Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2023De raad van de gemeente Ouder-Amstel Gelezen het voorstel d.d. 8 juni 2023, 2023/43, Gelet op artikel 81a van de Gemeentewet Besluit: Een rekenkamer in te stellen; Deze te organiseren via het directeursmodel, eenhoofdig bestuur; De heer R. Paulussen benoemen tot directeur Rekenkamer Ouder-Amstel voor de wettelijke zittingstermijn. Benoemen van een plaatsvervangend directeur mevrouw L. van Aelst Verordening op de Rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2023 Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Rekenkamer: de rekenkamer van de gemeente Ouder-Amstel bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; Raad: de raad van de gemeente Ouder-Amstel Werkgroep: de werkgroep van de rekenkamer College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Ouder-Amstel Artikel2.Rekenkamer a.Er is een gemeentelijke rekenkamer b.De directeur rekenkamer is niet ondergeschikt aan de raad, het college van burgemeester en wethouders of enig ander gemeentelijk gezag c.De raad benoemt een plaatsvervangend directeur. Artikel3.Werkgroep (klankbordgroep) van de rekenkamer 1.Er is een werkgroep voor de Rekenkamer 2.De werkgroep bestaat uit drie raadsleden 3.De werkgroep rekenkamer is belast met de werving en selectie van de leden van de rekenkamer: het aanbevelen van de kandidaten voor het lidmaatschap en plaatsvervangend lidmaatschap van de Rekenkamer; het onderhouden van de contacten van de raad met de Rekenkamer de werkgroep legt in eerste instantie verantwoording af aan de auditcommissie. Artikel4Samenstelling van de rekenkamer 1.De rekenkamer heeft één lid, tevens directeur die door de raad wordt benoemd. Benoeming vindt plaats voor de wettelijke termijn. 2.De raad benoemt een plaatsvervangend directeur op aanbeveling van de werkgroep voor de situatie waarin de directeur niet in staat is invulling te geven aan zijn taak. 3.De directeur en de plaatsvervangend directeur leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in handen van de voorzitter van de raad de verklaring en belofte (eed) af, luidende: "Ik verklaar (zweer) dat ik, om tot lid van de rekenkamer te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof (zweer) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof (zweer) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Dat verklaar en beloof ik! (Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!)" Artikel5.Taak van de rekenkamer De rekenkamer voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het gemeentelijke beleid. De directeur draagt zorg voor het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Artikel6.Einde van het lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van de directeur eindigt: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die op grond van artikel 81f van de Gemeentewet onverenigbaar is met het lidmaatschap van de rekenkamer; wanneer de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien de directeur bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. door ontslag door de raad wanneer hij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid blijvend niet in staat is zijn functie naar behoren te vervullen. Artikel7.Ondersteuning van de rekenkamer 1.De rekenkamer wordt ondersteunt door een secretaris. 2.De ambtelijk secretaris is verantwoording verschuldigd aan de rekenkamer over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht. Artikel8.Budget 1.De directeur ontvangt een budget voor zijn werkzaamheden en is bevoegd binnen zijn budget uitgaven te doen. 2.De hoogte van de vergoeding wordt bepaald door de raad van de gemeente Ouder-Amstel. 3.Het budget wordt jaarlijks geïndexeerd 4.De rekenkamer is voor de besteding van het budget uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de raad. Artikel9.Vergoedingen 1.De directeur van de rekenkamer ontvangt voor zijn werkzaamheden een vaste maandelijkse vergoeding. 2.De directeur ontvangt daarnaast een vergoeding voor zijn reiskosten. Dit is maximaal de belastingvrije kilometervergoeding. Kosten van openbaar vervoer worden geheel vergoed. 3.De vergoedingen genoemd in het eerste lid zijn exclusief reis-, verblijf- en overige kosten. Artikel10.Monitoring aanbevelingen De griffie verstrekt de raad jaarlijks een overzicht van de aan de raad gedane voorstellen van de rekenkamer welke door de raad zijn overgenomen en door de raad zelf moeten worden uitgevoerd, vergezeld van de wijze waarop aan de voorstellen vervolg is gegeven. Artikel11.Evaluatie a.Wanneer de rekenkamer of de gemeenteraad een evaluatie van het functioneren van de rekenkamer wensen, dan treden zij met elkaar in overleg om de vorm van de evaluatie te bepalen. b.De rekenkamer informeert de raad jaarlijks over de keuze en planning van onderzoeken voor het volgend jaar. c.Een jaar na besluitvorming door de raad naar aanleiding van een onderzoek van de rekenkamer, meldt het orgaan die de aanbevelingen uit een onderzoek aangaan in hoeverre aan deze aanbevelingen gevolg is gegeven. Artikel12.Slotbepalingen a.Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2023”. b.Deze verordening treedt in werking op 30 juni 2023. Artikel13.Intrekking 1.De verordening Rekenkamercommissie gemeente Ouder-Amstel 2011, zoals vastgesteld op 31 mei 2011, wordt ingetrokken. 2.Deze verordening treedt in werking op de eerstvolgende dag na de bekendmaking. 3.Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2023. Ouder-Amstel, 29 juni 2023De raad voornoemd,De raadsgriffier, Mevr. L.W.F. Örsçek- Moolenaar De voorzitter,Mevr. J. LangenackerToelichting “Verordening gemeentelijke rekenkamer gemeente Ouder-Amstel 2023” Artikel 3. Klankbordgroep Rekenkamers hebben in de praktijk soms behoefte om informatie in te winnen bij een afvaardiging van de raad. Voor vragen als wat leeft er binnen de raad en hoe is de organisatie van de raad geregeld. Ook bestaat soms behoefte om organisatorische wijzigingen binnen de rekenkamer of veranderingen in het rekenkamerbudget te bespreken. De raad kan een klankbordgroep (of andere benaming) instellen die fungeert als het aanspreekpunt voor de rekenkamer. Ook is het mogelijk een al ingesteld gremium, zoals een auditcommissie, als aanspreekpunt aan te wijzen. De raad kan zelf het aantal leden en de taken van de klankbordgroep bepalen, maar is niet verplicht een klankbordgroep in te stellen. Hij kan het bijvoorbeeld ook aan de rekenkamer overlaten.] Artikel 4 Herbenoeming De leden van de rekenkamer worden door de raad benoemd en kunnen door de raad ook worden herbenoemd (artikel 81c, eerste en vierde lid, van de Gemeentewet). De benoemingstermijn is wettelijk op zes jaar vastgesteld. Een te korte benoemingsperiode kan de onafhankelijkheid in gevaar brengen, omdat de vraag ‘word ik wel herbenoemd’ dan al te snel weer wordt gevoeld. Voordeel van deze termijn is ook dat over benoeming en herbenoeming in het gewone geval steeds door twee verschillend samengestelde raden wordt beslist. Voorts draagt het feit dat benoeming plaatsvindt na overleg met de rekenkamer ertoe bij dat de leden primair op grond van deskundigheid worden benoemd (artikel 81c, vijfde lid). In de praktijk zal na verloop van tijd door tussentijds aftreden vanzelf de situatie ontstaan dat niet steeds de gehele rekenkamer opnieuw moet worden benoemd. Dit komt de continuïteit en de onafhankelijkheid van de rekenkamer ten goede. Zie Kamerstukken 27 751, nr. 3, p. 68. Artikel 5. Ambtelijke ondersteuning In de Gemeentewet is geregeld dat burgemeester en wethouders op voordracht van de voorzitter of het enige lid van de rekenkamer besluit tot het aangaan van arbeidsovereenkomsten met zoveel ambtenaren van de rekenkamer als nodig zijn voor een goede uitoefening van haar werkzaamheden (artikel 81j, tweede lid). De ambtenaren die werkzaamheden verrichten voor de rekenkamer, verrichten niet tevens werkzaamheden voor een ander orgaan van de gemeente, met uitzondering van de op de griffie werkzame ambtenaren (artikel 81j, derde lid). Dit betekent dat griffiemedewerkers deels voor de griffie en deels voor de rekenkamer kunnen werken. Vanwege de onafhankelijke positie van de rekenkamer zijn de ambtenaren, inclusief dus de griffiemedewerkers, voor werkzaamheden voor de rekenkamer uitsluitend verantwoording schuldig aan de rekenkamer (artikel 81j, vierde lid). Dit artikel voorziet in het benoemen van een secretaris en plaatsvervangend secretaris(sen) voor de rekenkamer.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.