/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/gm1735/2026/Regelingc2835a2dc7274f7c9bf2a1a962c4841d /join/id/stop/work_021 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696500 /join/id/stop/work_006 2026-02-18 2026-02-18 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389/nld@2026-02-19 /join/id/proces/gm1735/2026/procedure69e7f1a97b2a4de8a12cc2290b5f563d 2026-02-19 2026-02-19 /akn/nl/act/gm1735/2026/Regelingc2835a2dc7274f7c9bf2a1a962c4841d/nld@2026-02-17;13555034 /akn/nl/act/gm1735/2026/Regelingc2835a2dc7274f7c9bf2a1a962c4841d /akn/nl/act/gm1735/2026/Regelingc2835a2dc7274f7c9bf2a1a962c4841d/nld@2026-02-17;13555034 /join/id/stop/work_021 /akn/nl/act/gm1735/2020/omgevingsplan /join/id/stop/work_019 1 Voorbereidingsbesluit verbod niet-biologische sierteelt Voorrangsbepaling Voor zover de regels van de hoofdregeling van het omgevingsplan afwijken van deze voorbeschermingsregels gelden alleen de voorbeschermingsregels. Hoofdstuk 1 Voorbeschermingsregels sierteelt Afdeling 1.1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Voorrangsbepaling en afbakening
(2), p. 234-241). Zo blijkt uit een grootschalig Californisch onderzoek dat autisme vaker voorkomt bij kinderen die tijdens de zwangerschap of in het eerste levensjaar zijn blootgesteld aan gewasbeschermingsmiddelen (Ehrenstein e.a.,’Prenatal and infant exposure to ambient pesticides and autism spectrum disorder in children: population based case-control study’, The BMJ 2019). Daarnaast zijn er volgens het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten steeds meer aanwijzingen voor een relatie tussen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en verschillende kankersoorten, longaandoeningen, voortplantingsproblemen en immuniteitsproblemen (Factsheet Bestrijdingsmiddelen/Pesticiden, Nederlands Centrum voor Beroepsziekten 2018 (www.beroepsziekten.nl/sites/default/files/factsheets/Factsheet-Ziek-door-Pesticiden.pdf). In 2020 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht over de gezondheidsrisico’s van gewasbeschermingsmiddelen voor omwonenden (Gezondheidsraad, Vervolgadvies gewasbescherming en omwonenden, publicatie nr. 2020/10). Volgens de Gezondheidsraad is de conclusie gerechtvaardigd dat blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen een risico voor de gezondheid vormt, al is niet duidelijk hoe groot het risico in de huidige Nederlandse landbouwpraktijk is. Uit internationaal epidemiologisch onderzoek blijken plausibele verbanden met de ziekte van Parkinson en met ontwikkelingsstoornissen bij kinderen na prenatale blootstelling. Epidemiologisch onderzoek van eigen bodem geeft geen duidelijke aanwijzingen voor gezondheidseffecten, maar is slechts beperkt van omvang en neemt daarom de ongerustheid niet weg. Het is ook niet te verwachten dat meer epidemiologisch gezondheidsonderzoek op korte termijn tot duidelijkheid zal leiden, zeker niet waar het gaat om chronische effecten die zich pas op latere leeftijd manifesteren. Daarom pleit de commissie van deskundigen die het rapport schreef voor toepassing van het voorzorgsbeginsel en het streven naar een zo laag mogelijke blootstelling aan chemische gewasbeschermingsmiddelen. Gelet op het hoge gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen in de sierteelt, de verhoogde concentraties die zijn aangetroffen rondom bollenvelden, de hiaten in de risicobeoordeling en verbanden met verschillende gezondheidsrisico’s, wordt met dit verbod, in lijn met het voorzorgsbeginsel, voorkomen dat de risico’s toenemen door uitbreiding van de sierteelt. 6 Rechtspraak over bescherming omwonenden De afgelopen jaren is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de risico’s die dit met zich meebrengt voor mens, dier en milieu aan bod gekomen in zowel civielrechtelijke als bestuursrechtelijke procedures. In de vonnissen van de rechtbanken Noord-Nederland van 12 juni 2023 (ECLI:NL:RBNNE:2023:2333), Limburg van 8 mei 2024 (ECLI:NL:RBLIM:2024:2330), Oost-Brabant van 19 juni 2024 (ECLI:NL:RBOBR:2024:3440), en de arresten van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2023 (ECLI:NL:GHARL:2023:6083) en het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 juli 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2043) werd een (gedeeltelijk of tijdelijk) verbod op het gebruik gewasbeschermingsmiddelen in het kader van lelieteelt in de directe nabijheid van omwonenden toegewezen. De lelietelers in kwestie handelden onrechtmatig door te dicht op woonlocaties met gewasbeschermingsmiddelen te spuiten, hoewel het om toegelaten (legale) middelen ging. Daarbij speelde het hoge gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in deze teelt een rol en het feit dat niet kon worden uitgesloten dat dit gebruik geen onaanvaardbaar schadelijk effect kan hebben op mensen. De uitspraak van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 22 juli 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:2043) is voor gemeenten in het bijzonder van belang. Het Hof gaat hier uitgebreid in op de hiaten in de risicobeoordeling en de link met de ziekte van Parkinson en ontwikkelingsstoornissen bij kinderen: “Er is in dit geval namelijk sprake van een situatie waarin gedurende de toelatingsprocedure voor de te gebruiken gewasbeschermingsmiddelen geen onderzoek is verricht naar risico’s op neurodegeneratieve ziektes die op latere leeftijd optreden, zoals de ziekte van Parkinson en risico’s op ontwikkelingsstoornissen voor jonge en ongeboren kinderen. De te gebruiken middelen leveren echter wel een potentieel gevaar op voor het ontstaan van deze aandoeningen.” Verder concludeert het Hof dat artikel 12(
- a)van de Richtlijn duurzaam gebruik pesticiden, die vraagt om bescherming van kwetsbare groepen tegen blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen, in Nederland niet volledig is geïmplementeerd (overweging 3.43). De uitvoering van artikel 12(
- a)van deze richtlijn is een taak is die door het Rijk bij gemeenten is gelegd (Geactualiseerd Nederlands actieplan duurzaam gebruik gewasbeschermingsmiddelen 2022 t/m 2025, p. 19.). Gelet op het hoge gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de sierteelt, draagt een uitbreidingsverbod van deze teelten eveneens bij aan het beschermen van kwetsbare groepen tegen blootstelling aan deze middelen. 7 Effecten op natuur en milieu Vanwege het intensievere gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan de sierteelt ook schadelijke effecten hebben op de natuur en het milieu. Volgens wetenschappers zijn gewasbeschermingsmiddelen een belangrijke oorzaak van de afname in de insectenpopulaties en de afname van de biodiversiteit (bronnen: Kleijn e.a., Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes, Wageningen Environmental Research 2018; Geiger e.a., ‘Persistent negative effects of pesticides on biodiversity and biological control potential on European farmland’, Basic and Applied Ecology 2010, afl. 11; Möhring e.a., ‘Successful implementation of global targets to reduce nutrient and pesticide pollution requires suitable indicators’, Nature Ecology & Evolution 2023, afl. 7.). Gewasbeschermingsmiddelen worden ook geregeld in het grondwater aangetroffen. Provincie Gelderland heeft daarom in 2024 (niet-biologische) bollenteelt in grondwaterbeschermingsgebieden verboden vanwege de risico’s voor het grondwater (Zie toelichting Provinciaal blad van Gelderland 2024, 9506 bij art. 4.20 lid 1, sub f en lid 3 van de Omgevingsverordening Gelderland). Volgens het RIVM worden bestrijdingsmiddelen in vrijwel alle oppervlaktewaterlichamen waaruit drinkwater wordt gewonnen één of meerdere keren boven de normen aangetroffen. In grondwater waaruit drinkwater wordt gewonnen is dat zo in 25% van de gevallen (Van Driezum e.a., Staat drinkwaterbronnen, RIVM-rapport 2020-0179). Voor de natuur en biodiversiteit zijn er eveneens risico’s. Op 2 april 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan waarin werd ingegaan op de mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen in de lelieteelt voor Natura 2000-gebieden (ABRvS 2 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1428). Uit de uitspraak vloeit voort dat wanneer gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt bij een teeltwissel terwijl dit significante effecten op Natura 2000-gebieden kan hebben, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteitnodig is. 8 Keuzes ten aanzien van landgebruik Volgens het achtergrondrapport van CLM bij het sierteelt verbod in Gelderse grondwaterbeschermingsgebieden is de verwachting dat door het wegvallen van de derogatie meer grasland zal worden omgezet naar andere gewassen (CLM, Gewasbeschermingsmiddelen en bollen in grondwaterbeschermingsgebieden in Gelderland, juli 2024, p. 5.). Dit geldt eveneens voor het omzetten van grasland naar andere gewassen wanneer bedrijven worden uitgekocht om stikstofemissie te reduceren. De gemeente heeft als taak om met regels in het omgevingsplan te zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het sierteeltverbod vermindert het risico dat dit veranderende grondgebruik leidt tot een toename van sierteelt en daarmee gepaardgaande intensivering van het gewasbeschermingsmiddelengebruik met bijbehorende risico’s voor de gezondheid, het milieu en de natuur. Daarnaast hecht de gemeente bij de belangenafweging tussen landbouwproductie enerzijds en gezondheid, milieu en natuur anderzijds, meer belang aan de teelt van voedselgewassen dan aan sierteelt. Die laatste draagt immers niet bij aan de voedselvoorziening en is een luxeproduct. In haar ontwerp Omgevingsvisie verduidelijkt Hof van Twente dat het streeft naar een duurzame en toekomstbestendige agrarische sector en kringlooplandbouw. De gemeente heeft de ambitie om de landbouw de verduurzamen en te zorgen voor balans met de natuurlijke systemen en met ons landschap. Onze agrariërs dragen bij aan biodiversiteit en dragen zorg voor duurzame teelten met geïntegreerd gewasbeheer. Het bevordert bodem- en ecosysteemgezondheid, weerbare gewassen en efficiënte gewasproductie, op de plekken waar dat passend is. Bij het agrarische grondgebruik staat de productie van goed en veilig voedsel voor mens en dier voorop en wordt blootstelling van omwonenden aan vermijdbare gezondheidsrisico’s voorkomen. Daarnaast hecht de gemeente aan korte ketens: lokale distributie van duurzame producten aan lokale en regionale consumenten. Verdere uitbreiding van conventionele (niet-biologische) sierteelt draagt niet bij aan deze ambities. In het rapport ‘Uitdagingen voor de akker- en tuinbouw’ van het PBL valt te lezen dat het essentieel is dat de landbouw voldoende en gezond voedsel blijft produceren: “zeker in het licht van recente geopolitieke ontwikkelingen en de toenemende kwetsbaarheid als gevolg van klimaatverandering." (https://www.pbl.nl/system/files/document/2025-02/pbl-2025-uitdagingen-voor-de-akker-en-tuinbouw-5203.pdf). De Nederlandse sierteelt draagt niet bij aan duurzame, lokale agrarische productie, maar is juist sterk gericht op export (bron: Jukema e.a., De Nederlandse agrarische sector in internationaal verband – editie 2025, Wageningen Social & Economic Research en Centraal Bureau voor de Statistiek, Rapport 2025-016). De gemeente heeft een rol bij het bevorderen van de lokale voedselproductie. Artikelsgewijze Toelichting Artikel 1.1 lid 1 In het tijdelijk deel van dit omgevingsplan staan met name ruimtelijke regels op grond van de voormalige Wet ruimtelijke ordening (artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet) en de omgevingsplanregels van rijkswege (artikel 22.1, onder c, van de Omgevingswet). Met dit voorbereidingsbesluit wordt met name afgeweken van de ruimtelijke regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. In dit artikel is daarom bepaald dat de regels van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan niet van toepassing zijn voor zover die regels in strijd zijn met de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk. Om te beoordelen of sprake is van ‘strijd’ moet ook worden beoordeeld of wel of niet sprake is van regels met hetzelfde oogmerk. Er is geen sprake van ‘strijd’ in de zin van deze bepaling als de regels een ander oogmerk hebben. Artikel 1.1 lid 2 Het doel van deze voorbeschermingsregels is dat nieuwe activiteiten die strijdig zijn met nieuwe regels in het omgevingsplan die in voorbereiding zijn, worden voorkomen. Onder nieuwe activiteiten wordt ook de uitbreiding van bestaande sierteelt begrepen. Op grond van artikel 4.14 lid 3 van de Omgevingswet morgen voorbeschermingsregels alleen worden gesteld over activiteiten die op grond van het omgevingsplan zijn toegestaan, maar die nog niet plaatsvinden. Om die reden is in dit artikel bepaald dat de voorbeschermingsregels in dit hoofdstuk niet van toepassing zijn op activiteiten die al worden verricht op het moment van inwerkingtreding van dit hoofdstuk. Dit betekent dat in het geval sprake is van telers die kunnen aantonen dat ze in het komende teeltseizoen 2026 van plan waren om siergewassen te telen, de voorbeschermingsregels daarop niet van toepassing zijn. Bestaand gebruik is gebruik dat plaatsvindt ten tijde van de inwerkingtreding van de voorbeschermingsregels. Wisselteelt valt hier niet onder. Dit strookt met een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2025:3164, r.o. 13) waarbij het ging over de vraag of lelieteelt op een perceel in strijd was met het verbod op nieuwe sierteelt in de gemeente Opsterland. De voorzieningenrechter overweegt dat volgens het bestemmingsplan van Opsterland onder het begrip ‘bestaand’ moet worden verstaan: “de situatie zoals die is op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt”. De voorzieningenrechter ziet daarom geen ruimte voor een uitleg dat onder bestaand gebruik een roulatiecyclus moet worden begrepen. Artikel 1.2 lid 1 Deze afdeling is van toepassing op sierteelt. Artikel 1.2 lid 2 In dit artikel is een definitie opgenomen voor het begrip ‘sierteelt’ die in het omgevingsplan wordt gebruikt. Sierteelt omvat de teelt van bloemgewassen in de openlucht, bedoeld als plantgoed, snijbloem of voor de droge verkoop. De droge verkoop betreft verkoop van bollen voor beplanting van bijvoorbeeld tuinen, borders en parken. Snijbloemen worden verkocht in winkels bijvoorbeeld als bloembosje. Onder het verbod vallen in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia’s, irissen, gladiolen, pioenrozen en snijbloemen. Artikel 1.2 lid 3 Groenbemesters of bodemverbeteraars zoals klavers en afrikaantjes vallen niet onder het verbod, net als bloemgewassen zoals lijnzaad of zonnebloemen die worden geteeld om bak- of frituurolie (voedsel), andere soorten olie (bijvoorbeeld massageolie) of biobrandstof te produceren. Artikel 1.3 lid 1 In dit artikel is het verbod opgenomen voor sierteelt. Dit artikel moet in samenhang met artikel 1.1 worden gelezen. De regels uit artikel 1.1 over afbakening leiden ertoe dat het verbod op sierteelt alleen betrekking heeft op nieuwe gronden die gebruikt worden voor sierteelt of de uitbreiding van bestaande sierteelt, na inwerkingtreding van dit voorbereidingsbesluit. In het artikel is een verwijzing opgenomen naar artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving. In artikel 3.208 van het Bal is het telen van gewassen in de openlucht aangewezen als milieubelastende activiteit. In artikel 3.208, lid 3 van het Bal staan activiteiten die niet onder de aanwijzing vallen. Het gaat om activiteiten die worden verricht bij een huishouden of bij het uitoefenen van beroep of bedrijf aan huis, voor educatieve doeleinden, bij onderzoeksinstellingen of bij volkstuinen. Door de verwijzing op te nemen naar artikel 3.208 worden deze activiteiten uitgesloten van de verbodsbepaling. Dit heeft bijvoorbeeld tot gevolg dat sierteelt bij onderzoeksinstellingen niet onder het verbod valt. Artikel 1.3 lid 2 Biologisch geteelde siergewassen, waarbij enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen zoals genoemd in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 worden gebruikt, zijn uitgezonderd van het verbod. In deze teelten worden geen chemisch-synthetische gewasbeschermingsmiddelen gebruikt. /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389/nld@2026-02-19 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696500 /join/id/stop/work_006 Voorbereidingsbesluit verbod niet-biologische sierteelt false /tooi/id/gemeente/gm1735 /tooi/id/gemeente/gm1735 Voorbereidingsbesluit verbod niet-biologische sierteelt /tooi/def/concept/c_cfc7d5ab /tooi/def/concept/c_3708ac5e /tooi/def/concept/c_8ad05f6d /join/id/stop/regelingtype_015 /tooi/def/thes/kern/c_2a7d8663 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757389/nld@2026-02-19 /join/id/stop/work_022 /akn/nl/act/gemeente/2024/CVDR696500 /join/id/stop/work_006 /tooi/id/gemeente/gm1735