← Nederland

Geluidvisie Oss (Oss)

Geluidvisie Oss De raad van de gemeente Oss; Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 december 2025, Gelet op het advies van de raadscommissie van 15 januari 2026; Besluit: De Geluidsvisie Oss 2025 vast te stellen en de Geluidsnota Oss

(2010)in te trekken De bevoegdheid om een wijziging Omgevingsplan vast te stellen, zolang deze inhoudelijkvolgt uit de uitgangspunten van deze Geluidsvisie, te delegeren aan het college. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 22 januari 2026. Inhoudsopgave Inleiding Beleidskader: omgevingsvisie en sectoraal beleidskader Wettelijk kader Scope Geluid in de gemeente Oss Geluid, hinder en gezondheid Geluidsbronnen in Oss Visie op geluid in Oss Wat beschermen we? Wanneer is geluid aanvaardbaar? Het mengpaneel: gebieden en ambities Uitgangspunten per bronsoort Geluid van milieuhinderlijke activiteiten Wat staat in landelijke wetgeving? Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss Standaardwaarden op de gevel Standaardwaarde ook op 50m afstand Maximaal geluidniveau piekgeluid Stemgeluid Voorschriften bij specifieke situaties Geluid van wegen en spoorwegen Wat staat in landelijke wetgeving? Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss Maximale geluidbelasting van gemeentewegen Afwegingskader voor afwijken van standaardwaarde: nieuw geluidgevoelig gebouw Afwegingskader voor afwijken van standaardwaarde: nieuwe of aangepaste (spoor)weg Geluid van industrieterreinen Wat staat in landelijke wetgeving? Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss Hoofdstuk1:Inleiding De gemeente Oss is volop in ontwikkeling. Er worden woningen gebouwd en wegen aangelegd. Bedrijven vestigen zich graag in onze gemeente. Veel van deze ontwikkelingen zorgen voor meer geluid in de leefomgeving. Als gemeente hebben we onder de Omgevingswet zorg te dragen voor een gezonde en veilige leefomgeving en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Geluid is een belangrijk milieuaspect met directe impact op de gezondheid en het woonplezier van de inwoners in de gemeente Oss. In deze geluidvisie leggen we de uitgangspunten vast die we als gemeente willen hanteren als het gaat om geluid. Het uitgangspunt is het waarborgen van een aanvaardbaar geluidniveau voor onze inwoners. Daarbij maken we allemaal gebruik van onze (spoor)wegen. Ook hebben we baat bij een goed klimaat voor ondernemers, inclusief de ondernemers die lawaai maken. Geluid hoort bij onze leefomgeving en dat zal zo blijven. Als gemeente zetten we ons in voor een verantwoorde balans tussen het benutten van geluidruimte en het beschermen tegen overlast. Dit doen we met de bevoegdheden die we hebben gekregen onder de Omgevingswet. 1.1Omgevingsvisie De omgevingsvisie vormt de basis voor de gemaakte keuzes in deze geluidvisie. In de omgevingsvisie worden diverse uitspraken gedaan over de gemeentelijke ambitie op het gebied van geluid. Bestuurlijke uitspraken die in de omgevingsvisie worden gedaan over geluid, zijn de volgende: Algemene ambities We zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving door de kwaliteit van lucht, (KRW-oppervlakte)water en bodem binnen onze gemeente te bewaken en hinderaspecten als geur en geluid af te wegen bij ontwikkelingen (op pagina 41). Bij de stedelijke ontwikkeling van de spoorzone en het stadscentrum speelt aandacht voor de menselijke maat, gezondheid en het versterken van de ruimtelijke (verblijfs)kwaliteit een belangrijke rol. Inpassing van klimaatadaptieve maatregelen, vergroten van de biodiversiteit en toegang tot duurzame energie worden integraal meegenomen in de planvorming. Onze aandacht gaat bijvoorbeeld specifiek uit naar de kwaliteit van bodem, water en lucht. Vlakbij het spoor is de invloed van de trein qua geluid, trillingen en veiligheidsaspecten groot, dus wegen we af hoe we overlast zo veel mogelijk kunnen beperken (op pagina 37). Gebiedsgerichte uitwerking Bij de stedelijke ontwikkeling van de spoorzone besteden we extra aandacht aan de diverse veiligheids- en gezondheidsaspecten, zoals geluid, trillingen, geur, milieuaspecten (spoor en bedrijven in de buurt), die spelen bij een hoogstedelijke omgeving langs het spoor. Verstedelijking en een levendig stadscentrum brengen een bruisend stadsleven met zich mee en vragen daarmee ook acceptatie van een hogere mate van hinder van haar bewoners (op pagina 51). Ook op de werklocaties gelegen in het binnenstedelijk gebied zetten we in op het juiste bedrijf op de juiste plek. Als een bedrijf de werklocatie ontgroeit, zoeken we naar een andere, beter passende plek in de gemeente. Hiermee beperken we de belasting (verkeer, geluid, milieu en gezondheid) voor de omgeving en zorgen we voor een gezonde en veilige leefomgeving voor onze inwoners (op pagina 54). In de stadjes en kernen vraagt de balans tussen de sociaal maatschappelijke meerwaarde, bijdrage aan de lokale economie en de invloed van de belasting (geluid, milieu en verkeer) van de bedrijfslocaties in en nabij de stadjes en kernen op de gezondheid en het welzijn van de inwoners aandacht. Daarnaast ligt er een opgave voor het verduurzamen en klimaatadaptief maken van de bedrijventerreinen (op pagina 59). Voor het afwegen van het hinderaspect geluid is deze geluidvisie opgesteld. In de omgevingsvisie is ook aandacht voor de verschillende gebieden met ieder hun gebiedsgerichte uitwerking: het stedelijk gebied (Oss en Berghem), het buitengebied, de stadjes en kernen, en de werkgebieden binnen elk van deze drie gebieden. We zien in de Omgevingsvisie dat de bescherming van inwoners tegen geluidhinder belangrijk is. Bijvoorbeeld bij het bepalen van waar welke bedrijven passend zijn. Ook is vastgelegd dat de opgave voor verstedelijking in de spoorzone dusdanig belangrijk is, dat dit een acceptatie van een hogere mate van hinder vraagt van de bewoners in dit gebied. Deze gebiedsgerichte aanpak werken we in deze geluidvisie verder uit door deze gebieden van geluidsambities te voorzien. 1.2Sectoraal beleidskader Het geluidsbeleid van de gemeente Oss was vastgelegd in de Geluidnota Oss, Geluidskwaliteit in de leefomgeving uit 2010 (bijbehorende geluidkaart geactualiseerd in 2016). Dit beleid was gebaseerd op de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het geluidbeleid is medio 2023 ambtelijk geëvalueerd. Conclusie is dat het geluidbeleid onvoldoende concreet en niet meer actueel is. Ook zijn er aanbevelingen opgehaald voor een nieuwe beleidsnota, waar we met deze geluidvisie invulling aan geven. In de Koersnota Mobiliteit van 2023 geeft de gemeente in grote lijnen aan hoe het de komende jaren met verkeer en mobiliteit in de stad wil omgaan. Een van de doelen van de Koersnota is het terugdringen van geluidshinder door doorgaand auto- en vrachtverkeer op bepaalde wegen te concentreren en daarmee veel andere wegen rustiger te maken. 1.3Wettelijk kader Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet was regelgeving voor geluid vastgelegd in onder andere de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn beide komen te vervallen. De regels uit de Wet geluidhinder zijn inhoudelijk vernieuwd en geïntegreerd in de Omgevingswet en de uitvoeringsbesluiten zoals het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Er is een gemeentelijke vertaling richting het Omgevingsplan nodig, waar we met deze geluidvisie invulling aan geven. De regels voor geluid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer zijn deels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en deels overgedragen aan gemeenten om opgenomen te worden in het omgevingsplan van de gemeente. Met deze tijdelijke oplossing – ook wel bruidsschat genoemd – is voorkomen dat er een leemte in de regelgeving zou ontstaan. De gemeente kan vervolgens besluiten of zij deze regels uit de bruidsschat in het omgevingsplan wil behouden, wijzigen of laten vervallen. Ook daarvoor vormt deze visie het uitgangspunt. Een belangrijk algemeen uitgangspunt in de Omgevingswet (art 4.2) is dat elke gemeente met het omgevingsplan moet zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (‘ETFAL’). Daarnaast moet het omgevingsplan voldoen aan de (instructie)regels uit het Bkl en de omgevingsverordening van de provincie. Daarin staat bijvoorbeeld dat als een gemeente een activiteit toestaat die geluid maakt, er moet zijn afgewogen of het geluidniveau op een geluidgevoelig gebouw (zoals een woonhuis) ondanks de toename aan geluid nog aanvaardbaar is. Onder de Omgevingswet heeft een gemeente bestuurlijke afwegingsruimte bij het stellen van regels en normen in het omgevingsplan. Dit wordt ook wel het ‘mengpaneel milieu’ genoemd: het Rijk geeft vaak een bepaalde (boven)grens aan, maar daarbinnen mag een gemeente zelf ‘schuiven’. Bijvoorbeeld door per gebiedstype een lagere of hogere ambitie vast te stellen. Als een gemeente afwijkt van het voorstel in de instructieregels in het Bkl, moet dit wel gemotiveerd worden. 1.4Scope De beleidsuitgangspunten in de geluidvisie zijn van toepassing op nieuwe situaties, omdat we dan als gemeente een besluit kunnen nemen. Dat wil zeggen: als er nieuwe geluidsproductie wordt toegestaan, zoals door het verbreden van een weg of het vestigen van een nieuw bedrijf. Of als er een nieuw geluidgevoelig gebouw, zoals een woning of een school, wordt toegelaten. Voor lopende ruimtelijke plannen/ontwikkelingen is een overgangsregeling van toepassing. Deze overgangsregeling houdt in dat de nieuwe Geluidvisie niet van toepassing is op ruimtelijke plannen/ontwikkelingen waarvoor: Een ontwerp wijziging omgevingsplan ter inzage is gelegd voordat de Geluidsvisie Oss 2025 in werking treedt Een aanvraag omgevingsvergunning voor een (buitenplanse) omgevingsplan activiteit is ingediend voordat de Geluidsvisie Oss 2025 in werking treedt Een positief principebesluit is genomen en de geldigheid van dat besluit nog niet is verstreken voordat de Geluidsvisie Oss 2025 in werking treedt Een getekende overeenkomst is gesloten voordat de Geluidsvisie Oss 2025 in werking treedt Het staat initiatiefnemer(
  1. s)vrij om in deze gevallen te kiezen voor toepassing van de Geluidsvisie Oss 2025 indien de toepassing van de Geluidsvisie Oss 2025 gunstiger is. We hebben het in deze geluidvisie over verschillende geluidsbronnen. Ten eerste over geluid van ‘milieuhinderlijke activiteiten’. In principe vallen alle activiteiten daar onder, behalve ‘wonen’. Het kan dus geluid zijn wat gemaakt wordt door bedrijven, door recreatie of door maatschappelijke organisaties zoals scholen. Daarnaast hebben we specifieke uitgangspunten en bijbehorende normen voor geluid van wegen en spoorwegen, en industrieterreinen. Deze bronnen maken plaatselijk veel geluid. Ze hebben dan ook een hogere norm, en zijn dus vaak maatgevend. Deze geluidsbronnen (milieuhinderlijke activiteiten, (spoor)wegen en industrie) kunnen hinder veroorzaken voor inwoners. We staan daarom eerst stil bij wat voor geluid(shinder) er nu is in Oss en de mogelijke gezondheidseffecten van die geluidhinder. Dat doen we in Hoofdstuk 2: Geluid in Oss. Omdat geluid hinder kan veroorzaken, is het een relevant aspect om te overwegen bij de (ruimtelijke) besluiten die een gemeente kan nemen. Zoals het toestaan van een nieuwe functie. Hoe we hier als gemeente mee om willen gaan, leggen we uit in Hoofdstuk 3: Visie op geluid in Oss. In daaropvolgende hoofdstukken gaan we specifieker in op de beleidsruimte die we invullen als het gaat over milieuhinderlijke activiteiten (Hoofdstuk 4: Geluid van milieuhinderlijke activiteiten), wegen en spoorwegen (Hoofdstuk 5: Geluid van wegen en spoorwegen) en industrieterreinen (Hoofdstuk 6: Geluid van industrieterreinen). Een aantal zaken is géén onderdeel van de geluidvisie: Evenementen: deze zijn tijdelijk van aard en er hangen allerlei andere aspecten (behalve geluid) mee samen. Dit verdient een aparte afweging, die we per locatie maken. Horeca: ook voor horeca geldt dat er andere regels en afwegingen meewegen dan alleen geluid. Welke soort horeca wil je waar, en aan welke (gedrags)regels moeten deze bedrijven zich houden? Daarom bevat deze geluidvisie alleen algemene uitgangspunten, die weliswaar ook voor de horeca gelden, maar geen specifieke uitwerking voor horeca. Overige geluidsbronnen, waar directe regels voor gelden vanuit de landelijke wetgeving (het Bkl, Bal of Bbl). Zoals regels over geluid van installaties bij woningen of het geluid van windmolens. Hoofdstuk2:Geluid in de gemeente Oss 2.1Geluid, hinder en gezondheid Geluid is, na luchtverontreiniging, het milieuaspect met de meeste negatieve effecten op de gezondheid. Mensen die veel geluid horen kunnen last krijgen van (ernstige) hinder, slaapverstoring en hebben een hoger risico op een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten1 GGD, Brabantse Omgevingsscan, https://brabantscan.nl//report/Inspiraties%20BrOS%5Cdigi-geluid-bros2024.html?rnd=1728462885634. We spreken van hinder als het horen van geluid negatieve invloed heeft op iemands gedachten, gedrag of gevoelens (zoals afkeer, onbehagen, boosheid). De mate van geluidshinder wordt het sterkst beïnvloed door het geluidniveau. Hoe harder het geluid, hoe meer mensen overlast ervaren. Daarnaast spelen niet-akoestische factoren mee die per persoon en per situatie verschillen2RIVM, https://www.rivm.nl/ggd-richtlijn-mmk-omgevingsgeluid/gezondheidseffecten-geluid/geluidhinder. Dat betekent dat hoe een individueel persoon een bepaald geluidsniveau ervaart en beleeft mede bepaalt hoeveel overlast (en uiteindelijke gezondheidsklachten) iemand heeft. Het is belangrijk om te realiseren dat, hoewel de ervaring en belevingswereld sterk kan bepalen hoeveel last iemand heeft van geluid, de gevolgen heel objectief te meten zijn in zaken als toegenomen stress, slechter slapen, slechter kunnen concentreren, of een hogere bloeddruk. Het is daarom goed om, ondanks het individuele verschil tussen mensen, de volksgezondheid te beschermen met algemene geluidnormen. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2019 een rapport gepubliceerd over het tegengaan van geluidshinder en bijbehorende negatieve gezondheidseffecten3WHO, Environmental noise guidelines for the European Region, januari 2019. In dit meest recente rapport doet de WHO geen uitspraken over geluidsniveaus waarbij er geen enkel gezondheidsrisico is. Zij geven in hun rapport de streefwaardes aan, waaronder geluid acceptabele gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Vooral slaapverstoring blijkt een sterk gezondheidsrisico met zich mee te brengen. De WHO stelt dat 10% ernstig gehinderden en 3% slaapverstoorden acceptabel is. Die acceptabele niveaus (de 10% en 3%) worden volgens de WHO behaald bij een jaargemiddelde geluidbelasting van wegverkeer van 53 dB4We meten geluid in de eenheid dB(A). Anders dan de gewone decibel is de dB(A) gecorrigeerd voor de gevoeligheid van het menselijk oor. Soms noemen we de term dB Lden. Dit geeft aan dat dit een gewogen langetijdsgemiddelde is. Op jaarbasis is dit het gemiddelde geluidniveau per dag, waarbij geluid in de avond en in de nacht ‘zwaarder’ meetellen. Als in deze geluidvisie alleen ‘dB’ staat, bedoelen we dB(A). . En van spoorwegverkeer van 54 dB. Daarnaast raden zij aan nachtelijk geluid van wegen te beperken tot 45 dB en van spoorwegen tot 44 dB. Ook doen ze aanbevelingen voor vliegverkeer en windturbines. In 2023 heeft de minister van Infrastructuur & Waterstaat in een kamerbrief als reactie op het WHO-rapport toegelicht dat deze normen veelal niet te halen zijn in Nederland, “[om]dat we in een dichtbevolkt land leven met een hoge economische standaard en de daaraan gekoppelde mobiliteit en bedrijvigheid.”5Kamerbrief Doorwerking WHO-richtlijnen geluid, 21 maart 2023. Per bronsoort geeft de minister aan of er aanpassingen worden gedaan in ons nationale wettelijk stelsel om invulling te geven aan de WHO-richtlijn. Voor wegverkeer is dit niet het geval, voor spoorwegverkeer wel. De GGD hanteert gecumuleerde gezondheidskundige waarden die strenger zijn dan die van de WHO, namelijk 50 dB daggemiddeld, 40 dB ’s nachts en 33 dB binnenwaarde. Ook onderzoekt de GGD via enquêtes het aantal gehinderden. In de gemeente Oss rapporteerde 16% van onze volwassen inwoners ernstige hinder van geluid (in 2024). 58% van de inwoners rapporteerde matige of ernstige hinder. Beide cijfers zijn vergelijkbaar met, maar iets lager dan, het provinciale gemiddelde. De belangrijkste bronnen van geluidshinder in Oss zijn wegverkeer, specifiek ook brommers en scooters; geluidsoverlast van buren en vliegverkeer. Zie de grafiek hieronder voor een vergelijking tussen Oss en de rest van de provincie Noord-Brabant. Deze data van de GGD laten zien waar mensen rapporteren ernstige geluidshinder van te hebben. Deels proberen we toekomstige overlast te voorkomen door het opstellen van deze geluidvisie en geluidregels in het omgevingsplan. Dat geldt echter niet voor alle genoemde bronnen. Zo geldt het beleid niet voor ‘de buren’. Voor geluid dat mensen in hun eigen huis maken, maken we geen geluidregels. Wel gelden de algemene regels voor de openbare orde en woonoverlast uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Bij overlast van buren volgt na klachten ook vaak een sociale aanpak, zoals buurtbemiddeling. Ook vliegverkeer (mensen hebben waarschijnlijk overlast van het laagvlieggebied van defensie) leggen we geen regels op. Dit geluidbeleid gaat ook niet specifiek over brommers en scooters. We gaan namelijk uit van langetijdsgemiddelden van geluid, gebaseerd op de aantallen motorvoertuigen. Niet van pieken die door bijvoorbeeld brommers en scooters veroorzaakt worden en (vooral ’s avonds en ’s nachts) voor hinder kunnen zorgen. Over de volgende bronnen gaat deze visie wél: wegverkeer, spoorwegen, industrieterreinen en alle andere bedrijvigheid (inclusief maatschappelijke functies zoals scholen of sportclubs). 2.2Geluidbronnen in Oss MILIEUHINDERLIJKE ACTIVITEITEN Een bedrijf dat zorgt voor veel vrachtverkeer in de straat, het laden en lossen bij een winkel, het stemgeluid vanaf een sportveld. Dit valt allemaal onder geluid van ‘milieuhinderlijke activiteiten’. Hier vallen alle activiteiten onder die geluid maken, behalve de functie ‘wonen’. Voor geluid dat mensen in hun eigen huis maken, hebben we geen geluidregels. Voor wegverkeer, spoorwegverkeer en industrieterreinen gelden eigen normen, die vallen dus ook niet onder milieuhinderlijke activiteiten. Geluid van milieuhinderlijke activiteiten is moeilijk in kaart te brengen voor de hele gemeente. Dit geluid wordt zo verspreid gemaakt, en kan sterk verschillen in hoe vaak het voorkomt. Van bedrijven die een vergunning hebben, waar geluid een onderdeel van uitmaakt, hebben we wel gegevens. Maar voor alle overige geluidmakers hebben we dat niet. Op het moment dat een ontwikkeling zich voordoet, hebben we daarom een akoestische afweging (soms inclusief onderzoek) nodig. WEGEN EN SPOORWEGEN Gemotoriseerd verkeer op de weg en het spoor zijn grote geluidmakers, zeker voor woningen vlakbij een drukke (spoor)weg. Uit de gerapporteerde hinder via enquêtes van de GGD blijkt dat dit een belangrijke bron vormt van geluidhinder. Het is daarom belangrijk om inzicht te hebben in de huidige geluidbelasting van wegen en spoorwegen in de gemeente Oss. Dat inzicht verkrijgen we door het verkeersmodel van de gemeente Oss om te zetten in een geluidmodel. In het geluidmodel combineren we de verkeersdata uit het verkeersmodel met data die we relateren aan geluid. Zoals data over de wegtypes of ‘bodemgebieden’: grote oppervlakten verharding of water die het geluid verder dragen. Op deze manier kan worden ingeschat wat de geluidbelasting van wegen op elke plek binnen onze gemeente is. In het geluidmodel zie je dat aan een aantal drukke wegen, zoals (o.a.) de Singel 1940-1945 en de Oostwal in Oss, de Osseweg en de Julianastraat in Berghem en de Meester van Coothstraat in Lith, de geluidsdruk nu al best hoog is (>60 dB), vooral op de eerstelijns bebouwing. Geluidbelasting van meer dan 70 dB op de gevel komt bijna niet voor, alleen op enkele woningen langs de A59 en de A50. Geluid van wegverkeer (obv verkeersmodel gemeente Oss, 2024) Geluid van spoorwegen (obv landelijke gegevens) Deze kaarten zijn een benadering van de werkelijkheid, en bovendien een momentopname. In de toekomst neemt het aantal inwoners van de gemeente waarschijnlijk toe. En gaan we, conform de Koersnota mobiliteit, bepaalde verkeersstromen veranderen en actieve mobiliteit (wandelen, fietsen) stimuleren. Met het bevorderen van fietsen en wandelen, en het bundelen en ordenen van auto- en vrachtverkeer kunnen we de blootstelling van de gemiddelde inwoner aan verkeersgeluid flink verminderen. Op de plekken waar het drukker wordt, neemt de geluidshinder mogelijk juist toe. Daar moet dus goed gekeken worden naar mitigerende maatregelen. BEDRIJVEN OP INDUSTRIETERREINEN: DE GROTE LAWAAIMAKERS In Oss ligt een aantal geluidgezoneerde industrieterreinen. Op deze terreinen is plek voor de grote industriële lawaaimakers. Het gaat om: Moleneind, Landweer en Danenhoef (MoLaDa), Elzenburg-de Geer en Vorstengrafdonk. Ook ligt een deel van de geluidzone van het nieuw te realiseren industrieterrein Heesch-West in onze gemeente. Daarnaast zijn er soms voor specifieke losse bedrijven/activiteiten ook geluidszones nodig. Dat geldt voor de motorcrossbaan Nieuw-Zevenbergen, het station van de Gasunie bij de Bulk in Ravenstein, veevoederproducent de Heus bij Ravenstein en de betoncentrale bij Lithoijen. Onder de Omgevingswet verandert de systematiek voor het reguleren van deze terreinen. Deze krijgen namelijk in plaats van een geluidzonering een geluidproductieplafond (gpp). Deze systematiek gold voor de Omgevingswet al voor Rijkswegen en hoofdspoorwegen. Zoals de naam al zegt, krijgt een terrein een bepaald ‘plafond’, die geldt op een bepaalde afstand van het industrieterrein. Onder dit plafond mag er geluid gemaakt worden. Bedrijven die veel geluid produceren, passen het best op een industrieterrein met geluidproductieplafond. De vaststelling van gpp's moet uiterlijk in 2031 hebben plaatsgevonden. Tot die tijd blijven de huidige geluidzones gelden. Hoofdstuk3:Visie op geluid in Oss Geluid is alomtegenwoordig, stilte is schaars. Blootstelling aan geluid heeft een grote mogelijke impact op de gezondheid van onze inwoners. Anderzijds maken we allemaal geluid zodra we in de auto stappen of op een terras gaan zitten. Geluid zorgt voor reuring en levendigheid en is nodig voor bedrijvigheid en bereikbaarheid. Per situatie moet bekeken worden of het geluidsniveau aanvaardbaar is, of niet. Deze afweging, tussen benutten en beschermen, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is (grotendeels) het bevoegd gezag van de gemeente. Met deze geluidvisie en bijbehorende regels voor in het Omgevingsplan leggen we vast hoe we deze bevoegdheid invullen, zodat we heldere en eenduidige keuzes maken. 3.1Wat beschermen we? De beleidsuitgangspunten in deze geluidvisie zijn gericht op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen6 We volgen in de gemeente Oss de definitie van een geluidgevoelig gebouw zoals opgenomen in het Bkl (artikel 3.21).. De functie bepaalt of een gebouw een geluidgevoelig gebouw is. Dat geldt in ieder geval voor: Woningen, waaronder woonwagens en woonschepen Gebouwen met een onderwijsfunctie, zoals scholen Gebouwen met een gezondheidszorgfunctie en bedgebied, zoals verzorgingshuizen Kinderopvangen met bedgebied De volgende gebouwen zijn geen geluidgevoelige gebouwen: Gevangenissen Hotels Recreatiewoningen Voor tijdelijke gebouwen, die voor minder dan tien jaar mogelijk worden gemaakt7Er zijn maar weinig geluidgevoelige gebouwen die we toelaten voor minder dan 10 jaar. Een voorbeeld is een tijdelijk schoolgebouw als het huidige gebouw wordt verbouwd., gelden minder strenge normen. De uitgangspunten in deze visie zijn dus niet rechtstreeks van toepassing op tijdelijke gebouwen. Deze situaties vragen maatwerk, want ook tijdelijke gebouwen verdienen een goede bescherming tegen geluid. Het hele gebouw telt als geluidgevoelig. Dat wil zeggen: het hele gebouw is beschermd voor geluid op de gevels en het dak. Ook de gevels en daken van delen van het gebouw die een andere functie hebben, zoals een garage of een kantoor aan huis. Of de recreatiezaal in een verzorgingshuis. In een gebouw met meerdere woningen wordt elke woning afzonderlijk gezien als geluidgevoelig gebouw. We beschermen de gevel van het gebouw om te zorgen voor een goed leefklimaat voor bewoners of gebruikers. Je kunt met gevelisolatie veel geluid van buiten tegenhouden, maar de meest wenselijke situatie is dat ook het niveau op de gevels niet te hoog is. Zo heb je bij het openzetten van een deur of raam, of bij verblijf in de buitenruimte, minder overlast door het beschermen van de gevel. 3.2Wanneer is geluid aanvaardbaar? Bij het toelaten van activiteiten die geluid maken of het toelaten van nieuwe geluidgevoelige gebouwen, moet er sprake zijn van een aanvaardbaar geluidniveau. Maar wanneer is er precies sprake van een aanvaardbaar geluidniveau? Dat is niet altijd wettelijk bepaald. De gemeente mag dit in veel gevallen zelf afwegen. De systematiek van beoordelen is wél in de wetgeving uitgewerkt: we werken met een standaardwaarde en een grenswaarde. Onder de standaardwaarde is het geluidsniveau altijd aanvaardbaar. Waar duidelijk is dat de standaardwaarde niet wordt overschreden, kan een ontwikkeling zonder (uitgebreid) akoestisch onderzoek doorgaan. De standaardwaarde kan dus worden gezien als streefwaarde of ambitiewaarde. Het Bkl geeft in een aantal gevallen een eigen standaardwaarde (als landelijke norm), en soms alleen in een instructieregel, waar we met een goede motivatie van mogen afwijken. Soms is de standaardwaarde niet haalbaar, en is afwijken de enige mogelijkheid om een wenselijke ontwikkeling mogelijk te maken. Om van de standaardwaarde af te kunnen wijken, is een afweging nodig. Deze afweging kan per gemeente en per gebied binnen een gemeente verschillen. Als er aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, dan vinden we het geluidniveau tóch aanvaardbaar, ook al is het hoger dan de standaardwaarde. De grenswaarde is de maximale hoeveelheid geluid. Voor wegverkeer bestaat bijvoorbeeld zo’n grenswaarde, die in wet is vastgelegd. Van de grenswaarde afwijken is niet wenselijk en kan alleen in uitzonderlijke situaties. Onderstaande figuur geeft dit schematisch weer. Naast de waarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw, is er alleen sprake van een aanvaardbaar geluidniveau als de binnenwaarde voldoet. De binnenwaarde is de geluidsnorm die geldt in alle geluidgevoelige ruimten in huis. Dit is vooral van belang voor een prettig leefklimaat binnenshuis, en specifiek van belang om slaapverstoring te voorkomen. De binnenwaarde mag in speciale gevallen iets hoger zijn, zoals bij een transformatie van een bestaand gebouw naar een geluidgevoelig gebouw (bijvoorbeeld van kantoorgebouw naar appartementen) of in een tijdelijk gebouw (toegestaan voor minder dan tien jaar). De norm werkt als grenswaarde voor binnenshuis. Anders dan de grenswaarde op de gevel, kan de grenswaarde in huis nooit overschreden worden bij een ontwikkeling, zelfs niet bij zwaarwegende andere belangen. Naast de standaardwaarde en de grenswaarde schrijft het Bkl ons ook voor om bij het beargumenteren van een aanvaardbaar geluidniveau het gecumuleerde geluid te beoordelen. Gecumuleerd geluid is het totale geluid van alle verschillende bronnen. Gecumuleerd geluid wordt berekend met een hinderequivalent, wat betekent dat bij het optellen van het geluid rekening wordt gehouden met de hinderlijkheid van verschillende soorten geluid. Hier zijn bepaalde rekenregels voor in de Omgevingsregeling8Omgevingsregeling artikelen 3.25 en 17.3. Om cumulatief geluid te beoordelen is de geluidskwalificatie van Miedema een bekende methode. Deze kwalificatie geeft bij het gecumuleerde geluidniveau (dus van alle geluidbronnen samen) aan hoe deze geluidkwaliteit over het algemeen door mensen wordt beoordeeld. Gecumuleerd geluidsniveau in Lcum Kwalificatie ≤ 45 Zeer goed 46 – 50 Goed 51 – 55 Redelijk 56 – 60 Matig 61 – 65 Tamelijk slecht 66 – 70 Slecht ≥ 71 Zeer slecht 3.3Het mengpaneel: gebieden en ambities Onder het stelsel van de Omgevingswet heeft de gemeente soms bestuurlijke afwegingsruimte bij het kiezen van de standaardwaarde. De grenswaarde mag niet zomaar hoger worden ‘geschoven’, maar wel naar beneden. In de gemeente Oss kiezen we ervoor om ons mengpaneel gebiedsgericht in te richten9De eerdere Geluidnota Oss uit 2010 werkte ook met gebiedsgerichte ambitiewaarden. In die zin is deze keuze nu dus beleidsneutraal.. Geluid (mogen) maken betekent reuring, levendigheid en economisch perspectief. Tegelijkertijd kan geluid ook hinder veroorzaken. De afweging die we maken als het gaat om geluid hangt daarom af van de locatie: in een woonwijk of een natuurgebied willen we de rust bewaren. In het stadscentrum of op een bedrijventerrein willen we juist wél meer geluid toestaan. De indeling in gebieden is gebaseerd op een aantal uitgangspunten: De gebiedstypen zijn ingedeeld op basis van ruimtelijke functionele kenmerken. De gebiedstypen sluiten zoveel als mogelijk aan bij de Omgevingsvisie, de overige thema’s in het Omgevingsplan, en de (instructie)regels in het Bkl en de provinciale verordening. Het aantal gebiedstypen is zo beperkt mogelijk gehouden met oog op de eenvoud en overzichtelijkheid. Ook zijn er wettelijk aangewezen gebieden. Rondom drukke wegen, spoorwegen en industrieterreinen liggen geluidsaandachtsgebieden (gag’s)10Geluidsaandachtsgebieden worden vastgelegd in het landelijke geluidregister, niet in het omgevingsplan. . Binnen deze aandachtsgebieden is meer geluid, dus moet er in deze gebieden bij een mogelijke ontwikkeling kritisch worden gekeken naar de mogelijkheden. GEBIEDSINDELING Binnen welk gebied een locatie valt, volgt uit het Omgevingsplan, inclusief het tijdelijke deel. Op het moment dat getoetst wordt aan de Geluidvisie, moet worden gekeken naar de dan geldende versie van het Omgevingsplan, inclusief het tijdelijke deel. We onderscheiden de volgende vijf gebiedstypen met hun functies en ambitie: Gebiedstype Belangrijke functies Ambitie voor geluid Centrum en gemengd gebied Detailhandel met bevoorrading, horeca, recreatie, werken, wonen Mogelijk maken van activiteiten zoals bevoorraden winkels en beschermen van bewoners Woongebied Wonen, ontmoeten, slapen, rust Beschermen van de leefkwaliteit voor bewoners, zeker ’s avonds en ’s nachts Werkgebied Werken, bedrijvigheid Bedrijvigheid mogelijk maken Landelijk gebied Agrarische bedrijvigheid, recreatie, rust, natuur, wonen (hoewel beperkt) Beschermen van bewoners en rust, maar mogelijk maken van agrarische activiteiten Natuurgebied Ruimte en rust voor natuur, flora en fauna, recreatie Rust, beperkt geluid toelaten CENTRUM EN GEMENGD GEBIED Dit gebiedstype wordt gekenmerkt door een combinatie van functies zoals wonen, werken, winkelen, horeca en recreatie. Dit gebied wordt intensief gebruikt door veel mensen. Er is relatief veel verkeer, winkels moeten bevoorraad worden, en er is een hoge mate van bebouwingsdichtheid. Vanwege de vele activiteiten die hier zijn toegestaan is hier sprake van een verhoogd geluidsniveau dat past bij de levendige aard van dit gebied. Dit betekent dat er hogere geluidsniveaus worden geaccepteerd, maar dat er waar mogelijk maatregelen worden genomen om hinder, met name gedurende de nacht, voor de inwoners te beperken. WOONGEBIED Dit gebiedstype is primair gericht op wonen. In dit gebiedstype is relatief weinig verkeer en er zijn niet veel bedrijven. De mate van bebouwingsdichtheid is doorgaans minder dan in het Centrum en gemengd gebied. In dit gebied gelden eisen ten aanzien van geluidsniveaus om de leefbaarheid te beschermen en om een rustige leefomgeving te realiseren. Met name het beschermingsniveau van de avond- en nachtperiode is belangrijk binnen dit gebied. Dan zijn mensen thuis en kan het verstoren van de rust hinderlijk zijn. Geluid ’s nachts kan zorgen voor slaapverstoring, wat negatieve gevolgen voor de gezondheid kan hebben. WERKGEBIED Dit gebiedstype is vooral gericht op bedrijvigheid en economische activiteiten. Een zekere geluidsproductie is onlosmakelijk verbonden met bedrijfsvoering. Er is vaak sprake van een hoge verkeersdruk, laad- en losactiviteiten vinden vrijwel constant plaats en ook productiewerkzaamheden kunnen een geluidsbron vormen. Door de aard van dit gebied is een hoog niveau van bescherming van geluidgevoelige gebouwen (o.a. woningen) binnen dit gebied niet gewenst. Bovendien liggen er veel minder woningen in werkgebieden dan in woongebieden. We accepteren hier dan ook een hoger geluidniveau dan in de rustigere gebieden. Wel geldt in woningen in werkgebieden dezelfde grenswaarde voor geluid in huis als in andere gebieden. LANDELIJK GEBIED Dit gebiedstype is vooral gericht op agrarische activiteiten, recreatie en natuur. Er is een lage bebouwingsdichtheid en gebruiksintensiteit. Geluid komt van agrarische activiteiten, zoals ventilatiesystemen en het gebruik van landbouwvoertuigen. Ook is er verkeersgeluid rondom drukke wegen. We kiezen in dit gebied voor een goede bescherming van bewoners en gebruikers, met voldoende ruimte voor bedrijfsmatige activiteiten. NATUURGEBIED Dit gebiedstype kent vooral een functie voor de natuur en biodiversiteit, en recreatie. Er is een lage bebouwingsdichtheid en gebruiksintensiteit. Rust en stilte hebben een hoge waarde voor de lokale flora, fauna en menselijke gebruikers van dit gebied. Natuurgebieden moeten worden beschermd tegen geluidsinvloeden die er niet thuishoren. 3.4Uitgangspunten per geluidbron We onderscheiden in deze geluidvisie drie bronnen voor geluid: milieuhinderlijke activiteiten, (spoor)wegen en industrieterreinen. In hoofdstukken 4, 5 en 6 lichten we toe wat we hier onder verstaan. Vervolgens lichten we onze beleidsuitgangspunten toe: op welke manier richten we het mengpaneel in voor deze bron? Welke standaardwaarden en grenswaarden passen bij de gebieden? In welke gevallen staan we hogere waarden dan de standaardwaarde toe? In sommige gevallen wijken we af van de instructieregels in het Bkl – soms zijn we strenger, soms minder streng. Als we afwijken van het Bkl, melden we dat expliciet. Ook motiveren we waarom we daarvoor kiezen. Hoofdstuk4:Geluid van milieuhinderlijke activiteiten Dit hoofdstuk is relevant voor het toelaten van een activiteit die geluid maakt. Of het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een activiteit die geluid maakt. De term ‘milieuhinderlijke activiteiten’ is nieuw onder de Omgevingswet. We bedoelen hiermee alle activiteiten mee die geluid maken bij bedrijvigheid of maatschappelijke functies, maar niet vallen onder industrieel geluid op een industrieterrein. Veel voorkomende geluidveroorzakers bij bedrijvigheid zijn bijvoorbeeld transportbewegingen van vrachtwagens, het uitvoeren van werkzaamheden met een shovel of heftruck, het komen en gaan van bezoekers, stemgeluid van aanwezigen (denk aan een terras maar ook een schoolplein of sportveld), versterkt stemgeluid (omroepen) en versterkte muziek, of dakinstallaties die veel geluid maken. 4.1Wat staat er in de landelijke wetgeving? Het Bkl stelt in de instructieregels een standaardwaarde voor geluid van milieuhinderlijke activiteiten op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Er is een standaardwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). En er is een standaardwaarde voor de maximale geluidniveaus (LAmax) van ‘piekgeluiden’, dat wil zeggen plotseling hard geluid, dat als hinderlijk kan worden ervaren. Maximale waarden voor piekgeluiden overdag zijn, anders dan in de vorige wetgeving, in het Bkl komen te vervallen. In de nota van toelichting wordt uitgelegd dat dit wordt gedaan omdat piekgeluiden vooral een relatie hebben met slaapverstoring, en daarom alleen voor ’s avonds en ’s nachts een norm hebben. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt tussen piekgeluiden van het aandrijfgeluid van transportmiddelen (zoals vrachtwagens) en alle andere piekgeluiden. Voor de vrachtwagens geldt een minder strenge norm op de gevel. Dit onderscheid was er eerst niet, maar de voormalige norm was eigenlijk te streng voor vrachtwagens, zeker als die vlakbij woningen komen laden en lossen. Bij winkelcentra of supermarkten liggen vaak vlakbij, of zelfs erboven, woningen. Het is vaak niet mogelijk of wenselijk om tussen een winkel of supermarkt en naastgelegen woningen overdrachtsmaatregelen te nemen, zoals een geluidsscherm. In de praktijk werd daarom vaak afgeweken van de normen op de gevel voor deze situaties. In plaats daarvan werd getoetst op het niveau binnenshuis. Daarom is nu in de nieuwe wetgeving deze norm op de gevel versoepeld, maar blijft de norm binnenshuis (als grenswaarde) wel overeind. De standaardwaarden in het Bkl zijn als volgt: Standaardwaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw Overdag 07.00 – 19.00 uur ‘s Avonds 19.00 – 23.00 uur ‘s Nachts 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 70 dB(A) 70 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden - 65 dB(A) 65 dB(A) Het Bkl kent geen grenswaarde voor geluid van milieuhinderlijke activiteiten op de gevel. Wel moet er worden voldaan aan het binnenniveau (het geluid in huis). De grenswaarden in het Bkl zijn voor alle geluidgevoelige ruimten in huis: Grenswaarde in geluidgevoelige ruimten Overdag 07.00 – 19.00 uur ‘s Avonds 19.00 – 23.00 uur ‘s Nachts 23.00 – 07.00 uur Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT als gevolg van activiteiten 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 55 dB(A) 55 dB(A) Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden - 45 dB(A) 45 dB(A) Onversterkt stemgeluid wordt specifiek uitgesloten van de geluidnormen in dB in het Bkl. Sterker nog, het wordt gemeenten verboden een geluidnorm (in maximale dB’
  2. s)op te nemen voor stemgeluid in het omgevingsplan. 4.2Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss We hebben vijf beleidsuitgangspunten voor geluid van milieuhinderlijke activiteiten: Standaardwaarden op de gevel variëren we per gebiedstype; Deze standaardwaarde geldt ook op 50 meter afstand; We passen de maximale niveaus voor piekgeluiden iets aan; Stemgeluid nemen we waar dat nodig is mee; en Waar nodig passen we aanvullende voorschriften toe. Deze uitgangspunten lichten we hieronder toe. STANDAARDWAARDEN OP DE GEVEL De gemeente Oss kiest ervoor in sommige gebieden strenger of juist minder streng te zijn dan het Bkl. Voor milieuhinderlijke activiteiten hanteren we de volgende bijbehorende standaardwaarden per gebiedstype: Standaardwaarden (in LAr, LT) gemeente Oss, per gebiedstype Overdag 07.00 – 19.00 uur ‘s Avonds 19.00 – 23.00 uur ‘s Nachts 23.00 – 07.00 uur Centrum en gemengd gebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Woongebied 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) Werkgebied 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) Landelijk gebied 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) Natuurgebied 45 dB(A) 40 dB(A) 35 dB(A) De standaardwaarde geldt voor de locatie van het geluidgevoelig gebouw. Een huis in een woonwijk (woongebied) vlakbij een bedrijventerrein (werkgebied), is dus overdag beschermd tot 50 dB(A) op de gevel. Ook al komt het geluid uit een gebied waarvoor de standaardwaarde hoger ligt. Het mengpaneel van de Osse standaardwaarden (overdag) ziet er als volgt uit: In de gebieden centrum en gemengd gebied en in woongebied, geldt overdag dezelfde standaardwaarde als in het Bkl wordt voorgesteld: 50 dB(A). Wij vinden een langtijdgemiddeld geluidniveau van 55 dB(A) of lager overdag altijd aanvaardbaar in werkgebieden. In deze gebieden vinden wij activiteiten die wat geluid produceren wenselijk om bedrijven de ruimte te geven. Bovendien zijn in werkgebieden (zoals op een bedrijventerrein) relatief weinig geluidgevoelige gebouwen. In landelijk gebied en natuurgebied vinden wij een standaardwaarde van 45 dB(A) overdag of lager aanvaardbaar. In deze gebieden is rust belangrijk. Bij het toetsen aan de standaardwaarde wordt het gebruik van (landbouw)voertuigen buiten het bouwperceel (maar op de akkers) buiten beschouwing gelaten. In de voormalige wetgeving was dit al het geval, maar deze uitzondering is in het Bkl losgelaten. Wij brengen hem nu dus beleidsmatig terug, om te voorkomen dat agrarische bedrijven in lastige situaties komen als een agrarisch perceel grenst aan woningen. Ook zijn incidentele bedrijfssituaties uitgezonderd. De standaardwaarde geldt wel voor alle geluidsbronnen binnen het bouwperceel11Een belangrijke kanttekening is dat het toetsen van het verkeer van en naar de activiteit (over de openbare weg) wel plaats moet vinden, conform de Specifieke zorgplicht uit artikel 22.44 van het Omgevingsplan.. In natuurgebieden zijn weinig geluidgevoelige gebouwen, dus in de praktijk zal deze norm niet vaak worden toegepast. STANDAARDWAARDE GELDT OOK OP 50 METER AFSTAND De standaardwaarde geldt per milieuhinderlijke activiteit op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Wat als er in de buurt van de milieuhinderlijke activiteit geen geluidgevoelig gebouw ligt? Dan krijgt dit bedrijf wel veel ‘ruimte’ om op te vullen! Onder andere om dat te voorkomen, heeft de VNG de ‘Handreiking Activiteiten en Milieuzonering’ opgesteld. Wij willen de werkwijze uit de handreiking op vereenvoudigde wijze gaan gebruiken. Niet alleen voor het zoneren van een bedrijventerrein, maar bij alle milieuhinderlijke activiteiten. Dat houdt in dat we de standaardwaarde gebruiken op een vaste afstand van de bouwperceelsgrens van de geluidmaker. Deze norm functioneert als een soort geluidzone, de geluidgebruiksruimte die een bepaalde activiteit mag vullen, tenzij er een geluidgevoelig gebouw dichterbij ligt. Ligt er een woning op kortere afstand, bijvoorbeeld 40 meter, dan is de standaardwaarde op de gevel van de woning maatgevend. Maar ligt de woning op 60 meter afstand, dan is de standaardwaarde op 50 meter maatgevend. Dit leggen we vast als aanvullende geluidnorm (naast de al geldende geluidnormen op de gevels van woningen) in het omgevingsplan. Liggen een geluidgevoelig gebouw en een milieuhinderlijke activiteit dichter bij elkaar dan 50 meter, dan dient (kwalitatief) te worden beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau op het geluidgevoelig gebouw. Dit doen we aan de hand van hoofdstuk 10.1 van de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering, ‘Inschatten gebruiksruimte geluid’. Dat betekent dat voor de beoordeling niet altijd een akoestisch onderzoek nodig is, maar dat in voorkomende gevallen ook volstaan kan worden met een kwalitatieve onderbouwing. In veel gevallen zal in stedelijk gebied de activiteit goed in te passen zijn, zoals bij een kantorengebouw of detailhandel. Komt er een bedrijf dat zorgt voor veel geluid, dan is een akoestisch onderzoek nodig. Het opnemen van de standaardwaarde op vaste afstand helpt te voorkomen dat er veel autonome toename mag zijn van geluid. Daarnaast voorkomt het ook te veel cumulatief geluid (van verschillende bronnen), omdat alle bronnen een eigen norm (geluidzone) hebben op vaste afstand. MAXIMAAL GELUIDNIVEAU PIEKGELUIDEN Anders dan in voormalige wet- en regelgeving kent het Bkl geen maximaal geluidniveau voor piekgeluiden overdag. Dat is omdat uit onderzoek blijkt dat piekgeluiden vooral hinderlijk zijn omdat ze zorgen voor slaapverstoring. Overdag zou een norm daarom niet nodig zijn. In de gemeente Oss kiezen we er echter voor om wél een standaardwaarde op te nemen voor piekgeluiden overdag, voor alle gebieden behalve de werkgebieden. Deze keuze maken we op basis van een beschouwing van lastige praktijksituaties12Situaties waar veel klachten over zijn of waren, en die lastig aan te pakken waren. van onze toezichthouders. Daaruit blijkt dat de norm op de gevel voor piekgeluiden vaak de (enige) aanleiding is om over te gaan op maatregelen. Zo kan bijvoorbeeld een bedrijf worden gedwongen om een geluidwal te plaatsen op eigen terrein. Deze bedrijven zijn vaak alleen overdag actief, maar zorgen toch voor veel overlast bij omwonenden. Er is geen grenswaarde voor het binnenniveau als het gaat om piekgeluid overdag, dus om toch wat bescherming te kunnen bieden, nemen we een standaardwaarde op de gevel voor een maximaal geluidniveau overdag op. Daarnaast vinden we het voorkomen van slaapverstoring in gebieden waar veel mensen wonen belangrijk. Daarom verlagen we de norm voor piekgeluid voor ’s nachts aan naar 60 dB in plaats van 65 dB. De 60 dB gold onder de voormalige wetgeving ook al ‘s nachts. We vinden het niet verantwoord om de versoepeling tot 65 dB te maken, hoewel situaties met nachtelijke piekgeluiden niet heel veel voorkomen in onze gemeente. Mocht de situatie zich wel voordoen, dan proberen we dus, indien mogelijk, de niveaus laag te houden. De overlastsituaties hebben geen betrekking op het aandrijfgeluid van transportmiddelen. Daarom voegen we alleen een norm toe voor piekgeluiden overdag en kiezen voor de verlaging in de nacht voor piekgeluiden anders dan die voor het aandrijfgeluid van transportmiddelen. De werkgebieden zijn bedoeld als plekken waar bedrijven de ruimte hebben voor hun activiteiten. Daarom hanteren we in werkgebieden een minder strenge norm voor piekgeluid voor ’s avonds en ’s nachts en sluiten we hier wel aan bij het Bkl door geen normen te stellen voor overdag. Door deze wijzigingen, zien de standaardwaarden voor piekgeluid binnen de gemeente Oss er als volgt uit: Standaardwaarden (in LAmax) gemeente Oss, per gebiedstype Overdag 07.00 – 19.00 uur ‘s Avonds 19.00 – 23.00 uur ‘s Nachts 23.00 – 07.00 uur Centrum en gemengd gebied, woongebied, landelijk gebied, natuurgebied Maximaal geluidniveau veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 70 dB(A) 70 dB(A) Maximaal geluidniveau veroorzaakt door andere piekgeluiden 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) Werkgebied Maximaal geluidniveau veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen - 75 dB(A) 75 dB(A) Maximaal geluidniveau veroorzaakt door andere piekgeluiden - 70 dB(A) 70 dB(A) STEMGELUID Deze geluidsbron neemt een bijzondere positie in binnen de milieuhinderlijke activiteiten. Menselijk stemgeluid kan overlast veroorzaken, bijvoorbeeld bij bewoners rondom een terras, een schoolplein of een sportveld. De geluidsbron is in de praktijk echter lastig te normeren, te handhaven of met (gedrags)voorschriften te beheersen. Er is in de landelijke regelgeving dan ook geen toetsingskader voor. In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt het gemeenten zelfs verboden geluidsnormen (in dB) op te nemen voor onversterkt stemgeluid. In plaats daarvan wordt dit onderdeel meegenomen in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarbij sprake moet zijn van een aanvaardbare geluidsituatie. Dit is dus zeer belangrijk, omdat er na het ruimtelijk mogelijk maken van een activiteit eigenlijk geen manier meer is om met toezicht en handhaving op te treden omdat er geen geluidsnormen worden overschreden! Om te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is ons beleidsuitgangspunt als volgt: wanneer bepaalde activiteiten, die veel stemgeluid met zich meebrengen, dichtbij13“Dichtbij” wordt gespecificeerd in bijgaande tabel. geluidgevoelige gebouwen zoals woningen komen, is akoestisch onderzoek nodig. Menselijk stemgeluid wordt meegenomen in dit onderzoek, naast alle andere relevante geluidsbronnen. Op basis van dit onderzoek concluderen we of de cumulatieve geluidbelasting aanvaardbaar is. De aanleiding kan dus zowel het mogelijk maken van nieuwe woningen of andere geluidsgevoelige gebouwen zijn, als het mogelijk maken van de milieuhinderlijke activiteiten. Dit geldt voor de activiteiten en afstanden in de tabel hieronder, en kan ook van toepassing zijn op vergelijkbare activiteiten. Activiteit Minimale afstand tussen milieuhinderlijke en geluidgevoelige functies (meters) Speelplaats bij een kinderdagverblijf 30 Schoolplein bij primair onderwijs 30 Horeca met terras 10 Buitenbad 200 Sportveld 30 Recreatieterrein met buitenactiviteiten 50 VOORSCHRIFTEN BIJ SPECIFIEKE SITUATIES In sommige situaties zijn aanvullende afspraken nodig om het geluidsniveau van bepaalde milieuhinderlijke situaties te beperken, los van de standaard- en grenswaarde. Denk bijvoorbeeld aan: Afspraken over tijden waarop bepaalde (luide) activiteiten worden ondernomen Openingstijden Op welk moment of op welke manier laden en lossen kan gebeuren zodat de hinder kan worden beperkt Maximale aantallen mensen die bijeen zijn Bepaalde activiteiten alleen binnen (inpandig) uitvoeren Het gesloten houden van ramen en deuren bij het uitvoeren van bepaalde activiteiten Omdat dit soort afspraken best beperkend kunnen zijn, leggen we deze niet in algemene zin vast voor een bepaalde milieuhinderlijke activiteit. In plaats daarvan worden deze afspraken met een individueel bedrijf of individuele organisatie gemaakt. De afspraken kunnen worden vastgelegd in vergunningen of door middel van maatwerkvoorschriften. Hoofdstuk5:Geluid van wegen en spoorwegen Dit hoofdstuk is relevant voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een (drukke) weg of spoorweg. En bij het toelaten van een nieuwe weg of het aanpassen van een bestaande weg. 5.1Wat staat er in landelijke wetgeving? Het Bkl stelt de standaardwaarden en grenswaarden als gevolg van wegverkeer en spoorwegverkeer vast op de volgende waarden14In paragraaf 5.1.4.2a ‘geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen’, in Bkl artikel 3.35 en 3.53. : Geluidbron Standaardwaarde op de gevel Provinciale wegen; Rijkswegen 50 dB Lden Gemeentewegen; Waterschapswegen 53 dB Lden Lokale spoorwegen; Hoofdspoorwegen 55 dB Lden Geluidbron Grenswaarde op de gevel Grenswaarde in huis15 Voor enkele uitzonderingen, zoals een gebouw waarvan de functie is gewijzigd naar wonen, geldt een binnenwaarde van 41 dB Lden. Nieuwe geluidgevoelige gebouwen Aanleg of aanpassing van de bron (weg of spoorweg) Nieuwe geluidgevoelige gebouwen Aanleg of aanpassing van de bron (weg of spoorweg) Provinciale wegen; Rijkswegen 60 dB Lden 65 dB Lden 33 dB Lden 36 dB Lden Gemeentewegen; Waterschapswegen 70 dB Lden 70 dB Lden Lokale spoorwegen; Hoofdspoorwegen 65 dB Lden 70 dB Lden Deze standaardwaarden en grenswaarden zijn, anders dan de instructieregels in het vorige hoofdstuk, dus geen door de gemeente aan te passen waarden, maar landelijke normen. Naast de grenswaarde op de gevel, geldt ook de binnenwaarde als grenswaarde. Volgens het Bkl ligt rondom drukke wegen en spoorwegen een ‘geluidsaandachtsgebied’16Met ‘drukke wegen’ bedoelen we wegen van meer dan 1000 motorvoertuigen per etmaal. In de praktijk zijn dit vrijwel alle verkeersontsluitende wegen, ook wegen van 30 km/uur. Alleen rustige woonstraten en hofjes hebben geen geluidsaandachtsgebied. Het geluidaandachtsgebied is het gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Als de ontwikkeling van een geluidgevoelig gebouw in, of deels in, het geluidsaandachtsgebied ligt, is akoestisch onderzoek altijd nodig naar de aanvaarbaarheid van het geluidsniveau17Deze gebieden worden door het betreffende bevoegd gezag (een gemeente, provincie, het rijk) opgenomen in het geluidregister. Voor de periode waarin dit nog niet is gebeurd, is er een overgangssituatie, waarbij zones met vaste afstanden worden aangehouden langs wegen conform de Wet geluidhinder. De geluidaandachtsgebieden zijn te raadplegen op de kaart van het geluidregister: https://www.geluidgegevens.nl/geluidregister/kaart. . Om af te wijken van de standaardwaarde, tot maximaal de grenswaarde, stelt het Bkl een aantal voorwaarden18Op basis van Bkl art 5.78n, 5.78p, 5.78q, 5.78u, 5.78ab. Het is alleen mogelijk af te wijken van de standaardwaarde, als: is onderbouwd dat er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen19Omdat het gaat om de standaardwaarde op de gevel, worden met deze geluidbeperkende maatregelen alleen maatregelen aan de bron of in de overdracht bedoeld. En dus niet maatregelen aan de ontvanger (zoals gevelisolatie), omdat die geen effect hebben op het geluid op de gevel, alleen op het geluid in huis. . Hierbij gaat het om maatregelen aan de bron, zoals het verlagen van de maximum snelheid of het toepassen van stiller wegdek, en maatregelen in de overdracht, zoals het toepassen van geluidschermen of diffractoren of het wijzigen van de oriëntatie van de geplande woningen; is onderbouwd dat door middel van maatregelen het geluidniveau zover mogelijk richting de standaardwaarde wordt teruggebracht. bij de onderbouwing van deze twee eerste voorwaarden hoeven alleen maatregelen te worden overwogen die financieel doelmatig zijn. Daarnaast kunnen er maatregelen zijn met overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard. Bijvoorbeeld omdat het niet wenselijk is om tussen een woningbouwontwikkeling en de (drukke) weg een geluidscherm te plaatsen. In dat geval hoeft de maatregel niet verder onderzocht te worden. het gecumuleerde geluid is berekend, beoordeeld en aanvaardbaar wordt geacht. Daarbij wordt dus niet alleen het wegverkeer betrokken, maar ook eventuele andere geluidbronnen. het gezamenlijke geluid is bepaald. Het gezamenlijk geluid lijkt op gecumuleerd geluid, maar wordt niet gecorrigeerd voor hinderlijkheid, zoals dat wel bij cumulatie gebeurd. Gezamenlijk geluid wordt gebruikt om de benodigde geluidwering van de gevel te bepalen. In het geval van het toelaten van een nieuw geluidgevoelig gebouw: als een geluidluwe gevel is overwogen bij de geluidbeperkende maatregelen. Er zijn ook situaties waarbij het geluid boven de grenswaarde op de gevel uitkomt. In uitzonderingsgevallen kan daar toch ontwikkeld worden, maar alleen bij zwaarwegende economische of andere maatschappelijke belangen. Bovendien moet er aan strenge voorwaarden worden voldaan. Bijvoorbeeld door het toepassen van een niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen, zoals een gevel met een uitwendige scheidingsconstructie die het geluid tegenhoudt20Zie Bkl artikel 5.78v en verder. Het geluidniveau binnenshuis mag niet boven de grenswaarde uitkomen, ongeacht andere belangen. 5.2Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss MAXIMALE GELUIDBELASTING VAN GEMEENTEWEGEN We willen voorkomen dat we de grenswaarden te dicht benaderen. Dit kan in een extreem geval namelijk leiden tot een saneringsopgave voor de gemeente. Daarom passen we een beleidsmatige maximale geluidbelasting toe van gemeentewegen, die lager is dan de maximale wettelijke grenswaarde uit het Bkl. We doen dat gebiedsgericht. Binnen de bebouwde kom (centrum en gemengd gebied, woongebied, werkgebied) achten wij een hogere geluidbelasting aanvaardbaar dan in het buitengebied (landelijk gebied, natuurgebied). De maximale geluidbelasting geldt op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Welke norm geldt, is dus gerelateerd aan de plek waar het geluidgevoelig gebouw staat. Staat het gebouw in woongebied, dan geldt de norm voor binnen de bebouwde kom. Staat de woning in landelijk gebied, dan geldt de norm voor buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom hanteren we een lagere maximale geluidbelasting van de gemeentelijke wegen bij nieuwe ontwikkelingen dan de wettelijke grenswaarde: 68 dB. Bij een geluidbelasting hoger dan 70 dB van de gemeentelijke wegen ontstaat een saneringsplicht. Dit kan voor de gemeente grote financiële gevolgen opleveren. Om ruimte te behouden is daarom voor gemeentelijke wegen is gekozen voor een maximale geluidbelasting van 68 dB. Zo hebben we wat marge, voor er een saneringsplicht ontstaat. Binnen de bebouwde kom zijn omgevingsgeluidniveaus structureel hoger, vanwege de dichtheid van verkeer, gebouwen, en menselijke activiteiten. Dat betekent ook dat het geluid van wegverkeer deels wordt gemaskeerd door andere bronnen (bijvoorbeeld stedelijk achtergrondgeluid). Stedelijke functies zoals winkels, horeca, OV e.d. brengen veel leefkwaliteit met zich mee, en maken een hogere geluidsbelasting acceptabel. Bovendien is in stedelijk gebied beperkte ruimte voor maatregelen zoals geluidschermen of afstand houden tot de weg. Buiten de bebouwde kom hanteren we een lagere maximale geluidbelasting van gemeentelijke wegen bij nieuwe ontwikkelingen dan de wettelijke grenswaarde: 60 dB. Het buitengebied heeft een rustiger karakter, vaak met een hogere stiltewaarde of natuurwaarde. Door de lagere achtergrondgeluiden valt verkeersgeluid meer op. De gezondheidseffecten van het geluid worden zwaarder gewogen omdat er minder geluidstolerantie is in rustigere omgevingen. Daarnaast is er praktisch gezien ook meer ruimte voor maatregelen, zoals afstand houden tussen weg en woningen. Het Bkl gaat voor Rijks- en provinciale wegen uit van 60 dB, daar sluiten we nu dus beleidsmatig op aan voor gemeentelijke wegen in het buitengebied. De voormalige wetgeving hanteerde in het buitengebied een norm van 58 dB (rekening houdend met 5 dB aftrek voor stiller wordend verkeer). Met deze twee wijzigingen ziet het mengpaneel er als volgt uit: Zie voor de verschillende grenswaarden voor gemeentewegen en Rijks- en provinciale wegen tevens de tabel hieronder. Wettelijke grenswaarde gemeentewegen en waterschapswegen Beleidsmatige maximale geluidbelasting gemeentewegen Wettelijke grenswaarde Rijks- en provinciale wegen Locatie nieuwbouw binnen bebouwde kom buiten bebouwde kom binnen bebouwde kom buiten bebouwde kom binnen bebouwde kom buiten bebouwde kom (Gewone) nieuwbouw 70 dB 70 dB 68 dB 60 dB 60 dB 60 dB Vervangende nieuwbouw, functiewijziging, of woningsplitsing 75 dB 75 dB 73 dB 73 dB 65 dB 65 dB AFWEGINGSKADER VOOR AFWIJKEN VAN STANDAARDWAARDE: NIEUW GELUIDGEVOELIG GEBOUW Het afwijken van de standaardwaarde mag niet zomaar, zoals onder 5.1 wordt uitgelegd. In het kort: wanneer door of na het treffen van geluidbeperkende maatregelen, die niet bezwaarlijk zijn, de standaardwaarde nog steeds wordt overschreden, kan geluid tot en met de grenswaarde onder voorwaarden bij een nieuw geluidgevoelig gebouw worden toegestaan. Deze paragraaf gaat over deze gemeentelijke voorwaarden. 1. Binnenwaarde Bij nieuw te realiseren geluidgevoelige gebouwen moet de geluidwering van de gevel zodanig zijn dat de het geluid in huis onder de grenswaarde (33 dB) blijft. Dit is in principe geen gemeentelijke, maar een wettelijke voorwaarde. Als de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de standaardwaarde, kan de gemeente van de initiatiefnemer verlangen dat wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de normen voor de geluidwering van de gevel zoals aangegeven in het Bbl. Bij functiewijziging, waarbij een bestaand pand geluidgevoelig wordt, kan de gemeente in bijzondere omstandigheden een maatwerkvoorschrift verlenen waarbij deze waarde wordt versoepeld tot maximaal 38 dB. 2. Een geluidluwe gevel Bij nieuw te realiseren geluidgevoelige gebouwen met een geluidniveau tussen de standaardwaarde en de grenswaarde dient er sprake te zijn van minimaal één geluidluwe gevel. Dit is een gevel die wél voldoet aan de standaardwaarde.21Dit moet het geval zijn ten aanzien van alle bronsoorten in de omgeving, dus niet aan een kant geluidluw voor railverkeer, maar niet geluidluw ten aanzien van wegverkeer en aan de andere kant van het huis andersom. Deze gevel moet minstens één te openen deel hebben. Juist in een lawaaiige omgeving is het bieden van rust extra belangrijk voor de gezondheid van de bewoners. De luwe zijde is bij voorkeur ook een aangename plek om te verblijven. In een enkel geval is hierop een uitzondering mogelijk. Als het aantoonbaar niet mogelijk de hele gevel geluidluw te krijgen, kan er gekozen worden voor een geluidluw geveldeel met te openen deel. Dit kan bijvoorbeeld een dubbel venster bij het slaapkamerraam zijn. Wanneer gemotiveerd kan worden dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om maatregelen te treffen om de geluidbelasting te verlagen tot de standaardwaarde, ook niet van een geveldeel, is geringe overschrijding van de standaardwaarde tot 5 dB op de geluidluwe gevel mogelijk. Deze gevallen gelden als uitzondering en dienen te allen tijde te worden voorzien van een goede motivering. 3. Het beoordelen van het cumulatieve geluidniveau Het gecumuleerde geluid moet worden gekwalificeerd als aanvaardbaar. Daarbij wordt dus niet alleen het wegverkeer betrokken, maar ook eventuele andere geluidbronnen. Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Om cumulatief geluid te beoordelen wordt de geluidskwalificatie van Miedema gebruikt. Deze kwalificatie geeft bij het gecumuleerde geluidniveau aan hoe deze geluidkwaliteit over het algemeen door mensen wordt beoordeeld. Gecumuleerd geluidsniveau in Lcum Kwalificatie ≤ 45 Zeer goed 46 – 50 Goed 51 – 55 Redelijk 56 – 60 Matig 61 – 65 Tamelijk slecht 66 – 70 Slecht ≥ 71 Zeer slecht Vanaf een geluidbelasting die valt in de categorie ‘Tamelijk slecht’ (Lcum> 60) dient de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting gemotiveerd te worden. Bij deze motivatie worden belangen zoals hinder en gezondheid, woningbouwopgave, economie en mobiliteit betrokken. Ook vragen we af te wegen welke compenserende maatregelen kunnen worden genomen of welke compenserende omstandigheden er zijn, zoals hieronder opgenomen. 4. Het afwegen van compenserende omstandigheden en maatregelen Er dient te worden gemotiveerd welke aanvullende maatregelen genomen worden om het geluidniveau in en om de woning als aanvaardbaar te kwalificeren. Hierbij kan gedacht worden aan de toepassing van een of meerdere compenserende maatregelen, zoals: Een gunstige indeling van de woning met oog op geluid Een gunstige oriëntatie van de woning(
  3. en)op het perceel met het oog op geluid De aanwezigheid van een eigen geluidsluwe buitenruimte of geluidluwe gezamenlijke buitenruimte De geluidluwe gevel is een aangename zijde om te verblijven, bijvoorbeeld een zijde die uitkijkt op groen Daarnaast kan er in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) een bredere ruimtelijke afweging gemaakt worden, waarbij naast maatregelen andere omstandigheden worden meegewogen. Er kan sprake zijn van een grote wenselijkheid van de betreffende ontwikkeling omdat dit bepaalde belangrijke kwaliteiten binnen het gebied versterkt. Deze belangen en kwaliteiten maken dat er sprake is van compenserende omstandigheden voor het hogere geluidniveau. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Een relevante verlaging van het geluid op de gevel van bestaande woningen als gevolg van de ontwikkeling Goede bereikbaarheid van OV die met het plan wordt gecreëerd Nabijheid van (maatschappelijke) voorzieningen die met het plan wordt gecreëerd. Een stille groene omgeving die op loopafstand ligt, of met het plan wordt gecreëerd. AFWEGINGSKADER VOOR AFWIJKEN VAN STANDAARDWAARDE: NIEUWE OF AANGEPASTE (SPOOR)WEG Het afwijken van de standaardwaarde mag niet zomaar, zoals onder 5.1 wordt uitgelegd. In het kort: wanneer door of na het treffen van geluidbeperkende maatregelen, die niet bezwaarlijk zijn, de standaardwaarde nog steeds wordt overschreden op bestaande woningen, kan geluid tot en met de grenswaarde onder voorwaarden worden afgewogen. Deze paragraaf gaat over deze gemeentelijke voorwaarden. 1. Binnenwaarde Bij de aanleg van een nieuwe bron van verkeersgeluid, zoals het aanleggen van een gemeentelijke weg, is de binnenwaarde bij bestaande geluidgevoelige gebouwen maximaal 36 dB. Het geluidniveau in huis kan worden beperkt door maatregelen te treffen bij bestaande woningen, zoals gevelisolatie. Als eigenaren niet willen meewerken aan akoestisch onderzoek of maatregelen, geldt deze voorwaarde niet. 2. Het beoordelen van het cumulatieve geluidniveau Het gecumuleerde geluid moet worden gekwalificeerd als aanvaardbaar. Daarbij wordt dus niet alleen het wegverkeer betrokken, maar ook eventuele andere geluidbronnen. Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Om cumulatief geluid te beoordelen wordt de geluidskwalificatie van Miedema gebruikt. Deze kwalificatie geeft bij het gecumuleerde geluidniveau aan hoe deze geluidkwaliteit over het algemeen door mensen wordt beoordeeld. Gecumuleerd geluidsniveau in Lcum Kwalificatie ≤ 45 Zeer goed 46 – 50 Goed 51 – 55 Redelijk 56 – 60 Matig 61 – 65 Tamelijk slecht 66 – 70 Slecht ≥ 71 Zeer slecht Bij de beoordeling van dit geluid worden belangen zoals hinder en gezondheid, woningbouwopgave, economie en mobiliteit betrokken. Vanaf een geluidbelasting die valt in de categorie ‘Tamelijk slecht’ (Lcum> 60) dient de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting gemotiveerd te worden, door aan te tonen dat er compenserende omstandigheden zijn, zoals hieronder opgenomen. 3. Het afwegen van compenserende omstandigheden In het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) kan een bredere ruimtelijke afweging gemaakt worden. Er kan sprake zijn van grote wenselijkheid van de betreffende ontwikkeling omdat dit van belang is voor een groter gebied dan alleen het plangebied. Deze belangen maken dat er sprake is van compenserende omstandigheden voor het hogere geluidniveau. Denk hierbij bijvoorbeeld aan: Het realiseren van een (drukke) weg die verkeersstromen optimaliseert en bijvoorbeeld de geluidbelasting op andere plekken doet afnemen. De aanwezigheid van een lagere geluidbelasting (dichter bij de standaardwaarde) in een (deel van) de buitenruimte. Een beperkte of geen overschrijding van de standaardwaarde in de nachtperiode. Hoofdstuk6:Geluid van industrieterreinen Dit hoofdstuk is relevant voor het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de buurt van een geluidgezoneerd industrieterrein. 6.1Wat staat er in landelijke wetgeving? Het Bkl stelt de standaardwaarde en grenswaarden voor geluid van industrieterreinen als volgt22In afdeling 3.5 ‘geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen’. . Naast een daggemiddelde norm geldt er ook een specifieke norm voor ’s nachts (in Lnight). Standaardwaarde Grenswaarde Geluid op de gevel daggemiddeld 50 dB Lden 60 dB Lden Geluid op de gevel ’s nachts 40 dB Lnight 50 dB Lnight Geluid in huis (binnenwaarde) 33 dB Lden Volgens het Bkl ligt rondom industrieterreinen een ‘geluidsaandachtsgebied’23Deze gebieden worden door het betreffende bevoegd gezag (een gemeente, provincie, het rijk) opgenomen in het geluidregister. Voor de periode waarin dit nog niet is gebeurd, is er een overgangssituatie, waarbij de huidige geluidszonering wordt aangehouden. . Het geluidaandachtsgebied is het gebied waar het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde. Als de ontwikkeling van een geluidgevoelig gebouw in, of deels in, het geluidsaandachtsgebied ligt, is akoestisch onderzoek altijd nodig naar de aanvaarbaarheid van het geluidsniveau. Dit zijn - net als in het vorige hoofdstuk over (spoor)wegen - landelijke normen, geen door een gemeente aan te passen waarden. 6.2Het mengpaneel: de beleidsuitgangspunten in de gemeente Oss Industrieterreinen met een geluidsproductieplafond (gpp) zijn plekken waar bedrijven die veel lawaai maken zich kunnen vestigen, zonder daarbij veel hinder op te leveren voor omwonenden. Dat kan alleen als er geen nieuwe geluidgevoelige gebouwen worden toegestaan op of vlakbij industrieterreinen. Ons beleidsuitgangspunt over industrieterreinen is daarom om zeer terughoudend te zijn met het toestaan van geluidgevoelige gebouwen op een industrieterrein. Verder nemen we de standaard- en grenswaarden uit het Bkl over. Het mengpaneel ziet er dus als volgt uit: Bijlagen A. Stroomschema ontwikkelen nieuw geluidgevoelig gebouw in de buurt van wegen en spoorwegen B. Stroomschema ontwikkelen of aanpassen (spoor)weg in de buurt van geluidgevoelige gebouwen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.