/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757418 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0995/2025/Regeling65614b47efab4c70949cfefb1661899e /join/id/stop/work_019 2026-02-19 2026-02-19 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR757418/nld@2026-02-19 /join/id/proces/gm0995/2023/procedure289aea20cefa4905ac790c67dcab3c78 2026-02-19 2026-02-19 /akn/nl/act/gm0995/2025/Regeling65614b47efab4c70949cfefb1661899e/nld@2026-02-18;08533167 /akn/nl/act/gm0995/2025/Regeling65614b47efab4c70949cfefb1661899e /akn/nl/act/gm0995/2025/Regeling65614b47efab4c70949cfefb1661899e/nld@2026-02-18;08533167 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Lelystad 2050 1 Voorwoord 1.1 Voorwoord door wethouder Een stad ontwikkelen is meer dan ruimte zoeken voor woningen of het stapelen van stenen. Wie een stad vormgeeft, geeft richting aan het leven van mensen. Aan hoe zij wonen, werken, elkaar ontmoeten en hun toekomst opbouwen. Een stad klaar maken voor de toekomst betekent een samenleving klaar maken voor de toekomst. Dat vraagt visie, keuzes en de moed om vooruit te kijken. Lelystad is een jonge stad met een grote opgave én een groot potentieel. We liggen uniek aan het water, hebben ruimte, groen, energie en een eigen karakter. Tegelijkertijd staan we, net als veel andere gemeenten, voor stevige uitdagingen: woningbouw, bereikbaarheid, klimaat, leefbaarheid, voorzieningen en een veranderende samenleving. De vraag is niet óf we groeien, maar hoe we groeien. En vooral: waarom. Met de Omgevingsvisie Lelystad 2050 zetten we een duidelijke koers uit. We kiezen bewust voor het versterken van de bestaande stad. Na decennia van uitbreiding aan de randen is het tijd voor een volgende fase: kwalitatieve verdichting, betere benutting van de ruimte die we al hebben en investeren in aantrekkelijke wijken, goede voorzieningen en een sterke openbare ruimte. Niet alleen méér bouwen, maar vooral beter bouwen. Op een manier die past bij een volwassen stad. Deze visie maakt keuzes die niet alleen ruimtelijk, maar ook maatschappelijk en financieel van betekenis zijn. Lelystad is ooit ontworpen voor meer inwoners dan we nu hebben. Door onze ruimte slimmer te benutten en te kiezen voor compacte groei – met name aan de westzijde van de A6 – versterken we de basis van onze stad en bouwen we aan een gezonde, evenwichtige ontwikkeling richting
- Zo creëren we draagvlak voor voorzieningen, versterken we onze economie en houden we de stad leefbaar en betaalbaar. De Omgevingsvisie is ambitieus, maar realistisch. Ze schetst een helder toekomstbeeld én biedt ruimte voor initiatief, innovatie en samenwerking. Want de stad maken we niet vanuit het stadhuis alleen. Dat doen we samen met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners. Hun ideeën, energie en betrokkenheid zijn onmisbaar. Lelystad heeft alles in zich om uit te groeien tot een sterke, aantrekkelijke en toekomstbestendige stad. Met deze Omgevingsvisie leggen we daarvoor het fundament. Ik nodig iedereen uit om mee te denken, mee te doen en mee te bouwen aan Lelystad
- Piet van Dijk Wethouder Gemeente Lelystad 2 Lelystad: durven, groeien, genieten 2.1 Het verhaal van Lelystad Geboren op de rijke kleigronden uit het water van de Zuiderzee. Zo ontstond Lelystad als stad van de vooruitgang. Als naamgever van deze stad zag visionair Cornelis Lely grote kansen voor een boeiende combinatie van stedelijke, agrarische en recreatieve ontwikkelingen. Deze inspirerende (toen) nieuwe stad toont Nederland hoe we in staat zijn dromen en idealen over ruimtelijke ordening, sociale gelijkheid en duurzaamheid om te zetten in daden: Flevolands veerkrachtige provinciehoofdstad van de nieuwe natuur. In Lelystad vestigden zich in 1967 de eerste bewoners. Nu na 60 jaar staat Lelystad voor de uitdaging om haar oorspronkelijke idealen te vertalen naar de huidige realiteit vol maatschappelijke, klimatologische en sociaaleconomische uitdagingen. Daarnaast is Lelystad afhankelijk van ICL gelden vanuit het Rijk vanwege de te ruime opzet van de stad voor het aantal inwoners. Hierdoor zijn de beheerskosten van de openbare ruimte onevenredig hoog Lelystad moet en wil hiervan af. De door de Cornelis Lely en later Van Eesteren ontworpen stad is inmiddels een volwassen en volwaardige stad geworden die versneld wil doorgroeien naar een omvang van 120.000 inwoners. Daarbij weet Lelystad haar herkenbare geschiedenis en de bestaande stad op waarde te schatten en waar nodig te vernieuwen. Lelystad plaatst bij de vernieuwingen van de stad de idealen van toen in het perspectief van deze nieuwe uitdagingen. Zowel in fysiek als sociaal opzicht en in verbinding met inwoners, haar partners en regio en Rijk. Zo bouwen we gezamenlijk aan onze samenleving. 2.2 Evenwichtige groei Tijdens haar korte bestaan is de stad gegroeid tot wat zij nu is, een stad met ruim 85.000 inwoners. Lelystad heeft de ambitie een tweede schaalsprong te maken: doorgroeien naar een omvang van 120.000 inwoners. Hiermee biedt de stad ruimte voor inwoners die een andere woonplek zoeken, jongeren die in de stad willen blijven wonen, ouderen die doorstromen en nieuwe inwoners die van buiten de stad komen. De komende decennia willen wij deze ambitie waarmaken door nieuwe woningen toe te voegen en ruimte te bieden voor voorzieningen die de stad leefbaar en aantrekkelijk maken. Het verleden leert ons dat het belangrijk is om een samenleving te creëren met een goed evenwicht tussen nieuwe woningen, voorzieningen, plekken om te ontspannen en elkaar te ontmoeten en werk in de stad. De groei van de stad biedt ruimte voor het bereiken van dat evenwicht. De unieke oorsprong van Lelystad maakt dat waterbeheer en bodemgesteldheid vanaf het begin belangrijk zijn geweest voor de ontwikkeling van de stad. Lelystad wil daarom groeien tot een evenwichtige en sterke stad, met besef van natuurlijke systemen en waterveiligheid. 2.3 Versterken van de bestaande stad De groei van Lelystad wordt ingezet voor het versterken van de bestaande stad. Verouderde wijken hebben nog een monofunctionele samenstelling en een te eenzijdig woningaanbod. Grootschalige nieuwe woningbouwontwikkelingen zullen door de aantrekkingskracht die daarvan uitgaat ook kwalitatieve verbeteringen tot effect hebben voor de bestaande wijken. Hierdoor is er meer ruimte voor differentiatie in woontypologie en voorzieningen in de wijk. De betere mogelijkheden voor het verkrijgen van een meer passende woning zullen verhuisbewegingen op gang brengen. Dit biedt ook kansen om te investeren in de bestaande wijken en kunnen die versterken met gevarieerde voorzieningen, werkgelegenheid, woningen en het versterken van de groenbeleving. Hiermee wordt het aanbod van woningen en voorzieningen in de bestaande wijken meer divers, wordt de openbare ruimte aantrekkelijker en beter bestand tegen klimatologische uitdagingen gemaakt. De aantrekkelijkheid van de bestaande stad wordt vergroot, waarmee de stad in balans kan groeien. 2.4 Bestaande kwaliteiten benutten Het doel van deze Omgevingsvisie is het versterken van een gezond stedelijk leven en een sterke economie, een jeugd die in Lelystad wil blijven wonen, een variatie aan inwoners die naar elkaar omkijken. Hiermee dragen we bij aan de landelijke woningbouwopgave. In die blik richting de toekomst is het van belang de focus te leggen op het realiseren van een kwalitatieve groei. Groei niet alleen van woningen, maar ook werken aan de ontwikkeling van de economie, recreatie, voorzieningen, infrastructuur en natuur. Bouwen aan een samenleving en brede welvaart. Lelystad heeft veel kwaliteiten. De strategische ligging van Lelystad is een sterke troef. Gelegen in de Metropoolregio Amsterdam en aan het IJsselmeer is Lelystad een natuurlijke schakel met het Oosten en Noorden, bijvoorbeeld Metropoolregio Zwolle. De economische kracht van Lelystad ligt in haar strategische positie aan een belangrijke waterweg, versterkt door spoorwegen, wegen en luchtvaart. Die zorgen voor een uitstekende bereikbaarheid. Lelystad wordt aantrekkelijker voor nieuwe groepen inwoners, specifieke consumentendiensten en nieuwe bedrijvigheid. Het aantal banen in Lelystad is de afgelopen jaren relatief harder gegroeid dan het aantal inwoners, waardoor steeds meer inwoners binnen de eigen gemeentegrenzen werk kunnen vinden. Ook speelt de stad steeds nadrukkelijker een rol in regionale en nationale opgaven. Dat vraagt om een brede blik op de stad: een stad voor een diverse groep inwoners, een stad die sterk verbonden is met omliggende regio’s. De aantrekkingskracht van het water, is een kracht van Lelystad die we meer willen benutten. Lelystad is een kuststad aan het IJsselmeer en Markermeer wat talloze mogelijkheden biedt voor ontspanning en kwalitatieve woonmilieus. De kust vormt een kans om de stad ook te laten groeien richting het water, van stad achter de dijk naar stad aan het water met een unieke skyline aan het Markermeer. Een andere kwaliteit is de aanwezigheid van natuur. De natuur reikt tot diep in de stad via de dreven en zogenaamde ‘groene inprikkers’. Via de grote parken zijn de stadsbossen rondom de stad met elkaar verweven. De nabijgelegen natuurgebieden Oostvaardersplassen en Marker Wadden bieden een thuisbasis aan een grote verscheidenheid aan vogels en wilde dieren. Deze combinatie van groene kwaliteit en stedelijke dynamiek geeft Lelystad haar unieke karakter. De Omgevingsvisie Lelystad 2050 benut de bestaande kwaliteiten voor de ontwikkeling van een levendige en bloeiende stad. 2.5 Leeswijzer Deze Omgevingsvisie is opgebouwd in zes hoofdstukken. Hoofdstuk 1 vertelt het verhaal van de stad Lelystad en onze visie op de groei van Lelystad. Hoofdstuk 2 beschrijft het instrument van de omgevingsvisie in het stelsel van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3 beschrijft het hoofddoel van het beleid voor Lelystad en de hoofdlijnen van de omgevingsvisie. Deze hoofdlijnen worden vertaald naar ambities voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 4 worden de hoofdlijnen en ambities uitgewerkt naar concrete beleidskeuzes. Dit is de koers die wordt ingezet. De ruimtelijke doorvertaling van deze keuzes naar gebieden en de kaart is terug te vinden in hoofdstuk
- In hoofdstuk 6 wordt in hoofdlijnen beschreven hoe we per thema de stap gaan maken van visie naar uitvoering. 3 Omgevingswet en Omgevingsvisie 3.1 Inleiding: Omgevingswet en Omgevingsvisie Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Deze wet heeft als doel om een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede leefomgevingskwaliteit te bereiken en in stand te houden. Daarom zijn gemeenten verplicht om een omgevingsvisie vast te stellen voor
- De Omgevingsvisie is de integrale visie op de fysieke leefomgeving en helpt om de juiste afwegingen te maken en zorgvuldig om te gaan met de beschikbare ruimte, met oog voor een gezonde, veilige en prettige leefomgeving voor iedereen. De Omgevingsvisie bevat een integraal en samenhangend kader waarin alle thema’s met betrekking tot de fysieke leefomgeving behandeld worden. De Omgevingsvisie geeft aan welke ontwikkelingen de gemeente wil stimuleren en welke kwaliteiten zij wil beschermen. 3.2 Beleidscyclus Deze Omgevingsvisie bevat de lange termijnkoers voor de fysieke leefomgeving met een blik richting
- De omgevingsvisie biedt een strategisch kader dat op hoofdlijnen de ambities en koers voor de fysieke leefomgeving beschrijft. Deze omgevingsvisie vervangt de huidige Omgevingsvisie
- Na vaststelling van deze Omgevingsvisie zal op een later moment het (dan oude) omgevingsbeleid dat in deze Omgevingsvisie is opgegaan worden ingetrokken. Strategisch kader De omgevingsvisie vormt het strategische kader voor beleid, programmering en besluitvorming. De omgevingsvisie geeft richting aan de inhoud van andere instrumenten van de Omgevingswet: programma's, het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Met deze werkwijze zorgen we ervoor dat: a. Projecten worden getoetst aan de uitgangspunten van de visie b. De programmadoelen houvast geven voor de keuzes in de uitvoering c. Via het omgevingsplan en omgevingsvergunningen de juridische toetsing wordt geborgd. Van strategie naar de uitvoering Om de ambities en gestelde doelen uit de visie te realiseren werken we met programma's. In deze programma’s worden de doelen uit de omgevingsvisie vertaald naar meetbare resultaten. Een programma bevat een uitwerking van het strategische kader in de omgevingsvisie. Ook staan er in een programma maatregelen om de ambities in de omgevingsvisie te realiseren. Een programma bevat een ook een uitvoeringsagenda: de maatregelen, projecten en acties die nodig zijn om het beleid uit te voeren. De programma’s vormen de brug tussen de omgevingsvisie en de uitvoering. De programma’s zijn dynamisch en kunnen jaarlijks worden aangepast aan voortschrijdend inzicht. Monitoring en bijstelling Door het langlopende karakter van de visie vindt de bijstelling hiervan eenmaal per vier jaar plaats en deze cyclus loopt mee met de raadsperioden. Per raadsperiode zal bezien worden op welke onderdelen de Omgevingsvisie bijstelling behoeft. De gemeenteraad wordt jaarlijks geïnformeerd over voortgang en behaalde doelen. Juridische borging De omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is zelfbindend. Dit betekent dat de gemeente zich houdt aan de ambities en opgaven die zijn beschreven in deze Omgevingsvisie. Het is geen rechtstreeks bindend instrument voor burgers of bedrijven. De ambities en doelen van de visie worden juridisch verankerd in het omgevingsplan en omgevingsvergunningen. Het omgevingsplan bevat de juridische regels die de uitvoering van de omgevingsvisie mogelijk maken of begrenzen. De omgevingsvisie geeft richting aan het Omgevingsplan, dat de strategische kaders uit de Omgevingsvisie vertaalt naar juridische regels. Samenwerking binnen de gemeente en daarbuiten De Omgevingsvisie als werkwijze stimuleert integrale samenwerking binnen de gemeente en met externe partners. Daarnaast is afstemming met de provinciale Omgevingsvisie wenselijk en noodzakelijk om te komen tot een samenhangend ruimtelijk beleid, zodat lokale en regionale ambities goed op elkaar aansluiten. 3.3 Veiligheid Een veilige omgeving wordt bereikt door in een vroegtijdig stadium van de ontwikkeling aandacht te besteden aan de beoordeling van het beoogde veiligheidsniveau. Om een veilige leefomgeving te borgen in de Omgevingsvisie benadrukken we de kernwaarden van de veiligheidsregio's: a. De veilige leefomgeving bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving b. Samenwerken aan een veilige leefomgeving c. De fysieke leefomgeving wordt mede vormgegeven volgens de ontwerpprincipes voor een veilige leefomgeving d. Voorkomen of beperken van risico’s vergroot de veiligheid e. Afstand tot risico’s vergroot de veiligheid f. Bouwwerken en omgeving bieden bescherming g. Bouwwerken en gebieden zijn veilig te verlaten h. De omgeving maakt snel en effectief optreden van hulpdiensten mogelijk i. Iedereen is bekend met risico’s en weet hoe te handelen wanneer dat nodig is 3.4 Milieubeginselen Bij het maken van een omgevingsvisie moet op grond van artikel 3.3 van de Omgevingswet rekening worden gehouden met de (Europese) milieubeginselen. Deze beginselen komen uit het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU). a. Voorzorgsbeginsel: dit betekent dat we milieuvervuiling moeten voorkomen wanneer er potentieel risico is op schade aan het milieu, ook al is er nog geen wetenschappelijke zekerheid dat er schade zal optreden. b. Preventiebeginsel: dit betekent dat we milieuschade moeten voorkomen wanneer het al zeker is dat er schade zal optreden. c. Voorrang aan de bron: dit betekent dat milieuaantastingen in de eerste plaats bij de oorzaak (bron) moeten worden bestreden. d. De vervuiler betaalt: dit betekent dat de kosten van de aanpak voor rekening komen van degene die de vervuiling veroorzaakt. Vanzelfsprekend worden kosten of effecten die ontstaan door uitvoering van deze Omgevingsvisie niet afgewenteld op toekomstige generaties. 3.5 Proces totstandkoming Omgevingsvisie Voor het opstellen van de Omgevingsvisie is in het kader van de milieueffectrapportage een Omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld. Ook is er breed geparticipeerd, wat verwoord is in de participatienota bij de Omgevingsvisie. De uitkomsten van de OER en van het participatietraject zijn input geweest voor deze Omgevingsvisie. Omgevingseffectrapportage Het OER-proces loopt parallel met het proces van de Omgevingsvisie. De referentiesituatie wordt gebruikt om de ambities en plannen te toetsen en wordt in dit rapport als eerste geschetst in de Foto van de Leefomgeving. De resultaten van dit proces worden visueel samengevat in het Rad van de Leefomgeving. Hier worden de huidige situatie en referentiesituatie als gevolg van reeds vigerend beleid tegen elkaar afgezet. Het doel van het OER is het beoordelen van de plannen en ambities uit de Omgevingsvisie en de effecten op de fysieke leefomgeving. Parallel aan de ontwikkeling van de Omgevingsvisie worden plannen en ambities beoordeeld aan de hand van de Foto van de Leefomgeving. Deze beoordeling geeft richting aan, en toetst de haalbaarheid van, de ambities en scherpt daarmee de Omgevingsvisie aan. Door de wisselwerking tussen het opstellen van de Omgevingsvisie en het beoordelen van de ambities draagt het OER bij aan een gedegen en realistische Omgevingsvisie. Participatie De stad is van ons allemaal, dus een toekomstplan voor Lelystad maken we samen met inwoners, bedrijven uit de stad, partners van de gemeente en andere overheidsinstellingen. Om alle ideeën, zorgen en belangen op te halen hebben we daarom verschillende participatiemomenten georganiseerd in de periode september 2024 t/m februari
- De bewoners en stakeholders hebben in een participatieproces kunnen aangeven wat zij belangrijk vinden voor de toekomst van Lelystad. Dit is een van de pijlers voor de Omgevingsvisie geweest. Bewoners en stakeholders zijn op verschillende manieren geraadpleegd: a. Digitale dialoog: Aan de start van het traject is er ook een online digitale dialoog meegenomen. Hierin hebben bewoners hun wensen kunnen meegeven en hun mening op enkele stellingen laten horen. b. Bewonersavonden: Op drie momenten zijn bewoners uitgenodigd op het gemeentehuis. Daarin hebben zij de voortgang kunnen volgen en aandachtspunten kunnen meegeven. c. Stakeholdersbijeenkomsten: De stakeholders omvatten een goot aantal belanghebbenden binnen de gemeente. Partijen zoals het Rijk, provincie en waterschap, milieudienst, GGD, Centrada, de veiligheidsregio's Flevoland en Gooi en Vechtstreek, Omala en Staatsbosbeheer. In twee bijeenkomsten rondom 1) de denkrichtingen en 2) de verstedelijkingsmodellen met het stevig ruimtelijk raamwerk hebben zij vanuit hun rol of belang gereflecteerd op de tussenproducten. In de participatienota is een verslag te vinden van de participatiebijeenkomsten en de uitkomsten daarvan. 4 Visie voor Lelystad 4.1 Uitgangspunt: we bouwen een samenleving Het uitgangspunt van het beleid van de gemeente Lelystad is, om de inwoners centraal te stellen. Dat uitgangspunt ligt ook aan de basis van het beleid voor de fysieke leefomgeving. We willen de inwoners van de gemeente Lelystad optimale kansen bieden om nu en in de toekomst gezond en veilig te wonen, op te groeien, leren, werken, wonen, ontspannen en zo zelfstandig mogelijk deel te nemen aan het maatschappelijk leven.Een Omgevingsvisie behandelt de hoofdlijnen van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving. Maar de basis van de stad wordt gevormd door de mensen die deze stad hebben opgebouwd, die hier opgroeien of die beslissen hier hun leven door te brengen. We willen een aantrekkelijke stad zijn voor zowel nieuwe als bestaande inwoners. Op veel vlakken is er een samenhang tussen het sociale domein en de fysieke leefomgeving. Onze inwoners vormen een sterke en veerkrachtige gemeenschap. De ambitie is dat de fysieke leefomgeving kaders schept voor een sociaal veerkrachtig Lelystad waar iedereen zich thuis voelt. In de Maatschappelijke Agenda zijn de sociale ambities voor Lelystad beschreven. Deze Omgevingsvisie biedt een strategisch kader voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Daarnaast ondersteunt de Omgevingsvisie de ambities van de Maatschappelijke Agenda. Maatschappelijke agenda Lelystad heeft een groeiambitie. Dit vraagt om een grote inspanning op diverse gebieden. Belangrijk onderdeel hiervan is het versterken van de draagkracht zodat Lelystad zelfstandig, sociaal veerkrachtig, duurzaam (in de brede zin), aantrekkelijk en economisch sterk wordt. De ambitie is om de inwoner centraal te stellen, zodat hen optimale kansen worden geboden om gezond en veilig op te groeien en zo zelfstandig mogelijk deel te nemen aan het maatschappelijk leven. We willen een aantrekkelijke stad zijn voor zowel nieuwe als bestaande inwoners. Daarnaast willen we een samenleving zijn die ondersteuning biedt aan minder zelfredzame inwoners. Hierbij willen we de eigen mogelijkheden optimaal aanspreken en passende ondersteuning bieden waar nodig. In de Maatschappelijke Agenda zijn de sociale ambities voor Lelystad beschreven. De Maatschappelijke Agenda is één integraal kader voor het hele sociaal domein. De Maatschappelijke Agenda is geen eindproduct, het is een beweging naar een stad waar iedereen mee kan doen en zich thuis voelt. De Maatschappelijke Agenda kent 4 programmalijnen: leren & ontwikkelen, prettig & veilig, voor elkaar zorgen, meedenken & meedoen. Op veel vlakken zit er een samenhang tussen sociaal en fysiek domein, waarbij fysiek volgt op sociaal. Een voorbeeld. De komende decennia vormt onder meer de vergrijzing van de stad een belangrijke uitdaging. Door de vergrijzing en de wijzigingen in de zorg ontstaat er een nieuwe behoefte. Kleinschaligheid, inzet van vrijwilligers, gericht op zelfredzaamheid en steun aan elkaar vragen nieuwe vormen van huisvesting en leefmilieus. De Omgevingsvisie schept kaders voor een fysieke leefomgeving waarin ontmoeten centraal staat. Zowel door een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeten maar ook door voldoende ruimte te creëren voor maatschappelijk initiatieven van inwoners en vrijwilligers, die samen activiteiten organiseren. Denk hierbij aan buurthuizen, sportaccommodaties en multifunctionele accommodaties (MFA’s). We bouwen samen aan de leefbaarheid van onze stad. Investeringen in buurtinitiatieven zoals buurthuizen, parken en evenementen kunnen nieuwe of bestaande gemeenschappen versterken. De groeiende stad zoekt de aansluiting bij initiatieven uit de samenleving en bij wat toekomstige inwoners, ondernemers en bezoekers nodig hebben. Lelystad wil dat passend en inclusief onderwijs aansluit op de behoeften van de stad. Investeringen in onderwijs en opleiding zorgen voor betere vaardigheden en meer kansen. Goede verbindingen tussen lokale bedrijven, overheid en onderwijsinstellingen leiden tot passende stages, leerwerktrajecten en een goed werkende arbeidsmarkt. Lelystad wil dat de gezondheidzorg en welzijnsvoorzieningen aansluiten bij de groei van de stad. De gezondheidszorg in Lelystad richt zich op hoogwaardige zorg en ondersteuning voor alle leeftijden, met speciale aandacht voor ouderen. Zo bouwen we aan een stad met een groeiend zelfbewustzijn die vooruitstrevend is op het gebied van vitaliteit, weerbaarheid en ondersteuning van haar inwoners. Kortom; een stad waarin iedereen zich thuis voelt. 4.2 Hoofddoel Omgevingsvisie: versterken van de bestaande stad en evenwichtige, kwalitatieve- en klimaatbestendige groei Het hoofddoel van deze Omgevingsvisie is een aantrekkelijke stad voor zowel bestaande als nieuwe inwoners. De focus ligt op een evenwichtige, kwalitatieve groei vanuit het perspectief van de bestaande stad en haar inwoners. Lelystad wil de groei benutten om de kwaliteit van bestaande wijken te verbeteren. Groei bedoelen we niet alleen in letterlijke zin, het bouwen van meer woningen, voorzieningen en werk, maar ook in figuurlijke zin, een stad die groeit in leefkwaliteit en levendigheid. Een toekomstbestendige stad waar de energie-, warmte-, grondstoffen en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden. We willen werken aan kwalitatieve groei: de ontwikkeling van de economie, recreatie, voorzieningen, infrastructuur, natuur en een gezond stedelijk leven. Dit hoofddoel valt uiteen in vijf hoofdlijnen die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. Deze vijf hoofdlijnen zijn hieronder beschreven in paragraaf 3.
- 4.3 Vijf hoofdlijnen voor de Omgevingsvisie Het hoofddoel van deze Omgevingsvisie kan worden gekenschetst als een evenwichtige, kwalitatieve groei waarin de bestaande stad wordt versterkt. Dit hoofddoel valt uiteen in vijf hoofdlijnen van de Omgevingsvisie die met elkaar samenhangen en elkaar versterken. Deze vijf hoofdlijnen zijn hieronder in paragraaf 3.3 vermeld. Iedere hoofdlijn wordt vertaald in een aantal ambities voor de stad. Deze ambities worden in hoofdstuk 4 vertaald naar concrete beleidskeuzes. Dit is de koers die ingezet wordt. In hoofdstuk 5 wordt deze koers gekoppeld aan de kaart, waar in de gemeente deze keuzes tot uitdrukking komen:
- Stedelijke ontwikkeling: Lelystad groeit kwalitatief binnen de bestaande stad en met haar inwoners. Ambities: a. Lelystad zorgt voor herkenbare en complete wijken b. Lelystad zorgt voor locaties met stedelijke betekenis c. Lelystad wil groeien binnen de bestaande stad en breidt niet uit over de A6
- Robuust natuurlijk raamwerk: Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden is. Ambities: a. Lelystad wil de kwaliteit van de groen-blauwe structuur verbeteren en versterken. Zo werken we integraal aan gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. b. Lelystad wil dat de natuur altijd dichtbij is c. Lelystad wil het open polderlandschap behouden en versterken in samenhang met de ontwikkelingen.
- Sterke en beleefbare economie: Lelystad versterkt haar economische positie in de regio door haar vestigingsklimaat te versterken. Ambities: a. Lelystad wil een sterke en toekomstbestendige economie bereiken b. Lelystad wil bestaande werkgebieden revitaliseren en waar nodig toevoegen c. Lelystad heeft onderwijs als cruciale bouwsteen d. Lelystad wil inzetten op enkele innovatiedistricten/fieldlabs e. Lelystad wil een bruisende stad
- Duurzame ontwikkeling: Lelystad wordt een toekomstbestendige stad waar de energie-, warmte-, grondstoffen en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden. Ambitie: a. Lelystad wil in 2050 zo veel mogelijk schone energie opwekken (zon en wind (warmte)) en op eigen grond opslaan (batterij en waterstof) om de CO2 uitstoot te beperken b. Lelystad wil in 2050 een klimaat adaptieve stad zijn waarin er rekening wordt gehouden met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. c. Lelystad zet zich in voor een circulaire economie.
- Bereikbare basis: Lelystad wordt een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen en waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijkse leven. Ambities: a. Lelystad wil gedifferentieerde dreven efficiënter benutten b. Lelystad wil het STOMP-principe stadsbreed toepassen c. Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten 5 De koers die ingezet wordt 5.1 Inleiding: De koers die ingezet wordt Onze visie voor de stad is gevat in vijf hoofdlijnen, die zijn uitgewerkt in ambities voor de stad. Om onze ambities werkelijkheid te laten worden is het nodig om concrete keuzes te maken. In hoofdstuk 4 worden de hoofdlijnen uitgewerkt in ambities. Vervolgens wordt beschreven welke keuzes er nodig zijn om deze ambities te realiseren. 5.2 Stedelijke ontwikkeling 5.2.1 Inleiding: Stedelijke ontwikkeling Lelystad groeit kwalitatief binnen de bestaande stad en met haar inwoners De groei van Lelystad wordt ingezet voor het versterken van de bestaande stad. De ambitie is een aantrekkelijke stad voor zowel bestaande als nieuwe inwoners. Een aantrekkelijke stad is een stad met herkenbare, complete wijken waarin mensen zich thuis en veilig voelen, met een divers woningaanbod, goede voorzieningen, werkgelegenheid en ruimte voor ontmoeting. 5.2.2 Ambitie: Herkenbare en complete wijken Lelystad staat aan de vooravond van een transformatie. De stad groeit en ontwikkelt zich in hoog tempo. Groei vertaalt zich niet alleen in aantallen woningen of uitbreidingswijken, maar vooral in meer leefkwaliteit en verdichting van de bestaande stad. Lelystad wil de kwaliteit verbeteren van bestaande wijken. Dit vraagt om herkenbare en complete wijken, waarin mensen zich thuis voelen, voorzieningen dichtbij zijn en waar iedere generatie een passende woonomgeving kan vinden. Door in te zetten op strategische verdichting met een bijpassend voorzieningenniveau, een divers woningaanbod en zelfvoorzienende wijken, wordt Lelystad een stad die ruimte biedt aan nieuwe bewoners en bezoekers. Tegelijkertijd biedt deze strategie aan bestaande inwoners meer kwaliteit in hun leefomgeving. Gezond stedelijk leven is gebaat bij nabijheid, bij rust èn reuring en een inrichting die ontmoeting en beweging bevordert. Slimmer en efficiënter gebruik van de ruimte door in te zetten op kwalitatieve groei, biedt kansen hiertoe. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. De stad in balans houden De woningbouwopgave in Lelystad is fors. Maar een stad groeit pas succesvol wanneer de inrichting van de openbare ruimte en programma’s zoals voorzieningen, werkgelegenheid en infrastructuur meebewegen met de woningontwikkeling. Woningbouw en verdichting moet niet alleen efficiënt zijn, maar ook bijdragen aan een aantrekkelijke, sociale en duurzame leefomgeving. Lelystad wil de balans tussen verdichten, (sociaal) aantrekkelijkheden duurzaamheid bewaken.Lelystad wil de verdichting afstemmen op type woongebied. Dat vraagt om op strategische locaties keuzes te maken, zoals het sturen op functiemenging, met name in het stadshart en het sturen op stedelijke en hoogstedelijke woonmilieus. Dat wil zeggen, intensief en meervoudig ruimtegebruik dicht bij hoogwaardig openbaar vervoer met een hoge woonkwaliteit. Er wordt in de stad gericht ruimte gegeven aan hoogbouw om de gewenste dichtheid te verkrijgen. b. Stedelijke programmering Lelystad wil dat nieuwe ontwikkelingen worden uitgevoerd in de juiste volgorde en met onderlinge afstemming. Er staan meerdere grote en kleine ontwikkelingen op de agenda. Bijvoorbeeld het Stadshart en beoogde uitbreidingslocaties zoals Zuiderhage en het Waterfront. Het is van belang dat deze elkaar niet beconcurreren, qua woon- en voorzieningenaanbod maar ook in de tijd. We moeten werken in goede volgordelijkheid. Dat vraagt sturing via integrale stedelijke programmering. Dit programma zal in navolging van de vaststelling van de Omgevingsvisie worden ontwikkeld. c. Hoog voorzieningniveau in wijken Lelystad wil een toename van beleven en ontmoeten in de wijken. Lelystad wil een hoog voorzieningenniveau in de wijken. Lelystad wil dat de wijken zelfvoorzienend zijn voor de dagelijkse behoefte waaronder ook basisgezondheidszorg. Bij de woningbouwontwikkeling van de bestaande stad ligt de focus op die plekken waar we kunnen voortbouwen op bestaande kwaliteiten, zoals een hoog voorzieningenniveau, robuuste natuur of goede fiets en ov-bereikbaarheid. Maar de focus ligt ook op die plekken waar kwaliteit juist hard nodig is, zoals draagvlak om voorzieningen te behouden. Lelystad wil een divers woningaanbod realiseren in nieuwe en oude wijken. Het is van belang dat we via de woningbouw steeds een kwaliteitsslag maken voor de wijk. Bijvoorbeeld door deze te richten op de behoeften van de wijk en een divers woningaanbod waardoor andere doelgroepen een plek kunnen vinden en mensen gedurende hun hele wooncarrière in hun eigen wijk kunnen blijven wonen. Iedere ontwikkeling vraagt om een scherpe blik op wat de bestaande wijk nodig heeft en hoe we deze beter maken. De kwaliteitsimpuls vindt dus plaats met oog voor de huidige opzet en cultuurhistorische herkenbaarheid van de wijken en de behoeften daarvan. 5.2.3 Ambitie: Locaties met stedelijke betekenis Stedelijkheid en levendigheid worden gedragen door locaties met stedelijke betekenis. Dit zijn locaties met herkenbare ankerpunten waar diverse voorzieningen (boodschappen, onderwijs, zorg, sport en spel) te vinden zijn, waar de openbare ruimte uitnodigt tot verblijven en ontmoeten en die goed bereikbaar zijn voor iedereen. Op locaties met stedelijke betekenis is gedurende een langere periode van de dag meer levendigheid en zijn er meer mensen op straat. Functiemenging wordt op deze plekken het uitgangspunt. Keuzes Om deze te realiseren, maken we de volgende keuzes a. Wijkcentra: Lelystad wil locaties met stedelijke betekenis in wijken behouden. De wijkcentra noemen we “locaties met stedelijke betekenis”. Dit zijn locaties die een verzorgende en verbindende rol spelen voor de wijk. In de wijken kan er gericht een profiel gekozen worden dat aansluit bij de lokale behoeftes. De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. b. Een bruisend Stadshart hoort bij een goede stad. Het Stadshart vraagt bijzondere aandacht als het gaat om het tempo van de ontwikkeling van dit, voor de gehele stad, cruciale gebied. Want zonder aantrekkelijk Stadshart wordt het aantrekken van nieuwe inwoners veel moeilijker. Het Stadshart ligt in het geometrische en geografische midden van Lelystad. Hier komen ook het nationale ov-netwerk (station) en het regionale/lokale ov-systeem bij elkaar. Goede verbindingen van en naar het Stadshart, zeker vanuit grote woningbouwlocaties is dan ook randvoorwaardelijk. Lelystad verdient een kloppend Stadhart met een gevarieerd aanbod van functies die uitnodigen tot bezoeken en te beleven zoals theater, bioscoop, horeca en winkels. Het Stadshart is de plek waar ruimte is om te winkelen en uit te gaan, elkaar te ontmoeten en stedelijkheid gevoeld kan worden. Het Stadshart van Lelystad heeft zeker die potentie, maar heeft extra aandacht nodig om die waar te kunnen maken. Deels door met extra woningen te zorgen voor meer mensen die reuring kunnen brengen, maar ook door de pleinen, straten en parken te voorzien van ruimte voor levendigheid, ontmoeting en aantrekkelijke openbare ruimte. Belangrijk daarbij is om voorzieningen niet versnipperd over de stad te plaatsen. Slimme clustering zorgt er ook voor dat de kracht van het Stadshart versterkt wordt. 5.2.4 Ambitie: Kwalitatieve binnenstedelijke verdichting Kwalitatief verdichten is een deels nieuwe koers waarbij we nieuwe woningen en voorzieningen toevoegen om de omgeving van de bestaande en nieuwe woningen te verbeteren. Bijvoorbeeld door zorg te dragen dat Lelystad werkelijk als stad aan het water ervaren kan worden en door goede verbindingen te maken tussen grote nieuwe ontwikkelingslocaties. We maken één Lelystad, geen losse ontwikkelingen die op zichzelf staan. Iedere ingreep draagt bij aan het grotere geheel. Een duurzame en toekomstbestendige groei van Lelystad betekent zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte. Daarom hebben we goed gekeken naar plekken waar we de huidige kwaliteiten kunnen benutten, bijvoorbeeld een goed voorzieningenaanbod, ov-bereikbaarheid of gewoon een omgeving waar het prettig is om te zijn. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. De focus ligt op de bestaande stad en dat betekent dat er eerst wordt gekozen voor binnenstedelijke verdichting. We breiden niet verder uit over de A6 heen. b. Hoogbouw: De ruime opzet van Lelystad biedt veel kansen voor verdere verdichting. Dat betekent niet dat alle laagbouw opeens hoogbouw wordt. Op gerichte plekken wordt gezocht naar woonmilieus die stedelijk of zelfs hoogstedelijk worden . Omdat we soms zoeken naar meer levendigheid en genoeg mensen om voorzieningen overeind te houden. Maar ook omdat we andere gebieden, bijvoorbeeld groengebieden, willen beschermen tegen verdere verstening. 5.2.5 Waarom zijn deze keuzes nodig? Waarom zijn deze keuzes nodig? Het tempo van de woningbouw ligt hoog. Gezien de urgentie van het woningtekort is dat nodig, maar we moeten daarbij wel de brede blik vasthouden. We willen voorbij de aantallen kijken om de woningbouw ook als strategisch middel in te zetten in de ontwikkeling van de stad als geheel. Om de stad aantrekkelijk te houden voor verschillende doelgroepen en toekomstige generaties, zal de woningvoorraad moeten worden uitgebreid en meer worden gevarieerd. Zowel via herstructurering en verdichting in de bestaande stad als het uitvoeren van de beoogde nieuwbouwgebieden. We moeten onszelf de ruimte geven nieuwe woonmilieus zorgvuldig te ontwerpen en in te passen, waarbij rekening wordt gehouden met watercompensatie, natuurinclusiviteit en klimaatadaptatie. Een belangrijke uitdaging daarbij is het behouden en aantrekken van jongeren, want zonder jongeren heeft Lelystad (in 2050) geen toekomst. Dit vraagt om geschikte en betaalbare woningen, goed onderwijs, goed openbaar vervoer binnen de stad en naar de regio toe en een levendig centrum dat aansluit bij hun leefstijl. Daarnaast zijn voorzieningen voor jeugd en jongeren cruciaal om de stad aantrekkelijk te maken en te houden voor nieuwe generaties, zij dragen in belangrijke mate bij aan de levendigheid van de stad. Andere aandachtsgroepen zijn ouderen en zorgbehoevenden. Beide groepen zoeken meer woonruimte nabij voorzieningen in de wijk. Zorg en woonruimte moeten daarom in samenhang worden gezien, met voorzieningen en ondersteuning binnen handbereik en mogelijkheden voor ontmoeting. Om ouderen langer zelfstandig te laten wonen, worden passende woonvormen geïntroduceerd, zoals alternatieve seniorenwoningen die een variant vormen tussen een grote gezinswoning en een verpleeghuis. De wijk als thuisbasis wordt steeds belangrijker voor deze groepen, zeker gezien de toenemende vergrijzing en de beperkte capaciteit voor professionele zorg in de toekomst. Maar ook arbeidsmigranten moeten een menswaardige plek krijgen in onze samenleving. 5.2.6 Waarom kiezen we niet voor verdere uitbreiding met woningbouw over de A6? Waarom kiezen we niet voor verdere uitbreiding met woningbouw over de A6? Hoewel er op de zeer lange termijn mogelijk enige schuifruimte nodig is, zijn er op dit moment geen dwingende redenen om verdere uitbreidingswijken met woningbouw over de A6 heen na te streven. Bovendien zouden we kansen missen om onze huidige stad kwalitatiever, compacter en sterker te maken. Daarnaast vragen nieuwe uitbreidingswijken op zichzelf al aanzienlijke investeringen in nutsvoorzieningen, mobiliteitsoplossingen en ruimte voor sporten, ontmoeten en onderwijs. Daarnaast brengt ook het onderhoud daarvan hoge kosten met zich mee. En dat terwijl binnenstedelijke groei juist optimaal gebruik maakt van bestaande structuren en voorzieningen, waardoor publieke middelen efficiënter worden ingezet. Bovendien versterkt binnenstedelijke groei het draagvlak voor de huidige voorzieningen en verbetert de mogelijkheden voor een beter openbaar vervoer. Daarnaast leidt uitbreiding tot ruimtelijke versnippering. Wijken die verder van de kern liggen, zijn moeilijker aan te sluiten op voorzieningen en openbaar vervoer, waardoor bewoners sterker afhankelijk worden van de auto. Dit staat haaks op de ambities om mobiliteit te verduurzamen en Lelystad als fiets- en ov-stad te versterken. Het risico bestaat dat uitbreidingsgebieden eerder aanvoelen als dorpen met een eigen identiteit dan als een logisch onderdeel van de stad, waardoor de samenhang en stedelijke dynamiek verloren gaan. Ruimte is schaars, en iedere ruimtelijke keuze betekent ook het maken van afwegingen. Het uitbreiden van Lelystad zou ten koste gaan van bestaande functies, landbouwgrond en toekomstige opgaven, zoals economische ontwikkeling, voedselzekerheid, recreatie, natuur en energieopwekking. Bovendien is uitbreiding in bepaalde richtingen onwenselijk vanwege andere ruimtelijke claims, zoals de luchtvaart van Lelystad Airport of de archeologische en aardkundige waarde van het rivierduinlandschap bij Swifterbant. 5.3 Robuust natuurlijk raamwerk 5.3.1 Inleiding: Robuust natuurlijk raamwerk Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden Lelystad is gelegen te midden van natuur (van internationale allure). Dit is een voedingsbodem voor een aantrekkelijk en prettig leefklimaat, waardoor nieuwe bewoners en bedrijven zich hier graag vestigen. Het groen en het water vormen de basis voor een klimaatbestendige en gezonde stad. Om voorbereid te zijn op de toekomst en onze inwoners een kwalitatieve leefomgeving te bieden, zetten we in op een natuurinclusieve benadering, waarin natuur met de stad is vervlochten. Dit betekent dat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad: beleefbaar, divers en verbonden. 5.3.2 Ambitie: De natuur is altijd dichtbij Bij het robuuste natuurlijke raamwerk werken we aan een Lelystad waarin mens en natuur zijn verbonden en dat aangepast is aan een veranderend klimaat. Het streefbeeld is een groene omgeving waar de toegevoegde waarde van natuur groot is. Dat geldt zowel voor de intrinsieke waarde van natuur zelf (verscheidenheid aan plant- en diersoorten), als voor de economische (recreatie), instrumentele (verkoeling) of relationele waarde (sociale cohesie). Lelystad is een gemeente waar stad en land verweven zijn. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil een groene omgeving waar natuur een toegevoegde waarde is. De kwaliteit en gebruikswaarde van de natuur groeit mee met de stad. Zowel in nieuwbouwgebieden als in de bestaande wijken. 'Natuur' wordt daarbij breed opgevat. Het omvat niet alleen traditionele natuurgebieden zoals bossen en parken, maar ook groen in stedelijke omgevingen. b. Lelystad wil groen benutten voor recreatie, verkoeling en welbevinden. We willen de gezondheidseffecten van het volwassen groen goed benutten voor recreatie en verkoeling en welbevinden. We zorgen dat we ruimte geven aan de flora en fauna die de stad zo aantrekkelijk maakt. En we zorgen dat toekomstige klimaateffecten goed gemitigeerd kunnen worden. c. Lelystad wil passende groenvoorzieningen binnen bedrijfzones. 5.3.3 Ambitie: Versterken groen-blauwe structuur Een goed functionerende stad kent duidelijke en goed werkende structuren. De goede werking wordt gewaarborgd door een duidelijke definitie van gebieden en verbondenheid van deze gebieden onderling tot een robuust en functioneel geheel. Er zijn plekken in Lelystad waar natuur beschermd moet worden en waar ontbrekende verbindingen in de groen- en waterstructuur hersteld of toegevoegd moeten worden. Bepaalde groengebieden willen we beleefbaarder maken en dat geldt ook voor plassen en vaarten die van grote natuurlijke én recreatieve waarde kunnen zijn. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil bestaande verbindingen binnen de groen-blauwe structuur beschermen. b. Lelystad wil ontbrekende verbindingen in de groen-blauwe structuur toevoegen. c. Lelystad wil meer ruimte geven aan inheemse flora en fauna. 5.3.4 Ambitie: kwaliteitsverbetering Groene Rand Een van de gebieden die onder druk staat als verbonden geheel is de ‘Groene Rand’ van Lelystad. Dit enigszins diffuse gebied bestaat uit een aantal stadsrandbossen en zachte overgangsgebieden, maar ook uit woonenclaves, volkstuinen, bedrijventerreinen, (biologisch) agrarisch gebied en nog tal van andere functies. De Groene Rand is een overgangszone tussen stad en landelijk gebied: een ensemble waarin we de verschillende functies goed op elkaar willen afstemmen, en waar logische verbindingen/routes doorheen lopen. De Stadsbossen nemen als overgangsgebieden tussen stad en buitengebied een bijzonder positie in. Enerzijds als onderdeel van het natuurlijk raamwerk, maar ook als uitloopgebieden voor onze inwoners. Keuzes a. We kiezen ervoor om deze stadsbossen robuuster en toekomstbestendiger te maken b. We zetten in op kwaliteitsverbetering voor mens en dier door zonering. c. We passen ontwikkelingen in de Groene Rand met zorg in het gebied in. 5.3.5 Ambitie: Versterken en behouden open polderlandschap Het open polderlandschap, met kenmerkende polderparkwegen, landschappelijke netwerken, NNN-gebieden, grootschalige verkaveling en erfbeplanting, wordt behouden en waar nodig versterkt. De vorming van een compactere stad draagt daar ook aan bij. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil ruimte geven aan de landelijke transitieopgave van het buitengebied. b. Lelystad wil waardevolle open delen van het polderlandschap grootschalig openhouden, in samenhang met toekomstige ontwikkelingen. c. Lelystad wil een meervoudige benadering van ecosysteemdiensten/ een divers en toekomstbestendig ecosysteem. d. Lelystad wil meewerken aan het provinciale doel om ecologische verbindingen in combinatie met agrarische functies toewerkend naar 5% groenblauwe structuur in 2030 tot 10% in
- e. We kiezen ervoor om de stadsbossen robuuster en toekomstbestendiger te maken en zetten in op kwaliteitsverbetering voor mens en dier door zonering. 5.3.6 Ambitie: Stad aan het water Water is op veel plekken in de stad aanwezig, maar niet altijd te beleven. Een belangrijk doel van Lelystad is om aan de Markermeerzijde echt een ‘stad aan het water’ te creëren. De aantrekkingskracht van het water, is een kracht van Lelystad die we meer willen gaan benutten. Door het versterken van het imago van Lelystad als stad aan het water zal de aantrekkingskracht voor mensen buiten de stad en regio worden vergroot. Keuzes a. Lelystad wil het water in de gemeente beleefbaar maken. b. Lelystad wil het Waterfront aan de kust inzetten om een combinatie van wonen, recreatie, toerisme en natuur te realiseren. Hiermee de stad versterken met een uniek milieu aan het water. Uniek voor Lelystad en uniek voor de provincie Daarmee wil Lelystad haar aantrekkingskracht vergroten voor (nieuwe) inwoners en bezoekers. 5.3.7 Waarom zijn de keuzes nodig? Waarom zijn de keuzes nodig? Lelystad is een groene stad. Dat is een kwaliteit die door veel mensen wordt herkend en die men ook graag wil behouden. Tegelijkertijd zien we dat de ruime en groene opzet van de stad nog niet altijd voor een hoge belevingswaarde zorgt. Veel gebieden bestaan uit ‘kijkgroen’, waarbij er weinig diversiteit is in soorten en routes of ruimte voor activiteiten ontbreekt. Om de natuur mee te laten bewegen naar een gezonde en klimaatadaptieve leefomgeving is het nodig om naar een meervoudige benadering van ecosysteemdiensten te kijken. Natuur kan meerdere opgaven en belangen tegelijkertijd vervullen als we duidelijk bepalen welke belangen we op welke plek de ruimte willen geven. Het buitengebied is van groot belang voor het gehele natuurlijk raamwerk. Flevoland wordt steeds vaker als zoekgebied gezien voor landelijke transitieopgaven. Lelystad is bereid hierin een rol te spelen, maar met een integrale benadering: bij het toevoegen van nieuwe functies in het buitengebied moet rekening worden gehouden met ruimtelijke kwaliteit en moeten negatieve (neven)effecten worden geminimaliseerd. De landbouwgronden in Flevoland blijven van hoge kwaliteit ook door de robuuste aanvoer van zoetwater via de zoetwaterkwel uit de Veluwe. 5.4 Sterke en beleefbare economie 5.4.1 Inleiding: Sterke en beleefbare economie Lelystad versterkt haar economische positie in de regio door haar vestigingsklimaat te versterken. Lelystad zet koers naar een sterke en toekomstbestendige economie die aansluit bij de huidige en toekomstige beroepsbevolking, die zorgt voor meer werkgelegenheid en ondernemingskansen ín de eigen stad én die innovatie stimuleert. Door op de juiste plekken ruimte te reserveren voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling, ontstaat een sterkere stedelijke economie. 5.4.2 Ambitie: Bereiken van een sterke en toekomstbestendige economie Het intensiveren van de ruimte op bedrijventerreinen is een belangrijk thema, zeker in een tijd waarin ruimte schaars is en duurzaamheid en efficiënt ruimtegebruik steeds belangrijker worden. Desondanks vormt dit onderdeel van de strategie om de positieve aantrekkingskracht van de stad te vergroten. Zo kan Lelystad zich als ondernemende stad profileren. De huidige bedrijventerreinen zijn grotendeels uitgegeven, maar er blijft behoefte aan regulier bedrijventerrein, voor de uitbreiding van de bestaande bedrijven, maar ook voor nieuwe activiteiten rond de verschillende transities (energie, circulair e.e). Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. We willen blijven voorzien in de behoefte aan Reguliere Bedrijventerreinen. b. Bedrijvigheid op binnenstedelijke bedrijventerreinen willen we zoveel mogelijk behouden. c. Ruimte ten behoeve van een circulaire economie willen we behouden. Dit vormt de kern voor de transitie naar een circulaire economie en innovatieve productie. d. Lelystad wil inzetten op bedrijvigheid en kansen verzilveren in transitiesectoren. Voorbeelden hiervan zijn Duurzame luchtvaart, Circulair Bouwen, Biobased Bouwen. e. Lelystad wil op de juiste plekken ruimte reserveren voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling. f. Lelystad wil Lelystad Airport openen. 5.4.3 Ambitie: Lelystad wil bestaande werkgebieden revitaliseren Werkgebieden worden niet gezien als geïsoleerde clusters, maar als geïntegreerde onderdelen van de stad, met aandacht voor klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en gezonde werkomgevingen. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil dat werkgebieden zoveel mogelijk geïntegreerde onderdelen zijn van de stad. b. Enkele kleinere binnenstedelijke bedrijventerreinen worden waar nodig gerevitaliseerd of geherprofileerd, om ook in de toekomst een plek te kunnen bieden aan bedrijfsmatige activiteiten. c. Bij de verdere (gebieds)uitwerking van de Omgevingsvisie zal ook onderzocht worden of op sommige locaties transformatie gewenst is. 5.4.4 Ambitie: Onderwijs als cruciale bouwsteen. Een divers en goed afgestemd onderwijsaanbod biedt Lelystedelingen de kans om zich te ontwikkelen, een loopbaan op te bouwen en zich blijvend te vestigen in de stad. Om de economie te laten groeien, is het essentieel om jong talent aan de stad te binden en voldoende perspectief te bieden, met een divers banenaanbod en een aantrekkelijke leeromgeving. Lelystad heeft kansen om een dynamisch vestigingsklimaat te creëren waarin innovatie, ondernemerschap en talentontwikkeling hand in hand gaan. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil dat basisonderwijs op korte afstand van de woonomgeving van leerlingen wordt aangeboden. b. Lelystad wil zorgen voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting. c. Lelystad wil duurzame, onderscheidende en moderne voorzieningen realiseren. d. Lelystad wil de maakindustrie verder uitbouwen geënt op transities en de triple helix. 5.4.5 Ambitie: Een bruisende stad die ook beleefbaar is Als volwassen provinciehoofdstad moet Lelystad voorzien in zowel stedelijke als regionale voorzieningen, met een goed bereikbaar en levendig Stadshart waar ruimte is voor evenementen, uitgaan, cultuur, wonen, werken en voorzieningen. In de Omgevingsvisie leggen we een link met het toeristisch profiel. Vanuit natuurbeleving, cultuurhistorie en dag-attracties zijn er diverse mogelijkheden om een bezoek aan Lelystad te brengen. In de toekomst zijn er meerdere mogelijkheden voor een langer verblijf. De toeristisch-recreatieve sector zal komende periode zeker nog een flinke toename laten zien. Enkele locaties in de stad hebben kansen om vanuit het toeristisch profiel deze beter te benutten. Dit geldt voor locaties waar vanuit cultuurhistorie verhalen te vertellen zijn, zoals het stadshart, maar ook de ligging aan het water of meer regionale voorzieningen kunnen daar een aanleiding voor zijn. Dat biedt zowel voor bewoners als bezoekers meer betekenis en beleving. Met de nieuwe kustontwikkeling zal Lelystad zich meer als stad aan het water kunnen profileren. Deze kwaliteit bied echt een meerwaarde voor bewoners en bezoekers in vergelijking met steden elders in het land. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil locaties met potentieel voor toerisme ontwikkelen. b. Lelystad wil het Stadshart, de Kustzone en het Nationaal Park Nieuw Land beleefbaar maken. c. Lelystad wil alle afzonderlijke centra complementair aan elkaar inrichten. d. Lelystad streeft naar een levendige boulevard met een rijke variatie aan programma en beleving. e. Lelystad wil leegstaande kantoorgebouwen, afhankelijk van de locatie transformeren naar woningen, rekening houdend met een strategische voorraad in de centrumzone. f. Lelystad wil dat elk centrum afzonderlijk een bepaalde functie vervuld binnen de duurzame aanbodstructuur. 5.4.6 Waarom zijn deze keuzes nodig? Waarom zijn deze keuzes nodig? Lelystad is momenteel sterk in de meer op goederengerichte sectoren. 100%-kantoorhoudende functies zijn ondervertegenwoordigd. Door schaalvergroting in de dienstverlening zijn dergelijke activiteiten verdwenen. De stedelijke economie en de stedelijke beroepsbevolking zijn afhankelijk van omliggende regio’s: veel inwoners pendelen dagelijks; veel arbeidskrachten van buiten Lelystad komen dagelijks in Lelystad werken. Eén van de oplossingen hiervoor is om ervoor te zorgen dat de stedelijke economie aansluit op de stedelijke beroepsbevolking. We zetten daarom in op de doorontwikkeling van de stedelijke economie van Lelystad. Deze doorontwikkeling wordt gezocht in Tech en Transitie. Uit recent onderzoek door de Provincie Flevoland blijkt dat nieuwe bedrijventerreinen hierbij noodzakelijk zijn. Als werkgelegenheid toeneemt, groeit ook de behoefte aan woningen. Momenteel groeit het aantal woningen snel, waardoor werkgelegenheid mee moet groeien om evenwicht te brengen en te bewaren. Zonder een stevige economische basis blijft Lelystad te veel een woonstad, terwijl de ambitie juist is om een volwaardige, levendige stad te worden met een gezonde eigen economie. Met LAB-II zetten we straks in op Tech en Transitie om de werkgelegenheid een impuls te geven. Er wordt gewerkt aan ecosystemen rondom duurzaam vliegen, biobased & circulair bouwen. Bedrijvigheid rond energie- en eiwittransitie heeft ook de aandacht. En de smartification (het slimmer worden, meer digitaal) van de logistiek/ groothandel zal hierbij een belangrijke rol gaan spelen. Daarnaast hebben we ook bezoekers nodig om levendigheid te brengen. Het toeristisch profiel van Lelystad ligt met name op gebieden rondom de stad, zoals de Oostvaardersplassen, de Markerwadden en het Bataviakwartier. Levendige plekken in de stad zelf, zoals het Stadshart, helpen om bezoekers langer vast te houden en een complete ervaring te geven. 5.5 Duurzame ontwikkeling 5.5.1 Inleiding: Duurzame ontwikkeling Lelystad wordt een toekomstbestendige stad waar de energie-, warmte- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden Om de doelen van 2050 te kunnen behalen geeft Lelystad ruimte aan de lokale energie- en grondstoffentransitie. We hebben al diverse trajecten gestart om anders om te gaan met onze energie en afval. In de Omgevingsvisie 2050 borduren we voort op de koers die al is in ingezet. De gemeente zet in op de transitie naar een circulaire economie, waarbij het sluiten van kringlopen en het hoogwaardig hergebruik van materialen centraal staat. In lijn met deze ambitie biedt de gemeente geen fysieke of beleidsmatige ruimte voor de vestiging of uitbreiding van stortlocaties, aangezien deze niet passen binnen het gewenste toekomstbeeld van duurzaam grondstoffengebruik en afvalminimalisatie. 5.5.2 Ambitie: Lelystad wil in 2050 zo veel mogelijk schone energie opwekken (zon en wind ) en op eigen grond opslaan (batterij en waterstof) om de CO2-uitstoot te beperken Voor de duurzame ontwikkeling van Lelystad maken we ruimte voor de energie transitie. Onderdeel van een gezonde basis is een duurzaam energiesysteem om de uitstoot van CO2 te beperken. Via de energietransitie verandert het energiesysteem in Nederland van een centraal naar een decentraal systeem. De opwekking van energie is, zeker in Flevoland, op veel meer plekken zichtbaar. Lelystad wil zo veel mogelijk schone energie opwekken (zon en wind) en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen (geothermie). Keuzes Om deze ambitie te bereiken, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen (geothermie). Geothermie en het warmtenet zal in de bestaande stad moeten worden ingepast. De grootschalige opwek, opslag en omzetting in het buitengebied. Stad en land dragen zo samen bij aan een toekomstbestendig Lelystad. Dit vraagt tijd en een goede fasering. Met de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Het beperken van gebruik van energie (elektriciteit en warmte), is noodzakelijk om toename van ruimtedruk in de stad en het buitengebied voor te blijven. b. Lelystad wil de schone energie inpassen binnen de bestaande stad. c. Lelystad wil aardgasvrij zijn in
- d. In 2050 zijn alle daken van woningen en bedrijven voorzien van zonnepanelen net als grote parkeerterreinen. e. In 2050 wordt opgewekte stroom opgeslagen in een buurtbatterij die eveneens is aangesloten op het lokale netwerk dat in verbinding staat met het gesloten distributiesysteem in het buitengebied. f. In 2050 wordt in het buitengebied zoveel mogelijk groene stroom opgewekt als het gebied aan kan. g. In 2050 zijn waterstoffabrieken in het buitengebied aanvullend en maken gebruik van het overschot van duurzame stroom dat op sommige momenten kan worden geproduceerd, en voorkomen daarmee stilstand van duurzame opwek. h. In 2050 zijn bedrijven in het buitengebied energieneutraal. 5.5.3 Ambitie: Lelystad wil in 2050 een klimaatadaptieve stad zijn waarin er rekening wordt gehouden met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil dat in 2050 land- en tuinbouw is ingespeeld op klimaatveranderingen en water en bodemsturende principes. b. Lelystad wil bestand zijn tegen extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en wateroverlast. 5.5.4 Ambitie: Lelystad zet zich in voor een circulaire economie We zijn ons bewust dat een duurzame toekomst ook draait om een slim gebruik van grondstoffen. Daarom maakt de stad ruimte voor circulaire initiatieven die afval verminderen en hergebruik stimuleren. Afhankelijk van de omvang en omgevingsfactoren van deze initiatieven vraagt dat ruimte in de wijken, bijvoorbeeld voor initiatieven rond deeleconomie of ruimte op bedrijventerreinen als het gaat om het oogsten van grondstoffen en de (tijdelijke) opslag daarvan. Keuzes Om deze ambitie te bereiken, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil ruimte maken voor circulaire ontwikkelingen. b. Lelystad wil conform de afspraken in de klimaatwet klimaatneutraal zijn in
- 5.6 Bereikbare basis 5.6.1 Inleiding: Bereikbare basis Lelystad wordt een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijkse leven. Lelystad is een stad van ruimte en beweging. De stad is gebouwd met een herkenbare en zeer (verkeers)veilig fietsnetwerk over fietsbruggen en een uitstekende autostructuur langs dreven. De groei van de stad vraagt om een duurzaam mobiliteitssysteem waarin lopen, fietsen en openbaar vervoer een sterke basis vormen. Daarnaast moet de stad beter worden verbonden met de regio, wat vraagt om investeringen in spoor, stations en het wegennet. Door te investeren in duurzame mobiliteit, versterken we niet alleen de bereikbaarheid, maar ook de leefkwaliteit van Lelystad. Een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen en waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijks leven. 5.6.2 Ambitie: Het STOMP-principe stadsbreed toepassen STOMP staat voor Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten en Personenauto. Dit betekent dat eerst wordt ingezet op lopen en fietsen dan op OV en dan de auto, zodat de stad en het centrum leefbaar blijven en de verkeersstromen soepel blijven verlopen. Voor de verschillende modaliteiten wordt daarnaast ook ruimte gereserveerd om de elektrificatie en hybride inzet van vervoersmiddelen mogelijk te maken. Om de beweging naar een duurzaam mobiliteitssysteem goed te laten verlopen, is een sterk openbaar vervoerssysteem essentieel. Lelystad zet in overleg met de provincie daarom in op een schaal- en kwaliteitssprong van het binnenstedelijke openbaar vervoer met snelle, directe en frequente ov-verbindingen van en naar de economische kerngebieden, bedrijventerreinen en (nieuwe) gebiedsontwikkelingen. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil een beweegvriendelijke omgeving creëren. b. Lelystad wil actieve vervoersmiddelen stimuleren, waarbij wandelen en fietsen extra aandacht krijgen binnen deze context. c. Lelystad wil inzetten op een breed mobiliteitsconcept en schone energie waarbij de prioriteit ligt op gezondheid en duurzaamheid toewerkend naar de lange termijndoelen. Lelystad gaat het autoluwe stadshart waar nodig verder optimaliseren/uitbreiden waarbij bezoekers van het stadshart worden geleid via de centrumring en opgevangen in de parkeergarages langs deze ring. Hierdoor verbetert de verblijfskwaliteit in het stadshart. 5.6.3 Ambitie: Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten Lelystad heeft de kans om de unieke fietsvriendelijke schaal van de stad beter te benutten door het fietsnetwerk uit te breiden en te verbeteren. Vanuit het Stadshart gezien ligt vrijwel alle bebouwing binnen de actieradius van een traditionele fiets en met de opkomst van de e-bike heeft Lelystad een enorme kans om fietsen een nog prominentere rol te geven. Het fietsnetwerk wordt compleet gemaakt, met snelfietsroutes voor snelle, directe bewegingen (bijvoorbeeld per e-bike), waardoor ook sociale veiligheid en vindbaarheid worden verbeterd. Bovendien ligt een fijnmaziger netwerk van fiets- en wandelroutes dicht langs bebouwing en door groene gebieden, waardoor ook meer informele ontspannen reizen mogelijk zijn. Hier zetten we in op uitbreiding van het hoofdnetwerk fiets met het toevoegen van missing-links (missende connecties) en heldere way-finding (navigatie). Door de groei van actieve mobiliteit te stimuleren, sluiten we aan bij de bredere doelen voor gezondheid en beweging en houden we een bereikbare stad. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil de sociale veiligheid, aantrekkelijkheid, toegankelijkheid en vindbaarheid van fietsroutes verbeteren. b. Lelystad wil de fietsvriendelijke schaal van de stad beter benutten en verder ontwikkelen tot een volwaardige 15 minuten stad. c. Lelystad wil het fietsnetwerk uitbreiden en verbeteren passend bij een 15 minuten stad. 5.6.4 Ambitie: Lelystad wil gedifferentieerde dreven efficiënter benutten De bestaande autostructuur en autobereikbaarheid blijft een belangrijk onderdeel van de stad, maar kan deels een andere invulling krijgen. De karakteristieke drevenstructuur (met groene corridors) zijn van groot belang als herkenbaar en structuurbepalend raamwerk en worden zo veel mogelijk behouden. De dreven blijven dus een waardevolle drager van mobiliteit en we behouden de goed werkende binnen- en buitenring. Toch kunnen de drevenprofielen, voor zover dat qua capaciteit mogelijk is, efficiënter benut worden door naast de auto ook ruimte te bieden aan doorgaande fietspaden of enkele busbanen. Dichter bij het centrum wordt daarnaast ook gekeken of dit gecombineerd kan worden met ruimte voor woningbouw. Keuzes Om deze ambitie te realiseren, maken we de volgende keuzes: a. Lelystad wil ruimte bieden aan fietsverbindingen en busbanen op de dreven waar dat mogelijk is. b. Lelystad wil ruimte bieden voor woningbouw op de dreven (in de Visarenddreef en of Kustendreef). De Visarenddreef is als kans benoemd (tussen het centrum en de Westerdreef), omdat het afwaarderen hiervan bijdraagt aan het verminderen van het centrumvreemde verkeer door het centrum langs het station en ook ruimte biedt voor een goede duurzame verkeersverbinding met de kustzone. Daarnaast biedt dit mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling (woningbouw) in het brede profiel. Ook is de Kustendreef als kans benoemd omdat dit een relatief rustige, behoorlijk overgedimensioneerde dreef is die ruimte biedt voor versmalling in combinatie met ruimtelijke ontwikkeling. Deze mogelijkheden voor het wijzigen van functies van dreven wordt verder integraal verkend binnen een omgevingsprogramma. Aanpassingen aan de bestaande drevenstructuur worden enkel overwogen als dit bijdraagt aan verkeersveiligheid, leefbaarheid of ruimtelijke kwaliteit in de stad. c. Lelystad wil het hoofdwegennet uitbreiden ten behoeve van het ontvlechten van lokale en regionale verkeersstromen. d. Lelystad wil de buitenring beter benutten. e. Lelystad wil doorgaand verkeer afwikkelen via de hogere orde wegen (buitenring/A6/N307). 5.6.5 Waarom zijn deze keuzes nodig? Waarom zijn deze keuzes nodig? In Lelystad zal het verkeer verder groeien als gevolg van de groeiambitie. Dat vraagt om verdere verbetering en uitbreiding van de fietsinfrastructuur, zodat fietsen voor iedereen een vanzelfsprekende, veilige en prettige keuze wordt, zowel recreatief als dagelijks. Tegelijkertijd vormen de bruggen op dit moment een fysieke barrière voor mensen die minder mobiel zijn of worden. Dit is een punt van aandacht. Diverse inwoners en bezoekers geven ook aan dat het netwerk niet overal even sociaal veilig, aantrekkelijk of goed vindbaar is. Het fietsplan dient daarom met kracht te worden uitgevoerd. Bovendien is er een landelijke trend waarbij de hoeveelheid mensen dat voldoet aan de beweegrichtlijnen achteruitgaat. Zeker bij kinderen en jongeren is deze trend erg zorgelijk. Helaas is dat ook in Lelystad het geval. Een beweegvriendelijke omgeving draagt bij aan gezonde inwoners. Dat vraagt onder andere om het stimuleren van actieve vervoersvormen en op diverse plekken ruimte maken voor sport, bewegen en spelen. Ondanks de ruime opzet van de weginfrastructuur moet de groei van Lelystad gepaard gaan met het vervolmaken van het gehele infrastructurele systeem. Het autoverkeer zal blijven toenemen, met gevolgen voor de doorstroming, de gezondheid (luchtkwaliteit en geluidoverlast) en de kwaliteit van de openbare ruimte. Een traditionele uitbreiding van de wegenstructuur die de groei gelijkmatig volgt zal tot problemen leiden. In plaats daarvan wordt ingezet op een slimmer gebruik van bestaande infrastructuur en een mobiliteitssysteem dat de groei van verkeersbewegingen opvangt via gezonde en efficiëntere vervoersvormen. 6 Effecten van de keuzes op de inrichting van de leefomgeving 6.1 Inleiding: Effecten van de keuzes op de inrichting van de leefomgeving In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de koers ruimtelijk doorwerkt op het schaalniveau van de stad en omgeving. We maken de vertaalslag van het ‘Wat’ naar het ‘Waar’. Op de visiekaart en in de tekst hieronder wordt uiteengezet welke effecten de ambities en keuze hebben voor de inrichting van de leefomgeving. Zo bouwen we aan een ruimtelijke structuur die op samenhangende wijze de ontwikkeling van de stad mogelijk maakt. 6.2 Stedelijke ontwikkeling 6.2.1 Inleiding: Stedelijke ontwikkeling Lelystad groeit kwalitatief binnen de bestaande stad en met haar inwoners 6.2.2 Herkenbare en complete wijken Met de Omgevingsvisie Lelystad 2050 willen we stadsbreed een kwaliteitsslag maken. Dat betekent dat we ook aan de slag gaan met het aanpakken van opgaven in bestaande buurten. Transformatie, revitalisatie en woningbouw kan hier als hefboom worden ingezet. Bijvoorbeeld door tegelijkertijd te vergroenen, verduurzamen, te differentiëren in de woningvoorraad en het toevoegen van ruimte voor maatschappelijke voorzieningen. Het Doel is dat de wijken en hun kwaliteiten herkenbaar en behouden blijven en tegelijkertijd de mogelijkheden voor beleven en ontmoeten toenemen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Op de visiekaart zijn gebieden gearceerd waar momenteel opgaven spelen en dus kansen liggen om via gerichte, kleine acties de kwaliteit te verbeteren. 6.2.3 Locaties van stedelijke betekenis Locaties van stedelijke betekenis zijn locaties die een verzorgende en verbindende rol spelen voor de omliggende buurten of, in het geval van bijvoorbeeld het Stadshart, voor de hele gemeente. Het zijn plekken die baat hebben bij aantrekkelijke ontmoetingsruimten, een (verkeers)veilige omgeving en de flexibiliteit om een divers programma mogelijk te maken. Locaties van stedelijke betekenis kunnen een regionaal of stedelijk profiel hebben. Daarnaast zijn er wijkcentra, die zijn gericht op de wijk. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Regionaal en Nationaalprofiel, vinden we in Bataviakwartier. Hier ligt de focus op het aantrekken van mensen van buiten. Hier is ruimte voor detailhandel volgens het outletconcept (Batavia Stad), cultuur (zoals het Nationaal museum Batavialand), en andere vormen van leisure, passend op deze locatie aan het water, horeca en sport (met name gericht op het water en strand). De openbare ruimte heeft een sterke binding met het water waarbij de levendige boulevard het hart vormt. b. Stedelijk profiel, vinden we in het Stadshart. Hier ligt de focus op reuring via winkelen, werken en uitgaan. Er is ruimte voor cultuur (zoals de bioscoop, de Agora en Kubus), horeca, een divers winkelaanbod, werken, middelbaar en hoger onderwijs en stedelijke voorzieningen. De woningbouw richt zich op verschillende leefstijlen. De openbare ruimte is ingericht voor ontmoeting op de verschillende pleinen, soms met ruimte voor horeca, soms heel groen en soms met ruimte voor spelen ofsporten. Het Stadshart is een plek voor en door mensen, waarbij de diversiteit aan mensen, woonmilieus, winkels, horeca, onderneemmilieus, architectuur, cultuur en werken ervoor zorgt dat het een aantrekkelijke plek is om te bezoeken, te wonen en te ondernemen. Niet alleen voor onze inwoners, maar op termijn ook voor bezoekers van buiten. c. Wijkcentra: De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. Mede gelet op het uitgangspunt dat mensen langer thuis blijven wonen is het van belang dat dagelijkse voorzieningen op afzienbare afstand beschikbaar zijn. Met naar de toekomst toe levensvatbare wijkcentra wordt in deze behoefte voorzien. In deze centra ligt dan ook de focus op dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen, huisarts en apotheek, onderwijs en kinderopvang, een wijkhub, sociale voorzieningen, speelruimte en kleinschalige horeca. Binnen Lelystad bestaan meerdere wijkcentra die variëren in betekenis (verzorgingsgebied) en grootte (aantal functies en vestigingen). De voorgestane functie van de wijkcentra zoals hierboven beschreven verschilt echter niet. Binnen wijkcentra is doorstroming vanwege de eenzijdige woningvoorraad lastig. Meer diversiteit in de woningbouw is wenselijk om zo de doorstroming te bevorderen. Gedacht kan worden aan senioren- en zorgwoningen. 6.2.4 Kwalitatieve verdichting en uitbreidingsgebieden Met de groei van Lelystad zetten we enerzijds sterk in op kwalitatief verdichten binnen de huidige stadsgrenzen, zoals op en rondom de wijkcentra. Anderzijds maken we groei mogelijk door de ontwikkeling van een aantal prioritaire (uitbreidings)gebieden. Effecten op de inrichting van de leefomgeving De kansrijke verdichtingslocaties en de geplande nieuwe woningbouwontwikkelingen staan op de visiekaart ingetekend aan de hand van drie stedelijke milieus. Van hoogstedelijk via stedelijk tot dorps. Hoogstedelijk zijn gebieden met hoge bebouwingsdichtheid, intensief ruimtegebruik en een mix van stedelijke functies, in de directe omgeving van openbaar vervoer. Het stedelijke milieu geeft een indicatie van de beoogde dichtheid en functiemix: combinatie van woningen, werkruimte, maatschappelijke voorzieningen en type groen die denkbaar en passend zijn: a. Hoogstedelijk Lelystad: Onze prioritaire (uitbreidings)gebieden het Stadshart, Zuiderhage en Waterfront krijgen (deels) een hoogstedelijk Lelystads milieu. Daarvan heeft het Stadshart, als hét centrum van de stad, het meest hoogstedelijke karakter. De drie locaties zijn alle gebieden waar de focus ligt op reuring en levendigheid en waarbij we zoeken naar profielen die elkaar aanvullen en die voortbouwen op bestaande kwaliteiten. Het is randvoorwaardelijk dat er groen aanwezig is op straat, in en rondom de gebouwen en dat er een groot uitloopgebied (zoals een stadspark) nabij te hebben. Rondom het stadshart wordt gewerkt aan een samenhangende centrumstructuur waarin sprake is van hogere dichtheden en functiemenging. b. Stedelijk: Met name rondom wijkcentra liggen kansen om het milieu op te trekken naar een meer stedelijk milieu. Dat betekent woningen toevoegen en tegelijk zorgen voor een goed voorzieningenniveau. Met bijvoorbeeld winkels voor de dagelijkse boodschappen, maar ook door ruimte te maken voor ontmoeten, zorg, bewegen, spelen en werken. Randvoorwaardelijk is het scheppen van een kwalitatieve openbare ruimte die uitnodigt tot verblijven en ontmoeten. c. Dorps tot laagstedelijk: Woonbuurten in lage dichtheid met weinig andere functies en veel groen. Hier is met name aandacht voor voldoende ruimte voor spelen, veilige routes naar belangrijke plekken en koele groengebieden. Er moet goed gekeken worden naar waar ruimte is om her en der woningen toe te voegen, zodat ook deze gebieden in lichte mate bijdragen aan de woningbouwopgave. Ook spelen zij een belangrijke rol in het inpassen van nutsvoorzieningen als onderdeel van de versterking van het energienetwerk. 6.3 Robuust natuurlijk raamwerk 6.3.1 Inleiding: Robuust natuurlijk raamwerk Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden Het natuurlijk raamwerk van Lelystad is opgebouwd via verschillende schaalniveaus, van parken tot de voortuin. Het Raamwerk is mede gestoeld op de Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA) en de Basiskwaliteit Natuur (BKN). Het verbinden van groen (en water) tussen alle gebieden legt de basis voor een natuurinclusieve stad die Lelystad ambieert. Een groene leefomgeving dient meerdere doelen: ecologie, prettig wonen, gezondheid, natuurbeleving, recreatie, economie, klimaatadaptatie etc. Binnen het natuurlijk raamwerk van Lelystad en haar omgeving onderscheiden we verschillende gebieden en structuren en daarmee ook de waarden die deze gebieden vertegenwoordigen. 6.3.2 De natuur is altijd dichtbij De natuur is altijd dichtbij. De kwaliteit van een groene, natuurlijke stad behouden we voor de toekomst. We werken aan een natuurinclusieve stad door het versterken en verbeteren van de kwaliteit van dat groen en de verbindingen binnen het groen en het water. Door het hanteren van Basiskwaliteit Natuur op alle schaalniveaus werken we aan deze doelen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We onderscheiden drie structuren binnen de stadsnatuur: a. Groenblauwe verbindingen: Groenblauwe verbindingen vormen verbindingen op natuur en water tussen de stad en de groene rand. Het gaat vaak om begeleidend groen en waterlopen langs infrastructuur, zoals de dreven en recreatieve verbindingen. De breedte van de groene verbinding kan sterk variëren. Op de brede plekken kan een groene verbinding bijna een eigen plek worden, waarin kleine parkjes ontstaan. In de smalste vorm is er ‘slechts’ ruimte voor een geveltuintje, maar ook die is als onderdeel van de robuuste, groenstructuur belangrijk. De groenblauwe verbindingen vertegenwoordigen een intrinsieke waarde van natuur en dragen in grote mate bij aan de herkenbaarheid van Lelystad als groene stad. De natuur in deze structuren is vaak volwassen waardoor de stad optimaal profiteert van gezondheidsvoordelen als verkoeling en schonere lucht. b. Parken: Parken maken veelal deel uit van de groenstructuur. Ze hebben waarde voor de stad als geheel – zoals het Woldpark, Stadspark en het Bultpark–Kustpark – en voor de wijken, via kleinere groenvoorzieningen verspreid door Lelystad. Waar nodig worden deze parken en groenvoorzieningen kwalitatief versterkt, zodat iedere inwoner toegang heeft tot aantrekkelijk, bereikbaar en hoogwaardig openbaar groen. Natuur heeft hierbij ook een economische en relationele waarde, waarbij mensen elkaar ontmoeten, kunnen ontspannen, bewegen, spelen en recreëren. Dit vraagt om een actievere benutting van de parken en om verbeterde routes naar en door deze groene ruimtes. Stedelijke ontwikkeling is daarbij niet uitgesloten, maar moet altijd met respect voor de kwaliteit en het karakter van de parken worden vormgegeven. c. Buurtgroen: Ook op kleinere schaal speelt natuur in de stad een belangrijke rol. Niet alleen om woonwijken aantrekkelijker te maken, maar ook om een gezonde, klimaatadaptieve en natuurinclusieve woonomgeving te waarborgen. Het buurtgroen omvat koele groengebieden op korte afstand van de woning, maar ook sport- en speelruimte of groene wandelroutes. In de versteende buurten is aandacht voor vergroening en klimaatbestendigheid nodig. 6.3.3 Groen-blauwe structuur De ecologische basis vormt het fundament voor het natuurlijk raamwerk. Het bestaat uit de beschermde natuurgebieden (Natura 2000, Natuur Netwerk Nederland) en de verbindende groen-blauwe structuren op grote schaal (bermen van dijken, spoor, A6, Polderparkwegen en vaarten). Een ecologisch netwerk zorgt voor de duurzame instandhouding van soortenpopulaties op zowel lokaal als internationaal niveau. De focus in deze gebieden ligt op de intrinsieke waarde van de natuur zelf. De combinatie met recreatie is mogelijk, maar gericht op het ervaren en beleven van de natuur. Deze ecologische basis is momenteel nog niet helemaal op orde. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We willen aandacht besteden aan knelpunten en ontbrekende schakels in het ecologisch functionerend netwerk. Tegelijkertijd zoeken we naar mogelijkheden om de recreatieve toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden te vergroten, op een manier die past bij de landschappelijke kwaliteiten van ons gebied. Dit gebeurt onder meer door functiezonering en het faciliteren van ontvangstgebieden. 6.3.4 De ‘Groene Rand’ De Groene Rand is een overgangszone tussen stad en landelijk gebied: een ensemble waarin we de verschillende functies goed op elkaar worden afgestemd, en waar logische verbindingen/routes doorheen lopen. De Stadsbossen nemen als overgangsgebieden tussen stad en buitengebied een bijzonder positie in. Enerzijds als onderdeel van het natuurlijk raamwerk, maar ook als uitloopgebieden voor onze inwoners. Effecten op de inrichting van de leefomgeving We kiezen ervoor om de stadsbossen robuuster en toekomstbestendiger te maken en zetten in op kwaliteitsverbetering voor mens en dier door zonering. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie in de bestaande stad, het Stadshart, Zuiderhage en de Kust. In de verdere toekomst is er zeker stedelijke ontwikkeling mogelijk in de groene rand. De volgordelijkheid en onderlinge afstemming tussen deze ontwikkelingen moeten we goed uitzoeken. Daarnaast is het van belang ontwikkelingen in de Groene Rand zorgvuldig in het gebied in te passen. De ontwikkelingen moeten in samenhang en als geheel worden benaderd om versnippering van het gebied te voorkomen. Daarnaast moeten ontwikkelingen rekening houden met de ecologische verbindingen die daar lopen en deze versterken waar nodig door de ontbrekende schakels in het netwerk te realiseren. 6.3.5 Open polderlandschap Het buitengebied wordt gevormd door het open polderlandschap, bosstructuren (Knarbos en Larserbos), polderparkwegen, aangevuld met vaarten, tochten en erfsingels, maar ook het Markermeer, IJsselmeer en Oostvaardersplassen. Het buitengebied definiëren we als een productief, toekomstbestendig landschap voor zowel voedsel als energie, waarin recreatie- en natuurwaarden versterkt worden. Bij iedere ontwikkeling zal een integrale afweging gemaakt moeten worden hoe het buitengebied een blijvende meerwaarde kan bieden voor de Lelystedeling en is een gedegen landschappelijke inpassing randvoorwaardelijk. We werken aan het versterken van het natuurlijke raamwerk met onder andere ecologische bermen, groenblauwe dooradering en ecologische verbindingen om toekomstige grootschalige ruimteclaims ruimte te geven. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Een zonering van het buitengebied in deelgebieden kan handvatten geven bij afwegingen over het plaatsen van nieuwe functies. In verschillende gebieden zijn verschillende combinaties van functies namelijk logischer of wenselijker. Bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit. Of vanuit de bestaande infrastructuur en strategische ligging. In lijn met de provinciale beleidsregel ‘ontwikkelingen landelijk gebied Flevoland’ biedt de Omgevingsvisie alleen ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in het buitengebied wanneer dit de agrarische bedrijfsvoering niet belemmert en geen versnippering van het landschap veroorzaakt. In een eerste aanzet komen we tot een zonering van ten minste vier samenhangende deelgebieden. a. Het gebied in het Noordoosten (o.a. Flevokust Haven, noordkant Overijsselseweg/N307). Hier komen grootschaligere functies, zoals het energiesysteem (o.a. een nieuw hoogspanningsstation) samen met grote infra-bundels (mogelijk ook het Lelylijn tracé). Daarnaast vormt het gebied de noordelijke entree van de stad. b. Het gebied in het Oosten (o.a. het ‘WUR-gebied’). Hier vindt onderzoek plaats, niet alleen naar teelten/gewassen maar ook naar duurzame energie. Met nieuwe verbindingen onder de A6 door kan dit gebied ruimtelijk sterker worden verbonden met de stad. c. Het gebied in het Zuidoosten (o.a. ten zuiden van de Dronterweg tot noordzijde Larserweg). Hier zien we een open gebied met lange zichtlijnen en hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Deze openheid is een grote kwaliteit. Van de 4 deelgebieden lijkt het plaatsen van nieuwe infra en functies hier het minst logisch. d. Het gebied tussen de Larserweg en de Knardijk. Hier zien we een strook van bedrijvigheid zoals het LAB en het vliegveld, die wordt ontsloten vanaf de Larserweg. De locaties zijn, zeker met een HOV (Hoogwaardig Openbaar Vervoer) verbinding, goed verbonden met de stad. Ontwikkelingen die veel ruimte én een goede ontsluiting met de stad vragen, zouden het best in dit deelgebied kunnen landen. Hierbij verkennen we op welke manier ontwikkelingen en landschap elkaar kunnen versterken. 6.3.6 Stad aan het water Water is op veel plekken in de stad aanwezig, maar niet altijd te beleven. Een belangrijke ambitie van Lelystad is om in de toekomst aan de Markermeerzijde echt een ‘Stad aan het water’ te creëren. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Lelystad aan het water is onder te verdelen in kustbeleving, haven en de binnenwateren. a. Het Waterfront zet in op de kustbeleving. b. Flevokusthaven aan het IJsselmeer draagt bij aan een havenbeleving met een uitbreiding van de terminal in combinatie met grotere sluizen bij Kornwerderzand. c. Elders in de stad is het de inzet van sloten, vaarten, plassen en oevers die bijdragen aan de waterbeleving van de binnenwateren. Waar wenselijk en mogelijk (i.v.m. waterkwaliteit) kunnen buitenactiviteiten, zoals zwemmen en varen, bijdragen aan de leefkwaliteit en levendigheid in en om de stad. 6.4 Sterke en beleefbare economie 6.4.1 Inleiding: Sterke en beleefbare economie Lelystad versterkt haar economische positie in de regio door haar vestigingsklimaat te versterken. Lelystad wil verder bouwen aan een brede economische basis. Dat betekent dat we inzetten op en ruimte bieden aan verschillende soorten werkmilieus, zodat een divers aanbod van banen een plek krijgt in de stad. En we besteden aandacht aan de economie door ook onderwijs, innovatie en toerisme mee te nemen met het werken aan de economische drager. 6.4.2 Bedrijventerreinen en/of werklocaties Bedrijventerreinen blijven een belangrijke basis voor een sterke economie. In deze monofunctionele gebieden is geen ruimte voor woningbouw. Effecten op de inrichting van de leefomgeving De huidige bedrijventerreinen zijn grotendeels uitgegeven, maar er blijft behoefte aan een regulier bedrijventerrein, voor de uitbreiding van de bestaande bedrijven, maar ook voor nieuwe activiteiten rond de verschillende transities (energie, circulair, e.d.). Om toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken, blijven strategische reserves dan ook noodzakelijk. In dit verband kan Lelystad Airport Businesspark Fase 2 niet onvermeld blijven. Daarnaast zullen we het intensiveren van ruimtegebruik onderzoeken. a. Reguliere bedrijventerreinen: deze bedrijventerreinen bieden ruimte aan bedrijvigheid die niet mengbaar is met andere functies zoals wonen en bieden ruimte aan het MKB. Er ligt een opgave voor het verduurzamen van de terreinen en gebouwen (met o.a. ruimte voor klimaatadaptatie en vergroening) en voor een betere bereikbaarheid voor langzaam verkeer en OV. b. Fieldlabs: Duurzame Luchtvaart/Elektrisch vliegen in de omgeving van Lelystad Airport kan bedrijvigheid opleveren gericht op innovaties rondom elektrisch vliegen. c. Living labs bij Zuiderhage zijn gericht op innovatieve bijdrage op biobased- en circulair bouwen. d. Lelystad Airport Businesspark Fase 2: profiel van deze werklocatie sluit aan bij bedrijvigheid op het gebied van Bio-based/Circulair bouwen; Duurzame luchtvaart (elektrisch vliegen/SAF’s (duurzaame vliegtuigbrandstof); Energie (elektrificatie, waterstof, smart grids); Voedselverwerking & eiwittransitie; Voertuigtechnologie (duurzame mobiliteit, duurzame/slimme groothandel/logistiek); Tech (duurzame maak). e. Het Stadshart is in principe de beste plek voor kantoren en kleine ondernemers die baat hebben bij een dynamisch vestigingsklimaat. Een goede OV- en fietsbereikbaarheid en een mix van diverse functies zal deze positie komende jaren versterken. 6.4.3 Revitaliseren binnenstedelijke bedrijventerreinen Effecten op de inrichting van de leefomgeving Enkele kleinere binnenstedelijke bedrijventerreinen worden waar nodig gerevitaliseerd, om ook in de toekomst een plek te kunnen bieden aan bedrijfsmatige activiteiten. Dit komt terug in een Omgevingsprogramma bedrijventerreinen. 6.4.4 Onderwijs Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de economische drager. Binnen Lelystad stellen we kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal. Zowel voor onze jonge inwoners (basis- en middelbaar onderwijs), maar ook voor het vervolgonderwijs (MBO, HBO en WO). Met name hoger onderwijs kan aanleiding zijn om de onderwijsomgeving als een campusvorm te geven. Een campus biedt ruimte aan klein- en grootschalige werkgebouwen en heeft een eigen focus en kleuring qua type bedrijvigheid. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. De Campuszone nabij het Stadshart waar naast middelbaar en hoger onderwijs ook zorgfuncties, werk en woningen een plek vinden in een groene omgeving. b. Ruimte voor innovatie waar in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan:
- Innovaties rondom elektrisch vliegen nabij Lelystad Airport;
- Biobased en circulair bouwen, in of rondom Zuiderhage. 6.4.5 Bruisende stad Een bruisende stad, levendig, wervelend, bedrijvig en inspirerend, door en met de inwoners en haar bezoekers. Bezoekers en toeristen dragen bij aan de levendigheid. We zien met name in het Stadshart, Kustzone en het Nationaal Park Nieuw Land aanleiding om de beleefbaarheid te versterken. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. In het Stadshart ligt de focus op dynamiek en reuring met gezellige en aantrekkelijke pleinen die uitnodigen tot verblijven en ontmoeten. Via de pleinen- en vergroeningsstrategie wordt gezocht naar een specifieke focus per plein om zo voor diverse doelgroepen mogelijkheden te bieden. Het voorzieningenniveau aan openbare functies zal hierom ook hoger zijn. Door functies toe te voegen zoals bijvoorbeeld leisure en horeca zal de aantrekkingskracht van het Stadshart toenemen en bijdragen aan het dagje uit in Lelystad. b. De band tussen Lelystad en het water is altijd sterk gebleven, maar kan zeker versterkt worden. Het uitzicht op eindeloos open water geeft je echt een gevoel van vrijheid. We streven in het plan voor het Waterfront naar een levendige boulevard met een rijke variatie aan programma en beleving. Met een vrij zicht op de ondergaande zon. Een plek waar wonen, leisure, haven, ontspanning, sport en cultuur elkaar ontmoeten. De volgorde en soort van deze ontwikkelingen moeten in relatie met de ontwikkeling van het Stadshart en stadsbreed bekeken worden. Bovendien liggen langs de boulevard diverse culturele en historische bestemmingen, zoals het Werkeiland, het sluizencomplex met het gemaal en Batavialand. c. Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen. Binnen Nationaal Park Nieuw Land is er ruimte voor economische ontwikkeling door het aantrekkelijker te maken met nieuw aanbod zonder afbreuk te doen aan de ecologische waarde o.a. door strategische zonering. 6.5 Duurzame Ontwikkeling 6.5.1 Inleiding: Duurzame Ontwikkeling Lelystad wordt een toekomstbestendige stad waar de energie-, warmte- en mobiliteitstransitie hun plek hebben gevonden De gewenste schaalsprong in stedelijkheid vraagt om een andere aanpak ten aanzien van de huidige mobiliteit- en energiesystemen, om Lelystad ook in de toekomst bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Lelystad zet daarom in op een breed mobiliteitsconcept en schone energie waarbij de prioriteit ligt op gezondheid en duurzaamheid toewerkend naar de lange termijndoelen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving Voor de verschillende modaliteiten wordt ruimte gereserveerd om de elektrificatie van vervoersmiddelen mogelijk te maken. 6.5.2 Ruimte voor schone energie Met de elektrificatie van ons gebruik (elektrisch verwarmen, koken en rijden) en de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Lelystad wil zo veel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen. We sturen daarbij op een energieconcept van nieuwe ontwikkelingen om zo de druk op bestaande en nieuwe energienetwerken, ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact beter op elkaar af te stemmen. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Voor de gemeentelijke energieopgave is ruimte voor opwek (wind, zon) en opslag (batterij en waterstof) nodig. b. Naast ruimte in het buitengebied kunnen ook grote daken en grote stedelijke ruimtes, zoals parkeerlocaties, langs infrastructuur of braakliggende terreinen, ruimte bieden. c. Bedrijven in het buitengebied moeten zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, kleinschalige windturbine, batterij en/of elektrolyser. 6.5.3 Ruimte voor circulaire initiatieven In een groeiende stad is voldoende ruimte nodig om ook de transitie naar een meer circulaire economie mogelijk te maken. Dit vraagt om een flexibele bestemmingen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de ruimtebehoefte voor de grondstoffentransitie naast de energietransitie. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. In woonwijken zal ruimte nodig zijn voor lokale circulaire initiatieven, zoals deel- en hergebruik. b. In het stadscentrum ligt er meer focus op reparatie en onderhoud, zodat producten langer meegaan en afval wordt verminderd. c. Op bedrijventerreinen kan tijdelijk extra ruimte nodig zijn om circulaire productie en innovatieve hergebruikprocessen te faciliteren. De precieze invulling zal zich gaandeweg de transitie verder ontwikkelen. 6.5.4 Lelystad aardgasvrij De wijken, bedrijven en voorzieningen in Lelystad worden aardgasvrij. Het grootste deel wordt aangesloten op collectieve warmtenetten, daarnaast zijn er ook ‘all electric’ oplossingen (zoals warmtepompen). Deze transitie wordt verder uitgewerkt in het warmteprogramma. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. De bestaande energie infrastructuur wordt uitgebreid en versterkt. De doelstelling van TenneT (netbeheerder) is om de huidige netcongestie rond 2032 opgelost te hebben. Daarna moet er blijvend geïnvesteerd worden om de toenemende energievraag aan te kunnen. b. Binnen de gemeentegrenzen wordt door TenneT gezocht naar ruimte voor een nieuw hoogspanningstracé (380kV) en een nieuw hoogspanningsstation (nabij Flevokust Haven) aangevuld met flexibel vermogen (BESS). Een landelijke opgave die ten doel heeft de hoofdstructuur te versterken. 6.6 Bereikbare basis 6.6.1 Inleiding: Bereikbare basis Lelystad wordt een stad waarin iedereen op een efficiënte, (sociaal)veilige en duurzame manier kan reizen waarin bewegen een vanzelfsprekend onderdeel is van het dagelijkse leven 6.6.2 Voet- en fietsvriendelijke stad Binnen de stad wordt vanuit de doelstelling duurzaam, gezond en veilig de focus gelegd op het stimuleren van het verplaatsen te voet. Zeker op kortere afstanden (minder dan 400 meter) naar bijvoorbeeld voorzieningencentra of het station wordt extra prioriteit gegeven aan de voetgangers. Naast voetgangers wordt ook sterk ingezet op het stimuleren van het fietsgebruik. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Looproutes: ruimtelijk gezien willen we een dekkend looproutenetwerk realiseren zodat voor veel inwoners de dagelijkse voorzieningencentra op een veilige en snelle manier te voet te bereiken zijn. b. Fietsverbindingen: We zetten in op twee soorten fietsverbindingen waarbij missende of zwakke schakels worden aangepakt:
- Een informeel, fijnmazig fietsnetwerk waarmee de buurten onderling met elkaar verbonden zijn en dat zorgt voor de bereikbaarheid van de winkelcentra, voorzieningen en buurtgroen binnen de wijk.
- Een verbindend hoofdfietsnetwerk bestaande uit logische en hoogwaardige fietsroutes over lange afstanden door de stad die aansluiten op de netwerken in de regio. Hiermee kunnen fietsers bijvoorbeeld sneller een bestemming aan de andere kant van de stad, buitengebied of regio (zoals Lelystad Airport, Almere en Dronten) bereiken. 6.6.3 Openbaar vervoer Lelystad is zowel lokaal als regionaal goed bereikbaar met duurzaam openbaar vervoer. Dit betekent kwalitatief hoogwaardige stationsomgevingen, het realiseren van regelmatige, betrouwbare verbindingen tussen wijken, centra en economische kerngebieden. Voor verder van het station af gelegen gebieden kijken we naar de ontwikkeling van sneldiensten die onderweg geen haltes aandoen zoals nu lijn 11 naar Lelystad Haven. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Op regionale schaal wordt ingezet op en ruimte gereserveerd voor betere verbindingen naar Noord-Holland, Amsterdam (OV-SAAL) en Utrecht en op lange termijn op de ontwikkeling van de Lelylijn en Stichtselijn. b. In gebieden met een lagere ov-potentie moet maatwerk worden geboden in de vorm van een buurtbus, oproepafhankelijk vervoer of deelmobiliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor het buitengebied, sommige recreatieve bestemmingen, onderwijsinstellingen en sommige werklocaties. c. Voor nieuwe woon- en werklocaties is de bereikbaarheid met openbaar vervoer tijdig op orde, zodat de toekomstige bewoners en werknemers de mogelijkheid hebben met het openbaar vervoer te reizen. De inzet op de realisatie van een treinstation in Zuiderhage blijft, en de OV verbinding tussen het Waterfront en het Stadshart wordt hoogwaardig. d. Ten aanzien van een HOV-busverbinding tussen het NS-station en airport Lelystad wordt nog steeds ingezet op een vrijliggende busverbinding. Die vormt ook een gefaseerde hoogwaardige ov-verbinding tussen Zuiderhage en het stadscentrum van Lelystad als opmaat naar een NS station Zuiderhage. Daarnaast biedt het de mogelijkheden voor een goede hoogwaardige verbinding van Zuiderhage met Harderwijk en achterland. e. Voor bedrijventerrein waar zich een beperkt aantal zeer grote bedrijven vestigen zoals Flevokust ligt openbaar vervoer minder voor de hand vanwege de specifieke tijdstippen en doelgroepen werknemers. 6.6.4 Deelmobiliteit en ketenmobiliteit Er wordt toegewerkt naar een mobiliteitssysteem waarbij ruimte blijft voor gebruik van de auto maar deze niet meer altijd privébezit hoeft te zijn. Dit bevordert bewust autogebruik en het scheelt ruimte voor parkeerplaatsen. Waardoor deze ruimte op andere manieren ingericht kan worden, bijvoorbeeld vergroening. Daarnaast biedt ketenmobiliteit mogelijkheden voor het bevorderen van duurzame mobiliteit. Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Ruimte maken voor deelmobiliteit als onderdeel van het mobiliteitssysteem. Op dit moment zijn er al deelmobiliteit aanbieders actief in Lelystad. De ambitie is om dit aanbod in samenwerking met de Provincie Flevoland uit te breiden. De opgave is om duidelijk beleid te maken binnen welke kaders aanbieders kunnen opereren. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt. b. Ketenmobiliteit kan op grote schaal met bekende P+R concepten, zoals de hub bij Lelystad Airport businesspark waar ruimte wordt gemaakt voor parkeren van Lelystad vreemd verkeer. c. Maar er is ook differentiatie op diverse schaalniveaus en diverse vervoersvormen mogelijk. Een combinatie met een overstap op de fiets heeft daarbij veel kansen. Kleine buurthubs waar bewoners een aantal auto’s en (type) fietsen delen, wijkhubs waar elektrische deelmobiliteit wordt aangeboden voor grotere groepen mensen of het station als stadshub voor trein, bus, fiets, scooters en deelauto’s. 6.6.5 Gedifferentieerde autowegen Effecten op de inrichting van de leefomgeving a. Het netwerk van autowegen wordt meer gedifferentieerd. Doel is om doorgaand verkeer om de stad heen te leiden via de Rijks- en Provinciale wegen en de verkeersdruk op het Stadshart te verlichten en beheersen. Dit willen we doen door betere benutting van de buitenring om het doorgaand verkeer ruimte te bieden voor de bereikbaarheid van de stad en de verbindingswegen en de binnenring voor het bestemmingsverkeer daarbinnen. Dit kan ruimte bieden voor andere functies. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie wordt integraal onderzocht of en hoe deze verbindende dreven efficiënter benut kunnen worden voor andere vervoersvormen (ov en fiets) of andere functies (wonen). De drevenstructuur blijft hierbij herkenbaar en wordt toekomstbestendig ingericht. b. Om deze ontvlechting van lokale en regionale verkeerstromen mogelijk te maken én de bereikbaarheid van Lelystad vanuit de regio te vergroten, is uitbreiding van het hoofdwegennet nodig. Twee cruciale schakels moeten daarbij aangepakt worden. Op de korte termijn komt er een nieuwe zuidelijke rondweg vanaf aansluiting 9 (Lelystad Zuid), de Laan van Nieuwland die aan gaat sluiten op de verlengde Westerdreef. De met het Rijk afgesproken verbreding van de A6 tussen Almere en Lelystad is noodzakelijk voor de realisatie van de groeiambitie van Lelystad. Op de lange termijn zal de aanleg van een verkorte verbinding Houtribweg – Markerwaarddijk door de Baai van Van Eesteren perspectief bieden op betere geleiding van het regionale verkeer en het ‘ontlasten’ van de bestaande stad. c. Met het oog op een schaalsprong van de stad zien we de noodzaak om stadsbreed zorg te dragen voor passende parkeernormen. Met name in beoogd (hoog)stedelijk gebied zoals het Stadshart en de ontwikkelingen langs het Waterfront en in Zuiderhage ontstaat een hoge ruimtedruk. Om ambities zoals klimaatadaptatie, woningbouw en ruimte voor het sociaal domein hier plek te bieden, kan deze ruimtedruk verlaagd worden door het parkeren op een andere manier in te richten en ook minder aantrekkelijker te maken dan andere verkeersmodaliteiten. Van belang is dat er voldoende alternatieven aanwezig zijn en dat er onderzoek wordt gedaan naar het effect van het verlagen van de parkeernorm op de leefbaarheid, veiligheid en parkeerdruk in woonwijken. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt. 7 De visie als werkbaar instrument 7.1 Inleiding: De visie als werkbaar instrument In de voorgaande hoofdstukken zijn de ambities, keuze en effecten voor de ruimtelijke inrichting beschreven langs vijf hoofdlijnen. De hoofdlijnen van het beleid voor de fysiek leefomgeving kunnen niet los van elkaar worden gezien. Ze hangen met elkaar samen en versterken elkaar. In dit hoofdstuk geven we voor sommige overkoepelende thema’s een verdiepende toelichting. In de toelichting kunnen we keuzes uitdiepen maar kunnen we ook de samenhang tussen de hoofdlijnen van het beleid laten zien. Ook benoemen we enkele aandachtspunten en zetten specifieke maatregelen per thema uiteen. De thema’s uit deze Omgevingsvisie zullen door het college verder worden uitgewerkt in een ontwikkelstrategie en vertaald worden naar concrete maatregelen, projecten en programma’s. Dit doen we met een Uitvoeringsagenda waarin in een gelijk ritme als de P&C cyclus per jaarschijf wordt aangegeven wanneer we wat gaan doen. Op deze wijze willen we onze ambities concreet uitwerken en de uitvoeringskracht van de organisatie daarop toesnijden. De uitvoeringsagenda zal jaarlijks gemonitord worden en de raad zal jaarlijks hiervan in kennis worden gesteld. Het Smart City principe wordt als instrument ingezet om de visie waar te maken. De praktische werking hiervan zal worden opgenomen in een omgevingsprogramma. De balans tussen innovatie, duurzaamheid, leefbaarheid, digitale veiligheid en privacy is hierbij van belang. 7.2 Versterken van de bestaande stad en evenwichtige groei 7.2.1 Inleiding: Versterken van de bestaande stad en evenwichtige groei De stedelijke ontwikkeling beschrijft hoe de stad wordt gebruikt. Hierin worden de meest in het oog springende elementen belicht, zoals waar en hoe huizen worden gebouwd, welke economische centra aanwezig zijn, en waar voorzieningen, cultuur en recreatiegebieden zich bevinden. Zoals uiteengezet in de visie, wordt de groei van Lelystad benut voor een kwaliteitsverbetering van de bestaande stad. Het doel blijft om Lelystad sterker en levendiger te maken. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hierna worden de thema’s wonen, sociaal, economie, gezondheid en cultuurhistorie nog verder toegelicht. Bij stedelijke ontwikkelingen die bijdragen aan verdichten, functiemenging en circulair en klimaatadaptief bouwen, worden in een vroegtijdig stadium de risico's voor (sociale) veiligheid, brandveiligheid en gezondheid onderzocht. 7.2.2 Wonen Toelichting Lelystad bestaat op dit moment uit aantrekkelijke, suburbane, groene woonmilieus waar woningen nog relatief betaalbaar zijn. Woningen zijn veelal grondgebonden en hebben vaak grote tuinen. Inwoners waarderen de rust en ruimte in de stad, maar er wordt ook aangegeven dat er wel wat meer reuring in Lelystad mag zijn, en niet alleen voor de jongeren. Tegelijkertijd spelen er ook in de woningvoorraad een aantal problemen. Veel van de stempel-, cluster- en woonerfwijken (jaren ’70 en ’80) zijn verouderd. En de stad heeft een behoorlijk eenzijdige voorraad. Dit vraagt om investeringen in bestaande wijken en meer diversiteit aan woningen om andere doelgroepen, zoals jongeren, starters en ouderen een geschikte woning te kunnen bieden. Het liefst binnen bestaande wijken, zodat bewoners ook binnen hun sociale structuren kunnen blijven. Met deze verdichting wordt ook het draagvlak voor de (wijk)voorzieningen en beter openbaar vervoer groter. Hiermee worden win-win situaties gecreëerd, die de bestaande wijken en hiermee de stad versterken. Momenteel lopen er woningbouwprojecten in hoofdzakelijk de drie prioritaire gebieden: Stadshart, Zuiderhage, en het Waterfront. Deze plannen zullen op korte en middellange termijn een grote bijdrage gaan geven aan het aantal woningen in Lelystad. Daarnaast wordt parallel ingezet op strategisch verdichten in de stad. Zowel op plekken waar we kwaliteiten kunnen benutten, als daar waar kwaliteit benodigd is. Voorgenomen maatregelen: a. Gevarieerde woonmilieus: hierbij denken we aan een breder scala van typen woonmilieus, inrichting van gebouwen en buitenruimte, waarbij ontmoeten, (sociale) veiligheid, prettig wonen, experimenteren met functiemenging in de wijken belangrijk zijn. Het moet gericht zijn op beleefbaarheid van de wijken en het welzijn van de mensen. b. Gedifferentieerde prijsklassen met voldoende betaalbare woningen in alle wijken:
- Meer balans en variatie in de woningvoorraad, in nieuwe en oude wijken.
- Perspectief op wooncarrière binnen de wijk, betere doorstroming en versterking van sociale cohesie. Door te zorgen voor voldoende aanbod in de midden categorieën komen er meer mogelijkheden voor doorstroming en vallen (koop)starters en middeninkomens niet langer tussen wal en schip.
- Van de totale bouw van woningen in Lelystad moet twee derde van de nieuwbouwhuizen (66,6%) voor lage en middeninkomens zijn. Dat zijn woningen in de sociale huur1, middenhuur2 en betaalbare koop
- Omdat Lelystad meer sociale huurwoningen in de woningvoorraad heeft zitten dan het landelijk gemiddelde, moet van de totale bouw van woningen ook voor 40% gebouwd worden voor middeninkomens. De nieuwbouwopgave wordt dus in ieder geval gevuld met 40% betaalbare koop- en middenhuurwoningen. Het kan maar hoeft geen onderdeel te zijn van de twee derde betaalbaarheid. Het gaat om nieuwbouw, maar ook om extra woningen door optoppen, splitsen of transformatie van bijvoorbeeld kantoor naar woningen. c. Met de toenemende vergrijzing in Lelystad richten we ons op meer levensloopbestendige woningen: 50% van de nieuw te bouwen woningen moeten appartementen zijn om straks de 20% levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren:
- Geclusterd wonen inventariseren en uitbreiden;
- Zorggeschikte woningen, aanbod huurwoningen in alle prijsklassen; d. Bouwen aan en voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen zich thuis kan voelen en zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren. Dit vraagt ook om levensloopbestendige woningen. Voor mensen met een lagere zelfredzaamheid moet de woonsituatie en zorgvraag in samenhang worden bekeken. Dit vraagt om een breed scala aan woonvormen. e. Het aandeel jongerenwoningen is laag in Lelystad. We zetten ons in op het realiseren van meer betaalbare en kleinere woningen, op een voor jongeren aantrekkelijke locatie. f. We zetten in op toekomstbestendig bouwen. Dat doen we door woningen te programmeren die interessant zijn voor meerdere doelgroepen, op aantrekkelijke en passende locaties. g. Voldoende locaties voor passende oplossingen voor aandachtsgroepen, dit wordt ook in de woonzorgvisie verder uitgewerkt:
- Voor aandachtsgroepen wordt zorgvuldig gezocht naar woonruimte op passende locaties
- Passende woonvormen en maatwerk in beheer of begeleiding gericht op het type aandachtsgroep
- Voldoen aan de toenemende behoefte in kwalitatieve huisvesting voor (arbeids)migranten. Hierbij rekening houdende met de short-stay, mid-stay en long-stay behoeften. Met name de short-stay mengen lastig in reguliere wijken. Deze bijzondere (grote) vraag, vraagt om goede oplossingen en integrale afwegingen bij de economische ontwikkeling van de stad. De mid-stay en long-stay groepen moeten zo goed mogelijk geïntegreerd worden in de samenleving.
- Voldoende woonruimte voor de verschillende typen spoedzoekers op passende locaties. 1 De huurprijs is gemaximeerd op de sociale huurgrens - (Wet huurtoeslag).2 De huurprijs van middenhuurwoningen ligt tussen de sociale huurgrens (Wet huurtoeslag) en de bovengrens: maximum gereguleerde middenhuur.3 Voor 2026 is die betaalbaarheidsgrens vastgesteld op €420.
- 7.2.3 We bouwen een samenleving Toelichting Het uitgangspunt van het beleid van de gemeente Lelystad is, om de inwoners centraal te stellen. We willen niet alleen een stad met woningen bouwen, maar we bouwen aan een samenleving. De fysieke leefomgeving staat ten dienste van de stad en haar inwoners. Dit betekent dat we de inwoners centraal stellen binnen gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkeling. Hierbij hanteren we een aantal belangrijke uitgangspunten: a. Een stad bouwen waar iedereen zich thuis voelt
- Door middel van bijvoorbeeld kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke voorzieningen voor gezond stedelijk leven. We zoeken daarin ook naar mogelijkheden om verschillende initiatieven en maatregelen aan elkaar te koppelen, zodat deze samen optimaal bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving b. Brede ontplooiing van kinderen en jongeren door ruimte te creëren
- Voor spelen, bewegen, leren, verwonderen en ontspannen, en heel belangrijk: ruimte maken voor goed onderwijs c. Ontmoeten centraal stellen
- De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. Ook verbinden door ervoor te zorgen dat iedereen ertoe doet en kan meedoen. Hiervoor voldoende ruimte creëren voor maatschappelijk initiatief van inwoners en vrijwilligers, die samen activiteiten organiseren, bijv. buurtcentra, sportaccommodaties, religieuze voorzieningen, bezoeken/actief beoefenen van culturele activiteiten, etc. d. De inwoners centraal stellen in gebiedsontwikkeling
- Het samen doen, draagvlak en draagkracht creëren in de wijken voor het opzetten en ontwikkelen van (maatschappelijke) voorzieningen. Aandachtspunten Het realiseren van verdichting en nieuwe uitbreidingswijken brengt ook interne migratie op gang. Bewoners verhuizen van de ene naar de andere wijk, of de samenstelling van de wijk verandert. Sociale verbanden veranderen mee. Dat vraagt aanpassingsvermogen van bestaande en nieuwe inwoners, maar ook hulp om voor elkaar te kunnen zorgen en mee te blijven doen. a. Daarbij moeten we zoeken naar meer balans en draagkracht van de bevolking. Er zijn relatief veel mensen met een lagere sociaaleconomische status in Lelystad en er speelt overerving van armoede. Het is nodig om ongelijk te investeren, dus een focus op specifieke wijken om tot een evenwichtige groei te komen. b. Op grotere schaal is te verwachten dat een deel van de nieuwe uitbreidingswijken bewoond zullen worden door inwoners die al in de stad wonen. Dit betekent dat er een interne migratiestroom op gang komt. Dit vraagt om visie en aandacht voor de bestaande stad (nog voordat de bouw op gang komt) Doelgroepen a. Jeugd en jongeren zijn een essentiële aandachtsgroep; zonder hen is er geen stad in
- En dat vraagt een open blik op hoe we de openbare ruimte inrichten (hoe kind- of jeugdvriendelijk is Lelystad?) en wat zij nodig hebben om goed op te kunnen groeien. Er is momenteel al een tekort aan maatschappelijke voorzieningen ten opzichte van het inwoneraantal. Dat is met name te zien bij huisartsen, kinderdagverblijven en basisscholen. Bij woningbouwlocaties moet er vroegtijdig rekening gehouden worden met het meegroeien van het voorzieningenniveau. b. Een andere aandachtsgroep zijn de ouderen. Lelystad krijgt de komende periode te maken met een drie dubbele vergrijzing. Naast de vergrijzing die we in heel Nederland kennen, meer 65- plussers en ook meer 80-plussers, heeft Lelystad naar verhouding veel ouderen. De jonge gezinnen die in de jaren 60 en 70 naar Lelystad kwamen, worden tegelijkertijd ouder. Voorgenomen maatregelen: a. Ontmoeten als centraal thema in buurt en stad, zowel voor wonen, voorzieningen, sport, recreatie en cultuur. Verbeter de sociale cohesie door sociale contacten te faciliteren. b. Ontwikkelen van functies en/of voorzieningen in samenspraak met inwoners. c. Passende gezondheidszorg en welzijnsvoorzieningen bij de groei van de stad (basis op orde). d. Passend en inclusief onderwijs aansluitend op de behoeften van de stad (kwaliteiten en kansen). Ieder kind moet de mogelijkheid hebben om binnen de eigen wijk naar school te kunnen. De aanwezigheid van basisscholen in buurten en wijken draagt bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid ervan en de verbondenheid van inwoners met de buurt/wijk. Tevens draag dit bij aan duurzame mobiliteit en een autoluwe schoolomgeving. e. Veilige en groene schoolomgeving en zorglocaties:
- Inzetten op groen en verkoeling voor de jongsten en de oudsten is van groot belang.
- Groene schoolomgevingen maken het mogelijk voor kinderen om veilig en in een aantrekkelijke omgeving te spelen. Een groen schoolplein biedt ook mogelijkheden om educatie over groen en klimaat in het lesprogramma te verweven. f. Evenementen in wijk en stad dragen bij aan ontmoeting. Hierbij ligt de focus op het aansluiten op de behoefte van de inwoners. g. Leefbaarheid en veiligheid door te werken aan kwalitatieve openbare ruimte waar levendigheid is en plek voor ontmoeting. 7.2.4 Gezondheid & zorgvraag Toelichting Gezondheid heeft een sterke link met omgevingsbeleid. De afgelopen jaren met name vanuit een beschermende blik. Gezondheid komt tot uitdrukking in verschillende hoofdlijnen van het beleid in deze Omgevingsvisie. Richting de toekomst verbreden we de blik van gezondheidsbescherming naar gezondheidsbevordering: het zo inrichten van de ruimte dat gezonder leven, bewegen en eten makkelijker wordt gemaakt. Een omgeving die informeel en ontspannen ruimte geeft aan sporten, spelen, gezonde vervoermiddelen en het aanbieden van gezond eten en drinken helpt om gezondere keuzes te maken. Dit komt terug in verschillende hoofdlijnen van het beleid voor de fysieke leefomgeving, zoals de hoofdlijn bereikbare basis, stedelijke ontwikkeling, robuust natuurlijk netwerk en economische drager. We werken toe naar een omgeving waar de woonvraag en de zorgvraag meer samenhangend zijn. Op dit moment staan nog grote verzorgingshuizen in de centrumzone van de stad, maar er zal meer vragen komen naar woonruimte voor zorg- en zelfstandige woningen voor ouderen in de wijken, dichtbij wijkvoorzieningen. De ouderenzorg/woningen zullen mede als gevolg van de toenemende vergrijzing en de druk op voldoende personeel een transitie doormaken naar meer en kleinschaligere zorg in de wijken dichtbij voorzieningen met inzet van vrijwilligers en familie. Voor de mentale gezondheid en het bestrijden van eenzaamheid zijn mogelijkheden voor ontmoeten in gebouwen en openbare ruimte belangrijk. Voorgenomen maatregelen rondom het thema gezondheid: a. Koppel gezondheid aan sport en beweging, ontmoeten in wijken waar mensen een gezonde leefomgeving het hardst nodig hebben, creëer in nieuwbouw extra ruimten voor ontmoeten en natuur.
- Het sturen op gezondheid maakt onderdeel uit van (binnenstedelijke) gebiedsontwikkeling. Dit is ook een belangrijk aandachtspunt in de bestaande stad. Hierbij gaat het om mogelijkheden voor ontmoeten, sporten en bewegen in de wijk aantrekkelijk te maken. b. Creëer een gezonde en beweegvriendelijke omgeving.
- Wandelen en fietsen als prioritaire vervoerswijzen: herkenbaarheid, inclusiviteit en sociale veiligheid verbeteren. En snelfietspaden tussen belangrijke gebieden.
- Sport, spel en ontspanning in de woonomgeving, natuurspeelplaatsen, wandel- en hardlooprondjes door de wijken.
- Gezond eten en drinken stimuleren (bijvoorbeeld watertappunten en schooltuintjes) en ongezond gedrag ontmoedigen (fastfood etc.).
- Meer ontmoetingsplekken.
- Goed faciliteren van sportverenigingen voor huisvesting met een aantrekkelijke omgeving die goed en veilig bereikbaar is voor langzaam verkeer.
- Richten op breedtesport als voorbeeldfunctie om anderen te stimuleren ook te gaan sporten en als ontmoetingsplek.
- Voldoende koele verblijfsplekken, schaduw en groen in de direct omgeving om hittestress te voorkomen. c. Voorzieningen, mobiliteit en hulp toegankelijk en laagdrempelig maken.
- Laagdrempelige en bereikbare zorg- en welzijnsvoorzieningen, gecombineerd met andere voorzieningen in de wijk maken ondersteuning dichtbij toegankelijk.
- Nieuwe wijken of bij groot onderhoud inclusief (voor iedereen) ontwerpen. Rekening houden met bijvoorbeeld mensen met een fysieke beperking of dementie en een toegankelijk OV. 7.2.5 Cultuurhistorie Toelichting Lelystad is een jonge stad. Maar juist in de ontstaansgeschiedenis als New Town op nieuw aangewonnen land, zitten bijzondere verhalen die sterk gekoppeld zijn aan de Nederlandse identiteit rondom het beheersen van het water. In het cultuurbeleid van Lelystad wordt onderscheid gemaakt tussen drie ontwikkelingsfases: de inpoldering van de Flevopolder, de modernistische stad en de volwaardige stad. Werkeiland Lelystad was het eerste bewoonde deel van het nog niet ingepolderde Oostelijk Flevoland en is nu onderdeel van de wijk Lelystad-Haven. Erfgoed draagt bij aan de eigenheid van een plek en kan een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en identiteit van de stad. Het behouden en benutten van jong erfgoed in Lelystad is essentieel om deze verhalen te kunnen vertellen en de stad een steeds stevigere basis te geven. Om dit te waarborgen, is onder meer de erfgoedverordening opgesteld, die richtlijnen geeft voor de omgang met gemeentelijke monumenten. Daarnaast wordt erfgoed benut als inspiratie bij de (fysieke) ontwikkeling van de stad. Door inwoners en bezoekers actief bij erfgoed te betrekken wordt de bewustwording over de ontstaansgeschiedenis gestimuleerd. Wetgeving betreffende archeologische monumentenzorg vereist dat archeologische waarden vanaf het begin worden meegenomen in de ruimtelijke ordening. De beleidsadvieskaart dient als basis voor het archeologiebeleid. Het is belangrijk om de integriteit van archeologische resten in de bodem te behouden, de resultaten van archeologisch onderzoek toegankelijk te maken voor het publiek,keuzes te maken over, en een vrijstellingsmogelijkheid te bieden voor, bodemverstorende activiteiten. Voorgenomen maatregelen rondom het thema cultuurhistorie Het college bereidt een kadernota erfgoedbeleid voor waarmee de gemeenteraad keuzes kan maken over de omgang met ondergronds en bovengronds erfgoed en de wijze waarop de thema’s behouden, benutten/beleven en betrekken vorm krijgen. De kaders worden uitgewerkt in activiteiten en maatregelen die kunnen worden opgenomen in een omgevingsprogramma. 7.3 Natuurlijk Raamwerk 7.3.1 Inleiding: Natuurlijk Raamwerk In het natuurlijk raamwerk wordt het gehele groen-blauwe systeem opgenomen waarop Lelystad gebouwd is. Alle zichtbare natuur en waterstructuren, maar ook de onzichtbare elementen in de bodem en in het ecosysteem. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk raamwerk een belangrijke basis. Hierin zit de kracht en de ruimte om te groeien naar een klimaatbestendige, gezonde en natuurlijke stad. De basis daarvoor is ruimschoots aanwezig. Lelystad is ontworpen als stad waar veel groen en water nabij te vinden is. Het is daarmee zelfs één van de