← Nederland

Omgevingsvisie Goeree-Overflakkee (Goeree-Overflakkee)

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756640 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm1924/2025/Regelinga4325f1ef0eb4db2b77b1f433f030c4a /join/id/stop/work_019 2026-02-10 2026-02-10 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR756640/nld@2026-02-11 /join/id/proces/gm1924/2025/procedurea7f458dbca1d4681a84bdaa88b4c79d1 2026-02-11 2026-02-11 /akn/nl/act/gm1924/2025/Regelinga4325f1ef0eb4db2b77b1f433f030c4a/nld@2026-02-04;07570615 /akn/nl/act/gm1924/2025/Regelinga4325f1ef0eb4db2b77b1f433f030c4a /akn/nl/act/gm1924/2025/Regelinga4325f1ef0eb4db2b77b1f433f030c4a/nld@2026-02-04;07570615 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Goeree-Overflakkee 1 Inleiding 1.1 Waarom een omgevingsvisie? Afbeelding

  1. Kaart met de gemeente Goeree-Overflakkee Een omgevingsvisie is een integrale strategische visie, waarin de gemeente voor de lange termijn doelen en ambities vastlegt voor de fysieke leefomgeving. In deze visie beantwoordt de gemeente vragen als: “Waar willen we woningen bouwen? Wanneer willen we energieneutraal zijn? En hoe willen we dat het landschap er over 25 jaar uitziet?” Een omgevingsvisie is geen concreet plan, het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en de hoofdpunten van het beleid voor de komende 25 jaar. Maar de visie helpt de gemeente wel om alle plannen en het beleid waarin we die doelen uitwerken, samenhangend te maken. De omgevingsvisie is één van de instrumenten uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie komt niet uit het niets. De visie is gebaseerd op de identiteit en de kenmerken van ons landelijk gebied en alle dorpen. We benoemen wat voor ons van waarde is en wat we willen beschermen. In deze omgevingsvisie vinden we lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. Maar vooral hoe wij als gemeente met onze eigen kwaliteiten, wensen en doelen dit willen bereiken. Met andere woorden: het is de stip op de horizon voor onze fysieke leefomgeving van Goeree-Overflakkee in 2050 met 2035 als tussenstap.Sinds 2024 is de Omgevingswet in werking, waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn gebundeld. 26 losse wetten zijn geïntegreerd in één wet. Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’, wat is vertaald in twee maatschappelijke doelen: Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden. De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. De gemeentelijke omgevingsvisie is één van de juridisch verplichte instrumenten van de Omgevingswet. De ambities en doelen in deze visie vormen de koers van het handelen van de gemeente in de fysieke leefomgeving. Een omgevingsvisie is niet bindend voor inwoners. Het schept geen juridische rechten of plichten naar inwoners, partners en organisaties. Dat wil zeggen dat inwoners niet hoeven uit te voeren wat er in de omgevingsvisie staat. De omgevingsvisie is wel bindend voor de gemeente. De gemeente zal de omgevingsvisie bovendien gebruiken om straks de regels, die in het omgevingsplan komen te staan aan te passen. Vervolgens werken we de essentie van de visie samen met de samenleving uit in omgevingsprogramma’s. Hierin vertalen we de omgevingsvisie naar uitvoering. Afbeelding
  2. Participatiemomenten 1.2 Totstandkoming van de omgevingsvisie Als gemeente staan we niet alleen aan het roer om de ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. Vanuit deze gedachte werken we samen met ruimtegebruikers en initiatiefnemers: een samenleving die aan zet wil zijn. De totstandkoming van de omgevingsvisie is dan ook gevoed door en getoetst bij diverse gebruikers van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is opgesteld in drie fases, met een uitgebreid participatie traject. a. De vraagstukkenfase. In deze fase haalden we op welke trends en ontwikkelingen op ons af komen. Ook keken we naar welke vraagstukken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst hebben. De betrokkenheid vond plaats door interviews met belanghebbenden en een inwonersenquête. Het resultaat hiervan was de uitgangspuntennotitie. Hierin werd beschreven wat de kwaliteiten van de gemeente, de belangrijkste (beleids-) uitgangspunten en de opgaven waarvoor de gemeente zich voor de toekomst gesteld ziet. b. De oplossingenfase. In deze fase gingen we opzoek naar oplossingen voor de vraagstukken uit de eerste fase. Dit hebben we gedaan met een uitgebreid ambtelijk en maatschappelijk proces. Hierin zaten drie bewonersbijeenkomsten, verdeeld over het eiland en sessies met maatschappelijke partijen en ketenpartners. Het resultaat hiervan was een memo met hierin de gedragen ideeën en dilemma’s. Bij de dilemma’s ging het vaak over duidelijk verschillende meningen en belangen of oplossingsrichtingen die met elkaar botsen. c. De visiefase. In deze fase hebben we de daadwerkelijke omgevingsvisie opgesteld, het is de visiefase. De rode draad uit fase 2 werkten wein eerste instantie uit in een visie op hoofdlijnen. In meerdere bijeenkomsten doordachten we de hoofdlijnen van het te voeren beleid, die verder zijn uitgewerkt tot een concept omgevingsvisie. Deze is in februari en maart 2025 voorgelegd aan het college van B&W met de vraag om de visie vrij te geven voor maatschappelijk debat. In april 2025 kregen inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties de gelegenheid tijdens een inwonersparticipatietraject hoe de visie verbeterd kan worden en wie welke rol moet krijgen in de uitvoering. In het hiernaast opgenomen schema ziet u het doorlopen proces schematisch weergegeven. In het proces maakten we een onderscheid tussen de betrokkenheid van de inwoners en organisaties, de ambtenaren en het bestuur. Zij zitten heel precies na elkaar, zodat de te nemen beslissingen stapsgewijs worden genomen. Afbeelding
  3. Processchema omgevingsvisie 1.3 Relatie met andere visies De gemeente heeft eerder allerlei visies opgesteld en werkt ook in regionaal verband samen aan diverse beleidstrajecten. In voorliggende omgevingsvisie hebben we al onze doelen en ambities voor de fysieke leefomgeving uit deze beleidstrajecten bij elkaar gebracht tot een integraal geheel. Wanneer we in nieuwe beleidstrajecten nieuwe doelen en ambities voor onze fysieke leefomgeving stellen, zullen we onze omgevingsvisie hierop aanvullen/aanpassen. De omgevingsvisie vervangt onze huidige structuurvisie. De tactische en uitvoerende delen van andere visies en beleidsdocumenten blijven geldig en zullen in een later stadium (mogelijk) overgaan in een omgevingsprogramma. De omgevingsvisie is onze gemeentelijke visie. We hebben daarbij zoveel mogelijk aangesloten bij de doelen in de huidige omgevingsvisies van de provincie en het Rijk. Waar de doelen van de gemeente iets afwijken van die hogere overheden hebben we gekozen om onze eigen doelen te verwoorden. Dit is wat wij namens onze inwoners willen. In de omgevingsvisie wordt onderbouwd waarom we deze doelen stellen. We willen de omgevingsvisie actueel houden en tegelijk voldoende zekerheid bieden voor een constante koers richting de toekomst. Daarom evalueren we elke twee jaar of de omgevingsvisie nog voldoende actueel is en passen we deze zo nodig op onderdelen aan. Toch kan het zijn dat andere overheden wetten of regels vaststellen die uitvoering van onze omgevingsvisie in de weg zitten. In dat geval geldt onze omgevingsvisie als onderbouwing wat we als gemeente willen, zodat we met deze overheden in gesprek kunnen gaan. 1.4 Leeswijzer De omgevingsvisie is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 2 gaan we in op de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten van de gemeente, inclusief een samenvatting van het bestaande beleid en de opgaven die spelen. Dit vormt de basis voor de gemaakte keuzes, die passen bij de gemeente en die de identiteit van Goeree-Overflakkee vormen. In hoofdstuk 3 beschrijven we vervolgens de ambities en doelen in thematische wijze. Hierna beschrijven we in hoofdstuk 4 de ambities en doelen voor de verschillende gebieden in de gemeente. Ten slotte in hoofdstuk 5geven we een doorkijk naar de uitvoering van deze visie en welke stappen daarvoor nog gezet dienen te worden. Afbeelding
  4. Kaarten van de Maasmond uit 1673 Afbeelding
  5. Goeree-Overflakkee uit 1811 zien hoe twee eilanden één eiland werd 2 Kernkwaliteiten van Goeree-Overflakkee 2.1 Ontstaansgeschiedenis Goeree-Overflakkee oeree-Overflakkee ontstaat als (in het holoceen) voor de kust van het huidige Nederland een reeks strandwallen ontstaat, waarachter slikken en kwelders tot ontwikkeling komen. Kwelders of gorzen zijn onbedijkte aangeslibde kleibanken die enkel nog bij extreem hoge waterstanden onder water lopen. Slikken zijn droogvallende landplaten die door de getijdewerking twee keer per dag onder water lopen. De strandwallen en kwelders vormden eilandjes waar de eerste permanente bewoning mogelijk was. In de late middeleeuwen worden deze eilandjes langzaam allemaal bedijkt. Zo ontstaan in de 15de eeuw de oudste ringpolders van het eiland zoals Dirksland, Herkingen, Grijsoord, Middelharnis- Sommelsdijk en Ooltgensplaat. Rondom deze polders liggen slikken en kreken die in de eeuwen daarna ook ingepolderd raken in de vorm van aanwaspolders. Dit proces zorgt ervoor dat al deze eilandjes uiteindelijk samenklonteren tot twee grote eilanden. Het eiland Goeree wordt gekenmerkt door de strandwallen, duinen en strandpolders. Het andere eiland Overflakkee wordt gekenmerkt door haar ring- en aanwaspolders (van klei). De aanleg van de Statendam in 1751 zorgt er tot slot voor dat de twee eilanden (Goeree en Overflakkee) met elkaar verbonden raken. Door de verdere inpoldering van de slikken en gorzen langs deze dam ontstaat de hals (met jonge aanwaspolders uit de 18de en 19de eeuw). De hals gaat het tussenstuk vormen dat de kop (Goeree) en romp (Overflakkee) met elkaar verbindt tot één groot eiland. De laatste grote naoorlogse aanpassingen aan het landschap van Goeree-Overflakkee zijn de deltawerken die de nieuwe entrees vormen van het eiland, de ruilverkaveling en de expansie van dorpskernen en recreatieparken in de polder. Afbeelding
  6. Kwaliteitenkaart - Legenda 2.2 Kwaliteiten van Goeree-Overflakkee Het landschap van Goeree-Overflakkee bestaat in het kort uit vier zones met de (nieuwe en oude) entrees van het eiland en cultuurhistorische bakens. Aan de Noordzeekust liggen brede zandstranden en de (strand)duinen met daarachter schurvelingen en enkele strandpolders. Vervolgens zien we het gemaakte land dat bestaat uit dijken & kleipolders (ring & aanwaspolder). Buitendijks liggen slikken en schorren (met getijde natuur). Op het zand, langs dijken (bij oude kreekmondingen) en in polder zijn in de loop der tijd verschillende dorpskernen ontstaan. De havenkanalen en (ingedamde) kreken vormen de oude entrees van het eiland toen het eiland enkel via het water te bereiken was. De aanleg van de deltawerken zorgde voor de vier huidige hoofdentrees van het eiland. Tot slot onderscheidt het eiland zich door een reeks van cultuurhistorische bakens zoals vuurtoren, kerktorens, een fort (Fort Prins Frederik in Ooltgensplaat), windmolen en havens. Bijzondere elementen De gemeente kent naast bijzondere landschappen ook veel cultuurhistorisch waardevolle elementen. Zo beschikt de gemeente over maar liefst 14 havens, waarvan er tien in eigendom zijn van de gemeente. Nagenoeg elke kern beschikt dus over een eigen haven. De gemeente is op deze manier meer verbonden met het water dan welke gemeente ook. Een bijzonder fenomeen vormen ook de havenkanalen. Deze zijn ontstaan om havens bereikbaar te houden ondanks het steeds verder opslibbende land. Eveneens gekoppeld aan het water kenmerkt Goeree-Overflakkee zich door een reeks van cultuurhistorische bakens zoals vuurtorens. Ook kent elk dorp een of meerdere kerken, waarvan een aantal al bijzonder oud is. Zo stamt de kerk van Sommelsdijk oorspronkelijk uit 1499, hoewel hij door brand wel grotendeels herbouwd is. Een ander voorbeeld is de (oudste) kerk van Den Bommel, die uit 1646 stamt. Aan de oostzijde van de gemeente kent de gemeente een fort, Fort Prins Frederik. Deze is in 1811 gebouwd als onderdeel van de Zuiderwaterlinie. In 2018 heeft de gemeente het fort gekocht met als doel om het gebied op te knappen en de historie (weer) herkenbaar te maken. Afbeelding
  7. Waardevolle polders van het eiland Afbeelding
  8. Waardevolle polders van het eiland - Legenda 2.3 De cultuurhistorische kwaliteiten van de polders Zoals in voorgaande paragraaf al genoemd kenmerkt ons landschap zich door een diversiteit aan (cultuurhistorische) kwaliteiten. Hierna lichten we deze kwaliteiten per polder toe. Zandpolders: Op Goeree-Overflakkee vond de eerste bewoning plaats op de relatief veilige en hooggelegen strandwallen. De Goereese duinen typeren grote delen van de niet-ontgonnen delen van dit strandwallenlandschap. De duinen kennen een herkenbare historische opbouw van oost naar west. Het ontgonnen gedeelte van het strandwallenlandschap wordt getypeerd door haar schurvelingen, zandwallen en elzenmeten. Schurvelingen zijn begroeide aarden afscheidingswallen met aan weerszijden een greppel. Ze werden in de Middeleeuwen aangelegd rondom akkers bij de egalisering van de strandwallen. Ze dienden van oudsher als een eigendomsafscheiding, een veekering en/of voor geriefhout. Later zijn deze akkers in de 19de en 20ste eeuw nog een keer afgegraven (oftewel uitgemijnd) waardoor veel van deze wallen zijn opgehoogd en in de volksmond hoagten genoemd worden. Dit maakt het schurvelingengebied een kleinschalig, besloten landschap dat van bijzondere cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke waarde is. Een groot deel van dit schurvelingenlandschap is een beschermd kroonjuweel. Daarin is het hele samenhangende landschap van de strandwallen, de groene kamers en de lintbebouwing beschermd. De kreken aan de binnenduinrand raakten ingepolderd. Dit is het huidige Middelland. Het zijn gelijk ook de oudste polders van het eiland. Deze polders hebben een zeer open karakter ondanks haar onregelmatige, kleinschalige verkaveling en duidelijk herkenbare krekenstructuur. Dit komt door de van oudsher natte bodem die ervoor gezorgd heeft dat het voornamelijk in gebruik is gebleven als weidegrond voor veehouderijen. Het is dan ook een waardevol weidevogelgebied. Ook aan de westzijde van de kop zijn kreken ingepolderd. Dit zijn de huidige strandpolders die zeer open en vlak zijn en een rechtlijnige verkaveling hebben. Ook in deze polders ontbreekt het nagenoeg aan beplanting en bebouwing. Ringpolders: Vanuit historisch perspectief zijn deze polders heel bijzonder, omdat hier het kleilandschap van Goeree-Overflakkee is ontstaan. Tegelijkertijd vonden hier de meeste stedelijke ontwikkelingen plaats. Belangrijk voor deze polders is het herkenbaar houden van de historische (groene) ringdijk. De niet-stedelijke delen zijn vaak bijzonder open en bieden weidse zichten. Cultuurhistorisch waardevolle aanwaspolders: Dit zijn relatief kleine sikkelvormige polders die door aanslibbing en bedijking eeuwen geleden aan de ringdijkpolders zijn toegevoegd. Door de relatieve kleinschaligheid beleef je de 15 polder optimaal, je ziet vaak in meerdere richtingen de groene dijken liggen. Binnen de polder bestaat een afwisseling tussen openheid en beslotenheid in de vorm van bomenlanen en erfbeplantingen. Het grondgebruik is agrarisch. In meerdere aanwaspolders vinden we kreken of kreekresten. Overige aanwaspolders: Een deel van de aanwaspolders heeft niet alle kenmerken van de cultuurhistorisch waardevolle aanwaspolders. Ze zijn deels al ingenomen door andere ontwikkelingen. Ook heeft een deel van deze polders geen groene dijken of kreken. Vaak omdat ze van een latere datum zijn. Met name aan de westkant van Overflakkee en in de ‘hals’ van het eiland (ten noorden van de Statendam) bevinden zich polders met minder bijzondere historische kenmerken. 2.4 Het natuurnetwerk Het natuurnetwerk van Goeree-Overflakkee bestaat hoofdzakelijk uit grotere natuurgebieden zoals de duinen (zoals de Kwade Hoek), gorzen en slikken (waaronder de Slikken van Flakkee, de Hellegatsplaten en het Zuiderdiep. De kreken en havenkanalen vormen op het eiland zelf belangrijke ecologische verbindingszones die het eiland dooraderen. De duinen worden gekenmerkt door haar overgangen zoals van nat naar droog, van zilt naar zoet, van kalkrijk naar kalkarm en van voedselrijk naar voedselarm. De hoge mate van dynamiek zorgt voor een rijke variatie aan verschillende natuurtypen (oftewel successiestadia). Voorbeelden hiervan zijn de begroeide strandduinen, open duinen, duinheide, -bossen en -valleien. Dit maakt dat de duinen ook een belangrijke broed- en rustplek zijn voor treken zeevogels. Verder zijn ze ook van belang voor bijzondere flora en fauna zoals mossen, kranswieren, varens, paddenstoelen, dagvlinders, amfibieën en kleinere zoogdieren. De kreken zijn belangrijk voor de groenblauwe dooradering van het binnendijkse landschap. Ze functioneren als ecologische verbindingszones. Water- en landdieren kunnen zich namelijk langs deze waterlopen verplaatsen in en rondom het eiland. De kreekgraslanden en rietkragen langs de kreken zijn tot slot ook fijne broedplekken voor vogels. Afbeelding
  9. De Natuurkaart - Legenda Kenmerken van het watersysteem in onze gemeente Het eiland ligt in een delta waar verschillende rivierlopen en de Noordzee elkaar treffen. De wateren rondom het eiland gaan van oudsher geleidelijk over van zoet naar zout. Verder is er ook sprake van getijdewerking in deze wateren. Dit zorgt voor de dagelijkse wisseling van eb en vloed. Om permanente bewoning op het eiland mogelijk te maken was de aanleg van waterkeringen noodzakelijk. Het eiland wordt daarom grotendeels omringd door een zeedijk. Enkel direct aan de Noordzeekust zorgt een combinatie van duinen en enkele dijken voor de zeewaterkering. Door de komst van de deltawerken is de getijdewerking in grote delen van de delta verdwenen. Dit is het geval bij het Grevelingenmeer en het Volkerakrandmeer. Een uitzondering is het Haringvliet waar getijdewerking opnieuw is geïntroduceerd na het kierbesluit
  10. Op het eiland vormen een aantal kreken van oudsher getijdebekkens die het water afvoeren vanuit de kwelders en slikken naar het open water. Ook na de inpoldering van het eiland hebben deze waterlopen deze functie behouden. Ze zijn namelijk allemaal voorzien van een spuisluis die het mogelijk maakt om het binnendijkse water te lozen in de buitendijkse wateren. Behalve voor de waterafvoer, zijn deze waterlopen ook essentieel voor de aanvoer van zoetwater. Er is namelijk sprake van verzilting (door o.a. kwel) in de polders. Dit zorgt ervoor dat doorspoeling noodzakelijk is om landbouw te kunnen blijven uitoefenen op het eiland. Hiervoor zijn er enkele inlaten aangelegd die zoetwater via een gemaal aanvoeren vanuit het Haringvliet. Het zoete water wordt daarna via een stelsel van sloten verdeeld zodanig dat de verdere verzilting van de polders kan worden ingeperkt. Wel maakt dit het watersysteem sterk afhankelijk van de aanvoer van zoetwater. Nu gaat dit nog goed, maar in de toekomst lijkt dit helaas niet altijd meer gegarandeerd en zullen we ons tot het uiterste in moeten spannen om zoetwater beschikbaar te krijgen en houden. Bij (extreem) lage rivierwaterstanden wordt het Haringvliet landinwaarts steeds brakker. Hierdoor kunnen niet meer alle inlaten gebruikt worden voor de aanvoer van zoetwater. Tot slot wordt op het eiland drinkwater geproduceerd in de duinen. Er is een inlaat en een waterleiding aangelegd waardoor er zoetwater uit het Haringvliet gehaald kan worden voor de drinkwaterproductie. Afbeelding
  11. De waterkaart - Legenda Afbeelding
  12. Deze twee kaarten laten zien hoe het watersysteem op het eiland tijdens de winter of dezomer functioneert. (bron: Landschapsprofiel Overflakkee, Marlies van Diest ontwerp 2023) 2.5 De historische opbouw van de dorpskernen De duinen en strandwallen vormden op het eiland de eerste plekken waar bewoning mogelijk was. Sporen van permanente bewoning gaan terug naar de romeinse- of ijzertijd. Met de inpoldering van kwelders en later slikken ontstonden ook op de rest van het eiland plekken om te wonen. Dit gebeurde in een aantal verschillende dorpstypes. Voorstraatnederzettingen (bij de monding van ingedamde kreken of sleuteldorpen) is het meest voorkomende type op het eiland. Verder wordt het eiland in mindere mate gekenmerkt door typologieën zoals dijklinten-, kerkring-, zandlintdorpen en een voormalig vestingstadje. Afbeelding
  13. De dorpskernenkaart - Legenda Zandlintdorp Dit dorpstype is ontstaan op een hoger gelegen gedeelte van de strandwallen. Vanuit de kerk loopt een wijdvertakt organisch netwerk van meerdere bebouwingslinten die verweven zijn met het schurvelingenlandschap. Ouddorp is het enige voorbeeld van dit dorpstype. Voorstraatnederzetting (sleuteldorp) Aan de monding van ingedamde kreken bij de (voormalige) zeedijk zijn dorpen met een haven ontstaan. Kenmerkend aan dit dorpstype is dat er haaks op de dijk een straat ligt. In de meeste gevallen eindigt deze voorstraat bij een plein met een kerk die het hart vormt van het dorp. De meeste dorpen vallen onder dit type, zoals Stellendam, Dirksland, Stad aan ’t Haringvliet, Den Bommel, Oude- Tonge, Ooltgensplaat, Sommelsdijk en Middelharnis. Nieuwe-Tonge heeft ondanks het ontbreken vaneen haven ook een kenmerkende opbouw van een centraal gelegen kerk met daaraan verschillende dijken als historische structuurdragers. Dijklint Langs voormalige buitendijken die hun waterkerende functie hebben verloren, zijn dorpen ontstaan van dit type. Herkingen, Melissant en Achthuizen zijn voorbeelden van dijklintdorpen. Stedelijke kern Tot dit type behoren nederzettingen die in de middeleeuwen uitgroeiden tot vestingsteden. Deze (handels)plaatsen die militair van strategisch belang waren, werden versterkt met een stadswalen een gracht. De kern is opgebouwd rondom het havenkanaal en een markt(plein). Rondom het centrum zijn vaak nog enkele sporen zichtbaar van de ontmantelde stadwallen en grachten (die na de invoering v.d. Vestingswet uit 1874 grotendeels verdwenen zijn). Goedereede is de enige vestingstad op het eiland. Intermezzo beschermde stads- en dorpsgezichten Onze gemeente heeft een zeer rijke historie. In Goedereede en Middelharnis-Sommelsdijk zien we deze historie heel nadrukkelijk terugkomen, bijvoorbeeld door de grote hoeveelheid monumentale en karakteristieke gebouwen dicht bij elkaar en de karakteristieke stedenbouwkundige opzet. Op deze plekken is sprake van een ‘beschermd stads-/dorpsgezicht’ en hanteren we een speciale bescherming. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn hier alleen mogelijk als ze de uitstraling en het karakter van de beschermde gezichten niet belemmeringen. Afbeelding
  14. Impressie en begrenzing beschermde stads- en dorpsgezichten Afbeelding
  15. Impressie en begrenzing beschermde stads- en dorpsgezichten Afbeelding
  16. Impressie en begrenzing beschermde stads- en dorpsgezichten Afbeelding
  17. Impressie en begrenzing beschermde stads- en dorpsgezichten 3 Trends, ontwikkelingen en opgaven op Goeree-Overflakkee 3.1 Trends en ontwikkelingen In de Uitgangspuntennotitie hebben we bepaald over welke vraagstukken de omgevingsvisie moet gaan. Daarvoor hebben we gekeken naar algemene trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen, thema’s die vanuit de Omgevingswet aandacht vragen en vraagstukken uit de samenleving. Dit wordt hierna samenvattend uiteengezet. Trends en ontwikkelingen zijn één van de drijvende krachten achter veranderingen in de leefomgeving en daarom zeer relevant. Onderstaande trends en ontwikkelingen vragen om een strategisch antwoord in de omgevingsvisie. Demografie en Wonen De veranderende bevolkingssamenstelling De bevolking op Goeree-Overflakkee vergrijst sterk. Daarnaast neemt het aantal migranten en eenpersoonshuishoudens toe. Hierdoor is er meer vraag naar andere woningtypes. De woningmarkt is uit balans De vraag naar woningen is groter dan het aanbod. Dit drukt op de betaalbaarheid van woningen, wat met name voor starters een probleem is. Sociale huurwoningen zijn schaars en kennen hele lange wachttijden. Langer thuis blijven wonen Sinds de invoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) moeten ouderen langer zelfstandig thuis wonen. Hierdoor is meer thuiszorg, mantelzorg en zijn meer levensloopbestendige woningen nodig. Verenigingsleven Inwoners zijn steeds minder lang lid van verenigingen. Ook kampen veel verenigingen met een afname van vrijwilligers en bestuursleden. Het aantal jeugdleden is bij sommige verenigingen afgenomen waardoor samenwerkingen met andere verenigingen nodig zijn. De Leefomgeving Klimaatverandering bedreigt leefomgeving Veranderende weerpatronen leiden tot meer extremen, zoals hevige buien, droogte en natuurbranden. Daarnaast ontstaan nieuwe ziektes en plagen en neemt de biodiversiteit af. Energietransitie Klimaatverandering en grondstoffenschaarste zorgen voor een grotere behoefte aan de overgang naar duurzame energie. Energie besparen en de inzet hernieuwbare energie staat centraal, daarbij is te denken aan zon op dak en windenergie, maar ook aan waterstof en warmtenetten. Netcongestie maakt opslag van energie noodzakelijk. Op de lange termijn worden nieuwe energieoplossingen verwacht, maar deze zijn nog onzeker. Aan de energietransitie en de ontwikkelingen rondom ‘alternatieve’ energieopwekking en – buffering zijn ook(nieuwe) veiligheidsrisico’s verbonden. Technologie verandert leefpatronen We werken flexibeler, ons koop- en vrijetijdsgedrag wordt intensiever en gevarieerder en sociale netwerken verschuiven naar zowel fysieke als virtuele vormen. Door digitale technologie kunnen we steeds meer vanuit huis doen. Virtuele bijeenkomsten en activiteiten zijn blijvend toegenomen, wat leidt tot veranderingen in mobiliteit en ontmoetingen. Vrije tijd en recreatie Wensen recreanten veranderen Mensen zoeken meer keuzevrijheid, intense ervaringen en vermaak, wat leidt tot een beleveniscultuur en festivalisering. Daartegenover staat dat veel mensen ook zoeken naar authentieke belevingen, steeds meer geïnteresseerd zijn in cultuur en geschiedenis en natuurbeleving belangrijk vinden.\ Mobiliteit Toenemende mobiliteit Toenemende mobiliteit zet druk op wegen en OV, terwijl technologische innovaties zoals de e-bike het fietsgebruik stimuleren, ook over grotere afstanden. Toegang tot mobiliteit blijft cruciaal voor onderwijs, werk en voorzieningen. Zeker voor de context van ons eiland geldt dat de relatief grote afstanden en het beperkte OV-aanbod zorgen voor een meer dan gemiddeld autogebruik. Nieuwe manieren van reizen In toenemende mate zien we dat mensen op verschillende manieren reizen. Steeds vaker worden daarbij ook meerdere reisvormen gecombineerd: r wordt een ketenreis gemaakt. Bijvoorbeeld eerst wandelen of fietsen naar de bushalte om vervolgens na de busreis op de trein te stappen richting de eindbestemming. Bovendien zien we dat er steeds meer plekken komen waar allerlei vervoersvormen en -stromen bij elkaar komen: mobiliteitshubs. Het gaat om bijvoorbeeld treinstations, centrale bushaltes of P+R’s. Vaak zijn op deze plekken ook andere faciliteiten terug te vinden zoals vormen van deelmobiliteit, parkeergelegenheid, oplaadpunten en pakketpunten. Daarbij kan zowel aandacht zijn voor de auto als de fiets. Ook slimme manieren om mensen beter over onze infrastructuur verspreiden zien we daarbij terugkomen. Denk aan dynamische reisinformatie of apps, waarbij Mobility as a Service (MaaS) wordt aangeboden. Zo zetten we ook in op het op een zo efficiënt en prettig mogelijke manier van (keten)reizen. Afbeelding
  18. Enkele demografische statistieken over Goeree-Overflakkee Economie De economie verandert Veel bedrijven worden grootschaliger en automatiseren processen, wat leidt tot een grotere vraag naar gespecialiseerd personeel. Dit vergroot de in- en uitgaande pendel. Tegelijkertijd zien we een groei van lokaal georiënteerde bedrijven en evolueren bedrijventerreinen van monofunctionele naar multifunctionele gebieden. Transitie in de economie De economie maakt een transitie naar circulaire en digitale modellen, beïnvloed door automatisering en technologische ontwikkelingen zoals AI. Hybride bedrijfsmodellen worden gebruikelijker, passen niet binnen statische regelgeving en zorgen vaak ook voor een ruimtebeslag. Het winkelen verandert Door de toename van online winkelen staan winkelcentra meer onder druk. Hybride winkel-concepten, zoals de combinatie van winkels en horeca, worden populairder en richten zich meer op beleving. Landelijk Gebied en Duurzaamheid Het landelijk gebied verandert Het landelijk gebied transformeert steeds meer naar een multifunctioneel leef- en werkgebied, waarbij het aantal landbouwbedrijven afneemt, steeds meer bedrijven specialiseren en innoveren of juist een nevenfunctie hebben en ook nieuwe functies ontstaan als gevolg van bedrijfsbeëindiging. Schaalvergroting en schaalverkleining vinden naast elkaar plaats. De energietransitie met windmolens en zonnevelden heeft steeds meer invloed op het landschap. Duurzaamheid in alle sectoren Duurzaamheid en milieubescherming krijgen steeds meer aandacht in diverse sectoren, zoals landbouw, waar kringloop- en natuurinclusieve landbouw opkomen. Er wordt strenger toegezien op de impact op natuur, bodem en waterkwaliteit, terwijl ook circulaire grondstofstromen en natuur- 3.2 Conclusies uit het maatschappelijk proces In april en mei 2024 hebben we meer dan 100 inwoners, ondernemers, jongeren en maatschappelijke organisaties gesproken over hun ideeën voor de plek waar we wonen, werken en leven. Daarnaast hebben ruim 500 inwoners een enquête ingevuld over een aantal hoofdkeuzes voor de toekomst van Goeree-Overflakkee. Om veel verschillende mensen te bereiken, organiseerden we, naast genoemde enquête, drie fysieke bijeenkomsten voor bewoners, verdeeld over het eiland, een digitale bijeenkomst en een bijeenkomst met maatschappelijke partijen op de kop van Goeree. In alle bijeenkomsten is de deelnemers een aantal mogelijke toekomstscenario’s voorgelegd. Business as usual: we pakken de opgaven zoals we dat al jaren doen: Specialiseren: we pakken de opgaven aan door verschillende delen van het eiland een andere rol en functie te geven. Dorpen en polders specialiseren zich. Technologisch innoveren: we pakken de opgaven aan door zoveel mogelijk inzet van nieuwe technieken. Deze toekomstscenario’s waren de uitkomst van een uitgebreide analyse, die door LOS en de beleidsmedewerkers van de gemeente is uitgevoerd. Hieronder is een korte samenvatting opgenomen van de genoemde scenario’s. In de bijeenkomsten zijn argumenten voor en tegen de genoemde ideeën en scenario’s opgehaald en nieuwe oplossingen naar boven gekomen. Afbeelding
  19. De resultaten uit de digitale enquête 3.3 Gedragen keuzes uit het maatschappelijk proces lgemeen In algemene zin is er veel draagvlak voor het onderdeel wonen en voorzieningen uit het scenario ‘business as usual’. Ieder dorp moet zich maximaal kunnen ontwikkelen op het vlak van wonen en het versterken van haar voorzieningen. Wel is er op de lange termijn ruimte voor de dorpen om zich meer van elkaar te kunnen onderscheiden of specialiseren. Zo kunnen bepaalde dorpen zich bijvoorbeeld meer recreatief ontwikkelen en andere dorpen kunnen zich dan weer specialiseren in specifieke vormen van bedrijvigheid. Enkele dorpen, zoals Middelharnis, Oude-Tonge en Dirksland hebben zich al gespecialiseerd in bepaalde type voorzieningen, zoals het zwembad, ziekenhuis, sporthal, (voorgezet- en beroeps-) onderwijs en niet dagelijkse voorzieningen. Wonen Bouwen in de toekomst voor de behoefte van het eiland en een beetje extra. Woningbouw ook na 2030 (naar behoefte) spreiden over alle dorpen. Blijvende aandacht voor aandachtsgroepen en de betaalbaarheid van woningen en groepenzoveel mogelijk mixen. Accent leggen op bouwen binnen de bebouwde kom om zo wonen voor doelgroepen rondom de centra en voorzieningen mogelijk te maken. Hoogbouw is mogelijk, maar moet passen binnen het dorpse karakter. Per dorp enige uitbreidingsruimte bieden. Milieu en omgevingsvisie De Omgevingswet biedt meer flexibiliteit om maatwerk te leveren op milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit en geur. De wet stelt gemeenten in staat eigen normen vast te stellen, mits deze vertaald worden naar concrete regels in het omgevingsplan. Milieu-aspecten werken o.a. door in: De keuze voor onze toekomstige woningbouwlocaties. De spelregels die we opstellen voor herstructureringslocaties. De ambities voor de verduurzaming van de landbouw. Voorzieningen Zolang mogelijk behouden van basisvoorzieningen in elke kern en daarbij inzetten op het multifunctioneler gebruik van accommodaties. Inzetten op meer activiteiten en bezigheden voor jongeren. Inzetten van meer technologie bij voorzieningen zolang dat een aanvulling is op bestaande fysiek aanwezige voorzieningen. Mobiliteit Dorpen moeten beter worden aangesloten op de hoofdwegen om de doorstroming te verbeteren. Locatiekeuzes voor recreatie, bedrijven en grotere woongebieden mede afhankelijk maken van de bereikbaarheid. Stimuleren van duurzame vormen van vervoer. Lokaal kan meer worden ingezet op het gebruik van de fiets bij de inrichting van wegen of voorrangssituaties. Daarnaast is het behouden en verbeteren van OV-verbindingen belangrijk. Verlagen van de verkeersdruk op de Kop van Goeree. Recreatie Verlagen van de druk van recreatie op natuur en de dorpen. Toekomstige recreatie vindt plaats zonder te grote druk op de woonkernen en natuur. Spreiden van de recreatie over (meerdere plekken op) het eiland. Voorkomen dat nieuwe recreatieparken permanent bewoond gaan worden. Landbouwontwikkeling Behoud van ruimte voor de ontwikkeling van de landbouw. Inzet van technologie om voldoende zoetwater in het watersysteem te houden. Meer zoetwater in de bodem vasthouden. Blijvend zoeken naar teelten met een goed verdienmodel, bijvoorbeeld zoutminnende teelten. Een hogere kwaliteit (en meer biodiversiteit) van de natuurgebieden. Het inzetten op een hogere biodiversiteit bereiken in het landelijk gebied en het bevorderen van meer natuur-inclusieve vormen van landbouw. Afbeelding
  20. Het mogelijke toekomstscenario Business as Usual laat zien hoe Goeree-Overflakkee zich ontwikkelt als we de opgaven aanpakken zoals we dat al jaren doen. Afbeelding
  21. Het mogelijke toekomstscenario technologisch innoveren laat zien hoe Goeree-Overflakkee zich ontwikkelt als we de opgaven aanpakken door zoveel mogelijk inzet van nieuwe technieken. Afbeelding
  22. Het mogelijke toekomstscenario specialiseren laat zien hoe Goeree-Overflakkee zich ontwikkelt als we de opgaven aanpakken door verschillende delen van het eiland een andere rol en functie te geven. 3.4 Nieuwe thema's vanuit de Omgevingswet De Omgevingswet bevordert een integrale benadering van de fysieke leefomgeving en introduceert nieuwe thema’s zoals gezondheid, milieu, duurzaamheid en veiligheid. Gezondheid Gezondheid is niet alleen ziektepreventie, maar een breed concept van welbevinden, inclusief psychisch en sociaal welzijn. We werken toe naar een gezonde generatie met weerbare gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Het beleid kijkt integraal naar milieuaspecten (zoals geluid, geur, fijnstof), fysieke activiteit, en de invloed van de omgeving op de gezondheid, zoals het belang van een schone, veilige en groene leefomgeving.Gezondheid werkt o.a. door in: De toekomstige inrichting van de openbare ruimte, waaronder het (gebruik van) groen en het aanmoedigen tot beweging. De keuze voor onze toekomstige woningbouwlocaties. De beschikbaarheid en nabijheid van voorzieningen en ontmoetingsplekken. Milieu en omgevingsvisie De Omgevingswet biedt meer flexibiliteit om maatwerk te leveren op milieuaspecten zoals geluid, luchtkwaliteit en geur. De wet stelt gemeenten in staat eigen normen vast te stellen, mits deze vertaald worden naar concrete regels in het omgevingsplan. Milieu-aspecten werken o.a. door in: De keuze voor onze toekomstige woningbouwlocaties. De spelregels die we opstellen voor herstructureringslocaties. De ambities voor de verduurzaming van de landbouw. Duurzaamheid Duurzaamheid wordt vanuit verschillende invalshoeken benaderd, van energietransitie tot biodiversiteit en milieu. De wet benadrukt de transitie naar duurzame energiebronnen zoals wind- en zonne-energie en maakt duurzaamheid een integraal onderdeel van thema’s, zoals natuur, landbouw en de waterhuishouding. Duurzaamheid werkt o.a. door in: Onze visie op de energietransitie en de effecten daarvan op onze fysieke leefomgeving. De ambities voor de verduurzaming van de landbouw. De ambities voor de verduurzaming en ontwikkeling van onze lokale economie. De ambities voor de ontwikkeling van de recreatiesector. De keuzes rond bescherming en verbinden van natuurgebieden. De regels die we stellen aan duurzaam bouwen. Veiligheid De focus ligt op preventie en het vermijden van risico’s in plaats van op het handhaven van regels achteraf. Gemeenten moeten risico-beheersing en veiligheid i.s.m. de Veiligheidsregio integraal in hun plannen opnemen. Veiligheid werkt o.a. door in: De inrichting van de openbare ruimte, waarin de fietser en wandelaar een meer centrale rol krijgen. De keuze voor onze toekomstige woningbouwlocaties. Aan de energietransitie kunnen veiligheidsrisico’s met effecten op de fysieke leefomgeving verbonden zijn. Daarom gebeurt de ruimtelijke inpassing rondom de nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en -transport op een verantwoorde wijze waardoor een veilige fysieke leefomgeving wordt gewaarborgd. 3.5 Maatschappelijke vraagstukken Als de Omgevingswet gewenste ontwikkelingen wil vereenvoudigen moeten we ook een beeld krijgen van de wensen die er in de samenleving zijn. Om een beeld te krijgen van de maatschappelijke wensen hebben we een uitgebreid proces doorlopen (zie hoofdstuk 1). Deze maatschappelijke opgaven zijn uitgebreid beschreven in de opgavennotitie. In deze paragraaf volgt een korte samenvatting. Algemeen beeld van de opgaven Uit de eerste fase van de omgevingsvisie komt naar voren dat er vanuit verschillende opgaven ruimteclaims voortkomen. Zowel woningbouw, de ontwikkeling van de economie, recreatie en de transformatie van de landbouw kosten ruimte. Tegelijk komt naar voren dat we zuinig moeten zijn met de natuur, het landschap en de (relatieve) rust die het eiland kenmerkt. Boven onze opgaven hangt dan ook een algemene opgave om een balans te zoeken in functies, zuinig met ruimte om te gaan en te zoeken naar meervoudig ruimtegebruik. Daaronder liggen tal van onderliggende opgaven voor de gemeente. Deze vatten we hieronder samen. Hoe komen we tot een brede welvaart? Hoe kunnen we komende jaren groei in economie en wonen beter inzetten ten behoeve van de brede welvaart? Groei is daarbij niet langer een leidend principe, maar zou ten dienste moeten staan van een brede welvaart gericht op gezondheid, milieu, persoonlijke ontwikkeling, sociale contacten en ontmoeting. Dat betekent dat we opgaven hebben in het opzetten van een hoge woon- en leefkwaliteit en het versterken van onze (eiland) identiteit bij nieuwe ontwikkelingen. Vraag daarbij is hoe alle historische kenmerken een betere plek kunnen kringen in onze ruimtelijke inrichting. Ook het behouden van de kwaliteit van natuur en landschap hoort bij deze opgave. Hoe worden we energieneutraal? Hoe kunnen we anders omgaan met energie en daarbij niet alleen het aanbod duurzame energie vergroten, maar ook de behoefte verkleinen? Kunnen we nieuwe slimme vormen van energie inzetten? En hoe kunnen we bedrijven en woningen verduurzamen? Nadat afgelopen decennium het accent heeft gelegen op voldoende opwek van duurzame energie, verschuift deze opgave naar het stevig doorzetten van duurzaamheidsambities op een brede, geïntegreerde en innovatieve manier. Hoe zetten we de sociale cohesie sterker in en wat is daarvoor nodig in de dorpen? De individualisering en veranderende bevolkingssamenstelling veranderen de verbanden die er waren, terwijl de behoefte om elkaar te helpen groter wordt als gevolg van vergrijzing en het langer zelfstandig wonen door ouderen. Opgave voor de omgevingsvisie is bij te dragen aan sterkere sociale netwerken en daarvoor de openbare ruimte en (maatschappelijke) accommodaties gerichter in te zetten. Dit heeft effect op de manier waarop we woningen bouwen (juiste woningen en mix van doelgroepen) en de wijze waarop we de openbare ruimte inrichten en zorgen voor goede ontmoetingsplekken. Ook in de dorpscentra en de havens zien we deze opgaven terug. Door veranderend aanbod van winkels en voorzieningen en de grote onderhoudslasten van de kades en de havens ligt er een grote opgave. We hebben aandacht voor de sociale cohesie en we betrekken dit nadrukkelijk bij de toekomstige rol van centra en havens als openbare ontmoetingsplekken. Hoe ziet een duurzame economische ontwikkeling eruit? De opgave is dat bedrijventerreinen duurzamer worden ingericht en hoe innovatie bij bedrijven kan worden aangejaagd. Binnen de landbouw ligt er een opgave om ‘water en bodem’ meer sturend te laten zijn. De opgave is om de verduurzaming van de landbouwsector vorm te geven en nieuwe innovaties te stimuleren. Zodat de gemeente voorop kan blijven lopen in een sterke landbouwsector, die duurzaam stand kan houden. Ook in de recreatiesector ligt er een opgave om eventuele groei gepaard te laten gaan met een kwaliteitsverbetering en meerwaarde voor de inwoners en geen verdere druk te geven op de leefbaarheid en woonkwaliteit van het eiland. Naar klimaatbestendige en gezonde wijken en dorpen Veel van de opgaven binnen de gemeenten komen samen in de woongebieden. Hier willen we woningen en accommodaties verduurzamen, de groenstructuur aantrekkelijker en klimaatbestendig inrichten en werken aan de sociale netwerken van de inwoners. Wat dat betekent voor de inrichting van de openbare ruimte, de aanpassing van woningen t.b.v. ouderen en andere aandachtsgroepen is een belangrijke opgave voor de omgevingsvisie. De juiste woning op de juiste plek Voor de komende jaren zet de gemeente in op een evenwichtige verdeling van nieuwe woningen over de kernen. Voor de lange termijn (na 2030) komt de gemeente opnieuw voor deze keuze te staan. Is het verstandig om verder te investeren in een evenwichtige bevolking over de kernen of kunnen we een hogere kwaliteit van wonen en voorzieningen bereiken als we meer zouden concentreren? Afbeelding
  23. Multifunctioneel ruimtegebruik in de landbouw Afbeelding
  24. Klimaatadaptief maken van de buitenruimte Afbeelding
  25. Voorbeeld van een Knarrenhof Afbeelding
  26. Tinyhouses Afbeelding
  27. Havens Afbeelding
  28. Natuurinclusieve landbouw Afbeelding
  29. Duurzame energie Afbeelding
  30. Ouderen meer laten bewegen en elkaar laten ontmoeten in de openbare ruimte 4 Onze strategische visie 4.1 Wat we zijn Goeree-Overflakkee is een aantrekkelijke plattelandsgemeente onder de rook van Rotterdam en de zuidelijke Randstad. Het is een eiland met veel eigenheid, groen, rust en ruimte. Het is bovendien een hecht en sociaal eiland. Mensen kennen elkaar en helpen elkaar. Dit is begrijpelijk omdat de afstanden tussen dorpen vaak groot zijn, maar ook de hechte verbanden van kerken en verenigingen dragen van oudsher bij aan deze sterke gemeenschapszin en samenredzaamheid. De zondagsrust is onlosmakelijk verbonden met de identiteit en de hechte sociale structuur van het eiland, wat bijdraagt aan het welzijn van onze inwoners en de aantrekkingskracht van ons landschap. Bij nieuwe ontwikkelingen vormt het behoud van deze specifieke eilandkwaliteit op zondag een belangrijk uitgangspunt. Tegelijk zijn we open en vernieuwend. We zijn gewend aan nieuwkomers en (recreatieve) bezoekers, maar ook zelf werken en studeren we buiten het eiland. Bovendien schuwen we vernieuwing niet. Vanuit de landbouw is de vruchtbare goede ondergrond in combinatie met tal van vernieuwingen telkens reden geweest dat de landbouwproductie bijzonder sterk is gebleven. Maar ook de energietransitie is door ons niet tegengewerkt, maar omarmd om hierin voorop te lopen. We kennen dus een combinatie van traditie en vernieuwing. We koesteren onze (sociale en fysieke) kwaliteiten, maar zijn tegelijk vernieuwend en open en spelen zo telkens in op transformatievragen die er spelen. Intussen zijn er nieuwe transitievragen, zoals het omgaan met vergrijzing en ontgroening, klimaatverandering en de transitie in de landbouw. De transitievragen zijn veranderd, maar de houding van ons als gemeente niet. Ook nu kijken we met een combinatie van koesteren van kwaliteiten en vernieuwing naar deze opgaven. 4.2 Wat we willen worden De nieuwe transities vragen om een andere houding en andere ruimtelijke keuzes. Ze vragen om nog meer te investeren in een evenwichtige bevolking en een sterke sociale cohesie. Meer om het sparen en benutten van groene ruimtes. En ze vragen om spreiding van kansen: voor woningbouw, recreatie en bedrijvigheid. Alleen zo zijn we in 2050 op het hele eiland vitaal & gezond, aantrekkelijk en innovatief. We kiezen bij onze ontwikkeling naar 2050 voor vertrouwde waarden, maar ook naar nieuwe manieren om opgaven aan te pakken. 4.2.
  31. Vitaal eiland Een vitaal eiland begint bij onze inwoners. Vitaliteit staat voor veerkracht, zelfredzaamheid en eigen initiatief. Een vitale samenleving betekent voor ons dat inwoners een prettig en fijn leven leiden in een gezonde omgeving. Dat ze zich prettig voelen in hun omgeving, met de mensen om zich heen en dat ze goed kunnen functioneren. Maar ook dat er oplossingen zijn als dit even niet lukt. Daarvoor zijn de juiste woningen nodig, de juiste voorzieningen, een veilige en uitnodigende openbare ruimte en plekken voor ontmoeting en beweging. Voorzieningen en ontmoetingsplekken maken we toekomstbestendig, waardoor zie ook in 2050 bij blijven dragen aan een onverminderd sterk sociaal netwerk binnen de dorpen. We zetten in de toekomst onze sociale kracht voorop. We hebben elkaar nodig om de grote opgaven aan te pakken. Gemeenschapszin en samenredzaamheid zijn de basis om gezond oud te kunnen worden. Ook kiezen we voor een gezonde leefomgeving, waarin mensen worden uitgedaagd te sporten, te bewegen en te ontmoeten. We streven naar: Een evenwichtig woonaanbod voor alle kernen. Daarbij kiezen we voor: Evenwichtig spreiden van nieuwe woningen over de kernen. Bouwen naar eigen behoefte. Om te voorkomen dat onze eigen inwoners geen kans maken op onze woningmarkt kiezen we ervoor om wat extra’s bouwen en zo de regionale woningdruk op te vangen. Meer gestapelde bouw. Met gestapelde bouw kunnen we meer ouderen of zorgbehoevenden in een gelijkvloerse woning (dicht bij voorzieningen) laten wonen. Ook willen we hiermee meer betaalbare woningen realiseren. Binnenstedelijk bouwen waar het kan, groene uitbreiding waar het moet. We gaan zuinig om met uitbreidingen om waardevolle landschappen en vruchtbare landbouwgronden te sparen. We sparen echter wel het groen in de kern, we bouwen alleen op bestaande verharde en bebouwde plekken. Een gezonde en veilige leefomgeving. Daarbij kiezen we voor: Meer en bruikbaarder groen in bestaande en nieuwe wijken en buurten. Met groen zorgen we voor meer schaduw, een prettiger woonomgeving, en bieden we meer mogelijkheden voor sport en bewegen. Een (blijvend) sterke identiteit van de dorpen. Daarbij kiezen we voor: Het behoud van goede voorzieningen en accommodaties. We zullen daarbij voortdurend zoeken naar de balans tussen kwaliteit en laagdrempeligheid bij maatschappelijke en culturele voorzieningen.Een gezonde en veilige leefomgeving. Daarbij kiezen we voor: Afbeelding
  32. Afbeelding 24 - Legenda 4.2.
  33. Aantrekkelijk eiland Met de ambitie om een aantrekkelijk eiland te zijn zetten we in op het beschermen van landschappen, de natuur en op de cultuurhistorische kenmerken, die ons eiland rijk is. Tegelijk willen we het eiland nog aantrekkelijker maken voor inwoners en bezoekers. Daarom is de cultuurhistorie uitgangspunt bij de ontwikkeling van de dorpen en de polders. We streven naar: Robuuste natuurgebieden. Daarbij kiezen we voor: Het beschermen van de grote natuurgebieden op en rondom ons eiland tegen verstoring en achteruitgang Het versterken van de biodiversiteit door natuurgebieden over het eiland te verbinden en door een groenblauwe dooradering. Positieve gezondheid Positieve Gezondheid is een benadering van gezondheid die verder kijkt dan alleen de afwezigheid van ziekte. In plaats van gezondheid enkel te meten aan fysieke en/of mentale klachten, richt het zich op het welzijn van een persoon in de breedste zin (denk aan thema’s als zingeving en kwaliteit van leven). Dit is anders dan de van oudsher reguliere, medische blik die zich voornamelijk richt op het behandelen van ziekte of aandoeningen. Positieve Gezondheid benadrukt het belang van veerkracht en eigen regie: door te focussen op datgene wat wél kan (de mogelijkheden), en in te zetten op de intrinsieke motivatie (waar zit energie), is de mens beter in staat – zelfs als er sprake is van tegenslag – om een prettig en fijn leven te leiden. Omdat Positieve Gezondheid met een brede blik naar gezondheid kijkt, hebben veel facetten in het dagelijks leven (in)direct invloed op de door de inwoner ervaren gezondheid. Ook de fysieke leefomgeving levert hier een belangrijke bijdrage aan. Afbeelding
  34. Schema met de verschillende aspecten die bijdragen aan een possitieve gezondheid Herkenbare landschappen. Daarbij kiezen we voor: Het versterken van de contrasten tussen de polders. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen mijden we zoveel mogelijk in de oudste aanwaspolders en de waardevolle zandpolders. Een divers recreatief profiel. Daarbij kiezen we voor: Meer spreiding van recreatieve functies. Om groei van recreatie op te kunnen vangen bieden we meer plekken op het eiland de mogelijkheid voor een recreatieve ontwikkeling. We zetten in op kwaliteitsversterking en verduurzaming van bestaande vakantieparken. Prettig bereikbaar. Daarbij kiezen we voor: Alternatieven voor autogebruik en omarmen nieuwe duurzame vormen van vervoer. De combinatie van auto, fiets en innovatieve OV-oplossingen. Deze combinatie maakt ons (ook) op lange termijn prettig bereikbaar. Levendige multifunctionele centra. Daarbij kiezen we voor: Het multifunctioneler maken van onze centra. De centra van onze kernen zijn in 2050 levendig en multifunctioneel. Winkelen, ontmoeting en vermaak komen bij elkaar in onze centra. Ook delen van havenkommen maken waar dat kan onderdeel uit van de centra en nodigen daarmee uit voor ontmoeting. 4.2.
  35. Innovatief eiland We zijn een innovatief eiland met een sterke economie, bestaande uit een uitgebreide landbouwsector over het hele eiland, een groot recreatiecluster, een sterke MKB-sector, een gespecialiseerd maritiem cluster bij Stellendam en een zorgcluster bij Dirksland. We hebben in 2050 onze specialisaties uitgebouwd. In 2050 hebben we grote slagen gemaakt in het sluiten van kringlopen en het circulair maken van onze bedrijventerreinen. We hebben een sterke duurzame innovatieve landbouw met een mix aan meer hoogproductieve als natuurinclusieve vormen van kringlooplandbouw. We streven naar: Passende groei op bedrijventerreinen. Daarbij kiezen we voor: Een sterke en krachtige economie die goed aansluit bij de behoefte aan werk op ons eiland. Daarmee willen we aantrekkelijk blijven voor onze inwoners en zo de sociale cohesie sterk houden. Bovendien willen we de ingaande en uitgaande pendel beheersbaar houden. We sluiten wel aan op onze bestaande kracht: Het MKB, het maritieme cluster, de recreatie en de zorg. De meest toekomstgerichte, toekomstbestendige en innovatieve landbouwgebieden van Nederland in
  36. Daarbij kiezen we voor: Het stimuleren van vormen van kringlooplandbouw, waarbij geen verliesstromen voorkomen. Een goede balans vinden tussen de ontwikkeling van de landbouw en andere functies, zoals de kwaliteit van de natuur, het bodem,- en watersysteem en de gezonde leefomgeving. Het actief inspelen met de verzilting, die in een aantal polders sterker zal worden. Ruimte voor diversiteit en innovatie: niet één model, maar ruimte voor verschillende strategieën en verdienmodellen. Een eiland als energiehub met meer lokale koppelingen tussen opwek en verbruik. Daarbij kiezen we voor: Een maatschappelijk energiesysteem te creëren dat betrouwbaar, betaalbaar en voorbereid is op de toekomst. 5 Visie op de thema’s 5.1 Een evenwichtig woonaanbod voor alle kernen In hoofdstuk 4 hebben we toegelicht dat we toewerken naar het zijn van een vitaal, aantrekkelijk en innovatief eiland in
  37. We hebben daarbij onze ambities voor verschillende thema’s voor 2050 genoemd. In dit hoofdstuk werken we onze ambities verder uit tot doelen en beleidskeuzes. Onze doelen Een goede woning is essentieel voor de leefkwaliteit van onze inwoners. En daar liggen grote uitdagingen voor de lange termijn. We streven niet alleen naar voldoende woningen, maar ook naar betaalbare woningen en de juiste mix, zodat onze inwoners kunnen blijven bijdragen aan de sociale cohesie in hun eigen dorp. In lijn met de Woonvisie met Zorg en Welzijn bouwen we in de periode 2023-2030 circa 2.500 nieuwe woningen voor zowel de lokale als (een kleine plus voor) de regionale behoefte Daarmee voorkomen we dat onze eigen inwoners door de groeiende regionale woningdruk worden weggeconcurreerd. We kiezen voor een evenwichtige groei van de kernen. Ons doel is om hiermee de gemeenschapzin en samenredzaamheid van inwoners in elke kern maximaal te ondersteunen. Immers, het naar behoefte mogelijk maken dat meerdere generaties in elk dorp kunnen blijven wonen, zorgt ervoor dat inwoners betrokken kunnen blijven bij hun dorp. We willen hiermee indirect ook bijdragen aan het ondersteunen van voorzieningen en het verenigingsleven. Voor de lange termijn zetten we minimaal deze lijn voort. Tegelijk verwachten we dat de woningdruk van de Randstad op termijn over een groter gebied wordt gevoeld. We kiezen voor: Evenwichtige verdeling van woningen over de kernen met een plus in centrumkernen. Een gevarieerd aanbod. Binnenstedelijk waar het kan, groene uitbreiding waar het moet. In de toekomst bouwen we duurzaam en circulair. Onze beleidskeuzes Evenwichtige verdeling van woningen over de kernen met een plus in centrumkernen We vinden het belangrijk dat zo veel mogelijk inwoners in de eigen kern kunnen (blijven) wonen om zo de sociale structuur in de kernen te kunnen behouden. Daarom spreiden we de lokale woningopgave evenwichtig over al onze kernen. In de periode 2023-2030 willen we voor de korte termijn voldoende woningen bouwen om in zowel de lokale als regionale vraag te kunnen voorzien. Ook na 2030 is de inzet om het woningaanbod met 1% per jaar te laten groeien. Mochten er in de regio aanvullende woonambities bijkomen, dan kiezen we voor een uitbreiding van de woningbouwopgave na
  38. Ook in de gemeente Goeree-Overflakkee zetten we dan in op een extra plus. Voor de plus op het woningbouwprogramma, het aantal woningen dat we bouwen om in te spelen op de regionale woonbehoefte, kiezen we ervoor extra te bouwen in enkele centrale kernen. We kiezen voor extra groei in de volgende kernen: Middelharnis en Sommelsdijk als meest centraal gelegen kernen, omdat we hier kunnen aansluiten op het beste voorzieningenaanbod. Daarbij ligt wel een opgave op het gebied van mobiliteit. Dirksland, omdat we hier wat meer kansen zien voor gestapelde bouw. Stellendam en Oude-Tonge, omdat zij strategisch zijn gelegen aan de in- en uitgaande routes van het eiland. Voor inwoners met een specialistische intensieve zorgbehoefte kiezen we voor het combineren van wonen met zorg in enkele grotere kernen, namelijk Oude-Tonge, Middelharnis/Sommelsdijk, Dirksland en Ouddorp. Een gevarieerd aanbod Iedereen moet binnen onze gemeente een wooncarrière kunnen doorlopen. We willen de mismatch tussen ons woningaanbod en de vraag aanpakken. Waar veruit het grootste aandeel bestaat uit ééngezinswoningen, zien we steeds meer vraag naar woningen voor 1 of 2-persoonshuishoudens. Ook streven we naar meer betaalbare en kleinere woningen. Dit betekent onder meer dat we aansluiten bij de regionale afspraken uit de woondeal om minimaal tweederde van alle nieuw te bouwen woningen betaalbaar te bouwen: een derde als sociale huurwoningen en een derde als betaalbare koopwoningen. Zorggeschikt wonen vormt daarbij een belangrijk principe: 40% van de nieuw te bouwen woningen voldoet hieraan of is via een eenvoudige aanpassing rolstoelgeschikt te maken. Op kleinere schaal liggen er ook kansen om binnen de bestaande woningvoorraad diverser te maken via onder meer woningsplitsing, woningdelen en meergeneratie, kangoeroe- en (pré)mantelzorgwoningen of de aanleg van hofjes. Met deze mogelijkheden realiseren we niet alleen extra woonruimte, maar zorgen we ook voor extra variatie in het woonaanbod. We leggen de focus op doelgroepen Bij het bouwen binnen de bestaande dorpskernen focussen we ons op nieuwe woningen voor doelgroepen met een kwetsbare positie op de woningmarkt. Het gaat bijvoorbeeld om woningen voor jongeren/starters, ouderen, groepen met een zorgvraag, statushouders en mensen die met spoed op zoek zijn naar woonruimte (spoedzoekers). Voor deze doelgroepen is het ook prettig om in een woonomgeving terecht te komen nabij onze voorzieningen. Wonen met zorg Ons doel is dat op lange termijn zoveel mogelijk mensen zelfstandig thuis kunnen wonen, ook als enige zorg nodig is. Zorg- en welzijnsvoorzieningen moeten dit mogelijk maken. Dat neemt niet weg dat nieuwe kleinschalige woonzorgvormen noodzakelijk zijn om alle doelgroepen met een zorgvraag goed te kunnen huisvesten. Ook woonvormen waarbij zelfredzame ouderen bij elkaar wonen, bijvoorbeeld in een Knarrenhof, kunnen een belangrijke bijdrage leveren in het faciliteren van de opgave rondom wonen met zorg. Ook door de bestaande woningvoorraad aan te pakken kunnen we de woonzorgopgave beantwoorden. Hierbij kan gedacht worden aan het realiseren van mantelzorgwoningen of woningsplitsing. Initiatieven om langer zelfstandig thuis te kunnen wonen, bijvoorbeeld door een bestaande woning levensloopbestendig of zorggeschikt te maken, faciliteren we. Grotere woonzorgvoorzieningen realiseren we bij voorkeur zo dicht mogelijk bij voorzieningen (in de centraal gelegen kernen). Op deze manier maken we onze bestaande woonomgevingen toekomstbestendig. Mixen van doelgroepen We willen in de toekomst dat doelgroepen zoveel mogelijk door elkaar heen wonen: jong en oud, met en zonder zorgvraag. Op deze manier werken we aan het borgen van de gemeenschapzin en samenredzaamheid van onze inwoners richting de toekomst. Zeker omdat we zien dat familie niet altijd meer dichtbij woont en we in een meer geïndividualiseerde samenleving leven. Binnenstedelijk waar het kan, groene uitbreiding waar het moet De juiste woning op de juiste plek vraagt om een zorgvuldige afweging van locaties en mogelijkheden om extra woningen te realiseren. We hanteren het volgende principe: a. Waar mogelijk bouwen we binnen de huidige bebouwde kom. We richten ons daarbij op herstructurering van bestaande verharde en bebouwde plekken. Bestaand groen in de kernen is beperkt aanwezig en willen we behouden. Het speelt een belangrijke rol in het realiseren van een klimaatadaptieve en gezonde leefomgeving (zie paragraaf 5.2.). b. We zoeken nadrukkelijk naar mogelijkheden voor gestapelde bouw binnen de dorpse structuren. c. Voor wat niet binnen de bebouwde kom kan, zoeken we uitbreidingslocaties. We kiezen voor groene uitbreidingslocaties om de dorpen klimaatbestendiger en gezonder te maken. Intermezzo woningaanpassingen Met het vernieuwen van het woningaanbod in een aantal wijken willen we het aanbod van woningen beter laten aansluiten op de (toekomstige) vraag en de kwaliteit van de leefomgeving vergroten. We verwachten dat de wensen om woningen aan te passen steeds vaker zullen voorkomen om zo bijvoorbeeld woningen levensloopbestendig te maken, woningen te splitsen voor meerdere huishoudens of zelfs nieuwbouw te realiseren. Om meer variatie aan woningtypes in de wijk te realiseren willen we in ons beleid ruimte bieden om bestaande woningen aan te passen. Mogelijkheden hiervoor zijn onder andere: Het samenvoegen van woningen waarbij de benedenverdieping kan worden omgevormd tot een gelijkvloerse woning en de bovenverdieping als appartement kan worden ingezet. Aanbouwen en uitbouwen van woningen om daarmee levensloopbestendig te kunnen maken. Aanbouwen of opbouwen om een bestaande woning te vergroten, en daarmee de diversiteit in het woningaanbod te vergroten. Ook woningsplitsing is een van de mogelijkheden. Modulair bouwen om te zorgen voor betaalbare tijdelijke huisvesting. Modulaire bouw is een bouwtechniek waarbij modules worden gekoppeld of gestapeld om een gebouw te creëren. We willen dit stimuleren om het woningaanbod blijvend te kunnen vernieuwen en aan te kunnen sluiten op de vraag. Afbeelding
  39. Voorbeelden van aan- en uitbouwen van woningen. Afbeelding
  40. Voorbeelden van aan- en uitbouwen van woningen. Afbeelding
  41. Verschillende mogelijkheden om te verdichten door de bestaande woningvoorraad aan tepassen Afbeelding
  42. Verschillende voorbeelden van gestapeld bouwen Kansen voor gestapeld bouwen We willen in onze dorpen op lange termijn de juiste woningen voor alle doelgroepen beschikbaar hebben. Omdat meerdere doelgroepen gebaat zijn bij woningen nabij voorzieningen / dorpscentra maken we (meer) ruimte voor gestapelde bouw. We vinden het daarbij belangrijk om te bouwen in lijn met de identiteit van onze kernen. Gestapelde bouw moet daarom passen bij de plek en het karakter van de dorpen, waarbij we in de kleinere kernen wat lager gaan bouwen ten opzichte van onze centrumkernen. We kiezen voor dorpse ‘hoogbouw’. De (maximale) hoogte hangt af van de plek en de vormgeving van de bebouwing. In hoofdlijnen zal de maximale hoogte per dorp variëren van 4-6 hoog. Of hogere bouw denkbaar is, zal uit specifiek onderzoek moeten blijken. In de omgevingsvisie geven we de volgende algemene uitgangspunten mee: We beschermen bestaande hoogte-accenten, zoals kerken, molens, watertorens. Ook belangrijke zichtlijnen vanaf bijvoorbeeld een dijk willen we borgen. We houden de hoofdstructuren van dorpen leesbaar, zoals dijklinten, hoofdentrees en hoofdontsluitingswegen. Deze structuren begeleiden inwoners de dorpen in en uit. Deze hoofdstructuren kunnen soms accenten gebruiken, maar moeten dan wel de hoofdstructuur accentueren. Hogere bouw mag de karakteristieke of overheersende sfeer niet aantasten. Verdichting rond centra is goed, omdat het de ligging van de centra kan accentueren, maar moet passen bij het historische karakter van de centra. In de praktijk betekent het dat gestapelde bouw vaak niet in het historische centrum zelf kan, maar wel in een ring daaromheen. Ook bij de herontwikkeling van bedrijfslocaties of bedrijventerreinen tegen een centrum/woonbuurt liggen kansen om op gepaste wijze gestapelde woonvormen te realiseren. De meest historische dorpskernen hebben een beschermd dorps- of stadsgezicht. Hier ligt de focus uiteraard op het beschermen van die kwaliteit. Gestapelde bouw kent vaak een grotere schaal en korrel. Daarbij passen locaties die langs grote structuren liggen, zoals de havenkanalen of locaties die veel ‘eigen’ ruimte hebben, waardoor ze meer los liggen van de omliggende bebouwing, zoals in dorpsranden. Een groene inbedding van de woongebouwen helpt hierbij vaak en geeft ook kansen om ambities waar te maken op het gebied van klimaatadaptatie en gezondheid. Afbeelding
  43. Een voorbeeld van geleidelijke overgangen en geleding. Afbeelding
  44. Een voorbeeld van voldoende ruimte rondom bebouwing houden bij gestapelde bouw. Voor gestapelde bouw geldt altijd een aantal algemene randvoorwaarden: Zorg voor een (geleidelijke) overgang naar omliggende stedenbouwkundige structuren en houdt rekening met cultuurhistorische waarden. Zorg voor een passende geleding van bebouwing die past bij de omgeving. Gebruik groen om gestapelde bouw een eigen plek te geven. Ruimte voor groene uitbreiding Bouwen aan de randen van kernen is onvermijdelijk om aan de toekomstige woningvraag tegemoet te komen. Onze nieuwe woonbuurten moeten bijdragen aan mooie, groene en toegankelijke dorpsranden. De dorpsranden vervullen een belangrijke rol in het vergroenen van de openbare ruimte van onze dorpen (zie paragraaf 5.2). Juist omdat grote delen van onze dorpen relatief stenig zijn. Daarom kiezen we ervoor om bij dorpsuitbreidingen een hoge norm te stellen voor het realiseren van nieuw groen met ruimte voor onder meer water en spelen. Voor de inrichting van de nieuwe woonbuurten aan de randen van onze dorpen gaan we uit van ons Dorpenhandboek. Dit handboek laat zien dat we de oude kenmerken van het landschap als uitgangspunt hanteren, inzetten op groenere en diversere buurten en zorgen voor een goede wisselwerking tussen dorp en landschap. Zorgvuldige afweging uitbreidingsgebieden Voor het aanwijzen van zoekgebieden voor uitbreiding gaan we uit van de volgende uitgangspunten: We bouwen niet te dicht bij N-wegen. We kiezen ervoor om vanuit gezondheid en het beperken van risico’s nieuwe woonbuurten niet te dicht bij de N-wegen te bouwen. Deze verkeersaders kennen de hoogste verkeersdruk op het eiland en er is bovendien sprake van vervoer van gevaarlijke stoffen. Rondom onze N-wegen, met name rondom de N215, zien we hogere geluidbelastingen en fijnstofconcentraties dan elders in onze gemeente. Ook bij zorg- en onderwijsfuncties houden we afstand tot N-wegen. Zo hebben we aandacht voor de gezondheid van de toekomstige inwoners. Bovendien willen we ‘panorama’s’ behouden, zodat bezoekers het landschap vanaf de N-weg kunnen beleven. We ontzien zoveel mogelijk de cultuurhistorisch meest waardevolle polders. De oudste aanwaspolders kennen een hoge cultuurhistorische waarde en zijn vaak nauwelijks bebouwd. Dat willen we zo houden (zie paragraaf 5.5). We ontzien zoveel mogelijk de polders met de hoogste natuurlijke vruchtbaarheid voor de landbouw. Deze natuurlijke vruchtbaarheid hangt af van de zoute druk en het type kleigrond (zie paragraaf 5.11). We houden rekening met de bereikbaarheid van locaties. Bij voorkeur wijzen we locaties aan die via grotere ontsluitingswegen ontsloten kunnen worden. Als de ontsluiting van een gebied via bestaand stedelijk gebied loopt, kan de druk op de wegen in het dorp te groot worden. We houden rekening met het water- en bodemsysteem. Waar mogelijk kiezen we bij nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, voor locaties die vanuit water en bodem het meest geschikt zijn. Tegelijk kiezen we voor het maken van ruimte voor groen en water, zodat we op termijn bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Afbeelding
  45. Voorbeelden van groene dorpsranden Nieuwe bouwmogelijkheden in het buitengebied Buiten de groene uitbreidingen aan de randen van onze dorpen zijn we terughoudend met het realiseren van nieuwe woningen in ons buitengebied. We willen namelijk zo veel mogelijk het open landschap behouden en de grondgebonden agrarische bedrijvigheid - als belangrijke beheerders van ons landschap - niet beperken in hun bedrijfsvoeringsmogelijkheden. Tegelijkertijd willen we leegstand en risico’s op ondermijning in ons buitengebied tot een minimum beperken en kansen benutten om met ruimtelijke ontwikkelingen de landschappelijke kwaliteit te versterken. We bieden dan ook ruimte om via bedrijfsbeëindiging en sloop van verouderde bebouwing woningen te realiseren, mits daarbij sprake is van een ruimtelijke en landschappelijke kwaliteitsverbetering. We volgen hiervoor onze ‘Beleidsregel kleinschalige woningbouw buitengebied Goeree-Overflakkee’ of herzieningen daarvan. In de toekomst bouwen we duurzaam en circulair Onze doelen ten aanzien van klimaat en energie komen ook terug in de manier waarop we in de toekomst onze woningen gaan bouwen. We streven ernaar dat alle nieuwe bouwontwikkelingen in 2050 grotendeels energieneutraal en circulair plaatsvinden. We zien hierin veel kansen. Zo zijn er steeds meer mogelijkheden om woningen modulair te bouwen, waardoor materialen op termijn herbruikbaar zijn en woningen eventueel verplaatsbaar. Dit kan belangrijk zijn bij het versnellen van de woningbouw voor specifieke doelgroepen en woningen waar mogelijk tijdelijk behoefte aan is, zoals voor starters en nieuwkomers. Een andere kans is om woningen te isoleren met biobased materialen. Een deel van de biobased materialen kan bovendien goed tegen hoge of fluctuerende grondwaterstanden, zodat deze teelten goed gecombineerd kunnen worden met maatregelen om water langer vast te houden in het gebied. Waar mogelijk willen we lokaal de productie en het gebruik van biobased bouwmaterialen koppelen. We streven naar het gebruik van 100% biobased of circulaire bouwmaterialen in
  46. We zoeken manieren om dit te faciliteren, zowel de productie van biobased bouwmaterialen als de inzet ervan. Daartoe zijn we deels wel afhankelijk van landelijke regelgeving. Ruimtelijke initiatieven die inspelen op deze ontwikkeling moedigen we van harte aan. We volgen de ontwikkelingen om gebouwen natuurinclusief of met biobased materialen te bouwen en als er meer beeld is van de haalbaarheid zullen we daar beleid voor opstellen. We vinden het passen in onze ambitie als groene duurzame gemeente om de verduurzaming van woningbouw te versnellen waar dat 5.2 Een gezonde en veilige leefomgeving Onze doelen Omdat we klimaatbestendig willen worden, behouden we de beperkt aanwezige open, groene plekken in onze kernen. Deze leggen we vast op een groenstructuurkaart. Deze plekken spelen een belangrijke rol in het realiseren van een klimaatadaptieve en gezonde leefomgeving. We willen niet alleen het bestaande groen beschermen. Om tot een gezonde leefomgeving te komen, willen we meer groen realiseren én het aanwezige groen beter benutten. Zo nemen we barrières weg, die nu nog worden ervaren om te bewegen, sporten, spelen en recreëren. Vanuit het 3-30-300 principe zou 30% van het stedelijk oppervlakte moeten bestaan uit boomkruinen voor een prettig woonklimaat (in warme periodes). De meeste van de huidige kernen variëren echter van 5 tot 20%. Tenslotte willen we een veilige leefomgeving en risico’s zoveel mogelijk beperken. We zullen daarom veiligheid en milieuhinder als afwegingscriterium meenemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de toekomst. We maken de volgende beleidskeuzes om de doelen te halen: Meer openbaar groen in de dorpen. Groen geschikt maken voor klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast, droogte en hitte. Multifunctionele beweegplekken. Betere gezondheid door preventie. Betere gezondheid door goede milieu-omstandigheden. Waterveiligheid en waterberging. Borgen van omgevingsveiligheid. Veilige en toegankelijke straten. Onze beleidskeuzes Meer openbaar groen in de dorpen Veel van onze dorpen hebben door hun compacte opbouw relatief weinig bomen en openbaar groen. We willen groen in de dorpen toevoegen en verbinden, maar beseffen dat we er in de meeste kernen niet overal ruimte is voor nieuw groen. Daarom maken we de volgende keuzes: Er komen meer bomen in de wijken. Bestaande groene plekken en structuren versterken en verbinden we met elkaar, waarbij we zoeken naar een goede wisselwerking en verbinding tussen de kernen en het buitengebied. Met bijvoorbeeld meer lijnvormige boomstructuren langs (hoofd)wegen kunnen we het groen ‘van buiten naar binnen trekken’. Door aandacht te hebben voor de plaatselijke landschapsecologische omstandigheden, bijvoorbeeld met behulp van gidssoorten, sluiten we ecosystemen beter op elkaar en werken we naar een meer natuurinclusieve leefomgeving. Meer (toegankelijke) groenstructuren in de dorpsranden. Hiervoor kunnen we historische structuren, zoals kreken en dijken, benutten door hier te vergroenen en aandacht te hebben voor de toegankelijkheid. We streven ernaar dat elk dorp meerdere groenelementen rond het dorp heeft, zoals natuur langs oude kreken, moestuincomplexen, belevenisbossen, strandjes, groene haventerreinen etc. Daarnaast willen we bestaande ontoegankelijke groenstructuren beter ontsluiten. Zo kunnen er meer ommetjes worden gelopen, die op hun beurt weer bijdragen aan de gezondheid en sociale interactie. Via nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen realiseren we meer groen, zowel in kwaliteit als kwantiteit. We zullen een hoge norm stellen voor groen bij nieuwbouw. Binnen de bebouwde kom is echter ook maatwerk mogelijk, waarbij een deel van de groene investering kan worden gedaan in de vorm van groene daken of gevels, waar dat stedenbouwkundig past. Groen geschikt maken voor klimaatbestendige maatregelen tegen wateroverlast, droogte en hitte We willen een klimaatbestendige gemeente worden, waarbij wateroverlast bij hevige regenbuien wordt voorkomen en inwoners goed kunnen functioneren als er langere periodes van droogte en hitte zijn. In ons beleid kiezen we ervoor om meer bomen te planten om daarmee meer schaduwrijke routes te creëren. Extra openbaar groen wordt daarnaast gebruikt om hemelwater op te vangen waardoor het stedelijke watersysteem minder wordt belast. Waar mogelijk realiseren we wadi’s, ook het vervangen van stenige parkeerplaatsen met halfverharding is een optie. Klimaatbestendig betekent ook dat we de juiste soorten kiezen, die beter bestand zijn tegen weersextremen. We gaan voor inheemse soorten en vergroten de biodiversiteit door te werken met verschillende soorten bomen, planten en kruiden. Zo realiseren we geschikte habitats voor soorten. Waar het kan kiezen we voor ecologisch (berm)beheer. Afbeelding
  47. Voorbeelden van woonwijken met meer ruimte voor groen en blauw Multifunctionele beweegplekken We willen de sociale cohesie en fitheid blijvend versterken en spelen in op de veranderingen in de samenleving, waarbij sprake is van individualisering, meer flexibele en wisselende verbanden tussen mensen en groepen. We zorgen voor multifunctionele beweegplekken. Dit kan zowel in het groen als op een sportveld zijn. We hebben parkjes en speeltuinen die nu soms alleen een grasveldje zijn en daardoor niet de meest aantrekkelijke verblijfsplekken zijn in een dorp. We willen dat onze inwoners groenstructuren kunnen gebruiken om te bewegen, spelen en recreëren. Betere gezondheid door preventie We werken toe naar een zo gezond mogelijk leven op Goeree-Overflakkee. We willen dat meer mensen zich bewust worden van een gezonde leefstijl en welke meerwaarde dit kan hebben in hun leven. Ook geven we mensen ondersteuning die dat nodig hebben. We maken de volgende keuzes: Rondom overgewicht hebben we concrete ambities en acties om kinderen en senioren een gezondere leefstijl te geven, bijvoorbeeld via sportaanbod en openbare ruimte die uitnodigt tot beweging. Wat betreft roken omarmen we de ambitie om in 2040 een rookvrije generatie te hebben. Op dit punt hebben we nog een slag te maken, omdat we zien dat onze jeugd meer rookt dan gemiddeld landelijk aan de orde is. Naast bewustwording en preventie kijken we met betrekking tot de fysieke leefomgeving naar een rookvrije buitenruimte en een rookvrije kindomgeving in de nabijheid van voorzieningen. Sport- en cultuurverenigingen en stichtingen stimuleren we om rookvrij te worden. Met onder meer ons ‘Plan van aanpak Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA)’ geven we hier invulling aan. Betere gezondheid door goede milieu-omstandigheden Naast de leefstijl zijn er ook milieugerelateerde thema’s, zoals de kwaliteit van de buitenlucht, geluidproductie, geurproductie en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, die invloed hebben op de gezondheid van de leefomgeving. We maken de volgende strategische keuzes: We willen nieuwe woningen, onderwijs- en zorgfuncties niet in de directe nabijheid van N-wegen bouwen. Dit zijn immers de plekken waar we te maken hebben met de hogere geluidbelastingen en fijnstofconcentraties en waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. We hebben de ambitie dat geluidsoverlast bij nieuwe woningen waar mogelijk beperkt blijft, bijvoorbeeld door tenminste één geluidluwe gevel. Op die manier is het mogelijk om in ieder geval aan één zijde van de woning een geluidluwe slaapkamer te hebben. We willen de geurnormen binnen de gemeente harmoniseren. Op dit moment hebben we voor verschillende delen in onze gemeente te maken met verschillende geurnormen. Daarbij willen we in algemene zin strikter omgaan met geurproductie in de nabijheid van kernen. We letten daarbij bijvoorbeeld op de gezondheidsrisico’s als gevolg van fijnstof, endotoxine en zoönoses. Omdat wonen in de kernen de primaire functie is, vinden we het belangrijk dat in de randen rondom onze dorpen de geurbelasting lager is dan elders in het landelijk gebied. We willen inwoners waar nodig beschermen tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen nabij woningen. In de basis doen we dat door alternatieven aan te moedigen. Op lange termijn streven we naar een verdergaande bescherming rond de dorpen. Op dit moment is er volop beweging rondom dit thema. We volgen deze actualiteit op de voet envolgen hierin de landelijke wet- en regelgeving. Parkeren op iets grotere afstand Als de auto niet direct voor de deur staat, maar wel bereikbaar is voor laden en lossen of hulpdiensten, en er geparkeerd wordt aan de rand van het blok of de buurt, ontstaat er rondom het huis veel meer ruimte. Die extra ruimte kan worden benut voor groen, waterberging of plekken waar buren elkaar kunnen ontmoeten. Minder verharding betekent ook minder hittestress en een betere waterafvoer bij hevige regenval. Bovendien zorgt deze opzet ervoor dat de auto minder vanzelfsprekend wordt gepakt. Die kleine extra loopafstand verlaagt de drempel om voor korte ritjes toch de fiets of een andere vorm van vervoer te kiezen – goed voor zowel de gezondheid als het milieu. Daarnaast bevordert een autoluwe inrichting sociale cohesie: mensen ontmoeten elkaar vaker op straat, kinderen kunnen veiliger spelen en de leefomgeving wordt prettiger. Ook ontstaat er ruimte voor gedeelde voorzieningen, zoals laadpleinen of collectieve energieoplossingen waarbij autobatterijen een rol spelen in de energievoorziening van de buurt. Voor nieuwe wijken geldt daarom dat we deze in principe autoluw inrichten door het parkeren te clusteren in de wijk. Bij het herinrichten van bestaande wijken zal dit principe worden overwogen mits er voldoende ruimte ervoor is. Waterveiligheid en zoetwaterbeschikbaarheid Ons eiland heeft altijd moeten omgaan met water. Van oudsher vanwege de veiligheid. Met de komst van de deltawerken is deze veiligheid natuurlijk sterk verbeterd, maar klimaatverandering geeft nieuwe uitdagingen. Door zeespiegelstijging zullen we op termijn mogelijk opnieuw dijken moeten versterken en ophogen. Daarom zullen we bij ontwikkelingen nabij primaire waterkeringen in samenspraak met het waterschap bekijken welke ruimtereservering nodig is om in te kunnen spelen op de gevolgen van klimaatverandering. Daarnaast geeft klimaatverandering uitdagingen ten aanzien van de zoetwaterbeschikbaarheid (zie ook paragraaf 5.11). Door de inlaat van zoetwater worden de polders jaarlijks doorgespoeld en blijven de polders voldoende zoet. Of dit voor de lange termijn houdbaar is, is de vraag. Door zeespiegelstijging wordt de zoute druk in meerdere polders groter, terwijl de aanvoer van zoetwater via het Haringvliet (in het toenemend aantal droge zomers) juist afneemt. Onze ambitie is om op lange termijn zoetwater beter vast te houden, zodat het in drogere periodes beschikbaar is. Daarbij kijken we niet alleen naar oppervlaktewater, maar ook naar andere vormen van opslag die minder gevoelig zijn voor verdamping. Daarnaast zetten we ons in voor de aanvoer van voldoende zoetwater vanuit de rivieren om tegendruk te kunnen bieden aan de verzilting op het eiland. Tenslotte willen we zoeken naar technische innovaties om water te ontzilten. Borgen van omgevingsveiligheid In de Omgevingswet is een nieuw begrip rondom veiligheid geïntroduceerd: omgevingsveiligheid. Doel is om inwoners te beschermen tegen risico’s in de leefomgeving, zoals fabrieken met een bepaald risico op het vrijkomen van gevaarlijke stoffen of een transportroute waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. We geven daarom bij gebieden, waar risico’s gelden aan hoe we deze zo klein mogelijk maken. Daarom bouwen we bij voorkeur niet in gebieden waar risico’s voor de veiligheid een grote rol spelen. Richting de totstandkoming van ons omgevingsplan zullen we (mogelijk in regionaal verband) toewerken naar integraal milieubeleid waarin we uitwerken welke mogelijke juridische regels we hierover willen stellen en hoe we om willen gaan met aandachts- en voorschriftengebieden. Ten aanzien van waterveiligheid houdt de gemeente rekening met (een ruimtebeslag voor) het versterken van primaire waterkeringen in de toekomst. Ook houden we in de toekomst rekening met risico’s op natuurbranden (in de duinen) (zie paragraaf Veilige en toegankelijke straten In de kernen willen we de verkeersveiligheid verbeteren, om daarmee het gebruik van de fiets of het wandelen te bevorderen. Dit willen we doen door fysieke maatregelen te nemen in het wegprofiel en meer voorrangssituaties voor fietsers te maken. Ook met extra ruimte voor groen moedigen we wandelen en fietsen zo veel mogelijk aan, waarbij we aandacht hebben voor voldoende schaduwplekken en straatmeubilair. Bovendien streven we in de openbare ruimte op termijn naar een betere inrichting voor minder mobiele doelgroepen, met name in de centrumgebieden en bij openbaar vervoer. Afbeelding
  48. Voorbeeld van multifunctionele beweegplek Afbeelding
  49. Natuurspeelplaats gecombineerd met waterberging 5.3 Een (blijvende) sterke eigen identiteit van de dorpen Onze doelen We zijn ervan overtuigd dat de identiteit en eigenheid van dorpen belangrijk zijn voor de vitaliteit. Ze maken dorpen herkenbaar en onderscheidend, geven inwoners een bepaalde mate van trots en zorgen daarmee voor binding. Veel van onze dorpen hebben een identiteit die gebaseerd is op de historische kenmerken van het dorp, het (actieve) verenigingsleven en sterke zelfredzaamheid en hoge organisatiegraad. We zien dit als het eilandgevoel, we zijn gewend om onze uitdagingen samen op te pakken. De ruimtelijke kenmerken, die bijdragen aan de identiteit zijn bijvoorbeeld de havens, sportverenigingen, kerken, dijken en kreken in en rond de dorpen. Het belang daarvan geldt zowel voor de eigen inwoners, bijvoorbeeld door wandelroutes te verbinden met deze cultuurhistorische waarden, als voor bezoekers en recreanten door de cultuurhistorische waarden in te zetten als recreatieve bestemming. We kiezen voor: Cultuurhistorie als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen Multifunctionele voorzieningen Onze beleidskeuzes Cultuurhistorie als uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen In algemene zin zoeken we bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen naar invullingen en architectuur die past bij de kenmerken en karakteristieken van het eiland. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te beschermen. Specifiek zetten we daarbij in op het verankeren van herkenbare cultuurhistorische kwaliteiten in onze ruimtelijke ontwerpen. Binnen de gemeente komt veel erfgoed voor. Het zijn heel verschillende elementen, die juist in samenhang een verhaal vertellen van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Onze ambitie is om niet alleen monumentale panden te beschermen, maar ook het ensemble of de grotere structuur waartoe het monument behoort. Ook historische groenstructuren en monumentale bomen horen daarbij. Binnen de bebouwde kom bevinden zich bijvoorbeeld historische lintbebouwingen en dijklinten als onderdeel van de historische opzet van de sleuteldorpen. De herkenbaarheid zit hem niet alleen in de oude bebouwing, maar ook in de wisselende rooilijnen, de kleine losse korrel van de bebouwing, de bestrating, de zichtlijnen op bijvoorbeeld de kerk en de haven (met masten). Ook elementen als weeghuisjes maken soms deel uit van dit beeld. De herkenbaarheid van deze eigenschappen zorgt ervoor dat de historische opbouw herkenbaar blijft in het stedelijk weefsel van de gemeente. In het landschap zien we ondermeer dat kerkepaden onlosmakelijk zijn verbonden met de geschiedenis van het eiland en inmiddels zeldzame structuren zijn geworden die we willen beschermen. Multifunctionele voorzieningen We willen de gemeenschapszin en zelfredzaamheid van onze inwoners blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. Tegelijk zien we dat de financiering van voorzieningen soms onder druk staat en dat sommige verenigingen het lastig vinden om voldoende vrijwilligers te vinden of een teruglopend aantal leden zien. Als we voor keuzes komen te staan kiezen we voor de strategie van bundelen. Door meerdere functies met elkaar te combineren zorgen we niet alleen voor efficiënt ruimtegebruik, maar profiteren inwoners en verenigingen ook van elkaars aanwezigheid en vergroten we de kans op spontane en onverwachte ontmoetingen. Ook een sportvereniging, kerk, school of woonzorgvoorziening kan ingezet worden als een ontmoetingsplek in een dorp. Door deze plekken zo veel mogelijk met elkaar te delen zetten we ze efficiënt in. Dat kan fysiek door ruimtes voor meerdere doeleinden te benutten, maar ook in tijd door bijvoorbeeld sportaccommodaties overdag open te stellen of schoolgebouwen juist in de avonduren. We kiezen in eerste instantie voor bundeling op dorpsniveau. Waar dat niet kan kiezen we voor bundeling van voorzieningen tussen nabijgelegen dorpen. Voor enkele voorzieningen, zoals bepaalde vormen van zorg of (middelbaar) onderwijs kiezen we voor clustering in centraal gelegen dorpen. Daarbij zetten we in op een centrale ligging van de multifunctionele voorzieningen in de dorpskernen. Kunst, sport, cultuur en erfgoed kunnen daarbij worden ingezet om te ontmoeten en te verbinden. Daarnaast kijken we naar digitale en/of gedeelde oplossingen, zoals zorgspreekuren. Voor het basisonderwijs geven we verder uitvoering aan de doelen en ambities uit ons integraal huisvestingsplan (IHP). 5.4 Robuuste natuurgebieden Onze doelen Robuuste natuurgebieden realiseren we door het beschermen en verbinden van de weidevogel- en natuurgebieden die we op en rondom ons eiland hebben. Daarmee kunnen we ook direct de biodiversiteit op ons eiland vergroten. We kiezen voor: Beschermen en verbinden van bestaande grote natuurgebieden. Groenblauwe dooradering van het landelijk gebied en deze waar mogelijk benutten om recreatieroutes te versterken. Onze beleidskeuzes Beschermen en verbinden van bestaande grote natuurgebieden De hoogste kwaliteit van de natuur vinden we buitendijks en in de randen van ons eiland. We gaan in de toekomst in de natuurgebieden en het weidevogelgebied zorgvuldig om met nieuwe ontwikkelingen. Randvoorwaardelijk is dat de ecologische kwaliteiten niet mogen worden aangetast. Ten aanzien van recreatie willen we de natuurgebieden wel beleefbaar maken, maar geen overmatig grote recreatiedruk creëren. We willen de kwaliteit van de natuur verder versterken door verbindingen op het eiland zelf te leggen. Vanuit cultuurhistorisch perspectief richten we ons op het realiseren van ecologische verbindingen langs de (oude) kreken. Kreken zijn van oudsher aanwezig. Het vormen de ingedamde zeegeulen. Van oudsher bevonden zich rond de kreken zones met natte graslanden. Onze ambitie is om dit in de aanwaspolders terug te brengen door de aanleg van brede natuurstroken rond de kreken en het stelsel van oude kreken te herstellen. Binnen de ringpolders staat de openheid centraal en zetten we niet in op brede natuurstroken, maar op natuurvriendelijke oevers. Groenblauwe dooradering van het landelijk gebied Daarnaast willen we de biodiversiteit op ons eiland vergroten door de algehele basiskwaliteit te vergroten. Dit doen we met een goede groenblauwe dooradering van het landelijk gebied binnen de mogelijkheden die agrarische bedrijven hebben. In de eerste plaats zetten we in op het inrichten van bermen en dijken met bloemrijke grasmengsels. Daarnaast zien we met de groenblauwe dooradering kansen om landbouw en natuur meer met elkaar samen te laten gaan. De manier waarop we de dooradering realiseren verschilt per bedrijf. Bij meer natuurinclusieve vormen van landbouw kan dit verspreid over de percelen. Bij meer hoogproductieve vormen van landbouw ligt een focus op de perceelsranden meer voor de hand. We zetten ons in voor regelingen waarbij agrariërs (extra) inkomsten kunnen genereren uit het beheer van het landschap of andere maatschappelijke diensten (zoals opslag CO2, vasthouden water etc.). 5.5 Herkenbare landschappen Onze doelen We willen het onderscheid in onze landschappen herkenbaar houden en beschermen daarom de meest waardevolle polders en de typische kenmerken van polders. We zijn ervan overtuigd dat wij een bijzonder landschap hebben. De geschiedenis van het eiland is door de ligging van dijken, kreken en dorpen (langs de oude dijken) leesbaar gebleven en herkenbaarder gemaakt. Waar landschappelijke en cultuurhistorische waarden stevig aanwezig zijn, zijn we terughoudend met nieuwe ontwikkelingen. We kiezen voor: Het behouden van de herkenbaarheid van de polders Ruimte voor ontwikkeling koppelen aan investeringen in kwaliteit Onze beleidskeuzes Het behouden van de herkenbaarheid van de polders Het polderlandschap kent vele kwaliteiten die we in de toekomst willen behouden en versterken: De schurvelingen, zandwallen en elzenmeten: Dé elementen van onze zandpolders, die zorgen voor de kleinschaligheid en het aantrekkelijke landschap op de kop van Goeree. De kreken: Van oudsher kent het eiland talloze kreken, waarlangs de (toen nog open) zee in verbinding stond met het land. Deze kreken zijn in de loop van de tijd steeds vaker gedempt, aangepast en/of recht getrokken. Daarmee zijn ook natuurwaarden verloren gegaan. Ons doel is om de kreken terug te brengen en te herstellen. Dijken: Dijken zijn onlosmakelijk verbonden met het eiland. In de ringpolders hebben ze een ronde vorm. Bij de aanwaspolders zijn ze (vaak) sikkelvormig. Veel van de dijken zijn beplant met bomen, wat de dijken tot bijzonder dominante structuren in het landschap maakt. Ze dragen bij aan de aantrekkelijkheid van het landschap. De havenkanalen: Langs de dijken slibde in het verleden telkens nieuwe slib aan, waardoor havens onbereikbaar dreigden te worden. Om de havens in de dorpen bereikbaar te houden werden kanalen gegraven. Dit zijn nu bijzondere landschappelijke structuren in het landschap. De fraaie entrees van het eiland: Als eilandgemeente zijn we alleen via een van de dammen te bereiken. Ze vormen de entrees van onze gemeente en bij het oversteken van het Haringvliet en de Grevelingen wordt het zijn van een eiland mooi benadrukt. De verschillende dammen laten ieder op hun eigen manier belangrijke kenmerken van onze identiteit zien. Bij de Brouwersdam zien we de recreatiesector goed terugkomen, bij de Haringsvlietdam zie je ons sterke maritieme cluster en bij de Hellegatsdam en Grevelingendam staat natuur centraal. Deze uitstraling we graag zo richting de toekomst behouden. Afbeelding
  50. Principe van benutten van krekken voor brede groen-blauwe dooradering in de aanwaspolder (Bron: Landschapsprofiel Gebiedsprofiel Goeree-Overflakkee

(2012), H+N+S & Enno Zuidema Stedebouw) en juiste smalle groenblauw-dooradering in de ringpolders. A Afbeelding 37. Principe van benutten van krekken voor brede groen-blauwe dooradering in de aanwaspolder (Bron: Landschapsprofiel Gebiedsprofiel Goeree-Overflakkee
(2012), H+N+S & Enno Zuidema Stedebouw) en juiste smalle groenblauw-dooradering in de ringpolders. B Afbeelding
  1. Cultuurhistorische waardevolle polders zijn oude aanwaspolders en (zand)polders op de kop. Afbeelding
  2. Cultuurhistorische waardevolle polders zijn oude aanwaspolders en (zand)polders op de kop. - Legenda In hoofdstuk 2 beschreven we de kernkwaliteiten van elke polder en de duinen in onze gemeente. De zandpolders, ringpolders en aanwaspolders hebben elk hun eigen kenmerken en kwaliteiten. De verschillen tussen de polders bepalen mede de aantrekkelijkheid voor inwoners en bezoekers. Immers, als alles hetzelfde is, is het niet bijzonder. We zetten dan ook in op het zichtbaar houden van de essentiële kenmerken van de polders: In de zandpolders beschermen we de typische kenmerken van de schurvelingen, zandwallen en elzenmeten. De openheid, gekoppeld aan de krekenstructuur in het zogenoemde Middelland bij Goedereede zorgt voor een contrast in de zandpolders en ook die kwaliteiten beschermen we. We kiezen ervoor om de krekenstructuur in de toekomst waar mogelijk verder te versterken. De ringpolders vormen de oudste kleipolders, maar hebben tegelijkertijd ook de grootste verstedelijking gekend. We kiezen ervoor om in elk ringpolder de ringdijken zoveel mogelijk als herkenbare grens in het landschap herkenbaar te houden en de groenstructuren hier te versterken. De niet-stedelijke delen zijn vaak bijzonder open en bieden wijdse zichten. We kiezen ervoor om delen hiervan open en wijds te houden. Nieuw groen in deze polders kan worden gerealiseerd langs de dijken, als natuurvriendelijke oevers langs de kreken en als erfgroen. De aanwaspolders zijn bijzonder verschillend en kennen ook een verschillende ontstaansperiode. We hebben een deel van de polders als bijzonder waardevol gekenschetst. Dit geldt vooral voor de oudste polders, welke aan de zuid- en oostkant van het eiland voorkomen. In deze meest waardevolle polders kiezen we ervoor om de belangrijkste kenmerken, de kleinschalige afwisseling tussen openheid en beslotenheid, de bomenlanen en de groene dijken te beschermen. Ook stellen we als doel om de kreken te herstellen en in te zetten als ecologische verbindingen over het eiland. De rationele loop van de kreken of de plekken waar ze gedempt zijn, willen we in de toekomst herstellen. De overige aanwaspolders bieden kansen voor allerlei vormen van landbouw en waar nodig ook voor andere functies. Hier kan ook worden geïnvesteerd in het landschap en kan de herkenbaarheid worden behouden door dijken te vergroenen of groen te houden. Ruimte voor ontwikkeling koppelen aan investeringen in kwaliteit Nieuwe bedrijven of wooninitiatieven zorgen voor extra verdiencapaciteit in het landelijke gebied, en maken zodoende investeringen mogelijk in de kwaliteit van het bouwblok en/of de omgeving. Daarom stellen we als eis dat een initiatiefnemer een deel van de gemaakte waardesprong investeert in de kwaliteiten in de omgeving. De landschapsprofielen beschrijven de kwaliteiten en kansen in het landschap en kunnen worden benut om deze investering verder concreet te maken. Ook kan geïnvesteerd worden in de kwaliteit van de bebouwing, de inrichting van een erf of investeringen in de biodiversiteit. Afbeelding
  3. Voorbeelden van de verschillende typerende landschappen die het eiland kenmerken. 5.6 Een divers recreatief profiel Onze doelen We willen ons eiland voor de lange termijn aantrekkelijk houden voor toeristen en recreanten en de toeristisch-recreatieve sector als economische pijler ruimte blijven geven. We willen wel groei van recreatie, maar zonder dat de druk op het natuurlijke systeem en op het woonen leefklimaat toeneemt. Daarom streven we ook naar een betere spreiding over het eiland. We beseffen dat daar andere kwaliteiten zijn dan op de kop en dat dit een ander type toerist zal aantrekken. En die uitdaging gaan we graag aan. De kop van Goeree blijft daarbij vanzelfsprekend ook een aantrekkelijke plek. Hier werken we toe naar een verduurzamingsslag om zo de aanwezige recreatieve druk te verminderen. We kiezen voor: Het verbreden van het recreatief profiel Het aanwijzen van nieuwe recreatieve hotspots Het versterken van de toeristisch recreatieve sector op de kop Het verduurzamen van vakantieparken Het duurzaam in stand houden en beschermen van onze stranden en duinen Onze beleidskeuzes Het verbreden van het recreatief profiel We koesteren onze aantrekkelijkheid voor stranden watersportvakanties op de kop van Goeree, maar kiezen bij groei van de toeristisch-recreatieve sector voor nieuwe vormen van toerisme en recreatie. We zetten in op vormen van recreatie die uitgaan van de kenmerkende kwaliteiten van Goeree- Overflakkee: uitgestrekte wildernisnatuur, rust & ruimte, watersport en cultuurhistorie. Uitgestrekte wildernisnatuur Met ons duinlandschap, maar ook onze slikgebieden hebben we bijzondere en uitgestrekte natuurgebieden met een bijzondere recreatieve aantrekkingskracht. Door in te zetten op deze wildernisnatuur die toegankelijk en beleefbaar is zetten we in op de meer avontuurlijke recreant. De diversiteit in onze natuurgebieden geeft ook kansen om verschillende vormen en verhalen te vertellen rondom de wildernisnatuur’ en daarmee verschillende manieren om als recreant van deze landschappen te genieten. Rust en ruimte Rust en ruimte is een bijzondere kwaliteit. We kennen in onze gemeenten plekken waar woningen en functies zo ver uit elkaar liggen, dat je ultieme rust kunt ervaren. Denk daarbij aan randen van het eiland, waar je vanaf de dijk en de slikken en schorren bijzondere vergezichten hebt en kunt uitwaaien. Maar er zijn ook bijzondere plekken in de randen van de aanwaspolders, waar weinig bebouwing aanwezig is en waar door de groene dijken, kreken en kleinschalige landschapselementen een heel besloten beeld bestaat. Ook excursies naar de eilanden in de Grevelingen of de Hellegatsplaten geeft een gevoel van rust en ruimte. Daarom willen we de dijken, de zichten op de schorren en de slikken en de meest waardevolle aanwaspolders beschermen, zodat deze waarden behouden blijven. Bestaande bebouwing en erven kunnen worden benut om een netwerk van (kleinschalige) toeristisch-recreatieve functies te ontwikkelen. Watersport, varen en (sport)visserij Als eiland neemt watersport een belangrijke plek in. Dit blijven we doen. Bovendien willen we dit versterken aan de randen van de Kop van Goeree, zoals langs de Brouwersdam. Daarnaast kijken we naar andere vormen van watergebonden recreatie. Naast surfen en zeilen gaat het ook om pleziervaart, sportvisserij en varen in de natuur. Het gebied rond Herkingen vormt daarbij hét vaargebied binnen onze gemeente wat we verder kunnen doorontwikkelen op dit vlak. Cultuurhistorie We zijn een eiland met een rijke geschiedenis. Zoals in paragraaf 2.
  4. al aangegeven hebben we verschillende cultuurhistorische elementen die we meer in samenhang met elkaar willen brengen. Zo vertellen ze gezamenlijk de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. We kunnen dan niet alleen ons materiële en immateriële erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken, maar hier ook recreatieve kansen aan koppelen. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan het realiseren of bekend maken van onze historische verhaallijnen. Denk daarbij aan de verhaallijn van het leven met het water, dat we aan de hand van de havens, de visserij, de inpoldering, maar ook de watersnoodramp kunnen vertellen. Onze historische kwaliteiten kunnen we met onze historische voorstraatdorpen, het stadje Goedereede, maar ook historische plaatsen als Fort Prins Frederik (uit 1811), historische molens en historische musea vertellen. Het aanwijzen van nieuwe recreatieve hotspots Het doel is om meer hotspots in het recreatieve netwerk op te nemen en daarmee de recreatieve druk te spreiden en nieuwe economische kansen te creëren, die ook goed zijn voor de inwoners. Cruciaalin het succesvol maken van deze nieuwe hotspots is dat er een mix aan kwaliteiten en activiteiten voorkomt. We zijn ervan overtuigd dat een eenzijdige insteek te beperkt is. In onze visie kiezen we dan ook voor locaties waar we verschillende kwaliteiten kunnen combineren: belevenisnatuur, rust & ruimte, watersport en cultuurhistorie. We kiezen niet voor besloten vormen van verblijfscreatie, oftewel recreatieparken die erop gericht zijn om bezoekers binnen te houden. We kiezen voor vormen van verblijfsrecreatie, die de belevingvan het eiland bevorderen. Dagrecreatieve activiteiten vormen daarom de basis van waaruit toerisme kan groeien. Er moet eerst iets te doen zijn, voordat nieuwe verblijfsrecreatie in onze ogen succesvolkan zijn. Met bijvoorbeeld elk-weer-voorzieningen van bovendien een extra meerwaarde voor het hele eiland ontstaan. We kijken daarbij ook goed naar de bestaande vakantieparken, als deze niet vitaal zijn zetten we ons in om deze te versterken. We zien een aantal kansrijke plekken waar toerisme en recreatie zich veelzijdig kan ontwikkelen: Herkingen: Hier komen de volgende kwaliteiten bij elkaar: watersport, het strand, de havens voor pleziervaart, de kans op excursies naar de slikken en schorren en de eilandjes in de Grevelingen, de nabijheid van Slikken van Flakkee, wandelen en natuurbeleving langs de Grevelingen, Het Paardengat en het Klaasjeswater. Ooltgensplaat: Hier komen de volgende kwaliteiten bij elkaar: de pittoreske haven voor de pleziervaart, camperplaatsen, het Toeristisch OverstapPunt (TOP), wandelroutes naar de vogelkijkhutten, kans op excursies naar de Hellegatsplaten en de beleving van cultuurhistorische bijzonderheden als het Fort Prins Frederik. Daarnaast ligt de Galathese Haven dichtbij, met de mogelijkheden voor sportvisserij, de natuurspeelplaats, de horeca, de camperplaatsen en de mogelijkheid om dit gebied verder uit te breiden met een kampeerterrein. Middelharnis: Hier komen de volgende kwaliteiten bij elkaar: cultuurhistorische kwaliteiten zoals de historische havens van Middelharnis (met horeca) en Sommelsdijk, het oude centrum met beschermd dorpsgezicht, de musea en het strand aan het Haringvliet. We zien kansen om de potentie van het strand en de directe omgeving ten noorden van Middelharnis vergroten met ruimte voor nieuwe voorzieningen. Naast deze gebieden staan we open voor nieuwe ontwikkelingen in polders, waar op lange termijn de zoetwater beschikbaarheid onder druk kan komen te staan. Het versterken (zonder grote groei) van de toeristisch-recreatieve sector op de kop van het eiland Aan de westkant van het eiland kennen we een uitgebreide toeristische sector. We kiezen ervoor om de druk op de kop niet verder te verhogen en vooral in te zetten op kwaliteitsverbetering en meer variatie.Voor vakantieparken, B&B’s en minicampings gaan we uit van het bestaande aanbod. Daarnaast is er ruimte voor andere vormen van recreatie, mits goed ingepast. In de toekomst streven we naar een groei van het toerisme door meer jaarrond exploitatie te bevorderen. Hoewel de piek in de zomer ligt, liggen er kansen om het toerisme in andere seizoenen verder te versterken door extra dagrecreatieve activiteiten en door de andere delen van het eiland meer te betrekken bij de toeristisch-recreatieve ontwikkeling, zoals genoemd in de recreatieve parels die we verspreid over het eiland nastreven. Het verduurzamen van vakantieparken en voorzieningen Ook in onze recreatieve sector is het van belang om aandacht te hebben voor verduurzaming. Dat betekent dat we aan de slag gaan met de energietransitie, bijvoorbeeld door accommodaties enjachthavens energieneutraal te maken. Ook met het inzetten op meer duurzame mobiliteitsvormen kunnen we een slag maken om de druk van de huidige recreatie te verkleinen en de natuur op de kop tebeschermen. We zetten in op mobiliteitshubs, elektrisch vervoer en andere kansen voor innovatieve mobiliteitsconcepten, bijvoorbeeld nabij het strand en waardevolle delen van ons buitengebied. We streven naar kwaliteitsverbetering voor parken die in de loop van de tijd in kwaliteit en beheer achteruit zijn gegaan en daarmee een onaantrekkelijke of rommelige uitstraling hebben gekregen.Door waardeverhoging van vastgoed kan een kwaliteitsimpuls ontstaan. Tegelijkertijd vinden we dat recreatie en toerisme toegankelijk moet blijven voor alle doelgroepen, waaronder ook groepenmet een kleiner budget. Soms is daarvoor uitbreiding nodig, maar die ruimte is op de Kop van Goeree zeer beperkt. In bijzondere gevallen overwegen we functieverandering naar wonen als hierbij in een lokalebehoefte kan worden voorzien en hiermee de noodzakelijke kwaliteitsverbetering en verduurzaming kan worden gehaald.We vragen aan ondernemers ook nadrukkelijk om te investeren in sociale vormen van duurzaamheid. Met het oog op de vergrijzing is het toegankelijk maken van accommodaties en voorzieningen voorouderen of andere zorgbehoevenden een belangrijke stap. Afbeelding
  5. Verschillende vormen van natuur,- cultuur- en waterrecreatie Intermezzo ‘Leven met water’ We kennen in de gemeente een rijke geschiedenis met bijzondere verhalen. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken. Het zijn heel verschillende elementen, die juist insamenhang een verhaal vertellen van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. We willen nieuwe ontwikkelingen benutten om elementen beter beleefbaar te maken en de essentiële kwaliteiten te beschermen. We zien kansen om enkele verhaallijnen in ons recreatieve profiel meer accent te geven. Zo is het leven met het water een thema, die allerlei aspecten van de historie op ons eiland kanverbinden: Het stadje Goedereede, dat in de 13e eeuw stadsrechten kreeg en een belangrijke handelsplaats werd in de voordelta van Holland. De gemeente kent maar liefst veertien havens, die ervoor zorgen dat bijna alle dorpen onlosmakelijk met het water zijn verbonden. De visserij, die belangrijk was in veel van de dorpen en havens van ons eiland en in Stellendam heeft geleid tot een maritiem cluster van bedrijvigheid. Hier kunnen ook de moderne ontwikkelingenvan de visserij worden beleefd. De Watersnoodramp heeft diepe sporen achtergelaten op het eiland. Grote delen van het eiland zijn overstroomd. Via allerlei informatiepanelen in de dorpen wordt inzicht geboden indeze geschiedenis. Het verhaal van de dijken en de kreken. De dijken geven een beeld van de winning van het land op het water. De kreken laten zien hoe de ‘zee’ vroeger juist toegang hield over het land. Het duurzaam in stand houden en beschermen van onze stranden en duinen De stranden vormen een unique selling point voor recreatie, maar zijn ook belangrijke natuurgebieden. In onze visie gaan deze twee kwaliteiten goed samen, want de natuurlijke uitstraling van onzestranden vormen een belangrijke kwaliteit, waarmee we ons van veel andere stranden onderscheiden. Om zowel de natuurlijke als de recreatieve kwaliteit van de stranden en de duinen te behoudengaan we uit van een zonering. Ons streven is om de huidige recreatieve kwaliteiten te behouden, de ‘drukte’ te sturen en de stranden steeds natuurlijker en groener te maken. In 2018 en 2022 kregen we alhet predikaat ‘schoonste strand van Nederland’ en afgelopen jaren ontwikkelden we meerdere groene stranden, die handmatig worden gereinigd. We maken voor de toekomst de volgende keuzes: We houden vast aan een afwisseling van verschillende soorten stranden, met familiestranden, stranden voor extreme sporten (zoals kitesurfen) en groene stranden. We streven ernaar het aantal groene (en natuurlijk beheerde) stranden uit te breiden om natuur en recreatie nog meer samen te laten gaan. We beschermen de duinen en zetten daar natuurbescherming voorop. We streven naar goede condities voor de vorming van embryonale duinen. Deze zijn belangrijk voor de natuur en als kustfundament We kiezen voor een aantal gerichte strandopgangen met goede parkeergelegenheid en voorzieningen om de recreatieve drukte te sturen. Op termijn streven we naar het verlagen van de mobiliteitsdruk door meer uit te gaan van collectief vervoer en bereikbaarheid per (electrische) fiets. Daartoe onderzoeken we de mogelijkheden van mobiliteitshubs. We kiezen ervoor om bestaande voorzieningen zoals paviljoens te behouden (en waar nodig) te blijven versterken in de toekomst. Om het evenwicht met de natuur te behouden kiezen we niet voor nieuwe mogelijkheden van paviljoens. Nieuwe strandactiviteiten zijn mogelijk, als dit ter vervanging is van bestaande functies. Het geheel moet in balans blijven met de natuurlijke kwaliteiten en uitstraling van het strand en de duinen. Het duingebied van de Brouwersdam ligt buiten Natura 2000-gebied. Hier liggen kansen om recreatie (medegebruik) ook in de duinen mogelijk te houden en te maken. Natuurbranden vormen een steeds groter risico in Nederland. Dit is bij toenemende droogte een risico in de duinen. Bij de versterking van recreatie houden we bij de inrichting van het duingebied,de eisen aan functies en de bereikbaarheid voor hulpdiensten rekening met dit risico. Afbeelding
  6. Recreatiekaart Afbeelding
  7. Recreatiekaart - Legenda 5.7 Prettig bereikbaar Onze doelen Bij een aantrekkelijk eiland hoort een prettige bereikbaarheid. In 2050 willen we dat de fiets binnen de kernen het belangrijkste vervoersmiddel is en dat inwoners zonder belemmeringen werk en voorzieningen kunnen bereiken. Dat geeft een aantal uitdagingen, omdat de wegen in onze dorpen veelal zijn ingericht voor een menging van verkeersstromen en de bereikbaarheid op het eiland grotendeels afhankelijk is van de auto. Onze inzet is om inwoners minder in de auto te krijgen door goede alternatieven voor een deel van de automobiliteit te bieden. In de mobiliteitsvisie, het mobiliteitsplan en het bijbehorende uitvoeringsprogramma werken we onze doelen verder uit. We kiezen voor: De fietser en wandelaar centraal zetten binnen en meer fietsroutes tussen de dorpen. Meer duurzame vormen van mobiliteit Verkeersdruk verlagen door de doorstroming te verbeteren, met name bij de entrees van het eiland Mobiliteitsknooppunten Onze beleidskeuzes De fietser en wandelaar centraal zetten binnen en meer fietsroutes tussen de dorpen In de toekomst staat de fietser voorop. We willen dat fietsers en voetgangers in de dorpen voorrang krijgen. Bij nieuwe woningbouwprojecten zorgen we ervoor dat fietsers en voetgangers de belangrijkste plek krijgen. Voor bestaande wegen in de dorpen kijken we hoe we deze beter kunnen inrichten voor fietsers en voetgangers, volgens het STOMP-principe. Daarbij weten we dat we als plattelandsgemeente dit principe anders kunnen benutten dan in stedelijke gebieden. Afstanden zijn in onze gemeente groter en de OV-mogelijkheden beperkter. Daarom houden we onder meer ook rekening met de opkomst van slimme mobiliteit en zorgen we voor betere voorzieningen zoals deelauto’s, laadpalen en multifuel-stations. Voor 2050 streven we naar het verlagen van parkeernormen, waarbij meer parkeervoorzieningen aan de randen van de dorpen/wijken worden aangeboden en er meer ruimte is voor groen en veilige wandel- en fietsvoorzieningen. We verwachten in de toekomst dat de relaties tussen de dorpen sterker zullen worden. Met de komst van de elektrische fiets zijn ook grotere afstanden aantrekkelijk voor de fiets. De veiligheid is daarbij essentieel. Hoewel veel inwoners op dit moment aangeven geen knelpunten te zien in de routes tussen de dorpen, is er wel sprake van heel verschillende verkeersstromen (autoverkeer, landbouwverkeer, school-/werkverkeer, recreatief verkeer). Door in de toekomst meer onderscheid te maken in wegen, meer in te zetten op het scheiden van auto’s en fietsers kunnen routes nog aantrekkelijker worden. Afbeelding
  8. Het stomp-principe en andere voorbeelden van het multimodaal maken van het verkeersysteem. Meer duurzame vormen van mobiliteit Naast betere fietsroutes zetten we in op meer flexibele OV-oplossingen, waarbij we publieke (belbussen, Wmo-vervoer etc.) en private initiatieven willen combineren. Het OV-netwerk op het eiland zelf tussen onze dorpen versterken we graag, ook ter ondersteuning van de sociale samenhang. In de toekomst zien we grote kansen voor Mobility as a service/zelfrijdend vervoer, waardoor auto’s een minder centrale rol in de buurt hoeven in te nemen en de drempel voor vervoer tussen dorpen verlaagd kan worden. In algemene zin zorgen we voor een stukje bewustwording bij onze inwoners: welke mogelijkheden zijn er allemaal rondom duurzame mobiliteitsopties? Verkeerdruk verlagen door de doorstroming te verbeteren, met name bij de entrees van het eiland Hoewel we intern het autoverbruik willen verminderen, zullen we ook op lange termijn goed aangehaakt moeten blijven op de regio’s om ons heen.Van en naar het eiland zoeken we ook naar alternatieve vormen van vervoer, maar beseffen we ook dat de (elektrische) auto hierin een essentiële rol blijft vervullen. Onze grootste inzet is dan ook om de doorstroming bij de entrees van ons eiland te verbeteren. Een mogelijke oplossing is bijvoorbeeld door extra wisselstroken aan te leggen. Stroken, die op verschillende momenten van de dag kunnen wisselen van richting, zodat de drukste richting kan worden versneld. Het Rijk en/of de provincie zijn hier als wegbeheerders voor verantwoordelijk. Wij gaan hierover met hen het gesprek aan. Mobiliteitsknooppunten We zetten in op mobiliteitsknooppunten waarbij verschillende vervoersvormen bij elkaar komen. Met deze plekken kunnen we onze mobiliteitsbewegingen zo veel mogelijk collectief en duurzaam doen. Dit kan bijvoorbeeld door van de fiets over te stappen op een deelauto of bus. Door op deze plekken ook te werken met pakketzuilen kunnen we een verbeteringsslag maken in het beperken van bezorgverkeer op het eiland. Ook rondom duurzame energie ligt hier een kans door lokale energiesystemen te koppelen aan het knooppunt. Knooppunten zo dicht mogelijk bij de entrees van de eilanden bieden kansen om met name het recreatief verkeer te bundelen, maar ook voor woon-werkverkeer kan dit interessant zijn. Ook aan de randen van onze dorpen liggen kansen voor deze knooppunten. Zo kunnen we alle verkeersstromen door onze dorpen verminderen en het verblijfskwaliteit verbeteren. 5.8 Levendige multifunctionele centra Onze doelen Middelharnis/Sommelsdijk, Oude-Tonge en Ouddorp zijn de kernen om te winkelen. We vinden het belangrijk dat deze centra meer dan alleen winkelplekken zijn. Het zijn ook plekken om elkaar te ontmoeten en te ontspannen. Deze verblijfsfunctie vinden we belangrijker dan doelgerichte bezoeken. Voor de kernen waar het winkelaanbod niet of in beperkte mate aanwezig is, geldt ook dat we toewerken naar een dorpshart met goede verblijfskwaliteit. We zien daarbij kansen om de havenkommen te benutten als (onderdeel van) het dorpshart. We kiezen voor: Meerdere functies in de centra Havenkommen als (onderdeel van) dorpshart Onze beleidskeuzes Meerdere functies in de centra De centra van onze kernen maken we toekomstbestendig. We vinden het belangrijk dat het prettig is om langer (recreatief) te verblijven in de centra. We zorgen dat onze centra prettig te bezoeken plekken zijn met een hoge verblijfskwaliteit. Een mix aan functies is daarbij welkom om het centrum een sterke bezoekfunctie geven. Meer bezoek betekent tegelijkertijd ook dat de centra aantrekkelijkeplekken blijven om te winkelen. De sfeer in het hele centrum is gericht op verblijven en de inrichting is klimaatbestendig. De beleving en inrichting sluiten aan op de bestaande kwaliteiten en zorgen voor een totaalbeleving. We zorgen voor een juiste balans in de mix aan functies en het woongenot van inwoners. Ook in de kleinere dorpen is het gewenst om zoveel mogelijk voorzieningen te clusteren in een centraal punt zodat deze voor alle inwoners te bereiken zijn en men elkaar meer tegenkomt. Havenkommen als (onderdeel van) dorpshart De havens vormen bijzondere plekken in onze dorpskernen. Van oudsher waren de havens belangrijke plekken voor economische en sociale activiteiten. Er werd hier gehandeld en gewerkt, maar deze plekken speelden ook een belangrijke sociale en culturele rol voor de dorpsgemeenschappen. Ook in de huidige tijd zien we deze doorwerking en betekenis nog, maar merken we ook dat niet alle havens beschikken over het verblijfsklimaat dat ze zouden kunnen hebben. We willen dan ook kijken hoe we de havenkommen meer onderdeel kunnen laten zijn van de dorpsharten. Mogelijk liggen er zelfs kansen om in de kleinere kernen zonder echt ‘winkelhart’ havenkommen in te zetten als hét dorpshart en dus dé plek waar inwoners elkaar ontmoeten en activiteiten organiseren. Intermezzo Havens De verschillende havens in onze gemeente maken een belangrijk onderdeel uit van de identiteit van onze kernen. We zien echter dat veel van deze havens verouderd en niet-toekomstbestendig zijn. Daarom zijn we aan de slag gegaan met het opstellen van een masterplan voor onze havens. Daarin laten we zien welke kansen er liggen om onder meer de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en de recreatieve aantrekkelijkheid van de havens te verbeteren. Het masterplan hebben we samen met gebruikers en inwoners vormgegeven. We gaan per haven aan de slag met het maken van een plan van aanpak voor de uitvoering van de visie en ambities om zo onze havens weer klaar te maken voor de toekomst! Afbeelding
  9. Schetsontwerp voor de haven van Ooltgensplaat 5.9 Inzetten op een sterke lokale mkb-sector en een specialistisch maritiem bedrijvencluster Onze doelen In onze gemeente bevinden zich veel verschillende ondernemers. Op onze bedrijventerreinen zien we grotendeels bedrijven uit ons midden- en kleinbedrijf. We streven naar voldoende ruimte om te kunnen ondernemen voor onze lokale ondernemers. Daarmee zorgen we ook dat onze inwoners dichtbij huis werk hebben en de druk op ons wegennet niet onnodig verder toeneemt. Tegelijkertijd zien we ook innovatieve bedrijven in met name de maritieme sector. Waar het kan zetten we in op het verder specialiseren en clusteren van deze – en andere – bedrijvigheid. Op die manier blijven we kennis- en innovatie-ecosystemen verder doorontwikkelen. Naast het MKB, agrofoodbedrijven, landbouw en recreatie zijn onderwijs en zorg belangrijke werkgevers. We zien kansen om het zorgcluster rond het ziekenhuis te versterken met nieuwe vormen van zorg die passen bij een plattelandsgemeente. Verder moeten we op basis van de klimaatopgaven aan de slag moeten met het verduurzamen en klimaatbestendig maken van onze bedrijventerreinen. We kiezen voor: Voldoende ruimte voor lokaal ondernemerschap. Zoekgebieden voor bedrijventerreinen. Een sterk en gespecialiseerd maritiem cluster. Klimaatbestendige en duurzame bedrijventerreinen. Grip op goede huisvesting van arbeidsmigranten. Onze beleidskeuzes Voldoende ruimte voor lokaal ondernemerschap We willen het lokale MKB zoveel mogelijk faciliteren. We willen daarvoor o.a. de overgang van een bedrijf aan huis naar een bedrijf op een bedrijventerrein zo eenvoudig mogelijk maken. De echt lokaal gewortelde ondernemers kunnen daarvoor terecht op onze lokale bedrijventerreinen. We houden deze bedrijventerreinen kleinschalig en zien daarom slechts beperkte uitbreidingsmogelijkheden op deze plekken. Voor ondernemers die geen grote binding met de kern hebben en/of een grotere ruimtevraag hebben, zetten we in op huisvesting op één van onze bovenlokale bedrijventerreinen in Oude-Tonge, Middelharnis of Stellendam (Korteweg). Voor echt grote bedrijven met weinig binding met onze gemeente, bijvoorbeeld in de logistieke sector, zien we niet direct ruimte in onze gemeente. Herstructureren en passende uitbreiding van bedrijventerreinen Om bedrijventerreinen niet te laten verouderen en ruimte te blijven geven aan bestaande en nieuwe bedrijven willen w

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.