/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR755795 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1640/2024/Regelingf17645f2fc7141c0a27de1dfd324c28f /join/id/stop/work_019 2026-01-22 2026-01-22 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR755795/nld@2026-01-23 /join/id/proces/gm1640/2023/procedure86a6557905f44a3786fcef22f73dad50 2026-01-23 2026-01-23 /akn/nl/act/gm1640/2024/Regelingf17645f2fc7141c0a27de1dfd324c28f/nld@2026-01-21;14462117 /akn/nl/act/gm1640/2024/Regelingf17645f2fc7141c0a27de1dfd324c28f /akn/nl/act/gm1640/2024/Regelingf17645f2fc7141c0a27de1dfd324c28f/nld@2026-01-21;14462117 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie gemeente Leudal 1 Algemeen 1.1 Voorwoord Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. In dit beeldende document laten wij u zien, hoe wij als Leudal denken, wat onze gemeente in het jaar 2040 uniek maakt. Samen werken we aan de opgaven vanuit de kernwaarden; Rust, Ruimte en Groen. Natuurlijk gaan we dat samen doen. “Natuurlijk” kun je op twee manieren benaderen. Vanzelfsprekend doen we het samen. Samen bereik je meer dan alleen en door het samen te doen ontstaat draagvlak voor wensen en ideeën. Natuurlijk betekent ook dat we vanuit de gedachte over de waterhuishouding en bodemkwaliteit werken aan een buitengebied waar de natuurlijke balans weer in evenwicht is. De samenleving verandert en onze gemeente verandert mee. Deze Omgevingsvisie is daar een voorbeeld van: een brede en integrale visie op de toekomst en een raamwerk voor allerlei ontwikkelingen. Dit document laat kort, bondig én beeldend zien waar wij samen met u aan willen werken om in 2040 te kunnen zeggen dat Leudal een prachtige woongemeente met een vitaal buitengebied is. Door de visualisatie krijgt u een beeld bij de teksten. De visualisatie laat zien hoe de verschillende ambities zijn bedoeld en hoe deze ambities zichtbaar zouden kunnen zijn in onze gemeente. De visualisatie daagt ons allemaal uit om initiatieven te nemen en te realiseren die aansluiten bij dat beeld. Een beeld zegt meer dan woorden. En is voor iedereen makkelijker te begrijpen. Door de beeldende visie hebben we getracht van de gebaande paden af te wijken waar het gaat om het meenemen van u, onze inwoners, bij deze visie. Want deze Omgevingsvisie Leudal is van en voor iedereen die in onze gemeente woont, werkt en/of verblijft. “Ja, Leudal is in 2040 een hartstikke gezonde gemeente. We pakken nog vaker de fiets, kinderen sporten en spelen in de openbare ruimte en kernrandzones nodigen nog meer uit om spontaan in beweging te komen.” In de Omgevingsvisie gaat het niet alleen om stenen, wegen, natuur en waar we dat juist wel of niet willen, maar gaat het ook over wat we doen op die plekken. Dat iedereen mee moet kunnen doen, dat we respect hebben voor onze geschiedenis en tradities in stand houden en boven al dat we dat allemaal gezamenlijk met elkaar doen. De Omgevingsvisie geeft een streefbeeld aan van ‘ons Leudal’ in 2040. Het is niet een fysieke kaart waar precies wordt aangegeven waar wat mag of niet mag. Het mooie van de Omgevingsvisie is dus dat het juist ook gaat over sociale, culturele en maatschappelijke waarden en hoe deze in een juiste verhouding met elkaar samengaan met de ruimtelijke leefomgeving. Namens het hele college wensen wij u veel leesplezier in deze Omgevingsvisie. 1.2 Inleiding Voor u ligt de Omgevingsvisie van de gemeente Leudal. Onze Omgevingsvisie is geschreven met het oog op de fysieke leefomgeving van Leudal in 2040. De Omgevingswet is sinds 1 januari 2024 van kracht, waarbij verantwoordelijkheden van het Rijk zijn overgedragen aan ons als gemeente. Een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet is het opstellen van een Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie geven we aan wat we belangrijk vinden in de fysieke leefomgeving. We geven hierbij een ruimtelijke vertaling van de Strategische Visie en de daarin opgenomen strategische kernwaarden: rust, ruimte en groen. We beschrijven wat we gaan doen om de huidige manier van leven in onze gemeente ook in de toekomst mogelijk te maken zoals we dat nu gewend zijn. Door de komst van de Omgevingswet is het mogelijk om (meer dan voorheen) zelf invulling te geven aan onze doelen. Waar nodig volgen we het provinciale en landelijke beleid en waar het kan, maken we een lokale afweging. We beogen de juiste koers te varen voor ons grondgebied en een passend toekomstperspectief voor onze ondernemers te bieden met een duurzaam ondernemersklimaat. Dit komt terug in de programma’s die worden uitgewerkt na vaststelling van deze visie. De Omgevingsvisie hebben wij met inbreng van onze inwoners, ondernemers, partners en deskundigen opgesteld. In bijlage 4 ‘participatieverslag’, geven wij op hoofdlijnen inzicht in de momenten waarop wij in gesprek zijn gegaan met onze inwoners, ondernemers en partners en welke inzichten en reacties dit heeft opgeleverd. Ook laten we zien of, en op welke manier, deze inzichten of reacties zijn verwerkt in deze Omgevingsvisie. Daarnaast is van belang dat de Omgevingsvisie in ontwerp ter inzage heeft gelegen van 20 december 2024 tot en met 13 februari 2025. Tijdens deze periode zijn door diverse inwoners, ondernemers, (keten)partners en belangenorganisaties zienswijzen ingediend. Een overzicht van deze zienswijzen en een reactie hierop is opgenomen in bijlage 5 ‘Nota van zienswijzen’. De zienswijzen hebben geleid tot een aanpassing en aanscherping van de omgevingsvisie. Met name voor wat betreft de gemaakte keuzes en de toepassing van de gebiedsgerichte benadering hebben wij meer expliciet gemaakt, wat hieronder wordt verstaan en hoe dit wordt toegepast. Dit is met name in de hoofdstukken 2, 4, 6 en 9 terug te lezen. Verder is, ten aanzien van de participatie voorafgaand aan het ontwerp en eveneens voor wat betreft de zienswijzen, van belang dat een visie een toekomstbeeld op hoofdlijnen is. Dit betekent dat verdere uitwerking nodig is in bijvoorbeeld Uitvoeringsprogramma’s, het Omgevingsplan of concrete plannen en projecten. De Omgevingsvisie geeft richting aan deze uitwerking. Dit betekent dan ook dat wij vanuit onze bevoegdheid en deskundigheid een zorgvuldige afweging van de belangen van inwoners, ondernemers en partners hebben gemaakt. Dit kan niet anders dan door soms keuzes te maken tussen tegengestelde belangen. Wij vertrouwen erop dat wij nu een visie hebben ontwikkeld die enerzijds ruimte biedt aan ontwikkelingen en anderzijds bescherming biedt voor een prettige woon- en leefomgeving. Op die manier is en blijft het ‘mooi leven in Leudal’. 1.3 Leeswijzer Onze Omgevingsvisie is opgebouwd uit negen hoofdstukken. Het voorwoord en de inleiding heeft u al gehad. In paragraaf 1.4 leest u een samenvatting van de gehele visie. Daarna volgt in hoofdstuk 2 een uitgebreide beschrijving van onze gemeente. Wij hebben in onze visie de gemeente Leudal onderverdeeld in zeven deelgebieden. De 7 gebieden bestaan uit vier landschappen: Cultuurgronden van westelijk Leudal, Leudal en omgeving, Jonge ontginningsgronden in Noordelijk Leudal en het Maasdal. En uit drie gebiedstypen: de kernen, het buitengebied inclusief de kernrandzones en de bedrijventerreinen. Daarna komen de verschillende thema’s aan bod die samen de fysieke leefomgeving vormen: Wonen en leven in Leudal (H3) Ondernemen en werken in Leudal (H4) Genieten in Leudal (H5) Natuurlijk Leudal (H6) Duurzaam en toekomstbestendig Leudal (H7) Gezond en veilig Leudal (H8) In elk thema beschrijven we eerst de huidige situatie onder het kopje ‘Waar staan we nu?’. Vervolgens worden de ontwikkelingen, kansen en toekomstige situaties waar we rekening mee moeten houden per thema aangegeven onder het kopje: ‘Wat komt er op ons af?’. Onder het kopje ‘Wat willen we?’ beschrijven we de gewenste situatie in 2040 per deelgebied. We bedoelen hierbij niet de beweging er naar toe of acties die daarvoor nodig zijn. Dat wordt verder uitgewerkt in aparte uitvoeringsprogramma’s en beleidsnota’s. In het laatste hoofdstuk (H9) geven wij een doorkijk naar hoe we deze visie gaan gebruiken, op welke manieren we de ambities verder gaan uitwerken in concrete acties en hoe we hierop gaan sturen. Om helderheid te geven aan gebruikte begrippen, verwijzen we u graag naar de begrippenlijst die wij achteraan onze visie hebben opgenomen (bijlage 1). Ter verduidelijking van onze visie hebben wij een Visiekaart toegevoegd (bijlage 2). Op de visiekaart staan de landschappen topografisch weergegeven. Deze kaart geeft een nadere duiding van de gebiedsgerichte benadering op ons grondgebied. Het geeft een zonering op hoofdlijnen en is niet tot op perceelsniveau uitgewerkt. De visie én visiekaart maken ontwikkelingen niet direct mogelijk of onmogelijk. De kaart geeft evenmin één-op-één uitsluitsel of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is op een bepaald perceel en de voorwaarden die daar dan bij horen. In Bijlage 4 is een verslag (participatieverslag) opgenomen van het participatie-traject bij de voorbereiding van de visie. 1.4 Samenvatting Waar staan we nu? We hebben een mooie en unieke gemeente met 16 prachtige dorpen en een uitgestrekt buitengebied met veel diversiteit. Denk aan akkerbouw, rundveebedrijven, volle grond tuinbouw, intensieve veehouderijen en zorg- en recreatie bedrijven, daarnaast zijn er bijzondere natuurwaarde en wonen en vele mensen. Het is hier fijn om te wonen, te leven en te werken. We zorgen voor elkaar, genieten met elkaar en zetten ons in voor een bruisend verenigingsleven. Elk dorp is uniek en heeft bijzondere en soms verborgen parels waar we iedere dag trots op zijn. Het landschap met haar natuurwaarde en biodiversiteit is passend bij haar omgeving en zorg voor een goed leefklimaat. Deze mix van diversiteit in de dorpen en het uitgestrekte en unieke buitengebied willen we ook in de toekomst behouden. Wat komt er op ons af? Demografische ontwikkelingen vormen een uitdaging voor het wonen en leven in Leudal. De bevolkingsgroei wordt langzaam minder. Daarnaast verandert ook de samenstelling van de bevolking. Onze inwoners vergrijzen (in 2024 is bijna een kwart 65+) en ouderen leven langer, de zogenaamde dubbele vergrijzing. Het aantal mensen in de werkzame beroepsbevolking neemt in de directe omgeving af. Tegelijkertijd zien wij kansen in de oprukkende Brainportregio, dat voor Leudal als woongemeente kansen biedt. Nieuwe inwoners (jonge professionals, internationale werknemers en gezinnen) zijn nodig voor een meer evenwichtige verdeling van de bevolking en om onze lokale economie draaiende te houden. Daarnaast zijn zij nodig als werknemers, als leden bij verenigingen, als mantelzorgers etc. Als we niets doen, hebben we een autonome krimp in 2040. Deze veranderingen in de opbouw van de bevolking hebben gevolgen voor de woonopgave (soorten en aantallen woningen) en de vraag naar zorg en ondersteuning. Er komen steeds meer kleinere één- en tweepersoons huishoudens en minder gezinnen. In de toekomst zijn er steeds minder zorgplekken beschikbaar, omdat de zorg(huisvesting) anders georganiseerd wordt. Daardoor zijn mensen meer en meer aangewezen op hun netwerk bij een eventuele zorg- en ondersteuningsvraag. Dit geldt niet alleen voor ouderen, maar ook voor andere zorgvragers. Het aantal nieuwe kwetsbare inwoners neemt toe. Denk bijvoorbeeld aan oorlogsvluchtelingen, asielzoekers of internationale werknemers die zich al dan niet tijdelijk in onze gemeente vestigen. Zij vragen niet alleen om een woonoplossing, maar ook om ondersteuning en begeleiding ter bevordering van de integratie. De woonwensen van inwoners veranderen. Die wensen zijn heel breed: door de mogelijkheid van het hybride werken is een langere reistijd tot het werk minder vaak een probleem. En vinden mensen het prima om verder van het werk af te wonen. Andere woonwensen zijn bijvoorbeeld maatregelen om langer zelfstandig thuis te wonen en energetische verbeteringen aan de woning zoals isolatie en de vermindering van het gebruik van gas. In samenhang met de veranderende woonwensen, veranderen de wensen ook op het gebied van recreëren en genieten. Sinds corona is er een sterke toename in natuurrecreatie, waardoor de druk op de natuur toeneemt. Dit en de veranderde opbouw in bevolking zorgt voor een behoefte aan meer diversiteit in het recreatieaanbod. Ook de woon- en leefomgeving verandert. De gevolgen van klimaatverandering kunnen leiden tot lange en hevige periodes van droogte of vernatting of extreme temperaturen. Of in het ergste geval tot natuurrampen. Om bestand te zijn tegen deze klimaatverandering kijken we nu bewuster naar het bodem-watersysteem. Dit speelt een doorslaggevende rol bij de inrichting van het land en daarmee ook van onze gemeente. Het bodem-watersysteem is een samengesteld geheel van verschillende onderdelen die elkaar beïnvloeden. Keuzes op de ene plek, hebben gevolgen voor een andere plek of activiteit. Het is belangrijk dat we zorgvuldige keuzes maken vanuit het samenspel van water en bodem. Anders daalt de waterkwaliteit, de bodemkwaliteit en de grondwaterstand. Het buitengebied maakt al jaren een enorme transitie door. Deze wordt enerzijds gekenmerkt door de veranderingen in de agrarische sectoren anderzijds door de energietransitie en noodzakelijk natuurherstel. Deze veranderingen worden ingegeven vanuit natuurdoelstellingen, het belang van een goede gezondheid voor inwoners, het waarborgen van de (omgevings)veiligheid en de noodzaak voor een schonere en meer toekomstbestendige leefomgeving. De druk op het buitengebied is groot en deze druk neemt toe. Meer gebruikers hebben een groter wordende ruimtevraag. Het Rijk legt steeds meer verantwoordelijkheden bij lagere overheden, onder andere gemeenten, om (mede) regie te voeren op de energietransitie, de landbouwtransitie, het natuurherstel, het woningaanbod, het zorgaanbod, de huisvesting van kwetsbaren etc. Dit vraagt om een andere – actievere - rol als gemeente dan in de afgelopen jaren. Wat willen we? Voor u ligt daarom een Omgevingsvisie die is gericht op 2040 en keuzes bevat die noodzakelijk zijn om deze regie te kunnen voeren. Hierbij is het vertrekpunt dat niet alles, overal en tegelijk kan. Onze voornaamste focus is dat we een levendige woongemeente zijn met een vitaal buitengebied waarin innovatie en ondernemerschap belangrijke uitgangspunten zijn. Hierbij vinden we het belangrijk dat de 16 dorpen hun eigen identiteit behouden en ook niet aan elkaar verkleven. Voor ieder inhoudelijk hoofdstuk wordt hieronder puntsgewijs inzichtelijk welke keuzes we maken en wat we willen bereiken. Wonen en leven in Leudal Passende woningen In alle dorpen bieden wij (ver)bouwmogelijkheden, afgestemd op de behoefte, waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat. Vrijkomende (transformatie)locaties worden benut, zo voorkomen we leegstand. Wij sturen op kwaliteit: betaalbare en toekomstbestendige woningen in een groene omgeving. Wij zetten in op meer variatie in (woon)zorgvoorzieningen, afgestemd op specifieke doelgroepen. Verduurzaming van bestaande woningen vinden wij belangrijk, wij nemen ook energievoorzieningen op wijkniveau. Mobiliteit Onze dorpen zijn bereikbaar via diverse vormen van vervoer aanvullend op de (traditionele) auto. Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en (vervoers-)toegankelijk. Daarbij besteden we extra aandacht aan ruimte voor voetgangers en fietsers. Wij zetten in op een station in Baexem. Voorzieningen Niet alle voorzieningen zijn altijd meer fysiek in elk dorp aanwezig, door slimme combinaties en clustering houden we een goed en toegankelijk aanbod. Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. We stimuleren ook vormen van informeel ontmoeten en bewegen. Inwoners kijken naar elkaar om. Ondernemen en werken in Leudal Ondernemen en werken (algemeen) Economische vitaliteit en leefbaarheid gaan altijd hand in hand. Als nodig geven we ruimte aan gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen. Bakkers, slagers, fysiotherapeuten, horecagelegenheden etc. voorzien in onze dagelijkse levens- en zorgbehoeften. Daarom zien wij die graag in onze kernen. Voor bedrijven met zakelijke aanloop, aanloop op afspraak of met abonnement is ruimte aan de randen van de kernen. We ambiëren moderne en duurzame bedrijventerreinen met ruimte voor groene gevels en daken, energiehubs en versteend waar nodig en waterdoorlatend waar mogelijk. Ondernemen en werken (agrarische sector) Wij bieden ruimte aan agrarische bedrijven passend bij de kwaliteiten van de diverse gebieden. We richten ons op kwalitatieve groei van bedrijven (innovatie, verbreding en duurzaamheid). Wij houden rekening met de kernwaarden van het landschap, water en bodem bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Genieten en recreëren in Leudal We versterken de leefbaarheid met groene aantrekkelijke (horeca)pleinen met een gevarieerd aanbod van eet- en drinkgelegenheden. Er is ruimte voor bijzondere slaapgelegenheden in erfgoedgebouwen. Zo stimuleren we de belevingswaarde en dragen we bij aan het behoud van het erfgoed. We zetten in op natuurlijke speelterreinen waar kinderen actief in de buitenlucht kunnen genieten van sport en spel. We ontsluiten ons uitgebreide wandel-, fiets- en ruiternetwerk vanaf start- en rustpunten met hoog voorzieningenniveau. Verhalen en bijzonderheden van ons erfgoed (natuur, cultuur, gebouwen, enz.) worden ontsloten op een belevende manier. We realiseren ontmoetingsplekken met ruimte voor kleinschalige natuur-inclusieve recreatie, cultuur en events. Natuurlijk Leudal We versterken het landschap en de natuurlijke elementen en zorgen voor een gezonde bodem en waterhuishouding. Onze stiltegebieden zijn waardevol, we beschermen daar de rust, het groen en de ruimte. We respecteren de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders waarbij we trots zijn op de karakteristieke hoogteverschillen. We versterken ons beekdalenstructuur door in te zetten op de afwisseling van kleinschaligheid direct nabij de beek en meer openheid op de bolle akkers. We houden rekening met water en bodem, we werken aan natuurherstel en het herkenbaar maken van de randen van het beekdal met beplanting. Het landschap wordt versterkt daar waar het kan door de aanplant van elementen en ontwikkeling van het mozaïek landschap. Cultuurhistorische elementen en buitenplaatsen hebben betekenis in ons landschap en deze willen we daarom behouden voor de toekomst en de geschiedenis hiervan gebruiken ter inspiratie van toekomstige ruimtelijk keuzes. Duurzaam en toekomstbestendig Leudal Het vertrekpunt voor een duurzame toekomst is dat we zoveel mogelijk energie besparen en de energie die we (toch) nodig hebben op een hernieuwbare manier opwekken. Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig. We stimuleren een duurzame levensstijl, die uitgaat van het anders kijken naar consumptie (zoals streek- en seizoensproducten) en het verminderen van afval. In nieuwe plannen is klimaatadaptatie en duurzame bebouwing het uitgangspunt. Een duurzame materiaalkeuze en een energie neutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. We bieden ruimte voor klimaatbuffers en vergroening (in- en om de kernen) om hittestress tegen te gaan en biodiversiteit te stimuleren. Ook zoeken we naar gebieden voor bosaanleg om CO2 op te vangen en recreatie te versterken. Gezond en veilig Leudal Gezonde leefomgeving We verbeteren de kwaliteit van onze leefomgeving op het gebied van geluid, geur, oppervlakte- en grondwater en de luchtkwaliteit. Een betere scheiding tussen mens en dier en tussen wonen en werken helpt daarbij. De ruimtelijke kwaliteiten van gebieden bepalen welke activiteiten zijn toegestaan. Goede gezondheid en veiligheid We versterken de woonomgeving met activiteiten die een gezonde leefstijl stimuleren. We zetten ons in voor een omgeving die uitnodigt om te ontmoeten, te sporten en te ontwikkelen. Criminaliteit (zoals ondermijning, drugshandel) krijgt geen kans door herbestemmen en/of sloop van leegstaande locaties en goede sociale controle. We zorgen voor goed toegankelijke en veilige gebouwen en openbare ruimte. Wij zetten ons in voor een veilige leefomgeving voor de inwoners van Leudal. De Omgevingsvisie in de praktijk Deze Omgevingsvisie geeft richting aan de toekomst van de gemeente Leudal. Het vormt een stip op de horizon en is niet in beton gegoten. Het streefbeeld op het kaartmateriaal of in de visietekst is niet bedoeld om – en kan niet worden geïnterpreteerd als – een verplichting van de gemeente Leudal of haar bestuursorganen om de ambities of opgave te realiseren. Het is een hulpmiddel om te sturen in ruimtelijke ontwikkelingen en het beheren van onze fysieke leefomgeving. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt getoetst of deze passen bij de doelstellingen in deze visie. Daarnaast biedt het handvatten om nieuwe projecten te starten of maatregelen in te voeren. De Omgevingsvisie staat daarom niet op zichzelf, maar vormt de basis voor de uitwerking in Uitvoeringsprogramma’s (bestaande uit projecten, flankerende maatregelen, subsidiekaders of nadere eisen), het Omgevingsplan en solitaire ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat wij in deze visie de lange termijn doelstellingen laten zien en daarbij (nog) niet stil staan bij hoe we deze beweging gaan maken. In Uitwerkingsprogramma’s, het Omgevingsplan en projecten leggen we vast hoe wij onze doelstellingen concreet gaan bereiken. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsen wij in de context van de omgeving. Dit betekent dat nieuwe activiteiten in lijn met hun omgeving worden ontwikkeld. Daarbij kijken wij naar de waarden van het gebied waarin de activiteit een plek zoekt en hoe deze waarden kunnen worden beschermd of zelfs versterkt. Bij de correcte toepassing van deze beschermingswaarden, hanteren wij het principe: ‘ja, tenzij…’. Wij beantwoorden steeds de vraag: hoe draagt deze ruimtelijke ontwikkeling bij aan de uitgangspunten uit onze visie? Met andere woorden, sluit de ruimtelijke ontwikkeling aan bij het toekomstbeeld van Leudal? Wordt het mooier leven in Leudal? Én past de ruimtelijke ontwikkeling in de directe omgeving? Het gaat hierbij steeds om een totaalafweging waarin alle belangen worden afgewogen (de mate waarin aan de uitgangspunten wordt voldaan en de mate waarin positieve effecten worden bereikt). Iedere ontwikkeling vraagt immers om een zorgvuldige afweging op basis van de specifieke elementen van die ontwikkeling. Wij kiezen ervoor om:1. Dde wenselijkheid van ruimtelijke ontwikkelingen te toetsen aan onze opgaven, ambities, kenmerken, waarden en beleidskeuzes.2. Gebiedsgericht te werken; de gewenste ruimtelijke ontwikkeling moet passend zijn bij de omgeving en in het landschap. 3. Wenselijke ruimtelijke ontwikkelingen, op daarvoor geschikte locaties, in te passen in de omgeving en het landschap, waarbij rekening wordt gehouden met het laadvermogen van en de ontwerpopgaven voor die locatie. (Dit betekent dus hetgeen het landschap aan kan zonder vermindering van kwaliteit).4. Die ontwikkelingen toe te staan die waarde toevoegen aan onze visie. 5. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling hebben we oog voor de ondernemer en diens ondernemerschap én voor de natuur, de omwonende en hun belangen. Een goede omgevingsdialoog is daarbij essentieel. De visie is een eerste begin om te komen tot een wenselijk toekomstbeeld. De Omgevingsvisie is een dynamisch instrument. Om de vier jaar (bij een nieuwe raadsperiode) bekijken wij of bijstelling nodig is. Dit komt bijvoorbeeld tot uitdrukking bij de woningbouwopgave. We kiezen ervoor in onze visie en de bijbehorende Visiekaart de zoekgebieden voor woningbouw voor de korte(
- re)termijn weer te geven. Een doorkijk naar nieuwe locaties en ambities maken we op het moment dat huidige plannen in uitvoering zijn. Zo zorgen we ervoor dat de visie steeds voor een korte én lange termijn onze ambities laat zien. 2 Kwaliteit als basis 2.1 Omgevingskwaliteit Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen alleen kwaliteit krijgen op plaatsen waar deze passen in de omgeving. Ruimte is schaars in Nederland, daarom moeten we zorgvuldig omgaan met de ruimte die we hebben. Door bij iedere ruimtelijke ontwikkeling de omgevingskwaliteit als uitgangspunt te nemen en hier een bijdrage aan te leveren, kan kwaliteit worden behaald. Belangrijke kwaliteiten die inwoners en bezoekers noemen als ze denken aan “mooi leven in Leudal” zijn de termen Rust, Ruimte en Groen. Deze strategische waarden komen vooral tot uitdrukking in ons natuur- en cultuurlandschap en zijn op verschillende manieren in onze gemeente aanwezig en te beleven. Hiermee biedt het landschap houvast voor de belangrijkste kwaliteiten van onze gemeente. Helaas ontkomen we er niet aan hier soms (pijnlijke) keuzes in te moeten maken. Onze visie is dat (nieuwe) ruimtelijke ontwikkelingen niet alleen moeten passen in het landschap maar juist de kernkwaliteiten van dit landschap moet versterken. Er is sprake van een wisselwerking tussen de kernkwaliteiten en ontwikkelingen. Daarbij moet eerst worden beoordeeld of een ontwikkeling gebiedseigen is of niet. Een ontwikkeling is gebiedseigen wanneer deze sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap of dorp en daarbinnen past. De ontwikkeling moet aansluiten bij de schaal en aard van een gebied. Daarmee wordt het principe van de inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen in het landschap omgevormd naar het realiseren van ruimtelijke ontwikkelingen in het daarvoor meest geschikte gebied waarbij water en bodem bepalende factoren zijn. Dit betekent dat de locatie niet langer het uitgangspunt is voor de realisatie van ruimtelijke ontwikkelingen. Met het versterken van de kernkwaliteiten versterken we ook de eigen identiteit van de gebieden. Dit doen we door de huidige kwaliteiten vast te leggen en in beeld te krijgen waar hiaten zitten. Door regelingen open te stellen en maatregelen te treffen gaan we de verschraling van het landschap tegen. De wijze waarop we dit gaan doen gaan we verder uitwerken in het uitvoeringsprogramma ruimtelijke kwaliteit. 2.2 Landschappelijke deelgebieden 2.2.1 Inleiding Leudal is een uitgestrekte gemeente met een gevarieerd landschap. Onze inwoners voelen zich thuis in dit landschap en ontlenen hieraan hun identiteit. Dit biedt een goede basis als fundament voor de toekomst van Leudal. Er zijn vier landschappelijke deelgebieden te onderscheiden. Samen vullen zij het gehele grondgebied van Leudal: 1. Cultuurgronden van westelijk Leudal 2. Leudal en omgeving3. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal4. het Maasdal De indeling van deze landschappen is hieronder weergegeven in figuur 1. En als bijlage (Landschapstypen van Leudal) toegevoegd bij deze visie. Figuur 1: landschappelijk raamwerk, inclusief de vier landschappelijke deelgebieden In de volgende paragraaf beschrijven we de verschillende landschappen. Per landschap kijken we naar de unieke en karakteristieke elementen van het landschap op dit moment. Dit doen we vanuit de natuurlijke basis en cultuurhistorisch perspectief. Per landschap kan het zijn dat dezelfde landschapstypen voorkomen, landschapstypen hebben namelijk betrekking op de geomorfologie en de bodem. Toch heeft ieder gebied door de jaren heen zijn eigen dominante kenmerken ontwikkeld, waardoor eigenheid ontstaat. Het gaat juist om deze kenmerken die het landschap identiteit geven. Dit document bespreekt niet iedere galgenberg of landweer. Dit volgt later in een programma. Ook weten we dat niet ieder stukje Leudal (nog) volledig voldoet aan de geschetste omschrijving, maar de visie beschrijft het streefbeeld in 2040. 2.2.2 Cultuurgronden van westelijk Leudal Het oude cultuurlandschap (cultuurgronden van westelijk Leudal) kent verschillende verschijningsvormen en ligt in het zuidwesten van de gemeente. In dit gebied liggen de 7 dorpen Ell, Grathem, Haler, Hunsel, Ittervoort, Kelpen-Oler, en Neeritter. De meest dominante landschapstypen in dit gebied zijn de beken, gekoppeld aan de velden en de kampen. Gezamenlijk vormen deze landschapstypen het beeld van het gebied.De beekdalen in dit gebied worden gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. Het complex van beekdalen is de basis voor verbindingen en fijnmazige netwerken. Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal. Via de beekdalen loopt ook de ecologische verbinding van en naar de buurgemeenten. De beekdalen zijn letterlijk de verbindende factor voor Leudal en haar omgeving. Met daartussen de oude bolle akkercomplexen met weinig structurerende beplanting. De kleine landschapselementen in de vorm van erfbeplanting of bosjes en houtstructuren bevinden zich nabij de kernen. De eerste bewoning vond plaats op de hogere delen, hier vindt men nog steeds de dorpen, meestal op de overgang nabij een beekdal. De oude bouwlanden zijn welvingen of ruggen in het zandlandschap die geschikt waren voor bewoning en akkerbouw en liggen daarmee hoger gelegen ten opzichte van de omliggende terreinen. Ze liggen van oudsher op de plekken met de grootste natuurlijke vruchtbaarheid en de meest gunstige grondwaterstand. In de nabijheid hiervan werden kleine nederzettingen gesticht die zijn uitgegroeid tot de huidige kernen. Onderdeel van deze typologie zijn zogeheten bolle akkers die nog op een aantal plekken voorkomen, als zodanig herkenbaar zijn en nog steeds agrarisch gebruik kennen. Voor de uitvinding van kunstmest werd de grond hier over een lange periode bemest met een mengsel van plaggen en dierlijke mest uit de potstal, waardoor de akker in de loop der tijd geleidelijk nog hoger kwam te liggen dan zijn omgeving. Hierdoor is in de loop der tijd een dikke laag van zwarte enkeerdgrond ontstaan, waaronder cultuurhistorische relicten bewaard zijn gebleven. Deze bolle akkers kennen dan ook een hoge cultuurhistorische waarde, mits de oorspronkelijke structuur nog herkenbaar is. Ook kleinschalige gehuchten en bebouwingslinten zijn een karakteristiek onderdeel van de oude bouwlanden. De oude bouwlanden worden intensief gebruikt, vooral voor akkerbouw en tuinbouw. De beekdalen zijn van oudsher structurerend geweest voor het landgebruik en de ontwikkeling van de gemeente. Zo fungeerden de natste en lage delen vroeger als hooiland, terwijl de hogere en drogere delen van de beekdalen werden gebruikt als weidegrond voor de veeteelt of voor de akkerbouw. De meeste beken ontspringen op de hoge zandgronden en enkele langs de terrassen van de Maas. De beekdalen spelen een belangrijke rol voor de waterhuishouding van het buitengebied van Leudal. Aan de randen van de beekdalen vestigden mensen zich; deze bebouwingslinten zijn nog steeds herkenbaar, zoals Baexem, Ittervoort en Ell. Tussen de kernen kende men tot de twintigste eeuw woeste gronden, waar heide groeide. Deze (soms) natte heidevelden werden in cultuur gebracht. Er ontstond planmatige ontginning en drooglegging voor de landbouw en verkocht de kavels aan boeren. Dit had een grootschalig en rationeel landschap tot gevolg. De wegen, vaak in een onafhankelijk patroon ten opzichte van de landschappelijke opbouw, structureren het landschap. In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken. De dominante landschapstypen zijn dikgedrukt weergegeven. Cultuurgronden van westelijk Leudal Gebiedspaspoort /landschapstype beschrijvend Reliëf beplanting Cultuur landschap Bebouwing Kenmerken Velden 10% Bolle ligging Kenmerkend open middengebied Gelegen om het middengebied met doorkijkjes Oude bebouwing rond het middengebied Midden in grote percelen zonder bebouwing Kampen 20% Licht golvend tot vlak Houtwallen, singels en laanbeplanting Kleine halfopen omzoomde percelen met landschapselementen Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte Onregelmatige verkaveling Wegen kronkelen door landschap Beekdal 30% Langgerekte laagtes Vaak haaks op de beek, of begeleidende beplanting aan de beek Structurerend dan wel parallel aan de beek Op de hogere delen staat bebouwing. Watermolenbiotopen bepalen structuur Half open kamers tot hooilandjes en besloten bos Droge / natte heide ontginning 30% Vlak Structurerende laanbeplantingen Regelmatig en bloksgewijs Beperkte bebouwing in linten Gestructureerd Bos & Mozaïek landschap 10% Stuifduinen vlak en laagtes Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en productiebos Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding Incidenteel met cultuur-historische elementen Beleving van aardkundige situatie Besloten kamers 2.2.3 Leudal en omgeving Het gebied Leudal en omgeving ligt centraal in onze gemeente. In dit gebied liggen de kernen: Baexem, Haelen, Heythuysen, Horn(gedeeltelijk), Nunhem en Roggel. Het meest dominante gebiedstype is hier het bos mozaïek landschap afgewisseld met het bekenlandschap. In de omgeving van ‘Het Leudal’ staat de natuur en een goed leefklimaat centraal. Hier is de omgevingskwaliteit bovengemiddeld. Grote delen van dit landschap en met name het gebied wat tegenwoordig “het Leudal” is, is voormalig houtwingebied. Hier werd in het verleden hout geoogst door de aanwezige zandboeren. Oude hakhoutbossen zijn hier nog een zichtbaar resultaat van. Door de houtoogst ontstond ook het patroon van boskavel en landschapskamers omdat deze boeren hun kuddes lieten grazen in het gebied waardoor ook open vegetatiestructuren en heide zijn ontstaan. Door het hele gebied staan nog markante grensbomen/ stenen en (gedeeltelijke) restanten van sterrenbossen zijn nog zichtbaar, beide duidelijk kenmerken van historisch gebruik. In dit gebied staan eveneens 6 monumentale Tamme kastanjes uit de periode 1700-1750. Aan de noordzijde van het Leudal, ten zuiden van Roggel, zijn in het dal van de Roggelsebeek nog fraaie voorbeelden van een coulisselandschap zichtbaar. De velden aan de Noordkant van het Leudal hebben altijd een heel open karakter gehad, nu is daar bij de Leudalweg een harde overgang tussen landbouw en natuur. In het Natura-2000 gebied ligt ook klooster Elisabeth. Met de komst en ontwikkeling van klooster Elisabeth ontstaat een typisch kamerlandschap met daarin akkers en laanstructuren. Deze cultuurhistorische elementen vormen nu een meerwaarde voor het Natura-2000 gebied. Ten westen van het Natura-2000 gebied ‘Het Leudal’ gaan bos- en natuurgebieden, flankerend aan de beken, als groene linten door het landschap. Hierin liggen enkele fraaie monumenten. Zoals voormalige kloosters en landgoed Beijlshof. Dit is een goed voorbeeld van een oude hoeveboerderij in een kleinschalig Mozaïeklandschap. In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken. Leudal en omgeving Gebiedspaspoort /landschapstype beschrijvend Reliëf beplanting Cultuur landschap Bebouwing Kenmerken Bos & Mozaïek landschap 40% Stuifduinen vlak en laagtes Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en (productie)bos Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding Incidenteel met cultuurhistorische elementen Beleving van aardkundige situatie. Hoge natuurwaarde in het Leudal. Besloten kamers Beekdal 40 % Langgerekte laagtes Moeras en beek begeleidende beplanting Beekdalen kennen in het Leudal een diepe doorsnijden van de maasterrassen Geen tot zeer beperkt in het Leudal. In de rand daaromheen lopen beken door de kernen Ecologische waardevolle structurerende beplanting. In en rondom dorpen beperkt zichtbaar. Kampen 10% Licht golvend tot vlak Houtwallen, singels en laanbeplanting Kleine halfopen omzoomde percelen met landschapselementen Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte Cultuurgronden met onregelmatige verkaveling Velden 10% bolle velden zeer beperkt aanwezig Open structuur Noordelijke gedeelte is zeer open gericht op landbouw Her en der verspreide bebouwing met veel open ruimte Grote percelen openheid 2.2.4 Ontginningsgronden van noordelijk Leudal Dit ontginningslandschap (ontginningsgronden van noordelijk Leudal) is ontstaan vanaf het begin van de 20e eeuw en bevindt zich op de (hoge) schrale zandgronden. Het dominante landschap wordt gevormd door de grote rechte kavels van de heide ontginningen, omzoomd met bos mozaïek. Er is weinig bebouwing aanwezig, slechts één kern: Heibloem. De (soms) natte heidevelden werden in cultuur gebracht en beeklopen werden genormaliseerd en verlengt voor de ontwatering. De overheid bemoeide zich in die tijd, met de planmatige ontginning en drooglegging voor de landbouw en verkocht de kavels aan boeren. Dit heeft een grootschalig en rationeel landschap tot gevolg. De wegen, vaak in een orthogonaal patroon, structureren het landschap. De noordelijke grens van onze gemeente wordt gevormd door een Peelkanaal. De Peelkanalen, zoals het afwateringskanaal, zijn ooit aangelegd voor de afvoer van delfstoffen (turf) en de ontwatering van het gebied in het kader van de ontginningen. Naar de toekomst toe spelen de kanalen een steeds belangrijkere rol voor de wateraanvoer voor de intensieve landbouw in het gebied. De jonge ontginningen worden omsloten door de kamers van het (bos) mozaïeklandschap. Hier zijn vaker nog hoogteverschillen zichtbaar en bestaan veel zandwegen tussen de losse bospercelen, de stuifzandduinen zijn bebost voor houtproductie dat langzaam nu weer wordt omgevormd naar natuurlijk bos. In sommige delen is het landschap nog steeds wat natter van aard door de hoge grondwaterstand en kent daardoor meer sloten voor de afwatering van de landbouwgronden. De kleinschalige halfopen ontginningen zijn in de 19e eeuw ontstaan. Omdat door bevolkingsgroei op de oude bouwlanden ten zuiden van dit gebied niet genoeg voedsel geproduceerd kon worden, zochten mensen naar uitbreiding van het areaal. Deze ontginningen gaan terug op de individuele boeren en zijn redelijk kleinschalig. Deze kleine landbouwgebieden kenden oorspronkelijk vaak een duidelijke omkadering van houtwallen of heggen. Landbouw, bos en recreatie zijn de functionele dragers van dit landschapstype. Er bevinden zich nog relatief veel zandpaden in dit ontginningslandschap. In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal Gebiedspaspoort /landschapstype Reliëf beplanting Cultuur landschap Bebouwing Kenmerken Droge / natte heide ontginning 40% Vlak Structurerende laanbeplantingen Open landschap Regelmatige blokverkaveling Beperkte bebouwing grote bouwblokken Gestructureerd, rationeel verkaveld. Bos & Mozaïek landschap 40% Stuifduinen vlak en laagtes Bospercelen en houtwallen, kleine akkers en productiebos Landgoederen en bomenrijen. Bospaden weinig verharding Incidenteel met cultuurhistorische elementen Beleving van aardkundige situatie Besloten kamers Beekdal 20% (Verstoven) Langgerekte laagtes Vaak afwezig door landbouwgronden tot aan de beek Gegraven systeem met genormaliseerde beken Op de hogere delen staat bebouwing. bloksgewijs Half open kamers tot hooilandjes en besloten bos 2.2.5 Het Maasdal het maasdal ligt in het oostelijk deel van de gemeente, gelegen aan de Maas. Het Maasdal wordt gedomineerd door het rivierdal landschap. In dit gebied liggen de dorpen Buggenum, Neer en Horn (gedeeltelijk). De Maas is de grootste structuurvormer van het landschap. Het glooiend Maasterras wordt gekenmerkt door oude bouwlanden met onregelmatig verkavelingspatroon. De openheid van het gebied is kenmerkend. Door de Maasafzettingen is de bodem structuurrijk en van goede kwaliteit voor landbouw. De vruchtbare gronden werden daarom ook al vroeg door de mens in gebruik genomen, voornamelijk als (oud) grasland. De ruilverkaveling Buggenumseveld heeft gezorgd voor veel schaalvergroting en intensivering van akkerbouw. Dit is versterkt door de komst van een kassencomplex waardoor het open cultuurlandschap van het Buggenumse Veld te maken kreeg met lichtvervuiling.Vanuit het verleden was de Maas een belangrijke handelsroute, waarvan verschillende kastelen zoals kasteel Horn, nog de stille getuigen zijn. Het landschap is een, cultuurhistorisch weinig veranderd, waardevol landschap. In dit gebied vinden nog steeds ontgrondingen plaats voor de winning van zand en grind. Dit gebeurt direct aan de rivier. De Maasdorpen zijn van oudsher gelegen op de scheiding tussen Maasvallei en hoger gelegen gebieden, hier is later de Romeinse verbindingsweg aangelegd met laanbeplanting voor beschutting en als baken in het landschap. De Neerbeek stroomt door het Maasdal en mondt uit in de Maas nabij Neer/Hanssum. Op de Neerbeek zijn diverse watermolens actief geweest met bijhorende watermolenbiotopen. De recente dijkversterkende maatregelen hebben de leesbaarheid van dit landschap vertroebeld. Nog altijd is de landweer, net buiten de kern Neer zichtbaar. In onderstaande tabel beschrijven wij samenvattend de opbouw van dit deelgebied, de te beschermen (landschappelijke) waarden en de ruimtelijk relevante kenmerken. Het Maasdal Gebiedspaspoort /landschapstype Beschrijvend Reliëf beplanting Cultuur landschap Bebouwing Kenmerken Rivierdal 90% Stijlranden Langgerekte laagtes verdeelt over 3 terrassen met rivier leemgronden Lagere delen graslanden Zachthout ooibossen houtsingels en hagen Wegen zijn soms oud (o.a. Arixweg) die ontstaan zijn in oude neven geulen en nu parallel aan waterloop liggen Hoger gelegen delen Oude bewonings-geschiedenis op hoogste delen dorpen/ hoeve / kastelen Half open gebied vergezichten naar de Maas. Groenstructuren kenmerken de hoogte verschillen (Parallelle structuurvorming) Beekdal 10% Langgerekte laagtes in hoger gelegen landschap Graslanden beperkt structurerende beplanting Beekdal meandert en doorsnijdt de maasterrassen Op de overgangen van hoog naar laag. Watermolen biotopen Structuur haaks op maasterrassen. 2.3 Gebiedstypen 2.3.1 Inleiding Binnen de landschappen liggen nog drie aparte deelgebieden. Dit noemen we gebiedstypen. Het gaat hierbij om de kernen, de bedrijventerreinen en het buitengebied inclusief de kernrandzones. 2.3.2 Kernen Het totaal aan onze dorpen noemen wij de kernen. Onze 16 dorpen zijn zeer verschillend. Het zijn hechte gemeenschappen met een geheel eigen identiteit. In de dorpen zorgt men voor elkaar, bloeit het verenigingsleven en worden tradities zoals carnaval en schutterij groots gevierd.Binnen dorpen zijn inwoners actief (verenigd of niet) om zaken zelf voor elkaar te krijgen of te ontwikkelen. De verschillende dorpsvisies zoals die er op dit moment liggen, laten dat goed zien. De grotere dorpen hebben centraal voorzieningen voor het omliggende gebied. 2.3.3 Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen van Leudal verschillen zeer in omvang, ligging, inrichting en ‘eigentijdsheid’. Over het algemeen genomen zijn bedrijventerreinen sterk versteend en met robuuste gebouwen ingericht. Ze bieden ruimte aan bedrijven die vanwege de omgevingsdruk niet in of te dichtbij een woonkern passen. Het zijn functionele werkomgevingen en dat willen we ook zou houden. Ze dragen bij aan economische ontwikkeling en bieden werkgelegenheid.De terreinen Ittervoort en het cluster Windmolenbos en Zevenellen bestrijken samen ca. 75% van het totaal aan bedrijventerreinoppervlakte. Deze terreinen hebben een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor grotere bedrijven met een bovenregionaal werkgebied vanwege de inrichting, uitstraling en organisatiegraad. Ook zijn ze samen met het cluster Ellerweg en Kelperheide (10%) goed ontsloten via de A2, N273 (Napoleonsbaan) en de Maas. De terreinen aan de randen van Roggel, Heythuysen en Neer zijn meer bescheiden in omvang en geschikt voor bedrijvigheid die voorziet in een lokale/regionale behoefte. 2.3.4 Buitengebied, inclusief kernrandzones De kernen en de bedrijventerreinen bevatten de (voornamelijk) bebouwde gebieden van Leudal. Het overige gebied zien we als het buitengebied. Binnen het buitengebied kennen we een kernrandzones. De kernrandzone is een gebied dat niet voorkomt uit de landschapsanalyse, maar al geruime tijd onderdeel is van ons ruimtelijk beleid. Deze zone is bedoeld als overgangszone tussen bebouwd gebied en buitengebied. De kernrandzone is dus de zone rondom het dorp, ingesteld om mens- en dierconcentraties van elkaar te scheiden met als doel een goed woon- en leefklimaat in de dorpen. Wanneer in de kernrandzones woningbouw plaatsvindt , schuift de kernrandzone verder op naar het buitengebied en wordt het nieuwe woongebied onderdeel van het dorp (en het gebiedstype ‘kern’). De inrichting van de kernrandzone kan op vele manieren en is in ieder hoofdstuk uitgewerkt passend bij het thema, maar altijd zo dat het een gezond en prettig leefklimaat in het dorp ten goede komt. 3 Wonen en leven in Leudal 3.1 Inleiding Wonen en leven in Leudal gaat over veel meer dan de woonruimte waarin onze inwoners wonen. Wonen en leven gaat over je thuis kunnen voelen. Een passende (betaalbare) woning, in een mooie en verzorgde omgeving, die goed en veilig bereikbaar is en toegang biedt tot (basis)voorzieningen. Waar je kunt genieten van rust en groen of juist van beweging en dynamiek. Lid zijn van een vereniging of club. Het ontmoeten van vrienden en familie, zonder dat dit moeite hoeft te kosten. In dit hoofdstuk laten wij zien hoe een passende woonomgeving eruit ziet. Dit doen wij voor passende woningen, mobiliteit en voorzieningen. 3.2 Passende woningen Waar staan we nu? Leudal is een prachtige plek om te wonen. Op 1 januari 2024 telde onze gemeente zo’n 36.000 inwoners. Zij wonen in 16.000 woningen. Ongeveer 80% is een koopwoning, de rest zijn particuliere of sociale huurwoningen. De woningvoorraad in Leudal kenmerkt zich vooral door grondgebonden woningen, slechts 10% is een appartement. Woningcorporaties zijn voor ons een belangrijke partner om diverse aandachtsgroepen en woonurgenten te huisvesten. Verschillende zorgaanbieders voorzien ook in woonruimte voor kwetsbare doelgroepen. De meeste woningen liggen in onze dorpen, die in omvang variëren. Haler is met circa 200 woningen ons kleinste dorp en Heythuysen met circa 3.000 woningen de grootste. Van oudsher liggen er verspreid in het buitengebied ook woningen / (voormalige) agrarische bedrijfswoningen. Onze karakteristieke plattelandsdorpen bieden inwoners een aantrekkelijke woonomgeving omringd door natuur en ruimte. Woongebieden zijn over het algemeen ruim van opzet met veel groen. Woningen zijn relatief groot en in goede staat, waarbij eigenaren steeds bewuster investeren in verduurzamingsmaatregelen (zoals energetische verbeteringen of aanpassingen om langer thuis te blijven wonen). Bij nieuwbouwplannen sturen wij actief op levensloopbestendigheid. Daarmee zijn woningen geschikt voor verschillende levensfasen, jong en oud. Het woon- en leefklimaat in Leudal is over het algemeen goed. Op sommige plekken wordt hinder ervaren door aanwezige (agrarische) bedrijvigheid. Als bedrijven worden verplaatst (of ophouden te bestaan), ontstaat in en om het dorp ruimte voor andere functies zoals wonen. Wat komt er op ons af? De bevolkingsgroei daalt en de samenstelling van de bevolking verandert (dubbele vergrijzing, kleinere huishoudens). Het aantal kwetsbare inwoners stijgt. Verenigingen en scholen worden samengevoegd, waardoor locaties vrijkomen. De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis en accepteren daarom een langere reisafstand. Wonen in een plattelandsgemeente, zoals Leudal, wordt daarmee voor meer mensen aantrekkelijker. Door de groei in de Brainport-regio trekken werkenden naar het zuiden, vanwege de beschikbaarheid van kwalitatieve betaalbare woningen, waaronder naar Leudal. Er zijn steeds minder zorgplekken beschikbaar, waardoor inwoners langer (alleen, zelfstandig) thuis (moeten) wonen. De gevolgen van klimaatverandering (verdroging, vernatting, hoogwater, stijgende temperaturen). De klimaatdoelstellingen vragen om aanpassingen aan bestaande woningen en stellen hoge eisen aan nieuwe woningen (van het gas af, energiezuinig). Wat willen we? Leudal heeft levendige dorpen waar het voor alle inwoners fijn wonen is. Fijn wonen betekent niet alleen een dak boven het hoofd, maar ook dat er bedrijvigheid is en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Elk dorp heeft daarin zijn eigen karakter. Dit koesteren wij en nieuwe ontwikkelingen of slimme combinaties dragen daar aan bij. Niet alle voorzieningen zijn in elk dorp op dezelfde manier aanwezig, maar ze zijn wel voor iedereen bereikbaar. Trends en ontwikkelingen bieden nieuwe kansen voor Leudal als woongemeente tussen de steden Roermond en Weert en nabij de Brainportregio. We kijken dus nadrukkelijk naar forensenstromen en voorzieningen bij de ontwikkeling en realisatie van nieuwe (grote) woningbouwplannen. Leudal biedt een aantrekkelijke woonomgeving voor (nieuwe) inwoners, waarbij bewust wordt omgegaan met de vrijkomende (bebouwde en onbebouwde) ruimte. In alle dorpen is ruimte voor passende woning(ver)bouw. Inwoners doorlopen binnen Leudal hun wooncarrière. Het woningaanbod is gevarieerd en biedt mogelijkheden voor jong en oud. Voor zover dit in onze macht ligt en haalbaar is, zijn woningen betaalbaar en toekomstbestendig (energetisch, levensloopbestendig). De grens tussen (regulier) wonen en zorg vervaagt voor een groot deel. Op het gebied van zorg bieden wij mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning). Hierna gaan wij per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven. Kernen Wonen en leven in Leudal concentreert zich binnen de dorpskernen, waar flink is en wordt gebouwd. De dorpen kennen een kwalitatieve en goede ruimtelijke opzet met veel groen, (basis)voorzieningen zijn aanwezig en ieder dorp heeft plekken die uitnodigen tot ontmoeting en beweging. Zo blijven onze dorpen leefbaar en onze inwoners langer vitaal. Inbreiden gaat voor uitbreiden. Dit betekent dat nieuwe woningen zo veel mogelijk binnen de grenzen van de bestaande dorpskernen worden gebouwd. Meestal gaat het om plekken die vragen om kwaliteitsverbetering of waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan vrijkomende school- of sportlocaties (door fusie), het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. We bouwen niet alles vol, maar houden ruimte voor groen en ontmoeting. Wij kijken naar geschikte uitbreidingsmogelijkheden aan de rand van het dorp, als er binnen een dorp onvoldoende ruimte is. Dit kan alleen als de ontwikkeling past in de landschappelijke en ecologische structuur. Hierbij zetten wij bij voorkeur in op het creëren van een vliegwiel, waarbij de woningbouwopgave wordt gebruikt om minder wenselijke (agrarische) bedrijvigheid om te vormen. Het belang van (tijdelijk) extra woningen gaat niet ten koste van andere functies, zoals aanwezige (agrarische) bedrijvigheid of ons Natura 2000-gebied. Wij zetten onze extra groei-/woningbouwambitie gericht in om het bestaande voorzieningenniveau in bepaalde dorpen kracht bij te zetten, ook vanwege het belang voor de omliggende dorpen. Daarnaast kijken we bij onze extra groei-/woningbouwambitie naar de oprukkende regio Eindhoven / Brainportregio. Op de visiekaart geven we de ambitie aan voor de komende periode, via het icoon ‘vergrootglas’. Het gaat hierbij om grotere woningbouwontwikkelingen. Denk hierbij aan circa 50 woningen of meer. Nieuwe bouwmogelijkheden zijn afgestemd op de demografische en economische ontwikkeling en met respect voor de kenmerkende karakteristiek en omgeving in de betreffende kern. In het hart van onze dorpskernen is de bebouwing over het algemeen meer verdicht en soms ook middelhoog. Richting de rand van het dorp waaiert dit uit en vormt laagbouw met veel groen een passende overgang naar de weidsheid van het buitengebied. Qua ruimtelijke opzet dragen nieuwe woningbouwontwikkelingen bij aan het verminderen van hittestress en voorkomen van wateroverlast. Levensloopbestendig en (bijna) energieneutraal bouwen is voor ons uitgangspunt, evenals de inzet op een mix aan woningtypen en prijsklassen, met specifieke aandacht voor betaalbaarheid. Op het gebied van zorg bieden wij in de kernen mogelijkheden voor een breder aanbod aan woonvormen tussen zelfstandig wonen, geclusterd of begeleid wonen en volledig verzorgd wonen (inclusief passende ondersteuning). Kernrandzone De kernrandzone is een overgangsgebied tussen bebouwd gebied en buitengebied. In principe is woningbouw in de kernrandzone niet toegestaan. Als hier gebouwd wordt, schuift de kernrandzone verder op naar het buitengebied en wordt het nieuwe woongebied onderdeel van het dorp (en het gebiedstype ‘kernen’). Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn bedoeld voor bedrijfsmatige / industriële / logistieke functies. Daarom laten wij in Leudal op bedrijventerreinen geen nieuwe (bedrijfs-)woningen toe. Bij bedrijfsbeëindiging mag daar niet regulier worden gewoond. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied. In het belang van een goede en gezonde woonomgeving gaan wij zeer terughoudend om met de toevoeging van woningen in het buitengebied. Van oudsher liggen er verspreid in ons buitengebied (bedrijfs-)woningen. Dit geldt voor alle vier de deelgebieden. Toevoeging van woningen in het buitengebied ontstaat enkel uit maatwerk. In het buitengebied benutten wij de beschikbare ruimte liever voor functies, die op andere plekken (binnen bebouwd gebied) niet wenselijk of mogelijk zijn. In het buitengebied werken wij niet mee aan nieuwe woningen/wooneenheden, behalve voor: - Het (tijdelijk) huisvesten van internationale werknemers, (indien passend op de locatie en in het landschap);- Woonconcepten die het landschap ondersteunen en versterken;- Het behoud van monumenten / erfgoederen;- Inpandige woningsplitsing;- Mantelzorg. 3.3 Mobiliteit Waar staan we nu? Onze inwoners zijn nu nog voor een groot deel van hun vervoersbewegingen afhankelijk van de auto. Dit komt door een gebrek aan aantrekkelijke alternatieven voor de auto en de grote afstanden die moeten worden overbrugd. Het is niet vanzelfsprekend dat ieder dorp alle (basis) voorzieningen behoudt. De beschikbaarheid van openbaar vervoer verandert omdat bussen steeds vaker enkel aan de kernranden of aan doorgaande wegen stoppen. Niet iedereen is in staat van alle vervoersvormen gebruik te maken. Voor een inwoner met een mobiele beperking is het gebruik van fiets of openbaar vervoer niet vanzelfsprekend. Een goede bereikbaarheid van voorzieningen, familie of vrienden wordt hierdoor een steeds grotere uitdaging. Niet iedere inwoner van Leudal werkt ook in de gemeente. Inwoners van Leudal werken ook in naburige gemeenten of in de Brainport Regio. De verbindingen over de rijks- en provinciale wegen zijn of worden verbeterd. De actieve vormen van vervoer, zoals te voet of met de fiets, voldoen nog niet altijd en overal aan de gewenste maatstaven. Zonder station in de gemeente Leudal zijn deze inwoners aangewezen op de stations in Roermond of Weert als zij van het Openbaar Vervoer gebruik willen maken. Snelfietsverbindingen zijn in ontwikkeling, maar nog niet gereed. Wat komt er op ons af? De laatste jaren zien we een afvlakking van de groei van het aantal verkeersdoden en ernstig verkeersgewonden. Het aantal neemt vanaf 2024 geleidelijk af. Dit laat zien dat een risico gestuurde aanpak en meer educatie haar vruchten afwerpt. Echter, de groep jongeren tussen de 16 en 24 blijft over gerepresenteerd. Dit vraagt mede om blijvende aanpak voor onervaren verkeersdeelnemers. De wensen van onze inwoners op het gebied van vervoer veranderen. Mensen werken meer thuis, hebben of willen (vaker) een elektrische auto en kiezen vaker bewust voor een gezonde vervoersvorm (te voet, met de fiets). Omdat jongeren lang(
- er)‘thuis’ wonen, groeit de parkeerbehoefte bij woningen (tijdelijk). Vanuit het klimaatakkoord ‘Van Parijs naar Praktijk’ moet de CO2-uitstoot worden gereduceerd. CO2-uitstoot wordt in belangrijke mate veroorzaakt binnen de gebouwde omgeving en het wegverkeer. Hierop heeft de gemeente slechts beperkt invloed. De A2, provinciale wegen worden immers aan Leudal toegerekend. Wat willen we? Onze dorpen zijn bereikbaar via diverse vormen van vervoer, waarbij een (traditionele) auto niet noodzakelijk is. Tussen de dorpen gaan wij voor een optimale verbinding, dit wil zeggen een goede ontsluiting voor forensen en een goede bereikbaarheid van voorzieningen. In de dorpen gaan wij voor een optimale vorm van veiligheid, dit wil zeggen dat wij meer aandacht besteden aan andere vervoersvormen en de belevingswaarde vergroten. Wij nemen verkeer, vervoer en parkeren daarom in een vroeg stadium mee in de ontwikkeling van ruimtelijk plannen. Hierbij is bewust ruimte voor voetgangers en fietsers, scheiding van langzame- en landbouwverkeersstromen en elektrische en toekomstbestendige vervoersvormen (laadpalen, deelmobiliteit). Wij zetten in op een treinstation in Baexem, omdat dit forensen en studenten toegang biedt tot andere regio’s. Voorgaande ambities op het gebied van mobiliteit versterken onze positie als woongemeente tussen de steden Weert en Roermond en de Brainportregio. Onze voorzieningen zijn veilig bereikbaar en toegankelijk. Dit kan gaan om feitelijke bereikbaarheid of digitale bereikbaarheid. Ons openbaar gebied sluit hierop passend aan. Hierbij is extra aandacht voor de veiligheid van kinderen, jongeren en minder mobiele verkeersdeelnemers. We gaan per deelgebied in op het toekomstbeeld, voor zover dit afwijkt of meer specifiek is dan hiervoor omschreven. Kernen Nieuwe plannen worden vanuit het perspectief actieve mobiliteit ontwikkeld en ingericht. Deelmobiliteit is in (enkele) dorpen en wijken beschikbaar. De (openbare) laadinfrastructuur is op orde. Er is flexibele parkeerruimte aanwezig in het openbaar gebied. Kernrandzones Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen. Hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen. Nieuwe plannen worden vanuit het perspectief actieve mobiliteit ingericht. Bedrijventerreinen Bedrijventerreinen zijn goed ontsloten; enerzijds van- en naar het terrein bezien vanuit het perspectief van de ondernemers en anderzijds bezien vanuit de invloed van het verkeer van- en naar het bedrijventerrein voor de omwonenden. Ondernemers werken samen en daarbij is deelmobiliteit een van de speerpunten. Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd / vrachtverkeer) zijn gescheiden om het woon- werkverkeer en het bezoek aan de bedrijven veilig te laten plaatsvinden. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: Verkeersstromen (langzaam en gemotoriseerd) zijn gescheiden om de recreatieve versterking van het gebied veilig te laten plaatsvinden. Er zijn mobiliteitshubs aanwezig, in ieder geval in kernen aan uitvalswegen; hier komen meerdere vervoersbewegingen bij elkaar en ‘overstappen’ is mogelijk. Er is ruimte voor het (veilig) stallen van fietsen en het parkeren van de auto. Na stalling of parkeren wordt overgestapt op bus of om samen te reizen. Zo bereiken we een onder andere goede aansluiting met A2 en provinciale wegen. Leudal en omgeving Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling: Er is voldoende kwalitatieve, groene en veilige parkeergelegenheid bij en rondom het natuurgebied ‘Het Leudal’. Het Maasdal Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling: De verbinding tussen het Maasdal (en de rest van Leudal) en Leeuwen (de overzijde van de Maas) wordt gelegd door een nieuwe verkeersverbinding. Hierbij zetten wij, in de basis, in op een fietsbrug ter versterking van de recreatieve en utilitaire verbindingen tussen Leudal, Roermond en Roerdalen. 3.4 Voorzieningen Waar staan we nu? In een fijne woonomgeving zijn sociale contacten (nabijheid van familie en vrienden) onmisbaar. Dat is wat mensen bindt aan wijken, dorpen, de gemeente. Leudal heeft betrokken inwoners die naar elkaar omkijken en kent een rijk verenigingsleven. De leefbaarheid staat wel onder druk. Niet alle voorzieningen hebben in elk dorp nog bestaansrecht. Onze 16 dorpen verschillen in omvang, identiteit en behoeften. Dit vraagt om doordachte keuzes zodat belangrijke voorzieningen (zorg, onderwijs, ruimte voor ontmoeting) voor alle inwoners toegankelijk blijven. Wat komt er op ons af? De bevolkingsgroei neemt af, waardoor scholen minder leerlingen krijgen en verenigingen minder leden. Meer kwetsbare inwoners wonen langer (alleen) zelfstandig. De noodzaak voor sterke sociale netwerken stijgt, als vereiste om langer (alleen, zelfstandig) thuis te kunnen wonen. Het voorzieningenniveau wijzigt, door andere winkelformules. Inwoners zijn minder vaak lid van een club of vereniging. Wat willen we? Wij willen dat onze inwoners een veilige en passende woonomgeving hebben. Hierbinnen genieten zij van de mogelijkheid vrienden en familie te ontmoeten, te bewegen en de (preventieve) zorg te kunnen aanspreken waar dat nodig is. Inwoners hebben toegang tot voorzieningen, zonder dat deze voorzieningen altijd fysiek of in ieder dorp aanwezig zijn. Ontwikkelingen rondom samenvoegingen, nieuwbouw en vrijkomende locaties geven kansen voor sterke en toekomstbestendige voorzieningen, duurzame bebouwing en nieuwe invullingen die bijdragen aan onze (andere) opgaven. Kernen Niet alle voorzieningen bevinden zich noodzakelijkerwijs binnen ieder dorp, maar ze zijn wel voor iedere inwoner (vervoers-)toegankelijk. Alledaagse basisvoorzieningen blijven makkelijk bereikbaar in dorpen met voorzieningen. Dit kunnen ook (dorpen of steden met) voorzieningen zijn buiten de gemeente Leudal. Ieder dorp heeft minimaal één gezamenlijke ontmoetingsplek. De vorm en invulling daarvan kan en zal verschillen. Kernrandzones Het verenigingsleven, de sportclubs en andere collectieve vormen van vrijetijdsbesteding maken gebruik van elkaars kwaliteiten. Concentratie van voorzieningen zorgt voor een verhoogde kwaliteit en een sterk, robuust en vitaal aanbod. Voorzieningen worden goed ontsloten met oog voor het landschap, de gebruikers en de omwonenden. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen worden in de basis niet ingezet voor primaire voorzieningen van de inwoners. Buitengebied geheel Het buitengebied (ongeacht het landschappelijk deelgebied) wordt in de basis niet ingezet voor primaire voorzieningen van de inwoners. 4 Ondernemen en werken in Leudal 4.1 Inleiding Ondernemen en werken in Leudal gebeurt op verschillende plekken en op verschillende manieren. In de kernen, de kernrandzones, het buitengebied en de bedrijventerreinen. En in de maakindustrie, agri-business, detailhandel, zorg en vrijetijdseconomie. Wij kiezen er daarom voor dit hoofdstuk op te delen in twee paragrafen: 1) ondernemen en werken in algemene zin en 2) ondernemen en werken in het buitengebied. 4.2 Ondernemen en werken (algemeen) Waar staan we nu? Onze economie omvat een keur aan vooral kleinschalige tot middelgrote bedrijven met een aantal zeer innovatieve bedrijven en wereldspelers. Samen zijn de circa 3.800 bedrijven die Leudal rijk is, goed voor zo’n 15.230 banen (Leudal in cijfers, 2022). Het aantal banen per 1.000 inwoners ligt in Leudal circa 17% onder het landelijk gemiddelde en gelijktijdig heeft Leudal een relatief lage werkeloosheid (2,9% t.o.v. Nederland 3,5%). De meest stuwende clusters zijn de maakindustrie, agri-business, groot- en detailhandel, zorg en de vrijetijdseconomie. Leudal beschikt over zo’n 260 hectare aan bedrijventerreinen waaronder het duurzaam multifunctioneel bedrijvenpark Zevenellen en Bedrijventerrein Ittervoort. Vanwege de centrale ligging ten opzichte van de Brainportregio, de Limburgse campussen, België en Duitsland en de snelle ontsluiting op de A2, zijn onze bedrijventerreinen in trek en is de beschikbaarheid van vrije kavels beperkt. In de kleinere kernen is het winkelaanbod afnemend. Het aanbod concentreert zich vooral in en rondom de centra van Heythuysen en Roggel. De toeristisch-recreatieve en agrarische bedrijvigheid zijn alom in de gemeente aanwezig. Om (aanstaande) uitdagingen het hoofd te bieden werkt de gemeente samen met haar buurgemeenten, ketenpartners, het bedrijfsleven en de onderwijspartijen aan de uitvoering van de Economische Agenda Leudal. Overall is Leudal economisch vitaal en dat willen we ook zo houden. Wat komt er op ons af? De economische ontwikkeling wordt beïnvloed door de impact van de grote transitieopgaven op onze stuwende sectoren zoals energiecongestie, reductie stikstof, afvang CO2 en schaarste van grondstoffen. Daarnaast daalt de potentiële beroepsbevolking in Leudal sterk door vergrijzing en ontgroening. Andere uitdagingen die de ontwikkeling remmen zijn de beperkte ruimte voor noodzakelijke en gewenste uitbreiding van onze bedrijven op met name bedrijventerreinen. Het toenemende gebruik van online winkel- en bezorgplatforms heeft een negatief effect op het vestigingsklimaat voor retailers in (vooral kleine) kernen en het bestaansrecht van vooral kleine en ambachtelijke retailers. Al deze uitdagingen hebben een effect op de economische vitaliteit van Leudal en daarmee ook op de leefbaarheid, aantrekkelijkheid van woon- en leefomgeving, en het onderwijs. Wat willen we? Wij kiezen voor een duurzame ontwikkeling als basis voor een vitale toekomstbestendige economie. Niet alles kan en niet alles kan overal. In 2040 is onze economie in balans met de omgeving en regionale arbeidsmarkt. Hiertoe ondersteunen wij ondernemend Leudal de arbeidsparticipatie te optimaliseren en nieuw gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Bedrijven zijn duurzaam: groen, energiezuinig, klimaat-adaptief en circulair. Ze zijn (economisch) vitaal omdat ondernemers kunnen omgaan met toekomstige bedreigingen en kansen herkennen en adopteren. Leudal faciliteert bedrijven met focus op lange termijn bestaansrecht, samenwerken en actief sociaal-maatschappelijk betrokken zijn.We streven naar een evenwichtige ontwikkeling waarin bescherming van ruimtelijke en ecologische waarden hand in hand gaat met ruimte voor ondernemerschap, innovatie en duurzame verdienmodellen. Economische vitaliteit en ontwikkelruimte voor ondernemers vormen een volwaardige pijler van de omgevingskwaliteit in Leudal. We wensen schone, moderne en duurzame bedrijfsomgevingen en bedrijventerreinen. Wanneernodig en mogelijk ondersteunen we bedrijven met een wens of noodzaak om te verhuizen naar een geschiktere locatie om te kunnen innoveren of groeien ter versterking van hun vitaliteit. Samen met onze partners houden wij onze dynamische routekaart “Economische Agenda Leudal” actueel. Hand in hand werken wij in verschillende coalities samen aan innovatieve oplossingen om een goed ondernemingsklimaat voor deze bedrijven te bestendigen. Wanneer nodig helpen we kleine bedrijven bij het verkrijgen en houden van inzicht in hun toekomstperspectief én het versterken daarvan. Kernen In alle kernen is ruimte voor bedrijven die voorzien in een dagelijkse zorg- en levensbehoefte, aan huis gebonden ondernemerschap en voor horeca en gebouw gebonden verblijfsrecreatie. Aanvullend winkelaanbod concentreert zich vooral in levendige winkelstraten met horecapleinen in Heythuysen dat als aantrekkelijke centrumdorp een groter verzorgingsgebied bediend. Kernrandzones Bedrijven met zakelijke aanloop zoals kantoren, aanloop op afspraak zoals garagebedrijven en aanloop op basis van een abonnement zoals sportaccommodaties faciliteren wij in de kernrandzones. Daar is ook ruimte voor landbouw en voor kleinschalige bedrijvigheid met een geringe invloed op de (woon)omgeving. Bedrijventerreinen In 2040 zijn onze bedrijventerreinen modern en goed bereikbaar met de fiets, ov en auto. Zowel de private als publieke gronden zijn klimaatadaptief: versteend waar nodig, groen en waterdoorlatend waar mogelijk. Om bedrijvigheid te clusteren zoeken we ontwikkelruimte aansluitend op bestaande bedrijventerreinen. Onze bedrijventerreinen worden niet ingezet of ontwikkeld voor de logistieke sector (verstening en verdozing willen we niet). Nieuwbouw of verbouw gebeurt met duurzame materialen, met ruimte voor groene daken en gevels of voor opwekking van energie voor het eigen bedrijf en het collectief. Om opslag en verdeling te faciliteren zijn onze bedrijventerreinen uitgerust met een energiehub. In alle gevallen is er, in meer of mindere mate, gewerkt aan de opgave voor modernisatie, verduurzaming en vergroening in en rondom de terreinen. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: In het buitengebied gaan economische vitaliteit, duurzaamheid en leefbaarheid hand in hand. Waar mogelijk zijn multifunctioneel gebruik van het landschap en gecombineerde bedrijfs- en verdienmodellen welkom, mits passend bij de kernwaarden van Leudal: rust, groen en ruimte. Ruimte voor andersoortige bedrijvigheid, of bedrijven met een gebiedsrelatie, is er op de daarvoor aangewezen buitengebied locaties beschikbaar. Economische bedrijvigheid die het landschap en natuur negatief beïnvloeden zijn niet wenselijk. Cultuurgronden westelijk Leudal Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling: Ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie. Het Maasdal Voor dit deelgebied geldt aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied een extra doelstelling: Groen blauwe recreatieparel met ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema water, natuur en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie. 4.3 Ondernemen en werken (agrarische sector) Waar staan we nu? Leudal is een agrarische plattelandsgemeente. Een kenmerk van het buitengebied is de diversiteit; er is akkerbouw, veeteelt, volle gronds-tuinbouw en intensieve veehouderij aanwezig. In het buitengebied zijn ook burgerwoningen te vinden. Daarnaast is er een beperkt aantal niet-agrarische bedrijven. Het grondgebruik is intensief agrarisch. De agrarische sector is een belangrijke economische drager en levert een belangrijke bijdrage aan het beheer van het (agrarische) landschap. Veel agrarische bedrijven stoppen, zijn gestopt of overwegen te stoppen. Dit is een autonome ontwikkeling die al circa 20 jaar gaande is. Dit wordt enerzijds veroorzaakt door de vergrijzing. Anderzijds heeft het ook te maken met de landelijke regelingen die zijn ingesteld om agrarische bedrijven te beëindigen om daarmee de natuur, het klimaat en de waterkwaliteit te verbeteren. De eisen die aan agrarische bedrijven worden gesteld, worden steeds strenger. In de beekdalen is sprake van structurele droogte en diverse beken voldoen niet aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). Door klimaatverandering zullen vaker extreem natte, maar ook extreem droge perioden voorkomen. Allerlei functies zoals landbouw, natuur, industrie en drinkwatervoorziening ondervinden hier nadelige gevolgen van. Er is een tendens gaande waarbij consumenten meer aandacht vragen voor dierwelzijn, maar de betaalbaarheid daarvan staat onder druk (de consument kan of wil de meerprijs (nog) niet betalen RUG.nl 2015). Ook is er een afnemend draagvlak voor de invloed van veebedrijven op het gebied van geur en fijnstof, bij akkerbouw speelt het gebruik van pesticiden. Deze ontwikkeling levert allerlei vraagstukken op met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit, waterkwaliteit en kwantiteit, ecologie, sociale (leefbaarheid) en economische vitaliteit. Andere ontwikkelingen leggen ruimteclaims op de beschikbare gronden in het buitengebied. Bijvoorbeeld voor uitbreiding van bedrijventerreinen, grootschalige of collectieve opwekking van hernieuwbare energie, een nieuwe hoogspanningsverbinding, waterveiligheid, zorginitiatieven, nieuwe natuur en recreatie en toerisme. Soms schuren de nieuwe activiteiten met de bestaande en zorgt een nieuwe ontwikkeling voor onrust onder de bestaande bewoners en gebruikers van het buitengebied. Wat komt er op ons af? Steeds groter wordende aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving, met een kleinere footprint produceren boeren gezond voedsel en verdienen daarvoor een fatsoenlijke boterham. Strengere landelijke normen voor luchtkwaliteit, fijnstof, PFAS, grond- en oppervlaktewater, spuitzones etc. zorgen voor aanscherping van de regels ten behoeve van een gezond leefklimaat. Onder invloed van landelijke beëindigingsregelingen stoppen, in versneld tempo, nog meer veehouderijen. De ruimtevraag voor nieuwe ontwikkelingen wordt groter. Met name gericht op de visueel minder aantrekkelijke monoculturen. Toename van criminaliteit en ondermijning (drugs etc.). Grotere aandacht van exploitanten voor Leudal als vestigingsgebied voor het houden of trainen van paarden c.q. de paardensport. Klimaatverandering met daardoor groter wordende risico’s op natuurrampen. Wat willen we? Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen voor Leudal, waarbij de agrarische sector, als duidelijk element van een plattelandsgemeente, via een goede samenwerking tussen overheid en ondernemers, een innovatieve, maatschappelijk verantwoorde, duurzame en vitale sector kan vormen. In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele grondgebied gelijk, ongeacht het landschap of gebiedstype: Het behoud van de agrarische sector. De agrarische sector blijft een belangrijke economische pijler. We bieden ruimte aan (vitale) agrarische bedrijven die maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit betekent dat ze inzicht hebben in- en rekening houden met de invloed van hun bedrijf op de omgeving. Ze streven ernaar om deze invloed zo klein mogelijk te maken, bedrijfsprocessen te verduurzamen en bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Om dit te bereiken/behouden zetten we in op landbouw die past bij de gebiedskenmerken van de diverse gebieden. Kwalitatieve groei van bedrijven. We stimuleren kwalitatieve groei van bedrijven (innovatie, verbreding en duurzaamheid). Dit wil zeggen dat wij bestaande agrarische bedrijven stimuleren om op toekomstbestendige locaties te innoveren, een duurzame en vitale onderneming te bedrijven en mee te denken met stoppende agrariërs. Dit betekent niet dat veehouderijen helemaal verdwijnen maar wel dat we een beweging gaan zien naar combinatiebedrijven, circulariteit en extensivering. De systeemopgaven (natuur, water, bodem) zijn dusdanig dat de beweging naar gecombineerd ruimtegebruik echt nodig is om de milieudruk te verlagen. We sturen op kwaliteit en passen een gebiedsgerichte aanpak met een lokale benadering toe. Een concrete uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied. Aansluiting bij landelijke ontwikkelingen. Voor de toekomst van het landelijk gebied zijn we deels afhankelijk van de landelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben invloed op onze beleidskeuzes in de toekomst omdat landelijke en provinciale regelingen doorwerken in ons beleid. Via gebiedsprocessen, een gebiedsgerichte benadering of een programmatische aanpak zullen we trachten de invloed en effecten van regelingen zoveel als mogelijk goed in te bedden in ons landschap. Kwalitatieve benadering. In alle deelgebieden geldt dat we bij nieuwe ontwikkelingen inzetten op een kwalitatieve benadering. Nieuwe ontwikkelingen moeten voldoen aan het afwegingskader. Een concrete uitwerking vindt plaats in het Uitvoeringsprogramma Landelijk gebied. Ontwikkelingen sluiten aan bij de kernwaarden van onze deelgebieden, waarbij we als uitgangspunt de natuurlijke situatie van de bodem en het water hanteren. Vanuit dit principe zijn landschappelijke structuren bepalend voor de draagkracht van het landschap. Voor alle deelgebieden geldt dat we niet alleen oog hebben voor de kernwaarden maar dat altijd sprake is van een bepaalde diversiteit in activiteiten. Wonen, werken en recreëren gaan hand in hand. Focus op de ene activiteit sluit een andere niet uit. De hoofdkoers wordt echter bepaald door een versterking van de kernwaarden van het betreffende gebied. Door te focussen op de kernwaarden geef je bijvoorbeeld op de ene plaats ruimte aan water terwijl op een andere plaats er juist ruimte is om te ondernemen of om te wonen. Omgevingsbewustzijn bij onze ondernemers. Onze ondernemers zijn zich bewust van de effecten van de bedrijfsexploitatie (en eventuele uitbreidingswensen) óp en vóór de omgeving. In het belang van een goede balans in de omgeving kiezen zij voor een passende bedrijfsexploitatie. Bij eventuele bedrijfsuitbreiding wordt het belang van de omgeving en de omwonenden intrinsiek meegewogen. Agrarische bedrijvigheid op duurzame locaties. Bij verplaatsing vestigen onze ondernemers zich op een bestaande duurzame locatie. Wij stimuleren deze verplaatsing naar een andere locatie om de kwaliteit van een gebied te verbeteren op het gebied van natuur en/of verbetering van het leefklimaat/gezondheid en we werken hier graag aan mee. Herbestemming naar andere bedrijvigheid op passende locaties. We houden het welvaartsniveau in stand of verbeteren dit door nieuwe economische dragers toe te laten in de kernrandzones en in gebieden of gebouwen waar dit passend is. Aan herbestemming wordt meegewerkt mits het om kleinschalige activiteiten gaat met een geringe invloed op de omgeving zoals startende nieuwe bedrijven of nieuwe concepten. Grootschalige (industriële) bedrijvigheid hoort thuis op een bedrijventerrein. Het verplaatsen van bestaande (industriële) niet-gebiedseigen bedrijven. Bedrijven die naar aard en omvang niet gebiedseigen/passend in de omgeving zijn mogen niet verder uitbreiden. We faciliteren deze bedrijven bij het verplaatsen naar een bedrijventerrein. We zetten in op bij het gebied passende landbouw en faciliteren ondernemers die daar een bijdrage aan leveren. De tabel in combinatie met de kaart in hoofdstuk 2 (Landschapstypen van Leudal) geeft in hoofdlijnen aan welke gebruiksmogelijkheden er zijn voor de diverse landschapstypes. Bestaande bedrijven, met vergunde rechten en -gebruiksmogelijkheden, behouden het recht om dit te blijven uitvoeren. Nieuwe ontwikkelingen moeten in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd. Ontwikkelingen die een negatieve invloed hebben op de woon- en leefomgeving zijn niet wenselijk vanuit de wettelijke doelstelling ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Dit betekent, dat verschillende activiteiten en functies, die met name in het buitengebied heel divers en uiteenlopend zijn (zoals landbouw, veeteelt, andere vormen van bedrijvigheid, wonen, recreatie, natuur) op een gebalanceerde manier verdeeld worden over het (grond- c.q. buiten)gebied. Hierbij moeten wij rekening houden met hun onderlinge effecten om hinder te voorkomen en de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te waarborgen. Alle nieuwe ontwikkelingen vragen een nadere beoordeling gericht op de specifieke activiteit op een specifieke plek. Het betreft daarmee een indicatieve, richtinggevende tabel. Ondernemen en werken (agrarische sector) Gebiedspaspoort /landschapstype zie kaart hoofdstuk 2 Landschapstypen van Leudal Wat betekent dit voor nieuwe activiteiten en ontwikkelingen Velden Ruimte voor gewassen zoals gras en intensieve groente teelten Doelstelling/opgave:Bolle akkers respecteren Openheid behouden Kansen:Agrarisch natuurbeheer Kampen Ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen Ruimte voor gewassen, ruimte voor fruitteelt Doelstelling/opgave:Gewassen volgend aan het landschap en hoogteverschillenHoogteverschillen respecteren Beekdal Ruimte voor niche markten; water vasthoudend/bodem-verbeterend (o.a. voedselbossen) Grasland gewassen zonder of met beperkt gebruik gewasbescher-mingsmiddelen Doelstelling/opgave:De aanleg en onderhoud van landschapselementen, van natuurvriendelijke oevers of wandelpaden en dergelijkeMinder productie per hectare met aandacht voor bodemkwaliteit verbetering van de biodiversiteit en agrarisch natuurbeheer Droge / natte heide ontginning Ruimte voor grote bedrijven Ruimte voor (intensieve) gewassenRuimte voor teeltondersteunende voorzieningen Ruimte voor grootschalige bewerking van percelen Bos & Mozaïek landschap Ruimte voor lokaal intensieve gewassen in de kamers van de mozaïekNiche markten op de hoogte verschillen en de cultuurhistorische percelenRuimte voor teeltondersteunende voorzieningen Kansen:Agrarisch natuurbeheer (grenzend aan bossen) Het Maasdal Ruimte voor (intensieve) gewassenRuimte voor grootschalige bewerking van percelen Doelstelling/opgave:Openheid behouden Kansen:Agrarisch natuurbeheer 5 Genieten en recreëren in Leudal Leudal is een plattelandsgemeente met een uitgestrekt vrijetijdslandschap. Inwoners en bezoekers die willen genieten van rust, groen en ruimte in de vrije natuur, kunnen overal in de gemeente gebruik maken van een uitgebreid aanbod van wandel-, fiets- en ruiterpaden in een gevarieerd landschap. Kenmerkend voor Leudal is ook de aanwezigheid van veel en divers erfgoed. Dit is in veel gevallen nog onvoldoende inzichtelijk en beleefbaar. Waar staan we nu? Het verblijfs-, horeca- en attractieaanbod is kleinschalig en extensief, met uitzondering van Recreatiepark De Leistert. Dit vertaalt zich in de aanwezigheid van bijzondere pareltjes passend bij de kernkwaliteiten van Leudal. Leudal beschikt over relatief weinig attractieaanbod voor inwoners en verblijfsgasten met een behoefte aan intensievere vormen van dagrecreatie. Leudal heeft in de basis een cultuurrijke omgeving en verenigingsleven met veel ruimte om dit breder te etaleren en uit te dragen. Route-gebonden recreatie is gemeentegrens-overstijgend en vanuit Leudal zijn tal van (dag)recreatieve trekpleisters met de auto bereikbaar, ook over de landsgrens heen. Om de kwaliteit van de recreatieomgeving, en daarmee ook de leefomgeving, voort te zetten geeft de gemeente samen met haar lokale en regionale partners uitvoering aan het beleidsplan Recreatie en Toerisme Leudal en het daarbij behorende uitvoeringsprogramma.‘Het Leudal’ is momenteel al een populair gebied om te wandelen, te fietsen, te paardrijden. Het gebied heeft vier centrale toegangspunten, deze poorten zijn uitvalsbasissen met parkeren, startpunten van wandelroutes, horeca en informatie over het gebied. Het aandachtspunt / de uitdaging voor dit gebied met Natura 2000 status is de zonering. Sommige gebieden moeten rustig blijven en elders mag het weer wat drukker. De rustige gebieden liggen vooral langs de beek (Neerbeek, Leubeek, Tungelroyse Beek). Zij verdienen extra bescherming. Wat komt er op ons af? De grote nationale en regionale opgaven en transities zoals klimaatadaptatie, duurzame energie, transitie agro-sector, natuurontwikkeling en -bescherming, claimen ruimte en hebben een effect op de landschappelijke omgeving. Het borgen van de kwaliteit van het vrijetijdslandschap is een aandachtspunt bij de (her-)inrichting van het landschap. Sinds corona is er een sterke toename in natuurrecreatie (blijvende trend). Hierdoor is de druk op natuurgebieden, inclusief kwetsbare gebieden, toegenomen. Een blijvende trend is de groeiende behoefte aan het opdoen van belevingen. Recreanten willen meer weten van de achtergronden en bijzonderheden van de omgeving en omgevingselementen waarin zij recreëren, zodat de belevingswaarde toeneemt. Meer diversiteit in het recreatieaanbod is nodig om te kunnen voorzien in de verschillende recreatiebehoeftes van (toekomstige) inwoners en bezoekers. De economische levensvatbaarheid van publieke recreatieaccommodaties staat onder druk. In de toekomst kan niet meer alles overal. Wat willen we? We streven naar een divers vrijetijdslandschap met aanbod dat invulling geeft aan de behoeftes van onze inwoners en bezoekers en past bij de omgevingskwaliteiten van Leudal. Het recreatie- en cultuuraanbod is verspreid en, waar mogelijk, gecombineerd met andere hoofdfuncties in de omgeving (cross-overs). Ons uitgebreide routenetwerk is een spinnenweb dat beleveniswaardige “points-of-interest”, pleisterplaatsen en horecagelegenheden met elkaar verbindt. Het netwerk is goed bewegwijzerd en grotendeels toegankelijk voor mensen met een beperking. De verhalen en bijzonderheden van aan het routenetwerk gelegen recreatie- en natuurgebieden en erfgoedlocaties zijn ontsloten voor specifieke doelgroepen, zodat zij bijzondere ervaringen kunnen opdoen in Leudal. Ook ambiëren wij één beeldbepalende dag-attractie met een bovenregionale uitstraling, passend bij de identiteit van Leudal. Naast het kwalitatieve route-gebonden recreatieaanbod kunnen inwoners, en bezoekers, jaarrond genieten van een divers aanbod van culturele events. Samen sporten kan bij een aantal sportaccommodaties die voor alle inwoners op fietsafstand bereikbaar zijn. Kernen Er is ruimte voor een gevarieerd aanbod van eet, drink- en slaapgelegenheden. Horeca concentreert zich het liefst in winkelgebieden, op locaties met ruimte voor een terras en geclusterd rondom aantrekkelijke en groene ‘(horeca)pleinen’. Eet-, drink- en slaapgelegenheden zijn bij voorkeur gevestigd in leegstaand of vrijkomend erfgoed, zodat het behoud daarvan beter is geborgd en een bijzondere belevingswaarde wordt gecreëerd. Er is voldoende binnen- en buitenruimte voor culturele activiteiten. In kernen met bijzonder erfgoed wordt dit op een levendige manier getoond voor bezoekers. Kernrandzones Kinderen kunnen spelen op nabij gelegen natuurlijke speelterreinen. Sport- en recreatieaccommodaties zijn voor iedereen bereikbaar op fietsafstand. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen worden in de basis niet ingezet voor doelstellingen op het thema genieten. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: Het buitengebied wordt toegankelijk vanaf een aantal strategisch gelegen start- en eindpunten uitgerust met kwalitatieve voorzieningen voor fietsers, wandelaars en ruiters. De start- en eindpunten zijn onderling verbonden door een langeafstand wandel- en fietsroute met ontsluiting op de ‘groene’ (natuur, water) en ‘rode’ recreatiegebieden (kernen, attracties). Horeca in het buitengebied kan, mits gelegen in de directe nabijheid van het routenetwerk en bewust toeristisch wordt geëxploiteerd. Cultuurgronden westelijk Leudal Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen en randvoorwaarden: In noord oostelijk deel ligt de nadruk op natuurrecreatie dat qua omvang en inhoud past bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied. Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving. Het zuidelijk deel biedt ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten rondom het thema gebiedseigen erfgoed- en natuurrecreatie. Leudal en omgeving Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen: Kwaliteit gaat voor kwantiteit. We beschermen de meest kwetsbare gebieden van onze natuurparel. In ‘Het Leudal’ zetten we in op: kwaliteitsverbetering en stimuleren van bewustwording voor natuurontwikkeling en natuurbehoud door bezoekers op een licht educatieve en vermakelijke wijze mee te nemen in het belang daarvan en; het verbeteren van de toegankelijkheid en natuurbelevingswaarde voor mensen met een beperking. Aan de randen van ‘Het Leudal’ is ruimte voor toeristisch-recreatieve activiteiten, mits deze bijdragen aan een optimale natuurervaring, dit kan door middel van bosaanleg en landschapselementen. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen: Kwetsbare natuurgebieden worden ontzien en in stiltegebieden is er alleen ruimte voor extensieve recreatie. De nadruk ligt op natuur-recreatie qua omvang en inhoud passend bij de kenmerken en hoofdfuncties in het gebied. Op een aantal locaties is ruimte voor kleinschalige verblijfsrecreatieconcepten waarbij het concept, ter versterking van de belevingswaarde, een connectie maakt met de (natuurlijke) omgeving. Het Maasdal Voor dit deelgebied gelden aanvullend op de doelstellingen voor het gehele buitengebied extra doelstellingen: We stimuleren ontwikkelingen die leiden tot een bio-divers en natuurinclusief vrijetijdslandschap met een hoge belevingswaarde rondom de thema’s water en gebiedseigen natuur- en erfgoedrecreatie. Daarvoor zetten we in op de ontwikkeling en duurzaam beheer van sterke crossovers waarin de unieke kenmerken en primaire functies van het gebied centraal staan: akkerbouw, natuur, recreatie en water(bescherming). We ontsluiten de bijzondere wetenswaardigheden van het gebied op een zintuigprikkelende wijze (belevingswaarde). Ook versterken we de recreatieve functies van de havens in Neer en Buggenum die tevens dienen als toegangspoort naar het vrijetijdslandschap. Met nieuwe fiets- en wandelverbindingen via een fietsbrug over de Maas verbinden we het Maasdal en ‘Het Leudal’ met Roermond en Nationaal Park De Meinweg. 6 Natuurlijk Leudal Toen de Maas in haar huidige dal ging stromen was het landschap hier in Leudal een vrij vlak plateau waarin de rivier een bochtige bedding heeft uitgeslepen. Door de opheffing van de Ardennen en de Eifel werden ook Zuid- en in beperkte mate ook Midden-Limburg opgetild waardoor de rivier zich kon insnijden in het landschap. Dit gebeurde in enkele stappen waardoor de rivier terrassen heeft gevormd die op verschillende hoogten boven de huidige bedding liggen. Doordat de Maas op een lager niveau kwam te liggen, konden ook de zijrivieren en -beken zich insnijden, zoals de Leubeek. Vandaar dat het midden terras van de Maas door de zijbeekjes als de Uffelsebeek en de Rijdtbeek is aangesneden. De gemeente Leudal kent een lange geschiedenis van menselijke aanwezigheid. In het eerste begin waren het de rondtrekkende groepen jagers en verzamelaars die hun sporen hier nalieten. Later kwamen de eerste boeren, die stukken bos kapten om er akkers en weilanden aan te leggen. Deze eerste bewoning in Leudal centreerde zich met name op het midden terras van de Maas, hier is de originele verkaveling nog op plekken waarneembaar. Als de akkers uitgeput raakten, werden nieuwe stukken bos gerooid. Als een boerderij aan vervanging toe was, werd hij vaak op een andere plek herbouwd. Pas in de middeleeuwen, werd permanent akkerbouw bedreven. De dorpen en buurtschappen kregen een permanent karakter. In het noordelijke deel van onze gemeente werd het geleidelijk natter door het uitdijende veengebied van de Peel. Wonen en landbouw bedrijven, bleef hier lange tijd onmogelijk en het landschap bestond hier uit veen, moeras, vennen en natte heide. Toen beeklopen werden gegraven voor ontwatering en het landschap door de tijd werd aangepast, zijn ook de jonge ontginningsgronden bewoond geraakt. Menselijk handelen heeft de huidige heide, bossen en natuurterreinen laten ontstaan. Onze gemeente kent een grote diversiteit aan natuurgebieden met een grote biodiversiteit en op sommige plekken ook grote authenticiteit. Dit is van belang voor onze gemeente en onze inwoners om te behouden en te ontwikkelen. Waar staan we nu? Er zijn veel verschillende bos- en natuurterreinen met natuurlijke kwaliteiten en / of hoge biodiversiteit binnen de gemeente. Op de plaatsen waar de minste verstoring is ontstaan, zien we dat de aanwezige natuurkwaliteit het hoogst is. Dit zijn de natuurlijke laagtes en de gebieden met hoogteverschillen waar het landschaps-ecologische systeem niet is aangetast omdat ontginning maar zeek beperkt heeft plaatsgevonden. Daarnaast kennen we veel biodiversiteit en kleine landschapselementen in ons agrarische buitengebied die we willen en moeten beschermen voor de toekomst.We zien dat verdroging, slechte (grond)waterkwaliteit, stikstofbelasting vanuit de atmosfeer en vanuit grond- en oppervlaktewater, de aanwezigheid van exoten, genetische verarming bij populaties, recreatiedruk en een beperkt areaal zorgen voor een verslechtering van de kwaliteit van de natuurwaarden. Cultuurgronden van westelijk Leudal Het beekdalenlandschap, samen met de kampen en velden, is beschreven als het meest dominante landschap van dit gebied (hoofdstuk 2). Het gebied kent glooiende lijnen in een kleinschalig gevarieerd landschap van akkers tot weilanden met koeien/ paarden. Hierdoor ontstaan veel gradiënten in het gebied, waar de van nature voorkomende dier- en plantensoorten ook gebruik van kunnen maken. In het westelijk gebied Heioord zien we dit, mede omdat dit gebied nooit is betrokken in de ruilverkaveling, nog zeer goed terug.De beken fungeren als groene/ blauwe verbindingslinten door het landschap, waarlangs soorten kunnen migreren. Het (grotendeels) gemeentelijke Heijkersbroek is een klimaatbuffer, die regenwater als een natuurlijke spons in het gebied weet vast te houden. Er worden zeldzame plantensoorten aangetroffen. Het Keversbroek en Bergheide zijn eveneens natuurgebieden in dit deelgebied. Het netwerk aan kleine landschapselementen in dit gebied is groot, waardoor diersoorten in staat zijn om gebruik te maken van dit landschap. Deze soorten zijn gebonden aan houtwallen, heggen en solitaire bomen. Kenmerkende soorten voor dit landschap zijn o.a.; steenuil, patrijs, haas en das. Leudal en omgeving Centraal in onze gemeente ligt het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’ met bijzondere ecologische kwaliteiten. Het Leudal is een waardevol beekdalcomplex in de dalen van de Roerdalslenk, door het hoogteverschil heeft het diep ingesneden beekdalen en de stroomsnelheid van het water in de beek is hoog. De kern van het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’ wordt gevormd door twee meanderende beken. De vegetatie rondom de beken is zeer gevarieerd. De afgesneden meanders van de beken herbergen moerasvegetaties. De natte tot vochtige bossen behoren tot het elzenbos, vogelkers-essenbos en haagbeukenbos. Lokaal komen gagelstruwelen en berkenbroekbossen voor. Hoger op de flanken van de beekdalen bestaan de bossen uit eikenbeukenbossen, eiken-berkenbossen en naaldbossen. Hier worden met name de beek gebonden soorten en soorten voor vochtige bossen en mozaïek landschap als ecologische representatief gekenmerkt; bittervoorn, kleine modderkruiper, beekdonderpad en bever.Plaatselijk komen matig voedselrijke tot voedselrijke graslanden voor en zijn enkele heideterreintjes aanwezig. Aan de zuidkant van het deelgebied komen nog zandverstuivingen voor, door te intensief gebruik van de heide gronden in het verleden. Ten zuid westen van het Leudal vinden we het boscomplex van de Hornerheide, dit is voornamelijk droger met overwegend grove den. Voor het totale gebied geldt dat het uitgestrekte netwerk van bossen en landschapskamers vormen een goede verblijfplaats voor planten en diersoorten die gebruikmaken van dit gebied. Bijzonder in dit gebied is de holocene maasmeander het Kloppeven, een van de oudste landschapselementen uit onze gemeente. Leudal en omgeving heeft een bijzondere hoeveelheid (cultuurhistorische) ensembles die bijzonder waardevol zijn. Ontginningsgronden van Noordelijk Leudal De ontginningsgebieden hebben een open structuur en een sterk landbouw-gedreven karakter waar modernisering en innovatie zichtbaar zijn. Hier bevinden zich concentratiegebieden voor de agri-business (Boerderijweg, Hollander). Er wordt in dit gebied tevens ingezet op de energietransitie. Natuurkwaliteiten zijn hier te vinden in de openheid en soorten die van ruimte en overzicht houden. Diersoorten vinden mogelijk schuilgelegenheid in de laanbeplantingen en/of de bermen van wegen en waterlopen.Om de open structuur heen is het bos- en mozaïeklandschap gelegen. Deze uitgestrekte bossen hebben vanwege de omvang en de variatie in vochtgehalte zeer diverse ecologische kwaliteiten. Hier zijn diverse natuurgebieden gelegen. De droge bossen, zoals Spaanse bos, Ophovensche zandberg, Asbroekerheide en Kirkelsberg zijn reliëfrijk en hebben een zandige ondergrond, met vooral grove den. De Ophovensche zandberg en Asbroekerheide zijn ook twee van de Leudalse stiltegebieden die hoge belevingswaarde hebben vanwege de kwaliteit rust. Deze waarde wordt provinciaal beschermd, doordat nieuwe ontwikkelingen met mechanische geluiden niet zijn toegestaan. De natte natuurgebieden in dit gebied zijn; de grote en de kleine Moost, deze moerasbossen op voormalige hoogveentjes, bevatten ook vennen en heide. Waterbloem en Weijenhout zijn eveneens moerasbossen met nog zichtbare rabatten, gelegen op en nabij de Peelrandbreuk.In totaal kent het mozaïeklandschap bospercelen en houtwallen, op de plekken waar nog veel hoogte verschillen in het gebied zijn te vinden. Hier vinden we veel biodiversiteit en lijnvormige verbindingen in de onverharde bospaden. De beeklopen in dit gebied zijn deels gegraven voor de ontwatering, maar vormen nu wel groen / blauwe linten door het open landschap waar soorten zich langs bewegen. Het Maasdal Het Maasdal heeft alle ingrediënten voor water gerelateerde natuurwaarden vooral in de zones met overgangen tussen bijvoorbeeld droog en nat of vruchtbaar en minder vruchtbaar. Vanaf de Maas gezien zijn er de buitendijkse overstromingsgebieden met een hoog dynamische karakter. Dit vormt een ecologische verbinding aan de rivier. De dynamiek van wisselende hoogwaters met erosie heeft steilranden laten ontstaan, een kolonie oeverzwaluwen maakt hier gebruik van door te nestelen in de ongeveer 2 m hoge steilrand bij de Bouxweerd. De Bouxweerd zelf is een oude zand- en grindput in het laagterras van de Maas. Het is één van de oudste ontgrondingslocaties in Limburg en derhalve nog aan de kleine kant. Hier zien we zachthoutbos ontstaan, met een grote variatie aan watervogels. Vanwege waterveiligheid wordt de doorstroom in de Bouxweerd geactiveerd waardoor er andere natuurkwaliteiten gaan ontwikkelen. Soorten als de bever, die hier voorkomt, profiteert hiervan. Door de zand- en grindwinning in het gebied direct aan de Maas wordt er gewerkt aan een kwaliteitsimpuls voor het landschap door de aanleg van nieuwe watergebonden natuurdoeltypen. De populierenlanen die in het gebied staan vormen broedmogelijkheden voor vogels en zijn zomerbiotoop voor enkele vleermuissoorten. Op de plek waar de Neerbeek bij Hanssum uitmond in de Maas is een rijk ontwikkeld natuurgebiedje. De beek heeft hier een meanderend karakter. In de beek zijn fraaie waterplanten aanwezig en de oever zijn begroeid met vele hoog opschietende plantensoorten. Op het middenstuk van dit gebied, het Buggenumse Veld, wordt gekenmerkt door openheid en uitgestrektheid. Het is vooral van belang voor akkervogels zoals; patrijs, peldleeuwerik, kwartel, en gele kwikstaart.De das maakt gebruik van de variatie in het landschap en er zijn enkele burchten in het Maasdal. Ten zuiden en zuidoosten van Buggenum ligt het Buggenumse Broek. Dit gebied ligt in het laagterras van de Maas, onder invloed van grondwater dat hier vrij dicht onder het maaiveld staat. De natuurkwaliteiten moeten nog tot ontwikkeling komen in dit gebied. Tijdens de vogeltrek komen in het hele Maasdal veel vogelsoorten langs. Wat komt er op ons af? Voor het stimuleren van biodiversiteit is vanuit het Limburgs Natuurprogramma een groen-blauwe dooradering (water) van het landelijk gebied buiten het Natuur Netwerk Nederland (NNN) voorzien. Rekening houden met water en bodem is het huidige Rijksuitgangspunt voor de ontwikkeling van het landelijk gebied. Nieuwe ontwikkelingen moeten een positieve bijdrage leveren aan deze doelstelling. Rijks- en provinciale doelstellingen; NOVEX, Ontwerpend Onderzoek, transitie van het buitengebied. We zien dat er een verdere afname is van het aantal kleine landschapselementen in het buitengebied. Deze verschraling van het landschap verslechtert de biodiversiteit. Opgaven voor stikstof, water en uitstoot hebben grote invloed op de inrichting van het buitengebied. Het gaat bijvoorbeeld om de transitie van stikstof producerende locaties. Veranderende vraag voor energie, zowel wind als zon en de opkomst van energiehubs. Ruimtelijke initiatieven en de woningbouwopgave (meer woningen) vragen ruimte. Ruimtelijke initiatieven van inwoners en ondernemers die invloed hebben op of ruimte vinden in het buitengebied. Steeds groter wordende maatschappelijke aandacht voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Transitie van de agrarische sector (van veehouderijen naar andere sectoren), waardoor agrarische bebouwing vrijkomt en verandering optreedt in het (agrarisch) grondgebruik (andere teelt), en komst van monoculturen. Doordat melkveehouderijen verdwijnen, verdwijnt ook grasland en de daarmee gepaard gaand gevoel van afwisseling, kleinschaligheid en/of biodiversiteit. Meer leegstand in het agrarisch gebied, met mogelijk een toename van criminaliteit en ondermijning. Steeds meer aandacht voor goede gezondheid (meer bewegen, gezonder eten, sociale contacten in relatie tot eenzaamheid). Verstening van tuinen en privé-gronden die zorgen voor meer hitte- en afwateringsproblemen. De afrastering en omheining van gronden, hetgeen ten koste gaat van de beleving van het landschap, de natuur en de openheid. Klimaatverandering; met daardoor meer risico’s op natuurrampen. Toename van natuurrecreatie. Kader Richtlijn Water (KRW) opgave om de kwaliteit van het beekwater te verhogen voor 2027. Wat willen we? We streven naar een gevarieerd biodiverslandschap dat bijdraagt aan de natuurlijke kwaliteiten. Wat die kwaliteiten zijn en hoe we ze kunnen ontwikkelen wordt uitgewerkt in het programma landschap. Water, bodem, en luchtkwaliteit vormen het uitgangspunt bij de ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Het natuurlijke landschap met zijn, uit verschillende perioden stammende, cultuurhistorische elementen wordt gerespecteerd, waar mogelijk hersteld en beschermd. De verschillende natuurgebieden worden beheerd door de terrein beherende organisaties die streven naar bijhorende natuurdoeltypen. Erfgoed heeft een bijzondere waarde voor de identiteit van onze gemeente en wordt beschermd, behouden, beleefd en gewaardeerd. Het is meer dan de uiterlijke verschijning. Het gaat om uitleg over de ontstaansgeschiedenis, het herstellen van oorspronkelijke functies of de beleving van de elementen. Kernen In de kernen zetten we in op het klimaat adaptief maken van de openbare ruimte tegen hittestress. Beleefbaar maken en/of verbeteren van de beeklopen in de kernen. Het vergroten van de biodiversiteit in het openbaar groen. Kernrandzones We zetten in op een vergroening van de kernrandzones waardoor de beleving van het landschap in deze zones verhoogd wordt. We willen in de toekomst een groene jas ontwikkelen die om de kern heen ligt. Deze groene jas wordt op vrijwillige basis ontwikkeld met de grondeigenaren en de inwoners van de kern. De groene jas levert een bijdrage aan de behoefte van in inwoners op het gebied van natuurspelen/ bewegen, biodiversiteit en landschapsbeleving. Bedrijventerreinen De bedrijventerreinen zijn niet primair bedoeld voor doelstellingen op het thema Natuurlijk Leudal. Cultuurgronden van westelijk Leudal Dit gebied is uniek voor de gemeente Leudal en heeft veel natuurlijke potentie. De nog aanwezige hoogte verschillen in het landschap gecombineerd met de ontwikkelpatronen van de ontginning geven veel natuurlijke kwaliteiten aan het gebied. De natuurterreinen in dit gebied worden gewaardeerd en de biodiversiteit is van belang. In dit landschapstype komen alle vormen van agrarisch ondernemen voor. Centraal gelegen in het gebied zijn de akkercomplexen van de heide ontginningen, hier bieden wij ruimte voor intensieve landbouw, dit is zowel akkerbouw als veeteelt. Dit komt tot uiting in de zichtbaarheid van stallen en intensieve teelt van gewassen, met o.a. de aanwezigheid van teelt ondersteunende voorzieningen - met name in de concentratiegebieden voor zacht-fruit. In de velden en de beekdalen en in gebieden met meer cultuurhistorische waarden stimuleren we ontwikkelingen die in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd en natuur inclusieve landbouw in de natuurlijke overgangszones. Wij zien agrariërs als partner in het beheer van deze natuurlijke overgangszones en we streven erna om agrariërs te bewegen om naast het eigen verdienmodel open te staan voor natuurbehoud en herstel. Hiervoor willen we de juiste randvoorwaarden scheppen. De beken en de beekdalen vragen om natuurherstel. Wij streven naar een gevarieerd beekdalensysteem dat in staat is water vast te houden in de laagtes, zodanig dat andere functies hier een voordeel van hebben. Het landschap heeft een natuurlijke verkavelingsstructuur waarin landschapselementen zorgen voor het groene raamwerk waarlangs diersoorten hun weg vinden. Op de (bolle) akkercomplexen is ruimte voor landbouw die gebruik maakt van de kwaliteiten uit de bodem. De kernen liggen in een groene jas, waar onder andere ruimte is voor bewegen en recreatie. Dit is ook de plek voor voedselbossen en het ontwikkelen van duurzame lokale initiatieven. In dit landschap zien we fraai ontwikkelde (cultuur) historische elementen die de geschiedenis van het gebied accentueren. De samenhang tussen natuur en cultuur komt hier goed in beeld waardoor het gebied aantrekkelijk is voor wandelaars en fietsers die rust, ruimte en groen zoeken. Wij streven naar aantrekkelijke kampenlandschappen in combinatie met bos- en natuurgebieden. Halfopen landschappen, kleinschalig door bebouwing. Wij stimuleren een (geïntegreerde) grondgebonden landbouw op de ontginningsgronden als mede-drager van het aanwezige (agrarische) landschap. Wij versterken de openheid van het gebied en verminderen de hoeveelheid bebouwing in de velden en op de kop van het beekdal en op de kwetsbare gronden. We maken die kwetsbare, maar thans versteende, gebieden (weer) open door sanering van bebouwing. We versterken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek (hoge en lage waterstanden, meandering, natuurvriendelijke oevers) in het beekdal. We streven ernaar om de randen van het beekdal herkenbaar te maken met beplanting en maken de beek (weer) zichtbaar. We dragen er aan bij om de ontbrekende schakels in het groen / blauw-netwerk van de rivier- en beekdalen aanéén te koppelen. Leudal en omgeving Het hart van dit gebied ligt in het Natura 2000-gebied ‘Het Leudal’. Dit gebied is een oase van rust en ruimte voor de aanwezige dier- en plantensoorten. Het omliggende gebied van ‘Het Leudal’ is zo ingericht dat het een zowel kwalitatieve als kwantitatieve bijdrage levert aan de waterhuishouding in het gebied. Ruimtelijk betekent dit een natuurlijke overgangszone waar landschap en kleinschalige verkaveling worden gestimuleerd. De bijzondere kwaliteiten van het cultuurlandschap die voortbouwen op de natuurlijke condities van de bodem worden hier gestimuleerd. De watertoevoer uit de beken is van een goede kwaliteit en wordt binnen de gemeente vastgehouden in de beekdalen. We streven naar een optimale balans in het Natura 2000-gebied. De natuurdoelen gaan niet langer achteruit en hebben zelfs een lichte groei in omvang en kwaliteit. Omliggende bossen vormen een buffer voor toerisme zodat belangrijke natuurdoelen geen negatieve effecten ondervinden. Het Natura 2000-gebied ligt centraal in onze gemeente. Het verbeteren van de (water) kwaliteit binnen dit gebied, is aangepakt door aanpassing van de bovenstroomse gebieden en waterlopen. Op kwetsbare gronden (direct aan de beek) stimuleren we extensivering en innovatieve vormen van bemesting van de bovenstrooms gelegen landbouwgebieden. Hierin volgen wij de landelijke ontwikkelingen. We houden water langer vast binnen het totale beeksysteem. We stimuleren herstel van de regionale grondwatersituatie en vragen om innovatie bij- en nieuwe toepassingen van grondwateronttrekkingen door en voor de landbouw. De overige natuurgronden profiteren mee van de kwaliteitsverbetering en dit is zichtbaar door meer biodiversiteit in de gebieden. Het woonklimaat rondom het Natura 2000-gebied zal door deze ingrepen een positieve ontwikkeling ervaren op het gebied van rust, fijnstof en geur. Ontginningsgronden van noordelijk Leudal Wij zetten gedeeltelijk in op een open en leesbaar landschap en gedeeltelijk op het versterken en verbinden van de aanwezige boscomplexen. In deze intensieve landbouwconcentratie-gebieden krijgt de landbouwsector door innovatieve wijzigingen van de technische systemen een duurzame toekomst. Het rechte verkavelingspatroon staat ten dienste van de bereikbaarheid van percelen. Daar waar waterlopen of natuurontwikkeling nodig zijn voor een goede ecologische balans is er ruimte voor natuurlijke overgangszones en stimuleren we ontwikkelingen die in lijn met hun omgeving worden uitgevoerd/gerealiseerd. De openbosstructuur wordt als verbindingszone gewaardeerd en ontwikkeld. Het aanwezige stiltegebied wordt gerespecteerd en verder ontwikkeld als waarde in dit gebied. We versterken het tussenliggende half open bosmozaïeklandschap dat een ecologische zone vormt waar waardevolle natuur tot ontwikkeling kan komen. We stimuleren de open agrarische gebieden ten gunste van akkervogels. We versterken de stiltegebieden Asbroekerheide en de Ophovense zandberg met de kernwaarden van rust, ruimte en groen. Het Maasdal De buitendijkse natuurkwaliteiten van het Maasdal zijn hoogdynamisch en vangen de grote verschillen op voor de binnendijkse gebieden. In het Maasdal herleven de kernkwaliteiten openheid en water die tevens een basis bieden voor toerisme en recreatie. Dit gebeurt door de kernkwaliteiten niet alleen te respecteren maar juist te benutten. We stimuleren de open agrarische gebieden ten gunste van akkervogels. Binnen het Maasdal is daarnaast ruimte voor niche-initiatieven uit de agri-business die een meer intensief, maar open karakter hebben (zoals biologische of duurzamere landbouw, innovaties in de voedseltechnologie etc.). We zetten in op beleving van de Maas en haar natuurlijke dynamiek in relatie tot de beekmonding. We koesteren het onbedijkte karakter van de Maasvallei maar hebben ook het besef dat hoogwaterbescherming in sommige gevallen soms vraagt om dijken. Wij koesteren, het totale ensemble van, landgoederen en historische buitenplaatsen en behouden deze historie voor de toekomst. We waarderen de aanwezige landschapselementen zoals de terrasranden en oude Maasmeanders die worden geaccentueerd door lijnvormige elementen op de hoogteverschillen en aan de randen van percelen. 7 Duurzaam en toekomstbestendig Leudal ‘Duurzaamheid’ is misschien wel het grootste containerbegrip in deze tijd. Binnen dit hoofdstuk richten wij ons op ‘energie’, ‘circulariteit’ (hergebruik van afval, waardoor nieuwe grondstoffen ontstaan) en ‘klimaatadaptatie’. Waar staan we nu? Leudal is goed op weg als het gaat om de opwek van hernieuwbare energie. Als eerste gemeente in Limburg zijn windturbines gerealiseerd. Ook op onze daken wordt via zonne-energie elektriciteit opgewekt. Met name in de bebouwde omgeving en binnen de industrie zijn nog flinke slagen te maken als het gaat om energiebesparing, schone energie en een toekomstbestendige bedrijfsvoering. Ook is circulaire economie een bekend begrip in onze gemeente waar we op vele gebieden aan werken. Circulariteit in de landbouw en groenreststromen. Voor ondernemers en bewoners is circulair gericht op van afval naar grondstof. Vanuit bedrijvigheid is circulair werken de insteek.We zijn een plattelandsgemeente maar zien toch verstening in onze kernen en op onze bedrijventerreinen ontstaan. Dit kan en moet anders om het woon- en leefklimaat te optimaliseren. We moeten overal rekening houden met de effecten van klimaatverandering. Het ene gebied is soms te droog is en op een ander moment lopen onze straten en huizen onder. Aanpassingen aan klimaatverandering vragen om een intensieve samenwerking tussen overheden onderling. Burgers hebben daar ook een rol in. Dit maken we duidelijk in hittestresskaarten. Dit zijn kaarten waarop te zien waar kansen en risico’s zich voordoen. Wat komt er op ons af? Het uitvoeren van het klimaatakkoord van ‘Parijs naar Praktijk’. Dit houdt o.a. in: een flinke CO2 reductie en het terugbrengen van aardgasverbruik in de bebouwde omgeving. De elektriciteitsvraag en het elektriciteitsaanbod zullen verdubbelen in de komende jaren. De huidige infrastructuur is hier binnen de bebouwde omgeving onvoldoende op ingericht, we moeten er rekening mee houden dat het aantal trafohuisjes ook fors toeneemt en spanningsnetten verzwaard worden. Een steeds groter wordende vraag naar het opwekken van hernieuwbare energie. Binnen de bebouwde omgeving, met name binnen de bedrijventerreinen, zijn energiegemeenschappen en energiehubs de toekomst. Verzoeken voor veranderende energiebehoefte. Zon- en windenergie opwekking zichtbaar in het landschap. Dit geldt ook voor energie-infrastructuur en -opslagsystemen. Het vestigingsbeleid van het bedrijfsleven word afhankelijk van de beschikbare energie. Klimaat verandering met als gevolg mee extreme weer situaties. Wateroverlast of watertekorten. Hittestress in stedelijke omgeving met als gevolg vermindering van de leefkwaliteit. Wat willen we? Wij plaatsen kwaliteit voor kwantiteit. Door een duurzame levensstijl leveren we samen een positieve bijdrage aan het verminderen van afval en het minimaliseren van onze ecologische voetafdruk. Onze inwoners, ondernemers en partners denken anders over en kijken anders naar afval: kan het nog een keer mee? Kan het gerepareerd worden? Kan het worden verwerkt of hergebruikt (geheel of in onderdelen)? Is energie terug te winnen uit materialen? Wat niet gemaakt hoeft te worden eindigt ook niet op de afvalberg. Waar mogelijk wordt voedsel lokaal geproduceerd, met korte vervoersafstanden en een transparant productieproces. Onze inwoners zetten zich actief in voor een duurzame leefomgeving en zijn trots op het kleinschalige landschap met de levende bodem die de basis vormt voor ons gezond voedsel. Verduurzaming van de gebouwde omgeving begint bij een optimale energiebesparing, de warmtetransitie en de kleinschalige opwek van duurzame elektriciteit (richtinggevend: 25% meer in 2030 ten opzichte van 2015). Wij verminderen het aardgasverbruik van woningen met 20% in 2030 ten opzichte van 2021. Samen met de gemeenten in de RES regio wekken wij in 2030 met grootschalige zon- en windprojecten (richtinggevend) 1.200 Gigawatt uur (GWh) duurzame energie op. Voor 2050 hebben wij een CO2-neutrale energievoorziening, waarbij alle energie die op het eigen grondgebied wordt gebruikt, duurzaam wordt opgewekt. Wij bieden de ruimte voor netuitbreiding van het hoogspanningscircuit, waarbij de kwaliteit van het landschap gerespecteerd moet worden. Eveneens bieden wij de mogelijkheden voor een verdichting of verzwaring van transportverdeelstations en transformatorhuisjes. Bij de situering en het ontwerp wordt ruimte gelaten voor vlinderstruiken, hagen of andere vormen van aankleding. Hierdoor vervullen deze voorzieningen niet alleen een functionele behoefte, maar wordt de beleving in de woon- en leefomgeving gecompenseerd of versterkt. We ontwerpen de buitenruimte klimaatneutraal met ruimte voor groen en biodiversiteit. We vangen water waar nodig op. In de buitenruimte van de bebouwde omgeving heeft verstening en verharding plaatsgemaakt voor groen en biodiversiteit. Dit helpt tegen hittestress en het heeft een positieve invloed op de leefbaarheid in kernen. 36.000 bomen (voor iedere inwoner één) stimuleren vergroening van tuinen, openbare ruimte en kernrandzones. Juist bij en voor onze inwoners, die zelf beperkte mogelijkheden hebben dit te realiseren. Kernen Lokale energiegemeenschappen zijn in meerdere kernen aanwezig, zodat lokaal opgewekte energie ook lokaal wordt gebruikt. In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame bebouwing. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Klimaatbuffers en wadi’s worden aangelegd en dusdanig beheerd dat ze een klimaat adaptieve functie krijgen. Onze woonstraten bieden ruimte, groen en biodiversiteit, in tuinen of de openbare ruimte. Kernrandzones In nieuwe plannen is het uitgangspunt dat we gaan voor volledig duurzame ontwikkelingen. Een duurzame materiaalkeuze en een energieneutrale of ten minste energiezuinige bebouwing is de basis in nieuwe plannen. Kleinschalige zonne-energieprojecten worden gestimuleerd. Voedselbossen en gezamenlijke dorpsgaarden / groenteproducties zijn aanwezig nabij diverse dorpen. Boomgaarden en houtsingels versterken de zones rondom de dorpen. Groenblauwe dooradering rondom de dorpen in de vorm van landschapselementen en verbindingen tussen bestaande groen objecten en beken versterken de landschappelijke kwaliteit en verhogen de belevingswaarde. Bedrijventerreinen Energy-hubs worden op bedrijventerreinen gestimuleerd en gefaciliteerd. Vergroening en ontstening van bedrijventerreinen is een gezamenlijke ambitie om hittestress te voorkomen en een prettige werkomgeving te stimuleren. Buitengebied geheel In dit thema zijn onderstaande doelstellingen voor het gehele buitengebied gelijk, ongeacht het landschappelijk deelgebied: Klimaatadaptatie vindt plaats in de vorm van landschapselementen en waterberging waar het passend is in of versterkend werkt voor het landschap (ongeacht het deelgebied). In heel het buitengebied stimuleren we de teelt van bio-base bouwmaterialen. Wij zien dit het liefst niet als monocultuur. Wij streven naar biodiversiteit in de randen van percelen. Hernieuwbare energieprojecten vinden hun plaats (in aanvulling op de bestaande windturbines in het belang van een duurzaam ruimtegebruik), hierdoor kan een kwalitatief energielandschap ontstaan. We houden hier rekening met de positie van reeds bestaande turbines en de stilte- en natuurgebieden. Groengas is op projectbasis mogelijk afhankelijk van de locatie en de omringende landschappelijke kwaliteiten. Op basis van deze Omgevingsvisie en ontwikkelingen in de markt, vindt een nadere uitwerking plaats voor de opslag van energie in de vorm van accu’s en batterijen. 8 Gezond en veilig Leudal 8.1 Inleiding Gezondheid in het kader van de Omgevingswet richt zich op drie perspectieven: het beschermen, het bevorderen en het faciliteren. Het beschermen van de gezondheid (en het creëren van een veilige omgeving) heeft te maken met de leefomgevingskwaliteit, zoals bijvoorbeeld geluid, fijnstof, geur en gevaarlijke situaties. Dit richt zich dus op de milieu-ambities. Gezondheid bevorderen is gericht op de leefomgeving die gezondheid stimuleert. Denk aan een omgeving die uitnodigt om te bewegen. Dit wordt ook vaak een goede gezondheid genoemd. Gezondheid en veiligheid faciliteren gaat vooral over het zorgen dat een omgeving zelf- en ‘samenredzaam’ is. Onder andere onderwerpe