Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026De gemeenteraad van Gulpen-Wittem, Overwegende het voorstel A 286 van het Presidium d.d. 12 januari 2026 artikel 147 en 155a van de Gemeentewet. Besluit de Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 per 1 april 2026 in te trekken. de navolgende Verordening onderzoeksrecht gemeenteraad Gulpen-Wittem 2026 vast te stellen en per 1 april 2026 in werking te laten treden: Hoofdstuk1Algemeen Artikel1:definities College: het college van burgemeester en wethouders; Enquêtecommissie: een commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet; Raadsenquête: een onderzoek als bedoeld in artikel 155a, eerste lid van de Gemeentewet. Onderzoekscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, die onderzoek doet naar het door het college gevoerde bestuur zoals beschreven in artikel 2 van deze verordening; Raadsonderzoek: een onderzoek naar het door het college van burgemeester en wethouders gevoerde bestuur of het handelen van de gemeenteraad zelf, ingesteld op grond van artikel 155 Gemeentewet; Voorbereidingscommissie: een commissie ingesteld op grond van artikel 84 Gemeentewet die tot doel heeft te onderzoeken welk controle-instrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid; Vergadering: bijeenkomst waarin de enquêtecommissie beraadslaagt, maar niet verhoort; Hoorzitting: bijeenkomst van de enquêtecommissie waarin zij personen hoort op grond van artikel 155c Gemeentewet. Hoofdstuk2Raadsonderzoek Artikel2Raadsonderzoek 1.De gemeenteraad kan op voorstel van een of meer leden een onderzoek instellen. 2.Het besluit tot instellen van een onderzoek bevat een omschrijving van het onderwerp van onderzoek en een toelichting. Deze omschrijving kan tijdens het onderzoek door de gemeenteraad worden gewijzigd. 3.Het onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie ex. artikel 84 van de Gemeentewet. 4.Met uitzondering van de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 169 en 180 Gemeentewet is niemand verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek. 5.De grondslag voor het onderzoek kan door de gemeenteraad indien nodig gaandeweg het onderzoek worden gewijzigd, al dan niet op voorstel van de onderzoekscommissie, naar een onderzoek op grond van artikel 155a van de Gemeentewet. 6.Alvorens te besluiten een raadsonderzoek te houden, kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek. Hoofdstuk3Raadsenquête (artikel 155a Gemeentewet) Artikel3Voorbereidingscommissie 1.Alvorens te besluiten een raadsenquête te houden op grond van artikel 155a Gemeentewet kan de gemeenteraad besluiten tot het (laten) verrichten van een voorbereidend onderzoek. 2.De gemeenteraad draagt een voorbereidend onderzoek op aan een voorbereidingscommissie. Dit is een commissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet. De voorbereidingscommissie heeft tot doel te onderzoeken welk controle-instrument het beste kan worden gebruikt en/of het besluit tot het houden van een raadsenquête voorbereid; 3.De voorbereidingscommissie aan wie het voorbereidend onderzoek is opgedragen, beschikt niet over bevoegdheden als vermeld in de artikelen 155b, 155c en 155d van de Gemeentewet. 4.De voorbereidingscommissie heeft tenminste tot doel de gemeenteraad te adviseren over eventuele vervolgstappen na afronding van het voorbereidend onderzoek. De resultaten van het voorbereidend onderzoek worden gedeeld met de gemeenteraad, zodat deze op basis van de bevindingen een gemotiveerd besluit kan nemen over het al dan niet instellen van een raadsenquête. Artikel4Enquêtecommissie De enquêtecommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid van de Gemeentewet bestaat uit een oneven aantal leden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de commissie op een andere wijze samen te stellen. Bij de samenstelling van de enquêtecommissie zorgt de raad voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen. Artikel5Voorzitter/plaatsvervangend voorzitter 1.De leden van de enquêtecommissie kiezen uit hun midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 2.De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering van de enquêtecommissie; het handhaven van de orde; het doen naleven van bij of krachtens deze verordening gestelde regels; hetgeen deze verordening hem verder opdraagt. Artikel6Griffier De griffier, of een door hem aangewezen ambtenaar, ondersteunt de voorbereidings- en enquêtecommissie als commissiegriffier. Artikel7(Ambtelijke) Bijstand 1.De bepalingen omtrent ambtelijke bijstand, zoals bedoeld in een verordening op grond van artikel 33, derde lid Gemeentewet, is niet van toepassing. 2.De enquêtecommissie kan besluiten derden in te schakelen voor het uitvoeren van opdrachten die zij in het kader van de onderzoeksopdracht en de uitoefening van haar taak nodig acht. Artikel8Beraadslagingen 1.De enquêtecommissie beraadslaagt als een lid dat nodig acht. 2.De voorzitter nodigt de leden van de enquêtecommissie uit voor de beraadslagingen en vermeldt daarbij de datum, het tijdstip en de locatie. 3.De enquêtecommissie beraadslaagt achter gesloten deuren. Artikel9Beëindiging van het lidmaatschap Als het lidmaatschap van een lid van de enquêtecommissie gedurende het onderzoek eindigt, brengt het lid eerst de voorzitter van de enquêtecommissie en vervolgens de gemeenteraad zo spoedig mogelijk op de hoogte. Hoofdstuk4Onderzoeksbevoegdheden van de enquêtecommissie Artikel10Uitoefenen bevoegdheden 1.De enquêtecommissie kan de haar verleende bevoegdheden uitoefenen met ingang van de dag waarop het besluit tot het instellen van de enquêtecommissie door de gemeenteraad is genomen en volgens de juiste wijze bekend is gemaakt, totdat de enquêtecommissie door de gemeenteraad dan wel op grond van artikel 18 van deze verordening wordt ontbonden. 2.De enquêtecommissie oefent haar bevoegdheden slechts uit voor zover dat naar het redelijk oordeel van de enquêtecommissie voor de vervulling van haar taak nodig is. Artikel11Voorgesprekken 1.De enquêtecommissie kan besluiten voorgesprekken te houden met personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid van de Gemeentewet. 2.Een getuige of deskundige met wie de enquêtecommissie een voorgesprek voert, is niet ook lid van de enquêtecommissie. 3.Niemand is verplicht tot medewerking aan een voorgesprek. 4.De voorgesprekken worden gevoerd in een besloten vergadering van de enquêtecommissie, met als gevolg dat de leden van de enquêtecommissie geheimhouding bewaren over hetgeen hen tijdens het voorgesprek ter kennis komt, tenzij uitdrukkelijk anders wordt overeengekomen met betrokkenen. 5.Van het voorgesprek kan een geluidsregistratie en een verslag worden gemaakt. Het vierde lid is hierop mede van toepassing. Artikel12Vorderen van schriftelijke informatie 1.Voordat de enquêtecommissie overgaat tot een vordering als bedoeld in artikel 155b Gemeentewet doet zij aan de personen, zoals genoemd in artikel 155b, eerste lid Gemeentewet, een verzoek doen tot het verschaffen van informatie. 2.Een vordering wordt schriftelijk gedaan en wordt aangetekend verzonden of tegen een gedagtekend ontvangstbewijs uitgereikt. 3.Als niet wordt voldaan aan de vordering doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt diegene aan wie de vordering is gericht in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de vordering te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de vordering. Artikel13Zitting en oproepen van getuigen en deskundigen voor verhoor 1.De voorzitter roept de leden van de enquêtecommissie, getuigen en deskundigen ten minste twee weken voor de zitting op. 2.Binnen vijf werkdagen na verzending van de oproep kunnen de getuigen en deskundigen onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken het tijdstip van de zitting te wijzigen, tenzij er zwaarwegende redenen zijn de verzoektermijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van vijf werkdagen wordt afgeweken. 3.De beslissing van de voorzitter op dit verzoek wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de betrokken getuige of deskundige medegedeeld, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om deze termijn in te korten. Bij een verkorte termijn wordt in de oproep ook gemotiveerd aangegeven wat is de reden is dat van de standaardtermijn van een week wordt afgeweken. 4.In afwijking van het eerste lid kan de enquêtecommissie in de oproep gemotiveerd bepalen dat het verhoor eerder plaatsvindt dan twee weken na verzending van de oproep als: naar oordeel van de enquêtecommissie in het belang van de raadsenquête een verhoor op een kortere termijn redelijkerwijs nodig is; of de betrokken getuige of deskundige met een kortere termijn instemt. 5.Indien een getuige of deskundige geen gehoor geeft aan de oproep doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 192 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene aan wie de oproep is gericht in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken na dagtekening alsnog aan de oproep te voldoen. Hierbij wordt vermeld dat de enquêtecommissie overgaat tot het doen van aangifte als niet wordt voldaan aan de oproep. Artikel14Horen onder ede 1.De enquêtecommissie besluit, voordat het eerste getuigenverhoor plaatsvindt, of alle getuigen uitsluitend verhoord worden na het afleggen van de eed of belofte. 2.Voorafgaand aan het verhoor leggen getuigen en deskundigen, mits zo bepaald door de enquêtecommissie, in handen van de voorzitter de eed of de belofte af dat zij de gehele waarheid en niets dan de waarheid zullen zeggen. 3.Als de enquêtecommissie het vermoeden heeft dat getuigen na het afleggen van de eed niet de waarheid spreken tijdens verhoren dan doet de enquêtecommissie aangifte op grond van artikel 207 Wetboek van Strafrecht. Voordat de enquêtecommissie hiertoe overgaat, wordt degene die wordt verhoord op de hoogte gebracht van de vermoedens van de enquêtecommissie en in de gelegenheid gesteld alsnog aan de verplichtingen te voldoen door naar waarheid te antwoorden. Artikel15Toehoorders en pers 1.Toehoorders en pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen een openbare zitting bijwonen. 2.Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3.De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde verstoren te doen vertrekken. 4.De enquêtecommissie kan, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat in het belang van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen er geen toehoorders en pers worden toegelaten tijdens de verhoren. Artikel16Geluid- en beeldregistraties 1.De enquêtecommissie bepaalt op welke manier de verhoren openbaar zijn of worden gemaakt. 2.Degenen die tijdens een openbare zitting geluid- en/of beeldregistraties willen maken, doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. 3.De enquêtecommissie kan, in afwijking van het tweede lid, besluiten dat er geen beeldregistraties worden gemaakt, in het kader van het beschermen van de persoonlijke levenssfeer van getuigen. Artikel17Verslaglegging en archivering 1.De enquêtecommissie bepaalt op welke manier verslag wordt gemaakt. 2.Het verslag vermeldt minimaal de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid voor zover van belang. 3.Als de enquêtecommissie een schriftelijk verslag maakt van de verhoren dan wordt dat verslag ondertekend door de voorzitter en de commissiegriffier. De enquêtecommissie kan het schriftelijk verslag ter verificatie voorleggen aan een gehoorde getuige of deskundige. 4.De enquêtecommissie draagt zorg voor archivering van de bescheiden van het onderzoek conform de geldende voorschriften voor het bewaren van openbare en geheime stukken. 5.Van iedere vergadering van de enquêtecommissie wordt een besluitenlijst opgesteld dat ondertekend wordt door de voorzitter en de commissiegriffier. Artikel18Afronding onderzoek 1.De enquêtecommissie legt haar bevindingen vast in een openbaar rapport dat zij aan de gemeenteraad voorlegt. 2.Het college krijgt voor de publicatie van het openbare rapport de gelegenheid om het rapport te beoordelen op feitelijke juistheden, het gebruik van vertrouwelijke informatie en de belangen van de gemeente. 3.Nadat de bevindingen van het onderzoek aan gemeenteraad zijn gepresenteerd, is de enquêtecommissie van rechtswege ontbonden. 4.Met ingang van de dag dat de enquêtecommissie wordt ontbonden, gaan over op de gemeenteraad: de bescheiden die op verzoek of vordering aan de enquêtecommissie zijn verstrekt; de beeld- of geluidsregistratie en verslagen van de voorgesprekken en verhoren; de documenten die zijn opgesteld ten behoeve van intern beraad; en andere documenten die de enquêtecommissie van belang acht. 5.Het presenteren van de bevindingen van het onderzoek gaat gepaard met een voorstel van de enquêtecommissie over het al dan niet opheffen van de geheimhouding én de termijn van de op te leggen geheimhouding op – onderdelen van - stukken van het onderzoeksdossier, zoals genoemd in het voorgaande lid. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel19Intrekken oude verordening De Verordening op het onderzoeksrecht van de raad van Gulpen-Wittem 2005 wordt op 1 april 2026 ingetrokken. Artikel20Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.