Uitvoeringsprogramma Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2026 – Wetterskip FryslânVastgesteld door het dagelijks bestuur van Wetterskip Fryslân op 20 januari 2026. Wettelijke grondslag: artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit. Inwerkingtreding: de dag na bekendmaking. 1Inleiding In juni 2025 heeft het dagelijks bestuur (DB) van Wetterskip Fryslân (WF) het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) 2025-2029 vastgesteld. Het VTH-beleidsplan geeft inzicht in de wijze waarop WF in deze periode de instrumenten vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) wil inzetten om zijn beleidsdoelen te bereiken. In het plan zijn hiervoor strategieën opgenomen. In artikel 13.8 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat het DB jaarlijks de uitvoerings- en handhavingsstrategie uitwerkt in een uitvoeringsprogramma, waarin wordt aangegeven welke werkzaamheden het komende jaar zullen worden verricht. Daarbij wordt uiteraard rekening gehouden met de (strategische) doelen en de prioriteitenstelling. Een nieuw uitvoeringsprogramma wordt doorgaans voorafgegaan door een evaluatie van (de uitvoering en doelbereik van) de werkzaamheden van het voorafgaande jaar. Die evaluatie ontbreekt, omdat er met de vaststelling van het VTH-beleidsplan een nieuwe beleidscyclus is gestart. In het VTH-beleidsplan is uiteraard wel teruggeblikt op strategisch niveau. 1.1Kader De uitvoering van VTH-taken is verankerd in de Omgevingswet en wordt gestuurd door ons VTH-beleidsplan. Dit uitvoeringsprogramma vertaalt die beleidsmatige kaders naar concrete acties, prioriteiten en inzet van capaciteit voor het komende jaar. Daarbij staan de termen gebiedsgericht, risicogestuurd, klantgericht en samenwerking centraal. Vanuit het oogpunt van kwaliteitsbevordering zijn in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit een aantal wettelijke verplichtingen opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de VTH-taken door overheden. Het verplichte proces dat doorlopen moet worden, wordt ook wel de "Big-8"genoemd. In het plaatje hieronder wordt de Big-8 schematisch weergegeven. Op basis van de Big-8 wordt elke vier jaar beleid vastgesteld voor de VTH-taken. De resultaten worden gemonitord en in jaarverslagen getoetst aan de gestelde doelstellingen. Deze bevindingen dienen niet alleen als input voor het volgende jaar, maar zo is ook geborgd dat een herijking van het strategische beleidskader plaatsvindt, als dat noodzakelijk blijkt. Daarmee zorgen we er ook voor dat WF voldoet aan de procescriteria die gelden voor de beleidscyclus voor VTH-taken. FIGUUR 1: DE BIG 8-CYCLUS Het uitvoeringsprogramma is in de Big 8-cyclus de schakel tussen de strategische doelen en de uitvoering in de praktijk. Dit programma bouwt voort op het VTH-beleid en neemt de inzichten uit de huidige uitvoeringspraktijk mee. Wij hebben in het kader van het opstellen van het VTH-beleid teruggeblikt op de afgelopen beleidsperiode. Dit uitvoeringsprogramma beschrijft hoe het Wetterskip invulling geeft aan zijn wettelijke taken op het gebied van waterbeheer, waterveiligheid en waterkwaliteit in 2026. Met dit programma beogen wij: •inzicht te geven in de wijze waarop wij vergunningen verlenen en toezicht houden op naleving bij risico’s voor waterbeheer, -kwaliteit of -veiligheid; •te laten zien hoe wij handhaven bij overtredingen; •transparantie te bieden over onze keuzes, werkwijze en inzet van middelen; •de samenwerking met ketenpartners, zoals gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, te versterken. 1.2Leeswijzer Dit uitvoeringsprogramma betreft een praktische uitwerking van het VTH-beleidsplan, toegesneden op de plannen voor 2026. Het is het eerste uitvoeringsprogramma dat in op basis van dit beleidsplan is opgesteld. We presenteren in dit uitvoeringsprogramma de voorgenomen inzet, zowel qua in te zetten capaciteit als inhoudelijk. Deze voornemens zijn gebaseerd op de uitgangspunten en kaders van het VTH-beleidsplan, de impactanalyse die (mede) ten grondslag ligt aan dat beleidsplan, actuele ontwikkelingen en het huidige beeld van de bezetting van de VTH-teams. In hoofdstuk 2 beschrijven we de actuele ontwikkelingen die zijn meegenomen voor het opstellen van het uitvoeringsprogramma. In hoofdstuk 3 beschrijven we onze inzet op vergunningverlening, in hoofdstuk 4 de inzet op verschillende vormen van toezicht en handhaving. In dat hoofdstuk wordt ook de juridische ondersteuning, monitoring en kwaliteitsbewaking beschreven. Beide hoofdstukken 3 en 4 sluiten af met een beschrijving van de benodigde bezetting en daarvoor benodigde middelen. 2Ontwikkelingen In hoofdstuk 2 van het VTH-beleid worden de belangrijkste ontwikkelingen die gaan spelen in de periode 2025-2029 besproken. In dit Uitvoeringsprogramma benoemen we de belangrijkste ontwikkelingen voor de periode 2025-2026. Kaderrichtlijn Water De Kaderrichtlijn Water (KRW) stelt dat uiterlijk in 2027 alle waterlichamen in Nederland moeten voldoen aan de vastgestelde ecologische en chemische kwaliteitsnormen. Voor het Wetterskip betekent dit een verscherping van de eisen waaraan oppervlaktewateren moeten voldoen, en hierdoor heeft er een intensivering plaats gevonden van de VTH-taken. Om aan de KRW-normen 2027 te voldoen zijn stappen gezet bij de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving: •Vergunningverlening: Bij het beoordelen van lozingsactiviteiten en werken met betrekking tot een waterstaatswerk is nadrukkelijker gekeken naar de impact op ecologische waterkwaliteit. Vergunningen moeten bijdragen aan het behalen van KRW-doelen. Zo dienen de verleende lozingsvergunningen beoordeeld te worden en, indien van toepassing, te worden geactualiseerd. Dit is een doorlopend proces. •Toezicht: Er is meer focus op naleving van voorwaarden die de waterkwaliteit beschermen, zoals het voorkomen van nutriëntenbelasting, chemische stoffen en verstoring van natuurlijke oevers. •Handhaving: Bij overtredingen die de KRW-doelen in gevaar brengen, wordt sneller en strenger opgetreden. Denk aan ongeoorloofde lozingen, bodemverstoring of het niet naleven van zuiveringsverplichtingen. Wijzigingen in wet- en regelgeving Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Waterschapsverordening van kracht geworden. Destijds is gekozen om ‘beleidsluw’ over te gaan van de Keur en algemene regels naar de Water-schapsverordening. Deze keuzes bepalen in belangrijke mate de vraag naar vergunningen. Inmiddels is een projectgroep gestart om daar waar nodig de Waterschapsverordening aan te passen. Dit zal zijn uitwerking krijgen in 2026 en ook invloed hebben op de vraag naar vergunningen. Dit is een doorlopend proces en we willen naar minder aanvragen en meer algemene regels. Kwaliteitsdoelen Er moet een blijvende inzet zijn op het voldoen aan de Kwaliteitscriteria voor VTH Waterbeheer. In deze kwaliteitscriteria worden de eisen vastgelegd voor de organisaties en medewerkers (inclusief eventuele derden) voor wat betreft opleiding, kennis, ervaring en vlieguren. Om aan deze eisen te voldoen zal in 2026 een opdracht worden gegeven tot een kwaliteitsimpuls met betrekking tot de VTH-organisatie, producten en werkwijze van WF. In 2026 zal worden bekeken in hoeverre WF aan deze Kwaliteitscriteria voldoen. Ontwikkelingen organisatie In 2025 is, in lijn met de visie op doorontwikkeling, organisatie-breed een onderzoek gestart naar de vraag hoe ons bedrijfsmodel functioneert en hoe dit kan worden verbeterd. Onderdeel van dit onderzoek is hoe de huidige vakgroepen Vergunningverlening en Handhaving in het organisatiemodel gepositioneerd moeten worden. Het toezicht is bijvoorbeeld verdeeld over verschillende vakgroepen in de organisatie, te weten Handhaving, Rayonbeheer en Assetbeheer. Het onderzoek is erop gericht de taakverdeling te verduidelijken en de processen en werkwijzen te uniformiseren. Hiermee wordt de onderlinge samenwerking en de kwaliteit en de effectiviteit van het toezicht verhoogd. 3Vergunningverlening 3.1Inleiding In hoofdstuk 3 van het VTH-beleidsplan is bepaald dat we bij de uitvoering van de VTH-taken de beschikbare tijd, middelen en expertise risicogestuurd inzetten, gebiedsgericht werken, burgers, bedrijven en organisaties centraal stellen (klantgericht) en daarbij gericht zijn op samenwerken. Door deze principes centraal te stellen draagt vergunningverlening bij aan het realiseren van de maatschappelijke doelen van het waterschap. In onderstaande tekst zijn deze principes voor vergunningverlening in concrete acties uitgewerkt. Risicogestuurd Als de risico’s groter zijn, dan is een vergunningplicht aangewezen. Bij weinig risicovolle activiteiten kan een melding volstaan of kan in het geheel geen vergunning of melding nodig zijn. Door het actualiseren en vereenvoudigen van de Waterschapsverordening kunnen bepaalde activiteiten voor bijvoorbeeld het aanleggen van kabels en leidingen niet langer meldings- of vergunningsplichtig zijn. Dit levert zowel voor de kabelbedrijven als de medewerkers van WF een aanzienlijke besparing op. Een voorlopige inschatting is dat dit 100 meldingen/vergunningen per jaar kan schelen. In Q2 van 2026 pakken wij dat verder op. Daarnaast verkennen we begin 2026 mogelijkheden om aanvragen met minder grote risico’s minder diepgaand te toetsen. Bij het actualiseren van vergunningen gaan we dit per branche oppakken. Als er nieuwe BBT1 -conclusies zijn dan actualiseren we deze vergunningen conform wetgeving binnen vier jaar na de vaststelling van de conclusies. Dat zijn we wettelijk verplicht. Het actualiseren is een doorlopend proces en de actualisatie is in Q4 van 2026 afgerond. 1) Best Beschikbare Technieken Gebiedsgericht WF werkt al gebiedsgericht en heeft de ambitie om deze werkwijze te versterken en te intensiveren. Voor vergunningverlening betekent dit dat de collega's aan blijven sluiten bij de overleggen met de gebiedsteams. Het gaat dan om de gebiedsoverleggen en overleggen zoals ‘de zandtafel’. Er zal ook meer aangestuurd worden op vooroverleggen bij de wat meer omvangrijke aanvragen. Door het mogelijk maken van vooroverleg of gebiedsoverleg kan voorgaand aan de aanvraag om een omgevingsvergunning het waterbelang al geborgd worden. Klantgericht De ambitie om vergunningaanvragen tijdig, binnen de wettelijke termijnen, af te handelen blijven wij nastreven. Daarnaast hanteren we de in 2023 door de directie vastgestelde servicenormen voor de externe dienstverlening, en zullen we daar ook op monitoren. We zorgen voor adequate informatie aan 'de voorkant’ waardoor vooraf duidelijkheid bestaat over welke regels gelden en wat wel en niet mogelijk is. Wij gaan hierbij uit van een ‘ja, mits’-benadering in het vooroverleg en bieden ruimte aan initiatieven vanuit de mienskip. Wij zetten in op het geven van voorlichting aan aanvragers. Het gaat dan concreet bijvoorbeeld over regelmatig afstemming met kabelbedrijven en het bezoeken van een locatie samen met een aanvrager. Daarnaast gaan we de website herzien, met duidelijke uitleg over de vergunningen en gaan we het infoblad voor agrariërs actualiseren. We gaan hiervoor in Q1 van 2026 een communicatieplan opstellen en in Q2 van 2026 beginnen we met de uitvoering. Samenwerken Bij de uitvoering van VTH-taken is samenwerking op verschillende vlakken van cruciaal belang. Voor vergunningverlening is bijvoorbeeld de afstemming tussen beleid en de vakgroepen VTH belangrijk om goed te kunnen werken volgens de zogenaamde "Big-8 beleidscyclus". Als het beleid of regels, zoals de Waterschapsverordening, wijzigen, dan is van belang dat de VTH-medewerkers goed hiervan op de hoogte zijn. Andersom kan uit de VTH-taken blijken dat op bepaalde onderdelen sprake is van omissies, onduidelijkheden of knelpunten in het beleid. Reguliere afstemming tussen beleidsadviseurs en VTH-medewerkers is noodzakelijk om relevante ontwikkelingen te bespreken en beleid(-swijzigingen) voor te bereiden of goed te implementeren. De klankbordgroep VTH vervult op dit vlak een belangrijke rol. De klankbordgroep signaleert problemen of ontwikkelingsmogelijkheden, zorgt ervoor dat de probleemstelling of vraag zo helder mogelijk wordt gedefinieerd, adviseert aan het MT-VTH en geeft door middel van prioritering bij MT-VTH aan wat eerst opgepakt moet worden. Daarnaast wordt er op de volgende onderwerpen in 2026 ook nauw samengewerkt: a.Opstellen processenhandboek. Het doel is om aanvragen op een juiste, efficiënte en uniforme wijze af te handelen. Dit levert een kwaliteitsverbetering op in de werkprocessen en verbetert de dienstverlening. De actualisatie van het handboek zal samen met andere vakgroepen uitgewerkt worden en voor de zomer van 2026 afgerond worden. b.Verbeteringen legger. De collega's van vergunningverlening gaan er samen met ander vakgroepen voor zorgen dat er een leggerblad bij de verleende vergunning zit waardoor de wijzigingen sneller verwerkt kunnen worden in de legger. Het voordeel daarvan is dat de legger actueler wordt bij raadpleging. Daarnaast wordt de legger gecorrigeerd op onjuist aangegeven beschermingszones. Hierdoor worden nog meer werkzaamheden meldings- of vergunningsvrij. Dit wordt in Q1 2026 verder uitgewerkt. c.Kwaliteitscriteria. Om te kunnen voldoen aan de Kwaliteitscriteria voor VTH Waterbeheer zal in beeld moeten worden gebracht hoeveel fte op elke VTH-taak wordt ingezet en hoeveel uren per jaar aan bepaalde activiteiten worden besteed. Ook moeten we weten welke kennis de werknemers binnen VTH in huis hebben, welke opleidingen ze hebben gevolgd en waar eventueel lacunes in kennis of vlieguren bestaan. Deze lacunes moeten vervolgens door extra opleiding (kennis) of uitbesteding/samenwerking en schaalvergroting (vlieguren) worden gevuld. In Q1 van 2026 zullen de kwaliteitscriteria worden opgepakt met de vakgroep Handhaving. d.Beoordelingskaders. Om de technische kennis in onze organisatie breder te delen en integraal mee te nemen in de beoordeling van vergunningaanvragen, gaan we meer gebruik maken van beoordelingskaders. Waar deze kaders tot nu toe enkel voor primaire en secundaire keringen beschikbaar zijn, gaan we dit in de toekomst ook ontwikkelen voor vergunningaanvragen bij regionale en lokale keringen. In Q2 van 2026 wordt dit samen met de vakgroep assetbeheer verder opgepakt. e.Leges. Er moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over welk legestarief voor welke werkzaamheden van toepassing zijn. Dit is niet duidelijk genoeg. Dit wordt in Q1 samen met een jurist opgepakt. 3.2Verwachte ureninzet voor 2026 Het verwachte aantal vergunningaanvragen dat in 2026 zal worden ontvangen is gebaseerd op een inschatting op basis van voorgaande jaren. In het overzicht zijn de vooroverleggen en gebiedsoverleggen die gevoerd worden door de collega's ook meegenomen. Verwacht wordt dat de meeste aanvragen voor omgevingsvergunningen in 2026 via de reguliere vergunningenprocedure kunnen worden afgerond. Daarnaast wordt verwacht dat 10 aanvragen de uitgebreide procedure moeten doorlopen. Tabel 1 Reguliere werkzaamheden Aantal 2026 Uren 2026 Informatieverzoek 700 1400 Vooroverleg/ bedrijfsbezoek/conceptverzoek 400 1600 Gebiedsoverleg 50 200 Meldingen 1000 3000 Vergunningen (aanvragen) 1500 12000 Adviezen voor FUMO 35 1000 Verbeteringen of projecten totaal 10 400 3.3Juridisch advies en monitoring Juridisch advies Juristen worden vroegtijdig betrokken bij complexe vergunningaanvragen en aanvragen met bestuurlijke gevoeligheid. Zij toetsen voor het verlenen van een vergunning vooral op juridische houdbaarheid van besluiten en consistentie met beleid en jurisprudentie. Daarnaast verzorgen zij de afhandeling van bezwaar- en beroepsprocedures op zich, eventueel ondersteund door een vergunning verlener. Monitoring Om de prestaties en effecten van de in dit uitvoeringsprogramma beschreven werkzaamheden en activiteiten de VTH-taken te kunnen beoordelen, wordt de informatie hierover voor de meeste taken vastgelegd in het zaaksysteem. Met behulp van het softwarepakket Power BI kan veel informatie uit het zaaksysteem worden gemonitord. Het gaat dan voor vergunningverlening om: a.Het aantal afgehandelde meldingen en vergunningen b.Het aantal afgegeven adviezen aan de FUMO (Schoon) c.Het aantal afgehandelde informatieverzoeken d.Het aantal vooroverleggen e.Het aantal en de aard van de klantcontacten f.Voortgang verbeteringen en projecten Deze kwantitatieve informatie zal worden weergegeven in het jaarverslag over 2026. De kwantitatieve gegevens zal worden aangevuld met kwalitatieve informatie. 3.4Bezetting en middelen Bezetting De bezetting die nodig is voor de in dit uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten en werkzaamheden voor vergunningverlening worden onderstaand nader toegelicht. Er zijn op dit moment 5 collega’s (4,29 fte) die zich bezighouden met vergunningverlening of advisering op het gebied van 'Schoon'. Het gaat dan om directe en indirecte lozingen, de waterbodem en grondwater. Er worden aanvragen behandeld en in- en externe adviezen gegeven. Daarnaast worden ook nog de grondwateronttrekkingen in het landelijke register geregistreerd. Twee collega’s richten zich voor een deel op de advisering op het gebied van de indirecte lozingen bij grote bedrijven. Omdat dit formeel een taak is van de FUMO loopt deze advisering via een detacheringsconstructie. De bezetting op het gebied van 'schoon’ is genoeg om de eerder beschreven werkzaamheden voor 2026 uit te voeren. Voor de inhaalslag van het actualiseren van de lozingsvergunningen wordt gebruik gemaakt van budget uit de KRW. Hiervoor wordt separaat een voorstel ingediend. Op dit moment zijn 10 medewerkers (9,1 fte) die meldingen en vergunningen behandelen voor de thema's ‘Veilig’ en ‘Voldoende’. Het gaat dan bijvoorbeeld om vergunningen voor graven, dempen, kabels, steigers, zonnepanelen en nieuwbouwplannen. Het werkgebied van WF is bij de behandeling van aanvragen in drie gebieden verdeeld; noord (+ de Waddeneilanden), zuidwest en zuidoost. De werkdruk bij deze collega's wordt regelmatig als hoog ervaren. Om 'pieken’ in werkdruk (bijvoorbeeld door de inhaalslag van het actualiseren van lozingsvergunningen) op te vangen, kan extra ondersteuning worden ingehuurd. Het ondersteunende werk voor de vergunningverleners, het zogenaamde procedurewerk, wordt uitgevoerd door 3 collega's (2,65 fte). Het werk bestaat uit administratieve taken, zoals het inboeken van aanvragen, versturen van ontvangstbevestigingen en het doen van publicaties. De proceduremedewerkers zijn vanaf augustus 2025 ook nadrukkelijk ingezet in het klantcontact en bij de afhandeling van meldingen. Dat geeft de overige vergunningverleners nog meer ruimte om de rol aan de voorkant meer op te pakken. De bezetting bij de proceduremedewerkers is genoeg om de eerder beschreven werkzaamheden voor 2026 uit te voeren. Er is ook nog een procesbeheerder voor 0,5 fte die gedeeld wordt met de vakgroep Handhaving. Die collega houdt zich vooral bezig met verbeteringen van het zaaksysteem en procesverbeteringen. Naast bovengenoemde bezetting, maken collega’s in 2026 ook nog gebruik van drie juristen en een beleidsmedewerker. Deze medewerkers zijn bij andere teams ondergebracht. De jurist die ondersteunt bij complexe aanvragen, op juridische houdbaarheid van besluiten en bij beroeps- en bezwaarprocedures. Middelen De middelen die voor vergunningverlening beschikbaar zijn, staan opgenomen in de begroting. Er zijn geen extra middelen nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden in 2026. 4Toezicht en handhaving 4.1Inleiding Zoals eerder gezegd is in hoofdstuk 3 van het VTH-beleidsplan bepaald dat we bij de uitvoering van de VTH-taken de beschikbare tijd, middelen en expertise risicogestuurd inzetten, gebiedsgericht werken, burgers, bedrijven en organisaties centraal stellen (klantgericht) en daarbij gericht zijn op samenwerken. Voor toezicht en handhaving betekent dit het volgende. Risicogestuurd Risicogestuurd toezicht is een werkwijze waarbij een toezichthouder de beschikbare middelen en capaciteit richt op de situaties of instellingen waar de grootste (potentiële) risico's op problemen of schade bestaan, zoals ernstige kwaliteitsproblemen of financiële risico's. In plaats van alles in gelijke mate te controleren, worden risico's met een impactanalyse in kaart gebracht, geanalyseerd en geprioriteerd, zodat de toezichthouder efficiënter kan opereren en focus kan leggen op de meest kritieke gebieden. Het risicogestuurde toezicht bij WF vindt in principe plaats op basis van een uitgevoerde impactanalyse en het naleefgedrag. In 2026 gaan we op al het uitgevoerde toezicht het naleefgedrag actief monitoren, zodat we op basis daarvan de prioriteitstelling aan kunnen passen. Gebiedsgericht De toezichthouders van WF werken gebiedsgericht. Dit betekent dat er algemeen toezicht plaatsvindt binnen een specifiek gebied. Dit kan bijvoorbeeld gaan om veehouderijcontroles, mest en teelvrijezones of antifoulingcontroles. Klantgericht Klantgericht toezicht betekent dat de klant centraal staat. Het gaat voor toezicht dan bijvoorbeeld om actief luisteren naar en begrijpen van de klant, helder en duidelijk communiceren over de voortgang van processen en adviseren over de mogelijkheden die er zijn. Bij fysiek contact met ingelanden wordt actief voorlichting gegeven over de relevante wet- en regelgeving. Hier beginnen we in Q1 van 2026 mee. Daarnaast wordt vooraf, op de website, gecommuniceerd over projectmatig toezicht, zoals toezicht op het gebruik van antifouling. Ook hier beginnen we in Q1 van 2026 mee. Samenwerken Om goed toezicht te kunnen houden is het van belang om zowel intern als extern veel samen te werken. Het gaat bij de interne samenwerking bijvoorbeeld om het overleg dat met de collega’s van juridische zaken en vergunningverlening plaatsvindt. Bij extern samenwerken kan het gaan om de afstemming met politie of de FUMO. Ook in deze planperiode blijft WF zich inzetten op samenwerking met andere toezichthoudende instanties. In 2026 worden twee gezamenlijke overlegmomenten georganiseerd met de FUMO, NVWA, gemeenten, provincie en Rijkswaterstaat, met als doel het afstemmen van toezichtprioriteiten en het delen van signalen. 4.1.1Soorten toezicht Bij WF kunnen bij de uitvoering van VTH-taken verschillende soorten toezicht worden onderscheiden. Hieronder een nadere toelichting: •Vergunninggericht toezicht; er is een vergunning verleend en er wordt gecontroleerd of de werkzaamheden overeenkomstig de verleende vergunning zijn of worden uitgevoerd. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om lozingsvergunningen. Dit is inclusief het actualiseren van bestaande vergunningen en advisering bij vergunningaanvragen. En het kan gaan om het dempen van een oppervlaktewaterlichaam. In totaal is er over 3 verschillende vakgroepen 5562 uren gereserveerd (912 uren voor handhaving, 250 uren voor Assetbeheer en 4400 uren Rayonbeheer). •Objectgericht toezicht; toezicht op specifieke objecten, bijvoorbeeld bedrijven die in het bezit zijn van een lozingsvergunning en de heffing plichtige bedrijven. •Gebiedsgericht toezicht; algemeen toezicht in een specifiek gebied. In totaal zijn er 5424 uren gereserveerd. •Projectmatig toezicht; hierbij wordt toezicht gehouden op specifieke projecten of thema's, of op het naleefgedrag binnen een bepaald project. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om toezicht op illegale dempingen. In totaal zijn er 1048 uren gereserveerd. •Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen voor waterkwaliteit (schoon). In totaal zijn er 1900 uren gereserveerd. In de volgende paragrafen worden de werkzaamheden en uren per soort toezicht nader toegelicht. 4.2Vergunninggericht toezicht In 2026 wordt risicogestuurd toezicht op verleende omgevingsvergunningen gehouden. We doen dat op basis van de uitgevoerde impactanalyse en de verwachte aantallen nieuw verleende vergunningen en meldingen. Het gaat dan bijvoorbeeld om lozingen van afvalwater of over vergunningen voor het dempen of graven. Het toezicht op waterkwantiteit (voldoende) wordt met name uitgevoerd door de toezichthouders van vakgroep rayonbeheer. De rayonbeheerders van de vakgroep Rayonbeheer houden onder andere toezicht op de regionale en lokale waterkeringen. Voor 2026 is het doel 100% van de omgevingsvergunningen die worden uitgevoerd te controleren. Binnen WF wordt het toezicht op de primaire en secundaire waterkeringen (veilig) uitgevoerd door toezichthouders van de vakgroep Assetbeheer. Voor de vakgroepen Rayonbeheer en Assetbeheer worden alle vergunningen gecontroleerd, maar bij de diepgang en frequentie van het toezicht wordt rekening gehouden met de impactanalyse. Het uitvoeren van toezicht op alle vergunningen is nodig vanwege het actueel houden van de legger en het beheerregister. Voor de thema’s Schoon, Veilig en Voldoende worden de volgende aantallen nieuwe vergunningen en meldingen verwacht: Tabel 2 Soort vergunning Aantal Aantal uren Kwaliteit (schoon) 480 meldingen 50 vergunningen 912 Kwantiteit (voldoende) 520 meldingen 1350 vergunningen 4400 Assets (veilig) 100 vergunningen 250 Voor wat betreft de prioritering op het vergunninggericht toezicht volgen we de impactanalyse. 4.2.1Korte toelichting op de uren Kwaliteit Voor elke verleende vergunning en/of melding wordt een toezichtzaak aangemaakt. De toezichthouder kijkt op basis van het ingeschatte risico welke toezichtzaak hij actief in behandeling neemt en welke administratief afgehandeld kunnen worden. Er moet een inhaalslag plaatsvinden in verband met het actualiseren van de reeds verleende lozingsvergunningen en meldingen. Dit betekent dat ten opzichte van 2025 in 2026 extra inzet nodig is. Kwantiteit De rayonbeheerders van vakgroep Rayonbeheer controleren in principe alle verleende omgevingsvergunningen. Zij differentiëren hierin, afhankelijk van het risico van de werkzaamheden. Daarnaast is er een achterstand bij het controleren van deze vergunningen. In Q2 van 2026 moet deze achterstand ingelopen zijn. Assets De toezichthouders van vakgroep Assetbeheer voeren vooraf een handhaafbaarheidstoets uit voor dat de vergunning wordt verleend. Daarna voeren zij een controle uit op de verleende vergunningen. 4.3Objectgericht toezicht Objectgericht toezicht is het toezicht op specifieke objecten, zoals bedrijven die in het bezit zijn van een lozingsvergunning. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om toezicht op de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi's), op lozingen van ZZS en op de industrie. Qua prioritering volgen we de impactanalyse. In deze paragraaf noemen we de belangrijkste activiteiten. Voor het thema Schoon en Veilig wordt met de volgende aantallen en uren gerekend: Tabel 3 Soort object Aantal te controleren 2026 Aantal uren Kwaliteit (schoon) 500 1560 Een uitgebreide tabel met de uren voor objectgericht toezicht staat in bijlage 1. Verder zijn bedrijven heffing plichtig hier wordt toezicht opgehouden door de heffingsinspecteurs. Heffing Binnen de vakgroep Handhaving is een aantal collega's werkzaam die zich richten op het toepassen van de juiste (representatieve) heffingsaanslag. Hiervoor worden meetonderzoeken verricht welke een directe relatie hebben met waterkwaliteit. Op basis van deze onderzoeken kan sprake zijn van een aanpassing van de vergunning of handhavend optreden door de andere toezichthouders. Er wordt op die manier een signalerende bijdrage geleverd aan de doelen die op het gebied van 'schoon’ nagestreefd worden. Voor team Heffing binnen de vakgroep Handhaving is de invoering van de nieuwe belastingwetgeving, ingangsdatum 1 januari 2026, de rode draad voor benoemde periode. De wijziging van de belastingwetgeving zal de komende jaren een aanzienlijke inzet vragen. 4.3.1Korte toelichting op de uren Kwaliteit (schoon) In het beheergebied van WF zijn totaal 27 rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.