente. Dit willen we koesteren. Ook het ondernemerschap is een motor achter krachtige initiatieven op zakelijk en sociaal gebied. Veel ondernemers laten zien dat zij erg betrokken zijn bij hun dorp of wijk. Wij vinden het belangrijk dat inwoners zich thuis voelen, gekend worden en zich kunnen identificeren met hun leefomgeving, waar zij wonen, werken, zorgen en recreëren. 4.4.4 Hoogwaardige voorzieningen en centrum voor de regio In de stad Woerden genieten we van een hoogwaardig voorzieningenniveau, zoals winkels, scholen, treinstation, medische en ouderenzorg, theater en festivals en ook een aantrekkelijke binnenstad. Tegelijkertijd is gemeente Woerden onderdeel van de regio Utrecht en maken onze inwoners graag gebruik van de voorzieningen die de stad Utrecht te bieden heeft. Wij vinden het belangrijk dat de gemeente Woerden haar centrumfunctie behoudt en samenwerkt met regionale partners in de regionale opgaven. De vitaliteit van de voorzieningen en de regionale positie worden gewaarborgd door een goede bereikbaarheid en voldoende draagvlak. 4.4.5 Bereikbaarheid De centrale ligging en goede bereikbaarheid zijn van oudsher twee van de krachtigste eigenschappen van de gemeente Woerden. Waar het belang van de waterwegen in de loop van de tijd is afgenomen, is dit overgenomen door het spoor en de snelweg. Bereikbaarheid is essentieel voor de leefbaarheid in kernen en wijken. We vinden het belangrijk dat wij ons snel en gemakkelijk kunnen bewegen in, van en naar Woerden, en dat mobiliteit voor iedereen toegankelijk en veilig is. De fiets speelt daarbij een centrale rol. De huidige ontsluiting van de gemeente voor auto, OV, fiets en te voet willen we versterken, zodat Woerden ook in de toekomst leefbaar en bereikbaar blijft. 4.4.6 Duurzaam en toekomstbestendig Wij vinden het belangrijk dat we zorg dragen voor onze leefomgeving, ook voor onze kinderen. Nieuwe ontwikkelingen zijn toekomstbestendig, zodat Woerden ook op de lange termijn een aantrekkelijke plek is. We leveren onze bijdrage aan de energietransitie. We houden rekening met het water- en bodemsysteem, luchtkwaliteit en ecologie. Onze leefomgeving is bestand tegen klimaatverandering. Ook houden we rekening met lokale gebiedskenmerken, sociaaleconomische factoren en (toekomstig) gebruik. We gebruiken onze ruimte bewust. 4.4.7 Cultuurhistorie De rijke cultuurhistorie van onze gemeente is zichtbaar in de historische binnenstad met zijn vele monumenten en het polderlandschap met de cope-verkaveling. De Limes (die sinds 2021 de status heeft van UNESCO Werelderfgoed) en de Hollandse waterlinie zijn nog steeds zichtbaar in het landschap. Ook met evenementen zoals de Koeiemart wordt de geschiedenis zichtbaar en beleefbaar. Wij vinden de cultuurhistorische waarden in de gemeente Woerden en het omliggende landschap belangrijk voor onze identiteit. Dit erfgoed willen we behouden, benutten en ontwikkelen door oog te hebben voor de instandhouding en bereikbaarheid ervan voor onze inwoners en toeristen. 4.4.8 Landschap van het Groene Hart Het weidse landschap van de gemeente Woerden in het Groene Hart is van grote betekenis voor de identiteit en vitaliteit van de gemeente Woerden. Het landschap is geen statisch gegeven maar een levend systeem dat zich voortdurend aanpast. Tegenwoordig vormt het een bron voor recreatie, toerisme, agrarische activiteit en landschapsbeleving. Ook in de toekomst spelen er nieuwe ontwikkelingen die het gebruik en de beleving van het landelijk gebied zullen veranderen. Denk aan zaken als bodemdaling, de energietransitie, de druk vanuit de stedelijke omgeving om te wonen en te recreëren en de transitie naar een circulaire landbouw. De gemeente Woerden herkent kansen om deze opgaven toekomstbestendig op te lossen. 4.5 Ruimtelijke inrichtingsprincipes 4.5.1 Fundering voor de Omgevingsvisie De uitgangspunten en de ‘Waarden van gemeente Woerden’ zijn de basis voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente. Zij vormen de fundering voor de Omgevingsvisie van gemeente Woerden. Maar bij het maken van ruimtelijke plannen moeten zij nog wel concreet gemaakt worden. Dat doen we met de vier onderstaande ontwerpprincipes, die sturend zijn bij het ontwerpen van ruimtelijke plannen. 4.5.2 Meervoudig ruimtegebruik De ruimte is schaars. Daarom wordt de beschikbare ruimte nooit gebruikt voor het toevoegen van één enkele waarde. Het is bijvoorbeeld niet voldoende om een gebied alleen economisch te ontwikkelen. Meervoudig ruimtegebruik gaat uit van het benutten van de ruimte voor meerdere functies in de boven- en ondergrond tegelijkertijd, zodat er een combinatie plaatsvindt van bijvoorbeeld landschap, watersysteem, werken, energie en mobiliteit. Hierbij houden we rekening met zowel de ondergrond als de lucht. 4.5.3 Flexibiliteit Flexibiliteit in gebruik en in functie moet mogelijk zijn. Nieuwe technologie voor mobiliteit, verstedelijking en landelijk gebied bieden nieuwe mogelijkheden en leveren ook nieuwe vragen op. Het is daarom van belang om ontwikkelingen te zien als tijdelijk en rekening te houden met de toekomstige opgaven voor een gebied. Dat maakt keuzes in de toekomst makkelijker. 4.5.4 Gebiedsgericht en met menselijke maat Hoe we een gebied inrichten, moet passen bij de identiteit, de kenmerken en de kwaliteiten van dat gebied. Ook moet het aansluiten bij de plaatselijke gebiedskenmerken en behoeftes en leefwereld van de inwoners. Dit draagt bij aan de vitaliteit van het gebied. 4.5.5 Gezonde leefomgeving Gezondheid van mens en natuur staat centraal in de bebouwde omgeving. We zorgen voor een gezonde kwaliteit van de leefomgeving. Ook moet de omgeving uitnodigen om te bewegen, elkaar te ontmoeten en het groen te beleven. 5 Visie op hoofdlijnen 5.1 Inleiding Nu we weten waar we staan en wat er op ons af komt, en nu we de waarden hebben benoemd die onze identiteit vormen, kunnen we bepalen waar we naar toe willen in de toekomst. Dit doen we door een ontwikkelperspectief op hoofdlijnen te schetsen voor onze leefomgeving. We geven een doorkijk op de langere termijn, tot 2040, en laten zien hoe de verschillende thema’s met elkaar samenhangen en wat daarbij de ambities van de gemeente Woerden zijn. 5.2 Waar willen we naar toe? De kernambitie is om een vitale, duurzame, sociaal-inclusieve en veilige leefomgeving te borgen en te ontwikkelen, met als ankerpunt haar eigen identiteit binnen de regio. Met deze kernambitie bevorderen we een toekomstbestendige samenleving en leefomgeving in Woerden. De uitgangspunten en waarden zoals toegelicht in hoofdstuk 4 zijn hierbij richtinggevend. De visie op hoofdlijnen wordt verwoord in vier verhaallijnen. Deze verhaallijnen zijn hierna verder uitgewerkt en geconcretiseerd, geschreven vanuit het perspectief van de (verre) toekomst, zodat een levendig beeld ontstaat van de toekomstige leefomgeving in de gemeente Woerden. Visie op hoofdlijnen Gemeente Woerden 5.3 Beheerste groei en transformatie, omwille van onze vitaliteit 5.3.1 Woerden in 2040 De gemeente Woerden is in 2040 gedoseerd gegroeid en is daardoor nog altijd een vitale stad in de regio. Er wordt duurzaam gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Woerden gaat niet voor ongebreidelde groei van wonen en werken. We richten ons dus niet op het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid en de daarbij behorende groei van de (werkende) bevolking. Wel willen we dat het bestaande bedrijfsleven ruimte krijgt om door te ontwikkelen. Daarmee draagt Woerden tevens bij aan de opgaven in de Utrechtse regio. Daarvoor is wel ruimte nodig voor een beheerste groei van wonen, werken en infrastructuur. Woerden groeit geleidelijk in de richting van 60.000 inwoners. De binnenstad van Woerden is levendig, met een compact winkelgebied, horeca, een toegenomen woonfunctie, en diverse culturele voorzieningen, sommige met een regionale aantrekkingskracht. De eigen identiteit van de verschillende wijken, kernen en gebieden is zichtbaar en beleefbaar. De historische, culturele, sociale, natuurlijke en landschappelijke kwaliteiten zijn gewaarborgd bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Dat doen we door duurzame keuzes te maken volgens onze ruimtelijke inrichtingsprincipes (zie hoofdstuk 4). Om onze gemeente vitaal te houden voegen we woningen en werklocaties toe, waarmee onze inwoners, ondernemers en werknemers worden gehuisvest op een manier die aansluit bij de diverse woonbehoeften. Hiermee spelen we in op de ontwikkelingen in de regio. De woningen zijn gesitueerd in een leefomgeving die de kwaliteiten en waarden van Woerden, Harmelen, Kamerik en Zegveld benadrukken en versterken. Bij groei van het aantal inwoners en het bouwen van nieuwe woningen hoort ook een evenredige groei in het aantal arbeidsplaatsen, voorzieningen en een groeiend oppervlak aan recreatief groen en natuur in het buitengebied, wat bijdraagt aan duurzaamheid en gezondheid voor mens en dier. 5.3.2 Woningbouwlocaties In de stad Woerden zijn er voor nieuwe woongebieden voldoende locaties beschikbaar in binnenstedelijk gebied. Dit past ook bij de reeds eerder in gang gezette koers om te bouwen in binnenstedelijke gebieden. In de kernen Harmelen, Zegveld en Kamerik zal er in de toekomst ook aan de randen van de dorpen worden gebouwd. Hiervoor zijn een aantal zoeklocaties in beeld die in hoofdstuk 6 nader zullen worden toegelicht. In Woerden kiezen we ervoor om te bouwen in hoge dichtheid, met name rond het stationsgebied. De reden hiervoor is tweeledig. Ten eerste is het daardoor niet nodig om polders op te offeren voor wonen in het zeer waardevolle landschap van het Groene Hart. Ten tweede is het logisch om te verdichten rond een OV-knooppunt. Woningen bouwen rond het station resulteert in meer gebruik van het openbaar vervoer en minder autogebruik. De uitdaging bij het bouwen in hoge dichtheid is om de “Woerdense maat”, zoals onder anderen beschreven in de visie voor het stationsgebied, te behouden. Het gebied moet dus echt onderdeel uit gaan maken van de identiteit van de stad. 5.3.3 Nabijheid van werken Door de nabijheid van wonen en werken vindt onze groeiende beroepsbevolking werkgelegenheid in de buurt en houden we het woon-werkverkeer zo beperkt mogelijk. Binnenstedelijke revitalisering van bestaande verouderde bedrijventerreinen naar gemengde buurten zorgt voor afwisselende werkmilieus. Bedrijven die niet passen in een gemengd woon-werkmilieu zijn uit de stad en uit de linten verplaatst naar bedrijventerreinen waar bedrijven worden geclusterd op goed ontsloten plekken. Voor uitbreiding wordt er tot 2030 gebruik gemaakt van locaties die beschikbaar zijn vanuit de schuifruimte. Voor de periode 2030 tot 2040 denken wij ongeveer 20 hectare aan additioneel bedrijventerrein nodig te hebben, maar brengen deze opgave nog nader in beeld. Daarbij is tevens rekening gehouden met eventuele effecten van mogelijke binnenstedelijke transformatie van bedrijventerreinen naar gemengde woon-en werkgebieden. Binnen de kern van Woerden bevinden zich nog enkele kleine bedrijfsterreinen, die geherstructureerd kunnen worden tot woongebied. Dit komt na 2030 aan de orde, als de Schuifruimtelocaties Putkop en de Burgemeester van Zwietenweg geheel zijn uitgegeven. 5.3.4 Binnenstad als ontmoetingsplek De binnenstad van Woerden vormt het hart van onze gemeente. Als centrale ontmoetingsplek, voor inwoners, bezoekers uit de regio en als belangrijke drager van winkels, horeca en voorzieningen. De binnenstad blijft vitaal door het winkelgebied compact te houden met aantrekkelijke voorzieningen, kunst en cultuurvoorzieningen en horeca. Ook wordt het ruimtegebruik afwisselender door meer ruimte te creëren voor wonen en kleine kantoorfuncties in de binnenstad. De bereikbaarheid van de binnenstad blijft op peil door goede openbaar vervoersverbindingen en fietsvoorzieningen. Een autoluwe binnenstad is het uitgangspunt. 5.4 Goede bereikbaarheid en verbondenheid met de regio, voor een betere leefkwaliteit 5.4.1 Goede bereikbaarheid Beheerste groei en transformatie gaan gepaard met het borgen van bereikbaarheid en het voorkomen van opstoppingen door autoverkeer. Enerzijds door het stimuleren van fietsen, wandelen, openbaar vervoer en gedragsverandering. Anderzijds door het aanpassen van de weginfrastructuur voor autoverkeer. De centrale ligging en goede bereikbaarheid zijn van oudsher twee van de krachtigste eigenschappen van de gemeente Woerden. Met de auto, maar zeker ook met het openbaar vervoer, met de fiets of lopend zijn de kernen en het landschap uitstekend ontsloten en toegankelijk voor iedereen. Zo versterken we de strategische ligging van Woerden in de regio. In 2040 is er meer ruimte voor de fiets en wandelaars. Het omleiden van autoverkeer en gebruik van openbaar vervoer heeft geleid tot een vermindering van de congestie op de wegen. Tegelijkertijd is de leefbaarheid in de wijken en kernen verbeterd. Voor kleine afstanden kiezen mensen vaker voor de fiets of gaan met het openbaar vervoer. De Poort van Woerden zorgt voor een optimale aansluiting tussen fietsverkeer en OV. Ook de binnenstad is hiermee goed ontsloten, wat bijdraagt aan levendigheid en het voorzieningenniveau. De snelfietsroutes naar Utrecht en naar Gouda bieden een gezond alternatief voor woon werkverkeer met de auto. De fiets- en wandelroutes worden geaccentueerd door ze te flankeren met bloemenstroken: vlinderlinten. Dat bevordert de biodiversiteit, maar maakt ook mensen gelukkig wanneer zij er gebruik van maken. Bovendien vergroot dit het imago van Woerden als parel in het Groene Hart. 5.4.2 Meer ruimte voor groen, spelen en ontmoeten Daarnaast heeft het stimuleren van deelmobiliteit en nieuw parkeerbeleid ervoor gezorgd dat het autogebruik en –bezit is afgenomen, wat de kwaliteit van de leefomgeving enorm heeft verbeterd. Er is meer plek voor groen, spelen en ontmoeten. Kinderen kunnen veilig op straat spelen. Mensen gaan graag naar buiten voor een wandeling door de groene buurt, waar ze hun buurtgenoten ontmoeten. 5.4.3 Randwegenstructuur Tegelijkertijd blijft de gemeente goed ontsloten via de weg. Een goede randwegenstructuur zorgt ervoor dat het doorgaand autoverkeer om de stad heen wordt geleid en dat mensen worden gestimuleerd om met andere vervoersmiddelen de stad in te gaan. De aanleg van een oostelijke randweg, waar eerst nog nader onderzoek voor nodig is qua tracé en capaciteit (zie ook hoofdstuk 6 en 7), zorgt voor ontlasting van het wegennet binnen de stad en het centrumgebied. Voor de aanleg van een westelijke randweg is een reservering gemaakt, om deze na 2030 verder te onderzoeken. De binnenstad wordt bevoorraad met klein en schoon vervoer vanaf centrale, goed bereikbare locaties buiten of aan de rand van de stad. 5.5 Kernrandzones Kernrandzones zijn de overgangsgebieden tussen stad en land, aangrenzend aan de kern. Door deze gebieden wil de gemeente de woonomgeving en het omliggende landschap beter met elkaar verbinden en de ruimtelijke kwaliteit verbeteren. Er is plek voor allerlei groene en recreatieve functies; voor zowel intensieve als meer extensieve recreatie en voor natuur. Denk aan ommetjes nabij de woonomgeving of langere wandelingen vanuit de stadsranden, maar ook aan ruimte voor natuur, (natuurlijk) spelen, aantrekkelijke rustplekken en een daghoreca-uitgiftepunt. De kernrandzones staan niet op zichzelf, maar sluiten aan op de hoofdgroenstructuren en recreatieve structuren, zodat de zones vanzelfsprekend worden opgenomen in haar omgeving en er goede en robuuste ecologische en recreatieve verbindingen worden gemaakt. De kernrandzone vormt zo een belangrijke schakel tussen stad en landschap. We koesteren de hoofdgroenstructuren in de wijken en kernen, die de leefomgeving ecologisch en recreatief verbinden met het landschap. Het vergroenen van de leefomgeving, zoals beschreven in het thema ‘wonen’ (hoofdstuk 7), wordt gebruikt om de hoofdgroenstructuren te versterken, robuuster te maken en knelpunten weg te nemen. Woningbouw kan in beperkte mate (bijvoorbeeld een enkele vrije kavel) een bijdrage leveren aan de kwaliteitsverbetering. In de kernrandzones versterken we de aanwezige cultuurhistorische waarden. Bestaande kwalitatief hoogwaardige overgangen kern-buitengebied blijven behouden. Met het instrument van de kernrandzones streven we naar een betere toegankelijkheid en beleefbaarheid van groen en landschap in de stedelijke omgeving. 5.6 Een duurzaam, vitaal en toegankelijk landschap 5.6.1 Karakteristiek veenweidelandschap Het karakteristieke veenweidelandschap maakt sinds jaar en dag onderdeel uit van onze identiteit en biedt volop mogelijkheden voor wandelen, fietsen, landschaps- en natuurbeleving. Ter vergroting van de kwaliteit van onze leefomgeving zien we kansen in het verbeteren van de verbinding en relatie tussen de woongebieden en het omliggende landschap van het Groene Hart. In de overgangsgebieden tussen stedelijk gebied en het landschap zijn daarom kernrandzones ingericht, waarbij het landschap en zijn cultuurhistorie beter toegankelijk zijn voor inwoners. Op zorgvuldige wijze kan wonen (enkele kavels), werken (bijvoorbeeld stadslandbouw) en recreëren toegevoegd worden in deze kernrandzones. De mogelijkheden per kernrandzone worden nader uitgewerkt op basis van de concrete en unieke eigenschappen, kansen en dillema’s in ieder gebied. In hoofdstuk 6 en 7 worden de gebieden én thema’s in de kernrandzones nader beschreven. In hoofdstuk 8 is te lezen hoe het proces voor deze uitwerking eruit ziet. Woerden is trots op haar groene kwaliteiten en functie als poort naar het Groene Hart, als tegenwicht voor de verstedelijking in de metropoolregio Utrecht. Onze landschappen, het dynamische landschap van de oeverwallen en het trage landschap van het veenweidegebied van het Groene Hart, zijn duurzaam, vitaal en toegankelijk voor onze inwoners en recreanten. 5.6.2 Groene scheg als stedelijk uitloopgebied Naast het benutten van de ruimtelijke kwaliteiten in de kernrandzones, zien we daarom ook het belang van een groter stedelijk uitloopgebied tussen de verschillende stedelijke gebieden van Woerden, Harmelen en ook Utrecht. We willen daarmee de eigen identiteit van de kernen benadrukken en waarborgen. Maar ook om ‘harde’, ‘versteende’ dorps- en stadsranden te verzachten door ze in te pakken in groen. In deze groene scheg tussen het gebied Haarzuilens tot aan de Lange Linschoten, zijn kansen voor het (beter) verbinden van natuur- en recreatiegebieden, ingebed in het groene landschap waar landbouw, landschap en natuur elkaar afwisselen. Ook kunnen enkele klimaatbosjes naar het voorbeeld van het Bosje van Barten in deze landschapszone worden ontwikkeld. Voor het beheer worden nadrukkelijk (lokale) initiatieven uitgenodigd en gestimuleerd. 5.6.3 Groene assen Binnen dit grotere stedelijke uitloopgebied zorgen groene assen tevens voor het verbinden van groene zones binnen het stedelijke gebied onderling en verbinden tevens de woongebieden en het stedelijke groen met het buitenge bied. Zo ontstaan mogelijkheden voor wandel- en fietsroutes en ecologische verbindingen. In hoofdstuk 6 en 7 worden deze groene- en groen-blauwe verbindingen nader toegelicht. Kernrandzones vormen eveneens een manier om stad en ommeland beter met elkaar te verbinden en kunnen een rol spelen in het ‘inbedden’ en realiseren van de groene assen en de verbindingen met het grotere stedelijke uitloopgebied. De beleefbaarheid, toegankelijkheid en verblijfskwaliteit van het landschap is in 2040 op deze manier versterkt om tegemoet te komen aan de groeiende behoefte aan recreatie. 5.6.4 Regionale processen Bij het streven naar een duurzaam, vitaal, veilig en gezond buitengebied spelen de energietransitie, transitie van de landbouw in combinatie met bodemdaling een cruciale rol. Dit geldt ook voor het in stand houden van bescherm de natuurgebieden en cultuurlandschappen. De gemeente sluit daarom aan op regionale overleggen en lokale processen met agrariërs, andere belanghebbenden en andere overheden (gemeenten, provincie, Rijk en waterschap), om deze processen te ondersteunen. In hoofdstuk 6, 7 en 8 wordt dit nader gelicht. 5.7 Een gebiedsgerichte benadering voor duurzame, veilige, gezonde en sociaal-inclusieve wijken 5.7.1 Maatwerk Elk dorp en iedere wijk binnen onze gemeente heeft haar eigen kwaliteiten en kenmerken. Zo spreken we diverse doelgroepen aan met een aantrekkelijke leefomgeving. Er vergt maatwerk om toekomstbestendige keuzes te maken voor het type woningen, passende voorzieningen, een gezonde en veilige openbare ruimte, bereikbaarheid en aanpassingen voor schone energie en warmtebronnen. 5.7.2 Gebiedsgerichte benadering Dit maatwerk borgen we door te kiezen voor een gebiedsgerichte benadering. Zo spelen we in op de verschillen en unieke kenmerken van gebieden, zoals de Woerdense binnenstad, het dorpse karakter van de kleine kernen en de verschillende leefstijlen in de wijken. Woerden is ook in de toekomst een gemeente waar iedereen zich thuis kan voelen. Sport, cultuur en erfgoed bieden bewegings-, ontspannings- en ontmoetingsmogelijkheden. Dit geldt ook voor de voorzieningen in de openbare ruimte. Onze openbare ruimte en ook de voorzieningen zijn tevens een belangrijke drager voor een gezonde en sociaal-inclusieve leefstijl van onze inwoners en werknemers. 5.7.3 Duurzaam, veilig en gezond Het is ook gezond en veilig leven in de wijken en kernen van de gemeente Woerden met een goede lucht-, water- en bodemkwaliteit en een beperkte geluid- en geurhinder rond infrastructuur en bedrijfsactiviteiten. Door aan te sluiten op lokale mogelijkheden en beperkingen bevorderen we een duurzamere manier van gebruik van onze natuurlijke systemen en een veilige, gezonde omgeving. De inrichting en gebruik van onze openbare ruimte in de stedelijke gebieden vraagt om aanpassing als gevolg van wateroverlast en hittestress. We zijn toegerust op het veranderende klimaat door onze groene en schaduwrijke buurten zodat hittestress wordt voorkomen en water wordt vastgehouden in de bodem. De biodiversiteit is toegenomen dankzij het toegenomen groen en de verbindingen daartussen (zie ook vorige paragraaf). 5.7.4 Energie- en klimaatneutraal Woerden is in 2050 energie- en klimaatneutraal. Zoveel mogelijk bestaande en nieuwe daken zijn voorzien van zonnepanelen. Dit geldt ook voor de geluidsschermen langs de A
- Zonnevelden en windmolens zijn zorgvuldig ingepast in het landschap en dragen waar mogelijk ook bij aan andere doelen. De warmtetransitie zet het energie neutraal maken van de bestaande bebouwing in gang. Voor de visie op hoofdlijnen wordt tevens verwezen naar de kaart. In het volgende hoofdstuk Gebieden is de visie op hoofdlijnen nader uitgewerkt in een aantal deelgebieden. 6 Gebieden 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de visie op hoofdlijnen voor een aantal gebieden binnen de gemeente Woerden nader uitgewerkt en toegelicht. In deze gebieden komt een aantal opgaven en ontwikkelingen samen. Voor ieder gebied is een samenhangende visie wenselijk, waarin dilemma's kansen en knelpunten in samenhang met elkaar zijn gebracht en afgewogen tot een integrale ruimtelijke visie op het gebied. Het gaat om de volgende gebieden: Poort van Woerden, gelegen in en rond het stationsgebied van Woerden De Groene Brug, gelegen tussen Woerden en Harmelen Achtertuin van Harmelen, gelegen tussen Harmelen en Utrecht Het Venster, ten westen van Woerden Het Goud van Woerden Deze gebieden zijn aangeduid op bijgaande kaart. Gebieden Omgevingsvisie Gemeente Woerden 6.2 Poort van Woerden 6.2.1 Beschrijving De Poort van Woerden is de zone langs het spoor bij het centraal station, met groen/recreatieve uitlopers naar landgoed Bredius. Het station en zijn omgeving krijgen een kwaliteitsimpuls, waardoor het spoor geen barrière meer vormt in de stad maar een verbindend element, met fiets- en voetgangersverbindingen over het spoor. In de Stedenbouwkundige visie Stationsgebied Woerden
(2021)is de ambitie verwoord. Het gebied vormt zowel een poort naar Woerden als naar het Groene Hart. Poort van Woerden Gemeente Woerden 6.2.2 Opgaven In dit gebied liggen een aantal opgaven: Onderzoek naar de relatie tussen een nieuwe oostelijke randweg en de verkeersafwikkeling bij het stationsgebied, de binnenstad en de Polanertunnel (knip Polanertunnel) Verdichting en intensivering van het gebied rondom het spoor naar gemengd wonen en werken Verbinding van de groene as in stedelijk gebied, ook naar het stedelijk uitloopgebied in het buitengebied, de groene scheg De aanleg van een (snel)fietspad tussen Woerden, Harmelen en Utrecht 6.2.3 Gemengd stedelijk gebied Parallel aan het spoor komt een (snel)fietsroute richting Harmelen en Utrecht. De gebieden aan weerszijden van het spoor worden geïntensiveerd en verdicht naar een gemengd stedelijk gebied waar wonen, werken en voorzieningen samenkomen. Het centrummilieu wordt zo als het ware over het spoor doorgetrokken. Snellerpoort wordt ontwikkeld als schakel tussen het stationsgebied en Snel en Polanen. 6.2.4 Randweg Door woningbouw in de Poort van Woerden zal de capaciteit van de wegen in Woerden-oost ontoereikend worden. Daarom is er voor een vlotte verkeersafwikkeling het omleiden van het autoverkeer via een oostelijke randweg wenselijk. In samenhang met de visieontwikkeling op het stationsgebied wordt nader onderzocht waar en hoe het tracé van deze nieuwe randweg kan worden gerealiseerd. Gezien de huidige en te verwachten toekomstige verkeersdruk op het gebied is het streven om de randweg vóór 2030 te kunnen realiseren. 6.2.5 Groene Hart De Poort van Woerden is ook een poort naar het Groene Hart. Met een blauwgroene verbinding onder het spoor door langs de Linschoten ontstaat een landschappelijke ‘ader’ via landgoed Bredius tot Landgoed Linschoten. Deze ader vormt een belangrijke ecologische verbinding dwars door Woerden heen, maar ook een fiets- en voetgangersverbinding zodat het Groene Hart vanaf het station snel en direct bereikbaar is. De nog open landschappen van de polder Cromwijck ten noorden van de A12 krijgen en parkachtige invulling. Deze gebieden zijn grotendeels in bezit van Landgoed Linschoten. Met het toevoegen van wandel- en fietspaden wordt dit gebied toegankelijker gemaakt als uitloopgebied vanuit de stad. 6.2.6 Verdere uitwerking Voor al deze ontwikkelingen geldt er nog dat nader onderzoek, ontwerp, participatie met belanghebbenden en regionale afstemming nodig is voor de concretisering en onderbouwing van deze opgaven op zichzelf en de vertaling naar keuzes en gebied gebiedsontwikkelingen in onderlinge samenhang. Dit traject verloopt grotendeels via -of in samenhang met- het project “Stationsgebied” en de kaders en uitgangspunten die hiervoor al zijn vastgesteld. 6.3 De Groene Brug 6.3.1 Beschrijving Het landschap tussen Woerden en Harmelen wordt ontwikkeld tot een duurzaam groengebied met een combinatie van landbouw, natuur en recreatie, dat Woerden en Harmelen ruimtelijk van elkaar gescheiden houdt, maar recreatief met elkaar verbindt. De Oude Rijn en de linten erlangs verbinden Woerden en Harmelen sinds eeuwen met elkaar en vormen de noordelijke en oostelijke begrenzing van het gebied. Aan de zuidzijde wordt de Groene Brug begrensd door de A
- Aan de westzijde vormt de Cattenbroekerplas de begrenzing. De Groene Brug Gemeente Woerden 6.3.2 Opgaven In dit gebied liggen een aantal opgaven: Onderzoek naar tracé voor de aanleg van een oostelijke randweg De aanleg van een (snel)fietspad tussen Woerden en Utrecht De verdere ontwikkeling van de Cattenbroekerplas als recreatief knooppunt Onderdeel van de Groene Scheg (natuur- en recreatieverbinding en stedelijk uitloopgebied) tussen de Cattenbroekerplas en Haarzuilens versterken De ontwikkeling van de kernrandzone rond Woerden en Harmelen De mogelijke ontwikkeling van een nieuw woongebied voor Harmelen Het versterken van de groen/recreatieve structuur ten noorden van Geestdorp in combinatie met bos (meer lommerrijk) 6.3.3 Oostelijke randweg Het bereikbaar houden van Woerden, waar veel woningen worden gebouwd, terwijl wijken en de binnenstad autoluw worden gemaakt vraagt om een investering in een oostelijke randweg. De oostelijke randweg zal zodanig worden ingepast in het landschap dat een barrièrewerking van de weg wordt voorkomen. Ook een (snel)fietsverbinding tussen Woerden en Utrecht wordt uitgewerkt. 6.3.4 Groene zone Aan de zuidzijde van het gebied wordt de Cattenbroekerplas ontwikkeld tot een recreatief knooppunt met een groene zone aan de A12 zijde, waarin ruimte is voor recreatieve functies. Aan de noordzijde krijgen de Oude Rijn en de oude linten erlangs een kwaliteitsimpuls door meer ruimte te bieden voor recreatieve voorzieningen, verbrede landbouw en het accent op langzaam verkeer. Daarnaast vormen de kernrandzones een verbindende schakel tussen de kernen en het landschap van De Groene Brug. Het opentussengebied blijft behouden als landelijk gebied, waar landbouw wordt gecombineerd met nieuw bos, waterberging, natuur en recreatie. Langs de rand van de A12 is er in samenwerking met Rijkswaterstaat duurzame energieopwek mogelijk. Van oudsher was deze zone meer lommerrijk. Extra groen achter de bestaande erven – de zogenaamde “groene staarten” – versterkt het oorspronkelijke, lommerrijke karakter van de Oude Rijnzone. In aanvulling daarop is er ten noorden van de Oude Rijn, bij Geestdorp, ruimte voor transformatie naar een landgoederenzone met bos, recreatie, en enkele zorgvuldig ingepaste woningkavels. Dit versterkt de verbinding en recreatieve mogelijkheden tussen landgoed Bredius en het groene Hart en maakt onderdeel uit van de Groene Scheg tussen Haarzuilens en Landgoed Linschoten. 6.3.5 Verdere uitwerking Voor al deze ontwikkelingen geldt er nog dat nader onderzoek, ontwerp, participatie met belanghebbenden en regionale afstemming nodig is voor de concretisering en onderbouwing van deze opgaven op zichzelf en de vertalling naar keuzes en gebiedsontwikkelingen in onderlinge samenhang. 6.4 Achtertuin van Harmelen 6.4.1 Beschrijving De achtertuin van Harmelen is het gebied aan de noord- en oostkant van Harmelen, begrensd door de A12 aan de zuidzijde, het spoor aan de noordzijde en Vleuten aan de oostzijde. Het is een groen en landelijk gebied dat de scheiding tussen de stad Utrecht en Harmelen markeert. In het gebied bevindt zich het glastuinbouwgebied de Harmelerwaard. Achtertuin van Harmelen Gemeente Woerden 6.4.2 Opgaven In dit gebied liggen een aantal opgaven: Kernrandzones rond Harmelen Woningbouw voor Harmelen Ontwikkeling van de Groene Scheg voor de verbinding van natuur, landschap en recreatiemogelijkheden toekomstvraagstuk glastuinbouwgebied Harmelerwaard, inclusief de ontsluiting. 6.4.3 Verkenning van transformatie Het landschap tussen Harmelen en Vleuten kent een hoofdzakelijk agrarisch gebruik, met de glastuinbouw van de Harmelerwaard. Maar ook landschap en recreatie zijn belangrijke functies in dit gebied. De glastuinbouw in de Harmelerwaard staat onder druk. Via een gebiedsproces zal worden onderzocht of er kansen zijn voor transformatie naar wonen, werken, recreatie en/ of natuurontwikkeling. De omgang met de auto-ontsluiting van het gebied, de mogelijk nog aan te leggen brug over de Leidsche Rijn, is onderdeel van dit onderzoek. In het participatieproces voor deze Omgevingsvisie zijn eerste ideeën opgehaald voor een mogelijke alternatieve ontwikkeling van het gebied, variërend van wonen, bedrijvigheid, landschap, extensief stedelijk uitloopgebied tot recreatie, deze laatste drie functies ook voor het grotere omliggende gebied. Samen met de provincie hebben we het initiatief genomen om rond 2022 een gebiedsproces te starten dat alle opgaven en belangen onderzoekt en afweegt voor de ontwikkeling van dit gebied. 6.4.4 Verbinding tussen dorp en landschap De kernrandzone die is voorzien rondom Harmelen zorgt voor een goede verbinding tussen dorp en landschap, met ruimte voor wandel- en fietspaden, natuur en recreatie. In de kernrandzone wordt de bestaande kwaliteit van het landschap rond Harmelen, met onder andere het Vijverbos, versterkt. Aan de noordzijde maakt de kernrandzone deel uit van de regionale Groene Scheg tussen landgoed Bredius en Haarzuilens. In dit gebied wordt naast ruimte voor landschap, recreatie en natuur ook ruimte gezocht voor nieuwe woongebieden, te realiseren voor de periode 2030-
- In het participatieproces bij deze Omgevingsvisie zijn verschillende gebieden besproken die hiervoor in aanmerking zouden kunnen komen. Op de kaart bij hoofdstuk 7, paragraaf 7.2, zijn deze locaties weergegeven. 6.4.5 Uitwerking Voor al deze ontwikkelingen geldt er nog dat nader onderzoek, ontwerp, participatie met belanghebbenden en regionale afstemming nodig is voor de concretisering en onderbouwing van deze opgaven op zichzelf en de vertaling naar keuzes en gebied gebiedsontwikkelingen in onderlinge samenhang. 6.5 Het Venster 6.5.1 Beschrijving Dit gebied ligt aan de westzijde van de gemeente Woerden, ingeklemd door de wijken Barwoutswaarder en Molenvliet aan de oostzijde, de Oude Rijn met de linten erlangs aan de noordzijde en de snelweg en het spoor aan de zuidzijde. Het gebied wordt aangeduid als Het Venster, aangezien dit gebied met open zicht de laatste van rede lijk formaat is tussen het noordelijk en zuidelijk deel van het Groene Hart (voormalig icoonproject van het Rijk). De gemeente Woerden wil deze (zicht)verbinding behouden en waar mogelijk versterken. Het Venster Gemeente Woerden 6.5.2 Opgaven In dit gebied liggen de volgende opgaven: Ontwikkeling kernrandzone langs Molenvliet en Barwoutwaarder nieuwe fietsverbinding nieuwe wandelverbinding reservering voor mogelijkheid westelijke randweg opwek duurzame zonne-energie 6.5.3 Kernrandzone Molenvliet en Barwoutswaarder De te ontwikkelen kernrandzone langs Molenvliet en Barwoutswaarder vormt een groen en recreatief uitloopgebied vanuit Molenvliet het landschap in. Het versterkt de relatie tussen stad en landschap en verbetert het aangezicht van de stadsrand. 6.5.4 Fiets- en wandelverbindingen en toekomstige infrastructuur Westelijk van de kernrandzone wordt een nieuwe noord zuid gerichte fietsverbinding gemaakt ter uitbreiding van het regionale fietsnetwerk. In oost-westrichting is een wandelverbinding richting Bodegraven en Gouda mogelijk. In dit gebied is voor 2040 geen woningbouw nodig. Omdat met de Rembrandtbrug de wegcapaciteit voor het autoverkeer voldoende is, is een westelijke randweg voor alsnog niet in beeld voor
- Er wordt wel rekening gehouden met de mogelijkheid van een westelijke randweg, vanaf de Hollandbaan tot de A12 parallelweg, mocht dat in de toekomst noodzakelijk zijn voor de bereikbaarheid van Woerden. Omdat met de Rembrandtbrug de wegcapaciteit voor het autoverkeer voldoende is, is de westelijke randweg vooralsnog niet nodig. Zoals elders omschreven heeft de ontsluiting aan de oostkant van Woerden nu hogere prioriteit. 6.5.5 Kwaliteitsimpuls De Oude Rijn en de linten erlangs krijgen een kwaliteitsimpuls, door meer ruimte te bieden voor recreatieve voorzieningen en verbrede landbouw en het accent te leggen op langzaam verkeer. Daarnaast wordt ingezet op “groene staarten” achter bestaande erven, net als bij de Groene Brug tussen Woerden en Harmelen. 6.5.6 Grootschalige energieopwek Dit gebied is bovendien een zoekgebied voor grootschalige zonne-energie. Er kan daarbij worden nagedacht over mooie combinaties tussen recreatie, fietspaden en energielandschap. Kansrijke locaties liggen langs de bestaande infrastructuur (A12, parallelweg, spoorweg). 6.5.7 Uitwerking Voor al deze ontwikkelingen geldt er nog dat nader onderzoek, ontwerp, participatie met belanghebbenden en regionale afstemming nodig is voor de concretisering en onderbouwing van deze opgaven op zichzelf en de vertaling naar keuzes en gebied gebiedsontwikkelingen in onderlinge samenhang. 6.6 Het Goud van Woerden 6.6.1 Beschrijving Het open veenweidelandschap ten noorden van de Oude Rijn, onderdeel van het nationale landschap het Groene Hart en NOVI gebied, is het ‘Goud van Woerden’. Rust, ruimte, agrarisch gebruik, cultuurhistorie en natuur staan hier centraal. Het gebied is cultuurhistorisch een van hoogst gewaardeerde gebieden van het Groene Hart. De agrarische sector is de primaire beheerder van het landschap. De gemeente wil dit waardevolle landschap behouden, toekomstbestendig maken en beter ontsluiten voor recreatieve doeleinden, zodat het landschap beter beleefbaar wordt. Het Goud van Woerden Gemeente Woerden 6.6.2 Opgaven In dit gebied komen de volgende opgaven samen: Natuur, landschap en recreatiemogelijkheden Bodemdaling Duurzaam waterbeheer Transitie landbouw Energieopwek 6.6.3 Toekomstbestendig landschap De gemeente hecht belang aan het tegengaan van bodemdaling om de CO2-uitstoot te beperken, en tegelijkertijd aan de transitie naar een circulaire landbouw om de agrarische sector toekomstbestendig te maken als hernieuwde drager van het landschap. Het terugdringen van de stikstofuitstoot, met name in nabijheid van Natura 2000 gebieden zoals de Meije graslanden bij de Nieuwkoopse Plassen, is ook een belangrijke opgave. Daarnaast wil de gemeente de biodiversiteit van het landschap versterken. Hierin volgen wij het door de provincie vastgestelde beleid, waaronder het weidevogel- en groene contourbeleid. 6.6.4 Ontsluiting en recreatieve ontwikkeling van het landschap De ontsluiting van het landschap ten behoeve van recreatie wordt verbeterd met de ontwikkeling van de kernrandzone aan de noordrand Woerden als uitloopgebied. De kernrandzone bevordert de beleving en ontsluiting van het landschap voor fietsers, wandelaars en andere recreanten. Er is ruimte voor ondernemers met kleinschalige recreatieve functies. Daarnaast wordt het netwerk van fiets- en wandelpaden uitgebreid. De linten krijgen als recreatieve routes een kwaliteitsimpuls, door aandacht voor recreatie, ruimte voor verbreding van de landbouw en waar haalbaar, het terugdringen van zwaar verkeer. 6.6.5 Geen ruimte voor grootschalige energieopwek Er is in dit landschap tot 2030 geen ruimte voor grootschalige opwekking van energie, zoals ook beschreven in de paragraaf Energie in Hoofdstuk
- Na 2030 onderzoeken we of er langs de ir. Enschedeweg grootschalige opwek van energie door zon of wind mogelijk is. Er is verder ruimte voor kleinschalige opwekking van energie uit zon en wind bij erven. 6.6.6 Uitwerking Voor al deze ontwikkelingen geldt er nog dat nader onderzoek, ontwerp, participatie met belanghebbenden en regionale afstemming nodig is voor de concretisering en onderbouwing van deze opgaven op zichzelf en de vertaling naar keuzes en gebied gebiedsontwikkelingen in onderlinge samenhang. 7 Visie per thema 7.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de visie op hoofdlijnen in het vorige hoofdstuk verder uit gewerkt per thema. De thema’s die aan bod komen zijn wonen, werken, mobiliteit, landbouw, recreatie, natuur, klimaatadaptatie, energie en bodemdaling. Per thema (bijvoorbeeld het thema wonen) wordt aangegeven op welke manier dit onderwerp in de toekomst kan worden ontwikkeld. Eerst wordt er geschetst waar we staan als gemeente op dit moment. Welke ontwikkelingen lopen er al en welke plannen zijn er al gemaakt? Welke knelpunten zien we nu of in de toekomst? Vervolgens vertalen we deze knelpunten in de opgave en daaruit voortkomende concrete doelstellingen. In de uitwerking is tenslotte aangegeven we deze doelstellingen willen gaan realiseren. Enerzijds door de wenselijke inhoudelijke ontwikkelingen en koers aan te geven voor de lange termijn. Anderzijds door het proces te benoemen dat er nodig is om opgaven nog concreter te onderzoeken en oplossingen uit te werken, samen met betrokken overheden en stakeholders. Voor ieder thema in dit hoofdstuk is dit maatwerk. Per onderwerp verschilt namelijk de huidige situatie, de omvang van de opgave en de mate van samen spel met- en invloed van- externe factoren. Hoe groter en complexer de opgave is, des te meer samenspel en onderzoek er nodig is om tot werkbare en passende oplossingen te komen. Met een combinatie van inhoudelijke keuzes en een richtinggevend vervolgproces voor de komende jaren wordt er voor ieder thema daarmee in dit hoofdstuk een richting bepaald over de manier waarop opgaven worden uitgewerkt en doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Zo beogen ook we een goede balans neer te zetten tussen enerzijds flexibiliteit om in de toekomst adequaat in te kunnen spelen op veranderende omstandigheden, maar ook voldoende houvast te bieden bij concrete keuzes voor de ontwikkeling van onze ruimte en ons ruimtegebruik. Tenslotte, er wordt in dit hoofdstuk verwezen naar enkele specifieke nota’s en visies zoals bijvoorbeeld over Detailhandel, Vitale binnenstad, Beeldkwaliteit Oeverwal Woerden-Bodegraven etc. Deze nota’s zullen wat betreft de visiegedeeltes deel uitmaken van de Omgevingsvisie. En wat de regelgedeeltes van het Omgevingsplan (met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet). 7.2 Wonen: Toekomstbestendig, inclusief en gezond 7.2.1 Woningmarkt onder druk Er is al jaren sprake van een grote druk op de woningmarkt door een tekort aan passende en betaalbare woningen. Ook in onze gemeente is dit aan de orde. Er is een tekort aan woningen voor jongeren en starters op de woning markt. Ook het aantal passende woningen voor senioren is te beperkt. Als gevolg van toenemende vergrijzing neemt deze behoefte verder toe. Omdat ouderen onvoldoende mogelijkheden hebben om te verhuizen naar passende woningen, stagneert ook de rest van de woningmarkt en is het voor starters moeilijk om een betaalbare woning te vinden. De stijgende prijzen voor wonen, zowel in de koop- als huursector, een landelijk fenomeen, zet ook de woningmarkt in onze gemeente verder onder druk. Onze goede bereikbaarheid en ligging, in de stedelijke regio Utrecht en de randstad én middenin het groene Hart, stuwt de woningbehoefte en de woningmarkt verder op. Tegelijkertijd geeft het vrijkomen van kantoorruimte ons ook de mogelijkheid om bijzondere woningbouw te kunnen realiseren, waardoor aantasting van het groene landschap beperkt kan blijven. Naast een demografische aanleiding voor het aanpakken van de woningvoorraad, geven klimaatverandering (vernatting, verdroging, opwarming) en bodemdaling, maar ook landelijke en Europese doeltellingen op het gebied van schone energie en warmte, stikstof- en CO2-reductie concrete en urgente aanleiding voor het verduurzamen van onze bestaande en nieuwe woningen en de woonomgeving. Ook zullen digitalisering, meer thuiswerken, webwinkelen, nieuwe behoeftes creëren voor de manier waarop we in de toekomst willen wonen, ontmoeten en bewegen in een gezonde en veilige en inclusieve woonomgeving. In hoofdstuk 3 zijn deze trends en ontwikkelingen nader toegelicht. 7.2.2 Opgave Het zorgen voor voldoende beschikbare, betaalbare én geschikte woningen voor al onze inwoners is een belangrijke opgave van de gemeente Woerden. Dit doen we al door woningen in de huur- en koopsector en in verschillende prijssegmenten en woningtypen te laten bouwen. Dit bevordert de doorstroming op de woningmarkt. In de Woonvisie Woerden Woont 2019-2024
(2019)is opgenomen dat in de komende periode de focus vooral ligt op huisvesting voor mensen met een laag inkomen, middengroepen en senioren. Dit draagt bij aan de inclusieve woningmarkt die we voor ogen hebben. Naast het aantal woningen, het soort woningen en voldoende voorzieningen in de directe omgeving, dient de woonomgeving ook ruimtelijk aantrekkelijk te zijn en te passen bij de Woerdense identiteit. Dit willen we stimuleren door in stedenbouwkundig opzicht aan te sluiten bij onze landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de lokale identiteiten van iedere kern (zie hoofdstuk 3). Ook het borgen van de waarde bereikbaarheid (openbaar vervoer, fietsen en wandelen, autoverkeer) is een belangrijke opgave. Deze waarden geven ons unieke mogelijkheden om bijzondere en hoogwaardige woonmilieus te realiseren, voor alle prijsklassen. Aansluitend op de Woonvisie
(2019)waar de focus ligt op het betaalbare segment is het ook van belang ons te richten op het duurdere segment, zoals vrije kavels. Hiervoor moeten locaties gevonden worden. Dit is nodig om voor de toekomst een evenwichtige opbouw van de bevolking te waarborgen, omdat de laatste beschikbare ruimte voor kavels binnenkort uitgegeven wordt. Een veilige en gezonde leefomgeving ondersteunen we door aan te sluiten bij landelijke en gemeentelijke doelen en normen voor schone lucht, bodem en geluidsbelasting. Maar ook door ruime mogelijkheden om te kunnen bewegen te voet en per fiets, te spelen en te ontmoeten. Dit draagt bij aan een gezonde leefomgeving. Klimaat verandering stelt ons voor nieuwe opgaven op het gebied van hittestress en toenemende wateroverlast in stedelijke gebieden. De gevolgen hiervan zijn al merkbaar en zullen naar verwachting steeds urgenter worden als we hier niet op anticiperen in bestaande en nieuwe woongebieden door vergroening en koeling van woningen, tuinen en de straten en pleinen. Door ook natuurinclusief te bouwen wordt biodiversiteit vergroot. De woningvoorraad staat tevens voor een grote opgave voor de transitie naar schone energie- en warmte opwek en -gebruik. Een duurzame, gezonde en veilige woonomgeving gaan daarmee hand in hand en vragen om flinke aanpassingen in de bestaande woonomgeving en dienen als uitgangspunt voor het ontwerpen van nieuwe woongebieden. Themakaart: Wonen Gemeente Woerden 7.2.3 Doelstellingen Dit leidt tot de volgende doelstellingen tot aan de periode 2030 en 2040: Het realiseren van betaalbare, voldoende beschikbare en geschikte woningen voor iedereen binnen onze gemeente, met een toereikend voorzieningenaanbod en ruimtelijk en functioneel passend bij de identiteit en waarden van de gemeente Woerden. Het nieuwbouw programma richt zich op het toevoegen van woningen waar nu een tekort of toenemende behoefte aan is en waarmee de totale woningvoorraad in de toekomst ook nog voldoende aansluit op de bevolkingsopbouw en samenstelling. Dit betekent een extra inspanning voor starters, senioren en de middeninkomens. Daarnaast vergeten we ook de andere woonsegmenten niet: doorstroming naar het dure segment, levert betaalbare woningen in de bestaande voorraad op. Ontwikkelen van gezonde, veilige, duurzame en sociaal-inclusieve woonomgeving. (zie ook bijlage maatregelen ten aanzien van duurzaamheid en gezondheid) Het ontwikkelen van klimaatadaptieve woningen en woonomgeving door vergroening, schone energie en warmte. Biodiversiteit vergroten door natuurinclusief bouwen. 7.2.4 Hoe gaan we deze doelen behalen? 7.2.4.1 Beschikbare, geschikte en betaalbare woningen voor iedereen We willen woningen bouwen om te voorzien in de demografische ontwikkelingen, De gemeente Woerden houdt daarmee rekening houden met de regionale woningbehoefte. De totale behoefte voor de regio Utrecht gaat uit van een bandbreedte van tussen de 104.000 – 125.000 woningen tot aan
- Op basis van deze aantallen beoogt de gemeente Woerden tussen de 4.700 tot 6.600 woningen toe te voegen tot
- De 6600 woningen zijn inclusief de regionaal afgesproken 30% planuitstel. Er wordt gestreefd om tot 2030 gemiddeld 300 woningen per jaar te realiseren. Na 2030 kan dit aantal naar beneden worden bijgesteld, omdat we dan het ontstane tekort aan woningen naar de verwachting hebben ingehaald. Tot 2040 zijn er in de stad Woerden binnenstedelijk al voldoende bouwlocaties beschikbaar om nieuwe woningen te realiseren en de vraag naar woningen op te vangen. Na 2028 is er voor de kernen Harmelen, Kamerik en Zegveld aanvullende plancapaciteit nodig en moet er worden gekeken naar nieuwe locaties om aan de lokale woningbehoefte te voldoen. Hierbij zal er ook worden gekeken naar mogelijkheden aan de randen van de dorpen. Het realiseren van extra woningen is noodzakelijk voor de vitaliteit van de kleine kernen. In 2022 worden hiervoor verder stappen genomen ter voorbereiding op de benodigde planologische kaders. Plancapaciteit: beschikbaar, benodigd & tekort 2020-2040 Totale beschikbare plancapaciteit Benodigde plancapaciteit 2020 t/m 2030 Benodigde plancapaciteit 2030 t/m 2040 Plancapaciteit tekort/overschot 2020 tot 2030 Plancapaciteit tekort/overschot 2030 tot 2040 Plancapaciteit tekort totaal 2020 tot 2040 Woerden-stad 4.430 2.500 1930 +1930 0 0 Harmelen 260 350 + 150 270 -240 -270 -510 Kamerik en Kanis 60 150 120 -90 -120 -210 Zegveld 65 100 80 -35 -80 -115 Gemeente Woerden 4.815 3.250 2.400 1.715 -470 -835 Gemeente Woerden In de tabel is een overzicht gegeven van de beschikbare en de nog benodigde plancapaciteit, uitgesplitst naar de verschillende kernen in de gemeente Woerden. Deze opgave betekent concreet dat er nog nieuwe woningbouwlocaties vastgesteld dienen te voor Harmelen, Kamerik en Zegveld voor de periode 2028-
- Gezien de benodigde voorbereidingstijd en proceduretijd, zullen de locatiekeuzes in de periode 2022-2023 vastgesteld moeten worden om de bouwstroom zonder onderbreking voort te kunnen zetten. 7.2.4.2 Ruimtelijk en functioneel passend bij de identiteit en waarden van Woerden Het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving in de buurten heeft onze voort durende aandacht. Daarmee zorgen we ervoor dat onze inwoners in een prettige, veilige en gezonde omgeving wonen en leven en dat we aansluiten op veranderingen in de samenleving, of het nu gaat over de mobiliteitstransitie, sociale inclusie, klimaatadaptatie of bescherming tegen milieuaspecten in de leefomgeving. Cultuurhistorische waarden en de relatie met het landschap van het Groene Hart dragen bij aan een aantrekkelijke woonomgeving en geven Woerden nu en in de toekomst een eigen identiteit. Woerden koestert haar rijke cultuurhistorie en herkent in haar cultuurhistorie aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen, zodat heden en verleden elkaar versterken en een visie vormen op toekomstige ontwikkelingen. In lijn met de waarden van Woerden en de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie (Hoofdstuk 4) onderscheiden we diverse type gebieden waarin woningen kunnen worden toegevoegd. Dit onderscheid maakt het mogelijk om de identiteit en onze waarden te borgen in toekomstige stedenbouwkundige ontwikkelingen. We onderscheiden de volgende typen gebieden: Hoogstedelijk (Woerden) Stedelijk gebied wonen-werken (Woerden) Stedelijk gebied (Woerden) Dorpen (Harmelen, Zegveld, Kamerik) Kernrandzones (alle kernen) Locaties in het buitengebied (in de polderlinten) In ieder type gebied is maatwerk vereist qua woningdichtheden, hoogte, voorzieningen en bereikbaarheid. Specifiek voor kernrandzones en locaties in buitengebieden geven we een eerste richting in de volgende paragaaf. Voor hoogstedelijk gebied, stedelijk gebied en de dorpen wordt vervolgens per kern beschreven welke ontwikkelingsrichting we voor ogen hebben en via welke processen nadere keuzes dienen te worden uitgewerkt. 7.2.5 De kernrandzones en locaties in het buitengebied 7.2.5.1 Woningbouw in de kernrandzones Op de visiekaart bij hoofdstuk 5 zijn kernrandzones weergegeven. Dit betreft een globale aanduiding. Kern randzones zijn aangrenzend aan de kern. Het beleid in de kernrandzones is gericht op het realiseren van aantrekkelijke overgangsgebieden tussen dorp of stad en het omliggende landschap in het buitengebied. Daarmee wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden. Het landschap is een belangrijke waarde voor onze gemeente omdat dit onderdeel is van onze identiteit en onze cultuurbeleving. In de kernrandzones wordt de relatie met het landschap beter benut. Er zijn mogelijkheden voor landschapsbeleving, wandelen en fietsen, natuur maar ook voor agrarische activiteiten en eventueel beperkte woningbouw (enkele vrije kavels). De behoefte aan vrije kavels (orde van grootte enkele per jaar) wordt in kaart gebracht en geprogrammeerd in een volgende woonvisie. De kernrandzone is als het ware een stepping stone naar het Groene Hart, die ook ruimte geeft aan (maatschappelijke) functies die geen plek kunnen vinden in de kern. Tegelijkertijd wordt verrommeling (door bijvoorbeeld bedrijvigheid die eerder thuishoort op een bedrijfsterrein) in kernrandzones tegengegaan. Per kernrandzone wordt nader uitgewerkt welke ontwikkelingen we mogelijk maken en hoe de ruimtelijke kwaliteit kan worden verbeterd en het (beperkt) toevoegen van woningen hieraan kan bijdragen, zodat de relatie met het landschap verbeterd wordt. Zie ook tekstkader in hoofdstuk
- 7.2.5.2 Woningbouwlocaties in het buitengebied Bouwen buiten de kernen vraagt om passende randvoorwaarden waarbinnen nieuwbouw mogelijk is. Hierbij zijn algemene uitgangspunten van toepassing die op alle locaties van toepassing zijn en specifieke uitgangspunten, die per locatie nader bepaald worden. In het algemeen geldt dat het landschap door het project aan kwaliteit wint. Dus geen bebouwing ten koste van het landschap, maar juist meer landschapskwaliteit genereren, bijvoorbeeld door de vervanging van storende bebouwing, het voortborduren op het verkavelingspatroon en door het maken van aansprekende randen, overgangen, recreatieve ontsluiting, natuurkwaliteiten etc. Deze nieuwe, landschappelijke kwaliteit vormt de basis. Daarnaast zijn ook de volgende uitgangspunten van kracht: Inclusieve en gezonde leefomgeving; Bouwen: drijvend, tenzij (minimale zettingsverschillen); Dorpse dichtheid en uitstraling (maximaal 15-25 won/ ha), passend bij de plek en de identiteit van de kern; Mix van doelgroepen Goede landschappelijke inpassing, aantrekkelijke overgang naar het buitengebied; Het gebied is recreatief toegankelijk (ommetjes rond het dorp); Woningen hebben een kap, aan de rand van het buitengebied met lage goot; Fiets/voet gaat voor auto, auto’s zoveel mogelijk uit het straatbeeld; Natuurinclusief bouwen; Afweging duurzaamheidsaspecten op basis van “De Tienkamp” (TU-Delft) al dan niet in combinatie met het spinnenwebdiagram; Woningbouwlocaties moeten afgewogen worden in het kader van de regionale programmering ‘wonen en werken’ of zullen anderszins moeten voldoen aan de mogelijkheden die het provinciaal, ruimtelijk beleid biedt. 7.2.6 Woningbouwlocaties in Woerden in 2040 In de stad is voldoende ruimte om aan de woningbehoefte te kunnen voldoen die tot 2040 geraamd is in de Woonvisie. Grote ontwikkelingen vinden de komende jaren plaats binnen ‘De Poort van Woerden’: een heel nieuw stadsdeel met een eigen sfeer en identiteit, ten zuiden van het spoor. Centraal in het gebied ligt het station Woerden, dat grenst aan de historische binnenstad. De Poort van Woerden biedt ruimte aan circa 4700 woningen met bij behorende voorzieningen. Tot 2030 zullen hier de meeste woningen worden ontwikkeld. Met de huidige plancapaciteit kunnen wij tot 2040 voldoen aan de woningbehoefte binnen de gemeente en op beperkte schaal voor de regio. Het gebied Poort van Woerden bestaat uit 3 deelgebieden: Snellerpoort: projectmatige hoogstedelijke gebiedsontwikkeling; Nieuw-Middelland: transformatie van een bedrijven terrein naar gemengd stedelijk woongebied; Stationsgebied: verbinden en verknopen van de deel gebieden waarbij wonen, werken, voorzieningen, OV, langzaam verkeer, wonen en werken samen komen. Naast deze ontwikkeling zijn er elders in de stad en in de dorpen tal van initiatieven, van groot tot klein en in alle prijsklassen. Het grootste deel van het geplande aanbod voor de komende jaren bestaat uit gestapelde bouw in een stedelijke setting. De woningbehoefte zal echter ook uitgaan naar grondgebonden woningen in meer groene, woonmilieus en het goedkope en betaalbare segment. Ook willen we inspelen op de behoefte aan het exclusieve segment, bijvoorbeeld door vrije kavels. Deze woonmilieus spelen een rol in het binden van kapitaalkrachtige inwoners aan de stad, hetgeen belangrijk is voor de koopkracht en het voorzieningenniveau in de stad. Voor het realiseren van deze gewenste woonmilieus zullen, naast de locaties in de Poort van Woerden, aanvullende woningbouwlocaties gevonden moeten worden in de stad. De bedrijfsbebouwing langs de Hoge Rijndijk, kleine bedrijfslocaties in het Schilderskwartier en een deel van het bedrijventerrein Honthorst kunnen op termijn transformeren naar woongebied of gemengd woon-werkgebied. Dit zal pas na 2030 aan de orde zijn, waarbij we uiteraard oog hebben voor het toevoegen van vervangende werklocaties elders. Het is van belang dat functiemenging/transformatie alleen mogelijk is als de bedrijvigheid ter plekke dat toelaat - mening van wonen met risicovolle of milieubelastende bedrijven is niet wenselijk. Nadere afweging is voor deze gebieden nodig in relatie met de behoefte aan werklocaties en de schuifruimte (zie paragraaf 7.3). Pas als bedrijven in het kader van de schuifruimte een nieuwe plek hebben ontstaat mogelijk ruimte voor woningbouw. In het centrum van Woerden zien we kansen om de mogelijkheden om te wonen boven winkels te vergroten. Ook vanwege het verkleinen van het kernwinkelgebied geeft ruimte voor meer woningen in de binnenstad. Dit ondersteunt het verlevendigen van het centrumgebied. 7.2.7 Wonen in Harmelen 7.2.7.1 Woningbouwlocaties in Harmelen in 2040 Harmelen kent in 2021 8.339 inwoners en is daarmee een middelgroot dorp, gelegen op de oeverwal. Ook in de toekomst zal Harmelen haar karakteristiek van een middelgroot dorp behouden, maar om in te spelen op demografische ontwikkelingen en de eigen woningbehoefte in Harmelen, is uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Ook voor het behoud van voorzieningen is groei van het aantal inwoners nodig. Harmelen zal daarom beperkt gaan groeien. De woningbehoefte tot 2030 bedraagt 350 tot 500 woningen. Dit benodigde aantal komt voort uit de berekende woningbehoefte en deels uit een achterstand op de realisatie van de benodigde woningbouw in voorgaande jaren. In de periode 2030 tot 2040 wordt een woningbehoefte van 270 woningen voorzien. In Harmelen wordt er eerst op inbreidingslocaties gebouwd. Er zijn nog een aantal inbreidingslocaties waar van de planontwikkeling loopt: Hof van Harmelen, de Willem-Alexanderlaan, de Raadhuislaan en Buitenhof. Inbreidingslocaties bieden echter onvoldoende ruimte voor de benodigde totale capaciteit. Daarom willen we één of meerdere locaties aanwijzen voor uitbreiding buiten de grenzen van de bestaande dorpskern. Diverse locaties rondom de bestaande kern hebben potentie voor woningbouwontwikkeling. Het gaat om de gebieden Haanwijk en Harmelen Noord en Harmelen Zuid. Ook het huidige glastuinbouwgebied Harmelerwaard is een gebied met woningbouwpotentie. Voor alle locaties geldt dat er nader onderzoek en afweging nodig is om tot een locatiekeuze te komen. Hierbij gaat het om factoren zoals landschappelijke en cultuurhistorische waarden, bereikbaarheid, bodemgesteldheid, draagvlak bij inwoners en inpassing bij bestaande stedelijke gebieden. Haanwijk is kansrijk omdat in de huidige provinciale Omgevingsvisie hier reeds voorzien is in een woningbouw opgave van circa 90 woningen. Door deze locatie te verruimen in een aantal fasen, kan een deel van de woningbehoefte van Harmelen hier opgelost worden in een dorpse dichtheid van maximaal 25 woningen per hectare. Belangrijk aandachtspunt voor deze locatie is bodemdaling. Het gebied ten noorden van Harmelen biedt mogelijkheden voor het toevoegen van woningbouw in combinatie met natuur en recreatie. Dit vergroot ook draagvlak voor een nieuw treinstation in de toekomst. Een nieuw treinstation zou een grote impuls betekenen voor heel Harmelen voor de aansluiting op het openbaar vervoernetwerk. In Harmelen Zuid is het denkbaar om woningen toe te voegen in combinatie met opwekking van zonne-energie, groen en een geluidsvoorziening langs de A
- Er wordt onderzoek gedaan naar alternatieve gebruiksfuncties voor het kassengebied de Harmelerwaard. De economische toekomst van de glastuinbouw staat hier onder druk. Het gebied, ingeklemd tussen de westkant van Utrecht en de oostkant van Harmelen, biedt diverse mogelijkheden om doelen in deze Omgevingsvisie te realiseren, op het gebied van wonen, maar ook op het gebied van werken, landschap en recreatie. Een zorgvuldige afweging voor de toekomstige mogelijkheden in dit gebied is daarom van groot belang. In het participatieproces voor deze Omgevingsvisie kwam in een eerste peiling naar voren dat inwoners kansen zien voor landschap en recreatie, maar ook andere functies als wonen en werken niet op voorhand uitsluiten. 7.2.7.2 Nadere afweging woningbouwlocaties Bij concrete locatieontwikkeling is nadere afweging van de geschiktheid van de locaties nodig vanwege meervoudige belangenafweging op onder meer het gebied van water, bodemgesteldheid, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie, veiligheid, bereikbaarheid, infrastructuur en belangen van bedrijvigheid, landbouw en bestaande woongebieden. Voor alle gebieden geldt dat nader onderzoek en afweging wordt uitgevoerd met betrokken partijen, provincie en in samenspraak met alle belanghebbenden in Harmelen. De opmerkingen en suggesties die participanten hebben gemaakt in het participatieproces voor deze Omgevingsvisie zullen hier ook bij worden betrokken. De opbrengst is vastgelegd in het participatieverslag dat als bijlage bij deze visie is opgenomen. De locatieonderzoeken en afweging vinden plaats in de periode 2021 tot uiterlijk
- Resultaten zullen worden vastgelegd in een gebiedsprogramma. De ruimtelijke afwegingskaders in deze gebiedsprogramma’s worden vastgesteld door de gemeente en vormen dan een uitwerking van deze Omgevingsvisie. 7.2.8 Wonen in Zegveld 7.2.8.1 Woningbouwlocaties in Zegveld tot 2040 Zegveld blijft een kleinschalig agrarisch georiënteerd dorp in het veenweidegebied. De ontwikkelingen die plaatsvinden zijn gericht op de eigen kern en kleinschalig van karakter. We streven naar het in stand houden van het huidige voorzieningenniveau. Er wordt ruimte geboden aan woningbouw voor verschillende doelgroepen aan de randen van het dorp om de eigen groei op te kunnen vangen. Tot 2030 heeft Zegveld een woningbehoefte van 100 woningen, tot 2040 komt er een behoefte van 80 woningen bij. Inmiddels zijn 65 woningen (afgerond, zie tabel) daarvan deels opgeleverd en deels in ontwikkeling op de locaties Weidz (38 woningen, oplevering eind 2021) en De Pionier (24 woningen voor senioren) Voor de overige woningen is een locatie buiten de huidige rode contour nodig. Diverse locaties rondom de bestaande kern hebben potentie voor woningbouwontwikkeling. Eén locatie met potentie voor circa 55 woningen ligt aan de zuidzijde van de bestaande kern. Ook als deze locatie tot ontwikkeling komt, zijn er andere locatie(s) nodig om aan de woningbehoefte te kunnen voldoen. Volgens de huidige prognose dienen er tot 2040 nog locaties gevonden worden voor 115 woningen. Om aan te sluiten op het bestaande dorpse karakter van Zegveld wordt er gedacht aan ontwikkelingen in een lage dichtheid van circa 20 woningen per hectare. Door middel van de nieuwbouw kan het aanzien op Zegveld vanaf het buitengebied worden verbeterd en een meer ‘dorps’ karakter worden verkregen, dus kleinschalig en gevarieerd. Bij deze ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met bodemdaling, een wateropgave en zettingsvrij bouwen. De toegankelijkheid van het buitengebied rondom Zegveld is beperkt, evenals de mogelijkheden om vanuit het dorp een ommetje te maken. Door rond het dorp een kernrandzone aan te wijzen, wordt ruimte geboden voor recreatieve functies, voetpaden en natuur en kan het aanzicht van het dorp vanuit het buitengebied verbeterd worden. In de kernrandzone kan mogelijk ook een specifiek deel van de woonbehoefte van de kern na 2030 worden opgevangen. Het gaat hierbij om enkele woningen, passend bij de doelstelling van de kernrandzone. 7.2.8.2 Nadere afweging woningbouwlocaties Bij concrete locatieontwikkeling is een nadere afweging van de geschiktheid van de locaties nodig vanwege meervoudige belangenafweging op onder meer het gebied van water, bodemgesteldheid, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie, veiligheid, bereikbaarheid, infrastructuur en belangen van bedrijvigheid, landbouw en bestaande woongebieden. Voor alle gebieden geldt dat nader onderzoek en afweging wordt uitgevoerd met betrokken partijen, provincie en in samenspraak met alle belanghebbenden in Zegveld. De opmerkingen en suggesties die participanten hebben gemaakt in het participatieproces voor deze Omgevingsvisie zullen hier ook bij worden betrokken. De opbrengst is vastgelegd in het participatieverslag dat als bijlage bij deze visie is opgenomen. De locatieonderzoeken en afweging vinden plaats in de periode 2021 tot uiterlijk
- Resultaten zullen worden vastgelegd in een gebiedsprogramma. De ruimtelijke afwegingskaders in deze gebiedsprogramma’s worden vastgesteld door de gemeente en vormen dan een uitwerking van deze Omgevingsvisie. 7.2.9 Wonen in Kamerik en Kanis 7.2.9.1 Woningbouwlocaties in Kamerik en Kanis tot 2040 De ontwikkelingen in Kamerik en Kanis de komende jaren zullen gericht zijn op de eigen bevolkingsgroei/huishoudensgroei van de kernen. In Kamerik is een behoefte van 150 woningen tot 2030 plus 120 tot
- Daarvan zijn er nu 50 in ontwikkeling op de scholenlocaties in Kamerik. In de resterende behoefte wordt voorzien door uitbreiding aan de rand van het dorp. Tot 2040 moeten er locaties gevonden worden voor 120 woningen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen in een lage en dorpse dichtheid van circa 20 woningen per hectare. Net als in Zegveld dient bij deze ontwikkelingen rekening gehouden te worden met bodemdaling, een wateropgave en zettingsvrij bouwen. Diverse locaties rondom de bestaande kern van Kamerik hebben potentie voor woningbouwontwikkeling. Zie de kaart Wonen met deze gebieden. Het gaat om de noordoosthoek locatie Noordoost 3, die buiten de rode contour ligt en die ook aansluit op de meest recente uitbreidingen van het dorp. Deze locatie biedt ruimte aan circa 60 woningen. Daarnaast biedt de oostzijde buiten Kamerik potentie voor uitbreiding van de woningvoorraad. Tenslotte kan er onderzocht worden of het verplaatsen van de sportvelden, of het verplaatsen van een deel van het bedrijventerrein in het zuiden van Kamerik, nieuwe mogelijkheden biedt voor woningbouw en verbetering van de ruimtelijke kwaliteit aan de rand van het dorp. In Kanis lijkt vooral de noordkant geschikt voor (beperkte) woningbouw. Het gaat hier nadrukkelijk om beperkte aantallen. 7.2.9.2 Nadere afweging woningbouwlocaties Bij concrete locatieontwikkeling is nadere afweging van de geschiktheid van de locaties nodig vanwege meervoudige belangenafweging op onder meer het gebied van water, bodemgesteldheid, milieu, natuur, landschap en cultuurhistorie, veiligheid, bereikbaarheid, infrastructuur en belangen van bedrijvigheid, landbouw en bestaande woon gebieden. Voor alle gebieden geldt dat nader onderzoek en afweging worden uitgevoerd met betrokken partijen, provincie en in samenspraak met alle belanghebbenden in Kamerik en Kanis. 7.2.9.3 Gezonde, veilige, duurzame en sociaal-inclusieve woonomgeving De kwaliteit van de leefomgeving in onze gemeente is hoogwaardig. Dit willen we continueren en in de toekomst waar nodig verbeteren. We streven naar een goede balans tussen levendigheid en bedrijvigheid enerzijds en milieubeschermende maatregelen voor het beschermen en verbeteren van de gezondheid van inwoners anderzijds. Denk aan een betere lucht-, bodem- en waterkwaliteit, het voorkomen van geluidsoverlast, wateroverlast, hittestress en het verbeteren van de (verkeers)veiligheid. Ook voldoende natuur, groen en biodiversiteit in de stedelijke gebieden zijn belangrijke factoren voor een gezonde leefomgeving. Daarnaast streven we naar een inclusieve samenleving met veel ruimte voor ontmoeten, zorg en diversiteit. In Nieuw-Middelland bevindt zich de locatie van het St. Antonius ziekenhuis. Het behouden van goede bereikbare zorg (onder andere een vorm van spoedeisende eerste hulp en/of een huisartsenpost die buiten kantooruren open is) in Woerden is uitgangspunt voor verdere ontwikkeling van het ziekenhuisterrein. Bij de uitvoering van de Structuurvisie Nieuw-Middelland wordt dit vraagstuk nader uitgewerkt en afgewogen. Een andere landelijke trend waar we in onze nieuwe woonbuurten op willen inspelen is de mobiliteitstransitie. Dat betekent inzetten op langzaam verkeer, stimuleren van deelmobiliteit en het bieden van alternatieven voor de auto (zie verder de paragraaf Mobiliteit). Niet de auto, maar de (bewegende) mens staat centraal. Een prettige, veilige en gezonde openbare ruimte stimuleert mensen om naar buiten te gaan om te bewegen, te spelen en te ontmoeten, en stimuleert daarmee een gezonde levensstijl en een inclusieve samenleving. 7.2.10 Het ontwikkelen van klimaat-adaptieve woningen en woonomgeving door vergroening en door schone energie en warmte. Om de leefkwaliteit te borgen in de toekomst dienen de bestaande en nieuwe woonbuurten voortdurend aangepast te worden aan actuele ontwikkelingen die spelen in onze samenleving. Denk aan demografische veranderingen zoals vergrijzing en huishoudensverdunning, maar ook aan de trend van meer thuiswerken en aan klimaatverandering, met alle gevolgen van dien. Het klimaatadaptief maken van de leefomgeving doen we door de openbare ruimte te vergroenen, maar ook door bewoners te stimuleren om op hun eigen terrein maatregelen te nemen. Groen zorgt voor opvang van regenwater, het tegengaan van hittestress en meer biodiversiteit, maar natuurlijk ook voor meer verblijfskwaliteit in de openbare ruimte. Ook natuurinclusief bouwen is een wenselijke ontwikkeling. We moeten echter steeds per situatie in redelijkheid naar deze eisen kijken. Zie verder paragraaf klimaat. 7.2.11 Duurzame gebiedsontwikkeling Binnen de gemeente Woerden hanteren we bij nieuw bouwprojecten de leidraad “De Tienkamp” (TU-Delft). Hierbij worden diverse duurzaamheidsthema’s ten opzichte van elkaar afgewogen, om een zo optimaal mogelijk resultaat te behalen voor het totaal. Het gaat hierbij om thema’s als water, groen, gezondheid, identiteit, milieu, energie en economische en sociale vitaliteit. Afhankelijk van de locatie of de opgaves scoren bepaalde duurzaamheidsthema’s hoger dan andere. Maatwerk en synergie zijn hierbij sleutelwoorden. 7.2.12 Gezondheid Gezondheid is een breed thema. Het gaat om zowel een gezond binnenklimaat als een gezond buitenklimaat. Daarbij spelen milieuthema’s als luchtkwaliteit, geluid en bodem- en waterkwaliteit en omgevingsveiligheid een belangrijke rol. Maar gezondheid gaat ook over sociale aspecten, zoals inclusie en een gezonde levensstijl. Denk hierbij bijvoorbeeld aan voldoende bewegen, gezonde voeding, ruimte voor ontmoeting en spelen en ruimte voor natuur. Het gaat kortom om een aantrekkelijke openbare ruimte waar mens en dier veilig en prettig kunnen verblijven. Omdat de gemeente zorgdraagt voor het beheer en onderhoud van openbare ruimte, cq regels stelt voor het gebruik en de inrichting, kan de gemeente invloed uitoefenen in gebiedsontwikkelingen of bij reconstructies van bestaande openbare ruimte. Bij meer hoogstedelijke woonmilieus in de spoorzone is het van belang om extra aandacht te hebben voor een kwalitatief hoogwaardige woonomgeving, omdat de openbare ruimte hier schaars is en voor meerdere doelen gebruikt wordt. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over verblijfskwaliteit, externe veiligheid, mogelijkheden tot ontmoeten, inzet op fietsen en wandelen, diversiteit aan voorzieningen/functies, aantrekkelijk gebruiksgroen, voldoende schaduw tegen hittestress etc. Maar ook voor meer kleinschalige locaties op projecten is veel winst te behalen op het gebied van gezondheid. In de woningbouw en het binnenklimaat spelen milieuthema’s uiteraard ook een grote rol. Ook op geluidbelaste locaties dienen (nieuwe) woningen een geluidsluwe zijde te hebben, waar zich ook de buitenruimte bevindt. Ook dient er aandacht te zijn voor natuurinclusief bouwen, bijvoorbeeld met geïntegreerde nestgelegenheden voor vogels, vleermuizen en insecten. De exacte (combinatie van) maatregelen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en veiligheid worden per project nader bepaald, aansluitend op de locatie, de opgave of de doelstelling van het project. Dat kan worden gedaan met de ‘spinnenwebmethode’ of de methode “Doe de Tienkamp” (TU Delft). Met dergelijke methodes wordt een weging gemaakt tussen de verschillende belangen die een relatie hebben tot een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Door in een vroeg stadium in het project (woningbouw of openbare ruimte) alle relevante duurzaamheidsaspecten, waaronder gezondheid, tegen elkaar af te wegen kan een maximaal resultaat behaald worden, waarbij recht gedaan wordt aan alle wensen en eisen. 7.3 Werken: Voldoende, vitaal en op de juiste plek 7.3.1 Inleiding Een sterke lokale economie is belangrijk voor het creëren van voldoende werkgelegenheid, het op peil houden van het voorzieningenniveau en het ondersteunen van het verenigingsleven en gemeenschapsactiviteiten. In hoofstuk 2 is al aangegeven dat de gemeente Woerden, dankzij haar gunstige ligging en goede bereikbaarheid, een interessante vestigingsplaats is voor bedrijven. Deze goede uitgangspunten vertalen zich in een sterke lokale economie, waaraan wij onder andere onze lokale werkgelegenheid en regionale centrumpositie te danken hebben. Het is van belang om deze voorspoed te koesteren en tijdig in te spelen op relevante economische trends en ontwikkelingen. Wij richten ons daarbij niet op het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid, maar op het faciliteren en stimuleren van het reeds gevestigde lokale bedrijfsleven. In de komende tien tot twintig jaar komen er verschillende opgaven op ons af. In de eerste plaats zorgt de groei van het lokale bedrijfsleven al jarenlang voor druk op onze bedrijventerreinen. Het faciliteren van deze groei staat op gespannen voet met de wens om het bijzondere landschap van het Groene Hart te behouden. Wij zijn daarom tot nu toe spaarzaam omgegaan met uitbreidingslocaties. Het vitaal houden van bestaande bedrijventerreinen is in onze ogen minstens net zo belangrijk als de realisatie van nieuwe werklocaties. Desalniettemin zullen wij op zoek moeten gaan naar oplossingen om de economische groei te faciliteren. Wij willen namelijk dat het aanbod aan lokale werkgelegenheid meegroeit met de groei van de lokale beroepsbevolking. Wonen en werken organiseren wij, vanuit vitaliteits- en mobiliteitsoverwegingen, bij voorkeur in elkaars nabijheid. Op de korte termijn bieden de schuifruimtelocaties uitkomst. Op langere termijn, na 2030, zal verdere groei van ons lokale bedrijfsleven wederom leiden tot een ruimtebehoefte waarvoor een oplossing moet komen. Naast de bedrijventerreinen vraagt het voorzieningenniveau in onze gemeente aandacht. De gemeente Woerden kent van oudsher een relatief hoog voorzieningenniveau. Dit goede voorzieningenniveau is mede te danken aan een regionale centrumfunctie van de sta