Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente DeventerDe raad van de gemeente Deventer; Gelezen het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 20-01-2026, nummer 2026-21 BESLUIT: Vast te stellen de Subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen gemeente Deventer: Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In deze regeling wordt verstaan onder: afkoppelen: hemelwater van een dakoppervlak aangesloten op het gemengd rioolstelsel via fysieke ingrepen loskoppelen; Awb: Algemene wet bestuursrecht; BAG: Basisregistraties Adressen en Gebouwen; bijgebouw: losstaande of aansluitende gebouwen met een dak, zonder woon- of verblijfsbestemming. Hieronder vallen tuinhuisjes, schuren, garages, dierenverblijfplaatsen, fietsenhokken, etc.; collectief: collectief bestaande uit minimaal drie verschillende natuurlijke personen of rechtspersonen die eigenaar of gebruiker zijn van tenminste drie verschillende panden, waarvan één als penvoerder namens dit collectief optreedt. Aan een collectief worden gelijkgesteld: Vereniging van Eigenaren (VVE) en woningbouwcorporaties; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer; containerombouw: roerende zaak, ontworpen om vuilniscontainers netjes en uit het zicht te plaatsen; dakoppervlak: horizontale projectie van een overdekking van een gebouw of een onderdeel daarvan; gebruik hemelwater: buffering en filtering van hemelwater ten behoeve van laagwaardig gebruik ter vervanging van drinkwater, niet zijnde voor gebruik van consumptiedoeleinden; gemengde riolering: riolering in de openbare ruimte voor de gecombineerde inzameling en afvoer van afvalwater en hemelwater naar de rioolwaterzuivering; groen dak: dak bestaande uit minimaal drie lagen, zijnde: een wortelkerende laag, een substraatlaag en een vegetatielaag als onderdeel van de dakconstructie, hoofdzakelijk bestaand uit levende planten, zeer traag groeiend en sterk ‘zelfvoorzienend’; groene gevel: klimconstructie bevestigd aan een gevel voorzien van klimplanten in de volle grond op eigen terrein; groene erfafscheiding: een afscheiding op of bij de erfgrens, die bestaat uit levende beplanting, al dan niet tegen een constructie groeiend, zoals een haag of klimplanten; hemelwater: water dat uit de hemel valt zoals regen, sneeuw, hagel en dauw; hemelwaterriolering: riolering in de openbare ruimte alleen bestemd voor de inzameling en afvoer van hemelwater; infiltratie: het op eigen terrein infiltreren van hemelwater in de bodem, door middel van bijvoorbeeld een infiltratiekrat of grindput; infiltratiekrat/infiltratietoepassing; een geperforeerde en dus sterk waterdoorlatende box, met een interne structuur en bij voorkeur gemaakt van een natuurlijk materiaal, die in de grond wordt geplaatst om hemelwater op te vangen en geleidelijk te infiltreren in een waterdoorlatende bodem, of een daarmee te vergelijken systeem; inheemse soort: soort die van nature in een bepaald gebied voorkomt; inwonersinitiatief: minimaal drie verschillende natuurlijke personen die eigenaar of gebruiker zijn van ten minste drie verschillende panden en waarvan één als penvoerder namens dit inwonersinitiatief optreedt, of een stichting of vereniging, die samen een idee bedenken en uitvoeren om klimaatadaptatiemaatregelen zoals beschreven in artikel 1.4 in de openbare ruimte te realiseren, zonder commercieel belang; onderwijsinstelling: instantie waar onderwijs of kinderopvang wordt aangeboden, opgenomen in de Registratie Instellingen en Opleidingen of het Landelijk Register Kinderopvang (met uitzondering van gastoudervoorzieningen); ontstenen: verwijderen van verharding in de vorm van asfalt, beton, steen of ander slecht waterdoorlatend materiaal; openbare ruimte: ruimte tussen de particuliere kavels die in bezit is van de overheid en die voor iedereen vrij toegankelijk is; oppervlaktewater: water dat zich boven de grond bevindt: het water in rivieren, sloten, kanalen, meren en dergelijke; pand: gebouw inclusief aanbouw, uitbouw en bijgebouwen, alle met bijbehorend erf, tuin, terrein en ondergrond en opgenomen in de BAG en legaal gebouwd; vergroenen: aanbrengen van een vruchtbare bodem voor beplanting als gras, planten, struiken of bomen. voorziening voor berging: een voorziening bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen waarbij grond wordt verwijderd om de voorziening te plaatsen. Dit kan een wadi, infiltratiekratten of ondergrondse regenwatertank zijn; wadi: verlaging op eigen terrein waar hemelwater naartoe geleid wordt, bestemd om hemelwater tijdelijk te bergen, voorzien van waterdoorlatende, filterende bodem waardoor water langzaam in de bodem kan wegzakken. De toplaag bestaat uit beplante, verbeterde grond. Artikel1.2Bevoegdheid van het college 1.Het college is bevoegd te besluiten op aanvragen om subsidie krachtens deze verordening. 2.Het college is bevoegd onaangekondigd de uitvoering van de maatregelen waarvoor subsidie is verleend te controleren. Artikel1.3Doel subsidie Het doel van de verordening is om inwoners en organisaties te stimuleren zelf klimaatadaptatie- en biodiversiteitsversterkende maatregelen te treffen op/bij een pand. Artikel1.4Subsidiabele activiteiten Het college verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten: het planten van bomen - PB; het ontstenen in combinatie met vergroenen - OV; het aanleggen van een groen dak - GD; het afkoppelen zonder voorziening voor berging en infiltratie - AZ; het aanleggen van een voorziening voor berging en infiltratie voor afgekoppeld hemelwater - BI; het plaatsen van een voorziening voor regenwateropslag - RW; het aanleggen van een voorziening voor afgekoppeld hemelwater >250m2 - AH; het aanleggen van een installatie voor gebruik van hemelwater - IH; het aanleggen van een groene gevel - GG; het aanleggen van een groene geveltuin - GT; het plaatsen van een groene erfafscheiding – GE; klimaatadaptief inrichten van schoolpleinen; inwonersinitiatief voor openbare ruimte; Artikel1.5Aanvrager 1.Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a tot en met k, wordt verstrekt aan een eigenaar, huurder of pachter van een pand of aan de penvoerder van een collectief. 2.Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder l, wordt uitsluitend verstrekt aan een onderwijsinstelling. 3.Subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder m, wordt uitsluitend verstrekt aan een inwonersinitiatief. Artikel1.6Algemene criteria Om voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4 in aanmerking te komen wordt voldaan aan de volgende algemene criteria: Een subsidie als bedoeld in artikel 1.4, sub a tot en met l, wordt slechts verstrekt als de activiteit plaatsvindt: op of bij het pand van de aanvrager, gesitueerd in de gemeente Deventer; bij een collectief of inwonersinitiatief: op of bij het pand van de natuurlijke of rechtspersonen namens wie de penvoerder de aanvraag doet, gesitueerd in de gemeente Deventer. Artikel1.7Algemene weigeringsgronden De subsidie wordt geweigerd indien: voor de activiteit, bedoeld in artikel 1.4, al subsidie is verstrekt voor het pand, of; naar het oordeel van het college de infiltratie van het hemelwater van het afgekoppelde dakoppervlak in de bodem of afvoer naar open water in die specifieke situatie niet haalbaar blijkt danwel op enige wijze overlast veroorzaakt, of; Het maatregelen betreft die hitte, droogte of wateroverlast helpen voorkomen bij bedrijven gevestigd op de in de gemeente Deventer gelegen bedrijventerreinen Bergweide 3, Bergweide 4, Bergweide 5, Havenkwartier, Kloosterlanden en De Weteringen, die onderdeel uitmaken van de Uitvoeringsagenda Toekomstbestendige Bedrijventerreinen (TBBT), uitgezonderd zijn de maatregelen genoemd in artikel 1.4, sub d t/m h of; de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden opgenomen in artikel 1.11; Artikel1.8Verplichtingen Aan de subsidie worden de volgende verplichting(en) verbonden: ontwerp, aanleg of installatie zijn volgens de gebruiksvoorschriften uitgevoerd; de activiteit voldoet aan de geldende wet- en regelgeving ; de aanvrager dient de uitgevoerde activiteit te onderhouden; Artikel1.9Subsidieplafond en verdeelregels 1.Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.4, onder b, d t/m h, l en m, geldt gedurende de looptijd van deze verordening per afzonderlijk kalenderjaar, een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht van ten hoogste € 200.000,-. 2.Voor de verstrekking van subsidies als bedoeld in artikel 1.4, onder a, c en i t/m m, geldt gedurende de looptijd van deze verordening in de periode 2025 tot en met 2027 per afzonderlijk kalenderjaar, een subsidieplafond als bedoeld in artikel 4:22 van de Algemene wet bestuursrecht van ten hoogste € 71.509,-. 3.Behoudens het bepaalde in lid 1 en 2, wordt bij niet volledig benutten van het jaarbudget, het resterende budget meegenomen naar het opvolgende kalenderjaar. 4.Subsidie wordt per kalenderjaar verdeeld op volgorde van binnenkomst van de subsidieaanvragen tot aan het subsidieplafond zoals opgenomen in lid 1 en 2, waarbij de datum waarop de aanvraag volledig is, geldt als datum van binnenkomst. 5.Voor zover door verstrekking van subsidie voor aanvragen, die op dezelfde dag zijn ontvangen, het subsidieplafond wordt overschreden, wordt de onderlinge rangschikking van die aanvragen vastgesteld door middel van loting. Artikel1.10Subsidiabele kosten 1.Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder a t/m f, komen de kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit. 2.Voor subsidie voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder l en m, komen de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van de activiteit. 3.Niet tot de subsidiabele kosten behoren: de kosten gerelateerd aan het indienen van de subsidieaanvraag; BTW welke kan worden teruggevorderd of op enigerlei wijze kan worden gecompenseerd. de kosten die verband houden met de aanvraag van de benodigde vergunningen voor de uitvoering of gemoeid met beheer en onderhoud van de aangebrachte voorziening. Artikel1.11Aanvraag en aanvraagtermijn 1.De aanvraag wordt ingediend binnen zes maanden na afronding van de activiteit. 2.De aanvraag wordt ingediend op een door het college vastgesteld aanvraagformulier. 3.De aanvrager overlegt bij de aanvraag: een factuur of aankoopbewijs, waaruit de subsidiabele activiteit blijkt. Indien er geen materialen zijn gekocht, moet de aanvrager aantonen dat de maatregel binnen zes maanden voorafgaand aan de subsidieaanvraag is gerealiseerd. minimaal twee foto’s, waarbij één foto de situatie voor en één foto de situatie na het realiseren van de subsidiabele activiteit laat zien. als het een aanvraag betreft voor een activiteit als bedoeld in artikel 1.4, onder e en g: een berekening van de inhoud van de voorziening; als deze is vereist voor de uitvoering van de activiteit, de voor de realisatie van de activiteit benodigde vergunning; schriftelijke toestemming van de eigenaar als de aanvrager een huurder of pachter is of toestemming van de gemeente als het om de openbare ruimte gaat; schriftelijke toestemming van de buren als er sprake is van een activiteit welke plaatsvindt op een erfscheiding. Indien sprake is van een aanvraag door een collectief of een inwonersinitiatief met een penvoerder: een machtiging van de natuurlijke personen of rechtspersonen aan de penvoerder, waaruit blijkt dat de penvoerder gerechtigd is om de subsidieaanvraag te doen en alle overige correspondentie en communicatie over de aanvraag met het college te voeren. Artikel1.12Beslissing op aanvraag 1.Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een beslissing. 2.Het college kan deze termijn eenmalig met vier weken verlengen. 3.Een subsidie wordt direct vastgesteld zonder voorafgaande beschikking tot verlening. Paragraaf2het planten van bomen - PB Artikel2.1Specifieke criteria Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 1.4, onder a, gelden de volgende specifieke criteria: de aangeplante boom is een inheemse soort; de stamomtrek (gemeten op 1 m hoogte bij aanschaf) is minimaal 12 cm de oppervlakte van onbebouwde ruimte dient in verhouding te zijn tot de boomgrootte, als volwassen boom, overeenkomstig de volgende uitgangspunten: bij een oppervlakte tot 50 m2 geldt een boomgrootte tot zes meter; bij een oppervlakte tussen de 50 m2 en 200 m2 geldt een boomgrootte tussen de zes en twaalf meter; bij een oppervlakte van meer dan 200 m2 geldt een boomgrootte vanaf twaalf meter. de boom staat in de volle grond. Artikel2.2Weigeringsgrond Subsidie wordt geweigerd als de boom binnen 2 meter van de erfgrens is geplant. Artikel2.3Hoogte subsidie 1.De subsidie voor het plaatsen van bomen bedraagt € 35,- per boom met een maximum van €
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.