Uitvoeringsprogramma VTH 2026Het college van B en W besluit: Het Uitvoeringsprogramma VTH 2026 vast te stellen. De raadsinformatiebrief ‘Uitvoeringsprogramma VTH 2026’ te versturen aan de gemeenteraad. 1Inleiding 1.1Aanleiding en achtergrond De Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Best 2025-2029 (U&HS) legt samen met de verordening uitvoering en handhaving omgevingsrecht Best 2022 de basis voor de programmatische en integrale uitvoering van de wettelijke taken en het bereiken van de doelstellingen zoals in deze strategie is verwoord. Het voorliggende Uitvoerings- en handhavingsprogramma 2026 (U&HP) is gebaseerd op deze strategie en omschrijft welke capaciteit en instrumenten worden ingezet. 1.2Doel Met de U&HP willen wij een goede programmatische en integrale invulling geven aan de uitvoering- en handhavingstaken waarbij mensen en middelen zo efficiënt mogelijk worden ingezet. Hiertoe worden de doelen uit het beleidsplan uitgewerkt in concrete acties per taakveld en gekoppeld aan de benodigde en beschikbare capaciteit. Om de uitvoering van de doelstellingen en het ambitieniveau van dit programma achteraf te kunnen toetsen, is een goede informatievoorziening van groot belang. Door te registreren (van o.a. indicatoren) en te rapporteren over de voortgang is het mogelijk om tussentijds bij te sturen en gesignaleerde knelpunten op te lossen. Het U&HP dient ook als basis voor de evaluatierapportage (ER) en wordt jaarlijks door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en ter kennisname naar de gemeenteraad gestuurd. 1.3Afbakening Niet alle VTH-taken worden uitgevoerd door de gemeente zelf. De Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) voert voor de gemeenten en voor de provincie Noord-Brabant diverse taken uit op het gebied van de fysieke leefomgeving. Voor gemeente Best zijn dit vergunningverlenings-, toezichts- en handhavingstaken (VTH) op het gebied van milieu. 1.4Opbouw In hoofdstuk 2 worden het kader en het doel van het programma nader toegelicht. In hoofdstuk 3 staat de wijze van programmeren centraal en een uitwerking van de VTH-taken per taakblad. Hoofdstuk 4 beschrijft de werkzaamheden binnen de taakvelden vergunningverlening en toezicht en handhaving. In hoofdstuk 5 worden de beschikbare en benodigde personele en financiële middelen beschreven. 2Kader en doel Het proces van vergunningverlening, toezicht en handhaving is aan wettelijke regels gebonden. In hoofdstuk 13 van het Omgevingsbesluit zijn onderwerpen benoemd die betrekking hebben op de invulling van de U&HS. Centraal staat de cyclische benadering van de VTH-activiteiten. Deze beleidscyclus geeft inzicht in het cyclische gedachtegoed van de wettelijk vastgestelde kwaliteitscriteria voor VTH. Het opstellen van een U&HP is een wettelijke verplichting. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie Noord-Brabant ziet erop toe of het uitvoeringsprogramma daadwerkelijk wordt opgesteld. Een uitvoeringsprogramma moet op basis van de wetgeving en de kwaliteitscriteria onder meer de volgende onderdelen bevatten: een duidelijke verbinding met de gestelde prioriteiten en doelstellingen; een weergave van de concrete activiteiten, inclusief de bijbehorende capaciteit; een uitwerking in een concrete werkplanning voor alle betrokken organisatieonderdelen. Deze U&HP gaat over alle activiteiten die in 2026 worden uitgevoerd op het gebied van VTH. Het betreft VTH-taken die volgens de Omgevingswet aan de gemeente zijn opgedragen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (waaronder bouwen, slopen, strijdig gebruik, uitvoeren van een werk, milieu, monumenten, brandveilig gebruik). VTH-taken die voortkomen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en een aantal bijzondere wetten, zoals de Alcoholwet, vallen er ook onder. De handhaving van regels binnen het sociaal domein (uitkeringsfraude), handhavingstaken op het gebied van kinderopvang, leerplicht en belastingen en de aanpak van adreskwaliteit vallen buiten de reikwijdte van de U&HS en de daaruit voortvloeiende U&HP. 3Wijze van programmeren Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de manier waarop de uitvoeringstaken in gemeente Best zijn geprogrammeerd. De werkzaamheden komen voort uit wettelijke ontwikkelingen en bestuurlijke thema’s (prioriteiten). Deze zijn onder te verdelen in (reguliere) taken op gebied van uitvoering en handhaving en keuzetaken. 3.1Ontwikkelingen In deze paragraaf geeft een toelichting op belangrijke landelijke en lokale ontwikkelingen en zaken die doorlopen vanuit voorgaande jaren. Deze ontwikkelingen spelen een rol in het VTH-vakgebied en zijn van invloed op de uitvoering van de VTH-taken. 3.1.1Omgevingswet Na een lang voorbereidingstraject en veel uitstel, is de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking getreden. Hoewel het doel is om hiermee de dienstverlening op ruimtelijk gebied voor iedereen duidelijker en simpeler te maken is er nog een grote slag nodig om dit uiteindelijk te bereiken. De uitdaging blijft om de dienstverlening op hetzelfde niveau te houden. De extra benodigde formatie zetten we in waar deze het hardst nodig is. Ons doel in 2026 is om de basis op orde te houden zodat we onze inwoners zo goed mogelijk van dienst kunnen blijven zijn. 3.1.2De wet kwaliteitsborging voor het bouwen Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wkb in werking getreden. Kortweg houdt dit in dat voor een groot aantal gebouwen en verbouwingen, zoals woningen en kleine bedrijfsgebouwen, door ons als gemeente geen technische bouwvergunningen meer verleend hoeven/kunnen worden. Dit heeft twee gevolgen: Om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkelingen plaatsvinden moeten we ons ruimtelijk deel (Omgevingsplan) heel goed op orde hebben en hierin indien nodig extra zaken regelen (zoals bouw- en sloopveiligheid). Hoewel de technische vergunningplicht vervalt, moeten wij in verreweg het merendeel van de gevallen wel een Omgevingsplanvergunning verlenen. Voor het technisch bouwdeel is de werklast verschoven van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Op de beleidsmatig vastgestelde prioriteiten moet toezicht blijven plaatsvinden om te voorkomen dat (veiligheids)risico's en/of onomkeerbare gevolgen kunnen ontstaan. We hebben in bijlage 4 van het uitvoeringsprogramma 2024 ons Wkb beleid beschreven. 3.1.3Nieuwe set kwaliteitscriteria 3.0 De gemeente Best heeft zich laten toetsen aan de landelijke kwaliteitscriteria 3.0 (KC 3.0), die vanaf 1 januari 2025 van kracht zijn voor de uitvoering van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering binnen het omgevingsrecht. Deze toetsing is uitgevoerd door MasterMeester en richtte zich op drie hoofdonderdelen: de aanwezigheid van voldoende deskundige medewerkers (kritieke massa), de kwaliteit van de interne processen (procescriteria), en de competenties van medewerkers. Uit het onderzoek blijkt dat de gemeente op het merendeel van de deskundigheidsgebieden voldoet aan de gestelde eisen. Toch zijn er twee taakgebieden waar de opleidingseisen nog niet volledig worden gehaald. Dit betreft de vergunningverlening en het toezicht op bouwen en ruimtelijke ordening. Hier is aanvullende scholing nodig om te voldoen aan de landelijke norm. Daarnaast is het van belang dat de gemeente jaarlijks bevestiging vraagt aan externe partners zoals de omgevingsdienst en de veiligheidsregio dat zij ook aan de kwaliteitscriteria voldoen. Wat betreft de procesinrichting blijkt dat de gemeente op meerdere onderdelen nog niet voldoet aan de gestelde eisen. Vooral op het gebied van beleid, strategie, evaluatie en monitoring zijn verbeteringen nodig. Er ontbreekt een duidelijke systematiek voor het evalueren van de uitvoering en het bijstellen van beleid op basis van resultaten. Ook is de afstemming met externe handhavingspartners nog onvoldoende geborgd. De gemeente is voornemens hier stappen in te zetten, onder andere door het opzetten van een benchmark en het verbeteren van de monitoring via het VTH-systeem. Op het gebied van competenties is vastgesteld dat de gemeente gemiddeld scoort, maar dat er op enkele onderdelen zoals integraal samenwerken en het nemen van verantwoordelijkheid nog ruimte is voor ontwikkeling. De competentieprofielen zijn wel bekend binnen de organisatie, maar worden nog niet structureel toegepast in de HR-cyclus. Het rapport concludeert dat de gemeente Best op weg is om aan de KC 3.0 te voldoen, maar dat er op alle drie de onderdelen gerichte verbeteracties nodig zijn. Door te investeren in opleiding, procesoptimalisatie en competentieontwikkeling kan de gemeente haar VTH-taken verder professionaliseren en voldoen aan de landelijke kwaliteitsnormen. Deze inspanningen zijn essentieel om de kwaliteit van de leefomgeving en de veiligheid van inwoners te waarborgen. In 2026 gaan we aan de slag met de verbeterpunten. 3.1.4Geactualiseerde risicoanalyse In de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2025-2029 bevat de (strategische) doelen die de gemeente nastreeft en de prioriteiten die daarbij worden gesteld voor de komende vier jaar. Als onderdeel van de VTH-beleidscyclus wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin staan per jaar de concrete acties in het kader van de uitvoering van de VTH-taken. De programma’s worden met een evaluatieverslag elk jaar geëvalueerd. Eind 2025 hebben we de risicoanalyse geactualiseerd en bestuurlijk afgestemd. Dit heeft geleid tot een bestuurlijke her-prioritering. De methodiek en uitkomsten zijn terug te vinden in de bijlage. De prioriteiten zijn uitgewerkt in de taakbladen. 3.1.5Wet goed verhuurderschap en Wet betaalbare huur Vanaf 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Wgv) van kracht. Deze wet geeft duidelijkheid aan verhuurders en verhuurbemiddelaars en biedt huurders bescherming: wat mag en wat mag niet? Sinds de invoering van de wet heeft de gemeente bevoegdheden gekregen om verhuurders aan te spreken als zij zich niet houden aan de algemene regels zoals gesteld in deze wet. Ongewenst verhuurgedrag is bijvoorbeeld te hoge servicekosten vragen, intimidatie en discriminatie en een huurovereenkomst niet schriftelijk vastleggen. De gemeente heeft daarom een meldpunt waar belanghebbenden zich kunnen melden voor klachten over ongewenst verhuurgedrag. Daarbij heeft de gemeente de taak gekregen om te handhaven bij verhuurders die zich niet houden aan de normen voor goed verhuurderschap. De Wbh is op 1 juli 2024 ingegaan. Het doel van deze wet is dat huurwoningen beter betaalbaar blijven. De verhoging van de liberalisatiegrens geeft huurders in het middensegment meer zekerheid en voorkomt dat woningen die qua kwaliteit thuishoren in het middensegment toch duur worden verhuurd. De Wet betaalbare huur vergroot de reikwijdte van de Wgv. Er zijn algemene regels opgesteld die toezien op de huurprijsbescherming. Het woningwaarderingsstelsel wordt daarmee dwingend. De Wbh regelt dat de gemeente vanaf 1 januari 2025 kunnen handhaven als verhuurders zich niet houden aan deze regels. Een huurder heeft vanaf die datum de mogelijkheid om een handhavingsverzoek in te dienen bij zijn gemeente. Bijvoorbeeld wanneer de huurder er met de verhuurder niet uitkomt of er redenen zijn om de Huurcommissie niet in te schakelen. Ook kan de gemeente zelf proactief optreden. Situaties waar het dan om gaat, zijn gericht toezicht in kwetsbare wijken of het ondersteunen van kwetsbare huurders die zich niet snel melden, zoals arbeidsmigranten. De gemeente kan handhavend optreden in samenloop met andere overtredingen van de Wgv. 3.1.6Integraal Veiligheidsplan De Kempen 2023-2026 (IVP) De rol van VTH (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 is verweven in meerdere onderdelen van het beleid. Binnen het Integraal Veiligheidsplan (IVP) de Kempen 2023–2026 vervult de VTH-functie een essentiële rol in het realiseren van de strategische doelstellingen op het gebied van veiligheid en leefbaarheid. VTH is niet alleen uitvoerend van aard, maar vormt tevens een verbindende schakel tussen beleid, toezicht en handhaving. De inzet van VTH is verweven met meerdere prioriteiten binnen het IVP en draagt bij aan een integrale, informatiegestuurde en gebiedsgerichte aanpak. Zorg en Veiligheid VTH levert een belangrijke bijdrage aan het vroegtijdig signaleren van problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid, zoals woonoverlast en overlast door personen met onbegrepen gedrag. Door meldingen en observaties vanuit toezicht te koppelen aan zorgstructuren, wordt een sluitende aanpak bevorderd. In de context van het IVP en de rol van VTH verwijst dit naar de manier waarop gemeenten samen met partners zoals GGZ, Veilig Thuis, het Zorg- en Veiligheidshuis, wijkteams en andere zorgaanbieders samenwerken om problematiek vroegtijdig te signaleren en aan te pakken. Jeugd De inzet van VTH is van belang bij het signaleren en tegengaan van jeugdoverlast en crimineel gedrag onder jongeren. Handhavers fungeren als zichtbare en aanspreekbare functionarissen in de wijk en werken nauw samen met jongerenwerk, onderwijs en politie. VTH ondersteunt hiermee de preventieve en repressieve aanpak van jeugdproblematiek en draagt bij aan het vergroten van het veiligheidsgevoel in de leefomgeving. Gedigitaliseerde Criminaliteit Hoewel de primaire verantwoordelijkheid voor digitale veiligheid binnen de gemeentelijke organisatie elders is belegd, speelt VTH een rol in het vergroten van de digitale weerbaarheid van inwoners en ondernemers. Via toezicht en publiekscontacten kan VTH bijdragen aan bewustwording, signalering en doorgeleiding van meldingen met een digitaal karakter. Maatschappelijke Onrust VTH is een belangrijke actor in het signaleren van spanningen, polarisatie en radicalisering in de wijk. Door hun aanwezigheid in de openbare ruimte kunnen handhavers vroegtijdig signalen opvangen en deze delen met relevante partners. VTH ondersteunt hiermee de gemeentelijke rol in het voorkomen van maatschappelijke ontwrichting en draagt bij aan een weerbare samenleving. Ondermijning De aanpak van ondermijning vraagt om een stevige inzet van VTH. Handhavers en toezichthouders zijn vaak de eerste die signalen van ondermijnende activiteiten opmerken, zoals misbruik van panden, vergunningen of openbare ruimte. VTH werkt nauw samen met het Kempen Interventie Team (KIT) en de programmaleider ondermijning en levert een bijdrage aan de versterking van de bestuurlijke en maatschappelijke weerbaarheid. KIT is het samenwerkingsverband tussen de acht Kempengemeenten, politie, ODZOB en VRBZO. Het team controleert locaties waarvan sterk het vermoeden bestaat dat er sprake is van misstanden of niet voldoen aan wet- en regelgeving. Het team kijkt onder andere naar brandveiligheid, illegale bewoning, vergunningen, inschrijving Basisregistratie Personen (BRP), mensenhandel, arbeidsuitbuiting, drugs, sociale zekerheidsfraude en andere overtredingen High Impact Crimes VTH draagt bij aan de preventie van woninginbraken, overvallen en straatroven door zichtbare aanwezigheid en samenwerking met burgerinitiatieven zoals buurtpreventie. Daarnaast ondersteunt VTH de persoonsgerichte aanpak van veelplegers in samenwerking met politie en het Zorg- en Veiligheidshuis. Fysieke Veiligheid Op het gebied van fysieke veiligheid is VTH betrokken bij toezicht op brandveiligheid, crisisbeheersing en rampenbestrijding. In samenwerking met de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost draagt VTH bij aan risicogericht toezicht, voorlichting en het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en ondernemers. 3.1.7Schaalsprong De Brainportregio, waar we met onze gemeente ook in zitten, groeit harder dan verwacht. De groeiende industrie en het feit dat het in de regio fijn wonen, werken en leven is, zorgen voor een forse ruimtelijke schaalsprong van de Brainportregio. Brainport ontwikkelt zich sneller dan verwacht tot de krachtigste motor van de Nederlandse economie. Keerzijde is dat dit ook in Best leidt tot verstedelijking, toename van mobiliteit, extra druk op de woningmarkt, meer belasting van het volle energiesysteem en de uitdaging van een goede leefkwaliteit. Tegelijkertijd is het belangrijk om een nieuwe balans in het buitengebied te vinden en de kwaliteit daarvan te verbeteren. Beide ontwikkelingen moeten in samenhang bijdragen aan brede welvaart van de regio en haar inwoners. Het faciliteren en lokaal inbedden van de regionale schaalsprong en de transitie van het landelijk gebied vereisen investeringen, zowel in uitvoeringsprojecten als in ambtelijke capaciteit. 3.1.8Fusie gemeente Best en gemeente Oirschot De mogelijke fusie tussen de gemeenten Best en Oirschot is een belangrijk traject dat momenteel wordt onderzocht. Van de hele organisatie gaat dit capaciteit vergen. Van VTH wordt verwacht dat zij actief bijdragen aan het harmoniseren van beleid, processen en werkwijzen tussen Best en Oirschot in aanloop naar de fusie. 3.2Toelichting taakblad Om inzichtelijk te maken welke werkzaamheden wij het komende jaren gaan uitvoeren maken we gebruik van een format (taakblad). In elk taakblad wordt een vast aantal aspecten uitgewerkt die gebaseerd zijn op de (proces)eisen gesteld in de kwaliteitscriteria VTH, zoals de probleemanalyse waarin ook de hoogste risico’s vanuit de risicoanalyse staan opgenomen, zie bijlage 1 voor de uitkomsten van de risicomatrix gemeente Best 2025. In de taakbladen wordt beschreven welke concrete activiteiten we gaan uitvoeren, hoe we dit gaan doen en welke capaciteit hiervoor benodigd is. Ook geven we aan welke bijdrage we leveren aan de strategische doelstellingen uit de U&HS. In bijlage 2 staan de doelstellingen van de U&HS opgenomen. Voorbeeld taakblad Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Welke taken/activiteiten worden verricht, op welke wijze worden deze uitgevoerd binnen welk wettelijk kader? Probleemanalyse Een probleemanalyse voor Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) omvat verschillende elementen om een duidelijk beeld te krijgen van de problemen en risico’s die aangepakt moeten worden. Hier zijn enkele voorbeelden van belangrijke problemen: Gebrek aan middelen: Onvoldoende personeel of budget. Complexe regelgeving: Moeilijkheden door veranderende wetten. Communicatieproblemen: Slechte communicatie tussen afdelingen. Gebrek aan training: Onvoldoende kennis en vaardigheden. Technologische uitdagingen: Verouderde systemen. Welke problemen/overtredingen doen zich voor en hoe vaak komen ze voor? Welke aandachtsveld/knelpunten zijn gesignaleerd? Als er sprake is van een hoge prioriteit uit de U&HS wordt deze nader beschreven. De uitkomsten van de bestuurlijk vastgestelde risicoanalyse is terug te vinden in bijlage 2 Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen Aan welk strategische doel van de U&HS levert de uitvoering van deze taak een bijdrage? Welk subdoel is gekoppeld aan deze taken/problemen. In bijlage 3 zijn de doelstellingen uit de U&HS opgenomen. Omvang taak en benodigde capaciteit Wat is de werkvoorraad of aanbod gestuurde activiteit van deze reguliere taak uitgedrukt in aantallen? Wat is de wijze van berekening van de uren om te komen tot een totaal benodigde capaciteit voor dit product? De verschillende producten/diensten van reguliere werkzaamheden zijn voorzien van een kengetal (uitgedrukt in uren): dit is een gemiddeld aantal uren dat benodigd is om één product te realiseren. Deze kengetallen zijn/blijven nog in ontwikkeling en zullen de komende jaren worden aangescherpt. Door het aantal producten te vermenigvuldigen met het kengetal, ontstaat een totaalbeeld van de verwachte benodigde uren. Voor bepaalde producten/diensten kunnen we geen aantal en/of kengetal inschatten; voor deze producten is volstaan met een totale urenraming. Indicatoren Welke indicatoren worden geregistreerd in het systeem en welke indicatoren zijn nog wenselijk? Taakblad 1: Informatievoorziening, vergunningen en meldingen Omgevingswet Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Een van de doelen van de Omgevingswet is om initiatiefnemers sneller duidelijkheid te geven over de haalbaarheid van hun plannen in de fysieke leefomgeving. Om deze doelen te behalen bieden wij onze inwoners en bedrijven verschillende mogelijkheden aan: Informatieverzoek We bieden de mogelijkheid aan inwoners en bedrijven om vragen te stellen per mail en telefoon. Dit noemen we een informatieverzoek. Het is een laagdrempelige manier om informatie te verkrijgen over een vergunning die nodig is voor het bouwen of slopen van een bouwwerk, of voor het uitvoeren van bepaalde activiteiten die invloed hebben op de omgeving. We sturen indien nodig aan op het indienen van een vergunningsvrij verzoek of een schetsplan. Intake Een intake organiseren wij uitsluitend indien er sprake is van een strijdigheid met het omgevingsplan. De initiatiefnemer kan informatie vinden op de website en verstuurd een mail naar een centraal emailadres. Een van de vergunningverleners sluit aan bij de intake. Een casemanager krijgt een intake toegewezen dit kan de vergunningverlener, handhaver of RO-er zijn. We organiseren ditom de voorstelbaarheid van de plannen voor ruimtelijke initiatieven vroegtijdig en zonder kosten te laten beoordelen. We informeren de initiatiefnemer zowel procesmatig als inhoudelijk over het voorgenomen initiatief. Het initiatief wordt dan voorgelegd aan het gemeentelijke Adviesteam Initiatieven. Het initiatief wordt beoordeeld op aspecten die van invloed kunnen zijn op de omgeving. We maken een eerste inschatting of afwijking of wijziging van het omgevingsplan voor het initiatief voorstelbaar en/of kansrijk is. De initiatiefnemer maakt dan geen onnodige kosten voor de uitwerking van het plan en kan de procedure voor een aanvraag sneller doorlopen. Principeverzoek Een initiatiefnemer kan altijd een principeverzoek indienen. Het gaat hier om een informeel verzoek aan de gemeente om te toetsen of een (ver)bouwplan of initiatief voorstelbaar is voordat een formele aanvraag wordt ingediend. Ons Adviesteam Principeverzoeken beoordeelt het principeverzoek vanuit verschillende invalshoeken (onder meer stedenbouw, economische zaken, verkeer, groen, duurzaamheid, gezondheid en milieu). Hierbij houden we rekening met gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid. Bij een positief besluit adviseert de gemeente welke ruimtelijke procedure het meest geschikt is voor het initiatief en alle andere aspecten die daarbij komen kijken (zoals kosten, anterieure overeenkomst enz.). De procedure kan een binnenplanse of buitenplanse omgevingsplanactiviteit zijn, of een wijziging van het omgevingsplan. Soms kan een initiatief meeliften op een al lopende wijziging van het omgevingsplan in hetzelfde gebied. Behandeling van aanvragen omgevingsvergunningen en meldingen De gemeente behandelt aanvragen voor omgevingsvergunningen en meldingen met betrekking tot bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. De behandeling start bij ontvangst van de aanvraag of melding en wordt afgerond door één van de uitkomsten: Verlenen van de vergunning of toetsen op compleetheid van de melding; Weigeren van de vergunning; Buiten behandeling stellen van de aanvraag; Intrekken van de vergunning of aanvraag op verzoek van de aanvrager. Vergunningverlening via casemanagement Vergunningverlening en meldingen behandelen vindt plaats via casemanagement, volgens de procesbeschrijvingen zoals ingericht in RX.Mission. Dit geldt ook voor meldingen op grond van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Binnen casemanagement worden de volgende activiteiten uitgevoerd: Toets op volledigheid, gevolgklasse en aanvullende activiteiten; Coördinatie van het proces, inclusief: Afstemming met de aanvrager; Inschakeling van vakdisciplines en externe partijen; Uitzetten van adviesaanvragen aan wettelijke en interne/externe adviseurs; Bopa’s: toetsen aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Samenstellen en coördineren van het besluit; Vertegenwoordiging van de gemeente bij bezwaar en (hoger) beroep. We werken volgens onze vergunningenstrategie uit de U&HS. Toelichting: Bopa’s: Intern is een uitgangspuntennotitie opgesteld op basis waarvan wordt bepaald wanneer een BOPA wordt gecoördineerd vanuit Ruimtelijke ontwikkeling dan wel vanuit Vergunningen. Dit kunnen kleine bouwplannen zijn, maar ook projecten van grotere omvang die meer aandacht vragen om te komen tot een Evenwichtige toedeling van functies middels het beoordelen van de ruimtelijke onderbouwing, het daarmee verband houdende kostenaspecten en nadeelcompensatie. Hiermee wordt ook beroep gedaan op de beschikbare capaciteit binnen Vergunningen. Toelichting omgevingsvergunningen cultuurhistorie, hier staat de vergunningverlening, toezicht en handhavingstaken met betrekking tot Erfgoed beschreven. Dit gebeurt op basis van de Erfgoedverordening gemeente Best 2024. De commissie Ruimtelijke kwaliteit adviseert de gemeente over aanvragen die te maken hebben met monumenten. In bijlage 3 is het jaarverslag van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit opgenomen. Indien deze later is vastgesteld dan onderliggend document wordt deze nagezonden. Probleemanalyse Planning en woningbouwontwikkeling Voor 2026 wordt de planning van vergunningaanvragen gebaseerd op de trends van voorgaande jaren, aangevuld met de actuele beleidsontwikkelingen en ruimtelijke ambities. De versnelling van de woningbouwrealisatie krijgt in 2026 concreet vorm, mede dankzij de opgedane ervaring met nieuwe ruimtelijke procedures en het verbeterde samenspel tussen beleid en uitvoering. We verwachten een toename in het aantal aanvragen voor complexe projecten, waaronder Bopa’s, en anticiperen hierop met gerichte inzet op capaciteit en expertise. Dienstverlening en procesoptimalisatie In lijn met de uitgangspunten van de Omgevingswet blijft de nadruk liggen op vroegtijdige afstemming via vooroverleg. We stimuleren het indienen van een schetsplan om de kwaliteit van aanvragen te verhogen en de doorlooptijd van definitieve vergunningverlening te verkorten. Dit draagt bij aan een voorspelbaar en transparant proces voor initiatiefnemers. Legesverordening Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet lopen de vergunningverleners tegen onduidelijkheden aan in de tarieventabel behorende bij de legesverordening. De producten en bijbehorende leges stemmen niet altijd overeen in de praktijk. De vergunningverleners dienen input voor de (jaarlijkse) herziening van de legesverordening te leveren. Momenteel wordt er nog een onderzoek gedaan door de VNG betreffende het mislopen van de leges door de komst van de private kwaliteitsborging. Samenwerking en afstemming De samenwerking met interne en externe partners blijft een kritische succesfactor. In 2026 wordt de afstemming met team ruimtelijke ontwikkeling, Omgevingsadvies, ODZOB (met name geluidsadviezen) en VRBZO verder geprofessionaliseerd. We streven naar een integrale benadering van vergunningverlening, waarbij inhoudelijke kwaliteit, juridische zorgvuldigheid en bestuurlijke transparantie hand in hand gaan. Rx.Mission Lang niet alle gegevens die in Rx.Mission zitten zijn momenteel opvraagbaar via rapportages. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen De uitvoering van deze taken draagt bij aan meerdere strategische doelen uit de U&HS 2025–2029: Doel 2 – Werken naar de gedachte van de Omgevingswet Door het stimuleren van intake-, principe- en informatieverzoeken wordt gewerkt vanuit het uitgangspunt “ja, mits…”. Initiatiefnemers krijgen vroegtijdig duidelijkheid over de haalbaarheid van hun plannen, wat bijdraagt aan een oplossingsgerichte benadering. Doel 5 – Goede dienstverlening Inwoners en bedrijven worden actief geïnformeerd over procedures en mogelijkheden. Door laagdrempelige informatievoorziening via telefoon, mail en digitale formulieren wordt de dienstverlening versterkt. Doel 7 – Toetsing aanvragen De beoordeling van aanvragen en meldingen gebeurt op basis van het tijdelijk Omgevingsplan, (bestemmingsplannen, bruidsschatregels en andere relevante verordeningen). Dit zorgt voor een juridisch en beleidsmatig correcte afhandeling. Doel 10 – Efficiënt en servicegericht werken Door het inzetten op intake, principeverzoeken en schetsplannen wordt voorkomen dat initiatiefnemers onnodige kosten maken. Dit versnelt de procedure en verhoogt de efficiëntie van de vergunningverlening. Doel 12 – Digitale monitoring De registratie van indicatoren en voortgang via het systeem Rx.Mission maakt het mogelijk om de uitvoering te monitoren en bij te sturen waar nodig. Subdoelstellingen Minimaal 60% van de aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) wordt voorafgegaan door een schetsplan, intake of principeverzoek. Minimaal 95% van de aanvragers ontvangt binnen drie werkdagen een ontvangstbevestiging van hun aanvraag. Monitoring van doelstellingen vindt plaats via rapportages uit Rx.Mission. Omvang taak en benodigde capaciteit informatievoorziening informatieverzoek 500 0,5 250 0,18 vooroverleg beoordeling vergunningsvrij bouwen 60 1,5 90 0,06 intake en principeverzoeken 135 6 810 0,58 beoordeling schetsplannen 85 6 510 0,36 omgevingsvergunningen Bouwactiviteit omgevingsplan(OPA) en Bouwactiviteit technisch 150 8 1200 0,86 OPA anders dan bouwen 40 20 800 0,57 BOPA regulier 100 16 1600 1,14 BOPA uitgebreid 10 30 300 0,21 overige omgevingsvergunningen slopen van een bouwwerk 2 8 16 0,01 omgevingsplanactiviteit wijzigingen rijksmonumenten 1 16 16 0,01 omgevingsplanactiviteit wijzigingen monumenten 5 16 80 0,06 meldingen gebruiksmelding (brandveilig gebruik) 5 1 5 0,00 bouwmeldingen 40 1 40 0,03 informatieplichten (start bouw en beëindiging bouwwerkzaamheden oftewel de Wkb meldingen) 26 1 26 0,02 juridische procedures bezwaar 8 25 200 0,14 (hoger)beroep 3 20 60 0,04 voorlopige voorziening 1 20 20 0,01 totaal uren/fte 6.023 4,30 Voor dit taakblad is 6.023 uren en 4,3 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal en soorten informatieverzoeken Aantal principeverzoeken Aantal en soorten omgevingsvergunningen Taakblad 2: Vergunningen/meldingen Algemene Plaatselijke Verordening en bijzondere wetten en onderwerpen Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Voor verschillende activiteiten is op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een vergunning of ontheffing nodig. Soms kan met een melding worden volstaan. Dat geldt ook voor de uitvoering van de Alcoholwet, Wet Kinderopvang, Wet op de kansspelen, Wegenverkeerswet en de Winkeltijdenverordening. De volgende activiteiten worden uitgevoerd: Behandelen van informatieverzoeken (zowel intern als extern) Behandelen van aanvragen voor een vergunning, ontheffing, melding en verklaring van geen bezwaar/bedenkingen Opvragen van adviezen van (keten)partners Ambtshalve intrekkingen vergunning Ambtshalve wijziging van voorschriften Voeren van vooroverleg, alsook integraal overleg Deze taken worden uitgevoerd door de vergunningverleners APV en administratieve ondersteuner. We werken conform onze vergunningenstrategie uit de U&HS, waarin de basiswerkwijze en het toetsingskader(
- s)nader zijn omschreven. Probleemanalyse Op dit moment beschikt de gemeente Best nog niet over een alcohol- en preventieplan. Dit is in ontwikkeling. Het doel van een alcohol- en preventieplan binnen het VTH-domein is om op een structurele, integrale en effectieve manier de risico’s van alcoholgebruik onder minderjarigen te beperken en de naleving van de Alcoholwet te verbeteren. Beleidsmatig zal in 2026 extra ingezet worden op het aanpassen van standplaatsenbeleid en het evenementenbeleid (uitvoeringsbeleid). We maken direct een vertaalslag naar de Omgevingswet om de regelgeving te laten landen in het omgevingsplan. Dit betekent een omzetting van onderdelen van de APV naar de verordening Fysieke Leefomgeving. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen De uitvoering van vergunningverlening op grond van de APV en bijzondere wetten draagt bij aan meerdere strategische doelen uit de U&HS 2025–2029: Doel 1 – Het geldende wettelijke kader en de UHS vormen de basis voor besluitvorming Vergunningen en ontheffingen beoordelen we op basis van actuele wet- en regelgeving, zoals de Alcoholwet, (regionaal) evenementenbeleid en de APV. We betrekken hierbij ook de ontwikkelingen in de jurisprudentie. Dit zorgt voor juridisch correcte en transparante besluitvorming. Doel 5 – Goede dienstverlening We bieden vooroverleg, vragen actief advies op bij ketenpartners en informeren aanvragers tijdig. Dat versterkt de dienstverlening. Ook leveren we maatwerk. Doel 6 – Waarborgen zorgvuldigheid De afhandeling van aanvragen gebeurt met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit geldt met name bij gevoelige dossiers zoals evenementen of alcoholverstrekking. Doel 9 – Bij evenementenvergunningen worden risico’s goed in kaart gebracht We werken we bij grotere evenementen (B- en C- met verplichte veiligheids-, calamiteiten- en beveiligingsplannen. Dit draagt bij aan een veilige uitvoering en voorkomt risico’s voor bezoekers en de omgeving. Doel 10 – Efficiënt en servicegericht werken Door het stroomlijnen van werkprocessen en het inzetten van digitale formulieren en meldingssystemen, kunnen we aanvragen sneller en efficiënter afhandelen. Subdoelstellingen Minimaal 95% van de aanvragen en meldingen handelen we binnen de wettelijke termijn af. Alle evenementaanvragen en -meldingen bespreken we integraal met de ketenpartners. Jaarlijks monitoren we het percentage gegronde bezwaren en blijft onder de 10%. Omvang taak en benodigde capaciteit informatieverzoeken 100 1 100 0,07 vergunningsvrij evenement (melding klein evenement) 30 3,5 105 0,08 categorie A: een regulier evenement 20 20 400 0,29 categorie B: een evenement met verhoogde aandacht 6 35 210 0,15 categorie C: een risico-evenement 1 37 37 0,03 incidentele horecafestiviteiten (normaal) 10 6 60 0,04 incidentele horecafestiviteiten (kleinschalig) 20 3 60 0,04 incidentele sportfestiviteiten 8 5 40 0,03 ontheffing sluitingstijden horeca 5 3 15 0,01 ontheffing art. 35 Alcoholwet 12 3 36 0,03 standplaatsvergunning 20 3 60 0,04 parkeerontheffing 50 2 100 0,07 aanwijzing invalide parkeerplaats 20 2 40 0,03 vuurwerk 6 4 24 0,02 loterijvergunning 5 6 30 0,02 APV algemene ontheffing 48 3 144 0,10 aanvraag alcoholwetvergunning 10 8 80 0,06 aanvraag exploitatievergunning 6 8 48 0,03 wijziging leidinggevende 10 3 30 0,02 ontheffingen winkeltijdenwet 5 1 5 0,00 omgevingsvergunning activiteit aanleggen uitweg (omgevingsplanactiviteit uitweg/uitrit) 20 6 120 0,09 kapvergunningen 15 6 90 0,06 geluidontheffing 4 3 12 0,01 totaal uren/fte 1.846 1,32 Voor dit taakblad is 1.846 uren en 1,32 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal en soort aanvragen Aantal en soort ontheffingen Aantal en soort meldingen Taakblad 3: Toezicht Omgevingswet Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Wij voeren de volgende taken uit: Toezicht op verleende omgevingsvergunningen: Deze taak betreft het ter plaatse controleren of de werkzaamheden/activiteiten overeenkomstig de omgevingsvergunning worden uitgevoerd. Dit geldt voor bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 en verbouwactiviteiten bij bouwwerken die vallen onder gevolgklasse 1. Gevolgklasse 2 en 3 zijn bijvoorbeeld appartementencomplexen en grote bouwwerken met een publieke functie. Technisch toezicht op gevolgklasse 1 voeren wij niet uit. De toezichthouder geven ook aandacht aan de omgevingsveiligheid. De toezichthouder is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze taken. De toezichthouder gaat ervanuit dat dat de vergunninghouder bouwt volgens de vergunning, zowel technisch als ruimtelijk. We houden geen toezicht op bouwwerken die vergunningsvrij worden gebouwd. Uiteraard zal bij indicaties, waarbij er sprake is van constructief onveilige situaties of in het geval van verzoeken tot handhaving, wel inzet plaatsvinden volgens onze nalevingsstrategie. Toezicht houden op activiteiten zonder vergunning (illegale bouw)/in strijd met omgevingsplan (strijdig gebruik): De taak betreft toezicht op het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het omgevingsplan zonder dat hiervoor een omgevingsvergunning is verleend om af te wijken van het omgevingsplan. Dit geldt zowel in de bebouwde kom als in het buitengebied, waarbij tegelijkertijd aandacht wordt besteed aan mogelijke strafbare/ondermijnende activiteiten (hennepkwekerijen, productie van synthetische drugs, etc.) in lege loodsen e.d.. Dit doen wij op basis van een combinatie van meldingen en klachten en eigen waarnemingen. Illegale bewoning en handelen in strijd met het omgevingsplan zijn de aandachtspunten. Controles in het kader van handhavingsverzoeken De taak betreft het onderzoeken of er sprake is van overtredingen van wet- en regelgeving aangehaald in het handhavingsverzoek. Het kan hier gaan om meerdere controles. (Ambtshalve) controles van meldingen en eigen constatering De taak betreft het toezicht op het naleven van wet en regelgeving op basis van signalering en eigen constateren. Het gaat hier ook over meldingen van personen met onbegrepen gedrag. Controles op basis van de Wet goed verhuurderschap De taak betreft het toezicht op de meldingen van de Wet goed verhuurderschap. Controles brandveilig gebruik Op verzoek van VRBZO (bij twijfel) of andersom (wijziging vergunning) gaan toezichthouders en VRBZO samen op controle. VRBZO informeert de toezichthouders over de uitkomsten. Probleemanalyse De VTH inzet baseren wij op de uitkomsten van de risicoanalyse opgenomen in de U&HS. De hoge risico’s betreffen: Het handelen zonder of in strijd met de brandveiligheidseisen en constructieve eisen uit het Besluit Bouwwerken Leefomgeving de hoogste prioriteit heeft. Dit betekent dat wij bij het uitvoeren van het regulier toezicht tijdens de realisatiefase de eisen op brandveiligheid en constructieve veiligheid intensief controleren om onveilige en/of ongezonde situaties te voorkomen. We trekken hierbij samen op met de ODZOB en de veiligheidsregio. De veiligheidsregio pakt signalen, periodiek toezicht en de eventuele eerste waarschuwing (inclusief hercontrole). De controles uit het handhavingsuitvoeringsprogramma van de VRBZO zijn de laatste jaren niet conform die programma uitgevoerd. Dit jaar gaan we het overleg met de veiligheidsregio intensiever inzetten om dit te verbeteren. Strijdig gebruik: het buitengebied van Best kent een diverse ruimtelijke structuur met agrarische gronden, natuurgebieden, recreatieve functies en verspreide bebouwing. Juist deze variatie maakt het gebied kwetsbaar voor strijdig gebruik. De risicoanalyse uit de U&HS 2025–2029 laat zien dat strijdig gebruik in het buitengebied een hoge prioriteit heeft. De meest voorkomende vormen van strijdig gebruik in het buitengebied zijn: Illegale bewoning van loodsen, stallen of recreatiewoningen. Illegale bewoning kan leiden tot brandgevaar, overbewoning, slechte ventilatie en constructieve instabiliteit. Ook kan hierbij sprake zijn van uitbuiting van arbeidsmigranten; Opslag van materialen (bouwstoffen, voertuigen, afval) zonder vergunning. Opslag en ongewenste bebouwing verstoren het landschap en de beleving van het buitengebied. Niet-vergunde economische activiteiten, zoals detailhandel, horeca of recreatie; Misbruik van agrarische bestemming, bijvoorbeeld door het houden van dieren zonder agrarische bedrijfsvoering; Ondermijnende activiteiten, zoals hennepteelt of productie van synthetische drugs in leegstaande panden. Deze vormen van strijdig gebruik leiden tot veiligheidsrisico’s, aantasting van het landschap, milieuschade en bestuurlijke ondermijning. Om deze problematiek effectief en integraal aan te pakken, wordt binnen dit uitvoeringsprogramma voorgesteld om een projectplan op te stellen. Dit projectplan moet richting geven aan de inzet van VTH. Het projectplan wordt opgesteld in Q1 2026 onder regie van het team VTH, in afstemming met het team Ruimtelijke ontwikkeling onder het domein Omgeving . De uitvoering start aansluitend en wordt jaarlijks geëvalueerd binnen het kader van de U&HS. Overtreden van de landschapsinvesteringsregeling 2019: De uitvoering en handhaving van de Landschapsinvesteringsregeling 2019 is een gemeentelijke taak die op dit moment niet eenduidig is belegd binnen de organisatie. Verantwoordelijkheden, bestuurlijke borging en benodigde capaciteit zijn onvoldoende vastgelegd, waardoor het risico op onvoldoende realisatie, handhaving en blijvende instandhouding van de maatregelen toeneemt. In 2026 wordt gestart met het beter organiseren van deze taak, zodat duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is en welke inzet nodig is om de regeling goed uit te voeren. Tevens benadrukken we hier de koppeling met het provinciale beleid waar veel anterieure overeenkomsten op toezien. Vooral met ontwikkelingen in het landelijk gebied verplicht de provincie ons privaatrechtelijk te borgen dat de kwaliteitsverbetering die voorwaardelijk aan een ontwikkeling gesteld wordt ook daadwerkelijk uitgevoerd wordt. Het niet goed handhaven van deze afspraken kan leiden tot bestuurlijke druk vanuit de provincie. Niet nakomen van anterieure overeenkomst: Projectontwikkelaars of initiatiefnemers voldoen niet aan de verplichtingen uit een anterieure overeenkomst (bijvoorbeeld realisatie van voorzieningen of kostenverhaal). Niet-naleving kan leiden tot financiële schade voor de gemeente en vertraging in de gebiedsontwikkeling. De signalering vindt vaak pas laat plaats, omdat toezicht vooral is gericht op vergunningen en gebruik, niet op privaatrechtelijke afspraken. Tijdens toezicht op bouw, gebruik of inrichting kunnen toezichthouders constateren dat overeengekomen voorzieningen ontbreken of afwijken. Zij signaleren dit richting de juridische of projectmatige lijn, zodat bestuursrechtelijke of civielrechtelijke stappen kunnen volgen. In 2026 wordt gestart met het verbeteren van de interne signalering en samenwerking tussen toezicht, juridische zaken en projectleiding, zodat afwijkingen eerder worden herkend en opgepakt. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen De uitvoering van toezicht onder de Omgevingswet draagt bij aan meerdere strategische doelen: Doel 1 – Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving Toezicht wordt uitgevoerd op basis van prioriteiten uit de risicoanalyse en het uitvoeringsprogramma. Doel 2 - Integraal werkenTijdig betrekken interne en externe partners. Doel 3 – Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel Handhaving wordt ingezet waar het maatschappelijke effect het grootst is, zoals bij strijdig gebruik en brandveiligheid. Doel 6 - Zorgvuldige en kenbare belangenafwegingOp basis van inspraak, publicatie en vermelding van rechtsmiddelen. Doel 7 - Voorkomen van herhalingConsequent en methodisch handhaven. Doel 8 - Toezicht en handhaving wordt op professionele wijze uitgeoefendWe voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Doel 9 – Risicogericht en informatiegestuurd werken Capaciteit wordt ingezet op basis van risico’s zoals strijdig gebruik in het buitengebied en overtredingen van brandveiligheidseisen. Doel 10 – Optimaliseren samenwerkingsverbanden Samenwerking met VRBZO, ODZOB en interne afdelingen wordt versterkt, o.a. via gezamenlijke controles en projectmatige aanpak. Doel 11 - Open, eenduidige en voortvarende werkwijzeMet gepaste (mix van) interventie(
- s)een blijvende gedragsverandering realiseren. Subdoelstellingen Brandveiligheid en constructieve veiligheid Om te voorkomen dat er ongezonde (ventilatie en daglichttoetreding) en onveilige situaties (constructief en brandveilig) ontstaan voor onze inwoners controleren wij minimaal 90% van de bouwwerken in gevolgklasse 2 en 3 op brandveiligheid en constructieve eisen tijdens de realisatiefase. Alle signalen van brandonveilige situaties worden binnen één week opgepakt. Strijdig gebruik buitengebied Om het strijdig gebruik aan te pakken in het buitengebied stellen wij in Q1 van 2026 een projectplan vast. Landschapsinvesteringsregeling 2019 In Q1 2026 is de taakverdeling en borging van de regeling vastgelegd. Anterieure overeenkomsten In 2026 wordt een interne signaleringsprotocol geïmplementeerd. Samenwerking VRBZO Minimaal 95% van de gezamenlijke controles met VRBZO wordt uitgevoerd conform het handhavingsprogramma. Jaarlijks overleg met VRBZO wordt structureel ingepland en geëvalueerd. Omvang taak en benodigde capaciteit Toezicht op verleende omgevingsvergunningen/meldingen (initiële controles oftewel controles in het kader van omgevingsvergunningen) 600 6 3.600 2,57 Hercontroles 250 3 750 0,54 toezicht illegale bouw / strijdig gebruik / omgevingsplan: Strijdig gebruik algemeen 30 4 120 0,09 Strijdig gebruik buitengebied - 0,00 Strijdig gebruik bedrijventerrein 30 4 120 0,09 Strijdig gebruik landschapsinvesteringsregeling (LIR) - 0,00 (Ambtshalve) controles (o.a. klachten, meldingen en eigen constatering) 110 4 440 0,31 Controles in het kader van handhavings(verzoeken) 6 6 36 0,03 Controles in het kader van KIT 25 6 150 0,11 Controles bij bouwmeldingen en gereedmelding - WKB 60 1,5 90 0,06 totaal uren/fte 5.306 3,79 Voor dit taakblad is 5.306 uren en 3,79 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal controles Aantal hercontroles Taakblad 4: Toezicht en handhaving APV of bijzondere wetten en onderwerpen Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Toelichting taak: De medewerkers toezicht en handhaving/boa’s houden toezicht in de openbare ruimte. Dit varieert van surveillance in alle wijken, gebieden en parken. Hierbij controleren de boa’s of voorgeschreven regels in lokale verordeningen en landelijke wetgeving worden nageleefd. Daarbij leveren de boa’s een bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid van onze gemeente. Deze medewerkers dragen doorgaans een uniform met herkenbaar insigne en doen het werk per auto, fiets of lopend. Dit bevordert de zichtbaarheid op straat. Voor het efficiënt en effectief uitoefenen van taken van de boa’s, is het van belang dat zij samenwerken met zowel interne als externe relaties (bijv. de politie, de ODZOB, toezichthouder, ondernemers, welzijnsorganisaties, scholen etc.). De boa’s dienen jaarlijks een training te volgen om de taken te kunnen uitvoeren. De taken van de boa’s zijn onder te verdelen in twee categorieën: Preventie: preventie is gericht op het voorkomen van overlast. Dit kan gebeuren door voorlichting en actieve surveillance. Hierbij vervullen de boa’s tevens een signaalfunctie voor de algemene dienst op zowel het gebied van beheer openbare ruimte, groenvoorziening en reiniging. Repressie: repressie richt zich op het toezicht en de handhaving. De boa’s controleren op de naleving van regels. Daarnaast reageren de boa’s op binnengekomen meldingen van burgers, bedrijven en samenwerkingspartners. De boa’s handelen ook grotendeels de binnenkomende meldingen via meldpunt overlast af. De boa’s voeren ook taken uit die vallen onder de afdeling Veiligheid en Handhaving. Deze taken worden beschreven in een apart uitvoeringsprogramma en vallen buiten de reikwijdte van dit document. Het grijze gebied tussen de afdeling Veiligheid en VTH binnen de gemeente Best betreft taken en verantwoordelijkheden die overlappen of gezamenlijk moeten worden opgepakt, zoals bij woonoverlast, jeugdoverlast, ondermijning en Damocleszaken. Dit vraagt om nauwe samenwerking en afstemming, waarbij beide afdelingen hun expertise inzetten om tot een integrale en effectieve aanpak te komen die recht doet aan zowel juridische kaders als maatschappelijke impact. Werkwijze: We handelen dagelijks de meldingen af die wij in ons systeem (Fixie) binnen krijgen. Deze meldingen handelen we gebiedsgericht en risicogericht uit. Dit betekent dat wij meldingen prioriteren op basis van de ernst en frequentie van de problematiek in specifieke wijken, waarbij we onze inzet afstemmen op de risicoanalyse en actuele signalen uit het meldsysteem. Zo zorgen we ervoor dat toezicht en handhaving effectief bijdragen aan de leefbaarheid en veiligheid in de gemeente. We willen per wijk een probleemanalyse maken waarin de meest voorkomende problemen in beeld zijn en deze worden dan prioritair opgepakt met als doel de leefbaarheid te vergroten. Naast de meldingen APV verdienen de volgende onderwerpen ook de aandacht. Evenementen Voor evenementenvergunningen geldt dat bij grote evenementen altijd controle plaatsvindt en bij kleine evenementen is dat steekproefsgewijs. Als voor een evenement een Alcoholwet-ontheffing is verleend om alcohol te mogen schenken, wordt ook op de voorwaarden van de ontheffing gecontroleerd. Voor overige vergunningen op grond van de APV en bijzondere wetten geldt dat deze steekproefsgewijs worden gecontroleerd. De verleende vergunningen op basis van de Aw zijn allemaal gecontroleerd. Bij het controleren van vergunningen en/of meldingen zijn de controles daar waar mogelijk integraal uitgevoerd. Toezicht AW & paracommerciële inrichtingen De toezichthouders houden naast alle horeca inrichtingen en hotspots ook toezicht op de paracommerciële horeca inrichtingen. In 2026 voeren we bij horeca inrichtingen en evenementen leeftijdscontroles uit. Hondenoverlast Door de boa wordt het toezicht en handhaving op loslopende honden en verontreiniging door honden meegenomen. Bij overtredingen wordt de eerste keer gewaarschuwd. Bij de tweede overtreding volgt een bekeuring. Tijdens de reguliere surveillances in de gemeente wordt deze activiteit meegenomen. Verkeer De boa’s zullen toezien dat de regelgeving met betrekking tot parkeren wordt nageleefd. Bij parkeerexcessen en -overlast zal verbaliserend worden opgetreden. Rondom scholen en blauwe zones wordt ook in 2026 regelmatig toezicht gehouden. Afval De boa’s houden toezicht in de gemeente. Indien de identiteit van vervuilers bekend is wordt getracht de opruimkosten te verhalen of verbaliserend op te treden. Tijdens de reguliere surveillances in de gemeente wordt deze activiteit actief meegenomen. Verlaten (brom)fietsen en (brom)fietswrakken De boa’s handelen de binnengekomen meldingen over verlaten (brom)fietsen en (brom)fietswrakken af. Dit omvat o.a. het labelen, verwijderen en schenken van de verwijderde (brom)fietsen. Vooral in het stationsgebied van Best blijft dit een aandachtspunt ook in 2026. Bouwmateriaal en bouwmaterieel De boa’s controleren de binnengekomen meldingen. Wanneer een object verkeerd/gevaarlijk geplaatst is, wordt dit indien nodig in samenspraak met de toezichthouders opgepakt. APV overig De boa’s houden toezicht in de gemeente, overlastgevers worden aangesproken. Indien noodzakelijk wordt handhavend opgetreden. Tijdens de reguliere surveillances in de gemeente wordt deze activiteit meegenomen, voor zover ze niet in een andere specifieke categorie voorkomen. Wettelijk kader: Op basis van de APV, alcoholwet, evenementenbeleid (in ontwikkeling alcohol- en preventiebeleid). Probleemanalyse Het werkterrein van de boa’s is zeer divers. De afhandeling van meldingen neemt een groot gedeelte van de tijd in beslag en de resterende tijd wordt gebruikt voor preventie door surveillance. Conform de risicoanalyse krijgen de onderstaande thema’s prioriteit bij het aansturen van de boa’s: Afval Het onderwerp afval verdient gelet op het grote aantal meldingen een nadere toelichting. Het onderwerp afval bestaat uit drie categorieën, namelijk: reguliere afvalinzameling; het betreft klachten en meldingen m.b.t. de reguliere afvalinzameling van de verschillende afvalstromen. illegale stortingen; het gaat hierbij onder meer om het storten van afval en grofvuil in de openbare ruimte, het dumpen van witgoed en overige dumpingen (o.a. drugsafval). zwerfafval; deze categorie heeft betrekking op het (kleinschalige) zwerfafval. De laatste jaren zijn de meldingen stabiel blijven. Een melding komt binnen via Fixi en wordt door de boa’s, in overleg en samenwerking met het betreffende team die deze klacht moet afhandelen, opgepakt. Het streven is om het aantal klachten en meldingen structureel te verminderen door actiever te communiceren en duidelijk meer zichtbaar op straat te zijn. Afval blijft daarom ook in 2026 een onderwerp. Het uiteindelijke doel is om de algehele beleving van een kwalitatieve woon- en leefomgeving van inwoners te vergroten. Zo houden we als doel om de gemeente Best een fijne en groene woongemeente te laten zijn. Wanneer de meldingen omtrent afval uit een prioritaire wijk komt, wordt deze met voorrang opgepakt. Jeugdoverlast: Dit is ook een speerpunt uit het IVP. Ook in 2026 is dit een prioriteit en we continueren onze aanpak op dit punt. Sluiten van woningen/panden (Wet Damocles) en verzegeling: We constateren een stijgende lijn in het aantal sluitingen van woningen en panden op grond van de Wet Damocles. Deze maatregel wordt ingezet bij ernstige verstoringen van de openbare orde door drugshandel of -productie. De rol van de toezichthouder is hierbij van groot belang. Toezichthouders leveren essentiële input voor bestuurlijke besluitvorming door het tijdig signaleren van verdachte situaties, het zorgvuldig vastleggen van bevindingen en het ondersteunen bij de uitvoering van sluitingen en verzegelingen. Hun aanwezigheid draagt bovendien bij aan de zichtbaarheid van handhaving en het herstel van vertrouwen in de leefomgeving. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de politie en de zorgmedewerkers. Vuurwerk overlast en buiten gestelde tijden afsteken vuurwerk: Politie maakt terugtrekkende beweging. De politie richt zich meer op de opslag van vuurwerk en de taken bij de boa richten zich op de meldingen van vuurwerkoverlast (afsteken van vuurwerk/geluidsoverlast). We zetten extra in bij wijken waar veel overlastmeldingen vandaan komen. Schenken van alcohol aan minderjarigen (bv met kermis en carnaval): Tijdens evenementen zoals de kermis en carnaval is het risico op het schenken van alcohol aan minderjarigen verhoogd. Deze feesten trekken veel bezoekers, waaronder jongeren, en vinden vaak plaats in een informele en feestelijke setting waarin toezicht op alcoholverstrekking extra aandacht vraagt. Om die reden zijn boa’s standaard aanwezig bij deze evenementen. De aanwezigheid van boa’s is essentieel om overtredingen te voorkomen en aan te pakken. Zij voeren gerichte controles uit de zogenaamde jeugdtenten, signaleren risicovol gedrag en spreken verkopers en bezoekers aan op hun verantwoordelijkheid. Daarnaast dragen boa’s bij aan een veilige en ordentelijke sfeer, en fungeren zij als aanspreekpunt voor organisatoren en horecaondernemers. Door zichtbaar aanwezig te zijn, versterken zij de naleving van regels en verkleinen zij de kans op alcoholgebruik door minderjarigen. Overlast evenementen (geluidsoverlast): In de gemeente Best worden regelmatig meldingen van geluidsoverlast gedaan tijdens evenementen op Aquabest. Tijdens deze evenementen wordt een boa ingezet voor verkeersbegeleiding en het regelen van wegafsluitingen. Wanneer er meldingen van geluidsoverlast binnenkomen, wordt hier achteraf gehoor aan gegeven. Door middel van geluidsmetingen wordt direct vastgesteld of er sprake is van overlast. Bij een daadwerkelijke overschrijding van de geluidsnormen wordt dit besproken met de organisator van het evenement. Naast de geprioriteerde thema’s plegen de boa’s ook inzet op de weesfietsen/wrakken die worden achtergelaten in en rond het stationsgebied. 4 x per jaar worden de fietsen gelabeld en vervolgens vindt een hercontrole plaats en worden ze weggehaald. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen De uitvoering van toezicht en handhaving binnen het APV-domein en bijzondere wetten draagt bij aan de volgende strategische doelen: Doel 1 – Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving Handhaving wordt uitgevoerd op basis van prioriteiten uit de risicoanalyse, zoals jeugdoverlast, illegale stort, alcoholverstrekking aan minderjarigen, en evenementenoverlast. Doel 2 – Integraal samenwerken Boa’s werken samen met interne afdelingen (zoals VTH, sociaal domein, verkeer) en externe partners (zoals politie, VRBZO, jongerenwerk, GGZ, scholen) om problematiek zoals woonoverlast, jeugdproblematiek en ondermijning effectief aan te pakken. Doel 3 – Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel Handhaving wordt ingezet waar het maatschappelijke effect het grootst is, zoals bij evenementen, woonoverlast en Damocleszaken. Doel 4 – Gericht op preventie Door zichtbare aanwezigheid en signalering in de wijk wordt preventief opgetreden tegen overlast en misstanden. Doel 7 – Voorkomen van herhaling Meldingen worden structureel opgevolgd en herhaling van overtredingen wordt tegengegaan. Doel 9 – Risicogericht en informatiegestuurd werken Boa-inzet wordt afgestemd op meldingen in Fixie en de risicoanalyse per wijk. Doel 10 – Optimaliseren samenwerkingsverbanden Samenwerking met ketenpartners wordt versterkt via integraal overleg en gezamenlijke acties. Doel 12 – Digitale monitoring Meldingen en afhandeling worden vastgelegd in Fixie en gebruikt voor monitoring en sturing. Subdoelstellingen Thema Subdoelstelling Meldingen via Fixie Minimaal 95% van de meldingen wordt binnen 5 werkdagen opgepakt en geregistreerd. Jeugdoverlast In wijken met verhoogde jeugdoverlast wordt minimaal 1 keer per week preventief gesurveilleerd door boa’s in samenwerking met jongerenwerk en politie. Alcoholwet Tijdens risicovolle evenementen (zoals carnaval en kermis) wordt actief toezicht gehouden op alcoholverstrekking aan minderjarigen. Evenementenoverlast Bij 100% van de evenementen op Aquabest wordt een boa ingezet. Geluidsmetingen worden bij alle meldingen van geluidsoverlast uitgevoerd binnen 24 uur. Illegale stort en drugsafval Minimaal 90% van de meldingen van illegale stort wordt binnen 3 werkdagen opgepakt. Jaarlijks wordt een rapportage opgesteld over het aantal meldingen en afhandeling van drugsafval. Woonoverlast en personen met onbegrepen gedrag Alle meldingen worden binnen 1 week besproken in integraal overleg met zorgpartners. Minimaal 80% van de casussen wordt binnen 3 maanden afgerond of doorgeleid. Integraal samenwerken Minimaal 4 keer per jaar wordt een integraal handhavingsoverleg georganiseerd met boa’s, toezichthouders, juristen en externe partners. Damocleszaken Alle signalen van druggerelateerde overlast worden binnen 1 week opgepakt en besproken met politie en team VTH Digitale monitoring Jaarlijks wordt een wijkgerichte analyse gemaakt op basis van Fixie-data om inzet van boa’s risicogericht te plannen. Omvang taak en benodigde capaciteit Dierenoverlast 120 4 480 0,34 Bijtincidenten 10 6 60 0,04 Drank- en drugsoverlast 6 5 30 0,02 Geluidsoverlast 220 2 440 0,31 Hangjongeren (jeugdoverlast) 45 3 135 0,10 Afval 160 3 480 0,34 Overlast fietsen 240 3 720 0,51 Parkeeroverlast 312 2 624 0,45 Stookoverlast 140 0,5 70 0,05 Vuurwerkoverlast 110 3 330 0,24 Toezicht Alcoholwet 69 2 138 0,10 Toezicht evenementen type A 40 6 240 0,17 Toezicht evenementen type B 8 20 160 0,11 Toezicht evenementen type C 2 40 80 0,06 Overig APV 500 3 1.500 1,07 totaal uren/fte 5.487 3,92 Voor dit taakblad is 5.487 uren en 3,92 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal controles Soorten (her)controles Taakblad 5: Juridische bijdrage VTH Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader De juristen dragen bij aan het behouden en beschermen van de fysieke leefomgeving en zorgen ervoor dat individuen, bedrijven en organisaties zich houden aan de geldende wet- en regelgeving om de veiligheid en duurzaamheid van de samenleving te waarborgen. Deze taak betreft: Het geven van juridische advies: De jurist verstrekt juridisch advies aan VTH medewerkers en heeft overleg met externe belanghebbenden (zoals de constructeurs, de ODZOB, de VRBZO) over kwesties met betrekking tot het omgevingsrecht. Dit omvat advies over de interpretatie van wetten, regelgeving en vergunningen. Het initiëren/voeren van handhavingsprocedures: Als er inbreuken op de wet- en regelgeving worden vastgesteld, kan de jurist handhavingsprocedures starten. Dit omvat het opstellen van waarschuwingen bij politiek gevoelige dossiers of een hoog risico, opdrachten tot herstel (voornemen en last onder dwangsom/bestuursdwang) en intrekken van besluiten en omgevingsvergunningen. Dit kan zijn naar aanleiding van een verzoek tot handhaving, klacht of constatering van de toezichthouder. De jurist onderzoekt altijd samen met andere vakgroepen de legalisatiemogelijkheden van eventuele overtredingen. Het voeren van juridische procedures: De jurist vertegenwoordigt de gemeente in de gerechtelijke procedures en bereidt juridische documenten voor, zoals bezwaar-, beroep- en hoger beroepschriften en verweerschriften. Advies en informatie: De jurist kan proberen zaken op te lossen door gesprekken te voeren. Dit kan onder meer door actief te informeren en de mensen hun verhaal te laten doen. In een aantal gevallen leidt dit tot het beëindigen van de overtreding en de gemaakte afspraken worden vastgelegd in een systeem. Het bijhouden van juridische ontwikkelingen: De jurist houdt zich op de hoogte van jurisprudentie en/of wijzigingen in de wet- en regelgeving met betrekking tot het omgevingsrecht en om de organisatie te voorzien van juridische argumenten en strategieën. Samenwerking: De jurist werkt vaak samen met andere professionals binnen de gemeente, zoals toezichthouders/boa’s, stedenbouwkundigen, planjuristen, beleidsmakers, medewerkers Veiligheid en juridische zaken om de handhaving van wet- en regelgeving effectief te coördineren. Daarnaast met externe ketenpartners zoals politie, OM, VRBZO, ODZOB, GGD en andere incidenteel te noemen overheidsinstanties zoals provincie en waterschap. Rapportage: De jurist houdt gedetailleerde administratie bij. Van hieruit kan vanuit het college en de raad een stand-van-zaken en kwaliteitsverbetering worden aangeboden. Interne en bestuurlijke overleggen: het doen van casusbesprekingen en richting bepalen daarin en wanneer casussen politiekgevoelig zijn aan te merken wordt dit besproken met de desbetreffende portefeuillehouder (burgemeester en wethouder). We handelen conform de nalevingsstrategie van de U&HS. De hierin genoemde LHSO en de strategie voor handhavingsverzoeken en meldingen is relevant voor dit taakblad. De toezichthouders en juristen bepalen het in te zetten sanctiemiddel met behulp van de interventiematrix. Probleemanalyse We huren op dit moment 1 handhavingsjurist in op de vacante positie. De verwachting is dat we dit gaan continueren om de werkvoorraad aan te kunnen. Rx.Mission is voor de handhavingsprocessen goed ingericht maar voor het generen van data en het maken van analyses dient nog slag geslagen te worden. In 2026 gaat hier gevolg aan gegeven worden. We zijn daarvan afhankelijk van de systeemontwikkelaar. Voor de juridische capaciteit van handhaving geldt een grote afhankelijkheid van de in de praktijk geconstateerde zaken. Dus zijn de probleemanalyses van eerdere taakbladen als Toezicht Omgevingswet en Toezicht APV en bijzondere wetten van invloed op de juridische procedures, handhaving is altijd een sluitstuk van deze werkprocessen. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen Deze taken dragen bij aan meerdere strategische doelen uit de U&HS. Doel 1 – Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving Juridische acties worden onderbouwd met actuele wet- en regelgeving. Doel 6 – Zorgvuldige en kenbare belangenafweging Juristen toetsen besluiten juridisch en voeren bezwaarprocedures zorgvuldig uit. Doel 7 – Voorkomen van herhaling Door het consequent toepassen van sancties en het monitoren van naleving wordt herhaling van overtredingen tegengegaan. Doel 12 – Digitale monitoring Juridische casussen en interventies worden geregistreerd en geanalyseerd voor rapportage en kwaliteitsverbetering (het streven is om in 2026 hier verder invulling aan te geven). Subdoelstellingen: Minimaal 90% van de juridische adviezen (m.u.v. collegevoorstellen) wordt binnen 10 werkdagen verstrekt. Alle handhavingsverzoeken worden binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Maximaal 15% van de bezwaarschriften wordt gegrond verklaard (omgevingsrecht en APV). Jaarlijks wordt een overzicht opgesteld van juridische casussen en interventies, inclusief leerpunten en verbeteracties. Minimaal 4 keer per jaar vindt overleg plaats tussen juristen, toezichthouders en ketenpartners over complexe dossiers (bv het KIT-overleg, woonwagenzaken). Omvang taak en benodigde capaciteit Waarschuwingsbrieven 93 10 930 0,66 voornemen last onder dwangsom 42 15 630 0,45 voornemen last onder bestuursdwang 26 15 390 0,28 besluit last onder dwangsom 25 15 375 0,27 besluit last onder bestuursdwang 27 15 405 0,29 besluit stilleggen bouwwerkzaamheden 9 15 135 0,10 Handhavingsverzoeken 6 35 210 0,15 Bezwaar 10 30 300 0,21 (hoger) beroep 6 25 150 0,11 voorlopige voorziening 0 30 - 0,00 voornemen tot invordering 8 5 40 0,03 besluit tot invordering 6 5 30 0,02 Kostenverhaalbeschikking 5 5 25 0,02 intrekking omgevingsvergunning bouw/strijdig gebruik 13 8 104 0,07 totaal uren/fte 3.724 2,66 Voor dit taakblad is 3.724 uren en 2,66 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal bezwaren Aantal (hoger) beroepen Aantal handhavingsverzoeken Taakblad 6: Algemene werkzaamheden Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader Naast de reguliere taken zijn ook andere taken relevant voor een goede uitvoering van de VTH-taken: Kwaliteitszorg: Opstellen, begeleiden en monitoren van de uitvoering van de U&HS, het uitvoeringsprogramma, het jaarverslag en andere beleidsdocumenten die met VTH te maken hebben. De werkzaamheden kennen een cyclisch karakter en vloeien met name voort uit onderdelen van de P&C-cyclus (waaronder het opmaken van jaarverslag en kwartaalrapportages) en de Big 8-beleidscyclus. Digitalisering en gegevenskwaliteit (Rx.Mission & ketenkoppelingen): Digitalisering is een meerjarig traject. Het betreft de procesinrichting en informatiebeheer voor alle VTH-werkzaamheden met betrekking tot de informatie die via onze applicaties wordt ontsloten, alsmede de procesinrichting van onze werksystemen. Voor 2026 ligt de focus op: structurele optimalisatie van Rx.Mission en datakwaliteit; verbeteren van koppelingen met ODZOB, VRBZO en interne systemen; data-gestuurde sturing op werkvoorraad en toezicht; verbeteren van dashboards en managementinformatie. Incidentele en reguliere overleggen: Dit omvat allerlei werkzaamheden in het kader van bedrijfsvoering, niet zijnde bedrijfsvoering die specifiek in een andere categorie terugkomt. Voorbeelden van bedrijfsvoering binnen deze categorie zijn: incidentele overleggen, administratieve werkzaamheden, planning en controlecyclus, budgetbeheer, voorbereidingen portefeuillehoudersoverleg, alle structurele werkoverleggen van teamleden. Coördinatie VTH ketenpartnersOok valt hieronder samenwerken met de samenwerkingspartners in de regio, zoals met de ODZOB (Contact behouden en sturen werkzaamheden ODZOB, Accounthouder overleggen begeleiden en adviseren m.b.t. bestuursvergaderingen verbonden partijen) en de VRBZO (opdrachtformulering afstemmen met VRBZO en input leveren voor regionaal uitvoeringsprogramma VRBZO). Beleidsnota’s en informatienota’s: zorgdragen voor het opzetten, ontwikkelen en actualiseren van beleid en beleidsnota’s. Voor 2026 staat het alcohol- en preventiebeleid op de rol en het strategisch evenementenbeleid en parapluplan evenementenlocaties De actualisatie van beleid en omvatten in dit kader: input leveren in voor het strategisch evenementenbeleid en opname van evenementenlocaties in het Omgevingsplan waar nodig. Ook vindt in 2026 de actualisatie beleidsregels APV en standplaatsen en winkeltijdenverordening plaats. De beleidsregels voor evenementen, horeca en standplaatsen en winkeltijdenverordening worden periodiek herzien. Het volgende staat gepland: een volledige actualisatie van het standplaatsenbeleid; actualisatie van beleidsregels horeca en evenementen (afstemming met politie, VRBZO en ODZOB); actualisatie winkeltijdenverordening; verbeteren van voorspelbaarheid en dienstverleningskwaliteit richting ondernemers. Deze werkzaamheden worden uitgevoerd door de VTH beleidsmedewerker, vergunningverlener APV en bijzondere wetten, toezichthouders en administratief medewerkers. Probleemanalyse Het heeft de voorkeur om de beleidscyclus van de VTH documenten onder te brengen bij een VTH beleidsmedewerker. Zodat deze werkzaamheden voor de toekomst routine zijn. Rx.Mission is verder ontwikkeld en steeds beter ingericht om gegevens te registeren voor VTH-taken, maar voor het generen van data en het maken van analyses dient nog slag te worden gemaakt. De regionale samenwerking blijft een strategisch onderdeel van VTH en een voortdurend aandachtspunt. Daarvoor is het nodig om te schakelen met de verantwoordelijke ketenpartner. In 2026 ligt de nadruk op: monitoring van het Regionaal Operationeel Kader (milieu) en de uitvoering door de ODZOB; afstemming over nieuwe eisen aan gegevensuitwisseling, koppelingen en datakwaliteit; verbetering van samenwerking met de VRBZO bij risicogericht toezicht en evenementenadvisering. De eerste contacten hiervoor zijn al gelegd; wederzijds informeren over elkaars risicoanalyse en werkwijze. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen Doel 2 – Integraal samenwerken Afstemming tussen interne afdelingen en externe partners zoals ODZOB en VRBZO is essentieel voor een samenhangende uitvoering van VTH-taken. Doel 4 – Gericht op preventie Door middel van communicatie, voorlichting en beleidsontwikkeling wordt naleving bevorderd en worden overtredingen voorkomen. Doel 8 – Actueel beleid Beleidsdocumenten, werkinstructies en protocollen worden geactualiseerd en afgestemd op nieuwe wet- en regelgeving. Doel 10 – Optimaliseren samenwerkingsverbanden Structurele samenwerking met verbonden partijen en regionale overlegstructuren draagt bij aan een efficiënte uitvoering. Doel 12 – Digitale monitoring Monitoring van voortgang en prestaties gebeurt via systemen zoals Rx.Mission en wordt gebruikt voor sturing en verantwoording. Subdoelstellingen Jaarlijks worden het uitvoeringsprogramma, de U&HS en het jaarverslag tijdig opgeleverd en bestuurlijk afgestemd. Minimaal 90% van de werkprocessen is voorzien van actuele werkinstructies en protocollen. Minimaal 4 keer per jaar vindt overleg plaats met ODZOB en VRBZO over uitvoering en afstemming. Jaarlijks voeren wij een kwaliteitsmeting uit met als doel kwaliteitsverbetering en transparantie. Omvang taak en benodigde capaciteit kwaliteitszorg VTH 500 0,36 digitalisering en gegevens kwaliteit 350 0,25 incidentele en reguliere overleggen 200 0,14 coördinatie ketenpartners VTH 300 0,21 beleid opstellen en actualisatie beleid 500 0,36 totaal uren/fte 1.850 1,32 Voor dit taakblad is 1.850 uren en 1,32 fte benodigd in 2026. Indicatoren Vaststellen beleidsdocumenten Tijdig vaststellen VTH-documenten zoals uitvoeringsprogramma 2026 en evaluatierapportage 2025 Taakblad 7: Projecten Toelichting taak, werkwijze en wettelijk kader De projecten in 2026 bouwen voort op eerdere trajecten en sluiten aan bij de prioritering uit het Integraal Veiligheidsplan. De focus ligt op integrale samenwerking, versterking van leefbaarheid en het terugdringen van ondermijning en onveiligheid. De volgende projecten staan centraal: Project Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B) Doelstelling Versterken van de samenwerking tussen overheid en ondernemers, vergroten van het veiligheidsgevoel en terugdringen van criminaliteit op bedrijventerreinen. Aanpak 2026 Uitrol van het KVO-B traject op meerdere bedrijventerreinen, na succesvolle implementatie op ’t Zand. Continuering van integrale controles gericht op de thema’s schoon, heel en veilig. Versterking van publiek-private samenwerking, met actieve betrokkenheid van ondernemers. Afstemming met R&O, bedrijvencontactfunctionaris en externe partners zoals ODZOB, VRBZO en politie. Resultaten Realisatie van samenwerkingsverbanden op alle bedrijventerreinen. Structurele maandelijkse controles (gemiddeld 4 per maand). Meetbare daling van criminaliteit en stijging van tevredenheid onder bonafide ondernemers. Project Arbeidsmigranten – Woonbeleid, Toezicht en Handhaving Doelstelling Verbeteren van de woonsituatie van arbeidsmigranten en terugdringen van uitbuiting en onveilige huisvesting. Aanpak 2026 Implementatie van het vastgestelde beleid en bestemmingsplan voor flexwonen. Projectmatige aanpak van huisvestingslocaties, inclusief grootschalige controles. De uren zijn verwerkt in regulier werk van de toezichthouder en bij integrale KIT controles. Betrekken van werkgevers en ketenpartners bij toezicht en handhaving. Versterkte bestuurlijke sturing en informatievoorziening. Resultaten Vermindering van het aantal onveilige huisvestingssituaties ten opzichte van 2025. Structurele maandelijkse controles (gemiddeld 2 per maand). Inzicht in alle huisvestingslocaties binnen de gemeente. Project Wijkversterking Wilhelminadorp/Kantonnier Doelstelling Herstel van veiligheid, leefbaarheid en vertrouwen in de overheid in wijken met verhoogde problematiek. Aanpak 2026 Inzet van integraal wijkteam voor prioritaire behandeling van meldingen. Gerichte communicatie via sociale media ter bevordering van meldingsbereidheid. Handhaving op criminele activiteiten zoals drugs, intimidatie en misbruik van kwetsbaren. Toepassing van Damoclesbeleid bij drugspanden. De uren hiervan zijn verwerkt in de ambtshalve controles van de toezichthouder. Resultaten Daling van ondermijnende criminaliteit en geweldsincidenten tot acceptabel niveau. Verhoogde meldingsbereidheid en weerbaarheid van inwoners. Verbeterde scores op de veiligheidsmonitor en toegenomen vertrouwen in de overheid. Doorontwikkeling Omgevingswet De Omgevingswet blijft in 2026 een structurele ontwikkellijn. De primaire implementatie is afgerond, maar de doorwerking in processen, uitvoeringsafspraken en het dagelijks werk vraagt blijvende aandacht. In 2026 richten wij ons op: verdere optimalisatie van de werkprocessen en afstemming met ketenpartners; actualisatie en verbetering van toepasbare regels; input leveren voor actualisatie en doorontwikkeling van het Omgevingsplan; doorontwikkeling van het vooroverleg en integraal casemanagement; borging van de veranderde werkwijze en verbetering van interne kwaliteit (leren & evalueren), Wet kwaliteitsborging (Wkb): borging en doorontwikkeling Na de inwerkingtreding van de Wkb is 2026 een jaar van stabilisatie. De focus ligt op: verdere uniformering van werkwijze tussen vergunningverlening en toezicht; procesoptimalisatie rond dossierbeoordeling en overdracht tussen kwaliteitsborgers en bevoegd gezag; monitoring van risico’s in gevolgklasse 1 en voorbereidingen op mogelijke toekomstige uitbreidingen; doorontwikkeling van toezicht op bouwveiligheid en gebruik. Milieuprojecten en beleidsspeerpunten Milieutaken zijn structureel onderdeel van de VTH-cyclus. In 2026 wordt ingezet op: actualisatie en uitvoering van bodembeheer en bodembeleid; uitvoering en borging van afspraken uit het Schone Lucht Akkoord; monitoring van luchtkwaliteit, geur, geluid en externe veiligheid; toezicht op BOPA’s en complexe milieumeldingen; versterking van de informatiepositie van de gemeente bij milieuvraagstukken. Integrale handhaving en prioritering buitengebied De prioriteiten uit de U&HS blijven leidend. In 2026 is aandacht voor: een plan van aanpak voor de (complexe) overtredingen (zoals schuilhutten) in buitengebied; toezicht op recreatie, terreingebruik, illegale bewoning en milieuovertredingen; verdere versterking van de samenwerking met politie en ketenpartners bij ondermijningscasuïstiek; kortcyclus ingrijpen bij brandonveilige situaties. Project Wet goed verhuurderschap/Wet betaalbare huur In aanvulling op de landelijke regels kan de gemeente lokaal een verhuurvergunning voor reguliere woonruimte of voor huisvesting van arbeidsmigranten invoeren. We willen vanuit Wonen in 2026 (ver)huurders actief gaan informeren over Wgv en Wet betaalbare huur (Wbh) en samen met de adviseur Nieuwkomers actiever bezig met het arbeidsmigrantenbeleid. We dienen rekening te houden met meerdere meldingen en als gevolg daarvan meer (handhavings)capaciteit nodig is om over deze meldingen te informeren, door te verwijzen en indien nodig te handhaven. Project Omgevingsplan Voor 2026 is een regelanalist aangesteld om uniformiteit te brengen in de regelgeving en omzetten van regels in het omgevingsplan. Daarnaast zorgen de Bouw- en RO ontwikkeling voor integraal (voor)overleg betreffende de caseload en BOPA’s. In 2026 ligt de focus op: optimaliseren van BOPA-proces en afstemming met afdeling RO; versterken van het vooroverleg als instrument voor betere en snellere besluitvorming; uniforme toepassing van vergunningsvrij bouwen en actualisatie van interne toetskaders. Voorbereiding op harmonisatie VTH in aanloop naar gemeentelijke fusietraject Best & Oirschot In 2026 richten we ons op het harmoniseren van beleid, processen en werkwijzen tussen beide gemeenten. Dit betekent: Inventarisatie & vergelijking van bestaande U&HS en uitvoeringspraktijken. Ontwikkeling van een gezamenlijke U&HS die aansluit op de Omgevingswet en de toekomstige gemeentelijke structuur. Afstemming van digitale systemen zoals het Omgevingsloket en toezichtapplicaties. Samenwerking in werkgroepen met collega’s uit Best en Oirschot om kennis te delen en verschillen te overbruggen. Voorbereiding op integratie van toezicht- en handhavingsstrategieën, inclusief uniforme communicatie richting inwoners en bedrijven.” Van de VTH medewerkers wordt verwacht een: Actieve deelname aan harmonisatiewerkgroepen Inbreng vanuit expertise op het gebied van vergunningverlening, toezicht of handhaving Open houding ten opzichte van nieuwe werkwijzen en samenwerking Feedback geven op concepten en voorstellen Probleemanalyse De probleemanalyse maken onderdeel uit van de hierboven beschreven projecten onder het kopje ‘toelichting taak, werkwijze en kader’. Koppeling met strategisch doel en subdoelstellingen Doel 2 – Integraal samenwerken Afstemming tussen interne afdelingen en externe partners zoals ODZOB en VRBZO is essentieel voor een samenhangende uitvoering van VTH-taken. Doel 4 – Gericht op preventie Door middel van communicatie, voorlichting en beleidsontwikkeling wordt naleving bevorderd en worden overtredingen voorkomen. Doel 10 – Optimaliseren samenwerkingsverbanden Structurele samenwerking met verbonden partijen en regionale overlegstructuren draagt bij aan een efficiënte uitvoering. Omvang taak en benodigde capaciteit Capaciteit en middelen 2026 De opgaven binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving nemen in 2026 zowel in complexiteit als in omvang toe. Dit is het gevolg van de structurele doorwerking van de Omgevingswet, de Wet kwaliteitsborging (Wkb), de intensivering van toezicht in het sociaal-maatschappelijke domein, de gebiedsgerichte aanpak in wijken en het buitengebied. De benodigde inzet is als volgt te specificeren: Toezicht en handhaving Voor de uitvoering van KVO-B op meerdere bedrijventerreinen, structurele controles op arbeidsmigrantenhuisvesting, wijkversterking Wilhelminadorp/Kantonnier, doorontwikkeling Omgevingswet en Wkb, milieuprojecten en beleidsspeerpunten geldt dat deze uren reeds verwerkt onder het taakblad toezicht en handhaving. Voor de overige projecten is voor 2026 naar inschatting de volgende inzet benodigd Project Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerreinen (KVO-B) 0,00 Project toezicht buitengebied 1400 1,00 Toezicht op Wet Goed Verhuurschap/Wet betaalbare huur 30 4 120 0,09 Project omgevingsplan 1400 1,00 Fusie met buurgemeente 300 0,21 totaal uren/fte 3.220 2,30 Voor dit taakblad is 3.220 uren en 2,30 fte benodigd in 2026. Indicatoren Aantal meldingen Wet goed verhuurderschap/Wet betaalbare huur Aantal regels omgezet in omgevingsplan 4Personele capaciteit en financiële middelen Het hebben van een professionele organisatie is een voorwaarde om de U&HS en het Programma adequaat te kunnen opstellen en uitvoeren. Zoals beschreven in de U&HS is de gemeente de aankomende jaren in staat om een gedetailleerd overzicht te creëren van benodigde en beschikbare financiële en personele middelen per doelstelling omdat er SMART doelstellingen zijn opgenomen en er is gekozen voor risicogestuurd toezicht dat de schaarse middelen inzet op de grootste risico’s. 4.1Beschikbare en benodigde personele capaciteit In de overzichten wordt gebruik gemaakt van ‘full-time equivalenten’. 1 Fte = 1400 effectieve uren per jaar. 4.1.1Beschikbare capaciteit VTH De werkzaamheden worden uitgevoerd door het team RO/ Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). In 2025 is hiervoor de volgende formatie (incluis inhuur) beschikbaar: Onderdeel Functie Beschikbare formatie (in Fte’
- s)in dienst inhuur vacant totaal Vergunningen Senior medewerker vergunningen 2,89 0,11 3 Medewerker vergunningen A 0,67 0,91 1,58 Medewerker vergunningen B 0,67 1,05 1,72 Ondersteunend medewerker vergunningen 0,53 0,53 Systeembeheerder 0,61 0,61 Regelanalist 0,83 0,17 1 Subtotaal 6,2 0 2,24 8,44 Toezicht en handhaving Senior medewerker handhaving 1 1 Jurist handhaving 1 0,89 0,94 2,83 Toezichthouder bouw en ruimte 1,5 0,1 0,4 2 Project assistent 0,78 0,78 Ondersteunend medewerker handhaving 1 1 Subtotaal 4,28 0,99 2,34 7,61 Overig Boa 4 4 Subtotaal 4 Totaal 14,48 0,99 4,58 20,05 inhuur +vacant 5,57 Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn 28.070 effectieve uren beschikbaar. Dit staat gelijk aan 20,05 Fte. 4.1.2Benodigde personele capaciteit Voor de uitvoering van voorgenomen VTH-taken zijn de volgende benodigde uren in kaart gebracht. overzicht taakbladen uren fte 1 Informatievoorziening, vergunningen en meldingen Omgevingswet 6.273 4,48 2 Vergunningen en meldingen APV en Bijzondere wetten 1.846 1,32 3 Toezicht Omgevingswet 5.306 3,79 4 Toezicht en handhaving APV en Bijzondere wetten 5.487 3,92 5 Juridische bijdrage VTH 3.724 2,66 6 Projecten VTH 3.220 2,30 7 Algemene ondersteuning VTH 1.850 1,32 totaal benodigd 27.456 19,61 totaal beschikbaar (inclusief inhuur en vacant 5,57) 28.070 20,05 verschil beschikbaar en benodigd (in uren en fte) 614 0,44 Voldoende capaciteit in fte 0,44 Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VTH zijn effectieve 27.456 uur benodigd. Dit staat gelijk aan 19,61 fte. 4.1.3Conclusie beschikbaar en benodigde capaciteit Voor de uitvoering van alle werkzaamheden binnen VHT is er in principe voldoende capaciteit beschikbaar. De invulling hiervan is met tijdelijke inzet van inhuur deels vervuld en deels vacant. Het streven is om in 2026 de functies met vaste medewerkers in te vullen. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt blijft dit ook in 2026 een uitdaging. De formatie voor de uitvoering van de VTH-taken is op orde op papier, in de werkelijkheid is dat 4,58 fte openstaande vacatures zijn. 4.2Financiële middelen voor verbonden partijen Veel gemeentelijke taken worden uitgevoerd door het team VTH. Echter, specifieke uitvoeringstaken worden door de zogenaamde verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) uitgevoerd. Die taken worden dus ‘uitbesteed’. De reden hiervan kan zijn dat dat verplicht gebeurt, maar het kan ook een eigen keuze betreffen. De hieraan verbonden uitgaven zijn opgenomen in de begroting. Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant Veel VTH-taken op het gebied van milieu zijn als verplichte basistaken overgedragen aan de ODZOB. De ODZOB heeft een mandaat om deze taken uit te voeren. Naast de basistaken voert de ODZOB ook verzoektaken uit namens de gemeente. Tot slot zijn er de collectieve taken. Verplichte basistaken: milieutaken binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving die in het basistakenpakket vallen. Deze milieutaken worden verplicht door de omgevingsdienst uitgevoerd. Verzoektaken: milieutaken binnen vergunningverlening, toezicht en handhaving die niet in het basistakenpakket vallen, zoals constructieve veiligheid. Collectieve taken: taken waarbij het noodzakelijk of effectiever/efficiënter is deze gezamenlijk aan te pakken. Het gaat hierbij vaak om gemeentegrens overschrijdende zaken en/of bundeling van expertise. Samen Sterk in Brabant is hier een voorbeeld van. Het uitvoeringsprogramma van de ODZOB 2026 is als bijlage 4 toegevoegd. Voor de taken die wij door de ODZOB laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een bijdrage van: Uitvoeringsorganisatie In begroting gereserveerde bedrag ODZOB € 977.523 Via de MilieuKlachtenCentrale (MKC) melden burgers milieuklachten over bedrijven. De centrale is ook buiten kantoortijden bereikbaar voor acute klachten en het behandelen van incidenten. Klachten die betrekking hebben op de naleving van de Omgevingswet en betrokken wetten worden door de ODZOB behandeld. Het vooronderzoek wordt door gemeentelijke toezichthouder gedaan. Deze meldingen gaan over waarnemingen binnen de grenzen van de gemeente Waalre, maar kunnen ook betrekking hebben of veroorzaakt worden door bedrijven buiten de gemeentegrenzen. Deze bedrijven kunnen onder gemeentelijk of provinciaal bevoegd gezag vallen. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) Nederland telt 25 veiligheidsregio’s. Veiligheidsregio’s moeten de inwoners van Nederland beter beschermen tegen rampen en crises. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is de veiligheidsregio voor Zuidoost Brabant. In de VRBZO werken brandweer en GHOR samen om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. Dit doet de VRBZO voor en samen met de 21 gemeenten in het werkgebied en de mensen die daarin wonen of verblijven. De VRBZO voert wettelijk verplichte taken uit op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Deze houden onder andere in: Advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten; Advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik; Controle brandveiligheid gebouwen vergunning/ melding brandveilig gebruik; Toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. In bijlage IV bij dit uitvoeringsprogramma is de Werkwijzer van de VRBZO opgenomen. In dit document zijn de werkzaamheden beschreven. In bijlage II is benoemd welke bouwwerken met hun gebruiksfuncties worden bezocht. Hierbij moet worden opgemerkt dat de controles door beperkte capaciteit in het kader van bestuurlijke interventies en evenementen een effect hebben op het aantal uit te voeren controles. De afgelopen jaren wordt de VRBZO vaker ingezet op zwaardere dossiers, wat een effect heeft op de getalsmatige controles. De VRBZO heeft geen actueel overzicht van gebouwen die binnen de gemeente Best in aanmerking komen voor een controle. Er wordt gebruik gemaakt van een vaste werklijst. Voor de taken die wij door de VRBZO laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een vaste bijdrage: Uitvoeringsorganisatie In begroting gereserveerde bedrag VRZBO € 1.970.633 Het uitvoeringsprogramma van de VRBZO 2026 is als bijlage 5 toegevoegd. 5Kwaliteitsborging, afstemming en monitoring De gemeente Best hecht grote waarde aan een zorgvuldige uitvoering van de VTH-taken. Het borgen van kwaliteit, het tijdig signaleren van risico’s en het benutten van verbeterkansen zijn hiervoor rand voorwaardelijk. In 2026 versterken wij onze kwaliteitsaanpak door systematischer te vergelijken, structureler samen te werken met ketenpartners en beter inzicht te creëren in naleving, prestaties en ontwikkelpunten. Vergelijking en visitatie Om de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving te verbeteren, ontwikkelt de gemeente Best in 2026 een werkwijze voor het periodiek vergelijken van onze VTH-activiteiten met andere organisaties. Dit gebeurt onder meer door middel van benchmarking, collegiale toetsing en – waar mogelijk – deelname aan regionale visitaties. Deze vergelijking helpt om inzicht te krijgen in de inzet, organisatie en resultaten van onze uitvoering en biedt concrete handvatten voor verbeteringen. De uitkomsten worden gebruikt voor doorontwikkeling van processen, professionalisering en het jaarlijks actualiseren van de U&HS. Externe afstemming Een goede uitvoering van de VTH-taken vraagt om nauwe samenwerking met andere bestuursorganen en ketenpartners. De gemeente Best stemt daarom structureel af met: Waterschappen, bij werkzaamheden in en rond watergangen en bij vergunningen met waterhuishoudkundige impact; Politie en het Functioneel Parket, bij signalen van strafbare feiten of ondermijnende activiteiten; Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO), onder andere op het gebied van brandveiligheid, risicovolle activiteiten en evenementenveiligheid; ODZOB, voor uitvoering van het basistakenpakket milieu en afstemming over toezichtprioriteiten; Gemeente Oirschot, in het kader van harmonisatie en samenwerking richting de toekomstige fusie. Deze afstemming vindt plaats in zowel reguliere overleggen als projectmatig, afhankelijk van het type vergunning, het risico en de aard van de handhavingscasus. Het doel is een eenduidige, voorspelbare en uitvoerbare aanpak in de hele keten. Kwaliteitsborging De gemeente Best werkt volgens een interne systematiek van kwaliteitszorg, gericht op het borgen van een professionele uitvoering en het continu verbeteren van processen. Deze systematiek bestaat uit de volgende onderdelen: Verantwoordelijkheden Binnen de afdeling VTH is expliciet belegd wie verantwoordelijk is voor het ontwikkelen, onderhouden en rapporteren over de kwaliteit van de VTH-taken. Kwaliteitsplan en doelstellingen Jaarlijks stelt de afdeling kwaliteitsdoelstellingen vast, gekoppeld aan wettelijke vereisten, externe kaders (zoals het Regionaal Operationeel Kader) en prioriteiten uit de U&HS. Deze doelstellingen worden geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Kwaliteitsprogramma en planning De uitvoering van interne audits, dossiertoetsen, ketenafstemming en verbeteractiviteiten is opgenomen in een jaarlijks kwaliteitsprogramma. Hiermee ontstaat structuur en voorspelbaarheid voor medewerkers en management. Borging in cultuur en systemen De PRIMA-waarden en de werkwijze onder de Omgevingswet vormen de basis voor professioneel handelen. Processen zijn geborgd in Rx.Mission en gekoppeld aan de landelijke standaarden voor gegevenskwaliteit. Managen van verbeterpunten Verbeterpunten uit audits, evaluaties, klachten en signalen van ketenpartners worden geregistreerd, opgevolgd en periodiek besproken in het team. Hierdoor ontstaat een continue verbetercyclus. Benchmarking en vergelijking Door deel te nemen aan regionale en landelijke vergelijkingen houden we scherp zicht op onze prestaties en op kansen om te leren van andere organisaties. Monitoring De gemeente Best werkt op basis van structurele monitoring van de uitvoering. De monitoring omvat onder andere: termijnbewaking en naleving van wettelijke eisen; toezichtsinzet en afronding van controles; registratiekwaliteit binnen Rx.Mission; risico-gestuurde sturing, gebaseerd op signalen, thema’s en prioriteiten; periodieke rapportages over voortgang, trends en bijzonderheden. Deze monitoring wordt gebruikt voor interne aansturing, verantwoording aan het bestuur en het actualiseren van de U&HS. Hiermee zorgen wij ervoor dat de uitvoering voorspelbaar, transparant en rechtmatig blijft. Protocollen en werkinstructies Volgens de kwaliteitscriteria dient de gemeente te handelen op grond van protocollen en werkinstructies (VTH-software) voor de voorbereiding en uitvoering van alle Omgevingswet-taken. De procedurebeschrijvingen en werkinstructies zijn in lijn met de strategie voor vergunningverlening. We hebben protocollen en werkinstructies voor reguliere werkzaamheden op gebied van VTH. Communicatie is een belangrijk hulpmiddel om naleving van wet- en regelgeving te bevorderen. Van goede voorlichting aan burgers en bedrijven gaat een preventieve werking uit. Door de bekendheid met de wet- en regelgeving te vergroten, vermindert het aantal onbewuste overtredingen. Door duidelijk te communiceren over de beleidskaders en de consequenties van strijdig handelen met de wet- en regelgeving wordt meer duidelijk dat de gemeente haar taken serieus neemt. Het spontane naleefgedrag kan hiermee worden vergroot. Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van gemeente Best d.d. 20 januari 2026Bijlage1Uitkomsten risicoanalyse 2025 HANDLEIDING INVULLEN RISICOMATRIX Gemeente Best Inleiding, doel en opbouw Deze kwalitatieve risicomethode (deels gebaseerd op het DBC-risicomodel1De afkorting staat voor ‘Damen BouwCentrum’, het bedrijf waar de ontwikkelaars van het model werkten bij het maken ervan. Damen BouwCentrum is inmiddels overgenomen. Het model is ontwikkeld voor het Ministerie van Justitie en is voor iedereen vrij beschikbaar.) wordt gebruikt om voor de gemeente Best een integrale probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal programma uitvoering en handhaving. Strategie opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. Doel is via één uniforme werkwijze de uitvoering en handhaving (onder uitvoering valt ook ‘vergunningverlening’) te benaderen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformering. Zo wordt steeds meer lokale wetgeving landelijk geüniformeerd. De Omgevingswet voorziet op één aanpak voor uitvoering en handhaving. Deze handleiding geeft uitleg over de werking en de resultaten van het gehanteerde probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel. Hierbij komen de volgende onderwerpen aan de orde: uitgangspunten van het risicomodel; vastleggen van definities risicoafweging; toepassen en invullen van de risicomatrix; voorbeeld ingevulde risicomatrix. Uitgangspunten van het risicomodel Bij gebruik van het risicomodel moeten soms keuzes worden gemaakt over hoe om te gaan met een aantal zaken. Deze keuzes worden in onderstaande tabel vastgelegd. UITGANGSPUNTEN INVULLEN INTEGRALE RISICOMODEL KEUZE TOELICHTING De risicomatrixen hebben betrekking op overtredingssoorten/problemen in de gemeente Best. De risicomatrix heeft uitsluitend betrekking op de risicovolle overtredingen/problemen binnen het VTH werkveld die de gemeente Best uitvoert. Er wordt gewerkt met overtredingssoorten per domein, deze staan opgesomd in de eerste kolom. Deze probleemonderwerpen hebben zowel betrekking op Vergunningverleningstaken als Toezicht- en Handhavingstaken. Er wordt op een beperkt aantal problemen/overtredingssoorten gescoord. De lijst van problemen is niet limitatief en in samenspraak met de vakinhoudelijke experts van de gemeente Best opgesteld. Er wordt gescoord op een zestal beoordelingsaspecten, deze staan opgesomd in de eerste rij. Alle zes beoordelingsaspecten zijn gelijkwaardig, er wordt geen weging aangebracht in de verschillende beoordelingsaspecten. De overtredingssoorten zijn gescoord op alle beoordelingsaspecten. Indien een overtreding zich voordoet en de gezondheid of veiligheid is in het geding, wordt door gemeente Best hier direct op geacteerd. Bij naleefgedrag wordt gescoord in hoeverre de regel (of regels) worden nageleefd. De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Het naleefgedrag is terughoudend ingevuld aangezien niet altijd (objectieve) informatie aanwezig is. Vastleggen van definities risicoafweging Voor uitvoering van de juiste risicoafweging moet een aantal variabelen worden gedefinieerd. Het gaat daarbij met name om de beoordelingscriteria, de scores 1 tot en met 5 die het risico per criterium aangeven en de risicoscore die de ranking van een probleem/overtredingssoort weergeeft. De definities hiervan zijn hieronder gegeven, waarbij deels is aangesloten bij de algemene definities zoals deze ten behoeve van de gebruikelijke risicomodellen zijn ontwikkeld. De risicoafweging vindt plaats op basis van een zestal beoordelingsaspecten: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Veiligheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot letsel. De te verwachten schade in de vorm van lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Het gaat hier om direct lichamelijk letsel. Voorbeelden zijn: lichamelijk letsel (gewond raken), ademhalingsmoeilijkheden, vergiftiging, asbestbeschadiging, straling, rug/wervel beschadigingen ed. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot enig persoonlijk letsel. Pijn of gering letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere lichtgewonden. Zwaar letsel bij één of meerdere personen. Denk hierbij aan één of meerdere zwaargewonden. Eén of meerdere dodelijke slachtoffers. Zodra de inschatting is dat de verstoring/calamiteit dodelijke slachtoffers tot gevolg kan hebben moet minimaal een 4 worden aangehouden. Zwaar letsel bij meerdere personen en meerdere dodelijke slachtoffers over een groot gebied. Denk hierbij aan meerdere doden verspreid over een wijk of stad. Duurzaamheid In hoeverre tast het probleem het milieu/de natuur aan, welk effect heeft dit op de verstoring, verspilling van grondstoffen en energie alsmede de aantasting van de Groene Wetgeving. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot achteruitgang van het milieu/de natuur. De te verwachten afbreuk is gering. Hierbij valt te denken aan beperkte milieuschade als gevolg van (geringe) illegale stort, lozing of emissie van stoffen die slechts tijdelijk schade veroorzaken. Veelal betreft het kleine milieuovertredingen door particulieren of kleine bedrijven. Er is sprake van een duidelijke aantasting van het milieu/de natuur, doch deze is omkeerbaar en heeft geen effecten op de lange termijn. De te verwachten milieuaantasting is evident en heeft permanente gevolgen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen. De te verwachten milieuaantasting is evident (onomkeerbaar) en heeft permanente gevolgen en leidt tot grote natuurrampen. Hierbij valt te denken aan illegale lozing, stort of emissie van sterk vervuilende/giftige stoffen in een kwetsbare omgeving (bijvoorbeeld beschermd natuurgebied). Gezondheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot een afname van de gezondheid van de mens. De te verwachten schade aan de gezondheid als gevolg van bijvoorbeeld een afname van de luchtkwaliteit, waterkwaliteit, etc. Voorbeelden zijn toename fijnstof of andere luchtvervuiling, afname waterkwaliteit, etc. die de gezondheid van mensen nadelig beïnvloedt. De score ziet er als volgt uit: De verstoring/calamiteit leidt niet tot mogelijke gezondheidsproblemen. Gezondheidsproblemen bij één of enkele personen (niet blijvend). Denk hierbij aan lokale vervuiling/overlast waardoor stank bestaat of die stress oplevert. Algehele (niet blijvende) gezondheidsproblemen. Denk hierbij aan ernstige lucht, water of andere vervuiling waardoor long- of oogirritaties ontstaan. Blijvende gezondheidsproblemen voor meerdere personen, bijvoorbeeld permanente aantasting van luchtwegen, blindheid, langdurige psychische problemen. Zware gezondheidsproblemen met de dood als gevolg, bijvoorbeeld langdurige blootstelling aan radioactieve straling of asbest. Leefbaarheid In hoeverre leidt een mogelijke calamiteit tot afbreuk van het omgevingsmilieu. De te verwachten afbreuk en schade aan de leefomgeving als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak door de overheid. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van een negatief effect op het maatschappelijk welbevinden of het effect is verwaarloosbaar klein. De te verwachten afbreuk is minimaal/verwaarloosbaar. Hierbij valt te denken aan beperkte overlast in de vorm van stank, geluid of trillingen (zintuiglijke waarneming). De (beleving van) de veiligheid in de directe woonomgeving is niet in het geding. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zullen zijn. Hierbij valt te denken aan een geringe afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast of een permanente overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven beïnvloeden . De te verwachten afbreuk heeft ernstige gevolgen die echter niet permanent zijn. Hierbij valt te denken aan een afname van (het gevoel van) veiligheid of een tijdelijke ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven sterk beïnvloeden. De te verwachten afbreuk is evident en heeft permanente grote gevolgen. Hierbij valt te denken aan een sterke afname van (het gevoel van) veiligheid in de directe omgeving en/of ernstige overlast in de vorm van stank, geluid of hinder die de kwaliteit van het leven erg sterk beïnvloeden, blijvende gezondheidsklachten veroorzaken, etc. Financieel economisch Wat is de financieel-economische schade voor de gemeente/provincie als gevolg van de calamiteit. Het gaat hier om schade die door de gemeente/provincie moet worden vergoed dan wel die ten laste komt van de gemeentelijke/provinciale economie. Voorbeelden zijn: Eventuele niet verzekerde kosten die door de gemeente/provincie worden gedragen (tijdelijke opvang, vergoedingen), verlies aan werkgelegenheid, economische achteruitgang, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van enige financieel - economische schade. De directe financieel - economische schade is gering en blijft beperkt tot geringe directe kosten (maximaal 10.000,- euro) De financieel - economische schade is aanzienlijk. Denk hierbij aan directe kosten tot maximaal 100.000,- euro en/of een geringe terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel - economische schade is hoog. Denk hierbij aan directe kosten tot 1 miljoen en/of terugloop van economische bedrijvigheid. De financieel - economische schade is zeer hoog. Denk hierbij aan directe kosten van meer dan 1 miljoen en/of sterke terugloop van economische bedrijvigheid. Bestuurlijk imago Wat is de imagoschade van een eventuele calamiteit of het in stand houden van een illegale situatie. De te verwachten afbreuk en/of schade aan het imago, beeld, geloofwaardigheid en vertrouwen van de burger in het bestuurlijk apparaat en haar besluitvorming als gevolg van een verstoring/calamiteit die volgt uit het niet of onvoldoende uitvoeren van een taak. Voorbeelden: (al dan niet georganiseerde) protesten, mediacampagnes, open brieven e.d., met als gevolg gezichtsverlies, gevoel van zaakjes niet op orde, etc. De score ziet er als volgt uit: Er is geen sprake van afbreuk aan het bestuurlijk imago. De te verwachten afbreuk is minimaal. Denk hierbij aan enkele brieven aan het bestuur, ingezonden brieven in de krant en/of een enkele klacht. Het algemene vertrouwen in het bestuur wordt niet geschaad. Het idee dat het bestuur haar zaken niet op orde heeft, is niet aan de orde. De te verwachten afbreuk heeft gevolgen die niet ernstig en/of van korte duur zijn. Denk hierbij aan een tijdelijke stroom klachten, georganiseerde buurtprotesten, enkele juridische procedures en een brede negatieve aandacht in de media. Algemeen ontstaat het beeld dat het bestuur niet alles op orde heeft. De te verwachten afbreuk is evident en heeft grote permanente gevolgen. Denk hierbij aan voortdurende klachten over het onderwerp, brede maatschappelijke protesten en onrust, georganiseerde mediacampagnes, zware juridische procedures (nalatigheid, etc) en algeheel gezichtsverlies van het bestuur. De positie van bestuurders is in het geding (moties van wantrouwen) en het bestuur wordt door de burgers als incompetent beschouwd. De afbreuk van het bestuurlijk imago is dermate groot dat de positie van het bestuur als geheel per direct onhoudbaar is. Toepassen en invullen van de risicomatrix Voor de toekenning van de scores van 1 tot 5 is het volgende risicoscore overzicht uitgewerkt: De risico’s van de problemen/overtredingssoorten worden beoordeeld op een zestal beoordelingsaspecten. Per aspect wordt het eventuele negatieve effect uitgedrukt op een schaal van 1 (geen negatief effect) tot 5 (zeer sterk negatief effect). De eerder genoemde zes beoordelingsaspecten worden gebruikt: Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Daarnaast dient in eenzelfde riscomatrix de score ingevuld te worden voor het naleefgedrag. In het afwegingsmodel worden de risicoscores gecorrigeerd voor naleefgedrag. Dit risico model hanteert ook voor het naleefgedrag een 5-punts schaalverdeling: De naleefscore beperkt zich op “de kans dat het probleem zich voordoet” of “de kans op het niet naleven van….”. Als het naleefgedrag niet bekend is of er is een onvoldoende eenduidig beeld is, dan wordt het naleefgedrag op 3 (gemiddeld) gezet. Dit is conform één van de uitgangspunten opgenomen in het eerder vermelde uitgangspuntentabel van deze handleiding. Voorbeeld ingevulde risicomatrix Hieronder staat een voorbeeld risicoanalyse met betrekking op het domein APV en Fysieke Leefomgeving. Het is een fictief voorbeeld, deze problemen en de toegekende scores zijn niet direct van toepassing op de situatie bij de gemeente Nuenen. Beschrijving van de problemen Domein APV en Fysieke leefomgeving (o.a. overtreding-soorten) Naleving Kans dat het Probleem zich voordoet NALEEFNIVEAU Veiligheid Duurzaamheid Gezondheid Leefbaarheid Financieel economisch Bestuurlijk imago Illegale afval dumping 4 2 2 3 4 4 3 Hondenpoep 2 1 1 2 3 1 2 Parkeerexcessen 4 3 1 2 3 2 1 Illegaal plaatsen reclameborden, terrasuitstalling 3 3 1 1 3 3 1 Toelichting op ingevulde tabel Bovenstaande tabel is een gedeeltelijke uitwerking van de risicomatrix met betrekking tot domein APV en Fysieke leefomgeving. In de eerste kolom staat de uitgebreide omschrijving van de overtreding. In de tweede kolom volgt een beoordeling van het Naleefniveau (een goed naleefniveau kleurt groen met een onderliggende score van ‘1’, een zeer laag naleefniveau kleurt rood met een onderliggende score van ‘5’, zie voorbeeld het roodgekleurde vak). Vanaf kolom 3 (Veiligheid) tot en met 8 (Bestuurlijk imago) wordt het Negatief effect op de zes beoordelingscriteria toegekend. Als voorbeeld de middelste rij “hondenpoep” heeft 3 keer gescoord op 1. Dat wil zeggen dat er ‘een( zeer) klein/geen negatief effect’ is op de drie beoordelingsaspecten en het naleefgedrag is hoog. Indien alle risicomatrix voor de betreffende taken zijn ingevuld volgt hieronder een voorbeeld hoe de totale risicoscore tot stand komt: De resultaten van de risicoscores zijn gebaseerd op onderstaande schaalverdeling met betrekking tot de (minimale en maximale) totaaluitkomsten (is RISICO = Kans x Negatief Effect): Bijlage2Doelen U&HS gemeente Best 2025-2029 Vergunningverlening Doel Wat gaan we doen om het doel te behalen? 1 Het geldende wettelijke kader en de UHS vormen de basis voor besluitvorming Beschikkingen voldoen aan de wettelijke eisen en de diepgang van toetsing van aanvragen sluit aan bij de prioriteit 2 Werken naar de gedachte van de Omgevingswet Initiatieven en aanvragen worden beoordeeld vanuit mogelijkheden en oplossingen, ‘ja, mits (…)’ in plaats van ‘nee, tenzij (…)’, naar de gedachte van de Omgevingswet 3 Verbetering participatie van de inwoners en bedrijven We verbeteren de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid 4 Optimaliseren samenwerkingsverbanden Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen 5 Goede dienstverlening Vragen van inwoners en bedrijven worden inhoudelijk adequaat beantwoord 6 Waarborgen zorgvuldigheid We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 7 Toetsing aanvragen We toetsen aanvragen aan het tijdelijk Omgevingsplan, de bruidsschat en de andere wettelijke en beleidsmatige kaders 8 Actueel beleid We herzien verouderde beleidsregels 9 Bij evenementenvergunningen worden risico’s goed in kaart gebracht Bij de aanvraag worden o.a. een beveiligings-, calamiteiten en veiligheidsplan vereist 10 Efficiënt en servicegericht werken We behandelen ingekomen aanvragen en meldingen tijdig en tegen zo laag mogelijke kosten 12 Digitale monitoring Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission Prestatie-indicatoren Vergunningverlening Onderdeel Prestatie indicator Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (omgevingsrecht) 100% Minimaal aantal omgevingsvergunningen verleend binnen de wettelijke termijn (APV en Alcoholwet) 95% Er wordt nagegaan of een aanvraag voor een OPA3 betrekking heeft op een monument 100% Een aanvrager wordt binnen drie werkdagen op de hoogte gesteld van de ontvangst van de aanvraag 95% Bij de aanvragen voor een BOPA4 wordt vooroverleg gevoerd en/of eerst een conceptaanvraag ingediend 80% Bij een ingediende bouwmelding wordt direct geconstateerd of ook een (B)OPA nodig is 75% Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht) 10% Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet) 10% Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving 0% Toezicht en handhaving Doel Wat gaan we doen om het doel te behalen? 1 Het UHS vormt de basis voor toezicht en handhaving Toezicht en handhaving wordt uitgevoerd naar gelang de gestelde prioriteiten 2 Integraal samenwerken Tijdig betrekken interne en externe partners 3 Toezicht en handhaving is geen doel op zich, maar een middel Handhaven aan de hand van prioriteiten en effect op de maatschappij 4 Gericht op preventie Zoeken naar oplossingen, waar mogelijk legalisering 5 In- en uitschrijving herstelsancties Kadaster Conform de WKpb 6 Zorgvuldige en kenbare belangenafweging Op basis van inspraak, publicatie en vermelding van rechtsmiddelen 7 Voorkomen van herhaling Consequent en methodisch handhaven 8 Toezicht en handhaving wordt op professionele wijze uitgeoefend We voldoen aan de wettelijke minimumeisen en algemene beginselen van behoorlijk bestuur 9 Risicogericht en informatie gestuurd werken Beschikbare capaciteit inzetten waar het risico op niet-naleving het hoogst is 10 Optimaliseren samenwerkingsverbanden Inhoudelijk wordt tussen/binnen domeinen én met externe partners afgestemd om integraliteit te waarborgen 11 Open, eenduidige en voortvarende werkwijze Met gepaste (mix van) interventie(
- s)een blijvende gedragsverandering realiseren 12 Digitale monitoring Monitoring van doelstellingen gebeurt middels rapportages uit Rx.Mission Prestatie-indicatoren Toezicht en Handhaving Om te monitoren of de doelstellingen behaald worden, zijn de volgende prestatie-indicatoren opgesteld: Onderdeel Prestatie indicator Bij ontvangst van een klacht, melding of informatieverzoek wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met de melder/verzoeker; 100% Organiseren en bijwonen van integraal handhavingsoverleg waar toezichthouders, juridisch en BOA’s bij aanwezig zijn, minimaal vier keer per jaar 100% Na constatering van een onveilige situatie (hoog risico bouw/brandveiligheid/ondermijning/Damocles) wordt deze binnen één week opgepakt 100% Overige constateringen worden binnen vier weken opgepakt 100% Brandonveilige woonsituaties worden binnen drie maanden na constatering opgelost 100% Na ontvangst van een klacht/ melding/ verzoek om handhaving wordt uiterlijk binnen één werkweek contact opgenomen met melder/verzoeker5 100% In het buitengebied vinden minimaal zes controles per maand plaats op de regels uit het tijdelijke omgevingsplan en bestaande bouw 100% Geconstateerde bouwovertredingen n.a.v. een verleende vergunningen worden tijdens de bouw opgelost 75% De overige geconstateerde bouwovertredingen zijn opgelost binnen twee maanden na constatering 90% Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (omgevingsrecht) 15% Maximaal aantal bezwaarschriften gegrond verklaard (APV en Alcoholwet) 15% Maximaal percentage dossiers waarin een ingebrekestelling is gestuurd wegens niet-tijdig beslissen op een verzoek om handhaving 2% Maximaal percentage dossiers waarin een dwangsom is betaald wegens niet tijdig beslissen op een verzoek om handhaving; 0% Bijlage3Jaarverslag Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Wordt zodra vastgesteld, later toegevoegd. Bijlage4Uitvoeringsprogramma 2026 ODZOB WERKPROGRAMMA BEST 2026 Uitvoering in Ontwikkeling Inleiding Doel Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen. Afbakening Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen. Uitgangspunten Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma. Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel). Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (
- m)hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (
- a)verstrekken. Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB. De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer. Financieel kader (in uren) Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken: Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken); Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken); Advies (verzoektaken); Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer (basis- en verzoektaken). Kwaliteit Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd. Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten. Wat willen we bereiken? De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders. Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH) Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel. In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring. Veiligheid: Omgevingsveiligheid Ondermijning en milieucriminaliteit Gezondheid Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Duurzaamheid Energiebesparing Circulaire economie Leefbaarheid Geluid- en geurhinder Basis op orde Actueel bedrijvenbestand Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening? Industrie en agrarisch Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de ini