Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2004De raad van de gemeente Reimerswaal; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 januari 2004 nr. 11; gelet op artikel 33, derde lid, van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de volgende verordening: "Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning 2004" Paragraaf1Ambtelijke bijstand Artikel1 1Een raadslid wendt zich tot de (adjunct)griffier met een verzoek om:a. feitelijke informatie van geringe omvang;b. inzage in of afschrift van documenten die openbaar zijn.c. bijstand bij het opstellen van voorstellen, amendementen en moties of andere bijstand. 2De informatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, wordt door de (adjunct)griffier, of – na ruggespraak met het desbetreffende afdelingshoofd - op verzoek van de (adjunct) griffier door een ambtenaar gegeven. 3Indien een ambtenaar twijfelt of het verzoek betrekking heeft op informatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, stelt hij de secretaris daarvan in kennis. De secretaris beslist. 4De bijstand, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt verleend door de (adjunct) griffier. Indien de gevraagde bijstand niet door de (adjunct)griffier kan worden verleend kan de (adjunct)griffier de secretaris verzoeken, één of meer ambtenaren aan te wijzen, die de gevraagde bijstand zo spoedig mogelijk verlenen. Artikel2 1Een ambtenaar verleent op verzoek van de (adjunct)griffier of de secretaris ambtelijkebijstand tenzij:a. het raadslid niet aannemelijk heeft gemaakt dat de bijstand betrekking heeft op de werkzaamheden van de raad;b. dit het belang van de gemeente kan schaden;c. het bijstand, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, betreft en het raadslid reeds volledig gebruik heeft gemaakt van het hem op grond van artikel 5, eerste lid, beschikbaar gestelde aantal keren ambtelijke bijstand. 2De secretaris beoordeelt of ambtelijke bijstand op grond van het eerste lid geweigerd wordt. 3Indien de bijstand op grond van het eerste lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de (adjunct)griffier en aan het raadslid dat het verzoek heeft ingediend. Artikel3 Indien het verzoek om bijstand van een ambtenaar door de secretaris wordt geweigerd kan de (adjunct)griffier of het betrokken raadslid het verzoek voorleggen aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over het verzoek. Artikel4 1Indien een raadslid niet tevreden is over door een ambtenaar verleende bijstand, doet hij of de (adjunct)griffier hiervan mededeling aan de secretaris. 2Indien overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing leggen zij de zaak voor aan de burgemeester. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak. Artikel5 1Elke raadsfractie heeft in totaal 10 keer per jaar recht op ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c. 2De secretaris houdt in een register bij hoeveel verzoeken om ambtelijke bijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c een raadslid per jaar doet en de reden waarom een verzoek is geweigerd. Artikel6 De secretaris verstrekt de desbetreffende portefeuillehouder in het college desgewenst een afschrift van het verzoek uit het register. Artikel7 1Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of de inhoud van het gegeven advies geheim wordt gehouden. 2Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid. Paragraaf2Fractieondersteuning Artikel8 1De fracties, zoals bedoeld in artikel 5 van het reglement van orde voor de gemeenteraad, ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. 2Deze bijdrage bestaat uit een vast deel van € 250,-- voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag van € 250,-- per raadszetel. Artikel9 1Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken. 2De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:a. uitgaven die in strijd zijn met wettelijke bepalingen en overige regelingen;b. betalingen aan politieke partijen, met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie op basis van een gespecificeerde, reële declaratie;c. giften;d. uitgaven welke dienen bestreden te worden uit vergoedingen die de leden ingevolge het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden toekomen;e. opleidingen voor raads- en commissieleden. Artikel10 1De bijdrage voor fractieondersteuning wordt, voor 31 januari van een kalenderjaar, als voorschot op dat kalenderjaar verstrekt. 2In een jaar waarin verkiezingen plaatsvinden wordt het voorschot verstrekt voor de maanden tot en met de maand waarin de verkiezingen plaatsvinden. In de eerste maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt wordt het voorschot verstrekt voor de overige maanden van dat jaar. 3Het voorschot wordt verrekend met teveel ontvangen voorschotten in jaren waarvoor de raad de bedragen heeft vastgesteld bedoeld in artikel 13, derde lid. Artikel11 1Indien het zeteltal van een fractie ten gevolge van verkiezingen verandert, wijzigt de bijdragea. bij vermindering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand na de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt.b. bij vermeerdering van het zeteltal: op de eerste dag van de maand waarin de eerste vergadering van de nieuw gekozen raad plaatsvindt. 2Bij splitsing van een fractie wordt de op grond van artikel 8, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor de oorspronkelijke fractie verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden. 3Bij splitsing van een fractie wordt het aan de oorspronkelijke fractie verstrekte voorschot verrekend overeenkomstig de verdeling die volgt uit het tweede lid. Artikel12 1De raad reserveert het in enig jaar niet gebruikte gedeelte van de bijdrage toekomend aan een fractie ter besteding door die fractie in volgende jaren. 2De reserve is niet groter dan 30% van de bijdrage die de fractie in het voorgaande kalenderjaar toekwam ingevolge artikel 8. 3Het beroep in enig jaar op de opgebouwde reserve, komt tot uitdrukking in de afrekening als bedoeld in artikel 13 over dat jaar. Bevoorschotting vindt desgevraagd plaats. 4De reserve blijft na verkiezingen beschikbaar voor de fractie die onder dezelfde naam terugkeert, dan wel voor de fractie die naar het oordeel van de raad als rechtsopvolger daarvan kan worden beschouwd. 5Als bij zetelverlies de reserve voor een fractie hoger zou worden dan aangegeven in het tweede lid, vervalt het recht op dat meerdere. 6Bij splitsing van een fractie, wordt de reserve verdeeld over de betrokken fracties naar evenredigheid van het aantal bij de splitsing betrokken leden, voor zover deze reserve niet meer bedraagt dan 30% van de bijdrage die de oorspronkelijke fractie in het voorgaandekalenderjaar ontving. Artikel13 1Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag. 2Voor 31 december van het kalender jaar waarin het voorschot is ontvangen, dient de fractie een declaratie in bij de griffier. De griffier adviseert de raad over de vaststelling van de bedragen. 3De raad stelt na ontvangst van het advies van de accountant de bedragen vast van:a. de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;b. de wijziging van de reserve;c. de resterende reserve;d. de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten. Paragraaf3Slotbepaling Artikel14 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van Reimerswaal op 27 januari 2004. Aldus gewijzigd vastgesteld (artikel 13) op 20 december 2005. de griffier T. Jansen de voorzitterA.J. Huisman
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.