Reglement organisatie Raadsdomein gemeente Kampen 2026De raad van de gemeente Kampen; gelezen het voorstel van het presidium van 2 februari 2026, kenmerk 7542-2026; gelet op de artikelen 16, 82, 83, 8
4, 107 tot en met 107e en 156 van de Gemeentewet en afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen het volgende reglement: Reglement organisatie Raadsdomein gemeente Kampen 2026 Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit reglement wordt verstaan onder: amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; griffier: griffier van de raad of diens vervanger; initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel; inwoner: ingezetene van de gemeente Kampen; motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken, of waar mee de raad wordt voorgesteld een besluit te nemen waarvoor een initiatiefvoorstel niet passend is; subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft; voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering; voorzitter: de voorzitter van de raad, raadscommissie of diens vervanger. Hoofdstuk2Commissies voor de interne organisatie Artikel2Het presidium Er is een commissie van advies aan de raad zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, genaamd het Presidium. Het presidium bestaat uit de plaatsvervangend raadsvoorzitter en de vaste commissievoorzitters. Het presidium wordt ondersteund door de griffier en een plaatsvervanger (secretariaat). De raadsvoorzitter heeft als adviseur van het presidium toegang tot alle vergaderingen. De plaatsvervangend voorzitter van de raad is de voorzitter van het presidium. De voorzitter van het presidium nodigt de gemeentesecretaris uit voor het presidium om indien nodig inbreng te leveren vanuit de ambtelijke organisatie en de directie. Een commissievoorzitter wordt bij zijn afwezigheid in het presidium vervangen door de plaatsvervangend commissievoorzitter. De voorzitter van het presidium en de commissievoorzitters hebben ieder één stem in het presidium. De vergaderingen van het presidium vinden achter gesloten deuren plaats en zijn niet openbaar. Artikel3Taken en werkzaamheden presidium Het presidium is belast met de volgende taken: het voorbereiden van de raads- en commissieagenda’s, waaronder begrepen het voorlopig vaststellen van de agenda’s voor de raadsvergadering, de commissievergaderingen en beeldvormende commissiebijeenkomsten; het voorbereiden van een jaaragenda van de raad; het voorbereiden van voorstellen aan de raad over de werkwijzen van de raad en raadscommissies; het opstellen van een vergaderrooster voor de raad, de raadscommissies en de beeldvormende bijeenkomsten voor de raadscommissies; het voorbereiden van voorstellen aan de raad voor de begroting van de raad en de griffie; het voorbereiden van de periodieke evaluatie van het samenwerkingsdualisme. Artikel4Fractievoorzittersoverleg Er is een commissie van advies aan de raad zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, genaamd het Fractievoorzittersoverleg. Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de fractievoorzitters – of hun plaatsvervangers –, de plaatsvervangend raadsvoorzitter en wordt ondersteund door de griffier. De raadsvoorzitter is voorzitter van het fractievoorzittersoverleg. Op verzoek van de voorzitter of tenminste drie fractievoorzitters komt het fractievoorzittersoverleg bijeen. De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg vinden achter gesloten deuren plaats en zijn niet openbaar. Artikel4aTaken en werkzaamheden fractievoorzittersoverleg Het fractievoorzittersoverleg heeft de volgende taken: overleg over bijzondere aangelegenheden; met het presidium regelmatig evalueren van de samenwerking tussen raad en college; het stimuleren van een transparante bestuurscultuur in overeenstemming met gedragscodes; het houden van klankbordgesprekken met de burgemeester. Hoofdstuk3Commissie voor het werkgeverschap griffie(
- r)Artikel5Instelling, taken en bevoegdheden werkgeverscommissie Er is een bestuurscommissie zoals bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet, genaamd de Werkgeverscommissie. Aan de in het eerste lid genoemde commissie worden de bevoegdheden gedelegeerd die rechtstreeks voortvloeien uit de Ambtenarenwet, de op deze wet gebaseerde en door de raad vastgestelde rechtspositionele voorschriften en de artikelen 107 tot en met 107e Gemeentewet. Uitzondering hierop is dat de bevoegdheden als bedoeld in artikel 107, 107a, tweede lid, 107d, eerste lid en 107 e, eerste lid van de Gemeentewet met betrekking tot aanwijzing, schorsing en ontslag griffier, de vaststelling van de instructie griffier, de vervanging van de griffier en de vaststelling van de organisatieverordening niet worden gedelegeerd. De werkgeverscommissie oefent het werkgeverschap uit ten aanzien van de griffier en de overige op de griffie werkzame ambtenaren, zoals die door de raad aan haar zijn gedelegeerd. Tot de bevoegdheid van de werkgeverscommissie behoren ook de voorbereiding en uitvoering van de overige tot het werkgeverschap van de raad behorende besluiten en regelingen. De werkgeverscommissie kan de aan haar overgedragen bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel mandateren aan de griffier. Artikel6Samenstelling werkgeverscommissie De werkgeverscommissie bestaat uit een voorzitter, zijnde de plaatsvervangend voorzitter van de raad, en twee andere leden uit de raad, bij voorkeur afkomstig uit de coalitie en de oppositie. De plaatsvervangend voorzitter is vanuit zijn functie lid van de werkgeverscommissie. De twee andere leden van de werkgeverscommissie worden door de raad uit zijn midden benoemd voor de duur van de zittingsperiode van de raad. Het lidmaatschap van de werkgeverscommissie eindigt: op eigen verzoek. Het lid doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat in als de opvolger door de raad is benoemd; indien het lid aftreedt als lid van de raad; indien de raad van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de werkgeverscommissie te vervullen. De voorzitter van de raad kan worden uitgenodigd om in de vergadering van de werkgeverscommissie aanwezig te zijn en optreden als informant en/of adviseur. Artikel7Taken voorzitter werkgeverscommissie De voorzitter draagt in ieder geval zorg voor: het tijdig en periodiek bijeenroepen van de werkgeverscommissie; het leiden van de vergaderingen; het doen naleven van dit Reglement; het ondertekenen van de stukken en de besluiten die van deze commissie uitgaan, alsmede het zorg dragen voor de uitvoering van de besluiten van de werkgeverscommissie; het fungeren als schakel tussen de werkgeverscommissie en de griffier als eerstverantwoordelijke voor de personele en organisatorische zaken van de griffie. Artikel8Ondersteuning van de commissie De griffier of een door deze aan te wijzen functionaris staat de werkgeverscommissie terzijde, draagt zorg voor het secretariaat en maakt met het college of de secretaris afspraken over ondersteuning. Artikel9Besluitvorming Besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, uitgebracht door de leden zoals bedoeld in artikel 6. Besluiten worden alleen genomen indien in de vergadering meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel10Openbaarheid en verslaglegging De vergaderingen van de commissie vinden plaats achter gesloten deuren en zijn niet openbaar. De griffier draagt zorg voor het opstellen van een besluitenlijst van elke vergadering. De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering van de werkgeverscommissie definitief vastgesteld. Artikel11Vergaderfrequentie De werkgeverscommissie vergadert tenminste driemaal per jaar en voorts zo vaak als door de voorzitter of één van de leden nodig wordt geacht. Artikel12Verantwoording De werkgeverscommissie brengt jaarlijks verslag uit aan de raad van haar werkzaamheden en bevindingen. Hoofdstuk4Auditcommissie Artikel13De commissie en begripsbepalingen Er is een commissie van advies aan de raad zoals bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet, genaamd de Auditcommissie. Onverminderd het bepaalde in artikel 1, wordt in dit hoofdstuk verstaan: accountant: de in de Controleverordening gemeente Kampen bedoelde accountant die belast is met de controle op de in artikel 197 van de Gemeentewet bedoelde jaarrekening; college: het college van burgemeester en wethouders; commissie: de auditcommissie; controleprotocol: het controleprotocol voor de accountantscontrole op de jaarrekening; controleverordening: controleverordening van de gemeente Kampen op grond van artikel 213 van de Gemeentewet; onderzoeken van het college: de onderzoeken van het college op grond van artikel 213a van de Gemeentewet; raadscommissie: de commissie Raadsbrede vraagstukken & Bestuur; Rekenkamer: de Rekenkamer van de gemeente Kampen als bedoeld in artikel 81a van de Gemeentewet; voorzitter: de voorzitter van de auditcommissie. Artikel14Doel auditcommissie De commissie is belast met advisering aan en overleg voeren namens de raad over alle activiteiten die van belang zijn voor een goede beheersing op het gebied van rechtmatigheid en doelmatigheid, alsmede het kunnen vervullen van diens toezichthoudende en controlerende bevoegdheid. Artikel15Taken en bevoegdheden auditcommissie Om het in artikel 14 geformuleerde doel te realiseren heeft de commissie in ieder geval de navolgende taken en bevoegdheden: de commissie adviseert over het Programma van Eisen voor de aanbesteding van de accountantscontrole en bereidt het aanbestedingstraject voor van het contract met de accountant; de commissie doet een voordracht aan de raad voor een aan te wijzen accountant; voorafgaand aan de accountantscontrole vindt afstemmingsoverleg plaats tussen de commissie en de accountant met de mogelijkheid om specifieke aandacht te besteden aan bepaalde posten of organisatieonderdelen; de commissie adviseert over het vast te stellen controleprotocol; de commissie bespreekt met de accountant zijn rapport van bevindingen over de interim-controle en de controle van de jaarrekening en brengt hierover advies uit aan de raad; de commissie evalueert de werkzaamheden van en met de accountant en adviseert hierover indien nodig de raad; de commissie adviseert over de overige door de accountant ten behoeve van de raad uitgebrachte adviezen; de commissie bevordert dat de raad inzicht krijgt in de wijze waarop door het college de aanbevelingen van de accountant voortvloeiend uit de jaarrekening- en de interim-controle worden uitgevoerd; de commissie fungeert als klankbordgroep voor de Rekenkamer over de planning en uitvoering van haar werkzaamheden; de commissie treft de voorbereidingen voor het doen van een voordracht aan de raad bij de vervulling van een vacature in de Rekenkamer. Haar werkzaamheden daartoe stemt zij af met de Rekenkamer; de commissie bevordert dat de raad inzicht krijgt in de wijze waarop door het college de door de raad vastgestelde aanbevelingen van de Rekenkamer worden uitgevoerd; de commissie voert overleg over de afstemming van de onderzoeken door de accountant, de Rekenkamer en het college; de commissie adviseert de raad over de mogelijke verbetering van de planning- en control-instrumenten; de commissie adviseert de raad over de verordeningen op grond van artikel 212, 213, 213a van de Gemeentewet, alsmede de daarin opgenomen periodieke beleidsproducten; de commissie adviseert de raad over de verordening betreffende de Rekenkamer; de commissie adviseert de raad over de teksten in dit reglement betreffende de Auditcommissie. Artikel16Samenstelling auditcommissie De commissie wordt als volgt samengesteld: de commissie bestaat uit tenminste vijf leden; de (plaatsvervangende) leden zijn lid van de gemeenteraad of lid van de raadscommissie; de fracties in de gemeenteraad kunnen elk één lid en één plaatsvervangend lid voordragen. De raad benoemt de leden en de plaatsvervangende leden van de commissie. De commissie benoemt uit haar midden een voorzitter. De griffier of een door de griffier aan te wijzen raadsadviseur is adviseur van de commissie en coördineert haar ondersteuning. De commissie kan interne en externe adviseurs verzoeken de vergadering bij te wonen en advies uit te brengen aan de commissie. De commissie kan andere raadsleden of leden van een raadscommissie uitnodigen de vergadering bij te wonen voor advies aan de commissie. Artikel17Zittingsduur De benoeming geschiedt voor de zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen. Het lidmaatschap van de commissie vervalt door het niet meer voldoen aan het vereiste in artikel 16 lid 1 sub b, door ontslagname of door een met redenen omkleed besluit van de raad. Artikel18Taken van de voorzitter auditcommissie De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de taken en bevoegdheden en het bevorderen van zorgvuldige advisering over commissieaangelegenheden. De voorzitter wordt daarbij ondersteund door de griffier of één van zijn plaatsvervangers. Artikel19Vergaderingen, quorum, besluitvorming en verslaglegging De commissie vergadert minimaal vier maal per jaar of zo vaak als zij nodig acht, ter bespreking van de in artikel 15 genoemde taken. De vergadering van de commissie gaat door als bij aanvang tenminste de helft van de leden aanwezig is. De vergaderingen van de commissie vinden plaats achter gesloten deuren en zijn niet openbaar, tenzij de commissie anders bepaalt. In haar adviezen en voorstellen aan de raad streeft de commissie naar consensus. Indien er een minderheidsstandpunt is wordt daarvan (met redenen omkleed) melding gemaakt. Van iedere vergadering wordt een besluitenlijst gemaakt onder verantwoordelijkheid van de griffier. De besluitenlijst wordt vastgesteld door de commissie. Artikel20Informatie en adviezen raad De commissie informeert de raad periodiek via de raadscommissie over haar werkzaamheden. De adviezen van de commissie zijn gericht aan de raad en worden aangeboden aan de raadscommissie. Hoofdstuk5Raadslid, wethouder en fractie Artikel21Onderzoek geloofsbrieven; beëdiging Bij elke toelating tot de raad van een of meer nieuwe leden stelt de raad een commissie in bestaande uit drie leden van de raad. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces-verbaal van het (centraal)stembureau. De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit. In het verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Na een raadsverkiezing roept de voorzitter de toegelaten leden van de raad op om in de eerste vergadering van de raad in nieuwe samenstelling, bedoeld in artikel 18 van de Gemeentewet, de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid van de raad op voor de vergadering van de raad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Artikel21aBenoeming wethouders Een kandidaat wethouder kan worden voorgedragen nadat zijn geloofsbrieven zijn onderzocht en de kandidaat in een besloten kennismaking door de raad is gehoord. Voor het geloofsbrievenonderzoek stelt de raad een commissie ‘Geloofsbrieven wethouders’ in, bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of de benoeming van de kandidaat-wethouder voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de wet. De commissie brengt advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Indien de commissie niet unaniem is in zijn oordeel, wordt hiervan melding gemaakt in het advies. Voorafgaand aan de benoeming van een kandidaat-wethouder wordt een risicoanalyse integriteit uitgevoerd door een extern bureau. Het doel van de risicoanalyse integriteit is het inventariseren van de risico’s die de kandidaat-wethouder loopt op relationeel, financieel en functioneel gebied, zodat beheersmaatregelen getroffen kunnen worden. De gemeenteraad wijst de burgemeester aan als gedelegeerd opdrachtgever voor de risicoanalyse. De fractievoorzitters van de fracties die een kandidaat-wethouder voor benoeming willen voordragen, informeren de burgemeester hierover vertrouwelijk in een zo vroeg mogelijk stadium. De kandidaten ontvangen van het bureau informatie over de te doorlopen procedure en de wijze waarop het bureau met de gegevens van de kandidaat omgaat. De kandidaat wordt in de gelegenheid gesteld om te reageren op de concept-rapportage. Het bureau benoemt in de rapportage beheersmaatregelen, aandachtspunten en eventuele aanbevelingen. Het bureau deelt de definitieve rapportage met de kandidaat en met de burgemeester. Deze volledige rapportage wordt niet verder gedeeld. De burgemeester deelt de conclusies, beheersmaatregelen en aandachtspunten ten aanzien van de kandidaat-wethouders die voor benoeming worden voorgedragen onder geheimhouding met de gemeenteraad. Indien de kandidaat op basis van de risicoanalyse integriteit besluit zich terug te trekken, wordt er door de burgemeester, griffier en het bureau geen enkele informatie over de kandidaat gedeeld met de gemeenteraad. De rapportage van de risicoanalyse integriteit wordt gedurende de hele bestuursperiode bewaard door zowel bureau als burgemeester. Indien er sprake is van een (al dan niet tijdelijke) burgemeesterswissel, wordt de rapportage van de kandidaat gedeeld met de nieuwe burgemeester. Artikel22Fractie De leden van de raad, die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij de aanvang van de zitting als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd. Wanneer boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst, voert de fractie in de raad deze aanduiding als naam. Indien geen aanduiding boven de kandidatenlijst was geplaatst, deelt de fractie in de eerste vergadering van de raad aan de voorzitter mee welke naam deze fractie in de raad wil voeren. Een naam van een fractie voldoet aan de eisen uit artikel G3 van de Kieswet. De namen van degenen die als voorzitter van de fractie en als diens plaatsvervanger optreden worden zo spoedig mogelijk doorgegeven aan de voorzitter. Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter indien: twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie. Als dit leidt tot een naamswijziging van een fractie wordt de nieuwe naam schriftelijk aan de voorzitter meegedeeld. Het derde lid is daarbij van toepassing. Met de onder het vijfde en zesde lid beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na ontvangst van de mededeling daarvan. Artikel22aZelfstandig lid of zelfstandige groep Er wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter indien: één of meer leden van een fractie respectievelijk als zelfstandig lid of zelfstandige groep gaan optreden; twee of meer zelfstandige leden als één zelfstandige groep gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een zelfstandig lid of zelfstandige groep. Een zelfstandig lid of zelfstandige groep bedoeld in het eerste lid, wordt aangeduid als: lid, gevolgd door van de achternaam van het betreffende lid, indien het één lid van de raad betreft; groep, gevolgd door achternamen van de betreffende leden van de raad, indien het meerdere leden betreft. Indien voor aanvang van de eerste zitting van de raad, als bedoeld in artikel 18 Gemeentewet, een schriftelijke mededeling wordt gedaan aan de voorzitter, als bedoeld in lid 1, wordt dit zelfstandig lid of deze zelfstandige groep beschouwd als een fractie als bedoeld in artikel 22 van dit reglement. Met de onder lid 1 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Hoofdstuk6De raadscommissies Artikel23Instelling raadscommissies De raad stelt de volgende raadscommissies, zoals bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet, in: Samenleven; Ruimte; Raadsbrede vraagstukken en Bestuur. De sectorale raadscommissie Samenleven adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: Sociaal domein; Welzijnszaken; Onderwijszaken; Volksgezondheid; Bewegen en sport; Kunst en cultuur. Openbare orde en veiligheid De sectorale raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: Ruimtelijke ordening, volkshuisvesting en milieu; Duurzaamheidsopgave/energietransitie; Economische zaken (incl. recreatie en toerisme); Verkeer, water en wegen; Grondzaken; Groen en gebouwen; Beheer en openbare ruimte. De raadscommissie Raadsbrede vraagstukken en Bestuur adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: Planning & Control; Regionale/lokale ontwikkeling: Strategische koersbepaling of herijking daarvan; Strategisch beleid met invloed op meerdere beleidsterreinen (bijv. woonopgave); Omgevingsvisie; Grote gebiedsvisies; Doorontwikkeling bestuurlijke processen; Participatie/inwonerbetrokkenheid; Publiekszaken; Bestuurlijke en juridische zaken; Financieel technische zaken; Personeel en organisatie. Indien onduidelijk is in welke commissie een onderwerp hoort of indien de vergaderplanning hierom vraagt, bepaalt het presidium welke raadscommissie het onderwerp behandelt. Artikel24Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel ter voorbereiding van besluitvorming; het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur; naar aanleiding van het genoemde in lid c, wensen en bedenkingen kenbaar maken aan het college of de burgemeester of aandachtspunten meegeven voor uitwerking van beleidsvoorstellen of voorbereiding van beslissingen door de raad. Voor een goede vervulling van haar taken kan een commissie in ieder geval: oriënterende gesprekken voeren met de burgers, belangengroepen en instellingen over majeure onderwerpen; beeldvormende (informatie) bijeenkomsten organiseren; hoorzittingen houden; werkbezoeken afleggen; externe deskundigen inschakelen. Artikel25Samenstelling Elke fractie neemt als volgt deel aan de vergaderingen van de drie raadscommissies: fracties bestaande uit meer dan 5 leden: met maximaal 3 leden; fracties bestaande uit 3 tot en met 5 leden: met maximaal 2 leden; fracties bestaande uit 1 of 2 leden: met maximaal 1 lid. Per agendapunt is het voor fracties mogelijk om van vertegenwoordiging te wisselen. Alle raadsleden zijn lid van alle drie de commissies. Daarnaast kunnen in plaats van leden van de raad maximaal drie niet-raadsleden door een fractie worden voorgedragen als lid de raadscommissies. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 , 15 eerste lid en 28, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid-niet-raadslid van een raadscommissie. Voor de commissieleden die geen raadslid zijn kan het fractievoorzittersoverleg, op voorstel van de raadsvoorzitter en de griffier, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 15, eerste lid, aanhef en onder d van de wet. Het betreffende besluit van het fractievoorzittersoverleg wordt geplaatst op de lijst van ingekomen stukken van de eerstvolgende raadsvergadering. Artikel26Voorzitter commissie De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. Een voorzitter is, op het moment dat hij als voorzitter fungeert, geen lid van de raadscommissie. De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van dit reglement hetgeen dit reglement hem verder opdraagt. Als een voorzitter of zijn plaatsvervanger een vergadering (deels) niet kan voorzitten, beslist het presidium wie uit zijn midden de voorzitter vervangt. Artikel27Zittingsduur en vacatures De zittingsperiode van een lid en de voorzitter eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de raad. De raad installeert commissieleden niet zijnde raadsleden op voorstel van de voorzitter van de desbetreffende raadsfractie. Een lid houdt op lid te zijn van een raadscommissie indien hij niet meer voldoet aan de in artikel 25, vierde lid, gestelde eisen. Onverminderd het bepaalde in het vorige lid, houdt het lidmaatschap van een commissielid niet zijnde raadslid op in de volgende gevallen: door ontslagname in de vorm van een daartoe opgestelde brief aan de raadsvoorzitter; door een ontslagbesluit van de raad op verzoek van de voorzitter van de desbetreffende raadsfractie; als de betreffende fractie niet meer in de raad is vertegenwoordigd blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad. Dan vervalt het lidmaatschap van rechtswege. De raad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan. De voorzitter en zijn plaatsvervanger kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. Indien door overlijden of ontslag van de voorzitter of zijn plaatsvervanger een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 26, eerste lid. Artikel28Griffier en commissiegriffier De griffier wijst ter ondersteuning van iedere raadscommissie een medewerker van de griffie aan als commissiegriffier. De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. Bij verhindering van de commissiegriffier wijst de griffier een vervanger aan. Dit is en andere medewerker van de griffie of een, in samenspraak met de gemeentesecretaris gekozen, ambtenaar. De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. De commissievoorzitter kan de (commissie-)griffier uitnodigen aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel29Aanwezigheid college, burgemeester en gemeentesecretaris De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de gemeentesecretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Artikel30Vergaderdag en -frequentie In de regel vinden beeldvormende bijeenkomsten van alle raadscommissies plaats op de twee donderdagen voorafgaand aan de oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissies. In de regel vinden de oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissie: Samenleven plaats op de dinsdag; Ruimte plaats op de woensdag; Raadsbrede vraagstukken & Bestuur plaats op de donderdag. De beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissies beginnen om 19:30 uur. Oordeelsvormende vergaderingen vinden plaats in het gemeentehuis. Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken bij het presidium. Het presidium kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hierover wordt overleg gevoerd met de griffier. Artikel31Oproep De voorzitter zendt ten minste zes dagen voor een vergadering de leden een oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waarop een verplichting tot geheimhouding rust, worden tegelijkertijd met de oproep gepubliceerd op de gemeentelijke website. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 32, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering gepubliceerd op de gemeentelijke website. Artikel32De agenda In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel33Publicatie en ter inzage leggen van stukken Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de oproep digitaal beschikbaar gesteld. Indien na het verzenden van de oproep stukken gepubliceerd worden, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Een origineel van een aangeboden stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. Indien voor stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, berusten deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder de griffie en verleent de griffie een lid van de commissie inzage. Artikel34Openbare kennisgeving De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel 36. Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Artikel35Opening vergadering De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de oproep is gelegen. Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel36Spreekrecht inwoners Inwoners en vertegenwoordigers van in de gemeente Kampen gevestigde bedrijven, instellingen en verenigingen kunnen gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Het woord kan niet gevoerd worden over: een besluit van het gemeentebestuur waartegen beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, mailadres en telefoonnummer alsook het onderwerp en de strekking van de woordvoering. In bijzondere gevallen kan de voorzitter afwijken van de hiervoor genoemde termijn. Het spreekrecht wordt gekoppeld aan de behandeling van het onderwerp waarop wordt ingesproken. De commissie kan besluiten de onderwerpen waarvoor zich insprekers hebben gemeld, eerst te behandelen. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De spreker wordt uitgenodigd in de vergaderkring plaats te nemen en krijgt maximaal vijf minuten het woord om zich tot de commissie te wenden. De voorzitter kan in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd. Zijn er meerdere insprekers voor hetzelfde onderwerp, dan is de volgorde van aanmelden bepalend. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen, waarbij interrupties of vervolgvragen niet zijn toegestaan. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. Artikel37Digitaal verslag en besluitenlijst De commissiegriffier draagt zorg voor een digitale beeld- en geluidsopname van de oordeelsvormende commissievergadering. Hij maakt van het verhandelde tijdens de vergadering een besluitenlijst. Van beeldvormende bijeenkomsten wordt geen verslag gemaakt. Zo mogelijk worden wel digitale beeld- en geluidsopnamen gemaakt en worden deze samen met presentaties openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. In het geval van technische calamiteiten draagt de commissiegriffier zorg voor een samenvattend verslag van de oordeelsvormende commissievergadering. Ook draagt hij er zorg voor dat een digitale geluidsopname in het archief wordt opgenomen. De digitale beeld- en geluidsopname is via de website te bekijken en te beluisteren. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. De besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de oproep als beschreven in artikel 31. De leden, de voorzitter, de burgemeester en de wethouders hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de raad te doen als de besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot wijziging dient voor 12.00 uur op de dag van de eerstvolgende commissievergadering bij de commissiegriffier te worden ingediend. De besluitenlijst bevat tenminste: de namen van de voorzitter, de commissiegriffier, de ter vergadering aanwezige leden, de wethouders en de leden die afwezig waren; in het geval overige personen het woord hebben gevoerd (als omschreven in artikel 44), dan worden ook die namen vermeld; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de daarbij getrokken conclusies, de door burgemeester en wethouders gedane toezeggingen en de gemaakte afspraken; de onderwerpen die tijdens de rondvraag aan de orde zijn gesteld. De besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. Artikel38Spreekregels en volgorde sprekers Per agendapunt wijst elke fractie één woordvoerder aan die namens de fractie het woord voert. Een lid, de voorzitter, de burgemeester, een wethouder en de gemeentesecretaris spreken vanaf hun plaats of het spreekgestoelte en richten zich tot de voorzitter. Een lid, de burgemeester, een wethouder of de gemeentesecretaris, voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer het woord wordt gevraagd over de orde van de vergadering. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de in het eerste lid genoemde personen vanaf een andere plaats spreken. Artikel39Aantal spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en interrupties. Artikel40Spreektijd De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid besluiten over de spreektijd van de leden. Artikel41Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Ieder commissielid heeft daarbij één stem. Artikel42Handhaving orde; schorsing Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord, tenzij: de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. Indien een spreker zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, persoonlijke beschuldigingen uit, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de spreker hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel43Beraadslaging De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel44Deelname aan de beraadslaging door anderen De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel45Advies aan raad Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. In het advies worden de standpunten van alle fracties opgenomen. Artikel46Besloten vergadering algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel47Verslaglegging besloten vergadering en besloten deel openbare vergadering Een besloten (deel van
- de)vergadering is niet via de website te bekijken en te beluisteren. Ook niet achteraf. Wel draagt de commissiegriffier er zorg voor dat een videoverslag aan het archief wordt aangeboden. Van dit besloten deel maakt de griffier een afzonderlijk beknopt schriftelijk verslag dat in principe afdoende moet zijn. Dit beknopt schriftelijk verslag ligt in de aanloop naar de volgende commissievergadering ter inzage bij de griffie. In de volgende vergadering wordt ook beknopt schriftelijk verslag van de besloten vergadering of van een besloten deel van de openbare vergadering vastgesteld. Desgewenst gebeurt dit opnieuw in beslotenheid. Op dit beknopt schriftelijk verslag is artikel 37, vijfde, zesde en zevende lid van toepassing. Artikel48Geheimhouding en opheffing geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie of de verplichting tot geheimhouding omtrent het verhandelde tijdens de besloten vergadering al dan niet wordt opgeheven. Indien de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de verplichting tot geheimhouding op te heffen wordt daarover in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Dit overleg blijft uit als de raadscommissie te kennen heeft gegeven hier geen behoefte aan te hebben. Artikel49Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren en zo nodig andere toehoorders, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel50Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel51Gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen De aanwezigen in de vergaderzaal dienen tijdens de vergadering het geluid van hun mobiele communicatiemiddelen af te zetten. Meegebrachte communicatiemiddelen mogen ook geen andere geluiden produceren. Hoofdstuk7De raadsvergadering Artikel51aDe voorzitter De voorzitter is belast met: het leiden van de vergadering; het handhaven van de orde; het doen naleven van het reglement van orde; wat de wet of dit reglement hem verder opdraagt. De raad benoemt een eerste en tweede plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden. Bij afwezigheid van zowel de voorzitter als de plaatsvervangend voorzitters wordt de raad voorgezeten door één van de leden die door de raad wordt gekozen als plaatsvervangend voorzitter. Artikel51bDe griffier De griffier is elke raadsvergadering aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt de griffier vervangen door een door de raad daartoe aangewezen plaatsvervangend griffier. De griffier kan, als hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen. Artikel52Vergaderfrequentie De vergaderingen van de raad vinden in de regel eens in de vier weken plaats op donderdag, vangen aan om 19:30 uur en worden gehouden in het gemeentehuis. De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg in het presidium. Artikel53Oproep De voorzitter zendt ten minste zes dagen voor een vergadering de leden van de raad een oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de informatie waarop de verplichting tot geheimhouding berust, worden tegelijkertijd met de oproep aan de leden van de raad gepubliceerd op de gemeentelijke website. Artikel54Agenda In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken openbaar gemaakt op de gemeentelijk website. Bij aanvang van de vergadering stelt de raad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de raad of de voorzitter kan de raad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. Tijdens de vergadering kan de raad in spoedeisende gevallen besluiten een onderwerp aan de agenda toe te voegen. Wanneer de raad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraadslaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het college nadere inlichtingen of advies vragen. Op voorstel van een lid van de raad of van de voorzitter kan de raad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel55Beschikbaar stellen van stukken Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep digitaal beschikbaar gesteld. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Een origineel van een aangeboden stuk wordt niet buiten het gemeentehuis gebracht. Indien omtrent stukken op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding is opgelegd, berusten deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder de griffie en verleent de griffie de leden van de raad inzage. Artikel56Openbare kennisgeving De vergadering wordt door aankondiging in één of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op de voor afkondigingen in de gemeente gebruikelijke wijze en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. De openbare kennisgeving vermeldt: de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij de vergadering behorende stukken kan inzien. De voorlopige agenda en de daarbij behorende raadsvoorstellen worden op de website van de gemeente geplaatst. Artikel57Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van de raad de presentielijst. Raadsleden die na aanvang van de vergadering binnenkomen of vóór sluiting de vergadering verlaten stellen de voorzitter daarvan in kennis. Aan het einde van elke vergadering wordt de presentielijst door de voorzitter en de griffier door ondertekening vastgesteld. Artikel58Zitplaatsen De voorzitter, de leden van de raad en de griffier hebben een vaste zitplaats in hetzij de binnenring hetzij de buitenring van de raadzaal. De voorzitter wijst de zitplaatsen aan na overleg in het presidium. Leden van de raad worden beurtelings ingedeeld op hun zitplaats in de binnenring en de buitenring. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium. De voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de wethouders, gemeentesecretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd. Artikel59Opening vergadering; quorum Voorafgaand aan de vergadering spreekt de voorzitter of een raadslid het volgende formuliergebed uit: “Almachtige God, door U regeren de overheden. Wij bidden U, dat Gij ons, die Gij geroepen hebt tot het bestuur en de verzorging van deze gemeente Uw zegen wilt schenken. Geef ons wijsheid en voorzichtigheid, opdat onze besluiten mogen strekken tot Uw eer en tot welzijn onzer gemeente. Hoor ons om Jezus’ wil. Amen.“ De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien daarvoor door de wet vereiste aantal leden van de raad blijkens de presentielijst aanwezig is. Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, met inachtneming van artikel 20 lid 2 van de Gemeentewet. Artikel60Primus bij hoofdelijke stemming Alvorens tot hoofdelijke stemming wordt overgegaan deelt de voorzitter mede, bij welk lid van de raad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming. Artikel61Beeld- en geluidsopname en besluitenlijst De griffier draagt zorg voor een digitale beeld- en geluidsopname en een korte besluitenlijst van de vergadering. In het geval van technische calamiteiten draagt de griffier zorg voor een samenvattend verslag. Ook draagt hij er zorg voor dat een digitale geluidsopname in het archief wordt opgenomen. De digitale opname is via de website te bekijken en te beluisteren. De besluitenlijst wordt zo spoedig mogelijk na de vergadering openbaar gemaakt op de gemeentelijke website. Daarvan wordt mededeling gedaan in het blad waarin de gemeente haar besluiten en mededelingen publiceert. De korte besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt aan de leden van de raad toegezonden gelijktijdig met de oproep als beschreven in artikel 53. De leden, de voorzitter, de wethouders, de griffier en de gemeentesecretaris hebben het recht een voorstel tot wijziging aan de raad te doen als de korte besluitenlijst onjuistheden bevat. Een voorstel tot verandering dient voor 12.00 uur op de dag van de eerstvolgende raadsvergadering bij de griffier te worden ingediend. De korte besluitenlijst bevat tenminste: de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, de wethouders, de secretaris en de leden die afwezig waren; in het geval overige personen het woord hebben gevoerd (als omschreven in artikel 69), dan worden ook die namen vermeld; een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en de daaromtrent genomen besluiten; de tekst van het dictum van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamendementen; de onderwerpen die in het vragenhalfuurtje aan de orde zijn gesteld; en vermelding wanneer een raadslid op grond van artikel 28 van de Gemeentewet niet deel heeft genomen aan de beraadslaging en de stemming over een bepaald voorstel. De korte besluitenlijst wordt in de eerstvolgende vergadering vastgesteld, waarna die door de voorzitter en de griffier wordt ondertekend. Artikel62Ingekomen stukken Bij de raad ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het college aan de raad, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden van de raad digitaal beschikbaar gesteld met een voorstel van de griffier voor de wijze van afdoening van de ingekomen stukken. Na de vaststelling van de besluitenlijst wordt de lijst ingekomen stukken op de agenda van de raadsvergadering geplaatst. Raadsleden hebben dan de gelegenheid een ander afdoeningsvoorstel te doen. Als een raadslid een ingekomen stuk wil agenderen voor een commissievergadering, dan dient hij een gemotiveerd agenderingsverzoek voor 12.00 uur op de dag van de raadsvergadering te sturen naar de griffie. Het presidium buigt zich in de eerstvolgende presidiumvergadering over de agenderingsverzoeken. Voor het overige stelt de raad de wijze van afdoening van de ingekomen stukken conform voorstel vast. De antwoordbrieven van het college, op ingekomen stukken die de raad ter afdoening in handen van het college heeft gesteld, worden op de lijst Ingekomen stukken geplaatst als daartoe vanuit de raad om is verzocht. Artikel63Spreekregels De leden van de raad en overige aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden van de raad en overige aanwezigen vanaf een andere plaats spreken. Artikel64Volgorde sprekers De voorzitter bepaalt de volgorde van de sprekers. Een lid van de raad voert het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een lid van de raad het woord vraagt over de orde van de vergadering. Artikel65Aantal spreektermijnen De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het derde lid is niet van toepassing op: de rapporteur van een commissie; het lid dat een (sub)amendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft dat amendement, die motie of dat voorstel. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde en interrupties. Artikel66Spreektijd De raad hanteert spreektijden die het presidium vaststelt na overleg met het fractievoorzittersoverleg. Het presidium kan besluiten voor sommige raadsvergaderingen – of delen daarvan – het hanteren van spreektijden achterwege te laten. Artikel67Handhaving orde; schorsing Een spreker mag in zijn betoog in de eerste termijn niet worden geïnterrumpeerd. Wel kan de voorzitter het nodig oordelen hem aan het opvolgen van dit reglement te herinneren; Indien een spreker, zich beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen veroorlooft, persoonlijke beschuldigingen uit, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering, waarin zulks plaats heeft, over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. Artikel68Beraadslaging In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de besluitenlijst vragen, dat zij op grond van artikel 28 Gemeentewet niet deelnemen aan de beraadslaging. De raad kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de raad beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. Op verzoek van een lid van de raad of op voorstel van de voorzitter kan de raad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel69Deelname aan de beraadslaging door anderen De raad kan bepalen dat anderen dan de in de vergadering aanwezige leden van de raad, de wethouder, de gemeentesecretaris, de griffier en de voorzitter deelnemen aan de beraadslaging. Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of één der leden van de raad genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. Artikel70Stemverklaring Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de raad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren. Een stemverklaring bevat slechts een korte toelichting op de uit te brengen stem. Artikel71Beslissing Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raad anders beslist. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Artikel72Algemene bepalingen over stemming Wanneer geen stemming wordt gevraagd, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming te hebben onthouden. Wanneer wel stemming plaatsvindt, gebeurt dit via een elektronische stemapplicatie, dan wel bij handopsteken. Bij stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen. Indien door een of meer leden hoofdelijke stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen. De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 60 is aangewezen. Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit. Artikel73Stemming over amendementen en moties Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd. Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en vervolgens over de motie. Artikel74Stemming over personen Wanneer een stemming over personen voor het doen van een benoeming of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie leden tot stembureau. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan: een blanco ingevuld stembriefje; een ondertekend stembriefje; een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de stemming verschillende vacatures betreft; een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht betreft, op een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen; een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die waartoe de stemming is beperkt. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd. Artikel75Herstemming over personen Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan. Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben. Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslist terstond het lot. Artikel76Beslissing door het lot Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven. Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud. Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen. Artikel77Amendementen Ieder lid van de raad, dat zich niet van deelneming aan de beraadslaging op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden, kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden van de raad, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn. Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is en zich niet van deelneming aan de beraadslaging op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden, is bevoegd op het amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement). Elk (sub)amendement en elk voorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan. De indiener(s), van het (sub)amendement is (zijn) bevoegd in het amendement veranderingen aan te brengen. De indiener(
- s)is (zijn) ook bevoegd het (sub)amendement in te trekken, tot het einde van de beraadslagingen Artikel78Moties Ieder lid van de raad kan ter vergadering een motie indienen, voor zover het niet gaat over een onderwerp waar het raadslid zich op grond van artikel 28 van de Gemeentewet moet onthouden van deelneming aan de beraadslaging. Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend. De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats. De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende bespreekstukken zijn behandeld. De indiener(s), van een motie is (zijn) bevoegd in motie veranderingen aan te brengen. De indiener(
- s)is (zijn) ook bevoegd de motie in te trekken, tot het einde van de beraadslagingen Artikel79Voorstellen van orde De voorzitter en ieder lid van de raad kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. Over een voorstel van orde beslist de raad terstond. Artikel80Initiatiefvoorstel Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk of digitaal bij de griffier worden ingediend. De griffier zendt het initiatiefvoorstel terstond naar het college voor het ter kennis van de raad brengen van zijn wensen en bedenkingen. Het college krijgt hiervoor een termijn van vier weken. De voorzitter plaatst het voorstel op de ontwerpagenda van de eerstvolgende vergadering na ontvangst van de reactie van het college als bedoeld in het vorige lid dan wel na het verstrijken van de aan het college gestelde termijn van vier weken, tenzij de oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering geplaatst. In afwijking van het vorige lid kan het presidium bepalen dat het initiatiefvoorstel eerst in de raadscommissie wordt besproken. De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij de raad oordeelt dat: het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld; het voorstel eerst dient te worden behandeld in een raadscommissie; het voorstel voor nader advies naar het college dient te worden gezonden. In dit geval bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. De raad kan voorwaarden stellen aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening. Op een spoedeisend voorstel, inhoudende het ontslag van een wethouder, zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing. Een dergelijk voorstel kan met toepassing van artikel 54 tweede lid terstond aan de agenda worden toegevoegd. Artikel81Collegevoorstel Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad. Indien de raad van oordeel is dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt. Artikel82Interpellatie Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de griffier ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en de wethouders. Bij de vaststelling van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. De raad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden. De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden van de raad, de burgemeester en de wethouders niet meer dan eenmaal, tenzij de raad hun hiertoe verlof geeft. Artikel83Schriftelijke vragen Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd. De vragen worden per mail bij de griffie ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college of de burgemeester worden gebracht. Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats door vermelding van het antwoord op de lijst ingekomen stukken, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende raadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het college of de burgemeester de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord. De vragen en antwoorden van het college of de burgemeester worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 62 aan de leden van de raad toegezonden. De vragensteller kan, bij behandeling van de lijst ingekomen stukken tijdens de raadsvergadering, het presidium verzoeken het aan hem gegeven schriftelijke antwoord te agenderen in de desbetreffende raadscommissie. Artikel84Vragenhalfuur Nadat de raad de agenda heeft vastgesteld, hebben de leden de gelegenheid om vragen te stellen aan het college. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De voorzitter bepaalt op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt. Het lid van de raad dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, stuurt die vraag of vragen uiterlijk vóór 12:00 uur op de dag van de vergadering naar de griffier. De voorzitter kan een vraag weigeren indien hij haar niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp van de vraag later in dezelfde raadsvergadering aan de orde komt. Indien over hetzelfde onderwerp al schriftelijke vragen zijn ingediend, de vraag niet politiek urgent is, het om een individuele casus gaat of in behandeling is bij de rechter of bezwaarcommissie, weigert de voorzitter de vraag. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor het college, voor de burgemeester en voor de overige leden van de raad. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven. Na de beantwoording door het college of de burgemeester krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden van de raad het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het college of de burgemeester vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. 8. Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend en worden geen interrupties toegelaten. Artikel85Inlichtingen Indien een lid van de raad over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe, door tussenkomst van de griffier per mail ingediend bij het college of de burgemeester. De griffier draagt er zorg voor dat de overige leden van de raad een afschrift van dit verzoek krijgen. De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven. De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven. Artikel86Procedure begroting Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel87Procedure jaarrekening Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die het presidium vaststelt. Artikel88Verslag en verantwoording Een lid van de raad, een wethouder, de burgemeester of de gemeentesecretaris, die door de gemeenteraad is aangewezen tot lid van het algemeen bestuur van een openbaar lichaam of van een ander gemeenschappelijk orgaan, ingesteld op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, heeft het recht (om in aansluiting op de behandeling van de lijst van ingekomen stukken of voor het sluiten van de vergadering) verslag te doen over zaken die in het algemeen bestuur als bedoeld aan de orde zijn. Door de raad gewenste bespreking van dit verslag kan de voorzitter verwijzen naar de desbetreffende commissie. Ieder lid van de raad kan aan een persoon als bedoeld in het eerste lid, schriftelijke vragen stellen. De regels voor het stellen van schriftelijke vragen, vastgesteld in artikel 83, zijn van overeenkomstige toepassing. Wanneer een lid van de raad een persoon als bedoeld in het eerste lid ter verantwoording wenst te roepen over zijn wijze van functioneren als zodanig, besluit de raad over het toestaan daarvan. De regels voor het vragen van inlichtingen, vastgesteld in artikel 85, zijn van overeenkomstige toepassing. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op andere organisaties of instituties, waarin de raad één van zijn leden heeft benoemd. Artikel89Besloten vergadering algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel90Verslaglegging besloten vergadering en besloten deel openbare vergadering Een besloten (deel van
- de)vergadering is niet via de website te bekijken en te beluisteren. Ook niet achteraf. Wel draagt de griffier er zorg voor dat een videoverslag aan het archief wordt aangeboden. Van dit besloten deel maakt de griffier een afzonderlijk beknopt schriftelijk verslag, dat in principe afdoende moet zijn. Dit beknopt schriftelijk verslag ligt in de aanloop naar de volgende raadsvergadering vertrouwelijk ter inzage bij de griffie. In de volgende vergadering wordt ook dit beknopt schriftelijk verslag van de besloten vergadering of van een besloten deel van de openbare vergadering vastgesteld. Desgewenst gebeurt dit opnieuw in beslotenheid. Het beknopt schriftelijk verslag wordt ondertekend door de griffier en de voorzitter. Op dit beknopt schriftelijk verslag is verder artikel 61 vierde, vijfde en zesde lid van overeenkomstige toepassing. Artikel91Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raad of de verplichting tot geheimhouding als bedoeld in artikel 23, vierde lid van de Gemeentewet omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding wordt opgeheven. Artikel92Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de verplichting tot geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat de verplichting tot geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd. Artikel93Toehoorders en pers De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. Artikel94Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare raadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel95Gebruik mobiele telefoons en andere communicatiemiddelen De aanwezigen in de vergaderzaal dienen tijdens de vergadering het geluid van hun mobiele communicatiemiddelen af te zetten. Meegebrachte communicatiemiddelen mogen ook geen andere geluiden produceren. Artikel96Uitleg reglement In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de raad op voorstel van de voorzitter. Artikel97Inwerkingtreding Dit reglement wordt aangehaald als Reglement organisatie Raadsdomein gemeente Kampen 2026 en treedt in werking op de dag na bekendmaking. Met de inwerkingtreding van dit Reglement worden de volgende regelingen ingetrokken: Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Kampen 2012; Verordening op de raadscommissies 2012; Verordening auditcommissie gemeente Kampen 2017; Verordening werkgeverscommissie. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 februari 2026.De raad van de gemeente Kampen,M.E. Veldhoen, griffier S. de Rouwe, voorzitterToelichting Deze toelichting is geënt op diverse modeltoelichtingen van de VNG. De hoofdstukindeling en artikelnummering zijn aangepast aan het Reglement organisatie Raadsdomein van de gemeente Kampen. Teksten die betrekking hebben op onderwerpen die niet zijn overgenomen uit de modelverordening of zijn aangepast of weggelaten. In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen alle mogelijke denkbare taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies, ad hoc commissies en wijkraden. Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen Artikel 1 In artikel 1 worden de begrippen uit dit reglement gedefinieerd. Voor wat betreft het begrip ‘voorzitter’ zij nog vermeld dat de burgemeester voorzitter is van de raad. Artikel 9 van de Gemeentewet schrijft dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, van de wet is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudste in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de wet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. De omschrijving van de termen amendement en initiatiefvoorstel zijn gebaseerd op de artikelen 147a en 147b van de Gemeentewet. Hoofdstuk 2 Commissies voor de interne organisatie Artikel 2 Dit artikel handelt over de samenstelling van het presidium en sluit aan bij de huidige praktijk in de gemeente Kampen. Verder wordt aangegeven hoe de stemverhouding in het presidium is en de vervanging is geregeld. De griffier is bij elke vergadering van het presidium aanwezig, omdat de griffier voor de ondersteuning van de raad zorgt. Hij moet weten hoe de agenda eruit komt te zien en welke punten besproken gaan worden. De aanwezigheid van de gemeentesecretaris kan gewenst zijn, omdat de gemeentesecretaris aandacht moet kunnen vragen voor of een toelichting kan geven op onderwerpen die worden voorbereid door de ambtelijke organisatie. Artikel 3 Het presidium heeft voornamelijk een procedurele rol (vaststellen voorlopige raadsagenda, uitnodigen externen, wijzigen vergadermomenten e.d.). Het presidium vervult een coördinerende rol bij de agendering van zaken in commissies. Het presidium stelt de agenda’s van de beeldvormende bijeenkomsten (zoals informatieavonden en werkbezoeken) en oordeelsvormende raadscommissies voorlopig vast. De definitieve vaststelling van de agenda van een raadscommissie geschiedt door de betreffende commissie bij de aanvang van de vergadering. Diverse gemeenten hebben dit takenpakket uitgebreid met meer inhoudelijke taken. De VNG is van mening dat het presidium voor wat betreft de inhoudelijke aspecten van het raadswerk een ondergeschikte rol dient te vervullen omdat anders het gevaar bestaat dat er binnen de raad een nieuw bestuursorgaan wordt gecreëerd, hetgeen in strijd is met de Grondwet, die het primaat immers expliciet bij de raad legt (artikel 125 lid 1 Grondwet). In dit artikel is als aanvullende taak opgenomen dat de raad aanbevelingen doet aan de raad over de organisatie van de werkzaamheden van de raad en zijn commissies. Hieronder vallen taken als: het initiëren van een aanpassing van het reglement van orde, het instrueren van de griffier en aanbevelingen doen aan de raad ter bevordering van het dualiseringsproces. Artikel 4 Naast het presidium is er in Kampen een fractievoorzittersoverleg waaraan vertrouwelijke mededelingen kunnen worden gedaan c.q. waar politiek gevoelige zaken kunnen worden besproken. In lid 2 staat vermeld wie aan het fractieoverleg deelnemen; in lid 4 wordt vermeld dat het fractievoorzittersoverleg niet openbaar is. Artikel 4a In dit artikel zijn de taken en werkzaamheden van het fractievoorzittersoverleg opgenomen en behoeft geen verdere toelichting. Hoofdstuk 3 Commissie voor het werkgeverschap griffie(
- r)Artikel 5 In het tweede en derde lid is beschreven welke bevoegdheden aan de commissie worden gedelegeerd. De vaststelling van regelingen (algemeen verbindende voorschriften) blijft bij de raad, de te nemen personele besluiten en dergelijke worden gedelegeerd. Ook de aanwijzing, benoeming, schorsing en ontslag griffier, de vaststelling van de instructie griffier, de vervanging van de griffier en de vaststelling van de organisatieverordening blijven aan de raad. Artikel 6 tot en met artikel 12 Deze artikelen behoeven geen toelichting. Hoofdstuk 4 Auditcommissie Artikel 13 tot en met artikel 20 Deze artikelen behoeven geen toelichting. Hoofdstuk 5 Raadslid, wethouder en fractie Artikel 21 In dit artikel worden de processtappen in het onderzoek naar de geloofsbrieven van nieuwe raadsleden toegelicht. Met de geloofsbrief geeft de voorzitter van het centraal stembureau aan het benoemde raadslid kennis van zijn benoeming (artikel V1 Kieswet). Voor dit benoemingsbesluit is bij ministeriële regeling een model vastgesteld. De benoemde geeft schriftelijk aan of hij de benoeming aanneemt (artikel V2 Kieswet). Tegelijk met de mededeling dat hij zijn benoeming aanneemt worden aan de raad stukken overlegd waaruit blijkt dat de benoemde voldoet aan de eisen om als lid van de raad toegelaten te worden. Dit omvat de volgende stukken: een ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die hij bekleedt, een uittrekstel uit de GBA met zijn woonplaats, geboorteplaats en –datum, en (indien niet-Nederlander) stukken waaruit blijkt dat hij voldoet aan de vereisten van artikel 10, lid 2 Gemeentewet (artikel V3 Kieswet). Het onderzoek van de geloofsbrieven moet in een openbare vergadering gebeuren. Bij het onderzoek zal ook de gedragscode (artikel 15, derde lid Gemeentewet) betrokken worden. In deze code zijn onder meer bepalingen opgenomen over al dan niet toegestane nevenfuncties. De commissie welke de geloofsbrieven onderzoekt brengt verslag uit. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk. De formulering van het eerste lid benadrukt dat de raad en niet de voorzitter een commissie instelt, die het zogenaamde geloofsbrievenonderzoek verricht nadat de voorzitter van het centraal stembureau nieuwe leden heeft benoemd. Het onderzoek van het proces verbaal (onderzoek naar het verloop van de verkiezing of de vaststelling van de uitslag) gebeurt alleen in de eerste samenkomst van de nieuwe raad na verkiezingen. Het onderzoek van de geloofsbrief strekt zich niet uit tot de geldigheid van de kandidatenlijsten en van de lijstverbindingen. Op grond van artikel V4 van de Kieswet beslist de raad over de toelating van zijn leden. Daarbij is er een verschil in de procedure bij de samenstelling van een nieuwe raad of bij de vervulling van een tussentijdse vacature. Na een raadsverkiezing kunnen de raadsleden op de eerste vergadering van de raad in zijn nieuwe samenstelling de eed of verklaring en belofte afleggen. De voorzitter zal hen hiervoor oproepen. Bij tussentijdse vacaturevervulling kan de eed of verklaring en belofte aansluitend aan de beslissing van de raad over de toelating van het betrokken raadslid plaatsvinden. De tekst van de eed of verklaring en belofte die een raadslid bij het aanvaarden van het raadslidmaatschap moet afleggen, is in artikel 14 van de Gemeentewet vastgelegd. Artikel 21a In dit artikel worden de processtappen in het onderzoek naar de geloofsbrieven, de risicoanalyse integriteit, de benoeming en beëdiging van de wethouders toegelicht. Dit artikel geeft invulling aan een leemte in de Gemeentewet. Uit de Kieswet vloeit het geloofsbrieven onderzoek van raadsleden voort. Aangezien de wethouder geen gekozen volksvertegenwoordiger is, is hierover niets in de Kieswet geregeld. De Gemeentewet geeft wel aan welke formele eisen gesteld worden aan een wethouder – evenals de gedragscode die de raad heeft vastgesteld – maar niet op welk moment deze getoetst worden. De formele eisen voor het wethouderschap zijn grotendeels vergelijkbaar met de vereisten voor het raadlidmaatschap (Gemeentewet artikel 36a, 36b, 41b en 41c). Een raadslid dat benoemd wordt tot wethouder mag raadslid blijven totdat de geloofsbrieven van zijn opvolger zijn goedgekeurd (artikel 36b, lid 2 Gemeentewet). In het geval de coalitie in de raad een meerderheid heeft van één stem kan het verstandig zijn eerst als raadslid ontslag te nemen en een nieuw raadslid te benoemen. De beoogde wethouder mag immers niet meestemmen over zijn eigen benoeming. Het vooraf ontslag nemen als raadslid is wel een risico. Het kan immers gebeuren dat deze persoon of niet tot wethouder wordt benoemd of dat de geloofsbrieven niet worden goedgekeurd. In lid 2 tot en met 4 is beschreven hoe het onderzoek naar de geloofsbrieven vorm krijgt. Lid 5 tot en met 15 gaan in op het proces van de risicoanalyse integriteit. Voorafgaand aan de besluitvorming over de benoeming van de wethouders vindt een besloten kennismakingsbijeenkomst met de kandidaat-wethouder(
- s)plaats. Alle raadsleden worden daarvoor uitgenodigd om de betrokkenheid van de hele raad te bevorderen. Artikel 22 In een aantal gevallen blijkt behoefte te betaan aan een regeling van wat onder een fractie moet worden verstaan. De Gemeentewet kent het begrip fractie niet. In artikel 33, tweede lid, van de Gemeentewet wordt wel uitgegaan van het bestaan van in de raad vertegenwoordigde groeperingen (recht op fractieondersteuning). In veel gemeenten bestaan regelingen ten aanzien van vergoedingen aan fracties, faciliteiten voor fracties, fractie-assistentie, etc. In deze nadere regelingen kan worden aangesloten bij het in dit reglement opgenomen fractiebegrip. Bij de aanvang van de eerste zitting van de nieuwe raad na de verkiezingen, worden de leden die op dezelfde lijst hebben gestaan als één fractie beschouwd. Is onder een lijstnummer slechts één lid verkozen, dan wordt dit lid als een afzonderlijke fractie beschouwd (eerste lid). De fractie gebruikt in de vergadering van de raad de aanduiding die zij boven de kandidatenlijst had staan. Op deze wijze is de relatie tussen de fractie in de raad en de fractie op de kandidatenlijst voor de burger duidelijk. Het kan echter voorkomen dat een fractie geen aanduiding boven de kandidatenlijst heeft staan. In een dergelijk geval deelt de fractie in de eerste vergadering de aanduiding mee (tweede lid). Het derde lid bepaalt dat de naam van de fractie getoetst dient te worden aan de afwijzingsgronden uit artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet. Dit is een logische voorwaarde omdat deze toetsing immers ook plaats vindt wanneer een politieke groepering zich voor het eerst wil laten registreren. Op grond van artikel G 3, vierde lid, van de Kieswet wordt de naam van de nieuwe fractie onder meer geweigerd als deze in strijd is met de openbare orde of als deze overeenkomt met of erg lijkt op de naam van een politieke groepering die al geregistreerd is voor de Tweede Kamer- of Statenverkiezingen, én daardoor verwarring te duchten is. Voor het overige is de nieuwe fractie vrij in het kiezen van een naam. Het vierde lid spreekt voor zich; zodra de fracties hun voorzitters hebben gekozen worden de namen aan de voorzitter van de raad doorgegeven. In de loop van een zittingsperiode kan het voorkomen dat leden de raad verlaten. Het beëindigen van de zitting in de raad kan verschillende oorzaken hebben. Raadsleden kunnen ongeneeslijk ziek zijn, een conflict met hun fractie hebben, te weinig tijd hebben voor het raadswerk en zo zijn er nog vele redenen denkbaar. In een dergelijk geval vindt er een verandering in de samenstelling van de fractie plaats. Als dit het geval is, deelt de fractie dit aan de voorzitter mee. Het is ook mogelijk dat een raadslid zijn lidmaatschap niet opzegt maar uit een fractie stapt. Hij kan zich dan aansluiten bij een andere fractie of zelfstandig verder gaan. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen (een kandidaat wordt door de voorzitter van het stembureau benoemd). De Kieswet gaat niet uit van politieke partijen, een zetel „hoort‟ dan ook niet bij een partij maar is verbonden aan de volksvertegenwoordiger die daardoor ook de mogelijkheid heeft om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen of een fusie aangaan met een andere fractie. Dit staat de fractie vrij om te doen. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter van de raad is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie. Artikel 22a Met dit artikel wordt geregeld dat als één of meer raadsleden besluiten zelfstandig verder te gaan dat niet automatisch de hoedanigheid van “fractie” oplevert. Daardoor kunnen zij geen aanspraak maken op bij een fractie behorende faciliteiten zoals fractieondersteuning, fractievoorzittersvergoeding en het recht om commissieleden voor te dragen. Een zelfstandig lid of voorzitter van een zelfstandige groep wordt wel uitgenodigd voor het fractievoorzittersoverleg voor zover dit voor het functioneren als raadslid benodigd is. Hoofdstuk 6 De raadscommissies Op grond van artikel 82, eerste lid, kan de raad zoveel raadscommissies instellen als hij wenselijk acht. De raad regelt de taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze van de raadscommissies en de wijze waarop de leden van een raadscommissie inzage hebben in stukken waar de verplichting tot geheimhouding op rust. Artikel 23 De raad kiest of en hoeveel raadscommissies er worden ingesteld en welke onderwerpen zij behandelen. Als onduidelijk is welke commissie een bepaald onderwerp moet behandelen of zich knelpunten in de vergaderplanning voordoen is ervoor gekozen het presidium zeggenschap te geven over de agendering in een bepaalde commissie. Artikel 24 De taken van de raadscommissies zijn vastgelegd in artikel 82, eerste lid, van de Gemeentewet. De raadscommissies bereiden de besluitvorming van de raad voor en overleggen met het college of de burgemeester. De taak om de besluitvorming van de raad voor te bereiden komt tot uitdrukking in de taak advies uit te brengen over een voorstel of onderwerp. De raadscommissie kan ook uit eigener beweging advies aan de raad uitbrengen, ook dit advies kan aanleiding zijn voor besluitvorming in de raad. De taken van de raadscommissie zijn in essentie dezelfde als die van de raad, die van kaderstellend, controlerend en volksvertegenwoordigend orgaan. De raadscommissie bepaalt evenals de raad zijn eigen agenda. Dit betekent dat niet het college maar (de voorzitter van) de raadscommissie bepaalt of een voorstel aan de raadscommissie wordt voorgelegd alvorens het in de raad wordt besproken. Hierover kan uiteraard ook overleg plaatsvinden in het presidium. Veelal zal het echter wel zo blijven dat een onderwerp eerst in een raadscommissie wordt besproken. Tegenwoordig komen varianten van vergaderen voor die geen vaste samenstelling hebben. Te denken valt aan vergaderingen in sessies en vergadertafel. De wettelijke bepalingen omtrent de raadscommissies zijn, ondanks het feit dat er niet gesproken kan worden van een vaste samenstelling, op deze varianten van vergaderen van toepassing. Indien vergaderingen in het teken staan van de voorbereiding van besluitvorming van de raad en het overleg met het college of de burgemeester, is er sprake van een raadscommissie. Dergelijke voorbereiding van de besluitvorming van de raad is exclusief voorbehouden aan de raadscommissies en kan niet worden opgedragen aan overige commissies. Artikel 25 De raad bepaalt de samenstelling van de raadscommissies. Wel schrijft artikel 82, derde lid, van de Gemeentewet voor dat de raad moet zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad vertegenwoordigde politieke groeperingen. Om dit te bereiken schrijft het eerste lid van artikel 25 voor dat een raadscommissie bestaat uit ten minste een en maximaal drie leden per fractie naar evenredigheid van het aantal zetels in de raad. De verhoudingen in de raadscommissies hoeven overigens blijkens jurisprudentie niet exact overeen te komen met de verhoudingen in de raad. Om tot een evenwichtige verdeling te komen is gekozen voor een minimum en een maximum aantal leden gerelateerd aan de grootte van de fracties. Sommige gemeenten kiezen voor een maximum van twee leden per fractie. Zoals ook uit het derde lid blijkt, hoeven de leden van een raadscommissie geen raadslid te zijn. Wel is er vanuit gegaan dat de fracties de in het eerste lid bedoelde leden aanmelden. In Kampen geldt de afspraak dat een fractie maximaal drie niet-raadsleden kan voordragen. Op grond van het derde lid, onder c, moeten leden en buitengewone leden, evenals raadsleden, voldoen aan hetgeen is bepaald in de artikelen 10, 11, 12, 13, 14, 15 en 28 (lid 1 en 2) van de Gemeentewet. Dit betekent onder andere dat zij achttien jaar moeten zijn, over een geldige verblijfstitel moeten beschikken, hun nevenfuncties openbaar moeten maken, geen functie als bedoeld in artikel 13 mogen vervullen, niet in strijd mogen handelen met artikel 15 en niet mogen deelnemen aan beraadslagingen als er sprake is van persoonlijk belang. Artikel 26 Artikel 82, vierde lid, van de Gemeentewet schrijft voor dat de voorzitter van een raadscommissie raadslid moet zijn. Om die reden bepaalt artikel 26, eerste lid, dat de raad de voorzitters en hun plaatsvervangers "uit zijn midden" benoemt. In deze bepaling is er voor gekozen om de voorzitters van de raadscommissies door de raad te laten benoemen. Op basis van het tweede lid, is de (plaatsvervangend) voorzitter, als hij in functie is, geen lid van de raadscommissie. Dit is een bewuste keuze, op deze wijze kan de voorzitter zich concentreren op zijn taak als (technisch) voorzitter en zijn tijd en energie aanwenden voor het bewaken van de positie van de raadscommissie. Hij hoeft zich niet te bekommeren om de inbreng van zijn fractie in de raadscommissie. Artikel 27 De zittingsperiode van de commissieleden, de voorzitters en hun plaatsvervangers is even lang als de zittingsperiode van de raadsleden, in principe dus vier jaar. De benoeming eindigt van rechtswege, de raad hoeft hen niet te ontslaan. Er is in dit artikel niet voorzien in een ontslagregeling voor de commissieleden (behalve voor de (plaatsvervangend) voorzitter. Deze hebben in principe 4 jaar zitting, tenzij zij niet meer voldoen aan de in artikel 25, vierde lid, gestelde eisen, ontslag nemen of overlijden. De (plaatsvervangend) voorzitter van een raadscommissie kan de raad ook zonder voorstel van een fractie ontslaan, bijvoorbeeld indien deze (plaatsvervangend) voorzitter niet meer het vertrouwen van de meerderheid van de raad bezit. Het zesde en zevende lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag het zij door overlijden. Artikel 28 Iedere raadscommissie wordt ondersteund door een commissiegriffier. De vervanging van de commissiegriffiers wordt overgelaten aan de griffier. Wel bestaat de mogelijkheid om in samenspraak met de gemeentesecretaris een niet op de griffie werkzame ambtenaar aan te wijzen. In geval van calamiteit kan de commissie en de (plv) voorzitter in die zin ondersteund worden. De commissiegriffier is altijd bij de vergaderingen van de raadscommissie aanwezig. In principe neemt hij geen deel aan de beraadslagingen, zij het dat de raadscommissie op grond van artikel 44 van dit reglement altijd de mogelijkheid heeft om anderen aan de beraadslagingen deel te laten nemen. Het kan ook zijn dat de griffier de taken van de commissiegriffier vervult, maar gelet op de overige taken die de griffier moet vervullen wordt dit minder wenselijk geacht. Artikel 29 De commissie kan per vergadering beslissen of de aanwezigheid van college, burgemeester en/of gemeentesecretaris al dan niet gewenst is en of de genodigde aan de beraadslagingen mag deelnemen. Artikel 82, vijfde lid van de Gemeentewet dat artikel 21 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing verklaard, is hiervoor de grondslag. Dit geldt zowel voor besloten als voor niet besloten vergaderingen. In openbare vergaderingen kunnen collegeleden, de burgemeester en de gemeentesecretaris uiteraard altijd aanwezig zijn. Deelnemen aan de beraadslagingen kunnen zij echter alleen als de raadscommissie hiermee instemt. In de regel zal de portefeuillehouder veelal wel aanwezig zijn ten behoeve van het voeren van overleg en het uitoefenen van controle door de raadscommissie. Om te komen tot een praktische regeling is er in deze bepaling voor gekozen om de voorzitter van de raadscommissie een voorlopige beslissing omtrent de aanwezigheid van de burgemeester of een wethouder en de deelname aan de beraadslagingen te laten nemen. Als de raadscommissie het niet met deze voorlopige beslissing van de voorzitter eens is, kan zij bij aanvang van de vergadering anders beslissen. Een expliciete beslissing bij iedere vergadering is niet nodig. Als de raadscommissie niet aangeeft dat de aanwezigheid van het college niet gewenst is, volstaat de beslissing van de commissievoorzitter. Artikel 30 Veelal zullen de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende vergaderingen van de raadscommissies plaatsvinden op een vaste dag en plaats voorafgaand aan de vergaderingen van de raad. Een raadscommissie vergadert vaker als de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties hierom vragen. Het presidium vervult hierin ook een rol. Indien een raadscommissie een hoorzitting of andere bijeenkomst wil houden, kan het presidium gebruik maken van het vijfde lid en een andere dag, aanvangsuur of plaats bepalen. Bepaald is dat het presidium hierover overleg voert met de griffier. Indien de commissiegriffier echter meer inhoudelijke taken vervult, is het ook denkbaar dat hierover overleg wordt gevoerd met de commissiegriffier. Artikel 31 De leden van een raadscommissie ontvangen een oproep inclusief de agenda voor een vergadering en de stukken tenminste 6 dagen voor de vergadering. Indien in spoedeisende gevallen een aanvullende agenda wordt vastgesteld bedraagt deze termijn minimaal 48 uur voor een vergadering. Uiteraard kan ook voor andere termijnen worden gekozen. Wel zal de termijn uiteraard zodanig moeten zijn dat de leden van een raadscommissie in staat zijn om de stukken te lezen. De stukken ten aanzien waarvan geheimhouding is opgelegd worden niet toegezonden, maar kunnen bij de griffier worden ingezien (artikel 33, derde lid). Artikel 32 Voor het verzenden van de oproep stelt het presidium de agenda voorlopig vast. Het versturen van de agenda is geregeld in artikel 31. In dit artikel is allereerst een procedure voor spoedeisende zaken geregeld. Uiteindelijk bepaalt een raadscommissie haar eigen agenda. De agenderende rol van een raadscommissie komt tot uitdrukking in het tweede, derde en vierde lid. Dit betekent onder andere dat een raadscommissie kan bepalen dat een onderwerp of voorstel onvoldoende voorbereid en voor inlichtingen of advies aan het college wordt gezonden. Een raadscommissie bepaalt vervolgens in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt en niet het college. Uiteraard zal hierover wel overleg gevoerd moeten worden met het college of de gemeentesecretaris. Artikel 33 Naast de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen via internet aangeboden voor zover zij openbaar zijn. Raadsleden kunnen daarover ook via het door de gemeente verstrekte device beschikken. De niet-openbare stukken zijn voor raadsleden ‘achter de inlog’ toegankelijk (bijvoorbeeld stukken met persoonsgegevens). Stukken waarop de verplichting geheimhouding is opgelegd, kunnen leden van raadscommissies bij de griffie inzien (lid 3). Artikel 34 Op grond van artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet moet de voorzitter van een raadscommissie tegelijkertijd met de schriftelijke oproep de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering ter openbare kennis brengen. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegelijkertijd met de oproep en op een bij openbare kennisgeving aan te geven plaats gepubliceerd. Deze bepaling geeft hier een regeling voor. Artikel 35 Artikel 20 van de Gemeentewet regelt het vergaderquorum van de raad. Voor de raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet. Artikel 35 voorziet hierin. Indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is, kan worden vergaderd. Het derde lid voorziet in een regeling voor een nieuwe vergadering indien het quorum niet aanwezig is, anders zou de afwezigheid van leden van een raadscommissie de voortgang van werkzaamheden kunnen belemmeren. Uiteraard staat op het moment dat de voorzitter bepaalt op welke datum en tijdstip, nog niet vast op welk moment de schriftelijke oproep uitgaat. Indien er enkele dagen tussen de twee vergaderingen zit, mag er vanuit worden gegaan dat het mogelijk is om 24 uur van tevoren een oproep te versturen. Overigens ligt het in de rede dat de voorzitter overlegt met de raadscommissie over de datum van een nieuwe vergadering. Artikel 36 Er is voor gekozen om geen spreekrecht in de raadsvergadering toe te kennen. Dit omdat de besluitvormingsproces in de raadsvergadering al zover gevorderd is dat aan het inspreken geen recht kan worden gedaan. Tijdens de commissievergaderingen zijn er meer mogelijkheden voor de inspreker om van gedachten te wisselen met de commissieleden en zo bij te dragen aan de uiteindelijke voorbereiding van de besluitvorming in de raad. Het spreekrecht van burgers kan bijdragen aan het vergroten van de betrokkenheid van de inwoners bij het lokaal bestuur. Het spreekrecht is beperkt gehouden tot geagendeerde onderwerpen, omdat burgers op die manier een doeltreffende bijdrage kunnen leveren aan de beraadslagingen van een raadscommissie. Doordat het spreekrecht betrekking heeft op geagendeerde onderwerpen, kan een burger alleen inspreken over onderwerpen die een raadscommissie aangaan. Als een burger zich meldt voor een onderwerp dat een andere raadscommissie aangaat, ligt het voor de hand dat de griffier de betreffende persoon naar de juiste raadscommissie verwijst. Naast het inspreken bij de vergaderingen voor de raadscommissies zijn er ook andere momenten voor inwoners en vertegenwoordigers van bedrijven, organisaties en verenigingen om bepaalde zaken onder de aandacht van de raadsleden/-fracties te brengen. Dit kan bij raadsspreekuren, bij fractievergaderingen en regelmatig tijdens beeldvormende bijeenkomsten. Daarnaast is er nog het instrument van het burgerinitiatief voor inwoners om een niet-geagendeerd onderwerp op de agenda van de raad- of commissie te plaatsen. Dat instrument kent zijn eigen regels en procedures. In het tweede lid zijn drie onderwerpen opgenomen, waar het spreekrecht niet voor geldt. Als een besluit van de raad of het college vatbaar is voor beroep en de inwoner belanghebbende is, kan de burger een beroepschrift indienen. Verder zijn de benoemingen, keuzen, voordrachten en aanbevelingen van personen uitgesloten van het spreekrecht van inwoners. Omdat inspraak over de benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen - de belangen van - kandidaten al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie kan schaden, kunnen burgers hierover geen uitlatingen doen. Als laatste kunnen inwoners zich ook niet uitlaten over onderwerpen, waar zij op grond van artikel 9:2 Algemene wet bestuursrecht een klacht over kunnen indienen. Deze procedure gaat voor het spreekrecht van inwoners. De inwoners die wensen in te spreken, moeten zich op de dag van de vergadering uiterlijk om 12.00 uur melden bij de commissiegriffier. Het inspreken zelf wordt gekoppeld aan het onderwerp waarop wordt ingesproken. De inwoner neemt plaats in de kring en hij krijgt vijf minuten de gelegenheid om zich tot de commissie te richten; er vindt geen discussie plaats. Zijn er meer dan in totaal zes insprekers, dan kan de voorzitter de spreektijd inkorten. Artikel 37 Dit artikel regelt de verslag leggende taak van de commissiegriffier en de wijze waarop verslag wordt gelegd en vastgesteld. Er wordt gebruik gemaakt van de digitale beeld- en geluidsopnames die als verslaglegging gelden. In dit artikel wordt voorzien in de situatie dat er onverhoopt sprake mocht zijn van technisch malheur rond de digitale beeld- en geluidsopname. De commissiegriffier zorgt dan voor een samenvattend verslag. Verder draagt de commissiegriffier er zorg voor dat de geluidsopname aan het archief wordt aangeboden. De commissiegriffier maakt een besluitenlijst op van de commissievergadering. In lid 7 staat welke onderdelen die lijst tenminste dient te bevatten. In lid 6 is aangegeven wie tot welk moment voorstellen tot wijziging van de besluitenlijst kunnen indienen. Ook staat vermeld dat dit bij de commissiegriffier dient te gebeuren. De (concept) besluitenlijst wordt tegelijkertijd met de oproep verstuurd aan de leden en overige personen die het woord gevoerd hebben. Omdat wethouders, de burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris ook het woord kunnen voeren in de vergadering, kunnen zij tevens een voorstel tot verandering van de die lijst aan de commissie doen. Een voorstel tot verandering dient voorafgaand aan de vergadering schriftelijk te worden ingediend en wel voor 12.00 uur van de dag van de eerstvolgende commissievergadering. Het is ook mogelijk om te bepalen dat dit kan plaatsvinden tot het moment dat de besluitenlijst wordt vastgesteld. Er is hier gekozen om het voor de commissiegriffier zo praktisch mogelijk te regelen. De commissiegriffier verleent de ambtelijke ondersteuning van de commissie. Daarom is de commissiegriffier aangewezen om voorstellen tot wijzigingen van de besluitenlijst in ontvangst te nemen en de besluitenlijst op te stellen. Het is aan de commissie om te beslissen of een voorgestelde wijziging of aanvulling geaccepteerd wordt. Een afwijzing van een dergelijk voorstel is niet vatbaar voor beroep (aldus de Afdeling Rechtspraak van de Raad van State). Als een gemeente de mogelijkheid aan inwoners biedt om burgerinitiatiefvoorstellen in te dienen, wordt daarvan ook melding gemaakt. Artikel 38 In het belang van de handhaving van de vergaderorde is ervoor gekozen om de spreekregels expliciet op te nemen. Artikel 39 Het stellen van vragen dient ook als een spreektermijn beschouwd te worden. Een spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. Dit hoeft overigens niets te veranderen aan de praktijk dat een portefeuillehouder antwoordt na de inbreng van de raadsleden in de eerste termijn. Een verzoek van een raadslid na afloop van de tweede termijn om nog een korte reactie te geven, dient de voorzitter niet te honoreren. Indien de raadscommissie van mening is, dat na de tweede termijn verdere beraadslaging nodig is, kan hij daartoe uitdrukkelijk besluiten. Artikel 40 Dit artikel strekt ertoe te benadrukken dat een raadscommissie op eigen initiatief regels kan stellen over de spreektijd van de leden. Hetzelfde geldt voor de spreektijd van overige sprekers. De voorzitter hoeft dit niet voor te stellen. De voorzitter kan in het kader van zijn taak om de orde tijdens de vergadering te handhaven wel voorstellen de spreektijd te beperken. Artikel 41 Ieder lid heeft te allen tijde het recht een voorstel van orde te doen. De beslissing of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde is aan de betreffende raadscommissie. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten door een raadscommissie. Ieder commissielid heeft daarbij één stem. Bij staken van stemmen is het voorstel niet aangenomen, (artikel 32, vierde lid Gemeentewet is hierop niet van toepassing). Een voorstel van orde betreft bijvoorbeeld het schorsen van de vergadering voor een (overleg) pauze. Artikel 42 Het eerste lid verzekert dat leden van een raadscommissie vrijelijk kunnen spreken. Wel zijn interrupties uiteraard toegestaan voor zover de voorzitter bij een overvloed aan interrupties of in het belang van de voortgang van de beraadslagingen niet bepaalt dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties afrondt. Om te bevorderen dat leden van raadscommissies zich niet belemmerd voelen om hun mening te uiten bepaalt artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet bovendien dat artikel 22 van diezelfde wet van overeenkomstige toepassing is op leden van raadscommissies. Hierdoor zijn leden van raadscommissies niet in rechte te vervolgen, aan te spreken of verplicht getuigenis af te leggen over hetgeen zij in de vergadering zeggen of schriftelijk overleggen. Dit geldt voor zowel raadsleden als niet-raadsleden. Op basis van het tweede lid kunnen alle sprekers in bepaalde gevallen door de voorzitter tot de orde worden geroepen en kan hen zo nodig over het aanhangige onderwerp het woord ontzegd worden. Ook kan de voorzitter de vergadering schorsen en bij herhaling van de verstoring van de orde, kan hij de vergadering sluiten. In het uiterste geval kan hij een lid het verdere verblijf ontzeggen en hem uit de vergadering doen verwijderen. Indien een lid blijft volharden in zijn gedrag kan hem de toegang tot de vergadering voor ten hoogste drie maanden worden ontzegd. Het vierde lid is sluit aan bij artikel 26, derde lid, van de Gemeentewet, die een dergelijke regeling geeft ten aanzien van raadsleden. Onder interruptie is overigens niet te verstaan het geven van tekenen van goed- of afkeuring; deze uitingen worden beschouwd als verstoringen van de orde. Voor wat betreft de handhaving van de orde op de publieke tribune wordt verwezen naar artikel 49 van dit reglement. Artikel 43 Om de duur van vergaderingen niet te beperken wordt over een voorstel dat in onderdelen of artikelen is verdeeld, in principe in zijn geheel beraadslaagd. In het eerste lid is een uitzonderingsmogelijkheid opgenomen. Zowel de voorzitter als de leden hebben het recht om voor te stellen een voorstel gesplitst te behandelen. Het eerste lid brengt daarmee tot uitdrukking dat een raadscommissie zijn eigen werkwijze bepaalt. Het recht wordt aan ieder individueel raadslid toegekend. Dit past in het streven naar dualisering, aangezien dualisering versterking van de vertegenwoordigende en daarmee agenderende rol van een raadscommissie veronderstelt. Hiertoe dienen ook individuele raadsleden en kleine fracties over adequate instrumenten te beschikken. Indien de schorsing als bedoeld in het tweede lid aan het einde van de tweede termijn plaatsvindt, zijn er vervolgens twee mogelijkheden: de beraadslagingen worden gesloten (zie ook artikel 45) of aan de beraadslagingen wordt een derde termijn toegevoegd (zie artikel 41). Artikel 44 Deze bepaling is noodzakelijk in verband met het in artikel 22 Gemeentewet geregelde verschoningsrecht, dat in artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing wordt verklaard op leden van raadscommissies en andere personen die aan de beraadslagingen deelnemen. Het is uiteraard ook mogelijk dat een raadscommissie bepaalt dat een bepaalde functionaris in bepaalde gevallen altijd aan de beraadslaging mag deelnemen. Het gaat in deze bepaling om anderen dan de leden, de voorzitter, de burgemeester, de wethouders en de gemeentesecretaris. Deze hebben op grond van artikel 29 van dit reglement reeds het recht om aan de beraadslagingen deel te nemen. Uiteraard hebben deze andere sprekers niet dezelfde rechten als de leden. Een andere spreker heeft onder meer geen recht om een voorstel te doen tot wijziging van het verslag, een voorstel over de spreektijd of over de orde van de vergadering. Artikel 45 De voorzitter kan de beraadslaging sluiten, als hij vaststelt dat een onderwerp voldoende is toegelicht, tenzij een raadscommissie anders beslist. Een raadscommissie neemt geen beslissingen, maar bereidt de besluitvorming in de raad voor en overlegt met het college en de burgemeester. Wel kan een raadscommissie gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan de raad. De leden beslissen over het advies (hamerstuk of bespreekstuk). Ten behoeve van het debat in de raad en om recht te doen aan de mening van alle fracties, inclusief minderheidsstandpunten, wordt de standpunten van alle fracties opgenomen. Bij bespreekstukken wordt aangegeven waarover het debat in de raad wordt gevoerd. Het ligt voor de hand dat indien een lid het niet eens is met het fractiestandpunt, dat hier afzonderlijk melding van wordt gemaakt in het advies aan de raad. Artikel 46 Bij bepalingen die van overeenkomstige toepassing zijn kan onder meer gedacht worden aan de bepalingen omtrent het tijdig verzenden van stukken, het vergaderquorum en voorstellen van orde. De bepalingen van deze verordening zijn echter niet van toepassing, voor zover de toepassing van die bepalingen strijdig is met het besloten karakter van de vergadering. Zo zullen er bijvoorbeeld geen beeld- en geluidsregistraties voor openbaar gebruik gemaakt kunnen worden. Artikel 47 De commissiegriffier is verantwoordelijk voor de verslaglegging van de commissievergadering. Dit geldt ook voor een besloten vergadering of een besloten deel van een openbare vergadering. In dit artikel wordt aangegeven dat het maken van een beknopt schriftelijk verslag van de besloten vergadering of van het besloten deel van de vergadering in de regel afdoende is. Dit verslag ligt ter inzage bij de griffie. In het geval enkel het beknopt schriftelijk verslag onvoldoende wordt geacht, kan worden verzocht om het videoverslag. Voor wat betreft de voorstellen tot wijziging van het beknopt schriftelijk verslag wordt aangesloten bij artikel 37 lid 6. Artikel 48 Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie of de verplichting tot geheimhouding omtrent het verhandelde in de vergadering al dan niet wordt opgeheven. De verplichting tot geheimhouding kan door de raad, worden opgeheven (artikel 89, vierde lid, van de Gemeentewet). Wel bestaat er een overlegverplichting, waarmee recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor. Artikel 49 Artikel 26, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet regelen dat de voorzitter van de raad toehoorders die de orde verstoren, kan doen vertrekken en bij volharding in hun gedrag de toezegging kan ontzeggen. Voor raadscommissies ontbreekt een dergelijke bepaling in de Gemeentewet, het derde lid voorziet hierin. Artikel 50 Aangezien de vergaderingen van een raadscommissie in principe openbaar zijn, kunnen radio- en tv-stations geluid- en beeldregistraties maken. Dit is uiteraard niet het geval als het een besloten vergadering betreft. Artikel 51 In deze tijd is het nauwelijks nog denkbaar om een verbod af te vaardigen op het gebruik van mobiele communicatiemiddelen. Immers mobiele (communicatie)middelen worden o.a. gebruikt om de vergaderstukken binnen te halen, aantekeningen te maken e.d. Daarom ziet dit artikel erop toe dat de gebruikers het geluid afzetten van de apparaten. Hoofdstuk 7 De raadsvergadering Artikel 51a De burgemeester is voorzitter van de raad. Artikel 125, derde lid, van de Grondwet en artikel 9 van de Gemeentewet schrijven dit dwingend voor. In artikel 77, eerste lid, is bepaald dat het langstzittende raadslid het raadsvoorzitterschap waarneemt bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester. Als twee raadsleden even lang zitting hebben, is de oudst in jaren degene die het raadsvoorzitterschap waarneemt. Daarnaast heeft de raad altijd de mogelijkheid zelf te kiezen voor een andere waarnemer. De burgemeester heeft het recht op grond van artikel 21 van de Gemeentewet in de vergadering aan de beraadslaging deel te nemen. Als voorzitter zorgt hij onder andere voor de handhaving van de orde in de vergadering. Artikel 51b De raad is verplicht een griffier aan te wijzen (artikel 100 en 107 Gemeentewet). De griffier is in eerste instantie verantwoordelijk voor de bijstand aan de raad. Hij is in principe in elke vergadering van de raad aanwezig. De Gemeentewet eist dat de raad de vervanging van de griffier regelt (artikel 107d, eerste lid). In het tweede lid is daarover een bepaling opgenomen. In verband met artikel 22 Gemeentewet (verschoningsrecht) is in het derde lid een bepaling opgenomen met betrekking tot het deelnemen van de griffier aan de beraadslaging. Rechtspositionele bepalingen omtrent de beëdiging, woonplaats etc. zijn niet in dit reglement opgenomen, aangezien dat beter geregeld kan worden in de ambtsinstructie voor de griffier, die de raad vaststelt. In de instructie voor de griffier zijn de taken van de griffier uitgewerkt. Artikel 52 Op grond van artikel 17 van de Gemeentewet vergadert de raad zo vaak hij daartoe heeft besloten en verder als de burgemeester het nodig oordeelt of als ten minste een vijfde van het aantal leden van de raad schriftelijk met opgave van redenen daarom vraagt. Het tweede lid brengt tot uitdrukking dat de voorzitter in het bepalen van een andere dag en ander aanvangsuur zoveel mogelijk overleg pleegt in het presidium. Op deze wijze houdt het presidium ook bij vergaderingen, die niet op het gebruikelijke tijdstip plaatsvinden, invloed op de datum, het tijdstip en de plaats van de vergadering. Het wijzigen van het aanvangsuur is van gemeenschappelijk belang, omdat het merendeel van de raadsleden het raadslidmaatschap combineert met een andere (on)betaalde functie. Artikel 53 In artikel 19, eerste lid van de Gemeentewet is bepaald dat de burgemeester de leden van de raad schriftelijk uitnodigt voor de vergadering. Het eerste lid bepaalt dat de voorzitter ten minste zes dagen vóór een vergadering de leden een oproep stuurt, waarin de vergadering wordt aangekondigd. Gekozen is om dezelfde termijn te hanteren als voor de raadscommissies. De oproep vermeldt de dag, tijdstip en plaats van de vergadering. Het tweede lid stelt verplicht dat de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waarop de verplichting tot geheimhouding rust, tegelijkertijd met de oproep aan de leden worden verzonden. Als er stukken zijn waarop de verplichting tot geheimhouding rust wordt hier melding van gemaakt op de stukken. Uiteraard is het mogelijk, oproep en de stukken digitaal te versturen verspreiden. Artikel 54 Het presidium bepaalt hoe de agenda eruit komt te zien (artikel 3 van dit reglement). Het versturen van de agenda en stukken is geregeld in artikel 53. Dit is echter een voorlopige agenda. In de dagelijkse praktijk van de gemeente zal het niet altijd mogelijk zijn om een week voor de vergadering een agenda op te stellen, die ook zicht heeft op de „waan‟ van de dag. In een dergelijke situatie kan de voorzitter na het verzenden van de oproep zo nodig een aanvullende agenda en stukken rondsturen. Dit kan echter niet tot op het laatste moment, maar tot uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de vergadering. Het tweede lid heeft tot doel om de raad een actievere rol te geven in de opstelling van de raadsagenda. Individuele raadsleden kunnen via het presidium onderwerpen voor de agenda voordragen. Zij kunnen echter ook bij aanvang van de raadsvergadering een voorstel doen om onderwerpen aan de agenda toe te voegen of van de agenda af te voeren. Daarmee kan het individuele raadslid in ieder geval op twee momenten invloed uitoefenen op de vaststelling van de agenda. Het derde lid vloeit voort uit de verplichting van het college om de raad van voldoende informatie te voorzien. Als de raad niet voldoende op de hoogte is van de inhoud en strekking van een onderwerp, is het niet gewenst dat de raad zich over dit onderwerp uitspreekt. In een dergelijk geval heeft de raad de mogelijkheid, het onderwerp naar een commissie te verwijzen of aan het college nadere inlichtingen of advies te vragen. Het vierde lid regelt dat de raad op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter de volgorde van behandeling van de agendapunten kan wijzigen. Voorstellen aan de raad kunnen van diverse actoren afkomstig zijn. In de eerste plaats zijn dit het college en de burgemeester. D