Verordening van het algemeen bestuur van de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen houdende regels omtrent subsidieArtikel1.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Dagelijks Bestuur: dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen; Groene Metropool: gemeenschappelijke regeling Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen; Social return: een aanpak om meer werkgelegenheid te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Diversiteit: de mate van variatie, m.b.t. culturele/etnische achtergrond, levensbeschouwing, sekse, leeftijd, genderidentiteit, seksuele geaardheid, beperking en/of chronische ziekte, in de groep mensen die deelneemt aan de activiteiten. Inclusie: de mate waarin iedereen, ongeacht culturele/etnische achtergrond, levensbeschouwing, sekse, leeftijd, genderidentiteit, seksuele geaardheid, beperking en/of chronische ziekte, volwaardig, gelijkwaardig en zelfstandig mee kan doen aan activiteiten midden in de samenleving. Wijksturing: de ambitie om vraaggericht te willen sturen vanuit de leefwereld van de inwoners, waardoor bewoners meer zeggenschap krijgen over hun directe leefomgeving. Burgerparticipatie: activiteiten waarbij taken van de gemeente of maatschappelijke organisaties op initiatief van inwoners door inwoners zelf uitgevoerd worden. Duurzaamheid: activiteiten op een manier organiseren zodat het milieu en de natuur zo min mogelijk belast worden en er CO2 reductie kan plaatsvinden. Gezonde leefomgeving: de mate waarin de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden een gezonde leefstijl stimuleren en/of faciliteren. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid,107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld; Subsidieregeling: nadere regeling; Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie. de wet: de Algemene wet bestuursrecht. Artikel2.Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van alle subsidies, zoals bedoeld in art. 4:23, eerste en derde lid, van de wet, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en voor zover er niet door het Dagelijks Bestuur van is afgeweken. Artikel3.Subsidieregelingen Het Algemeen Bestuur kan conform art. 4:23, eerste lid, van de wet bij subsidieregeling vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald. Artikel4.Bevoegd bestuursorgaan Het Dagelijks Bestuur krijgt van het Algemeen Bestuur mandaat om over het al dan niet verlenen, vaststellen, wijzigen en intrekken van subsidies te besluiten. Artikel5.Europees steunkader 1.Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kan het Algemeen Bestuur bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2.Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. Artikel6.Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1.Het Algemeen Bestuur kan subsidieplafonds vaststellen bij vaststelling van subsidieregelingen 2.Indien en voor zover het Algemeen Bestuur geen subsidieplafond heeft vastgesteld krijgt het Dagelijks Bestuur van het Algemeen Bestuur mandaat om subsidieplafonds vaststellen. 3.Een subsidie of subsidieplafond ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend respectievelijk vastgesteld onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking respectievelijk het besluit waarbij het subsidieplafond wordt vastgesteld, wordt daarop gewezen. Artikel7.Aanvraag 1.Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het Dagelijks Bestuur met gebruikmaking van een aanvraagformulier indien het Dagelijks Bestuur deze ter beschikking heeft gesteld. 2.Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over: een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan; als de aanvrager een onderneming is: een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring); als het een subsidie betreft die per kalenderjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de reserves op het moment van de aanvraag; 3.Het Dagelijks Bestuur kan een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, verzoeken om een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, een kopie van het laatste bankafschrift alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar aan de aanvraag toe te voegen. 4.Het Dagelijks Bestuur kan van de leden 1 en 2 afwijken. Artikel8.Aanvraagtermijn 1.Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2.Andere aanvragen om subsidie worden ingediend minimaal 13 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 3.Indien een aanvrager door bijzondere omstandigheden een aanvraag niet voor het verstrijken van de in de leden 1 en 2 genoemde aanvraagtermijnen kan indienen, kan de aanvrager om uitstel van indiening van de aanvraag verzoeken. 4.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. Artikel9.Beslistermijn 1.Het Dagelijks Bestuur beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2.Het Dagelijks Bestuur beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 8, tweede lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3.Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4.Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen. Artikel10.Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1.Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigert het Dagelijks Bestuur de subsidie in ieder geval: als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2.Onverminderd het vorige lid kan het Dagelijks Bestuur de subsidie verder in ieder geval weigeren: als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op een of meer aan de Groene Metropool deelnemende gemeenten of de ingezetenen of als ze onvoldoende hieraan ten goede komen; als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; als niet is aangetoond dat de te subsidiëren activiteiten over voldoende kwaliteit beschikken; als de aanvraag niet voldoet aan regels die bij wetten en regelgeving zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen; 3.Het Dagelijks Bestuur vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak. Artikel11.Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1.Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan of een bezoldiging, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onderdeel a., met een functionaris wordt overeengekomen, meldt de subsidieontvanger dat schriftelijk onverwijld aan het Dagelijks Bestuur. 2.Een subsidieontvanger informeert het Dagelijks Bestuur onverwijld schriftelijk over onder meer: beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen; wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon. Artikel12.Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1.Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 2.Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan. 3.Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht. 4.Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 5.Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de subsidieontvanger toestemming behoeft voor het verrichten van de in artikel 4:71 eerste lid, van de wet genoemde handelingen. 6.Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de subsidieontvanger een egalisatiereserve vormt als bedoeld in artikel 4:72 van de wet. 7.Het Dagelijks Bestuur kan bepalen dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het Dagelijks Bestuur een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht voordoet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald. 8.Het Dagelijks Bestuur kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen ter bevordering van: Social return bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; Duurzaamheid bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; Inclusie bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; Diversiteit bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten; De toegankelijkheid van gesubsidieerde activiteiten voor mensen met een beperking; Wijkgericht werken en burgerparticipatie bij gesubsidieerde activiteiten; Een gezonde leefomgeving bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Artikel13.Verantwoording 1.Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden. 2.Indien een subsidieverstrekker aan de Groene Metropool eisen heeft gesteld aan de verantwoording van verleende subsidie aan de Groene Metropool die van invloed zijn op de eisen aan de verantwoording van de subsidieontvanger aan de Groene Metropool, worden deze eisen in de verleningsbeschikking vermeld. Hierbij kan worden afgeweken van de verantwoordingseisen zoals weergegeven in de artikelen 14 tot en met 16 uit deze regeling. Artikel14.Wijze van verstrekken subsidies tot en met € 10.000 1.Subsidies tot en met € 10.000 kunnen door het Dagelijks Bestuur direct worden vastgesteld, tenzij de Groene Metropool de besteding van deze gelden moet verantwoorden naar derden toe. 2.Bij de verlenings- en vaststellingsbeschikking kan de subsidieontvanger worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. 3.Een voorschot wordt verstrekt ter hoogte van de verstrekte subsidie. Artikel15.Eindverantwoording subsidies van meer dan € 10.000 1.Bij subsidies van meer dan € 10.000 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in: in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2.De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; een financiële verantwoording met een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening). 3.Bij subsidies van meer dan € 125.000 (of wanneer meerdere boekjaarsubsidies van de Groene Metropool aan één subsidieontvanger dit bedrag overstijgt) dient tevens een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant, te worden overgelegd. 4.Het Dagelijks Bestuur kan andere termijnen vaststellen of andere gegevens verlangen. Artikel16.Subsidievaststelling subsidies meer dan € 10.000 1.Het Dagelijks Bestuur stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij zij anders hebben bepaald. 2.Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 5 weken worden verdaagd. 3.Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a of b, is ingediend, kan het Dagelijks Bestuur de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. Artikel17Voorschotten 1.Het Dagelijks Bestuur kan voorschotten verlenen. 2.De voorschotten bedragen in totaal ten hoogste 80% van de verleende subsidie. 3.Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan het Dagelijks Bestuur in afwijking van het tweede lid tot in totaal ten hoogste 95% van de verleende subsidie voorschotten verlenen. Artikel18.Hardheidsclausule 1.Het Dagelijks Bestuur kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3 en 5, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen. 2.Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit. 3.In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door het Dagelijks Bestuur van de inhoud van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen. Artikel19.Slotbepalingen 1.Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking. 2.Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen. Toelichting Deze Algemene Subsidieverordening (ASV) geeft de algemene regels voor alle subsidieverstrekkingen door de GMR. De bevoegdheid tot het vaststellen van wettelijke voorschriften (subsidieregelingen) en het verstrekken van subsidies is bij gemeenschappelijke regeling gedelegeerd aan het Algemeen Bestuur van de GMR. Omdat het vaststellen van wettelijke voorschriften, zoals de ASV en subsidieregelingen, niet gemandateerd mag worden en de bevoegdheid om door te delegeren niet in de gemeenschappelijke regeling is opgenomen, stelt het Algemeen Bestuur deze wettelijke voorschriften vast. De uitvoering van deze wettelijke voorschriften, de verlening van subsidies op grond van artikel 4:23 derde lid Awb en de vaststelling van subsidieplafonds, mogen wel worden gemandateerd. Dit is per mandaatbesluit geregeld. Artikelsgewijze toelichting Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.