← Nederland

Uitvoeringsprogramma VTH 2026 (Heeze-Leende)

Uitvoeringsprogramma VTH 2026Team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving Vaststellen van het Uitvoeringsprogramma VTH 2026; Hoofdstuk1Inleiding 1.1Inleiding Met dit uitvoeringsprogramma geven wij invulling aan de wettelijke verplichting1 Artikel 13.8 Omgevingsbesluit om zowel voor vergunningverlening als het toezicht en handhaving daarop jaarlijks de Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving (U&HS) uit te werken. In dit uitvoeringsprogramma geven wij aan welke van de in de U&HS genoemde werkzaamheden wij in 2026 beogen te verrichten. Bij de invulling van het programma hebben wij rekening gehouden met de in de U&HS genoemde doelen en prioriteitenstelling. 1.2Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026 De wettelijke verplichting om een U&HS vast te stellen maakt onderscheid tussen basistaken en niet basistaken. Basistaken worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB). Hiervoor hebben wij samen met de regio een uniforme regionale uitvoering- en handhavingsstrategie (het ROK-VTH) vastgesteld. Vanuit het oogpunt van effectiviteit, efficiency en het creëren van een gelijk speelveld is in onze gemeente deze uniforme regionale U&HS daarnaast ook van toepassing op de overige (niet onder de basistaken vallende) milieutaken inclusief het aspect externe veiligheid2Externe veiligheid is de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. en groene wetgeving3De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) geeft voor de hele provincie Noord-Brabant de vergunningen af voor de Wet natuurbescherming. Ook is de ODBN verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van die regels.. Specifiek voor de bodemtaken geldt daarbij het regionaal uitvoeringsbeleid Besluit bodemkwaliteit en voor de asbest- en slooptaken het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbesttaken. Voor alle andere taken die uit de Omgevingswet (Ow) voortvloeien, hebben wij lokaal beleid vastgesteld: de “Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening januari 2026”. Dit beleid beschrijft de keuzes die wij maken over de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de regels voor de fysieke (leef)omgeving in de gemeente Heeze-Leende. Het gaat dan om de (bestuursrechtelijke) vergunning-, toezicht- en handhavingstaken die wij op basis van de Ow hebben en de daaraan aangehaakte omgevingsvergunningen in lokale verordeningen. Dit uitvoeringsprogramma ziet toe op de uitwerking van de lokale uitvoerings- en handhavingsstrategie: een werkprogramma met welke taken wij in welke omvang het komende jaar uitvoeren. Dit programma werken wij nader uit in werkplannen voor de betrokken onderdelen van de organisatie. Daarnaast werken wij met een zogenaamd A3 jaarplan, waarin de (algemene) teamtaken zijn opgenomen. 1.2.1Doelstellingen beleid In de uitvoerings- en handhavingsstrategie stellen wij ons bij de uitvoering en handhaving voor de periode 2023-2026 de onderstaande doelstellingen. In hoofdstuk 3 t/m 5 van dit uitvoeringsprogramma benoemen wij de concrete acties die wij daarvoor dit jaar uitvoeren. Algemeen U&H doel Doelstelling 2023-2026 Veiligheid De doelstelling van veiligheid is het beperken van de (bouwgerelateerde) risico's. Periodiek (minimaal 2 x in de realisatiefase) houden wij samen met de VRBZO integraal risicogericht toezicht op vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken. We inventariseren (bv. gebiedsgericht) en pakken stapsgewijs de risicovolle situaties aan om (brand)veiligheid van (illegale) bewoning te waarborgen. Gezondheid De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is. Behouden en/of verbeteren van de huidige situatie in het kader van alcoholgebruik onder jongeren. Omgevingskwaliteit Het beperken en/of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit. Voorkomen en bestrijden van illegale (ver)bouw en gebruik van de in het omgevingsplan vastgelegde functies met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (landschappelijke) waarden. Duurzaamheid Het leveren van een constructieve bijdrage aan de energie transitie en verduurzaming. Alle omgevingsvergunningsaanvragen worden getoetst en bij het toezicht gecontroleerd op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen, volgens de hiervoor vastgestelde toets -en toezichtprotocollen. Doelstellingen 2023-2026 Uitvoeringskwaliteit De mate waarin een product voldoet aan juridische doelen (zoals geformuleerd in de relevante wet- en regelgeving en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur) en bijdraagt aan de omgevingsdoelen. Ook wel aangeduid als de inhoudelijke kwaliteit. Voorkomen van het ongebruikt laten voortbestaan van rechten uit vergunningen en daarmee het vergunningenbestand op orde brengen. 75% van onze werkprocessen zijn beschreven en -waar nodig- ingericht in zaaksyste(e)m(en). We ondernemen de nodige acties om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria m.b.t. de kritieke massa. Dienstverlening De manier waarop (in communicatie, snelheid, service) de organisatie met belanghebbenden (aanvragers, omgeving, melders, etc.) omgaat. We streven naar een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten. We hebben een luisterend oor en verassen klanten door snel te reageren en verwachtingen te managen. Afspraak= afspraak In ieder contact met de klant maken we duidelijke afspraken (managen verwachting) leggen we deze (intern) vast en komen we deze na. We bellen op tijd terug en handelen de terugbelnotities administratief af. We stellen een heldere en concrete klachten- en meldingen procedure (handhaving) op, met duidelijke afhandelwijze, termijnen en communicatiemomenten. We communiceren de procedure op de website. Financiën De inzet van middelen in relatie tot de kwaliteit van de geleverde diensten/producten. Door toepassing van risico analyses wordt getracht efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Er wordt periodiek geïnventariseerd of de begroting voldoet aan de beide elementen en er wordt begroot op basis van output. 1.2.2Prioritering Voor iedere bestuursperiode van vier jaar bepalen wij de prioriteiten aan de hand van een probleemanalyse. Onderdeel van deze analyse is een risicoanalyse, waarbij wij de negatieve effecten en kans op overtreding van de regelgeving in beeld brengen. De inschatting van de risico’s voor de leefomgeving is richtinggevend voor de bestuurlijke prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van naleefgedrag. Jaarlijks vertalen wij de prioritering door in het uitvoeringsprogramma en bepalen wij hoe de aanwezige capaciteit binnen de gemeente in te zetten. Bij de jaarlijkse evaluatie van beleid en uitvoering(sprogramma) checken wij of de prioritering zo nodig bijgesteld moet worden. Bijvoorbeeld omdat overtredingen vaker voorkomen en/of een groter effect hebben dan verwacht. Uiteraard spelen ook de politieke context en maatschappelijke ontwikkelingen hierbij een rol. Voor 2023 zijn de prioriteiten vastgesteld op basis van een (nieuwe) probleemanalyse. In 2024 is op basis van het College Uitvoeringsprogramma de handhaving van het vrachtwagenverbod voor de kern van Heeze hieraan toegevoegd. In bijlage 1 is een overzicht van de voor 2026 geldende prioritering opgenomen die gelijk is aan die van

  1. Vooralsnog is er geen reden om het accent te verleggen: een consistente lijn in toezicht en handhaving levert resultaat op ten aanzien van naleefgedrag. Daarom krijgen, net als in voorgaande jaren ook in 2026 onderstaande problemen/overtredingssoorten de hoogste (bestuurlijke) prioriteit: Prioriteit Hoog Bestuurlijke prioriteit Het handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit nieuw/verbouw in: het geval van kamerverhuur (5 of meer wooneenheden), logies en woningsplitsing particuliere woningen restaurant, café, horeca, bedrijf, kantoor en/of winkel X Gevaarzetting door (staat) bouwwerk, open erf of terrein voor bestaande bouw (constructie, fundering, asbest, brandveiligheid, verwaarlozing, etc.) X Handelen in strijd met het omgevingsplan4 Het gaat hier om de (voormalige) activiteit “strijdig gebruik”.: bedrijfsmatige activiteiten die niet zijn toegestaan overige bewoning in strijd met omgevingsplan (zoals kamerverhuur/woningsplitsing/wonen waar niet is toegestaan) permanente bewoning recreatieve inrichtingen X Instandhoudingsplicht/onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (conform Erfgoedkaart) Overtreden van de Algemene Plaatselijke Verordening/Verordening fysieke leefomgeving: afval illegale stort (meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil) X vrachtwagenverbod kern Heeze X geluidsoverlast (evenementen en horeca) overlast jongeren (meldingen op overlast jeugd) verrommeling van de openbare ruimte (vervuiling, controle reclame, terrassen, verloren en verlaten (brom)fietsen, uitstalling, aanhangers/caravan) woonoverlast (burenruzies) loslopende honden en hondenpoep handel en gebruik van (soft)drugs verkoop alcohol minderjarigen (Alcoholwet en evenementen) X overtreden vergunningsvoorwaarden (bv terrassen, geen leidinggevende aanwezig, sluitingstijden, geen actuele vergunning) overlast evenementen en horeca X Figuur 1: Prioritering 2026 De geselecteerde prioriteiten pakken wij zo veel mogelijk met voorrang op, waarbij wij het accent leggen op de bestuurlijke prioriteiten. Deze prioritering betekent ook dat andere zaken minder aandacht krijgen of niet dan wel niet direct worden aangepakt. Per 1 november 2025 zijn twee fulltime Boa’s aangenomen. Door deze structurele capaciteit kan in 2026 aan alle prioriteiten aandacht besteed worden en kan ook de ingezette weg uit de Boa-pilot worden voortgezet om ook aan parkeer- en andere overtredingen in de openbare ruimte aandacht te besteden. Uit de tussentijdse evaluatie van de Boa-inzet blijkt het opleggen van boetes een goede prikkel tot naleving van wet- en regelgeving te zijn. We verwachten dat de aanwezigheid en zichtbaarheid van de vaste Boa’s een verder positief effect op de naleving van regels in de openbare ruimte zal hebben. 1.3Afstemming uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma hebben wij afgestemd met de betrokken (uitvoerings)organisaties en de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving (politie/OM). In hoofdstuk 2.2 van dit uitvoeringsprogramma gaan wij nader in op de uitvoeringsorganisaties. Verder verwijzen wij naar hoofdstuk 6.2 van de Uitvoerings- en handhavingsstrategie, waarin wij de belangrijkste partners waarmee wij samenwerken en de binnen deze samenwerkingsverbanden gemaakte afspraken uitgebreid hebben weergegeven. Wij maken het uitvoeringsprogramma bekend aan de gemeenteraad. Hoofdstuk2Beschikbare en benodigde middelen 2.1Inleiding In overeenstemming met de wettelijke regeling5Artikel 13.10 Omgevingsbesluit. zorgen wij ervoor dat de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen voor het bereiken van de in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie gestelde doelen en daarvoor uit te voeren werkzaamheden, inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden geborgd. Dit hoofdstuk gaat vooral in op de borging van de beschikbare personele middelen. Op de borging van de (daarmee overeenstemmende) benodigde financiële middelen wordt ingegaan in paragraaf 2.
  2. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 wordt dit per onderdeel verder uitgewerkt. Wij zorgen er steeds voor dat voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn en dat deze middelen zo nodig worden aangevuld door extra geld vrij te maken. Zo nodig wordt extra inhuur ingezet naast of in plaats van de vaste formatie. Indien dat niet mogelijk is wordt in overleg met de betrokken partij(en)/uitvoeringsinstanties het uitvoeringsprogramma zo nodig aangepast. In dit uitvoeringsprogramma is de uitvoering afgestemd op de begrote en ingevulde formatie en financiële middelen. Dit betekent dat wij inzetten op de te realiseren doelen en de bestuurlijk hoog geprioriteerde wettelijke taken. 2.1Beschikbare personele middelen Bij de vergunningverlening, toezicht en handhaving is voornamelijk team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving (VVH) betrokken. Daarnaast zijn ook enkele medewerkers van andere afdelingen (zoals het team Ruimtelijk Beleid) als behandelaar of als adviseur betrokken. Hieronder in figuur 2 is het aantal vaste fte en inhuur ten behoeve van de VTH taken voor 2026 weergegeven (zoals voorzien per 1 januari). Om tijdens de uitvoering de objectiviteit van werkzaamheden te borgen en (schijn op) belangenverstrengeling te voorkomen hanteren wij bij vergunningverlening, toezicht & handhaving een functiescheiding op persoons-, dossier- of objectniveau. De (proces)coördinatie van het team VVH is belegd bij de juridisch beleidsadviseur die op deze functiescheiding toeziet. Deze juridisch beleidsadviseur draagt ook zorg voor de producten in het kader de beleidscyclus VTH (beleid, uitvoeringsprogramma, evaluatie). Het cluster VTH is in het kader van de RO-VTH keten in de begroting 2026 uitgebreid met een vergunningverlener en een juridisch vergunningverlener RO. Dit is (mede) het gevolg van de uitbreiding van fte’s bij Ruimtelijk Beleid als gevolg van toenemende gebiedsontwikkelingen en daaruit voorvloeiende werkzaamheden. Voor 2026 wordt externe capaciteit ingezet voor de benodigde kwaliteitsimpuls/basis op orde en beleidscyclus VTH. De middelen voor de vacature juridisch beleidsadviseur zijn pas in de begroting 2028 opgenomen waardoor vaste invulling nog niet mogelijk is. Binnen het cluster VVH is ook vacatureruimte voor ondersteuning vergunningverlening APV/bijzondere wetten. Vergunningverlening Voor de vergunningverlening geldt in zijn algemeenheid dat de administratie VVH een aanvraag of melding voor de inhoudelijke behandeling uitzet bij de casemanager/vergunningverlener van team VVH of team Ruimtelijk Beleid, afhankelijk van de aangevraagde activiteiten. De casemanager/vergunningverlener vraagt waar nodig adviezen op bij de verschillende interne en externe adviseurs en handelt de zaak inhoudelijk af. Vervolgens handelt de administratie VVH de zaak administratief af. Uitzondering hierop zijn de kapvergunning (Verordening fysieke leefomgeving), toestemmingen op basis van de Alcoholwet en overige APV vergunningen, die de administratie VVH ook inhoudelijk zelfstandig (al dan niet na advies van de vakdeskundigen) afhandelt. Toezicht en Handhaving Voor toezicht en handhaving geldt dat de medewerkers van de clusters Veiligheid (APV en bijzondere wetten) en Handhaving (omgevingsrecht) toezicht en controles uitvoeren en zo nodig het handhavingstraject initieel opzetten en uitvoeren. Afhankelijk van de complexiteit wordt de zaak veelal vanaf de fase van een voornemen, besluit of bezwaar inzake een last onder bestuursdwang of dwangsom door de jurist handhaving of jurist APV/Bijzondere wetten van het team overgenomen. Of en in hoeverre er juridische inzet nodig is, laat zich op voorhand dan ook niet plannen. In 2026 wordt 0,34 extra fte juridische ondersteuning ingezet voor lopende handhavingsprocedures en borging van de juridische kennis en ervaring. Doordat de formatie op toezicht en handhaving sinds afgelopen jaar volledig ingevuld is leidt dit ook tot een toename van juridische ondersteuning op handhaving (meer stilleggingen, opgelegde lasten, zienswijzen etc.). Het is niet realistisch om te verwachten dat alle medewerkers m.b.t. vergunningverlening of handhaving alle wet- en regelgeving met betrekking tot alle beleidsvelden beheersen. Daarom werken wij met taakaccenten waarbinnen de medewerker m.b.t vergunningverlening of handhaving fungeert als vraagbaak voor de collega’s en waarbinnen hij of zijn de meeste werkzaamheden verricht. Weergave van de begrote vaste formatie, vacatureruimte en inhuur voor VTH taken voor 2026 per 1-1-2026: Functies Begrote fte bezetting vast Vacature (uitval) inhuur Werkbare uren6Per Fte zijn 1.350 werkbare uur beschikbaar; hier opgenomen de uren die voor vergunningverlening, toezicht en handhaving beschikbaar zijn. Programma VTH breed Coördinatie & juridisch beleidsadvies team Veiligheid, Vergunningen & Handhaving 0,89 0,89 1 24 weken x 28 uur = 640 uur 1.840 Administratieve teamondersteuning 1,45 1,45 1.960 Totaal 2,34 2,34 640 3.800 Programma Vergunningverlening Omgevingsloket, eerste lijnsvragen en vooroverleg 1 1 1.350 Casemanagement/vergunningverlening (taakaccent bouwen/slopen, brandveiligheid, monumenten, inritten, milieucoördinatie VV ODZOB) 2 1 1 24 weken x 36 uur= 864 2.214 Casemanagement/vergunningverlening (taakaccent APV & bijzondere wetten) 1,56 0,89 0,78 1.200 Juridisch casemanager vergunningen (taakaccent strijdig gebruik, aanleg, natuuractiviteit) 1 0 1 24 weken X 24 uur= 550 550 Juridische ondersteuning (taakaccent bouwen, strijdig gebruik, bezwaar en beroep) door afd. Ruimtelijk beleid 1 0 1 n.n.b. n.n.b. Juridische ondersteuning (BIBOB, APV/kap en inritten) 0,20 0,20 270 Juridische ondersteuning (intrekkingen) 0,07 0,07 96 Totaal 6,83 3,16 3,78 1.414 uur + n.n.b. 5.680 + n.n.b. Programma Toezicht & Handhaving Toezicht (taakaccent bouwtoezicht, coördinatie VRBZO) 2 (waarvan 1 boven- formatief) 1

(1)1.350 Handhaving (taakaccent bouwen/slopen, (brand)veiligheid en monumenten) 1 1 1.350 Handhaving (taakaccent RO, milieucoördinatie T&H ODZOB) J 1 1 1.350 Juridische ondersteuning handhaving Omgevingsrecht 2,34 (waarvan 0,34 boven- formatief) 2,34 3.159 Handhaving (taakaccent APV, openbare orde en veiligheid) 0,2 0,2 250 Toezicht door Boa en Feda (taakaccent APV, VFL, bijzondere wetgeving) 2 2 500 uur 2.500 Juridische ondersteuning (handhaving APV, openbare orde en veiligheid) 0,35 0,35 475 Totaal 8,67 7,89 500 uur 10.434 Dommelstroom Interventie Team (intergemeentelijk) Intergemeentelijke teamleider - - Kernteam en coördinatie 90 Medewerker Handhaving 90 Juridische ondersteuning 90 Totaal 0,2 270 Figuur 2: Overzicht in 2026 begrote vaste fte VTH, vacatureruimte en inhuur De bijdrage voor de begrote formatie ter uitvoering van dit programma (vooral loonkosten, en personele- en organisatiekosten) is gedekt door het opnemen van een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting. Daarnaast is er het gemeentebrede personeels- en inhuurbudget waarop incidenteel ook een beroep op wordt gedaan (bijvoorbeeld kosten van inhuur/extra formatie bij langdurige uitval van medewerkers). Specifiek voor VTH is voldoende inhuurbudget opgenomen in de begroting om de reeds voorziene inhuur te bekostigen: Grootboeknummer/Kostensoort In begroting gereserveerde bedrag voor vaste formatie In 2026 begroting gereserveerde bedrag voor ingehuurde formatie Reguliere loonkosten Bouw-, woning- en welstandstoezicht: 68030800/110090 en 61020000/610098 € 1.227.809 (inclusief vacatureruimte) Inhuurbudget: 68030800/351000 € 137.241 (Dit bedrag omvat ook de flexibele schil VTH om zo o.a. dit uitvoeringsprogramma sluitend te kunnen maken) De bijdrage voor de begrote externe kosten ter uitvoering van het programma voor het Dommelstroom InterventieTeam (m.n. bijdrage loonkosten intergemeentelijke teamleider, kosten uitvoeringsorganisaties en handhavingskosten) is gedekt door het opnemen van een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting: Grootboeknummer/Kostensoort In begroting 2026 gereserveerde bedrag Dommelstroom Interventie: Team (DIT): 61020000/380243 € 86.133 waarvan € 17.000 voor de vaste teamleider DIT waarvan circa € 800 vooruitvoeringsondersteuning DIT 2.2Beschikbare financiële middelen: uitvoeringsorganisaties In het kader van dit uitvoeringsprogramma maken wij gebruik van diverse uitvoeringsorganisaties. Hieronder worden –zonder uitputtend te zijn– de belangrijkste uitvoeringsorganisaties en werkzaamheden in het kader van dit uitvoeringsprogramma weergegeven. Daarbij is steeds het voor de betreffende uitvoeringsorganisatie in de begroting van 2026 gereserveerde bedrag opgenomen. De kosten zijn volledig gedekt in de begroting. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) De ODZOB voert taken uit voor de regio Zuidoost-Brabant op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is onderscheid tussen basistaken, verzoektaken en collectieve taken: Basistaken zijn taken op gebied van vergunningverlening milieu, toezicht en handhaving die in het basistakenpakket vallen en die verplicht door de omgevingsdienst uitgevoerd moeten worden. Verzoektaken kunnen vergelijkbaar zijn met de basistaken, maar ze vallen niet in het wettelijke basistakenpakket. Het kunnen ook taken zijn op gebied van de fysieke leefomgeving zoals onderzoeken en adviezen. In Heeze-Leende beleggen wij de advisering van vraagstukken met betrekking tot cultuurhistorie7inclusief het verlenen van monumentenvergunningen., sloop en alle milieu gerelateerde taken8 inclusief externe veiligheid en groene wetgeving. als verzoektaak bij de ODZOB. Collectieve taken zijn taken die op verzoek van (en in samenspraak met) de deelnemers voor het collectief door de ODZOB worden uitgevoerd. Het zijn taken waarbij er voordeel ligt in of een noodzaak is voor een gezamenlijke aanpak. Bijvoorbeeld in verband met schaalvoordelen, gemeentegrens overschrijdende impact of bundeling van expertise. Het gaat hier onder andere om de regionale Milieu Klachten Centrale met 24-uursbereikbaarheid/ consignatieregeling, en ketenhandhaving zoals Samen Sterk in Brabant (SSIB)9 In dit provinciale programma met verplichte deelname werkt onze gemeente samen met de provincie, de Omgevingsdiensten en alle andere Brabantse gemeenten, waterschappen, het Openbaar ministerie, de politie en terreinbeheerders, om misstanden in het buitengebied aan te pakken. Het gaat dan o.a. om de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen. voor toezicht in het buitengebied. De basis-, verzoek- en collectieve taken die wij conform het uniforme regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid10 Dit omvat het Regionaal Operationeel Kader VTH 2025-2028, het in 2024 herziene Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest (RUB) en de Regeling Verwijdering Calamiteuze Stoffen. door de ODZOB laten uitvoeren leggen wij jaarlijks vast in een (onderling afgestemd) werkprogramma. Voor de uit te voeren taken inclusief de daarvoor berekende uren verwijzen wij naar het werkprogramma 2026 van de ODZOB. In bijlage 2 is het werkprogramma 2026 van de ODZOB opgenomen. Voor de taken die wij door de ODZOB laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen: Grootboeknummer/ Kostensoort Uitvoeringsorganisatie In begroting 2026 gereserveerde bedrag 68030800/ 380907 Omgevingsdienst (ODZOB) (inclusief collectieve taken zoals SSIB) € 505.277 67040000 Milieubeheer € 150.000 Diverse kleine kostenposten worden uit diverse andere specifieke budgetten voldaan. In totaal zijn de omvang van het programma en de beschikbare financiële middelen op elkaar afgestemd. Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) De VRBZO voert taken uit voor de regio Brabant-Zuidoost op het gebied van vergunningverlening (brand)veiligheid, toezicht en handhaving. Het gaat hier om wettelijk verplichte taken en gemeentelijke taken die collectief aan de VRBZO zijn opgedragen. Bij de collectieve taken gaat het om taken waarvan het voor de Veiligheidsregio efficiënter is om deze regionaal op te pakken in plaats van in elke gemeente afzonderlijk. In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de taken van de VRBZO onder andere: Afhandelen melding gebruik bouwwerk Advisering bij omgevingsvergunningen en/ of meldingen over brandveiligheidsaspecten; Advisering vergunningverlening evenementen en controle op brandveilig gebruik van deze tijdelijke inrichtingen; Controle brandveilig gebruik gebouwen Toezicht- en handhavingscontroles brandveiligheid. De rol van de VRBZO bij het bevorderen van de naleving van brandveiligheidsregels is van belang bij zowel het uitvoeren van toezicht en zo nodig sanctionerend optreden (acute bestuursdwang) als bij het geven van voorlichting, adviezen en communicatie over handhaving. Brandveiligheid is overigens meer dan alleen het voldoen aan wettelijke regels. De VRBZO zet, vanuit risicoperceptie, ook in op verhoging van brandveiligheid bewustzijn en kennisontwikkeling bij inwoners en bedrijven en adviseert over toepassing van de regelgeving. Dit valt onder de noemer Brandveilig Leven dat staat voor activiteiten die het brandveiligheidsbewustzijn van onze burgers in de leefomgeving verbeteren. Voorop staat immers dat de primaire verantwoordelijkheid voor het realiseren en behouden van een brandveilige situatie bij de gebruikers/eigenaren (principalen) ligt. De toezichttaken die wij door de VRBZO laten uitvoeren leggen wij jaarlijks vast in een (onderling afgestemd) werkprogramma. De omvang van het programma en de daarvoor benodigde middelen worden in principe door de beschikbare fte bij de VRBZO bepaald en is daardoor niet vrijelijk door de gemeente in te vullen. Voor het werkprogramma 2026 ten aanzien van de uit te voeren controles door de VRBZO verwijzen wij naar bijlage 3. Voor de taken die wij door de VRBZO laten uitvoeren is een daarmee overeenstemmend bedrag in de gemeentelijke begroting opgenomen; het gaat hier om een vaste bijdrage: Grootboeknummer/ Kostensoort Uitvoeringsorganisatie In begroting 2026 gereserveerde bedrag 61010000/433020 VRBZO (Veiligheidsregio) € 1.109.315 Het betreft hier een gemeente breed budget (bijdrage), waaruit o.a. ook materiaal en voertuigen worden vergoed. Hiermee zijn de omvang van het programma en de beschikbare financiële middelen op elkaar afgestemd. Overige uitvoeringsorganisaties In het kader van vergunningverlening, toezicht en handhaving maken wij (waar nodig) gebruik van de expertise van overige uitvoeringsorganisaties. Voor de beoordeling van bouwconstructies maken wij zo bijvoorbeeld gebruik van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies en waar nodig bij (complexe) bouwfysica van een adviesbureau voor bouwfysica. Op deze wijze borgen wij meteen zo veel mogelijk de uitvoering conform de geldende kwaliteitscriteria. Voor deze kosten is onderstaande post in de begroting gereserveerd. Grootboeknummer/ Kostensoort Uitvoeringsorganisatie In begroting 2026 gereserveerde bedrag 68030800/380906 Uitvoeringsorganisaties € 19.262 2.3Overige beschikbare middelen Naast de beschikbare ondersteunende technische, juridische en administratieve voorzieningen om een adequate en objectieve uitvoering mogelijk te maken (bedrijfsauto’s, meetapparatuur, fototoestellen, vakliteratuur, software, etc.), hebben wij o.a. nog de volgende (aanvullende) financiële middelen beschikbaar en in de begroting geborgd: Grootboeknummer/ Kostensoort Omschrijving In begroting 2026 gereserveerde bedrag 68030800/380020 Kosten publicaties € 596 68030800/380908 Meetwerkzaamheden (toezicht) € 2.978 68030800/380909 Kosten uitvoering handhaving (Ow) € 11.283 68030800/380400 Wet Kwaliteitsborging (€ 12.000 overgeheveld naar advieskosten) € 0 61020000/380242 Toezicht APV/DHW € 44.797 61020000/380243 Wet goed verhuurderschap / Wet betaalbare huur € 86.133 (17k + 68k) 68010100/380910 Proceskosten e.d. (o.a. VTH) € 18.339 60040000/380201 Opleidingsbudget Het gemeente brede opleidingsbudget bedraagt € 127.233 waarvan een deel beschikbaar is voor het programma. (dit budget is verlaagd wegens basis op orde) 66020100) Buurtbemiddeling door gemeente en/of Kordaat Het budget voor buurtbemiddeling is overgeheveld naar 1e lijnsloket WMO voor € 75.000 68030800/380400 Advieskosten algemeen € 24.675 2.4Borging beschikbare en benodigde middelen In hoofdstuk 3 (Algemeen), 4 (Vergunningen) en 5 (Toezicht & Handhaving) zijn de programma’s nader uitgewerkt. Bij ieder programma is in de laatste paragraaf inzichtelijk gemaakt hoe de middelen geborgd zijn oftewel wat de benodigde uren voor de uitvoering van het programma zijn. Steeds zijn de voor de programma’s in hoofdstuk 3, 4 en 5 benodigde middelen afgestemd op de in dit hoofdstuk 2 weergegeven beschikbare middelen. Er kan al met al geconcludeerd worden dat de omvang van het programma en de beschikbare middelen op elkaar zijn afgestemd, waardoor het programma in beginsel uitvoerbaar is. Hoofdstuk3Programma VTH breed: waar zetten we op in? 3.1Inleiding In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar VTH breed op inzetten. De algemene VTH brede activiteiten benoemen we in paragraaf 3.2 en in paragraaf 3.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen. Daarna gaan we in de hoofdstukken 4 en 5 specifieker in op activiteiten van vergunningverlening respectievelijk toezicht en handhaving. 3.2Activiteiten 2026 In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren. Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld in hoeverre doelstellingen behaald worden. 3.2.1Beleidscyclus Een programmatische en cyclische benadering van uitvoering en handhaving levert op grond van wettelijke verplichtingen de volgende beleidsproducten: (meerjaren)Beleid (4 jaarlijks); Uitvoeringsprogramma en werkplannen (jaarlijks); Voortgangs- en management rapportages (2 maal per jaar); Jaarevaluatie (en bijstelling) beleid en uitvoeringsprogramma (jaarlijks). In de loop van 2026 (na installatie van de nieuwe raad) stellen we een nieuw meerjarenbeleid 2027-2030 op in opvolging van de huidige Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023-2026. Voor de kwaliteitsimpuls van de beleidscyclus en (proces)verbetering VTH en om de basis op orde te krijgen wordt extern ingehuurd in aanvulling op coördinatie en juridisch beleidsadvies. Data gedreven werken: rapportages en inrichting PowerBrowser VTH breed is data van belang voor o.a. het opstellen van het uitvoeringsprogramma, het monitoren/evalueren in hoeverre dit uitvoeringsprogramma (en daarmee de beleidsmatige doelen) behaald worden en voor sturingsdoeleinden zoals het bijstellen van het programma, beleid en middelen. Na de opstartjaren 2022 en 2023 waarin de nieuwe vakapplicatie niet optimaal functioneerde en registreerde is in 2024 de vakapplicatie verder ingericht en geïmplementeerd in de organisatie maar zijn door koppelproblemen met het nieuwe zaaksysteem data niet goed geborgd. In 2025 is veel tijd aan het oplossen van incidenten besteed en is de koppeling (op momenten) nog steeds niet stabiel gebleken. In 2025 is geïnvesteerd in een uniforme werkwijze voor de registratie en de vastlegging daarvan in werkprocessen. De administratie VVH zal in 2026 systeemchecks uit gaan voeren op ontbrekende gegevens en hierop sturen. Indien voldoende uren beschikbaar zijn (doordat deze niet naar het oplossen van problemen in de functionaliteit van het systeem gaan) zal in de loop van 2026 worden gestart met het inrichten van het automatisch (op gezette tijden) data laten genereren van rapportages door het systeem. De indicator betreft de mate waarin de vakapplicatie m.b.t. monitoring is ingericht. Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Uitvoeringskwaliteit. 3.2.2Dienstverlening Onze doelstelling is een verrassende klantvriendelijke dienstverlening door o.a. klanten en partners duidelijk te maken wat ze van ons mogen verwachten, een luisterend oor te hebben en snel te reageren. Dit doen we door de volgende uitgangspunten in onze dienstverlening te hanteren: uiterlijk binnen twee werkdagen, dan wel de anderszins gecommuniceerde termijn, terug te bellen (inclusief juiste administratieve afhandeling van het terugbelverzoek); zorgdragen voor interne vervanging bij afwezigheid, zodat tijdig teruggebeld kan worden dan wel de juiste termijn gecommuniceerd wordt; in elk contact duidelijke afspraken te maken en aan te geven welke vervolgstap op welke termijn een initiatiefnemer of belanghebbende kan verwachten; de gemaakte afspraken vast te leggen in het zaaksysteem in het tabblad “memo”, zodat deze voor elke (vervangende) behandelaar inzichtelijk zijn; gemaakte afspraken na te komen, wat ook betekent dat indien wij een afspraak niet (tijdig) kunnen naleven zoals beoogt wij wel binnen de afgesproken termijn dit mededelen en daarbij een nieuwe termijn communiceren; te streven om binnen vijf werkdagen de ontvangst van een aanvraag, verzoek, klacht of melding te bevestigen; zo snel mogelijk, maar binnen de beslistermijn (vergunningen) / een redelijke termijn van acht weken dan wel binnen een met de verzoeker gecommuniceerde termijn, een besluit op een aanvraag, klacht/melding of verzoek om handhaving te nemen. De afhandeling van een klacht/melding of verzoek kan ook betekenen dat een zaak (
  1. nu)niet opgepakt wordt, vanwege bijvoorbeeld de prioritering; bij toezicht en handhaving snel duidelijkheid aan betrokkenen te geven door o.a. te streven een controlerapport binnen 10-15 werkdagen na controle op te maken en de bijbehorende brief of ander contactmoment binnen 10-15 werkdagen na rapport te verzenden/ te laten plaatsvinden. De indicator hierbij betreft het aantal 1) tijdig en juist afgehandelde telefoonnotities, 2) aanvragen waarvan de beslistermijn is verlengd, 3) binnen de (verlengde) beslistermijn genomen besluiten, 4) binnen de (gecommuniceerde) beslistermijn genomen besluiten op verzoeken om handhaving. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening. 3.2.3Financiën Door toepassing van risicoanalyses trachten wij efficiëntie en effectiviteit te bewerkstelligen. De begroting dient steeds dekkend te zijn voor onze inzet op risicobeheersing en beleidsdoelrealisatie. Wij inventariseren of de begroting voldoet aan deze beide elementen. Voor deze inventarisatie maken we de kosten en financiële middelen voor uitvoering en handhaving inzichtelijk. Zo maken wij (jaarlijks) de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk voor de activiteiten die we willen verrichten om de doelen in de Uitvoerings- en handhavingsstrategie te behalen. Dit uitvoeringsprogramma draagt daar aan bij. Ook de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma en de beleidsdoelrealisatie kan hier input voor leveren. Waar nodig vragen wij extra budget aan of stellen wij dat gedurende de begrotingscyclus bij. Wij begroten hierbij op basis van output. In 2025 lijken de op basis van de aantallen aanvragen te verwachten legesopbrengsten achter te blijven. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de gewijzigde systematiek van de Omgevingswet en de door in A2-samenwerking per 1-1-2024 opgestelde tarieventabel en tarieven. Ook moet de kostendekkendheid (opnieuw) beoordeeld worden. In 2026 zal een analyse plaatsvinden en zo nodig aanpassing van de tarieven (tabel) worden voorgesteld. Deze activiteit levert een bijdrage aan het strategische doel m.b.t. Financiën. De indicator betreft 1) het vaststellen van het uitvoeringsprogramma en 2) de eventuele bijsturing vanuit de jaarevaluatie. 3.2.4Kwaliteitsborging Voor de kwaliteit van uitvoering is de borging van een aantal processen van belang: Werkprocessen Registratie van werkprocessen is onder meer van belang voor de continuïteit van onze dienstverlening. Het ook daadwerkelijk werken volgens deze werkprocessen is van belang voor de uniformiteit van onze uitvoering en handhaving, dus het op gelijke wijze handelen van de verschillende medewerkers. Beiden dragen bij aan het borgen van de kwaliteit van onze dienstverlening. Het opstellen en actueel houden van deze werkprocessen is, naast dat het hier een wettelijke verplichting betreft11 Artikel 13.9, lid 3 Omgevingsbesluit., dan ook van belang voor de bedrijfsvoering. In 2024 is een pilot Optimaliseren processen VVH en klantreizen onder begeleiding van een extern bureau gestart met twee processen. In 2025 zijn nog acht processen en twee klantreizen doorlopen. Vele acties ter optimalisatie van de processen die hier uit voortkwamen zijn uitgevoerd of in uitvoering. Begin 2026 volgt nog het laatste proces. In de specifieke programma’s gaan wij verder in op de processen die in deze pilot worden uitgewerkt en geoptimaliseerd (zie 4.2.1 en 5.2.1 onder Activiteit afstemming en samenwerking). Kwaliteitscriteria Het is belangrijk de kwaliteit van de uitvoering van de vergunning-, toezicht- en handhavingstaken goed te regelen. Hiervoor zijn landelijk de zogenaamde “kwaliteitscriteria” in het leven geroepen, met daarin per deskundigheidsgebied minimale vereisten aan o.a. opleiding(niveau), werkervaring, tijdsbesteding (frequentie) en het aantal medewerkers. In de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht gemeente Heeze-Leende 2023 is het minimale niveau van de kwaliteitscriteria door de raad bepaald op ‘bodemniveau’. Vanaf 1 januari 2025 gelden de landelijk vastgestelde Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Doelstelling: de kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunning-, toezicht- en handhavingstaken te professionaliseren en de gewenste kwaliteit (en continuïteit) in de organisatie te borgen. In januari 2026 start het EVP(ErVaringsPofiel)-validatietraject voor de medewerkers van het team VVH die zich bezig houden met vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht. Een daarvoor ingeschakeld extern bureau brengt hiermee tevens in beeld in hoeverre we voldoen aan de Kwaliteitseisen VTH 3.0. Zo zorgen we dat we steeds een actueel overzicht hebben op de onderdelen waar we wel en niet voldoen aan de kwaliteitscriteria en nemen waar nodig actie om alsnog te kunnen voldoen. In de specifieke programma’s geven wij aan welke eventuele specifieke actie(
  2. s)wij dit jaar uitvoeren om aan de kwaliteitscriteria te voldoen (zie 4.2.2 en 5.2.2), waarmee een bijdrage geleverd wordt aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit. Het gaat dan voornamelijk om het inschakelen van deskundigen op het gebied van brandveiligheid, bouwconstructies, bouwfysica en monumenten. Indicator: in het jaarverslag doen we mededeling over de naleving van de kwaliteitscriteria. Met deze informatie in het jaarverslag geven we tevens invulling aan de door de gemeenteraad in de Verordening Uitvoering en handhaving Omgevingsrecht opgenomen informatieverplichting met betrekking tot de kwaliteitscriteria. Het jaarverslag wordt ter kennis gebracht aan de raad. 3.2.5Omgevingswet Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet en een deel van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) ingevoerd. Met de Omgevingswet zijn 26 wetten gebundeld in één overkoepelende wet voor de fysieke leefomgeving met o.a. als doel om de lokale overheid meer ruimte te bieden en het voor initiatiefnemers, zoals professionele ontwikkelaars en inwoners, eenvoudiger te maken om initiatieven te realiseren. Doel van de Wkb is om de bouwkwaliteit en het bouwtoezicht te verbeteren door inschakeling van private kwaliteitsborgers. Beide wetten hebben een groot aantal wijzigingen aangebracht in o.a. het vergunningenstelsel en het toezicht daarop. Landelijk is de teneur dat de nieuwe wetgeving vooralsnog alleen meer werk/kosten met zich heeft gebracht zowel voor initiatiefnemers als bevoegde gezagen en omgevingsdiensten. Afgelopen jaar zijn veruit de meeste aanvragen die vanwege het overgangsrecht nog onder de Wabo vielen, behandeld. Een achttal milieu- en RO aanvragen ingediend onder de Wabo loopt nog (al dan niet in combinatie met bouwen). In 2025 is volop gewerkt met aanvragen en meldingen onder de nieuwe wetgeving. De oorspronkelijk door het Rijk aangekondigde Wkb voor verbouw en gevolgklassen 2 en 3 wordt vooralsnog niet ingevoerd. Er is twijfel over de verhouding tussen de kosten van bouwborging en de verbetering van de bouwkwaliteit hierdoor. In 2026 geldt daarom de Wkb alleen voor nieuwbouw die valt in gevolgklasse 1. 3.3Borging middelen Voor de uitvoering van het VTH brede programma verwachten wij in totaal de onderstaande personele middelen nodig te hebben. In de werkplanningen is e.e.a. op persoonsniveau gespecificeerd. Activiteiten programma VTH breed Paragraaf Indicatie uren 2026 (Proces)Coördinatie VVH en juridische/beleidsadvisering&-ondersteuning 1.020 Administratieve ondersteuning 3.2, 4.2, 5.2 1.760 Beleidscyclus 3.2.1 850 Jaarlijkse beleidswerkzaamheden/beleidscyclus 600 Integrale herziening meerjaren beleid (1x per 4 jaar) 250 Data gedreven werken: Rapportages en PowerBrowser Onderdeel beleidscyclus Dienstverlening 3.2.2 Activiteit dienstverlening Onderdeel reguliere werkzaamheden, zie §4.3 en 5.3 Financiën 3.2.3 50 Inzichtelijk maken en borgen benodigde/ beschikbare middelen Onderdeel beleidscyclus Budgetbeheer en overige 50 Kwaliteitsborging 3.2.4 Werkprocessen + 4.2.1 en 5.2.1 Zie §4.3 en 5.3 Kwaliteitscriteria + 4.2.2 en 5.2.2 Zie § 4.3 en 5.3 Overige werkzaamheden 830 Overige 380 Uren onvoorzien 450 Totaal benodigde uren 4.510 Totaal begrote beschikbare uren vaste formatie (zie hfd. 2) 3.160 Totaal begrote beschikbare uren ingehuurde formatie (zie hfd. 2) 640 Totaal beschikbare uren 3.800 De kosten voor de ingehuurde formatie bedragen € 73.920 en is gedekt vanuit post 68030800/351000. Ten behoeve van het project optimalisering werkprocessen en implementatie van de kwaliteitscriteria 3.0 zijn middelen beschikbaar binnen het budget 6803800/351000. Voor de pilot optimalisatie werkprocessen gaat het in 2026 nog om een bedrag van ca € 15.000 en voor de kwaliteitscriteria is dit nog nader te bepalen. Activiteit Gemiddelde kosten Aantal uren Indicatie kosten 2026 Netto verschil benodigde en begrote uren 710 Coördinatie en juridische beleidsondersteuning Voor de invulling van de uren voor (proces)coördinatie & juridische- / beleidsadvisering en ondersteuning is heel 2025 ingehuurd en loopt het inhuurcontract vooralsnog tot 1 juli 2026. Voor de tweede helft van 2026 is vooralsnog de financiering nader te bepalen (de post 68030800/351000 bevat hier onvoldoende middelen voor). Vanaf 2028 zijn de uren als vaste (extra) Fte begroot. € 103,50 710 n.n.b. Totaal extra inzet uit vacatureruimte - overig n.n.b. De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven VTH brede programma zijn begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2. Hiermee is de uitvoering van het programma tot 1 juli 2026 geborgd. Voor de tweede helft van het jaar moet het programma nog geborgd worden.. Hoofdstuk4Programma Vergunningverlening: waar zetten we op in? 4.1Inleiding In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar bij de vergunningverlening op inzetten. De activiteiten voor vergunningverlening benoemen we in paragraaf 4.2 en in paragraaf 4.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen. De casemanagers/vergunningverleners, administratieve en juridische ondersteuners behandelen vergunningen en meldingen en verzorgen informatieverstrekking en uitleg over geldende wet- en regelgeving. Dit beslaat samen met de informatieverstrekking en advisering over (de lokale) ruimtelijke regels het gros van het werk. Het aantal ontvangen aanvragen en meldingen is vooral afhankelijk van initiatieven van burgers en bedrijven. Maar bijvoorbeeld ook van de omvang, volledigheid en juistheid van aanvragen of het aantal achteraf geconstateerde overtredingen waarvoor wij alsnog een legaliserende omgevingsvergunning12 Samengevat weergegeven heeft het college in het kader van de beginselplicht tot handhaving steeds een onderzoeksplicht of een geconstateerde overtreding alsnog met een vergunning gelegaliseerd kan worden. afgeven, kunnen een belangrijke rol spelen. Daarnaast kunnen ontwikkelingen op lokaal, regionaal of landelijk niveau van invloed zijn. De uitvoeringstaken zijn dan ook alleen globaal in te schatten. 4.2Activiteiten vergunningverlening Wij werken volgens de in de Uitvoerigs- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening oktober 2023 (U&HS) vastgelegde Preventie- en Vergunningenstrategie, waarin de kaders staan ‘hoe we het gaan doen’. De specifieke werkwijze(n), afspraken en dergelijke hebben wij vastgelegd in een digitale omgeving en gelden als aanvulling op deze kaders. Dit uitvoeringsprogramma haakt in op het beleid door aan te geven ‘wat we gaan doen’. In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren.13 Voor de verplichte basistaken en de collectieve- en verzoektaken (o.a. milieu en monumentale/archeologische objecten en/of gebieden), verwijzen wij naar het werkprogramma van de ODZOB en bijlage 2. Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. 4.2.1Preventiestrategie De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn: Activiteit communicatie, voorlichting en vooroverleg In het voortraject zoveel mogelijk doen om te voorkomen dat we achteraf (formeel) tot actie moeten overgaan. Hierdoor weet een initiatiefnemer zo snel mogelijk welke mogelijkheden er zijn en wat er moet gebeuren om de benodigde toestemming te krijgen. Beantwoorden eerstelijns vragen en omgevingsloket (incl. uitwerking) Vooroverleg, principeverzoeken, conceptaanvragen en toets vergunningsvrij bouwen Doorlopende informatieverstrekking in de vorm van publicaties, brochures, informatiebijeenkomst: welke regels gelden er + evt. actuele onderwerpen. De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening. Activiteit afstemming en samenwerking Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers. Voor interne afstemming en werkverdeling vindt structureel overleg plaats tussen de verschillende vergunningverleners; Tussen de vergunningverleners en de medewerkers van ruimtelijke ordening vindt structureel overleg over de inhoud plaats en met de medewerkers van handhaving vindt dit waar nodig ad hoc plaats; Als een initiatief daartoe aanleiding geeft vindt in een zo vroeg mogelijk stadium afstemming plaats met andere interne disciplines zoals groen, openbare ruimte, riool, sociaal domein (o.a. maatschappelijke ondersteuning) en dergelijke én/of betrokken uitvoeringsorganisaties zoals de omgevingsdienst en veiligheidsregio; In het kader van externe afstemming handelen wij volgens de samenwerkingsafspraken met de diverse partijen en hebben wij waar nodig aanvullend ad hoc overleg. Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving14In een later stadium kan dan via zogenaamde kwaliteitscontroles het werken volgens deze processen geborgd worden.: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van vergunningverlening die in 2025 doorlopen zijn. Eén proces wordt nog onder begeleiding van het externe bureau doorlopen (nr 5 hieronder). Het gaat om de volgende vijf processen 1 t/m 5 (6 t/m 11 = toezicht en handhaving): Conceptverzoek (eerste sessie in 2024 geweest) Aanvraag uitgebreid behandelen (=reguliere aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen, omgevingsplanactiviteit en handelen ism omgevingsplan) (eerste sessie in 2024 geweest) Melding activiteit behandelen (melding omgevingswet) Aanvraag vergunning regulier (APV/bijzondere wetten) Melding activiteit behandelen (APV melding en overige) Controle uitvoeren (Bouwtoezicht) Controle uitvoeren (toezicht APV, bijzondere wetten, Ow) Intrekken vergunning Incidentmelding/klacht algemeen Handhavingsverzoek Invordering handhaving Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker). De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) en geoptimaliseerde processen dit jaar. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening. 4.2.2Vergunningenstrategie De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de vergunningenstrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn: Activiteit reguliere toetsing Het voorkomen van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid, waarin ook snelheid, tijdigheid en integraliteit van besluitvorming een belangrijke rol speelt. Prognose aantallen 2026 Administratieve ondersteuning div. Afhandelen Wabo- activiteiten 3 Meldingplichtige activiteiten - Omgevingswet gerelateerd Bouwen (bouwtechnische melding) 40 Brandveilig gebruik van een bouwwerk 2 Reguliere / uitgebreide vergunning activiteiten - Omgevingswet gerelateerd Omgevingsplanactiviteit: Bouwen (omgevingsplan) 180 Handelen in strijd met ruimtelijke ordening 50 Uitvoeren werk of werkzaamheid 10 Inrit/uitweg 15 (Doen) vellen van een houtopstand 40 Bouwactiviteit Toetsen aan Bbl (Bouwbesluit) conform toetsmatrixen, waarbij wij: bij de beoordeling van bouwconstructies gebruik maken van de diensten van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); vanuit duurzaamheidsoverwegingen alle omgevingsvergunningaanvragen toetsen op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen volgens de hiervoor vastgestelde toetsprotocollen; bij de beoordeling van aanvragen waarbij bouwfysica een hoge prioriteit heeft, maken wij gebruik van de diensten van een adviesbureau voor bouwfysica (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); voor de beoordeling van brandveiligheid bij de vooraf afgesproken categorieën van bouwwerken advies van de veiligheidsregio vragen (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4). 60 Totaal 400 Toestemmingen openbare orde en veiligheid Alcoholwet 35 Evenementen aanmelding (vergunningvrij)15per 1-1-2025 kleinschalige evenementen vergunningvrij: alleen kennisgeving nodig waarop ovb wordt gestuurd. Voldoet evenement niet aan criteria voor vergunningvrije evenementen: dan vergunning aanvragen (cat. A evenement zonder veel indieningsvereisten: wel leges) 100 Evenementen vergunningen 40 Overige vergunningen APV & bijzonder wetten 80 Totaal 235 Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties div. Juridische procedures (bezwaar/ beroep/ voorlopige voorziening) & ondersteuning 50 De indicator hierbij betreft het aantal (aangevraagde en verleende) meldingen en omgevingsvergunningen. Door de vooralsnog ingevulde fte voor toezichthouders en de aanstelling van twee Boa’s worden meer illegale situaties beoordeeld op de mogelijkheid van het verlenen van een omgevingsvergunning. Dit leid tot een toename van het aantal (aan)vragen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid en Uitvoeringskwaliteit. Sloopmeldingen, bodemtaken en aanvragen omgevingsvergunning waarvan de activiteit “milieu”16 Inclusief de natuuractiviteit, meldingen milieu, bodemenergie, en dergelijke. en “monument” onderdeel uitmaken worden sinds 2024 volledig onder mandaat door de omgevingsdienst afgehandeld (zie bijlage 2) De omgevingsdienst handelt deze taken af conform de regionale uitvoeringskaders. Activiteit intrekking vergunningen Het op orde brengen/houden van het vergunningenbestand en daardoor het (organisatie breed) meer effectief en efficiënt kunnen werken. Met een vergunningenbestand dat op orde is kan bijvoorbeeld onnodig extra toezicht voorkomen worden en kan er ook vanuit de BAG en de WOZ met juiste gegevens worden gewerkt. Hiermee is ook onze dienstverlening gebaat. Prognose aantallen 2026 Intrekken omgevingsvergunning milieuzaken (door ODZOB) Onderdeel werkprogramma ODZOB Intrekken overige omgevingsvergunningen 25 De indicator van deze activiteit betreft het aantal intrekkingen. Deze activiteit levert een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening. 4.3Borging middelen Voor de uitvoering van het programma Vergunningverlening verwachten wij in totaal de onderstaande personele middelen nodig te hebben. In de werkplanningen zijn de middelen op persoonsniveau gespecificeerd. Activiteiten programma Vergunningverlening Paragraaf Gemiddelde duur Aantal 2026 Indicatie uren 2026 Administratieve ondersteuning vergunningverlening in § 3.3 Preventiestrategie 4.2.1 1.890 Communicatie, voorlichting: Eerstelijnsvragen + informatieverstrekking + 4.2.2 4 uur /dag 2 medewerkers 1.200 Vooroverleg, principeverzoeken, ‘idee verkennen’, toets vergunningsvrij bouwen 4 uur 113 450 Afstemming & samenwerking / werkprocessen + 3.2.4 240+ in strategie Vergunningenstrategie*ⁱ 4.2.2 5.315*ⁱ Wabo activiteiten 9 3 25 Meldingen en vergunningen Omgevingswet 1-7 uur (6 gemiddeld) 500 3.000 Aanmelding vergunningvrije evenementen (
  3. vv)en vergunningen APV/openbare orde en veiligheid div.(4 gemiddeld) 155 en 120 vv 1.100 Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties en welstand div. 140 + adm. onderst. Juridische procedures (bezwaar/ beroep/ voorlopige voorziening) met bijbehorende werkzaamheden 20 uur 50 1.000 Intrekking vergunningen 2 uur 25 50 Overige werkzaamheden 1.175 Beleid APV buiten programma 150 Overige 600 Uren onvoorzien n.v.t. n.v.t. 425 Totaal benodigde uren 8.380 Totaal begrote beschikbare uren Vaste formatie (zie hfd. 2) 4.266 Totaal begrote beschikbare uren ingehuurde formatie (zie hfd. 2) 1.414 Totaal beschikbare uren 5.680 De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven programma Vergunningverlening zijn in beginsel begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 en de werkprogramma’s van de uitvoeringsorganisaties (o.a. bijlage 2). Om de benodigde en begrote middelen voor dit jaar op elkaar af te stemmen zijn bijzonderheden in dit verband: Activiteit Gemiddelde kosten Aantal uren Indicatie kosten 2026 Netto verschil benodigde en begrote uren -/- 2.700 *ⁱ Vergunningenstrategie § 4.2.2 Er is naast de bestaande vacatureruimte bij Ruimtelijk Beleid 1 fte extra juridisch case manager RO vergunningen bij VVH in de begroting opgenomen en daarnaast nog een extra beleidsmedewerker RO. Omdat deze functies moeilijk zijn in te vullen (de bestaande functie staat al langere tijd open) vindt inhuur plaats op het casemanagement/de vergunningverlening voor het taakaccent strijdig gebruik, aanleg, natuuractiviteit tot 1 juli 2026 (550 uur). Bij RO inhuur n.n.b. casemanagement/de vergunningverlening voor het taakaccent strijdig gebruik, aanleg, natuuractiviteit en voor de juridische ondersteuning voor taakaccent bouwen en strijdig gebruik (. Doordat inzet voornamelijk afhankelijk is van ingediende verzoeken, aanvragen, zienswijzen en bezwaar/beroepschriften, is het programma hier niet op af te stemmen. Door blijvende onderbezetting op RO casemanagen en juridische ondersteuning betekent vooralsnog o.a. dat doorlooptijden van lopende en nieuw op te pakken zaken (inclusief legaliserende aanvragen) langer blijven worden / de uitgangspunten in de dienstverlening (§3.2.2) wat betreft reactie- en doorlooptijd niet haalbaar zijn en risico op achterstanden blijft bestaan. Inhuur: benodigde middelen in euro’s (excl. BTW) € 57.600,- (24 weken x 24 uur x € 100,-) Een bedrag van € 46.381,- kan gedekt worden uit het budget van de vacatureruimte (post 68010000/110090). Het resterende bedrag van € 11.219 kan gedekt worden vanuit de post flexibele schil 68030800/351000. n.n.b -/- 800 bij VVH -/- 1.350 bij RO Uit vacatureruimte/n.n.b. uit vacature ruimte RO/n.n.b. De beschikbare formatie casemanagers bouw is met 1 fte uitgebreid. Daarvoor wordt op dit moment voor een half jaar ingehuurd (864 uur). Gelet op de prognose van het aantal aanvragen is het hele jaar inzet nodig voor preventie- en vergunningenstrategie (inclusief gedeeltelijk opvangen casemanagement strijdig gebruik) omdat ook voor overige werkzaamheden inzet gevraagd wordt. Dit zijn structurele overige werkzaamheden zoals bv secretariaat welstand, Keyuserrol, gegevens tbv CBS en leges. Inhuur Benodigde middelen in euro’s (excl. BTW) €35.699,- (24 weken x 36 uur) Inzet gedekt vanuit post 68030800/351000 n.n.b. -/- 500 op programma (+ gedeeltelijk opvangen casemanagement strijdig gebruik) n.n.b. Voor casemanagement APV/Bijzondere wetten is gelet op het aantal aanvragen/meldingen structureel te weinig formatie begroot waardoor niet/nauwelijks toegekomen wordt aan overige werkzaamheden zoals kwaliteit- en procesverbetering en het leveren van input aan beleid. Daarnaast is de huidige medewerker minder gaan werken, waardoor de bereikbaarheid voor organisatoren en inzet bij onverwachte gebeurtenissen afneemt. Het proces vergunningen is geoptimaliseerd, mar de aantallen en overlegmomenten nemen toe. Er is 0,78 fte beschikbaar voor administratieve ondersteuning/APV vergunningverlening. Deze vacature moet nog uitgezet worden. Tot die tijd worden extra/overige kwaliteit verbeterende werkzaamheden niet uitgevoerd (niet in programma opgenomen). Inzet te dekken vanuit post 68030800/351000 of 68030800/110090 n.n.b. n.n.b. n.n.b. 2.636 uur Totaal extra inzet uit vacatureruimte € overig n.n.b. Het programma wordt sluitend gemaakt door deze (extra) kosten beschikbaar te stellen via de post 68010000/110090 (vacatureruimte Ruimtelijke Domein) en de posten uit reguliere loonkosten 68030800/110090 voor vaste formatie en 68030800/351000 voor tijdelijke inhuur zoals weergegeven in hoofdstuk 2. Hiermee is de uitvoering van het programma geborgd tot 1 juli. Voor de tweede helft van het jaar moet het programma nog geborgd worden. Hoofdstuk5Programma Toezicht & Handhaving: waar zetten we op in? 5.1Inleiding In dit hoofdstuk geven wij de belangrijkste activiteiten aan waar we dit jaar bij toezicht & handhaving op inzetten. De activiteiten voor toezicht & handhaving benoemen we in paragraaf 4.2 en in paragraaf 4.3 gaan we in op de borging van de voor het programma benodigde middelen. De medewerkers toezicht & handhaving houden toezicht op naleving van de wet- en regelgeving. Zij dragen zorg voor het toezicht op verleende omgevingsvergunningen, behandelen onder andere verzoeken om handhaving en klachten en gaan (waar nodig) af op meldingen en signalen. Ook verzorgen zij o.a. informatieverstrekking en uitleg over geldende wet- en regelgeving. De inzet is vooral afhankelijk van enerzijds het aantal en de uitvoering van de verleende omgevingsvergunningen en anderzijds het algemene naleefgedrag van burgers, bedrijven en instanties. Het aantal, de aard en omvang van toezichtacties, geconstateerde overtredingen of het aantal klachten/ meldingen/ verzoeken om handhaving en spoedacties zijn op voorhand dan ook alleen globaal in te schatten. Daarnaast spelen de complexiteit van het dossier, de politieke context en de aangewende rechtsmiddelen een grote rol. 5.2Activiteiten Wij werken volgens de in de Uitvoerigs- en handhavingsstrategie 2023-2026, herziening januari 2026 (U&HS) vastgelegde Preventie-, Toezicht-, Sanctie- en Gedoogstrategie, waarin de kaders staan ‘hoe we het gaan doen’. De specifieke werkwijze(n), afspraken en dergelijke hebben wij vastgelegd in een digitale omgeving en gelden als aanvulling op deze kaders. Dit uitvoeringsprogramma haakt in op het beleid door aan te geven ‘wat we gaan doen’. In deze paragraaf geven wij de belangrijkste werkzaamheden uit de strategie aan die wij dit jaar uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren.17Voor de verplichte basistaken en collectieve- en verzoektaken verwijzen wij naar het werkprogramma van de ODZOB en bijlage 2. Voor het monitoren van het effect zijn waar mogelijk steeds de strategische doelen en indicatoren benoemd. De indicatoren sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. 5.2.1Preventiestrategie De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de preventiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn: Activiteit communicatie en voorlichting In het voortraject zoveel mogelijk doen om te voorkomen dat we achteraf (formeel) tot actie moeten overgaan. Hierdoor weten burgers, bedrijven en instellingen welke regels waarom gelden en worden zij gestimuleerd om aan deze regels te voldoen. Doorlopende informatieverstrekking in de vorm van publicaties, brochures: m.n. welke regels gelden er en wat is de achtergrond daarvan + evt. actuele onderwerpen. We gaan inwoners periodiek en terugkerend informeren over aansprekende thema’s om overtredingen te voorkomen. Toezichthouders/boa’s hanteren waar mogelijk een positieve benadering als eerste aanspreekpunt “buiten”. Dat betekent dat de benadering zich o.a. richt op de voordelen van naleven, benadrukken van het nut van regels, sociale norm en voorkomen van overtredingen. Vanwege het grote belang van veilige evenementen en horeca is een folder ‘veilige horeca’ beschikbaar die we actief onder de aandacht brengen. De indicator van deze activiteit betreft het aantal vooroverleggen, principeverzoeken, ’verken uw idee’ aanvragen, conceptaanvragen, informatieverzoeken en verzoeken vergunningsvrij (in § 4.3). Daarnaast de contactmomenten naar aanleiding van een melding/constatering door de toezichthouder waarna de overtreding wordt opgelost. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening. Activiteit afstemming en samenwerking Op uniforme wijze zorgdragen voor een vlotte, gestroomlijnde en integrale afhandeling van dossiers. Voor interne afstemming en werkverdeling vindt structureel overleg plaats tussen de verschillende medewerkers van toezicht en handhaving; Tussen de medewerkers van toezicht en handhaving, de vergunningverleners en/of de medewerkers van ruimtelijke ordening vindt waar nodig ad hoc overleg plaats over de inhoud plaats; In het kader van externe afstemming handelen wij volgens de samenwerkingsafspraken met de diverse partijen en hebben wij waar nodig aanvullend ad hoc overleg; In het kader van integrale samenwerking met betrokken instanties zoals de en, veiligheidsregio, politie en dergelijke, hebben onze toezichthouders verder een zogenaamde oog- en oor functie voor die andere instanties. Dat betekent dat onze toezichthouders constateringen van overtredingen op wet- en regelgeving buiten hun bevoegdheid en/of takenpakket, doormelden aan deze instanties. Vaststellen en actueel houden van de werkprocessen, procedures en bijbehorende informatiestromen in de digitale omgeving18In een later stadium kan dan via zogenaamde kwaliteitscontroles het werken volgens deze processen geborgd worden.: In 2026 worden de nog openstaande actiepunten uitgevoerd ten behoeve van de vijf te optimaliseren VTH processen van toezicht en handhaving die in 2025 doorlopen zijn. Het gaat om de volgende vijf processen 6 t/m 11 (1 t/m 5 = vergunningverlening): Conceptverzoek (eerste sessie in 2024 geweest) Aanvraag uitgebreid behandelen (=reguliere aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen, omgevingsplanactiviteit en handelen ism omgevingsplan) (eerste sessie in 2024 geweest) Melding activiteit behandelen (melding Omgevingswet) Aanvraag vergunning regulier (APV/bijzondere wetten) Melding activiteit behandelen (APV melding en overige) Controle uitvoeren (Bouwtoezicht) Controle uitvoeren (toezicht APV, bijzondere wetten, Ow) Intrekken vergunning Incidentmelding/klacht algemeen Handhavingsverzoek Invordering handhaving Doorlopen EVP (=ErVaringsProfiel) traject tot vaststelling en borging kwaliteitscriteria VTH 3.0 door een extern bureau. Deelname door casemanagers, toezichthouders en handhavingsjuristen voor hun deskundigheidsgebied(en). Gevolgd door competentiescan en resulterend in een opleidingsplan of vervolgtraject (per medewerker). De indicator van deze activiteit betreft het aantal vastgelegde actuele werkprocessen (met bijbehorende informatiestromen en afspraken) in 202. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Uitvoeringskwaliteit en Dienstverlening. Activiteit (buurt)bemiddeling/mediation Conflicten naar aanleiding van m.n. verstoorde verhoudingen/ruzies zo veel mogelijk in een voorstadium aanvliegen en hiermee verdere escalatie en eventuele volgende conflicten voorkomen. Bemiddeling door de gemeente zelf, een door de gemeente “ingekochte buurtbemiddelaar” of door een externe mediator Inzet van laagdrempelige bemiddeling en mediation is maatwerk en afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De indicator van deze activiteit betreft het aantal voor bemiddeling/mediation doorverwezen zaken. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. Dienstverlening. Deregulering Wij houden doorlopend in de gaten of regels uit een verordening of beleidsregel nog voldoen en nodig zijn. Signalen geven wij door aan de medewerker(
  4. s)verantwoordelijk voor het betreffende product. 5.2.2Toezicht- en sanctiestrategie In deze paragraaf wordt achtereenvolgens in gegaan op het ‘toezicht tijdens de realisatiefase’ (bouwtoezicht) en het ‘toezicht tijdens de beheer- of gebruiksfase’. Per toezichttraject zijn de toezicht- en sanctiestrategie geïntegreerd. De belangrijkste werkzaamheden uit de U&HS, die wij dit jaar in het kader van de toezicht- en sanctiestrategie uitvoeren om de in het beleid genoemde doelen te realiseren, zijn: Activiteit regulier toezicht realisatiefase (“bouwtoezicht”) Het voorkomen van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties / (voortdurende) overtredingen en het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid, waarin ook snelheid en tijdigheid van optreden een belangrijke rol speelt. Administratieve ondersteuning bouwtoezicht Toezicht door kwaliteitsborger Voor de in de Omgevingswet aangewezen gevallen toetst en controleert de kwaliteitsborger de bouwtechnische aspecten. Het toezicht van kwaliteitsborger en gemeente zijn zo veel mogelijk complementair aan elkaar en waar mogelijk wordt steeds de samenwerking opgezocht. Wij houden toezicht conform beleid, dit betekent o.a. dat wij actief en steekproefsgewijs toezicht houden op de algemene werking van het Wkb stelsel. Toezicht door gemeente Melding Ow/Wkb Beoordelen gereedmelding ogv het Bbl 2 weken voor ingebruikname Wabo omgevingsvergunningen + bouwactiviteit Ow/Wkb Toezicht conform toezichtmatrixen, waarbij wij: voor de beoordeling van (o.a. aanvullende, vervangende) en het controleren van (o.a. complexe) bouwconstructies gebruik maken van een advies- en ingenieursbureau voor bouwconstructies (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); vanuit duurzaamheidsoverwegingen alle omgevingsvergunningen controleren op het voldoen aan de eisen voor energiezuinigheid (bijna energie neutrale gebouwen), milieu (Milieuprestatie coëfficiënt) en de laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen volgens de hiervoor vastgestelde toezichtprotocollen; bij het controleren van vergunningen met complexe bouwfysica gebruik maken van de diensten van een adviesbureau voor bouwfysica (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); het initiatief nemen om op de vooraf afgesproken (categorieën) bouwwerken minimaal 2x op gezette tijden met de VRBZO integraal risicogericht toezicht te houden (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4). Overige Omgevingswet activiteiten Klachten hinder/bouwlast Controle inrichtingseisen Alcoholwet Veiligheidscontroles evenementen A en B evenementen worden door de gemeente gecontroleerd; Specifiek voor carnaval houden wij themacontroles brandveiligheid bij horecapanden; Waar nodig voeren wij bij evenement(vergunningen) opbouwcontroles uit, waarbij extra aandacht is voor zowel de constructieve als brandveiligheid van podia en tenten. C evenementen worden door de VRBZO samen met gemeente gecontroleerd. Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties Handhavingsacties voortvloeiend uit het bouwtoezicht De indicator hierbij betreft het aantal bouwtoezichtzaken, controles en waarschuwingen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Gezondheid, Duurzaamheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit. Toezicht op vergunningen waarbij de onderdelen “milieu,” een deeltoestemming betreffen laten wij van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taak af conform het regionale uitvoeringskader. Activiteit regulier toezicht beheer- of gebruiksfase Het voorkomen en bestrijden van m.n. onveilige en/of ongezonde situaties/overtredingen én het borgen van leefbaarheid en/of duurzaamheid met oog voor het behoud van cultureel erfgoed en bestaande (land)schappelijke waarde. Hierbij speelt vaak ook de snelheid en tijdigheid van optreden een belangrijke rol. Administratieve ondersteuning toezicht & handhaving Domein Bouwen, Slopen, Erfgoed en RO Omgevingswet gerelateerd Brandveilig gebruik van een bouwwerk De veiligheidsregio (VRBZO) voert periodiek toezicht uit conform het handhavingsuitvoeringsprogramma van de VRBZO (bijlage 3) en ons uitvoerings- en handhavingsbeleid/strategie. Verder pakken zij signalen op over brandonveilige situaties en verzorgen de eventuele eerste waarschuwing (inclusief hercontrole). Daarnaast wordt in 2026 in samenspraak met de VRBZO een opzet gemaakt voor toezicht op risicovolle klasse A objecten: wat willen we en hoe gaan we dat doen en borgen? (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); Bouwactiviteiten/slopen en bestaande bouw, met accent op Gevaarzetting door staat bouwwerk, open erf of terrein, m.n. veiligheid (o.a. constructie, fundering, asbest, brandveiligheid bv risicoklasse A objecten) en gezondheid (o.a. overschrijding geluidsnormen, verwaarlozing). Dit nemen wij integraal mee bij het toezicht voor domein “Bouwen” en via signaaltoezicht. Ook bijvoorbeeld na een brand of andere calamiteit (zoals een natuurramp) zien wij er op toe of ingrijpen nodig is. Waar nodig schakelen wij ten behoeve van het toezicht een deskundige in bijvoorbeeld op het gebied van constructies en/of brandveiligheid (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); Brandveiligheid bij kamerverhuur vanaf 5 of meer wooneenheden/ woningsplitsing (handelen zonder of in strijd met omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwen en/of activiteit bouwen). Wij intensiveren onze controles. Waar nodig schakelen wij ten behoeve van het toezicht een deskundige in bijvoorbeeld op het gebied van brandveiligheid (actie om te voldoen aan de kwaliteitscriteria; zie 3.2.4); Beschermd Erfgoed, met accent op Het ondernemen van actie op signalen van bouwen en/of verbouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van een monument. Ruimtelijke Ordening, met accent op actief toezicht op bedrijfsmatig gebruik waar dit (planologisch) niet is toegestaan. Het gaat dan voornamelijk om bedrijven die op een locatie zitten die niet als bedrijfslocatie is bestemd en/of die niet toegestane (deel)activiteiten uitoefenen zoals onrechtmatige (buiten)opslag19Vanuit o.a. het oogpunt van veiligheid (bv voorkomen van brandoverslag) en het voorkomen van verrommeling is (buiten)opslag veelal gereguleerd.. Het kan bijvoorbeeld gaan om loodsen bij bedrijven(terreinen) of bijgebouwen in het buitengebied. Maar bijvoorbeeld ook om een zwaardere milieucategorie dan ter plaatse is toegestaan. Overige omgevingsrecht gerelateerde activiteit, met accent op het in stand houden van waardevolle gebieden en objecten. Alle signalen m.b.t. aantasting daarvan, zoals landschapselementen of houtopstanden die op basis van bijvoorbeeld de bomenlijst als waardevol of monumententaal zijn aangemerkt, pakken wij dan ook op om schade zo veel mogelijk te beperken. Domein APV, Alcoholwet en Evenementen Openbare orde en veiligheid Evenementen met accent op Invulling toezicht door boa‘s. Bij het toezicht ligt het accent op: in samenwerking met de organisatie van een evenement steekproefsgewijs toezicht houden op de naleving van de geldende leeftijdsgrenzen bij verkoop alcohol; aandacht voor en handhaving van geluidsnormen volgens nieuw vastgestelde Beleidsregels evenementen 2026 zowel ter voorkoming van gehoorschade (bezoekers) als overlast (omgevings). minimaliseren risico aantasting openbare orde en veiligheid en woon- en leefklimaat door overlast evenementen en horeca (parkeren, geluidsoverlast, doorgaan na sluiten), door tijdens en na afloop van een evenement hierop te sturen. Enerzijds preventief door m.n. kennis en bewustwording bij de organisator te vergroten over alle voorwaarden en relevante wet- en regelgeving verbonden aan een evenement, én te stimuleren om spontaan hieraan te voldoen. Anderzijds door bij evenementen zichtbaar te zijn en toezicht te houden (Boa’s, politie en/of veiligheidsregio) door regelmatig te controleren op naleving van vergunningvoorschriften en om mogelijke veiligheidsrisico’s te constateren en te voorkomen. Overige APV en bijzondere wetten Invulling van toezicht door eigen toezichthouders (Boa’
  5. s)in combinatie met flexibele inhuur. Bij het toezicht ligt het accent op: Elke melding m.b.t. afval illegale stort wordt opgepakt en teruggekoppeld aan de melder. Het gaat dan voornamelijk om meldingen afvalstort, drugsafval en zwerfvuil. Prioritering werkt door in de volgorde van afhandeling van meldingen. Voor milieumeldingen werken we intensief samen met de omgevingsdienst; Vrachtwagenverbod kern Heeze. Dit zal in 2026 planmatig plaatsvinden door controle-dagen. Alcoholwet Invulling toezicht m.n. aan de hand van de boa‘s. Door beschikbaarheid twee fulltime Boa’s zal in 2026 hier themagewijs aandacht aan gegeven worden. Bij het toezicht ligt het accent op: toezicht op de naleving van de geldende leeftijdsgrenzen bij verkoop alcohol, om zo de huidige situatie in het kader van alcoholgebruik onder jongeren te behouden en waar mogelijk te verbeteren. In ons Preventie en handhavingsplan Alcoholwet is de uitwerking hiervan nader beschreven; Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties Invorderingsprocedures Juridische procedures (bezwaar / (hoger) beroep / voorlopige voorziening) met bijbehorende werkzaamheden naast juridische procedures wordt door handhavingsjuristen ingezet op gesprekken en overleg in de voorfase om tot oplossing te komen. Dit heeft positief resultaat op aantal procedures wat daardoor afneemt. De uitvoering van het toezicht in de beheer- of gebruiksfase verdelen we in 2 blokken: blok 1: toezicht op basis van klachten en signalen (reactief toezicht); blok 2: projectmatig toezicht op bestuurlijke prioriteiten (actief toezicht). Bij de uitvoering van toezicht en handhaving werken we steeds zo veel mogelijk doelmatig, leveren we maatwerk en hanteren we de menselijke maat. Dit betekent dat wij in een zo’n vroeg mogelijk stadium in (informele) handhavingstrajecten standaard kritisch kijken naar o.a. de oplosbaarheid, omstandigheden van het geval en zo nodig ook ons eigen handelen in de betreffende casus betrekken, bijvoorbeeld door hier bij de begunstigingstermijn rekening mee te houden20 Uiteraard binnen de geldende jurisprudentie, wet- en regelgeving.. De indicator van deze activiteit betreft het aantal controles, waarschuwingen, voornemens opleggen last, opgelegde lasten en proces verbalen. Deze activiteiten leveren een bijdrage aan de strategische doelen m.b.t. voornamelijk Veiligheid, Duurzaamheid, Gezondheid, Omgevingskwaliteit en Uitvoeringskwaliteit. Naast het toezicht op alle niet onder de basistaken vallende “milieutaken” (inclusief het aspect externe veiligheid21Externe veiligheid is de kans dat personen in de omgeving van een activiteit waar met gevaarlijke stoffen wordt gewerkt, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. en groene wetgeving22 De Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN) is voor de hele provincie Noord-Brabant verantwoordelijk voor toezicht en handhaving van de regels in de Wet natuurbescherming. ) laten wij ook het toezicht op “bodem” van A tot Z onder mandaat door de omgevingsdienst afhandelen (zie bijlage 2). De omgevingsdienst handelt deze taken af conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid. Dat de ODZOB taken namens ons uitvoert neemt niet weg dat onze toezichthouders een signaalfunctie hebben en een eerste aanspreekpunt bij klachten kunnen zijn. Wij werken op dit vlak dan ook vooral met signaaltoezicht. 5.2.3Gedoogstrategie Het uitgangspunt is om de gedoogstrategie niet in te zetten. Waar dit bij uitzonderingen toch aan de orde is, zetten wij deze strategie overeenkomstig het beleid in. 5.2.4Dommelstroom Interventie Team/ondermijning Binnen de zes gemeenten van het basisteam Dommelstroom is het initiatief ingezet om te komen tot een doorontwikkeling en professionalisering van integrale handhaving in relatie tot de aanpak van ondermijning en (integrale) veiligheid. Hiertoe is medio 2020 binnen de Dommelstroomgemeenten een bestuurlijk interventieteam onder aanvoering van een intergemeentelijke teamleider van start gegaan: het Dommelstroom Interventieteam (DIT). Het DIT heeft een duidelijke verbinding met de aanpak van ondermijning en is gericht op het integraal uitoefenen van toezicht en handhaving van wettelijke en lokale regelgeving ten behoeve van complexe casuïstiek, het voorkomen en signaleren van strafbare feiten en het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Dit naar voorbeeld van het Peelland Interventie Team. Op basis van de o.a. in een convenant vastgelegde afspraken levert iedere partner een (vaste) deelnemer: een of meerdere vertegenwoordigers die deelnemen aan de structurele overleggen en interventies. Het structurele overleg heeft maandelijks plaats binnen het zogenaamde kernteam dat bestaat uit inhoudelijke coördinatoren van de diverse deelnemende instanties (o.a. gemeenten, ODZOB, VRBZO, Politie, Senzer). Voor de interventies die daaruit voortvloeien kunnen de afgevaardigde toezichthouders en juridische ondersteuners ingezet worden. Met de invulling van de functie Beleidsadviseur Openbare Orde en Veiligheid van het cluster veiligheid, de aangestelde Boa’s en de (voorlopige) invulling van de formatie bij toezicht en handhaving verwachten we in ieder geval tot 1 juli 2026 voldoende invulling te kunnen geven aan enkele DIT acties per jaar. Er is voor 2026 in totaal 270 uur geraamd. 5.2.5Overige activiteiten Toezicht & Handhaving Uit in 2025 uitgevoerde evaluatie van de in 2024 gestarte Boa pilot is de behoefte aan twee Boa’s voor Heeze-Leende gebleken. Eind 2025 zijn twee Boa’s in vaste dienst aangesteld. In 2026 bouwen de Boa’s verder aan het fundament van het Boa-team. Daarvoor worden werkprocessen, afspraken en samenwerkingen met interne en externe partners verder ontwikkeld en wordt gewerkt aan de positionering, zichtbaarheid en professionalisering van de Boa’s. 5.3Borging middelen Voor de uitvoering van het programma Toezicht & Handhaving verwachten wij in totaal de onderstaande middelen nodig te hebben. In de werkplanningen worden de middelen op persoonsniveau gespecificeerd. Activiteiten programma Handhaving Paragraaf Gemiddelde duur Aantal 2026 Indicatie uren 2026 Administratieve ondersteuning in § 3.3 Preventiestrategie 5.2.1 35 Communicatie & voorlichting + 5.2.2 2-5 uur 3 15 + in toezicht-strategie Afstemming & samenwerking / werkprocessen + 3.2.3 20 + in toezicht-strategie Bemiddeling/mediation & deregulering in uren toezicht - Toezichtstrategie*ⁱ 5.2.2 6.904 Toezicht realisatiefase 2-4 uur 240 1.890 Toezicht handhavingsverzoeken en signalen (blok 1): Domein bouwen, slopen, erfgoed en RO 1-11 uur 113 (deel)zaken 1070*i Domein APV, Alcoholwet en Evenementen 3-4 uur 230 1.300 Toezichtprogramma bestuurlijke prioriteiten (blok 2): Domein bouwen, slopen, erfgoed en RO 3-8 uur 13 280*i Controle en hh brandveiligheid A-categorie 100 Domein APV, Alcoholwet en Evenementen 3-8 uur 728 460 + admin. Coördinatie/afstemming uitvoeringsorganisaties div. - 400 Overige activiteiten - - 80 Sanctiestrategie*ⁱⁱ 5.2.2 3.145 Handhaving realisatiefase 15 190 Handhaving verzoeken en signalen (blok 1): Domein bouwen, slopen, erfgoed en RO 67 1.000*ii Domein APV, Alcoholwet en Evenementen 45 400 Handhaving programma best. prioriteiten (blok 2): Domein bouwen, slopen, erfgoed en RO 500*ii Domein APV, Alcoholwet en Evenementen 80 + in toezicht-strategie Juridische procedures (bezwaar/ beroep/ voorlopige voorziening) met bijbehorende werkzaamheden (waaronder inzet informele oplossing) div. 11 400 Invorderingswerkzaamheden 3 75 Lopende zaken en achterstand 500 Overige werkzaamheden 850 Kwaliteitsborging 3.2.4 + 5.2.2 In toezichtstrategie Juridische ondersteuning in te trekken vergunningen 50 Overige 100 Uren onvoorzien n.v.t. n.v.t. 700 Totaal benodigde uren 10.934 Totaal begrote beschikbare uren vaste formatie (zie hfd. 2) 10.434 Totaal begrote beschikbare uren ingehuurde formatie (zie hfd. 2) 500 Totaal beschikbare uren 10.934 Activiteit Paragraaf Gemiddelde duur Aantal Indicatie uren 2026 Dommelstroom Interventie Team/ondermijning*ⁱᵛ 5.2.4 Kernteam/coördinatie 90 Toezichtactiviteiten 90** Juridische ondersteuning 90** Totaal benodigde uren 270 Totaal begrote beschikbare uren vaste en ingehuurde formatie*ⁱⁱⁱ (zie hfd. 2) 270 Totaal beschikbare uren 270** *programma is passend gemaakt aan uren ** onderdeel van bovenstaande uren De kosten voor de uitvoering van het in dit hoofdstuk weergegeven programma Toezicht & Handhaving zijn in beginsel begroot binnen de in de begroting beschikbaar gestelde middelen zoals opgenomen in hoofdstuk 2 en de werkprogramma’s van de uitvoeringsorganisaties (o.a. bijlage 2). Om de benodigde en begrote middelen voor dit jaar op elkaar af te stemmen zijn bijzonderheden in dit verband: Activiteit Gemiddelde kosten Aantal Uren Indicatie kosten 2024 Netto verschil benodigde en begrote uren domeinen bouwen, slopen, erfgoed en RO *ⁱ Toezicht realisatiefase § 5.2.2 Het bouwtoezicht is vooralsnog niet binnen de huidige fte te realiseren. De toezichthouder/handhaver met taakaccent bouwen neemt nog circa 45% van de werkvoorraad voor zijn rekening. Dit hangt samen met o.a. de grote hoeveelheid nieuwe zaken, het nog niet volledig weggewerkt zijn van de achterstanden en de ervaring van de junior bouwtoezichthouder. Dit betekent dat de toezichthouder/handhaver met taakaccent bouwen minder inzet kan plegen op handhaving bouw. Vooralsnog is hier in het programma zo veel mogelijk rekening mee gehouden. Extra 0,34 formatie voor juridische handhaving ingezet voor 2026. Dit ter ondersteuning van junior hhjurist en lopende zaken. Dommelstroom InterventieTeam Werkzaamheden zijn onderdeel van reguliere taken Het programma is sluitend gemaakt door de (extra) kosten beschikbaar te stellen via de posten 68030800/110090 (vacaturebudget), 68030800/351000 (inhuurbudget/flexibele schil), 68030800/ 380999 (Wet kwaliteitsborging), 61020000/380243 (Dommelstroom InterventieTeam), zoals weergegeven in hoofdstuk 2. Hiermee is de uitvoering van het programma geborgd. Hoofdstuk6Methodiek evalueren en monitoring 6.1Lokale taken Door monitoring van de resultaten en voortgang van de uitvoering van het beleid en uitvoeringsprogramma houden we zicht op de mate van doelrealisatie (effectiviteit). De monitoringsresultaten geven wij weer in het jaarverslag en gebruiken wij voor bijsturing van de operationele cyclus en voor input op de beleidsevaluatie. Dit is dus van belang voor eventuele bijsturing en de verantwoording aan onze raad en burgers. De wijze van monitoring van het uitvoeringsprogramma en doelstellingen leggen wij jaarlijks vast in het uitvoeringsprogramma via indicatoren. Wij registeren dit jaar via de backoffice applicatie PowerBrowser en het tijdschrijfsysteem TimEnterprise. Het gaat dan m.n. om de volgende gegevens: aantal en aard ingediende aanvragen omgevingsvergunning; aantal besluiten op basis van de ingediende aanvragen omgevingsvergunning onderverdeeld in relevante categorieën; aantal signalen onderverdeeld in relevante categorieën; aantal (over mogelijke overtredingen ontvangen) klachten; aantal (over mogelijke overtredingen ontvangen) meldingen; aantal verzoeken om handhaving; aantal uitgevoerde controles; aantal geconstateerde overtredingen; aantal gegeven waarschuwingen; aantal voornemens last onder dwangsom/bestuursdwang; aantal opgelegde lasten onder dwangsom/bestuursdwang; aantal processen verbaal; aantal bezwaren, (hoger) beroepen en verzoeken om voorlopige voorziening; tijdsbesteding. Dommelstroom Interventie Team De (intergemeentelijke) teamleider van het DIT draagt zorgt voor de algemene monitoring en evaluatie van het DIT. Voor de reguliere evaluaties in het kader van de programmatische toezicht en handhaving registreren de namens de gemeente Heeze-Leende deelnemende medewerkers conform hetgeen in deze paragraaf is weergegeven en ook voor het reguliere uitvoeringsprogramma geldt. Relevant daarbij is het gespecificeerd registreren van de uren voor het DIT op in ieder geval het: (voorbereiden) periodiek overleg; houden van toezicht, inclusief (voorbereiding) controle en uitwerking daarvan, en eventuele (informele) aanzegging of aanschrijving; juridische ondersteuning, advisering en uitwerking. 6.2Overige taken In het uitvoeringsprogramma zijn taken opgenomen die door uitvoeringsorganisaties uitgevoerd worden. De uitvoeringsorganisaties, meer in het bijzonder de VRBZO en de ODZOB, registreren zelf gegevens en verstrekken deze periodiek aan ons. Ook dragen zij zorg voor verslaglegging. In de tussentijdse overleggen met de uitvoeringsorganisaties bespreken wij onder meer de voortgang van het werkprogramma, eventuele knelpunten, de onderlinge samenwerking en dergelijke. Vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders d.d. 27 januari 2026Bijlage1Prioritering 2026 Bijlage2Werkprogramma ODZOB WERKPROGRAMMA HEEZE-LEENDE 2026 Uitvoering in Ontwikkeling Inleiding Doel Voor u ligt het document “ODZOB werkprogramma gemeenten 2026” (hierna: werkprogramma). Dit werkprogramma heeft als doel een zo goed mogelijk beeld te geven van de taken die door de gemeente voor 2026 aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) worden opgedragen. Afbakening Het werkprogramma geldt voor geheel 2026 en betreft de basis- en verzoektaken voor vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en de overige verzoektaken. De ODZOB is verantwoordelijk voor het operationele deel, terwijl de gemeenten verantwoordelijk blijven voor het strategische deel in de beleidscyclus. De ODZOB en de gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het verbinden van de twee delen. Uitgangspunten Iedere deelnemer is zelf verantwoordelijk voor het onderbrengen van het basistakenpakket bij de ODZOB. Bij het uitvoeren van dit werkprogramma houdt de ODZOB zich aan de Dienstverleningsovereenkomst (DVO), regionaal uitvoeringsbeleid en de financiële kaders van dit werkprogramma. Het werkprogramma bestaat uit taken die onderdeel uitmaken van het primaire proces (productief en declarabel) en daaraan gerelateerde werkzaamheden (indirect productief en declarabel). Het GPO-lid van de gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de ODZOB. Omgekeerd vormen de accountmanagers van de ODZOB het eerste aanspreekpunt voor de gemeente. In bijlage 3 is een tabel toegevoegd waarin alle basis- en verzoektaken zijn opgenomen. Per deelnemer is aangegeven of wij de taak uitvoeren en of wij daarvoor mandaat (
  6. m)hebben om besluiten te nemen, of wij machtiging (mch) hebben om handelingen te verrichten niet zijnde het nemen van een besluit of dat wij enkel advies (
  7. a)verstrekken. Voorbereiding, vaststelling, coördinatie uitvoering en monitoring Onderdeel van de voorbereiding van het werkprogramma is de GPO-special van 15 mei 2025. Tijdens deze special is een doorkijkje gegeven naar het werkprogramma voor 2026 en nieuwe ontwikkelingen binnen de thema’s van de ODZOB. De in bijlage 4 opgenomen definitieve budgetten zijn in samenwerking met de betreffende gemeente bepaald. Het werkprogramma wordt door alle gemeenten individueel vastgesteld. De ODZOB coördineert de uitvoering van het werkprogramma. Periodiek rapporteert ODZOB over de (financiële) uitvoering van het werkprogramma en stemt dit af met de deelnemer. Financieel kader (in uren) Dit werkprogramma is opgesplitst in de volgende hoofdstukken: Vergunningverlening (basis- en VTH-verzoektaken); Toezicht en handhaving (basis- en VTH-verzoektaken); Advies (verzoektaken); Informatieanalyse, -verstrekking en gegevensbeheer (basis- en verzoektaken). Kwaliteit Het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) speelt een belangrijke rol in het beschermen van de leefomgeving. Om dit effectief te doen, is het belangrijk dat de kwaliteit van uitvoering en handhaving goed geborgd is. Met de komst van de Kwaliteitscriteria 3.0 voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, wordt verdere uniformiteit en kwaliteit in de uitvoering van de Omgevingswet nagestreefd. Om uitvoering te geven aan het werkprogramma zijn of worden werkafspraken opgesteld voor een aantal processen, thema’s en onderwerpen. De ODZOB houdt bij de uitvoering van dit werkprogramma rekening met deze afspraken. Deze werkafspraken zijn dynamisch van aard. Dat betekent dat het werkafspraken document gaandeweg het uitvoeringsjaar kan worden uitgebreid en bijgesteld. De ODZOB werkt op deze manier continu aan verbetering van haar processen en de kwaliteit van de producten. Wat willen we bereiken? De ODZOB draagt op verschillende manieren bij aan een gezondere en veiligere leefomgeving in de regio. Via vergunningverlening beoordeelt en verleent de ODZOB vergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten, waarbij ze toetst of bedrijven en projecten voldoen aan de wetgeving en milieunormen. Daarnaast is de ODZOB verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van milieuwetgeving, wat helpt om de milieukwaliteit te waarborgen. Ook biedt de ODZOB specialistisch advies op onder meer het gebied van geur, licht, lucht, geluid, veiligheid, klimaat en bodemkwaliteit. Dit draagt bij aan een weloverwogen beleidsvorming en projectontwikkeling. Het voorgaande is uitgewerkt in de onderstaande uitvoeringskaders. Regionaal operationeel kader vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH) Op 3 juli 2024 heeft het algemeen bestuur van de ODZOB ingestemd met het Regionaal Operationeel Kader 2025-2028 voor de milieutaken vergunningverlening, toezicht en handhaving (ROK-VTH). Het ROK-VTH stelt de ODZOB beter in staat op een effectieve, efficiënte en innovatieve manier uitvoering te geven aan vergunningverlening, toezicht en handhaving met als resultaat een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving. Artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit (Ob) stelt dat bestuursorganen die deelnemen in een omgevingsdienst gezamenlijk een uniforme uitvoerings- en handhavingsstrategie vaststellen voor de werkzaamheden die ingevolge artikel 13.12 door de omgevingsdienst worden verricht. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden daartoe worden uitgevoerd. Met het ROK-VTH wordt invulling gegeven aan dit artikel. In het ROK-VTH zijn doelstellingen opgenomen voor onderstaande thema’s met een aanpak op vergunningverlening en toezicht & handhaving inclusief indicatoren ten behoeve van de monitoring. Veiligheid: Omgevingsveiligheid Ondermijning en milieucriminaliteit Gezondheid Luchtkwaliteit: fijnstof en stikstof (NOx) Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) Duurzaamheid Energiebesparing Circulaire economie Leefbaarheid Geluid- en geurhinder Basis op orde Actueel bedrijvenbestand Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest Het beoordelen van sloopmeldingen (met asbestinventarisatierapport) en asbesttoezicht wordt vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Beleid Uitvoering Bodemtaken onder de Omgevingswet De bodemtaken worden vanaf 1 januari 2024 uitgevoerd volgens het Regionaal Beleid Uitvoering bodemtaken welke is vastgesteld in het AB van 30 november 2023. Het uitvoeringskader richt zich op vergunningverlening en het toezicht op de milieubelastende activiteiten graven en saneren en op het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie. Deze werkzaamheden dragen bij aan de bescherming van de milieu-hygiënische kwaliteit van de bodem. Hoe gaan we dat doen bij vergunningverlening? Industrie en agrarisch Het behandelen van vergunningaanvragen en afhandelen van meldingen is een wettelijke taak met beperkte vrijheden. Alle relevante inhoudelijke milieuaspecten van de activiteiten worden bij de behandeling van een aanvraag betrokken om zo de leefomgeving te beschermen. Ook de behandeltermijn, resultaat en wijze van communiceren met de initiatiefnemer en omwonenden zijn aan regels gebonden. We bevinden ons in een periode van omvangrijke ontwikkelingen en politieke keuzes met invloed op vergunningverlening. De ODZOB werkt intensief samen met zijn deelnemers aan deze ontwikkelingen, zoals de transitie van de veehouderij en de doorontwikkeling van de VTH-taken van de ODZOB. In 2025 is gestart met het intrekkingsbeleid voor gemeenten. In 2026 gaan we hier verder mee en vindt verdere uitwerking plaats in concrete werkafspraken. Dit doen we in samenspraak met de gemeenten. In het kader van vergunningverlening is de problematiek die speelt rondom stikstof in relatie tot de agrarische vergunningverlening een factor die van belang is. Door fungerende wet- en regelgeving liggen veel aanvragen stil. Het blijft momenteel “koffiedik kijken” wat de ontwikkelingen in deze gaan worden. Om in control te blijven hebben we een taskforce georganiseerd die alle knelpunten gestructureerd en integraal in beeld brengen en oppakken. We stemmen hierbij periodiek af met de deelnemers. De problematiek rondom stikstof en verduurzaming van de landbouw speelt in deze regio een grote rol en heeft direct invloed op de behandeling van vergunningaanvragen. Daarnaast speelt de Omgevingswet een rol bij de invulling van het onderwerp gezondheid bij vergunningverlening. De beleidsonderwerpen ZZS, Schone Lucht Akkoord, circulaire economie en energie werken de komende jaren door in de vergunningverlening en afhandeling van meldingen. De komende vier jaar hanteren we de volgende uitgangspunten met betrekking tot milieu: We zorgen voor focus op milieurisico’s, die ertoe doen; We zorgen voor actuele vergunningen, waar nodig; We borgen integrale afstemming tussen vergunningverlening, toezicht en handhaving; We borgen integrale afstemming met regionale bevoegde gezagen en partners. Omdat we te maken hebben met een uitdagende arbeidsmarkt binnen vergunningverlening, wordt onderzocht of, en zo ja onder welke voorwaarden, meldingen meer administratief kunnen worden uitgevoerd waarbij we vergunningverleners de spaarzame capaciteit effectiever kunnen inzetten. De werkzaamheden voor vergunningverlening voor milieubelastende activiteiten, onder het regime van de Omgevingswet, omvatten: Conform overgangsrecht behandelen aanvragen omgevingsvergunning Wabo milieu; Op basis van het uitvoeringsprogramma behandelen van aanvragen, ambtshalve wijzigingen en ambtshalve revisie omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, bouwactiviteiten en omgevingsplanactiviteiten. Hierbij is inbegrepen het voeren van vooroverleg (afstemming met gemeente, verstrekking informatie over overige vergunningplichten, participatie), advisering, en de behandeling van zienswijzen, bezwaar en beroep; In voorkomende gevallen worden in afstemming met bevoegd gezag ook casemanagementtaken uitgevoerd; Behandelen meldingen (o.a. OB/Bal, Bkl en Bbl); Opstellen van maatwerkvergunningvoorschriften (Bal, Bkl en Bbl); Overige adviezen m.b.t. milieubelastende activiteiten (b.v. beoordelen aanmeldnotitie, beoordelen MER voorafgaande aan vergunningprocedure, toetsen rapportage PRTR). Bodem Het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie wordt als een milieubelastende activiteit gezien onder de Omgevingswet. Deze basistaak, het beoordelen van meldingen en het toezicht erop, worden al jarenlang uitgevoerd door de ODZOB (voormalig besluit Bodemkwaliteit). Met de verschuiving van de bodemtaken van de provincie naar de gemeente is sinds 1 januari 2024 de taak voor gemeenten uitgebreid met de vergunningverlening (en toezicht) op milieubelastende activiteiten graven en saneren van de bodem. De werkzaamheden bestaan met name uit het beoordelen van meldingen. Het beoordelen van de meldingen valt onder de basistaak. Indien maatwerkvoorschriften opgesteld dienen te worden (op verzoek van de initiatiefnemer of beargumenteerd door een gemeente) zal overgestapt worden naar het vergunningentraject. Bij de invoering van de Omgevingswet zijn er nog verontreinigingen die vallen onder het overgangsrecht. Deze zullen conform de oude procedure worden behandeld. Bij de ingang van de Omgevingswet zijn ook (ondiepe) onttrekkingen voor wat betreft grondwaterkwaliteit als bodemtaak toegevoegd. Waterschappen krijgen de meldingen binnen en beoordelen op kwantiteit. Gemeenten zijn bevoegd op de waterkwaliteit van het onttrokken water. De onttrokken hoeveelheid water wordt veelal op het gemeentelijk riool geloosd waardoor de gemeentelijke rioolbeheerder ook betrokken wordt in het beoordelingsproces. Het beoordelingsproces verloopt nog niet naar wens van alle bevoegde partners en zal gedurende 2026 worden bijgesteld. De kwaliteitsbeoordelingen worden door team bodem namens de gemeenten uitgevoerd. Mobiel breken Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Deze activiteit is geregeld in afdeling 7.2 van het Bbl en wordt volgens een risicogerichte werkwijze uitgevoerd, zoals opgenomen in het evaluatierapport mobiele puinbrekers van april 2022. Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES) We voeren werkzaamheden uit met betrekking tot het beoordelen van meldingen van lozingen die vielen onder het voormalige Besluit lozen buiten inrichtingen (thans Omgevingswet) en meldingen gesloten bodemenergiesystemen. Gesloten bodemenergiesystemen (GBES-
  8. en)zijn sinds de komst van de Omgevingswet een milieubelastende activiteit onder de bevoegdheid van de gemeenten. Dit betreft een basistaak voor de ODZOB. Er komen steeds meer GBES-en bij en dat vraagt om een zorgvuldige afweging. Reden hiervoor is dat systemen steeds dichter bij elkaar komen te liggen en elkaar, open bodemenergiesystemen of andere belangen kunnen beïnvloeden (interferentie en/of minder koude of warmte opbrengst kan dan optreden); Doordat er nog steeds meer systemen bijkomen is het van belang om de meldingen goed te beoordelen. Dit vraagt meer zorgvuldigheid van de melders, maar ook alertheid bij de beoordeling en bij de toezichthouders. Asbest Het beoordelen van sloopmeldingen met asbestinventarisatierapport en asbesttoezicht wordt uitgevoerd conform het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat is vastgesteld in het AB d.d. 30 november 2023. In dit beleid is de wettelijke verankering opgenomen en vastgesteld dat de werkwijze risicogericht en informatie gestuurd wordt uitgevoerd. Om invulling aan dit beleid te geven is een generiek werkproces ontwikkeld dat we hanteren en dat met alle deelnemers gedeeld is. Dit werkproces stelt ons in staat de doelstellingen van risicogericht en informatie gestuurd werken te realiseren en levert ons allen een efficiencyvoordeel op. Dit betekent wel dat individueel maatwerk voor een gemeente ten aanzien van het proces asbest niet tot de mogelijkheden behoort. Eind 2025 is gestart met de evaluatie van de uitvoering asbest toezicht. In februari 2026 wordt de evaluatie aan het AB voorgelegd Juridische ondersteuning vergunningverlening Onder juridische ondersteuning worden onderstaande taken verstaan: Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. vergunningprocedures; Algemene juridische ondersteuning bij vergunningprocedures. Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Deze werkzaamheden zijn vaak moeilijk vooraf te ramen. Hoe gaan we dat doen bij toezicht en handhaving? Industrie en agrarisch Voor de uitvoering van toezicht en handhaving bij industriële en agrarische bedrijven werken we volgens de ROK-systematiek. Het ROK-VTH vormt voor de ODZOB het kader waarbinnen we onze werkzaamheden de komende 4 jaar gaan uitvoeren. In het ROK-VTH zijn zowel inhoudelijke doelstellingen als ambities en randvoorwaarden voor continue kwaliteitsontwikkeling (ontwikkelopgaven) opgenomen. In lijn daarmee is, in de vorm van een doelenboom, met onze deelnemende gemeenten de Leidraad ROK VTH 2025-2028 opgesteld. In deze leidraad is meer duiding gegeven aan de bestuurlijke ambities en doelstellingen binnen het VTH-domein. De doelenboom is opgenomen in bijlage 1. Om grip te krijgen en te houden op de uitvoering van alle activiteiten onder het ROK-VTH en zeker ook gezien de omvang van het programma is een implementatieplan gemaakt. Dit gebruiken we om zowel de onderliggende ontwikkelopgaven als ook acties/projecten voor de inhoudelijke doelstellingen te plannen over een periode van 4 jaar (2025-2028). Dit implementatieplan is in het voorjaar 2025 met de deelnemers gedeeld. In bijlage 2 wordt verder ingegaan op dit implementatieplan (A) en het jaarprogramma 2026 (B). Voor de gehele periode 2025-2028 hanteren we de indeling in vijf blokken. Deze zijn hieronder schematisch weergegeven. Signalen, klachten en meldingen Een deel van het toezicht, zowel agrarisch als industrieel, is niet planbaar. Blok 1 bevat toezicht naar aanleiding van klachten, ongewone voorvallen en signalen (intern, van gemeente, waterschap, etc.). Het betreffen o.a. meldingen over inrichtingen, zoals geluids- of geuroverlast, maar ook meldingen over niet inrichtingen (drugsafvaldumpingen, asbestbranden e.d.). Daarnaast doen zich gedurende het jaar omstandigheden voor waardoor het noodzakelijk of gewenst is toezicht of andere taken uit te voeren bij een inrichting die niet voorzien waren in dit programma. Op basis van signalen kunnen bedrijven worden aangedragen voor een controle. Deze controles kunnen op initiatief van zowel de deelnemer als de ODZOB zijn. Voor klachten merken we nog op dat hierop een analyse plaatsvindt om op basis van patronen informatie te krijgen over specifieke bedrijven, activiteiten, bedrijfstypen of gebieden. De resultaten hiervan kunnen aanleiding geven voor signaaltoezicht, programmatisch toezicht of geluidmetingen. Projectmatige aanpak en programmatisch toezicht Programmatisch toezicht is het vooraf planbare toezicht in de blokken 2 en 3. In blok 2 is dat thematisch toezicht, gemotiveerd vanuit bestuurlijk benoemde thema’s zoals veiligheid, gezondheid, de energietransitie en emissies. In blok 3 betreft het branchetoezicht, waarvoor in de aanloop van het ROK een prioritering is gemaakt die als basis dient. Industriële bedrijven Voor industrieel toezicht wordt een deel van de projecten zoals genoemd in bijlage 2 onder de blokken 2 en 3 van het ROK uitgevoerd. Door de deelnemers is aangegeven dat het op orde krijgen en houden van het bedrijvenbestand en in beeld brengen van de risico’s van ZZS (zeer zorgwekkende stoffen) prioriteit moet krijgen. Veehouderijen Sinds 2022 wordt middels risicoprioritering bepaald bij welke veehouderijen toezicht wordt gehouden. De belangrijkste milieurisico’s verbonden aan het houden van vee, de regionale en lokale bestuurlijke prioriteiten en doelen en het naleefgedrag worden bij deze prioritering betrokken en vervolgens vertaald naar risico indicatoren. Bestuurlijke aandacht voor een locatie maakt eveneens onderdeel uit van de risico indicatoren, waardoor inzet bij bestuurlijke dossiers geborgd is. Duurzaamheid De ODZOB voert als basistaak de energiecontroles uit bij alle gemeenten in de regio. Deze energiecontroles worden tot en met 2026 gefinancierd vanuit de Speciale Uitkering Toezicht en Handhaving Energie (SPUK-THE). Een voorwaarde van deze SPUK-THE financiering is dat de ODZOB namens de gemeenten ook het al bestaande toezicht gericht op energiebesparing blijft uitvoeren. Dit is het jaarlijkse brancheproject Energiebesparing dat wordt opgepakt van het ROK. Momenteel wordt ongeveer 10% van het energietoezicht bekostigd vanuit het ROK. De overige 90% wordt gefinancierd vanuit de SPUK-THE. Het is nog onzeker of en in welke vorm de speciale uitkering een vervolg krijgt na 2026. Het toezicht op de Werkgebonden Personen Mobiliteit (WPM) is een basistaak. Dit betreft regelgeving gericht op CO2 reductie van woon-werkverkeer en zakelijk verkeer van werknemers van bedrijven met tenminste 100 werknemers. Er is voor 2026 gekozen om de uitvoering van dit toezicht via de prioritering van het ROK op te pakken. In 2025 is de conceptregeling voor de implementatie van de Europese Richtlijn energieprestatie van gebouwen (EPBD IV) gepubliceerd. Vanuit de collectieve taken wordt nagegaan in hoeverre de richtlijn doorwerking zal krijgen in het milieutoezicht vanaf 2026. Gerelateerde werkzaamheden Om het toezicht uit te kunnen voeren worden er door de ODZOB projectplannen opgesteld. Deze projecten worden vervolgens opgenomen in een jaarplanning. We houden vinger aan de pols door de voortgang van de projecten en de budgetten te monitoren. Ook de ontwikkelopdrachten met betrekking tot kwaliteit zijn ondergebracht in blok 4. Zie voor een planning bijlage 2. Handhaving Bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving Blok 5 is erop gericht om, met de ons ter beschikking staande handhavingsinstrumenten, opvolging te geven aan overtredingen die vanuit toezicht zijn gesignaleerd. Hierbij wordt de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO) toegepast. De werkzaamheden om een overtreding te beëindigen (herstelsanctie) bevatten naast het opstellen van een voornemen en beschikking tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang ook dwangsomcontroles. Ook de behandeling van verzoeken om handhaving vallen onder blok 5. Als ook nog vermoed wordt dat de regels bewust zijn overtreden, kan daarnaast ook strafrechtelijk onderzoek worden gedaan. Dit wordt afgestemd met het Functioneel Parket (FP) en/of de politie en kan leiden tot de inzet van de milieu-boa’s van de ODZOB. In de meeste gevallen leidt de inzet van onze boa’s tot een proces-verbaal (verkort of uitgebreid) of een bestuurlijke strafbeschikking milieu. Onder regie van het FP is het ook mogelijk dat onze boa’s een bijdrage leveren aan grotere opsporingsonderzoeken, waarvoor primair de politie, ILT-IOD of NVWA-IOD aan de lat staan. In 2025 is gestart met een team handhaving. Alle bestuurs- en strafrechtelijke handhavingscontroles worden door dit team gecoördineerd en uitgevoerd. Hierbij wordt optimaal samengewerkt met onze juristen en toezichthouders. Daarmee is de gewenste koppeling gemaakt tussen het bestuurs- en strafrecht, in lijn met de uitgangspunten van de LHSO. De ODZOB voldoet daarmee aan de landelijke kwaliteitscriteria VTH. Bodem We werken naar een meer risicogerichte toezichthouding. Dit gaan we doen op basis van een landelijk risicoprofiel, dat we in 2026 gaan implementeren. We houden op de volgende milieubelastende activiteiten toezicht: het toepassen van bouwstoffen, grond of baggerspecie; graven in de bodem; saneren van de bodem. In overleg met betreffende gemeenten worden de grote (infrastructurele) projecten geïnventariseerd. Dit kunnen zowel projecten zijn binnen de eigen gemeentegrenzen als projecten die de gemeentegrenzen overschrijden. Mobiel breken Het plaatsen en gebruiken van een mobiele puinbreker is opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het beoordelen van meldingen voor het mobiel breken van bouw- en sloopafval is een verzoektaak. Dit geldt ook voor het toezicht hierop. Gesloten Bodem Energie Systeem (GBES) De hoeveelheid meldingen ziet de ODZOB door de grotere focus op de energietransitie en klimaat fors toenemen. Ook heeft de ODZOB geconcludeerd dat de uitvoering van de aanleg van de systemen niet altijd naar wens plaatsvindt. Gebaseerd op het aantal ingediende meldingen en een risicogerichte aanpak, wordt op deze basistaak regiobreed ingezet. Hierbij wordt uitgegaan van fysiek toezicht op 10% van de systemen. Dit toezicht vindt bij de aanleg plaats. Asbest We voeren toezicht op asbest risicogericht en informatiegestuurd uit. Locaties waar lage risico’s aanwezig zijn worden niet of minder diepgaand gecontroleerd. Locaties waar meer risico bestaat worden nauwkeurig geïnspecteerd. Daarnaast worden projectmatig zaken opgepakt die vanuit het reguliere toezicht aandacht vragen. De uitvoering doen we volgens het Regionaal Uitvoeringsbeleid Asbest dat vanaf 1 januari 2024 geldt. Ketentoezicht De uitvoering van ketentoezicht is voor de ODZOB een wettelijke basistaak. Ten aanzien van ketentoezicht zijn in de Kwaliteitscriteria 3.0 eisen aan organisaties gesteld die deze taken (of werkzaamheden) uitvoeren: minimaal 6 medewerkers (die ieder 900 uur aan ketentoezicht spenderen) die voldoen aan bepaalde criteria. Om hieraan te kunnen voldoen is de samenwerking opgezocht met de drie andere OD’s in Brabant. De insteek is om gezamenlijk te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0. De drie directeuren van de OD’s in Brabant hebben een ambitiedocument vastgesteld. De ODZOB pakt het inregelen van het integrale ketentoezicht op vanuit de Meerjarenontwikkelaanpak. Het programmatisch ketentoezicht heeft betrekking op meerdere verwerkingsketens, met name bodem, asbest en afval. De uitvoeringsstructuur (inclusief onderbouwing financiën en capaciteit) wordt in 2026 Brabantbreed opgetuigd. Juridische ondersteuning toezicht en handhaving Een deel van de juridische inzet op handhaving valt onder het ROK (zie paragraaf 4.1.4.). De inzet op bestuursrechtelijk en/of strafrechtelijke handhaving zoals in paragraaf 4.1.4 beschreven voeren we onder dit hoofdstuk ook uit voor bodem, GBES en asbest. Daarnaast bieden we juridische ondersteuning op alle wetsdomeinen als het gaat om onderstaande taken (deze taken maken dus geen onderdeel uit van het ROK-budget voor toezicht en handhaving): Bezwaar en (hoger) beroep behandelen alsmede verzoeken om voorlopige voorziening i.h.k.v. handhavingsprocedures. Hieronder valt het opstellen van een verweerschrift en de vertegenwoordiging van het college in rechte. In principe gaat het altijd om besluiten die door de ODZOB in mandaat zijn genomen. De bevoegdheid om te beslissen op een bezwaarschrift ligt bij het college, de behandeling van een beroep of hoger beroep tegen een dergelijk besluit valt wel onder deze paragraaf. Invorderingsprocedures tot en met het nemen van een invorderingsbesluit. Dit houdt het vervolg in bij de vaststelling van een overtreding van een opgelegde last. Hieronder valt de verbeurtebrief (kennisgeving van de verbeurde dwangsom) die gepaard gaat met de mogelijkheid een zienswijze in te dienen tegen het voorgenomen besluit alsmede het besluit tot invordering van de verbeurde dwangsom. Het traject dat daarna volgt, zoals de aanmaning en de invordering bij dwangbevel blijft een bevoegdheid van de gemeente. Invulling geven aan verzoeken op grond van de Wet Open Overheid (WOO) die ontvangen zijn door onze deelnemers. Algemene juridische ondersteuning bij handhavingsprocedures. Het gaat veelal om werkzaamheden die tot een zelfstandig product leiden. Het gaat om zowel basis- als verzoektaken. Advies Onder de adviestaken vallen alle door de ODZOB, op verzoek van de gemeenten, uitgevoerde taken die: Niet onder het basistakenpakket vallen of; Geen betrekking hebben op milieubelastende activiteiten. Onder de overige taken zijn zeer verschillende taken opgenomen. Werkzaamheden worden in overleg met de deelnemer uitgevoerd. Voorbeelden hiervan zijn vergunningverlening bij bouwactiviteiten, advisering technische bouwtoets, advisering bij afwijkingen of opstellen van omgevingsplannen (alle milieuthema’s), advisering erfgoed en welstand. Met de komst van de Omgevingswet dienen de milieuthema’s geïntegreerd te worden in de omgevingsplannen. Hierbij wordt ondersteuning gevraagd bij het opstellen van regels in het omgevingsplan, met een toenemende vraag om beleidsmatig ondersteuning te bieden. En ook de programma’s Externe Veiligheid worden op verzoek opgesteld. Ook vallen beoordelingen akoestische- of geurrapporten, ondersteuning bij geluidsaneringsprojecten, zonebeheer of inzet op geluidsmetingen onder de adviestaken. Tevens ondersteunen we deelnemers door uitvoeringsbeleid op het gebied van geluid en geur op te stellen. De gemeenten kunnen deze gebruiken om hun beleid te actualiseren. Daarnaast ligt er een grote opgave voor het omzetten van gezoneerde industrieterreinen naar de nieuwe methodiek onder de Omgevingswet. De ODZOB is projectmatig deze omzetting voor de belanghebbende gemeenten aan het doorvoeren. De ODZOB voert in opdracht van de provincie op het thema circulaire economie, een meerjarige opdracht uit tot en met 2027. Deze opdracht richt zich op de volle breedte van VTH-werk waaronder vergunningverlening. De mogelijkheden voor vergunningverlening zitten hem in het bespreken van circulaire economie bij vooroverleg, het opnemen van voorschriften over afvalpreventie en grondstoffengebruik en het bieden van experimenteerruimte voor initiatieven gerichte op circulaire economie. Daarnaast dienen beoordelingen voor einde afvalstof te worden uitgevoerd, zodat een afvalstof gemakkelijker als een grondstof kan worden ingezet. De opdracht van de provincie is in eerste instantie gericht op de bedrijven onder provinciaal bevoegd gezag, maar waar mogelijk trekken we dit breder naar de bedrijven onder gemeentelijk bevoegd gezag, wanneer de ontwikkelingen in de markt daarom vragen. Dan kan bijvoorbeeld gedacht worden aan einde afvalstofbeoordelingen of experimenteerruimte. De mogelijkheid om CE te verweven in het milieutoezicht kan vorm krijgen door aandacht te geven aan en toezien op gescheiden afvalstromen, de wijzen van verwerking (de juiste verwerking, zo hoogwaardig mogelijk) en op bewustwording bij bedrijven. Ook biedt ketentoezicht kansen om bij te dragen aan circulaire economie. In 2025 inventariseren we wat de ODZOB in de uitvoering op het gebied van circulaire economie nog meer kan betekenen voor de deelnemers. In 2026 zal hier verder invulling aan worden gegeven. Informatieanalyse, -verstrekking en –gegevensbeheer Vanuit diverse hoeken krijgt de ODZOB vragen om informatie. In de meeste gevallen zijn het vragen die betrekking hebben op een vergunning- of handhavingsprocedure en daarmee onder de basistaken van het werkprogramma vallen. Vaak worden er echter ook raadsvragen of persvragen gesteld, waarbij wij gevraagd worden om het college hierover te adviseren. Gerelateerd aan de VTH-processen worden op verzoek gegevens bijgehouden in diverse systemen. Het gegevensbeheer valt onder deze categorie. In bijlage 3 is per deelnemer aangegeven welke gegevens er worden bijgehouden. Wij rapporteren minimaal 1 keer per jaar over de uitvoering van alle VTH-taken met het jaarverslag. Deze rapportage is ondergebracht in deze categorie. Ook de gerelateerde taken en de werkzaamheden van de accountmanagers vallen hieronder. Bijlage 1 Doelenboom ROK VTH Bijlage 2 A. Implementatieplan jaarschijf 2026 Implementatieplan: jaarschijf 2026 Er is een (interne) opdracht verstrekt om te komen tot een implementatieplan, als concreet en realistisch hulpmiddel om alle gewenste doelstellingen en verbeteracties voor de komende 4 jaar te kunnen realiseren. De beschikbare middelen en capaciteit voor het implementeren van alle noodzakelijke acties zijn beperkt. In 2025 zijn diverse projecten gepland op gebied van toezicht en verbetering van de kwaliteit van vergunningverlening en toezicht. Voor 2026 is opnieuw een planning in de maak van diverse opgaven. Hierbij worden alle opgaven verdeeld in 3 groepen: De inhoudelijke projecten voor toezicht (op basis van de Leidraad en risicogerichte aanpak) (blok 2 en 3 van de ROK-T financiering). De randvoorwaardelijke kwaliteitsopgaven die noodzakelijk zijn voor verdere ontwikkeling en professionalisering van VTH-taakuitvoering. (Blok 1,4 en 5 van de ROK-T financiering) De dienst brede ontwikkelopgaven die in de Meerjarenaanpak van de ODZOB worden geprogrammeerd (Deels bekostigd uit blok 4 met extra budget van deelnemers voor de Meerjarenontwikkelaanpak) Daarbij de volgende kanttekeningen. Het vaststellen van de werkprogramma’s loopt iets voor op de programmeringen van bovenstaande opgaven. Onderstaande opsomming van de ROK-opgaven kan dus op details nog wijzigen als gevolg van voortschrijdend inzicht; De opgaven voor alle Meerjarenopgaven zijn nog niet door het AB vastgesteld. Dus ook hiervoor geldt dat er nog wijzigingen mogelijk zijn. De doelenboom is nu nog dezelfde als bij de vaststelling van het ROK is meegezonden. Er lopen nog twee opgaven om deze doelenboom te verbreden (met asbest en bodem) en te verfijnen. We verwachten in het voorjaar 2026 een aangepaste versie van de doelenboom. Dit heeft geen gevolgen voor de keuze van de opgaven. De samenhang tussen de drie delen is schematisch weergegeven in de onderstaande afbeelding: B. Jaarprogramma 2026: Toezichtprojecten en ontwikkelopgaven Deel 1 Projectenboekje 2026 Toezichtproject Doorloop / nieuw Veiligheid 1 Aandachtsbedrijven Doorloop 2 Afvalbranche Doorloop 3 Energiedragers Lithium-ion batterijen & Energieopslagsystemen Doorloop 4 Interventieteams (PIT, KIT, DIT) Doorloop 5 Ketentoezicht Doorloop 6 IPPC: nog definiëren Nieuw 7 Vuurwerk Doorloop Gezondheid 8 Mestsubstraat Doorloop 9 Meten is weten Doorloop 10 Veehouderijen Doorloop 11 Zeer Zorgwekkende stoffen (lucht en water) Doorloop Duurzaamheid 12 Circulaire economie Nieuw 13 Energiebesparing Doorloop 14 Energiebesparing SPUK Doorloop 15 Rapportageplicht personenmobiliteit Doorloop Leefbaarheid 16 Aanpak meldingen en klachten (verdieping) Doorloop Basis op orde & risicogericht (risicoscore > 25) 17 Autodemontage Doorloop 18 Risicogericht kleine branches: RWZI, minerale olie, recycling kunststof, Grondbanken / grondreiniging Nieuw 19 Gebiedscontroles industrieterreinen Doorloop Deel 2 Kwaliteitsopgaven ROK-VTH 2026 Kwaliteit-opdrachten en projecten Doorloop/nieuw Veiligheid Meldgedrag Ongewone voorvallen verbeteren en inzet VV (in opdracht blok 1) D

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.