← Nederland

Taalvaardig Assen Beleidsnotitie 2024-2027 (Assen)

Taalvaardig Assen Beleidsnotitie 2024-202716-04-2024 Samenvatting De gemeente Assen blijft de komende jaren extra inzetten op het versterken van taalvaardigheid. Ons toekomstbeeld is dat kinderen opgroeien in een taalrijke omgeving en dat zij plezier ervaren in het lezen. Waar nodig ondersteunen wij samen met het onderwijs kinderen om achterstanden zo vroeg mogelijk weg te werken. Onze ambitie is dat alle peuters in Assen gebruik kunnen maken van kinderopvang met een goede kwaliteit. Hier krijgen ze een aanbod dat bij hen past door goed opgeleide medewerkers die hun ontwikkeling stimuleren. De gemeente Assen zorgt voor voldoende voorzieningen voor kinderen met taalachterstanden. Ook voor jongeren is er ondersteuning bij het versterken van hun taalvaardigheid. De gemeente Assen wil meer doen voor leerlingen op de basis- en middelbare school. Want net als in de rest van Nederland neemt de leesvaardigheid en het plezier in lezen van jongeren in Assen verder af. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat we ondersteuning bieden voor alle volwassenen die aan de samenleving willen meedoen, maar hiervoor basisvaardigheden missen zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. In een maatschappij waarin we verwachten dat inwoners zichzelf kunnen redden is het vergroten van basisvaardigheden van groot belang. Tot slot is onze ambitie dat bedrijven, instanties en overheidsorganisaties beter rekening gaan houden met mensen die laaggeletterd zijn. Dat biedt meer mensen de kans om mee te doen aan de samenleving en daarmee het zelfvertrouwen te krijgen voor volgende stappen. Dit doen we gezamenlijk met onze partners, want we kunnen alleen maar succesvol zijn, als iedereen zijn rol pakt en verantwoordelijkheid neemt. Hoofdstuk1.Inleiding en visie In Assen vinden we het belangrijk dat iedereen zo veel mogelijk kan meedoen aan de samenleving en op eigen benen kan staan. Daarvoor moeten inwoners over een aantal basisvaardigheden beschikken. Dat gaat in de eerste plaats om taalvaardigheden (spreken, lezen en schrijven). Daarom blijven we als gemeente Assen de komende jaren extra inzetten op het versterken van taalvaardigheid en het tegengaan van laaggeletterdheid van alle inwoners. Waar nodig doen we dat in samenhang met andere basisvaardigheden (rekenen en digitale vaardigheden). We zetten ons in voor de taalvaardigheid van Assenaren… Dat dat nodig blijft, komen we regelmatig tegen. Uit internationaal trendonderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de leesvaardigheid van Nederlandse scholieren daalt. Een derde van de 15-jarigen loopt hierdoor zelfs het risico om het onderwijs laaggeletterd te verlaten. Ander onderzoek laat zien dat in Nederland meer dan 2,5 miljoen mensen van 16 jaar en ouder moeite heeft met taal en/of rekenen. Dat is 18% van alle mensen in Nederland (ongeveer 1 op de 6!). Onze ambitie is om dit tij te keren. Want wie niet goed kan lezen, heeft grote moeite aan de samenleving mee te doen. Taalachterstanden ontstaan vaak al op jonge leeftijd. En wie eenmaal met een taalachterstand de school verlaat, krijgt grote moeite zichzelf te redden. Het is dan ook zaak dat kinderen opgroeien in een taalrijke omgeving en dat we ons gezamenlijk inspannen om achterstanden zo vroeg mogelijk weg te werken. Taalachterstanden hangen vaak samen met andere ontwikkelachterstanden. Daarom is het belangrijk om samenhang aan te brengen in de aanpak van achterstanden. In deze notitie ligt de nadruk echter op taal. Ook voor jongeren en volwassenen is het van belang dat zij ondersteuning kunnen krijgen bij het versterken van hun taalvaardigheid. Daarom kiezen we met onze aanpak Assen Taalvaardig bewust voor een brede doelgroep. …en dat doen we samen… Samenwerking en gezamenlijkheid staan centraal in onze aanpak. We gaan met diverse partners (zoals het onderwijs, kinderopvang, welzijnsorganisatie, GGD Drenthe, bibliotheek DNK, Taalhuis) werken aan een Taalvaardig Assen. Want we kunnen alleen maar succesvol zijn, als iedereen zijn rol pakt en verantwoordelijkheid neemt. Of het nu gaat om signalering, begeleiding of het bieden van concrete lesprogramma’s. De diverse rollen en verantwoordelijkheden kunnen wettelijk bepaald zijn of voortkomen uit de expertise van organisaties. Het is daarom goed regelmatig met elkaar om tafel te gaan voor afstemming en te bespreken of onze aannames kloppen en onze plannen werken in de praktijk. … en in de wijken. Er moeten zo min mogelijk belemmeringen zijn voor Assenaren om aan de slag te gaan met taal en andere vaardigheden. In wijken waar de meeste mensen wonen die moeite hebben met taal en basisvaardigheden zetten we gerichte acties in. Dat doen we samen met onze partners in de wijk. Door deze trajecten in de wijken aan te bieden, verlagen we de drempel om deel te nemen. Kortom: We zetten ons in voor de taalvaardigheid van Assenaren, dat doen we samen en in de wijken. Leeswijzer In deze notitie staan onze plannen en doelen voor de komende jaren. Hoe we dat precies willen aanpakken en met wie staat in de uitvoeringsplannen. Dat maken we ieder jaar met betrokkenen uit het werkveld. Deze beleidsnotitie heeft vier hoofdstukken. In elk hoofdstuk komt één leeftijdsgroep aan de orde. In hoofdstuk 1 staat onze visie. Hoofdstuk 2 gaat over jonge kinderen (0-6 jaar), hoofdstuk 3 over kinderen en jongeren (7-18 jaar) en hoofdstuk 4 over volwassenen (18+). In elk hoofdstuk leggen we uit hoe onze plannen en doelen bijdragen aan onze visie. Hoofdstuk2.Jonge kinderen (0-6 jaar) In Assen vinden we het belangrijk dat alle kinderen de kans krijgen zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt hoe belangrijk de eerste zes levensjaren zijn voor de ontwikkeling van kinderen om later goed te kunnen functioneren. Het gaat dan om het begrijpen van de wereld om hen heen en het omgaan met anderen. In deze jaren leren kinderen praten, hun omgeving kennen, spelen ze met elkaar en ontdekken hun creativiteit. De rol van ouders is hierbij groot. In Assen werken we daarom in het kader van Kansrijke Start samen met ketenpartijen in de eerstelijns geboortezorg (‘lokale coalitie’). Kansrijke start is een landelijk programma om kansengelijkheid voor kinderen te bevorderen. Dat begint al vóór de zwangerschap en gaat door tot de eerste 1000 dagen van het kind. Bij het signaleren van kwetsbare zwangeren wordt onder andere gekeken naar laaggeletterdheid in het gezin. Want als (één van beide) ouders laaggeletterd zijn, dan heeft dat grote invloed op de taalontwikkeling van hun kinderen. Kinderen hebben dan een veel grotere kans om op latere leeftijd ook laaggeletterd te worden. Er zijn kinderen die aan de basisschool beginnen met een taalachterstand. Om voor gelijke kansen te zorgen willen wij dat alle peuters in Assen gebruik kunnen maken van kinderopvang met een goede kwaliteit. Hier krijgen ze een aanbod dat bij hen past door goed opgeleide medewerkers die hun ontwikkeling stimuleren. In Assen zijn veel plekken waar Voor- en Vroegschoolse Educatie (afgekort als VVE) wordt aangeboden. Dit VVE-aanbod heeft als doel achterstanden van jonge kinderen in te lopen en te voorkomen. De voorschoolse educatie is bedoeld voor peuters en bereidt hen voor op de basisschool. Hierin heeft de gemeente een wettelijke taak. Voor kleuters op de basisschool is er vroegschoolse educatie. In Assen bieden meerdere organisaties voor kinderopvang voorschoolse educatie aan. Hiermee stimuleren ze de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en op sociaal-emotioneel gebied. Deze notitie spitst zich toe op taalvaardigheid. Uiteraard in het besef dat dit vaak onlosmakelijk onderdeel is van de algemene ontwikkeling van kinderen. Rol gemeente Assen De gemeente Assen zorgt voor voldoende voorzieningen voor kinderen met taalachterstanden. Dat is een wettelijke plicht voor de gemeente. De gemeente subsidieert de organisaties die voorschoolse educatie aanbieden. Hierdoor kunnen kinderen van 2-4 jaar tegen een lager bedrag er gebruik van maken. Daarnaast draagt de gemeente bij in de kosten voor de opvang van peuters van wie de ouders geen gebruik kunnen maken van de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage voor de peuteropvang. In 2024 verkennen we of de eigen bijdrage voor mensen met een laag inkomen belemmerend is om gebruik te maken van het aanbod. Cijfers Het ministerie van OCW stelt geld beschikbaar voor kinderen met het hoogste risico op onderwijsachterstand. Op basis van landelijke criteria heeft het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in 2023 berekend dat in Assen 10% van de kinderen tussen 2,5 en 4 jaar binnen deze landelijke doelgroep valt. Dat komt neer op zo’n 95 kinderen. Het CBS kijkt naar factoren als opleidingsniveau, land van herkomst, verblijfsduur en financiële situatie. Per jaar kunnen hier verschillen in zijn. Daardoor varieert het budget dat de gemeente van het Rijk krijgt. Gemeenten bepalen zelf welke kinderen baat hebben bij het VVE-aanbod. In Assen gebeurt dit door jeugdverpleegkundigen van GGD Drenthe. Zij kijken of er sprake is van een taalachterstand of dat er factoren in de omgeving zijn met een storend effect op de taalontwikkeling. Is dat het geval, dan krijgt een kind een VVE-indicatie. De exacte criteria staan beschreven in de doelgroep definitie voor VVE, die we in overleg met onze partners opstellen. In de tabel hieronder staat het aantal kinderen dat in het derde kwartaal van 2023 een VVE-indicatie had. Het gaat om ruim 28% van alle kinderen van 2,5 tot 4 jaar in Assen. De gemeente wil al in een vroeg stadium iets kunnen doen voor kinderen met een taalachterstand. Daarom is er sinds 2020 ook subsidie beschikbaar als kinderen van 2-2,5 met een VVE-indicatie gebruikmaken van voorschoolse educatie. 4e kwartaal 2023 Aantal peuters met VVE-indicatie Totaal aantal peuters Peuters van 2,5 - 4 jaar 289 1018 Peuters van 2 – 2,5 jaar 60 337 Totaal 2 - 4-jarigen 349 1355 Toekomstbeeld jongste kinderen Alle kinderen in Assen beginnen zonder taalachterstand aan groep 3 van de basisschool Dit willen we op de volgende manieren bereiken: Kinderen kunnen vanaf 2,5 jaar naar een voorschoolse voorziening De meeste kinderen in Nederland gaan tot hun vierde jaar naar een voorschoolse voorziening. Hieronder vallen alle formele mogelijkheden voor kinderopvang. Er is een (kleine) groep peuters die hiervan geen gebruik maakt. Uit onderzoek blijkt dat deelnemen aan een voorschoolse voorziening belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Daarom zorgen wij ervoor dat elk kind vanaf 2,5 jaar, tot de start op de basisschool naar een goede voorschoolse voorziening kan. Voor peuters met een VVE-indicatie heeft het meerwaarde om gebruik te maken van peuteropvang met voorschoolse educatie. Toch doen niet alle peuters mee. De komende jaren zetten we daarom in op het bereiken van meer ouders. Hiervoor doen we onderzoek naar redenen van ouders om hier juist geen gebruik van te maken. Ook gaan we verkennen of de aanmelding voor peuteropvang eenvoudiger kan voor ouders. Op basis van huidige wetgeving kunnen gastouders geen voorschoolse educatie aanbieden. Op landelijk niveau wordt onderzocht of dit in de toekomst wel mogelijk is. Voor- en vroegschoolse voorzieningen met hoge kwaliteit Kinderen met een taalachterstand kunnen een groot deel hiervan inhalen wanneer zij deelnemen aan een voorschoolse voorziening van hoge kwaliteit. Daarom willen we in Assen dat gesubsidieerde peuteropvangvoorzieningen meer kwaliteit bieden dan wet- en regelgeving voorschrijven. Volgens onderzoek is daarbij vooral de kwaliteit van het pedagogisch-educatief handelen, het werken met een goed vve-programma en het aanbod van begeleid spel en ontwikkelingsstimulerende activiteiten van belang. Deze kwaliteitseisen staan in het gemeentelijk kwaliteitskader. Hierin staat bijvoorbeeld ook dat kinderen van dezelfde leeftijd en kinderen met en zonder taalachterstand zo veel mogelijk bij elkaar in een groep geplaatst moeten worden. Met subsidies voor de pedagogisch beleidsmedewerker VVE en verdere versterking van de kwaliteit van voorschoolse educatie investeren we gericht in kwaliteit. Vroegschoolse educatie De kwaliteit van vroegschoolse educatie is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de scholen. Schoolbesturen krijgen hier geld voor van het Rijk. De gemeentelijke bijdrage aan het versterken van de kwaliteit van de vroegschoolse educatie gebeurde de afgelopen jaren via subsidie voor ‘schakelklassen’. Deze subsidie was beschikbaar voor scholen met relatief gezien veel leerlingen met een onderwijsachterstand. In deze klassen krijgen leerlingen in groep 1 en 2 intensieve extra taalondersteuning als ze dit nodig hebben. Ouders actief betrokken bij de ontwikkeling van hun kinderen Een taalrijke omgeving is belangrijk voor de taalontwikkeling van jonge kinderen. Hiervoor is een actieve betrokkenheid van ouders/verzorgers belangrijk. Het is belangrijk dat ouders weten hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind. Dit begint al bij het consultatiebureau. Ook is het belangrijk dat voorschoolse voorzieningen ouders hier goed over informeren. Dit geldt later ook voor het onderwijs. Soms hebben ouders moeite om thuis de taalontwikkeling van hun kind te ondersteunen. Dit kan verschillende oorzaken hebben, bijvoorbeeld omdat ouders zelf laaggeletterd zijn. Daarom heeft de welzijnsorganisatie van ons de opdracht gekregen om ouders waar nodig te ondersteunen met gerichte activiteiten. Ook willen we de mogelijkheden onderzoeken om de consulten van het consultatiebureau uit te breiden of te verlengen, zodat jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen meer tijd hebben om ouders te adviseren met betrekking tot de taalontwikkeling van hun kind. Goede aansluiting voorschoolse aanbod en (vroegschoolse) basisonderwijs We willen dat het voorschoolse aanbod een goed vervolg krijgt op de basisschool zodat de overgang naar groep 1 soepel verloopt. Dit is in het belang van alle kinderen, maar zeker ook bij wie nog sprake is van achterstanden. Dit vraagt om een goede inhoudelijke afstemming en samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen. Van de aanbieders van voorschoolse educatie verwachten we een warme overdracht van alle kinderen (uiteraard alleen met instemming van de ouders) en minimaal één keer per jaar een gesprek met medewerkers van de school waar peuters met een VVE-indicatie naartoe zijn gegaan. Dit hebben we opgeschreven in het gemeentelijk kwaliteitskader. Hoofdstuk3.Kinderen en jongeren (6-18 jaar) De taalontwikkeling voor jongeren van 4 tot 18 jaar is wettelijk gezien een taak van het onderwijs. Scholen krijgen hiervoor geld vanuit het Rijk. De gemeente Assen wil meer doen voor leerlingen op de basis- en middelbare school. Want net als in de rest van Nederland nemen de leesvaardigheid en het plezier in lezen van jongeren in Assen verder af. Dit heeft onder andere te maken met het intensieve gebruik van social media en de opzet van het leesonderwijs. Vanwege deze ontwikkeling besloot de gemeenteraad vier jaar lang extra geld in te zetten in het primair en voortgezet onderwijs voor betere leesvaardigheid en meer leesplezier. Daarnaast zijn er met rijksmiddelen meerdere initiatieven genomen om in het primair onderwijs aandacht te besteden aan lezen en taalontwikkeling. Rol gemeente Assen Ondanks dat de gemeente hierin geen wettelijke taak heeft, vinden we het belangrijk om ons in te zetten voor de kansengelijkheid van kinderen en jongeren zodat zij later volwaardig aan de samenleving kunnen deelnemen. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het geven van (taal)onderwijs. In overleg met het onderwijs is duidelijk geworden dat de gemeente hierin kan faciliteren. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al meerdere stappen gezet. Het komt nu vooral aan op afstemming, samenwerking en gerichte acties. Samen met betrokken partijen werkt de gemeente hieraan. Cijfers In Nederland neemt de leesvaardigheid onder jongeren af. Onderzoek van PISA uit 2022 laat zien dat steeds meer jongeren laaggeletterd van school zullen gaan. De leesvaardigheid van een derde van de15-jarigen is zo slecht dat zij waarschijnlijk veel moeite hebben om zich te redden op school en daarbuiten. De achteruitgang van de leesvaardigheid staat niet op zichzelf. Ook het plezier in lezen daalt al jaren. Bijna de helft van de 15-jarigen vindt lezen tijdverspilling. Onderzoek van CMO Stamm uit 2021-2022 laat zien dat in Assen zo’n 4% van de leerlingen het primair onderwijs verlaat met onvoldoende vaardigheden op het gebied van taal en lezen. Voor rekenvaardigheid geldt dat bijna 10% van de kinderen op een onvoldoende niveau blijft steken. Hierdoor kunnen ze niet goed doorstromen naar het voortgezet onderwijs. Toekomstbeeld kinderen en jongeren Kinderen en jongeren krijgen het plezier in lezen terug. Alle kinderen in Assen komen met voldoende basisvaardigheden van de basisschool om de overstap naar het voortgezet onderwijs te maken. Dat willen we op de volgende manier bereiken: Voor basisschoolkinderen betaalt de gemeente mee aan ‘Asser bibliotheken op school (ABOS)’. Scholen krijgen hulp van de bibliotheek bij het inrichten en optimaal gebruiken van hun schoolbibliotheek. Doel is om het leesplezier te vergroten zodat leerlingen meer en beter gaan lezen. Dit stimuleert de verdere ontwikkeling van het kind. In Assen maken 29 basisscholen in 2023 gebruik van ABOS. Veel onderdelen van het Cultuurmenu in Assen verbinden cultuur, taalontwikkeling en leesbevordering. Uitvoering van het Cultuurmenu gebeurt door het ICO in overleg met het primair onderwijs. In Assen doen 25 basisscholen mee. Het ICO ontvangt subsidie van de gemeente Assen voor de uitvoering. De scholen betalen zelf voor de activiteiten in het Cultuurmenu. Sinds 2021 ontvangen de gemeente en het primair en voortgezet onderwijs geld vanuit het Rijk voor het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) om achterstanden door corona in te halen. Samen met het primair onderwijs hebben we besloten om deze middelen ook in te zetten voor leesbevordering. De DNK en het ICO hebben hiervoor samen de opdracht gekregen om een lesprogramma voor leesbevordering te maken en uit te voeren op alle basisscholen. Ook worden er samen met de diaconie Protestantse Kerk Assen vier Leskisten Kansrijk gekocht. Hierin zit een lesprogramma met boeken over armoede. Daarmee kan het onderwerp op school besproken worden. Met de middelen die de gemeenteraad in 2021 beschikbaar stelde voor leesbevordering van jongeren kan de bibliotheek ook in het voortgezet onderwijs ondersteuning bieden. Het programma ‘Abos VO light’ is bedoeld voor klas 1 tot en met 4 van het voortgezet speciaal onderwijs (VSO), praktijkonderwijs (PRO) en vmbo. Bibliotheek DNK heeft een grotere ondersteunende rol gekregen. Ook gebruiken we deze middelen voor deskundigheidsbevordering van het onderwijs en samenwerking. Hierbij betrekken we ook andere partijen zoals primair onderwijs, Vaart Welzijn en uiteraard de bibliotheek DNK. De uitvoering van dit nieuwe programma start begin 2024. Hoofdstuk4.Taalaanpak volwassenen (18+) In een maatschappij waarin we verwachten dat inwoners zichzelf kunnen redden is het vergroten van hun basisvaardigheden van groot belang. Het voldoende beheersen van de Nederlandse taal is daarbij een van de belangrijkste vaardigheden. Een slechte beheersing hiervan heeft een negatieve invloed op werk, gezondheid en financiën. Veel laaggeletterden hebben niet alleen moeite met lezen, schrijven en rekenen. Ook digitale vaardigheden zoals het gebruik van DigiD of het maken van een e-mail gaat hen moeilijk af. Voor taal geldt dat om volwaardig in de samenleving mee te kunnen doen een basisniveau nodig is. De grens tussen geletterd en laaggeletterd ligt bij B1 of 2F. Mensen die op dit niveau kunnen lezen en schrijven, begrijpen teksten voldoende om zich in het dagelijks leven te redden. Een laaggeletterde is niet hetzelfde als een analfabeet; een laaggeletterde kan wel lezen, maar begrijpt de betekenis van de tekst vaak niet. Een analfabeet kan niet lezen. Rol gemeente Assen Sinds 2020 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak van laaggeletterdheid. Daaronder vallen de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van een aanpak waarin laaggeletterden worden gevonden en opgeleid. Om zoveel mogelijk laaggeletterden te bereiken en op te leiden is een integrale aanpak belangrijk. Want laaggeletterdheid staat niet op zichzelf. Gemeenten werken met een gezamenlijke aanpak vanuit de arbeidsmarktregio. Elke regio beschrijft in een regioplan hoe zij op een effectieve en duurzame manier laaggeletterdheid aanpakt. De gemeente Assen neemt deel aan het regioplan van de arbeidsmarktregio Groningen. Het Rijk heeft de gemeente geld beschikbaar gesteld voor het educatieaanbod (WEB-budget). Daarnaast stelt de gemeenteraad jaarlijks extra budget beschikbaar voor het Taalhuis en het uitvoeren van projecten om laaggeletterden te vinden en te ondersteunen. Cijfers In Assen is 10% van de inwoners laaggeletterd . Dit percentage ligt lager dan het landelijke gemiddelde van 12%. Het gaat om zo’n 7.000 mensen tussen de 16 en 65 jaar die onvoldoende basisvaardigheden hebben. Zij kunnen moeilijkheden ervaren om zich te redden in de samenleving. We maken onderscheid tussen NT1-ers en NT2-ers. NT1ers zijn mensen met Nederlands als moedertaal. Zij zijn vaak heel bedreven om te verbergen dat ze moeite hebben met lezen, schrijven of rekenen. Schaamte speelt hierbij een grote rol. Het gaat om volwassen in alle leeftijden. De oorzaken van hun laaggeletterdheid zijn heel divers, bijvoorbeeld opgroeien in een taalarm gezin, vroegtijdig schoolverlaten, ziekte tijdens de basisschool. Ook beperkingen kunnen leiden tot een onvoldoende taalniveau hebben. Het is lastig deze NT1 doelgroep te bereiken. De NT2 doelgroep bestaat uit mensen die in het buitenland zijn geboren en een andere moedertaal hebben dan het Nederlands. De groep NT2-ers is divers en heeft uiteenlopende behoeften op het gebied van taal. Bij sommigen is sprake van een verplichting om de taal te leren. Anderen doen dit op vrijwillige basis. Ook het niveauverschil binnen deze doelgroep in de moedertaal is groot. De mate waarin je je eigen moedertaal beheerst, is van belang voor het leren van een nieuwe taal. Net als bij de NT1-doelgroep zijn er ook NT2-ers die het niet lukt om een voldoende taalniveau te behalen. Toekomstbeeld volwassenen Assenaren beschikken over voldoende basisvaardigheden om volwaardig mee te kunnen doen aan de samenleving. We willen ondersteuning bieden voor alle volwassenen die aan de samenleving willen meedoen maar hiervoor basisvaardigheden missen zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Dat willen we op de volgende manier bereiken: Groter bereik taalaanbod voor volwassenen Voor alle inwoners in Assen die hun basisvaardigheden willen verbeteren, zorgen we voor zo laagdrempelig mogelijk taaltrajecten via Drenthe College en Taalhuis. Het Drenthe College biedt trajecten aan die afgesloten kunnen worden met een diploma of certificaat. Hieraan kunnen NT1-ers en NT2-ers aan meedoen. Het Taalhuis biedt taalondersteuning aan met behulp van een taalmaatje. Dit zijn vrijwilligers die ondersteunen om taalvaardiger te worden. Zowel NT1-ers als NT2-ers zijn welkom. Het Taalhuis focust zich op NT1-ers en NT2-ers met een verblijfsstatus langer dan vijf jaar. Wie nog in de procedure zit kan geen beroep doen op het Taalhuis. Zij kunnen wel deelnemen aan het wekelijkse taalcafé. Ook ketenpartners zoals DNK, Vaart Welzijn en WPDA hebben een aanbod van basisvaardigheden voor inwoners. We willen zo veel mogelijk laaggeletterde inwoners bereiken door inzet van onze eigen professionals, taalambassadeurs en vrijwilligers. Ook maatschappelijke partners, onderwijs en werkgevers spelen hierbij een rol. Goede samenwerking en actieve doorverwijzing zijn hierbij cruciaal. Ook maken we hierbij gebruik van de sociale kaart van Assen. Op de sociale kaart van Assen staan bijvoorbeeld Humanitas, Vlucht Voorwaarts en stichting Present. Zij verzorgen ook taallessen. En we werken samen in de kerngroep aanpak laaggeletterdheid en in de regio. We willen extra inzetten op: Mensen die te maken hebben met armoede en schulden. Zij kampen vaak ook met laaggeletterdheid. Laagtaalvaardige ouders. Als één van beide ouders laaggeletterd is, heeft dat een negatieve invloed op de taalontwikkeling van kinderen. We combineren daarom activiteiten voor ouders met die van kinderen die gebruik maken van de voor- en vroegschoolse educatie. Inwoners die willen werken aan het verbeteren van hun digitale vaardigheden. Jaarlijks stellen we uitvoeringsplannen op en monitoren wij de resultaten. Dit is ook het moment om te onderzoeken of andere subgroepen extra ondersteuning kunnen gebruiken (bijvoorbeeld jongeren in kwetsbare posities). Aanpak van het taboe op laaggeletterdheid We moeten het gewoon met elkaar over laaggeletterdheid kunnen hebben. Hiervoor vertellen taalambassadeurs vanuit hun eigen ervaring hoe is het om laaggeletterd te zijn. Ook willen we aansluiten op provinciale en landelijke campagnes om laaggeletterdheid bespreekbaar te maken. En nemen wij jaarlijks deel aan de week van lezen en schrijven en de week van de Taal. Integrale aanpak laaggeletterdheid De aanpak laaggeletterdheid wordt onderdeel van onze dienstverlening en het sociaal domein zoals de beleidsterreinen bestaanszekerheid, sport, cultuur en gezondheid. In onze dienstverlening werken we door middel van het project Direct Duidelijk aan toegankelijke communicatie vanuit de gemeente. Dit betekent dat brieven in eenvoudiger taal worden opgesteld en dat de toon wordt aangepast. Wijkgericht werken De aanpak laaggeletterdheid maakt ook deel uit van de Assense wijkaanpakken. We gaan door met de wijkgerichte aanpak. In Noorderpark, Assen Oost, Centrum, Lariks en Pittelo wonen de meeste mensen die moeite hebben met lezen, schrijven, rekenen en omgaan met de computer. We benaderen hen gericht bijvoorbeeld met "Taalhuis op school”. Ouders krijgen daarbij taalles op school van vrijwilligers met ondersteuning van Taalhuis en Bibliotheek. Daarnaast maken we gebruik van professionals en initiatieven in de wijk. Belangrijke partners • Peuteropvang met voorschools educatie aanbod: Stimuleert de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en op sociaal-emotioneel gebied. • GGD Drenthe (Jeugdgezondheidszorg): Signaleert en indiceert kinderen met taalachterstanden (volgens de doelgroep definitie VVE) en zorgt ervoor dat ze terechtkomen bij een aanbieder van peuteropvang met voorschools educatie aanbod. • GGD Drenthe (Toezichthouders): Houdt toezicht op de kwaliteit van de kinderopvang, en dus ook op de peuteropvang met voorschools educatie aanbod. • Vaart Welzijn: Organiseert en coördineert activiteiten voor ouders zodat zij weten hoe zij thuis de ontwikkeling van hun kind kunnen stimuleren. • Bibliotheek (DNK): Ondersteunt scholen en aanbieders van peuteropvang met voorschools educatie aanbod met hun boekencollecties en adviseert over het gebruik van peuterboeken voor het ontwikkelen van taal. Pedagogisch medewerkers en leerkrachten krijgen tips en adviezen hoe zij ouders kunnen stimuleren om voor te lezen. Verder verzorgt DNK het programma ABOS en ABOS VO light en adviseert het voortgezet onderwijs op het gebied van leesbevordering. Het Informatiepunt Digitale Overheid (IDO) is onderdeel van de bibliotheek in DNK. Hier kunnen inwoners terecht met vragen over digitale overheid. Ook geeft de bibliotheek digitale vaardigheidstrainingen. • Primair en Voortgezet Onderwijs: Besteden gericht aandacht aan het stimuleren van lezen en de taalontwikkeling bij kinderen. • Vaart Welzijn: Ondersteunt kinderen, jongeren en hun ouders met sociale problematiek en adviseert het onderwijs. Ook is Vaart Welzijn een belangrijke partner voor het bereiken van de doelgroep via de buurtteams. De inzet van het instrument Welzijn op Recept helpt in de signalering en het bespreekbaar maken van laaggeletterdheid. • ICO : Het ICO is een professionele advies-, netwerk- en projectorganisatie. Ze zetten zich in voor cultuureducatie en -participatie o.a. in de gemeente Assen. • Taalhuis: Biedt informele taaltrajecten aan. Met behulp van vrijwilligers ondersteunt het inwoners met het vergroten van hun taalvaardigheid. Het Taalhuis bedient NT1-ers en NT2-ers. • Drenthe College: Biedt formele taaltrajecten aan (met diploma) en non-formele trajecten met certificaat). Deze zijn bedoeld voor de NT1 en de NT2-doelgroep. • WPDA: Heeft een belangrijke signalerende functie omdat bij veel cliënten sprake is van laaggeletterdheid. Dit wordt onderdeel van de werkprocessen. De WPDA zorgt zo nodig voor een warme overdracht van klanten naar het Taalhuis. En WPDA investeert in de basisvaardigheden van klanten. • GKB: Heeft een belangrijke signalerende functie omdat bij veel cliënten sprake is van laaggeletterdheid. De GKB investeert samen met ketenpartners in projecten om de basisvaardigheden van de inwoner te versterken. • Stichting Lezen en Schrijven: Brengt expertise mee en ondersteunt de kerngroep laaggeletterdheid bij het opstellen van uitvoeringsplannen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.