Verordening rechtspositie Raads- en commissieleden gemeente De Fryske Marren 2025De raad van de gemeente De Fryske Marren, gelezen het voorstel van het Fractievoorzittersoverleg van 18 november 2025; gelet op de artikelen 95, eerste en tweede lid, 96, eerste en tweede lid, en 97, 98, 99 van de Gemeentewet en [de]artikel[en] [3.1.1, vijfde lid,] 3.1.3, eerste lid, (3.1.4, eerste lid, 3.1.8, eerste lid, 3.1.9, eerste lid, 3.3.2, 3.3.3, tweede lid, 3.4.1, eerste lid, en 3.4.2) en 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers; besluit vast te stellen de volgende verordening: Artikel1Definitiebepalingen: In deze verordening wordt verstaan onder: commissielid: lid van een commissie als bedoeld in de artikelen 82, 83 en 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd. griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet. raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel2.Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend per maand. Het bedrag van de toelage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend per maand. Het maximale bedrag van de toelage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. Artikel3.Vaste reiskostenvergoeding woon-werkverkeer voor raads- en commissieleden De betaling van reiskosten voor woon-werkverkeer voor het bijwonen van vergaderingen van de gemeenteraad en commissies vindt plaats via een vaste maandelijkse vergoeding als bedoeld in artikel 3.1.7, lid 1, sub a en artikel 3.4.3, lid 1, sub a van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. De vaste vergoeding wordt berekend op basis van de volgende uitgangspunten: a. aantal vergaderingen per kalenderjaar gedeeld door 12 maanden; b. de reiskostenvergoeding per kilometer is het maximale bedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt; c. voor het berekenen van de enkele reisafstand woon-werkverkeer wordt uitgegaan van de snelste route van de postcode van het woonadres naar de postcode van de vergaderlocatie volgens de routeplanner van het personeelsinformatiesysteem; d. ‘omrij’ kilometers worden niet vergoed. De vaste reiskostenvergoeding wordt doorbetaald tijdens maximaal 6 aaneensluitende weken waarin het raadslid afwezig is. Als er langdurige afwezigheid van het raadslid wordt verwacht, wordt vaste onbelaste reiskostenvergoeding nog uitbetaald tijdens de lopende en de eerstvolgende kalendermaand. De vaste reiskostenvergoeding wordt daarna pas weer uitbetaald vanaf de maand volgend op de maand waarin het raadslid zijn werkzaamheden heeft hervat. Artikel4.Reis- en verblijfkosten voor raads- en commissieleden voor reizen binnen en buiten de gemeente gemaakt voor de uitoefening van de functie. Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1.7 lid 1, sub b en artikel 3.4.3, lid 1, sub b van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel5.Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden Een raads- of commissielid dat wil deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van zijn functie als bedoeld in artikel 3.3.3 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, dient daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij het fractievoorzittersoverleg. Deze aanvraag gaat vergezeld van stukken met inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. Het fractievoorzittersoverleg beslist op de aanvraag op basis van de overlegde stukken. Artikel6.Verzekering raadsleden voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Een raadslid wordt eenmaal per jaar een bedrag toegekend ter hoogte van het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden voor één maand, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers, waarmee het raadslid voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden. Het eerste lid is niet van toepassing op een raadslid dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van tijdelijk ontslag van een raadslid wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, op grond van artikel X12 van de Kieswet. Artikel7.Informatie- en communicatievoorzieningen raads- en commissieleden Een raads- of commissielid tekent een bruikleenovereenkomst wanneer hem ten laste van de gemeente voor de duur van de uitoefening van zijn functie een tabletcomputer met mobiele internetfaciliteit ter beschikking worden gesteld bedoeld in artikel 3.3.2 Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Een raads- of commissielid levert na beëindiging van zijn functie de ter beschikking gestelde tabletcomputer met inbegrip van mobiele internetfaciliteit in bij de gemeente. Artikel8.Aanwijzing als eindheffingsbestanddeel Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelas¬ting 1964 worden aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in arti¬kel 3.3.8 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelas¬ting 1964 worden verder aangewezen de vergoedingen, tegemoetkomingen en verstrekkingen, genoemd in deze verordening, voor zover deze worden gerekend tot een vergoeding, tegemoetkoming of verstrek¬king als bedoeld in artikel 31a, tweede lid, onderdelen a tot en met h, van de Wet op de Loonbelasting 1964. Artikel9.Betaling en declaratie van onkosten Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten die op grond van deze verordening voor vergoeding of tegemoetkoming in aanmerking komen plaats door: a. betaling uit gemeentelijke middelen, op basis van een rechtstreeks aan de gemeente toegezonden factuur, of b. betaling vooruit uit eigen middelen. Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van de voor de declaratie benodigde gegevens, zoals vermeld in het personeelsinformatiesysteem en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. De declaratie en de bewijsstukken worden binnen 60 dagen na factuurdatum of betaling door raads- of commissieleden ingediend via het personeelsinformatiesysteem bij de griffier. Voor zover van toepassing draagt de gemeente er zorg voor dat de betaling aan raads- of commissieleden binnen 30 dagen na het indienen van de aanvraag wordt overgemaakt. Artikel10.Intrekking oude verordening De Verordening rechtspositie raads- en commissieleden en wethouders gemeente De Fryske Marren 2020 wordt ingetrokken. Artikel11.Inwerkingtreding en citeertitel Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie van het Gemeenteblad waarin deze verordening wordt geplaatst. Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente De Fryske Marren 2025. Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente De Fryske Marren d.d. 28 januari 2026.De griffier, De voorzitter,Heleen van Dijk- Beekman Leo Pieter Stoel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.