← Nederland

Notitie Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland 2026-2029 (Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland)

Notitie Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland 2026-2029Inleiding Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) artikel 11 zijn gemeenschappelijke regelingen verplicht in hun begroting en jaarrekening een paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. Er is geen wettelijke norm voor de ratio weerstandsvermogen, de relevantie van de resterende risico’s en wat mag worden meegeteld als weerstandscapaciteit. Het doel van deze nota is om deze onderdelen te definiëren voor de opstelling van de paragraaf weerstandsvermogen in de jaarrekening. Daarbij worden de uitgangspunten, werkwijze en beoordeling van het weerstandsvermogen beschreven. De beschreven risicobeoordeling is bedoeld om de benodigde weerstandscapaciteit in beeld te brengen. Met deze notitie stelt het Algemeen Bestuur van de VrAA het beleid vast. 1.Beleid Met het vaststellen van deze notitie door het Algemeen Bestuur wordt het beleid rondom weerstandsvermogen en risicobeheersing vastgesteld. Deze notitie wordt elke vier jaar herzien, of eerder als daar aanleiding voor is. Uitgangspunten Risico’s worden uitgedrukt als gebeurtenissen met een kans van optreden en geschatte gevolgen. De gevolgen kunnen financieel en niet-financieel zijn. Risico’s worden voorzien van een risicoanalyse vastgelegd en minimaal bij begroting en jaarrekening geactualiseerd. Voor risico’s wordt het gevolg zoveel mogelijk gespecificeerd naar het jaar waarin deze naar verwachting kan optreden. Een risico is resterend wanneer er geheel of gedeeltelijk geen beheersmaatregelen zijn of kunnen worden getroffen en wanneer het niet redelijk is om het risico op te vangen binnen de begroting van het betreffende beleidsprogramma. Voor de bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit komen alleen resterende risico’s in aanmerking. Van resterende risico’s wordt de mogelijke schade in de voorliggende twee jaar gespecificeerd. 1.1.Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de VrAA beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; alle zwaarwegende risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De middelen waarover de VrAA beschikt zijn de vrije reserves, bestemmingsreserves zijn hiervan uitgesloten. Zwaarwegende risico’s zijn een risico dat een grote kans van optreden én substantiële financiële of beleidsmatige gevolgen heeft, waardoor het de continuïteit van taken of de realisatie van beleidsdoelstellingen wezenlijk kan bedreigen. Materiële betekenis verwijst naar risico’s die groot genoeg zijn om de financiële positie of beleidsdoelen van de organisatie wezenlijk te beïnvloeden. VrAA hanteert hierbij een ondergrens van € 100.000 (circa 0,1% van het begrotingstotaal). Met dit inzicht kun je de ratio weerstandvermogen berekenen. Dit is het cijfer dat aangeeft in welke mate de organisatie in staat is om de financiële gevolgen van de risico’s die zich voordoen te kunnen opvangen. Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Er is geen wettelijke norm voor de ratio weerstandsvermogen. Om de ratio voor het weerstandsvermogen te kunnen beoordelen, maken wij gebruik van onderstaande waarderingstabel, opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR). Deze beoordelingstabel wordt ook gebruikt door de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling. Waardering Ratio Betekenis A >2,0 Uitstekend B 1,4-2,0 Ruim voldoende C 1,0-1,4 Voldoende D 0,8-1,0 Matig E 0,6-0,8 Onvoldoende F < 0,6 Ruim onvoldoende De categorie die de Veiligheidsregio Amsterdam Amstelland nastreeft is minimaal C, waarbij de ratio van het weerstandsvermogen tussen de 1 en de 1,4 ligt. Hiervoor wordt gekozen omdat met een ratio van 1 de gekwantificeerde risico’s zijn gedekt. Bij lagere waarderingsscore dan C wordt het bestuur van de VrAA op de hoogte gebracht en besluiten zij hoe met deze afwijking om te gaan. 1.2.Risico-inventarisatie Het managementteam is verantwoordelijk voor een goede opzet en werking van risicomanagement binnen de VrAA. De concerncontroller is verantwoordelijk voor de borging en beheersing van het risicomanagementproces. Gezamenlijk zorgen zij voor rapportage aan het bestuur via de P&C producten. Proces Sectoren inventariseren risico’s binnen hun eigen afdelingen op het gebied van uitvoering. Centraal in de organisatie worden de macro-risico’s geïdentificeerd. De inventarisatie en identificatie van risico’s gebeurt middels de P&C-cyclus en vindt plaats in het voorjaar bij de opmaak van de jaarstukken en de begroting. Gedurende het jaar vindt borging plaats in de kwartaalrapportages van de sectoren. Er zijn risico’s die verwaarloosbaar zijn, omdat de kans dat ze zich voordoen zo klein is of de financiële gevolgen zo gering, dat het niet nodig is om daartegen maatregelen te treffen. Andere risico’s zijn bijvoorbeeld verzekerbaar. Er zijn ook risico’s in de vorm van calamiteiten waartegen geen maatregelen te nemen zijn of alleen tegen zulke hoge financiële bedragen dat deze niet in verhouding staan tot de kans dat zo’n calamiteit zich voordoet. De in kaart gebrachte risico’s worden op het voorgaande geanalyseerd. Uiteindelijk wordt er een voorstel gedaan richting MT voor oordeelsvorming en volledigheid. Risicotabel Met behulp van risicomanagement krijgt de VrAA inzicht in de risico’s die de organisatie loopt bij de uitvoering van haar taken. Deze informatie wordt samengebracht in een risicotabel. Voor alle incidentele risico’s die kwantificeerbaar zijn en die niet gedekt worden door verzekeringen of (beheers-)maatregelen wordt ingeschat: Wat de kans is dat ze zich voordoen Het incidentele (financiële) effect Benodigde weerstandscapaciteit (kans x effect) Wanneer de kans niet berekend kan worden wordt gebruik gemaakt van de categorie en waarschijnlijkheidspercentages: Kans is heel klein (5%), kans is klein (25%), kans is reëel (50%) en kans is groot (75%). Het effect is gedefinieerd als een inschatting van het maximale financiële effect als het risico zich daadwerkelijk voordoet in euro’s. Door deze met elkaar te vermenigvuldigen wordt de benodigde weerstandscapaciteit van de kwantificeerbare risico’s berekend. Niet kwantificeerbare risico’s worden ook opgenomen in de risicotabel. Om eventuele financiële effecten van deze categorie te dekken wordt er onder onvoorziene exploitatierisico’s 1% van het begrotingstotaal opgenomen. 2.Rapportage Rapportage vindt plaats bij de programmabegroting en jaarrekening. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; Vanuit de BBV verplichte kengetallen die van toepassing zijn op de Veiligheidsregio: netto schuldquote; netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; structurele exploitatieruimte. Bij tussentijdse bestuurlijke rapportage wordt alleen gerapporteerd over risico’s die niet eerder genoemd zijn in de begroting die een effect kunnen hebben op het exploitatieresultaat van het lopende jaar. In de risicotabel worden alleen risico’s opgenomen met een minimale kans van 20% of bij een financieel effect van boven € 100.000. 3.Slotbepalingen Intrekken oude regeling De nota weerstandsvermogen en risicobeheersing 2017 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft voor de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar

(2025)waarin deze verordening in werking treedt. Inwerkingtreding en citeertitel Deze nota treedt in werking op 1 januari 2026 en heeft een looptijd van 4 jaar. Deze nota wordt aangehaald als: Nota weerstandsvermogen en risicobeheersing VrAA 2026. OndertekeningAldus vastgesteld in de openbare bestuursvergadering van 15 december 2025.Voorzitter van het algemeen bestuur,F. HalsemaSecretaris van het algemeen bestuur,M.T.C. van LieshoutBijlage1:Relevante wetsartikelen Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten artikel 11 Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat ten minste: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico's; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's; een kengetal voor de: netto schuldquote; netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; en belastingcapaciteit. een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag worden opgenomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.