Nota Ruimtelijke Kwaliteit gemeente Putten 2026De raad van de gemeente Putten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 december 2025, nr.
(1965), die door zijn stedenbouwkundige opzet een eigen identiteit binnen het gebied heeft gekregen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De lintbebouwing kent een grote variatie in kleur en materiaalgebruik. Vaak is sprake van donkerrode of bruinrode baksteen, afgewisseld met incidenteel wit pleisterwerk. Kapvormen en nokrichtingen lopen uiteen, maar traditionele pannendaken in rood of donkerbruin zijn overwegend aanwezig. De jaren ’50-woningen aan de westelijke Schoolstraat hebben karakteristieke details zoals zorgvuldig afgewerkte dakgoten, kozijnen met verfijnde profileringen en voordeuren met glas-in-lood of horizontale belijning. De jaren ’60-woningen in het oostelijke deel hebben soberder detailleringen, maar behouden een verzorgde uitstraling. Hier overheersen bruine baksteen, donkere pannen en terughoudend kleurgebruik voor houtwerk en kozijnen. Recente nieuwbouw probeert vaak aansluiting te vinden bij deze bestaande kleur- en materiaaltradities, maar incidenteel komen lichtere steensoorten of afwijkende dakbedekkingen voor, wat extra aandacht vraagt bij toetsing. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De kernkwaliteit van dit gebied ligt in de historische lintstructuur langs de Postweg, Drieseweg en Driewegenweg, gecombineerd met de naoorlogse uitbreidingswijken daarachter. Het contrast tussen de vrijstaande, individueel ontworpen panden in het lint en de meer seriematige bebouwing in de achterliggende straten geeft het gebied zijn gelaagdheid. Het beleid is erop gericht deze karakteristieken te behouden en waar mogelijk te versterken. Voor de linten geldt dat beeldkwaliteit en representativiteit hoog in het vaandel staan. Binnen de woonbuurten achter het lint wordt gestreefd naar behoud van het oorspronkelijke stedenbouwkundige ritme, zeker in de karakteristieke jaren ’50- en ’60-woningen. Het geldende omgevingsplan is consoliderend van aard: grootschalige herstructurering is niet voorzien. Aanpassingen en uitbreidingen dienen zorgvuldig te worden ingepast, met respect voor de aanwezige maat, schaal en materiaalkeuze. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Ontwerp en materiaalgebruik sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, gebouwtypologie en detaillering. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de openbare ruimte (straat of plein). In de linten varieert de nokrichting, maar bij rijenwoningen en twee-onder-één-kapwoningen is deze overwegend evenwijdig aan de weg. Nieuwbouw en uitbreidingen volgen de bestaande rooilijn van het hoofdgebouw. Massa en vorm Lintbebouwing heeft een individuele, herkenbare uitstraling met een enkelvoudige hoofdmassa. Bijgebouwen, aan- en uitbouwen zijn duidelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Binnen rijen of clusters blijft de massaopbouw van hoofdgebouwen uniform. Gevels Gevelindeling en kapvorm sluiten aan bij de schaal van de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Ornamenten en details die kenmerkend zijn voor het bouwjaar of de stijl van het pand worden behouden of in passende vorm hersteld. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Hoofdmaterialen zijn baksteen in donkere of roodtinten, gecombineerd met pannendaken in rood of donkerbruin. Schilderwerk in terughoudende kleuren (donkergroen, wit, crème) versterkt het bestaande beeld. Moderne materialen of kleuren kunnen worden toegepast mits deze qua uitstraling aansluiten bij het gebiedsbeeld. Toetsingsniveau Uitgebreide toets: voor bebouwing langs de historische linten en voor panden die in het omgevingsplan zijn aangemerkt als waardevolle bebouwing. Lichte toets: voor aanpassingen binnen de achterliggende woonbuurten die geen directe invloed hebben op het beeld van de linten. 5-17 Toetsingsniveaus deelgebied Postweg/Drieseweg 5.3.4Noord Gebiedsbeschrijving Het deelgebied Noord is een woongebied dat zich in verschillende fasen heeft ontwikkeld, met bouwperioden variërend van circa 1950 tot in de jaren
- Hierdoor komen uiteenlopende woningtypen en bouwstijlen voor, variërend van vrijstaande woningen en twee-onder-éénkapwoningen tot rijenwoningen. De variatie in bebouwing geeft de wijk een gelaagd en afwisselend karakter. 5-18 Deelgebied noord Een bijzonder kenmerk van dit gebied zijn de oude lanen – Parklaan, Eikenlaan, Waardenburg, Klaarwaterboslaan, Essenburgh en de Van Haersma de Withstraat – waarlangs vrijstaande woningen op ruime kavels zijn geplaatst. Deze woningen zijn individueel ontworpen en gebouwd in verschillende perioden, waardoor er grote verschillen bestaan in architectuur, dakvorm en detaillering. De rooilijnen liggen op enige afstand van de weg, waardoor voortuinen aanwezig zijn. De kavels zijn ruim bemeten en de onderlinge afstand tussen de woningen is groot. Het straatbeeld wordt versterkt door volgroeide laanbeplanting, vaak zonder trottoirs, wat een groen en landschappelijk karakter geeft. Nokrichtingen verschillen, en dakkapellen zijn schaars en veelal onderdeel van de oorspronkelijke bouw. Ten noordwesten van de lanen ligt een gebied met meer recente woningbouw. Hier komen vrijstaande woningen, twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen naast elkaar voor. Hoewel delen van deze buurt projectmatig zijn ingericht en daardoor minder ruimtelijk opgezet dan de lanen, is er door tuinen en straatgroen toch een natuurlijke uitstraling behouden. De woningen staan op enige afstand van de straat, waardoor voortuinen ook hier aanwezig zijn. In deze buurt zijn relatief veel later toegevoegde dakkapellen aanwezig, vooral bij rijenwoningen. Ook komen op enkele plaatsen dakopbouwen voor. Het zuidelijk deel van de wijk kent eveneens een mix van woningtypen. Hier varieert de bouwhoogte van één laag met kap of plat dak tot twee lagen met kap. De verkaveling is hier opgezet in een recht stratenpatroon. Hoewel de woningen in verschillende perioden zijn gerealiseerd, zorgt de projectmatige opzet in delen van de buurt voor clusters met eenzelfde ontwerp en een herkenbare architectonische uitstraling. Binnen het deelgebied zijn drie belangrijke wegen beeldbepalend: de Oude Rijksweg, de Harderwijkerstraat en de Bosrand. Langs deze wegen staan vrijstaande woningen op ruime kavels, met hun representatieve zijde gericht naar de straat. Deze woningen sluiten qua uitstraling, plaatsing en detaillering aan bij de bebouwing langs de lanen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De diversiteit in bouwperiodes en woningtypen zorgt voor variatie in detaillering en materiaalgebruik. Lanenbebouwing: Individueel ontworpen panden met uiteenlopende dakvormen, nokrichtingen en gevelindelingen. Materialen variëren van donkerrode tot bruine baksteen, incidenteel wit of lichtgeel stucwerk, met pannendaken in rood- of antraciettinten. Schilderwerk van kozijnen en deuren is vaak in terughoudende kleuren als wit, crème of donkergroen uitgevoerd. Projectmatige delen: Binnen de buurten met seriematige bouw is per bouwstrook doorgaans uniform materiaal- en kleurgebruik toegepast, bijvoorbeeld identieke gevelstenen, dakpannen en kozijnkleuren. Dakkapellen en opbouwen: In de lanen meestal oorspronkelijk of spaarzaam toegepast, in projectmatige delen vaker later toegevoegd. In recente aanpassingen wordt geprobeerd aan te sluiten bij bestaande kleur- en materiaaltradities, maar afwijkingen in steenkleur of dakafwerking komen voor en vragen extra zorg in de beoordeling. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van het gebied ligt in de samenhang tussen de historische lanen, de projectmatige buurten en de variatie in woningtypen. De lanen dragen sterk bij aan het groene en representatieve karakter van de wijk. Projectmatige buurten hebben hun eigen kwaliteiten in de consistentie van vormgeving en materiaalgebruik per cluster. Er is weinig ruimte voor grootschalige nieuwe ontwikkelingen; het omgevingsplan is consoliderend van aard. Verbouwingen en uitbreidingen moeten zorgvuldig worden afgestemd op de directe omgeving om de bestaande karakteristieken te behouden. Langs de Oude Rijksweg, Harderwijkerstraat en Bosrand is extra aandacht voor representativiteit gewenst, vanwege hun functie als beeldbepalende invalswegen van het dorp. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Ontwerp en materiaalgebruik sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, gebouwtypologie en detaillering. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte. Bijgebouwen zijn duidelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. In lanen en langs de beeldbepalende wegen wordt de bestaande ruime rooilijn gerespecteerd. Massa en vorm Projectmatige bebouwing: per rij of cluster eenheid in massaopbouw van de hoofdgebouwen. Nokrichting van twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg. Individuele bouw: hoofdgebouwen hebben een eigen, herkenbare uitstraling. Gevels Gevelindelingen, ornamenten en materiaalgebruik die kenmerkend zijn voor de bouwperiode worden behouden of in passende vorm hersteld. Bij seriematige bebouwing wordt de eenheid in gevelindeling binnen een bouwstrook behouden. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Baksteen in rood- en bruintinten is overwegend; pannendaken in rood- of antraciettinten. Schilderwerk in terughoudende kleuren als wit, crème of donkergroen. Bij toevoegingen aansluiting zoeken bij de kleur- en materiaaltraditie van de directe omgeving. Afwijkende materialen of kleuren alleen toepassen indien ze passen binnen het gebiedsbeeld. Toetsingsniveau Uitgebreide toets: voor bebouwing langs de linten en beeldbepalende wegen zoals aangegeven op de deelgebiedenkaart Putten. Lichte toets: voor overige bebouwing binnen het deelgebied. 5-19 Toetsingsniveau deelgebied noord 5.3.5Zuidoost Gebiedsbeschrijving Het deelgebied Zuidoost omvat het gebied ten zuidoosten van de kern Putten en bestaat uit een mix van historische lintbebouwing, uitbreidingswijken uit de tweede helft van de 20e eeuw en enkele nieuwere invullingen. De structuur is deels organisch gegroeid langs oude wegen en deels planmatig ontwikkeld in woonbuurten met een recht stratenpatroon. 5-20 Deelgebied zuidoost Langs de oudere linten – waaronder de Van Geenstraat, Henslare, Engweg en Voorthuizerstraat – is nog veel oorspronkelijke bebouwing aanwezig, aangevuld met nieuwere woningen die de open plekken hebben ingevuld. De bebouwing is overwegend vrijstaand en individueel vormgegeven, waardoor er variatie bestaat in kapvorm, nokrichting en architectonische stijl. Veel van deze panden zijn beeldbepalend door hun ligging aan de invalswegen van Putten en vormen mede de overgang tussen de kern en het buitengebied. In de uitbreidingswijken achter de linten is de opzet planmatig. Hier komen voornamelijk rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen voor, afgewisseld met vrijstaande woningen. De verkaveling is compact, met woningen op een korte afstand van de straat en beperkte voortuinen. Groenvoorzieningen zijn vooral aanwezig in de vorm van plantsoenen en straatbomen. In het zuidelijk deel van Zuidoost komen enkele grotere bouwblokken voor, waarin woningtypen uit dezelfde bouwperiode in herhaling zijn toegepast, wat zorgt voor samenhang binnen die clusters. Naar de randen van het gebied toe neemt de bebouwingsdichtheid af en gaat de bebouwing over in meer open kavels en groenere straten. Door de ligging van Zuidoost grenst het gebied aan belangrijke uitvalswegen richting Voorthuizen en de Veluwe, wat de zichtbaarheid en daarmee het belang van een zorgvuldige ruimtelijke kwaliteit vergroot. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De diversiteit in bouwperiodes en woningtypen leidt tot een gevarieerd beeld in detaillering en materiaalgebruik. Lintbebouwing: Individuele ontwerpen met variatie in baksteenkleuren (van donkerrood tot bruin) en pannendaken in rood- of antraciettinten. Kozijnen en deuren vaak uitgevoerd in wit, crème of donkergroen. Architectonische details, zoals rollagen, gemetselde plinten en geprofileerde dakgoten, zijn regelmatig aanwezig. Uitbreidingswijken: Projectmatig toegepaste materialen per bouwblok, wat zorgt voor eenheid in gevelsteen, dakpannen en kleurgebruik. Recente invullingen: In nieuwe woningen wordt vaak geprobeerd aan te sluiten bij de bestaande kleur- en materiaaltradities, maar afwijkende gevelmaterialen of dakafwerkingen komen incidenteel voor. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van Zuidoost ligt in de combinatie van historische lintstructuren en planmatige uitbreidingswijken. De linten vormen de herkenbare randen en toegangswegen van de kern, terwijl de binnenliggende buurten zorgen voor een functionele en samenhangende woonstructuur. Het beleid is gericht op behoud van de variatie binnen de linten, waarbij individuele panden herkenbaar moeten blijven en nieuwe bebouwing zorgvuldig moet aansluiten bij de historische context. In de uitbreidingswijken wordt gestreefd naar behoud van de onderlinge samenhang binnen bouwblokken en straatprofielen. Het omgevingsplan voor dit gebied is overwegend consoliderend van aard. Nieuwe grootschalige uitbreidingen zijn niet voorzien; veranderingen zullen vooral plaatsvinden in de vorm van vervangende nieuwbouw of kleinschalige aanpassingen. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Ontwerp, materiaalgebruik en detaillering sluiten aan bij de aanwezige stedenbouwkundige structuur en architectuur. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de belangrijkste openbare ruimte, met respect voor de bestaande rooilijnen. Bijgebouwen zijn duidelijk ondergeschikt aan het hoofdgebouw. In de linten wordt de variërende, maar karakteristieke, plaatsing van panden behouden. Massa en vorm Lintbebouwing: hoofdgebouwen hebben een individuele uitstraling en enkelvoudige bouwmassa’s. Uitbreidingswijken: per bouwblok eenheid in massaopbouw en kapvorm. Nokrichting van rijwoningen en twee-onder-één-kapwoningen is evenwijdig aan de straat. Gevels Oorspronkelijke gevelindeling, ornamenten en materialen worden behouden of in passende vorm hersteld. In projectmatige delen wordt de eenheid in gevelindeling binnen een bouwblok gerespecteerd. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Overwegend baksteen in rood- en bruintinten, pannendaken in rood of antraciet. Schilderwerk in terughoudende kleuren (wit, crème, donkergroen). Afwijkende materialen of kleuren alleen toepassen indien ze passen in het gebiedsbeeld. Toetsingsniveau Uitgebreide toets: voor bebouwing langs de linten en beeldbepalende wegen, zoals aangegeven op de deelgebiedenkaart Putten. Lichte toets: voor overige bebouwing binnen het deelgebied. 5-21 Toetsingsniveaus deelgebied zuidoost 5.3.6Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng Gebiedsbeschrijving Het deelgebied Halvinkhuizerweg-west / Buiteneng ligt aan de westzijde van Putten, grenzend aan zowel het buitengebied als de kern. Het gebied bestaat uit een combinatie van historische bebouwing langs de Halvinkhuizerweg en de planmatig opgezette woonwijk Buiteneng. 5-22 Deelgebied Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng Langs de Halvinkhuizerweg is de oorspronkelijke lintstructuur nog goed herkenbaar. De bebouwing is voornamelijk vrijstaand, individueel ontworpen en gesitueerd op ruime kavels. Door de ligging aan de rand van het dorp en de nabijheid van agrarisch gebied heeft dit deel een overgangskarakter tussen dorp en buitengebied. De voortuinen zijn ruim bemeten en voorzien van erfbeplanting, waardoor het straatbeeld een groen en open karakter heeft. De wijk Buiteneng ten zuiden van de Halvinkhuizerweg is in de jaren ’70 en ’80 planmatig ontwikkeld. Het stratenpatroon is deels rechtlijnig, deels licht gebogen, met woonerven en verkeersluwe straten. De bebouwing bestaat voornamelijk uit rijwoningen, twee-onder-één-kapwoningen en enkele vrijstaande woningen. Groenzones, speelplekken en bomenrijen vormen belangrijke structuurelementen in het gebied. Door de ligging nabij de N303 en het buitengebied heeft het gebied een functionele ontsluiting, maar blijft het straatprofiel overwegend rustig en woongericht. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Halvinkhuizerweg: Variatie in gevelindelingen, kapvormen en nokrichtingen, passend bij het individuele karakter van de lintbebouwing. Materialen zijn overwegend baksteen in rood- en bruintinten, pannendaken in rood of antraciet, en kozijnen in wit, crème of donkergroen. Buiteneng: Projectmatige opzet per bouwblok met eenheid in materiaalgebruik. Gevels voornamelijk in roodbruine of donkerbruine baksteen, gecombineerd met betonnen of houten gevelaccenten. Dakbedekking hoofdzakelijk in donkerrode of antracietkleurige pannen. Architectonische details, zoals rollagen, gemetselde plinten en geprofileerde dakgoten, komen vooral voor bij de oudere bebouwing langs de Halvinkhuizerweg. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van dit gebied ligt in de duidelijke contrasten en samenhang: Het historische en groene karakter van de Halvinkhuizerweg met vrijstaande bebouwing op ruime kavels. De samenhang en structuur van de planmatig ingerichte wijk Buiteneng. Het beleid is gericht op behoud van het individuele en groene karakter van de lintbebouwing, en op het versterken van de ruimtelijke samenhang binnen de Buiteneng. Nieuwe bebouwing of verbouwingen dienen zorgvuldig aan te sluiten bij de bestaande rooilijnen, schaal en materiaalkeuze. Het omgevingsplan is overwegend consoliderend; er is geen grootschalige uitbreiding voorzien. Kleinschalige inbreidingen of vervangende nieuwbouw zijn mogelijk, mits passend binnen het bestaande karakter en het beleid ruimtelijke kwaliteit. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor nieuwe bouwplannen. Ontwerp, materiaalgebruik en detaillering dienen aan te sluiten bij de aanwezige structuur en architectuur. Plaatsing Halvinkhuizerweg: panden in de rooilijn, met behoud van voortuinen en groene erfafscheidingen. Buiteneng: plaatsing conform de oorspronkelijke verkavelingsstructuur; voortuinen en openingen tussen bebouwing behouden. Massa en vorm Lintbebouwing: individuele massaopbouw, enkelvoudige hoofdvormen, kapvormen variëren maar sluiten aan bij het dorpse karakter. Buiteneng: per bouwblok eenheid in massa en kapvorm; bijgebouwen en uitbouwen ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Gevels Halvinkhuizerweg: behoud of herstel van oorspronkelijke gevelindeling, ornamenten en materialen. Buiteneng: respecteren van de eenheid in gevelindeling binnen het bouwblok. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Overwegend baksteen in rood- of bruintinten; pannendaken in rood of antraciet. Schilderwerk in terughoudende kleuren (wit, crème, donkergroen). Afwijkende materialen alleen indien deze aansluiten bij het gebiedsbeeld. Toetsingsniveau Uitgebreide toets: voor bebouwing langs de Halvinkhuizerweg en andere beeldbepalende straten, zoals aangegeven op de deelgebiedenkaart Putten. Lichte toets: voor overige bebouwing binnen Buiteneng. 5-23 Toetsingsniveaus deelgebied Halvinkhuizerweg-west/Buiteneng 5.3.7De oostzijde van de Bosrand en het daarachter gelegen bosgebied. Gebiedsbeschrijving Aan de oostkant van Putten, net buiten de rondweg (Bosrand – Calcariaweg), liggen vier woongebieden die in het bos zijn gesitueerd. Het oorspronkelijke bospatroon vormde het uitgangspunt voor de inrichting van deze gebieden. Er lopen slechts enkele wegen doorheen, waarvan sommige onverhard zijn, wat bijdraagt aan het besloten en rustige karakter. 5-24 Deelgebied de oostzijde van de Bosrand en het daarachter gelegen bosgebied De vier gebieden zijn in de loop van meerdere decennia ontstaan. Oorspronkelijk stonden er slechts enkele woningen verspreid in het bos. In de loop der tijd zijn open plekken ingevuld met meer recente bebouwing, en zijn bestaande woningen vervangen door nieuwbouw. Dit heeft geleid tot een zeer gevarieerd beeld, waarbij geen twee woningen hetzelfde zijn. De bebouwing is overwegend vrijstaand, individueel ontworpen en veelal met zorg vormgegeven. De kavels zijn ruim, met woningen die vrijwel altijd op enige afstand van de weg zijn geplaatst. Sommige kavels bestaan grotendeels of geheel uit bos, waarbij de woning in een natuurlijke setting ligt of er zelfs geen bebouwing aanwezig is. Het Putterbosch loopt qua sfeer en beplanting zichtbaar door in deze woongebieden. Hoewel woningen vaak in één rooilijn staan, is door de ruime opzet geen strakke rooilijn waarneembaar. De oriëntatie van de woningen varieert sterk. Hoogtes lopen uiteen van één tot twee bouwlagen, met kap of plat dak, en er is een grote diversiteit aan kapvormen en nokrichtingen. De plaatsing van bijgebouwen ten opzichte van het hoofdgebouw verschilt eveneens per perceel. Het totaalbeeld wordt gekenmerkt door een bosrijke en groene uitstraling, niet alleen door de ligging in het bos, maar ook door de aanwezigheid van bomen en beplanting in de tuinen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Door het organische groeiproces en de bebouwing in verschillende perioden en stijlen, ontbreekt een eenduidige detaillering of uniform kleur- en materiaalgebruik. In de gevels worden zowel baksteen als hout toegepast, vaak in combinatie. De afwerking verschilt per woning, maar de uitstraling is in de regel degelijk en luxe. Dakafwerkingen variëren in materiaal en kleur, maar passen doorgaans in het natuurlijke en rustige karakter van het gebied. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van dit deelgebied ligt vooral in de landschappelijke inpassing, de bosrijke omgeving en de ruime kavels met vrijstaande bebouwing. De woningen zijn in schaal en uitstraling ondergeschikt aan het bos, waardoor het groen en de open structuur de boventoon voeren. De individualiteit van de bebouwing en het ontbreken van doorgaand verkeer dragen bij aan de rustige woonkwaliteit. Het omgevingsplan heeft een consoliderend karakter: behoud van de bestaande situatie en kwaliteit staat voorop. Kleine ontwikkelingen en vervangende nieuwbouw zijn mogelijk, waarbij de bestaande ruimtelijke kwaliteiten behouden moeten blijven. Inbreidingslocaties zijn beperkt aanwezig; voor deze locaties zullen, op basis van vast te stellen plannen, specifieke criteria worden toegevoegd aan de nota ruimtelijke kwaliteit. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het kwalitatieve referentiepunt voor elk (vergunningplichtig) bouwwerk. Bouwkundige toevoegingen of veranderingen nemen de bestaande stedenbouwkundige structuur, typologie van gebouwen en detaillering, kleur- en materiaalgebruik als uitgangspunt. Plaatsing Hoofdgebouwen liggen op ruime kavels, op enige afstand van de weg. Oriëntatie en positionering respecteren het groene karakter en de bestaande situering in relatie tot het bos. Bijgebouwen worden ondergeschikt geplaatst ten opzichte van het hoofdgebouw en zoveel mogelijk opgenomen in het groen. Massa en vorm Gebouwen hebben een individueel en herkenbaar karakter. Bouwhoogte en massa sluiten aan bij de bestaande bebouwing in de directe omgeving. Kapvormen zijn gevarieerd, maar afgestemd op de schaal en uitstraling van het perceel en het bosrijke karakter. Gevels Materiaal- en kleurgebruik ondersteunen het natuurlijke en groene karakter van de omgeving. Het toepassen van gevelbekleding in natuurlijke tinten en duurzame materialen wordt gestimuleerd. Grote, reflecterende of felgekleurde gevelvlakken worden vermeden. Detaillering Detaillering sluit aan bij het individuele karakter van de woning en het geheel van de straat of laan. Houtaccenten en natuurlijke afwerkingen worden gestimuleerd. Moderne toevoegingen zijn mogelijk mits zorgvuldig ingepast in schaal, materiaal en kleur. Toetsingsniveau In dit deelgebied wordt in beginsel een lichte toets toegepast, zoals beschreven in paragraaf 2.
- Een uitgebreide toets wordt toegepast bij de bebouwing langs de linten die op de deelgebiedenkaart Putten zijn aangegeven. 5-25 Toetsingsniveaus deelgebied de oostzijde van de Bosrand en het daarachter gelegen bosgebied 5.3.8West Gebiedsbeschrijving De drie wijken Het Husselerveld, Bijsteren en Rimpeler zijn samen een woongebied aan de westzijde van Putten, dat grotendeels in de tweede helft van de 20e eeuw en begin 21e eeuw is ontwikkeld. Het gebied is opgezet als een ruim en groen woongebied, waarbij woonstraten worden afgewisseld met plantsoenen en open ruimten. De wijk is grotendeels projectmatig ontwikkeld, maar bevat ook enkele particuliere bouwinitiatieven waardoor er variatie in architectuur en woningtypen is ontstaan. 5-26 Deelgebied west De ruimtelijke opzet wordt gekenmerkt door een mix van rechte straten en enkele gebogen woonstraten, waarbij de verkaveling gericht is op het creëren van overzichtelijke buurtjes. De woningen zijn voornamelijk twee-onder-één-kapwoningen en rijenwoningen, afgewisseld met vrijstaande woningen op ruimere kavels. De bebouwing bestaat overwegend uit twee lagen met kap, waarbij de nokrichting veelal evenwijdig aan de straat ligt. In het hart van de wijken bevinden zich enkele voorzieningen en groenstroken, die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Het straatbeeld wordt versterkt door voortuinen en erfbeplantingen, die de overgang tussen privé en openbaar gebied verzachten. Bijgebouwen zijn meestal achter op het perceel geplaatst en ondergeschikt aan het hoofdvolume. Hoewel de wijken in hoofdlijnen een samenhangend beeld hebben, zijn er binnen de deelgebieden verschillen zichtbaar in kapvorm, gevelindeling en materiaalgebruik, afhankelijk van de bouwperiode. In latere uitbreidingen is meer variatie toegepast in kleur- en materiaalgebruik, terwijl de vroegere delen soberder en traditioneler zijn vormgegeven. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De woningen in West (Husselerveld, Bijsteren en Rimpeler) zijn overwegend uitgevoerd in baksteen, in kleuren variërend van rood- en bruintinten tot donkerder gemêleerde bakstenen. Dakpannen zijn hoofdzakelijk antraciet of donkerrood. In oudere delen is de detaillering sober, met eenvoudige kozijnindelingen en dakgoten zonder opvallende ornamenten. In de recentere delen zijn meer individuele elementen zichtbaar, zoals afwijkende kapvormen, gebruik van lichte gevelaccenten, houten betimmeringen of afwijkende raamvormen. Voortuinen zijn meestal voorzien van lage hagen of open erfafscheidingen, waardoor een open en groen karakter behouden blijft. Felle kleuren of sterk contrasterende materialen komen weinig voor en zouden afbreuk doen aan het overwegend rustige straatbeeld. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De waarde van het deelgebied west ligt in de ruime opzet, de aanwezigheid van groen in de openbare ruimte en de samenhangende woonstructuur. Het woongebied heeft een rustig, groen karakter met voldoende variatie om een levendig straatbeeld te behouden. Het omgevingsplan voor dit gebied is consoliderend van aard. Grote uitbreidingen zijn niet voorzien, maar vervangende nieuwbouw, kleinschalige aanpassingen of inbreidingsinitiatieven komen voor. Bij nieuwe plannen wordt gestreefd naar behoud en versterking van het bestaande ruimtelijke beeld, met name wat betreft de groene inrichting, de rooilijnen en de samenhang in bouwmassa’s. Eventuele vernieuwing dient zorgvuldig te worden ingepast, zodat het karakter van de wijk behouden blijft. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Toevoegingen of veranderingen dienen aan te sluiten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van de gebouwen en het kleur- en materiaalgebruik. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de straat of het openbaar groen. Bijgebouwen worden achter op het perceel geplaatst en blijven ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De bestaande rooilijnen worden gerespecteerd. Massa en vorm Per bouwrij of cluster geldt een eenheid in massaopbouw van de hoofdgebouwen. Bij individuele bouwlocaties sluit de massaopbouw aan bij de omgeving, met inachtneming van de dominante kapvormen. Hoogte en schaal passen bij het omliggende bebouwingsbeeld. Gevels Gevelopbouw is in harmonie met de maat en schaal van het gebouw en sluit aan bij de gevelindeling van de directe omgeving. Grote, gesloten gevelvlakken naar de straat worden vermeden. Nieuwe gevels of verbouwingen gebruiken materialen die aansluiten bij het bestaande kleuren- en materialenpalet. Detaillering Detaillering ondersteunt het rustige, samenhangende beeld van de wijk. Ornamenten en bijzondere elementen worden spaarzaam toegepast en in verhouding tot de schaal van het gebouw. Het gebruik van duurzame materialen en kleuren die passen binnen het groene en rustige karakter van de wijk wordt gestimuleerd. Toetsingsniveau In dit deelgebied wordt in beginsel een lichte toets toegepast, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. Voor woningen of panden die op de deelgebiedenkaart Putten als lintbebouwing zijn aangeduid, geldt een uitgebreide toets. 5-27 Toetsingsniveaus deelgebied west 5.3.9Halvinkhuizen Gebiedsbeschrijving Halvinkhuizen is een nieuwe woonwijk aan de zuidzijde van Putten, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg/sportpark Putter Eng. Het totale programma beslaat een grootschalige woningbouwopgave; het gemeentelijke projectportaal spreekt van circa 1.400 woningen in meerdere fasen. Fase 1 maakt circa 310 woningen mogelijk en is op 18 juni 2025 onherroepelijk geworden; de bouw start naar verwachting in
- De verdere fasen (2 & 3: omgevingsplan vastgesteld op 6 maart 2025) volgen later. De wijk krijgt een groen en levendig karakter met uiteenlopende woningtypen (van studio’s en appartementen tot rijwoningen, twee-onderéén-kap en vrijstaand) en voorzieningen zoals een basisschool. Verbindingen per (fiets) naar station en centrum worden expliciet mee-ontworpen. 5-28 Deelgebied Halvinkhuizen Karakter en ambities De hoofdopzet is groen, klimaatadaptief en dorps van maat: rustige woonstraten, heldere rooilijnen en overwegend 2 lagen + kap als basistypologie, met bescheiden accenten op logische plekken (zoals buurtpleintjes of langs de hoofdstructuur). Het watersysteem wordt integraal ontworpen met wadi’s en waterberging (ontwerpuitgangspunten: hydrologisch en grondwaterneutraal ontwikkelen, hergebruik hemelwater, vasthouden/infiltreren/bergen/afvoeren, berging 70 mm), zodat het gebied bestand is tegen piekbuien en bestaande waterknelpunten worden meegenomen in de oplossing. De programmatische ambitie is brede doelgroepen-mix (met extra aandacht voor starters en senioren) en een levendig maar ingetogen beeld dat stylingsvrijheid op kavelniveau toelaat binnen een herkenbare samenhang van materiaal en kleur (baksteen in gedempte tinten, keramische pannen; houtaccenten als ondergeschikte verfijning). Fiets- en langzaamverkeersroutes worden als drager van de openbare ruimte gezien en koppelen de wijk fijnmazig aan de omgeving. Toetsingsniveau In dit deelgebied wordt in beginsel een lichte toets toegepast, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. Tijdens de ontwikkeling van het gebied gelden nadere beelkwaliteitskaders. Deze gaan voor op het welstandbeleid. 5-29 Toetsinsniveau deelgebied Halvinkhuizen Aanvullende gebiedsgerichte criteria Op Halvinkhuizen is deze nota ruimtelijke kwaliteit van toepassing. Bij aanvragen wordt in de volgorde getoetst aan de algemene criteria (hoofdstuk 4) als basis, vervolgens aan de gebiedsgerichte systematiek van hoofdstuk 5 (dit gebiedsprofiel) en—waar relevant—aan de objectcriteria (hoofdstuk 6). Voor Halvinkhuizen zijn nog géén specifieke gebiedscriteria in deze nota opgenomen. Zolang de wijk in ontwikkeling is, wordt zij gefaseerd gerealiseerd en geldt per fase een beeldkwaliteitsplan/-kader (BKP). Deze BKP’s vormen het primaire beoordelings- en handhavingskader voor het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken binnen de betreffende fase, in samenhang met de genoemde hoofdstukken van deze nota. De Adviescommissie Omgevingskwaliteit is nauw betrokken bij de totstandkoming van de BKP’s en bij de planbegeleiding en advisering over individuele plannen. Bij een volgende actualisatieronde van deze nota ruimtelijke kwaliteit wordt dit hoofdstuk voor Halvinkhuizen geactualiseerd en worden de (bestaande en nog op te stellen) BKP’s geïntegreerd en vervangen. Tot dat moment blijven de BKP’s het leidende toetsingskader voor Halvinkhuizen. 5.3.10Sprielderweg Gebiedsbeschrijving De Sprielderweg is langs de entree aan de zuidzijde van Putten met een historisch gegroeid lint van de Voorthuizerstraat. De weg verbindt de dorpskern met het buitengebied en volgt een overwegend rechte lijn met enkele lichte knikken. Bebouwing ligt veelal op enige afstand van de weg, waardoor voortuinen, erfbeplanting en groene doorkijkjes naar het achterliggende landschap ontstaan. 5-30 Deelgebied Sprielderweg Langs het lint komt een gemengd bebouwingsbeeld met voornamelijk vrijstaande woningen. Door geleidelijke ontwikkeling is er variatie in nokrichting, kapvorm, kavelgrootte en afstand tot de weg. Aan de randen van Putten is de dichtheid lager en zijn kavels ruimer (landelijker beeld); dichter bij de kern neemt de dichtheid toe en sluiten maten aan op het stedelijk weefsel. Bijgebouwen staan overwegend achter op het perceel. Zuidelijk van de Sprielderweg ligt een zone waar achter de bestaande lintbebouwing een achterliggend woonstraatje is gerealiseerd (Sprielderhout) met vrijstaande woningen op kleinere kavels en een groene inrichting. In het zuidelijk deel van het deelgebied ligt een bedrijfsperceel dat is ontsloten aan de Voorthuizerstraat en bekend is als de locatie met de voormalige distributiehallen van Sligro. Deze forse loodsen domineren nu het beeld. De ambitie is hier een toekomstige transformatie richting wonen te verkennen; een dergelijk initiatief wordt uitgewerkt met een beeldkwaliteitsplan (BKP) dat past in de omgeving en inzet op een duurzame, natuurinclusieve, ruime en groene opzet. Verbindingen met bos en dorpskern worden daarbij versterkt via veel groen en autoluwe straten; parkeren wordt zoveel mogelijk uit het straatbeeld onttrokken. De huidige locatie van de bedrijfsloodsen is met een flinke bosstrook gescheiden van de bestaande woningen langs de Sprielderweg en Sprielderhout. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De variatie in bouwperioden leidt tot een divers palet aan detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Oudere bebouwing is vaak uitgevoerd in rood- tot bruinrode baksteen, met zadeldaken gedekt met donkerrode of antracietkleurige pannen. Kozijnen en dakranden zijn veelal geschilderd in traditionele kleuren zoals wit, donkergroen of donkerbruin. Nieuwere woningen sluiten qua materiaalgebruik vaak aan bij het historische beeld, maar kennen soms eigentijdse accenten in gevelindeling of kleur. In het algemeen wordt het rustige straatbeeld ondersteund door het gebruik van natuurlijke, niet-schreeuwerige kleuren. Felle of sterk contrasterende kleurstellingen zijn nauwelijks aanwezig en passen niet bij het karakter van het gebied. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De Sprielderweg heeft een belangrijke cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de entrees van Putten. De charme van het gebied ligt in de variatie van bouwstijlen, de groene inpassing en de zichtrelatie met het achterliggende landschap. Het beleid is gericht op behoud van deze kwaliteiten. Ontwikkelingen dienen zorgvuldig te worden ingepast in de bestaande structuur, waarbij rooilijnen, kapvormen en het groene karakter leidend zijn. Nieuwe bebouwing moet qua schaal, massa, kleur en materiaalgebruik aansluiten bij het bestaande lint en de overgang naar het buitengebied respecteren. Het omgevingsplan is overwegend consoliderend van aard. Er is beperkt ruimte voor nieuwe inpassingen, vooral in de vorm van vervangende nieuwbouw of herontwikkeling van bestaande locaties. Eventuele toevoegingen dienen de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit te versterken. Voor de voormalige Sligro-locatie geldt dat een mogelijke transformatie naar wonen wordt uitgewerkt met een BKP, waarin onder meer het groene karakter, autoluwe profielen, natuurinclusief en klimaatadaptief ontwerp en parkeervoorzieningen uit het zicht worden geborgd, passend bij de overgang tussen lint, bos en dorpskern. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het referentiepunt voor elk (vergunningplichtig) bouwwerk. Toevoegingen of veranderingen sluiten aan bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, bebouwingstypologie en het kleur- en materiaalgebruik. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de Sprielderweg/Sprielderhout. De bestaande rooilijn wordt gerespecteerd; bij nieuwbouw wordt aangesloten op de rooilijn van de naastgelegen panden. Bijgebouwen worden bij voorkeur achter de voorgevelrooilijn geplaatst en blijven ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Massa en vorm De hoofdgebouwen hebben een herkenbare, enkelvoudige bouwmassa. Kapvormen sluiten aan bij het karakter van de omliggende bebouwing (overwegend zadeldaken). De nokrichting wordt afgestemd op de dominante richting in het betreffende deel van het lint. Hoogte en schaal passen bij het omliggende bebouwingsbeeld; accenten zijn mogelijk bij markante hoeken of kruisingen. Gevels Gevelindeling is in harmonie met de maat en schaal van het gebouw en sluit aan bij de verticale of horizontale geleding in de omgeving. Grote, gesloten gevelvlakken aan de straatzijde worden vermeden. Materialen en kleuren worden afgestemd op het bestaande palet in het lint. Detaillering Detaillering ondersteunt het dorpse en groene karakter van het lint. Ornamenten en bijzondere elementen zijn ingetogen en passend bij de schaal van het gebouw. Duurzame materialen en traditionele kleurstellingen worden toegepast om het harmonieuze beeld te behouden. Toetsingsniveau In dit deelgebied wordt voor de bebouwing langs de Voorthuizerstraat een uitgebreide toets toegepast, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. Voor achterliggende bebouwing of inbreidingslocaties binnen dit gebied kan, afhankelijk van de aard en zichtbaarheid, een lichte toets gelden. 5-31 Toetsingsniveaus deelgebied Sprielderweg 5.3.11Bedrijventerreinen 5.3.11.1Keizerswoert Gebiedsbeschrijving Het bedrijventerrein Keizerswoert is strategisch gelegen nabij het station van Putten en herbergt de meest grootschalige bedrijven van de gemeente. Met een bruto oppervlak van circa 16,5 hectare vormt het een belangrijk economisch knooppunt. 5-32 Deelgebied Keizerswoert Het terrein wordt ontsloten vanaf de Stationsweg via de Industrieweg en ligt net buiten de woonbebouwing van de kern Putten. De zuidelijke rand grenst aan woningen langs het bebouwingslint van de Stationsstraat. Aan de westzijde vormt de spoorlijn Amersfoort–Zwolle de begrenzing, terwijl de overige zijden grenzen aan het omliggende agrarische landschap. Het wegprofiel binnen Keizerswoert is ruim opgezet en de scheiding tussen privéterrein en openbare ruimte is in de meeste gevallen duidelijk. Het terrein is relatief dichtbebouwd: kavels worden grotendeels benut voor bedrijfsgebouwen, bijgebouwen, stallingen, buitenopslag en parkeerruimte. De bebouwing staat veelal centraal op het perceel, met rondom ruimte voor transportbewegingen, bevoorrading en parkeren. Hierdoor is er veel verharding en slechts beperkte gemeenschappelijke groenvoorziening. De groene uitstraling komt voornamelijk van privégroen op bedrijfskavels. Bedrijfsgebouwen zijn meestal met hun representatieve zijde naar de openbare weg gekeerd. Omdat kavels individueel zijn uitgegeven, kent het gebied een gevarieerd beeld met zowel grootschalige als kleinschalige bebouwing. De hoofdvormen zijn doorgaans eenvoudig, vaak met platte daken. Grootschalige gebouwen hebben meestal een gelede massaopbouw om het volume te verzachten. De meeste bebouwing is één tot twee lagen hoog, maar enkele grotere panden steken hier bovenuit en vormen markante elementen. Nieuwere bebouwing heeft vaak een representatievere uitstraling dankzij eigentijdse materialen, strakkere gevelindelingen en een verzorgde vormgeving. Binnen Keizerswoert bevinden zich enkele bedrijfswoningen, meestal ondergeschikt aan de bedrijfsfunctie en gesitueerd op strategische plekken aan de randen van het terrein. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Het materiaalgebruik is functioneel en overwegend industrieel van aard. Veel gevels bestaan uit metaalplaat, sandwichpanelen of metselwerk in grijstinten, antraciet of baksteenrood. Bij andere gebouwen worden kunststof of glas gecombineerd met baksteen. Daken zijn meestal uitgevoerd in staal of bitumen. Bij nieuwere panden is meer aandacht besteed aan representativiteit, met glazen gevelpartijen bij kantoren, strakkere gevelindelingen en het gebruik van moderne, duurzame materialen. Het kleurgebruik varieert, maar blijft over het algemeen ingetogen; felle accenten worden soms toegepast bij entrees of als onderdeel van de bedrijfsidentiteit. Open opslag en zichtbare laad- en loszones kunnen bijdragen aan een rommelig straatbeeld. Groenstroken, schermende beplanting en nette erfafscheidingen kunnen dit beperken en de representatieve uitstraling versterken. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Keizerswoert is van groot economisch belang voor Putten als vestigingslocatie voor uiteenlopende bedrijven, variërend van productie- en opslagbedrijven tot dienstverleners. Het terrein heeft een functioneel karakter waarbij efficiënt ruimtegebruik vooropstaat. Het gemeentelijk beleid richt zich op behoud en modernisering van het terrein. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen het omgevingsplan en bijdragen aan een verzorgd, representatief beeld, vooral langs hoofdontsluitingswegen en zichtlocaties. Herstructurering van verouderde kavels wordt gestimuleerd, met extra aandacht voor duurzaamheid, energie-efficiëntie en ruimtelijke kwaliteit. Ruimte voor nieuwvestiging is beperkt en vooral afhankelijk van herontwikkeling of intensivering van bestaande kavels. Om ongewenste verspreiding van bedrijven in de gemeente te voorkomen, zijn de vestigingsmogelijkheden voor woningen op het terrein beperkt; bedrijfswoningen worden slechts incidenteel toegestaan. Bijgebouwen dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw en qua hoogte, kleur en vormgeving passend te blijven binnen het geheel. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving en het industriële karakter van het terrein vormen het referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Nieuwbouw en verbouw moeten bijdragen aan een representatieve, verzorgde uitstraling van het terrein. Plaatsing Hoofdgebouwen zijn georiënteerd op de ontsluitingsweg van het perceel. Kantoorfuncties en representatieve gevels bevinden zich aan de straatzijde. Laad- en loszones en buitenopslag liggen bij voorkeur uit het directe zicht vanaf de openbare weg. Massa en vorm Grootschalige volumes zijn toegestaan, mits de gevels aan de straatzijde zorgvuldig zijn vormgegeven. Bij representatieve gevels wordt een duidelijke entree gecreëerd. Dakvormen zijn overwegend plat of licht hellend; afwijkende dakvormen dienen functioneel en esthetisch gemotiveerd te zijn. Gevels Gevelindeling sluit aan bij de schaal van het gebouw en draagt bij aan een evenwichtig straatbeeld. Bij kantoren en representatieve delen wordt een transparante uitstraling nagestreefd (glas, hoogwaardige materialen). Grote, blinde gevels aan de straatzijde worden vermeden of visueel verzacht door geleding, kleurgebruik of beplanting. Detaillering Materialen zijn duurzaam, onderhoudsarm en passend bij het industriële karakter. Kleuren zijn ingetogen; felle accenten zijn uitsluitend toegestaan bij entrees of als onderdeel van bedrijfsidentiteit. Erf- en terreinafscheidingen dragen bij aan een verzorgd totaalbeeld; rommelige opslag in het zicht wordt vermeden. Toetsingsniveau Voor het bedrijventerrein Keizerswoert geldt in principe een Lichte toets, zoals beschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. Bij locaties die direct zichtbaar zijn vanaf de hoofdontsluitingswegen of de rondweg wordt extra aandacht besteed aan representativiteit en ruimtelijke kwaliteit. 5-33 Toetsingsniveau deelgebied Keizerswoert 5.3.11.2Ambachtstraat Gebiedsbeschrijving Het bedrijventerrein aan de Ambachtstraat heeft een bruto oppervlak van circa 3,3 hectare en ligt ingeklemd tussen woonwijken. Hierdoor heeft het terrein een relatief kleinschalig en extensief gebruik, met een gemengd karakter van bedrijven en bedrijfswoningen. 5-34 Deelgebied Ambachtstraat Aan de randen van het terrein staan voornamelijk bedrijfswoningen, waarbij de bedrijfshallen vaak achter de woning zijn gesitueerd. Daarnaast zijn er enkele grotere bedrijven aanwezig die ooit kleinschalig zijn begonnen en in de loop van de tijd zijn uitgebreid. Het terrein herbergt onder andere de gemeentewerf. De bebouwing is overwegend één tot twee lagen hoog en heeft aan de straatzijde een representatieve gevel. De interne structuur is grotendeels organisch gegroeid, waardoor het terrein een minder strakke verkaveling heeft dan de nieuwere bedrijventerreinen van Putten. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De bebouwing bestaat voor een groot deel uit baksteen, aangevuld met hout en kunststof. Architectonische detaillering is beperkt aanwezig, maar de panden hebben over het algemeen wel een eigen, individuele uitstraling. Langs de openbare randen van het terrein is representativiteit belangrijk, vooral waar bedrijfsgebouwen direct zichtbaar zijn vanaf de straat. Hier worden doorgaans nette gevelafwerkingen en entreepartijen toegepast, terwijl in het binnengebied meer functioneel en utilitair wordt gebouwd. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Het bedrijventerrein Ambachtstraat heeft door zijn ligging in een woonomgeving en de beperkte schaalgrootte een bijzondere positie in Putten. Het terrein is enigszins verouderd en kent een gemengd gebruik. Op termijn wordt het terrein gesaneerd en herontwikkeld voor woningbouw. Tot die tijd geldt dat de huidige situatie bepalend is voor veranderingen. Het beleid richt zich op het behoud van de bestaande structuur en uitstraling, waarbij bij iedere nieuwe ontwikkeling of aanpassing wordt gestreefd naar een verhoging van de ruimtelijke kwaliteit. Het omgevingsplan is consoliderend van aard. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het kwalitatieve referentiepunt voor nieuwe bouwkundige toevoegingen of veranderingen. Wijzigingen dienen aan te sluiten bij de bestaande stedenbouwkundige structuur, gebouwtypologie en het aanwezige kleur- en materiaalgebruik. Bij nieuwe initiatieven wordt gestreefd naar een toename van de ruimtelijke kwaliteit. Plaatsing Bebouwing staat met de representatieve zijde (kantoorgedeelte, entree) naar de openbare weg. Hoofdgebouwen worden geplaatst in de bestaande rooilijn. Massa en vorm Gebouwen zijn individueel herkenbaar en hebben een eenvoudige hoofdvorm. Grootschalige bedrijfsbebouwing kent een gelede massaopbouw om het volume te verzachten. Gevels Gevels aan de openbare buitenranden hebben een representatieve en verzorgde uitstraling. Grote blinde gevels aan de straatzijde worden vermeden of visueel verzacht door geleding, materiaalvariatie of groenvoorzieningen. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Langs de openbare buitenranden is representativiteit een voorwaarde. Kleur- en materiaalgebruik sluiten aan bij het bestaande beeld en zijn bij voorkeur ingetogen. Duurzame en onderhoudsarme materialen worden toegepast. Toetsingsniveau Voor bedrijventerrein Ambachtstraat geldt in de basis een lichte toets, zoals beschreven in paragraaf 2.
- Een uitgebreide toets wordt toegepast bij de bebouwing langs de Linten die aangegeven staan op de deelgebiedenkaart Putten. 5-35 Toetsingsniveau deelgebied Ambachtstraat 5.3.11.3De Hoge Eng Gebiedsbeschrijving Het bedrijventerrein De Hoge Eng heeft een bruto oppervlakte van circa 8,3 hectare en ligt aan de zuidzijde van Putten. Het terrein is deels nog in ontwikkeling en wordt omsloten door de Van Geenstraat, Halvinkhuizerweg, Hoge Engweg en Voorthuizerstraat. Aan de noordzijde grenst het aan een bestaand woongebied, waarbij de Van Geenstraat als duidelijke scheiding fungeert. 5-36 Deelgebied De Hoge Eng Het terrein is bestemd voor kleinere, milieuvriendelijke bedrijven en kantoren. Langs de Van Geenstraat en Halvinkhuizerweg heeft het een representatief karakter, wat betekent dat hier hogere kwaliteitseisen gelden voor de uitstraling van de bebouwing. Aan de zuidkant bevindt zich een klein woonwagenterrein. Dit terrein is vrij van criteria, waardoor er geen esthetische criteria worden toegepast. De opzet is ruim en wordt gekenmerkt door extensief ruimtegebruik: bedrijfsbebouwing staat vaak centraal op het perceel, rondom is ruimte voor transportbewegingen, parkeren en buitenopslag. Dit leidt tot een relatief hoog aandeel verhard oppervlak. De bebouwing varieert van grootschalig tot kleinschalig en is overwegend één tot twee lagen hoog. Bedrijfspanden hebben meestal een plat dak, terwijl bedrijfswoningen vaak een kap hebben. Op het terrein komen ook bedrijfswoningen voor, soms op prominente plekken en georiënteerd op de straat. In deze gevallen bevindt de bedrijfsruimte zich meestal op het achtererf. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Door de individuele uitgifte van kavels en maatwerkontwerpen is er een grote variatie in kleur en materiaal. Kunststof, glas en baksteen worden veel toegepast. De detaillering verschilt per gebouw, maar over het algemeen geldt dat ieder pand met zorg is ontworpen. Langs de representatieve zones aan de Van Geenstraat en Halvinkhuizerweg wordt gebruikgemaakt van hoogwaardige materialen zoals natuursteen, aluminium, baksteen en glas. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid De zichtlocaties aan de randen van het bedrijventerrein, met name langs de Van Geenstraat, hebben een belangrijke functie voor de uitstraling van het gebied. Hier speelt representativiteit een grote rol. Het bedrijventerrein onderscheidt zich binnen Putten door zijn ligging, zichtbaarheid en de variatie in individuele ontwerpen. Het geldende omgevingsplan heeft een consoliderend karakter: de bestaande ruimtelijke structuur en kwaliteit worden behouden, nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op het bestaande beeld en de stedenbouwkundige opzet. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving vormt het kwalitatieve referentiepunt. Nieuwe bouw of verbouw dient aan te sluiten bij: de stedenbouwkundige structuur, de gebouwtypologie, bestaande detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Plaatsing Bebouwing is individueel herkenbaar. De representatieve gevel (kantoorfunctie, entree) is gericht naar de Van Geenstraat of Halvinkhuizerweg. Indien een pand niet aan deze wegen ligt, is de representatieve zijde georiënteerd op de openbare ruimte. Massa en vorm Gebouwen hebben een individuele uitstraling. Gevelindeling is hiërarchisch opgebouwd (duidelijke hoofd- en nevengevels). Gevels Representatieve gevels worden uitgevoerd in hoogwaardige materialen zoals natuursteen, aluminium, baksteen of glas. Gevels zijn afgestemd op de schaal en maat van het perceel en de omgeving. Detaillering Aan- en uitbouwen en bijgebouwen sluiten in kleur en materiaalgebruik aan bij het hoofdgebouw. Detailafwerking ondersteunt het representatieve karakter van het gebouw. Toetsingsniveau In dit deelgebied geldt overwegend een lichte toets, zoals omschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. Langs de zogenaamde Linten (zie deelgebiedenkaart kern Putten) wordt een uitgebreide toets toegepast, met zwaardere eisen voor architectuur, materiaalgebruik en uitstraling. 5-37 Toetsingsniveaus deelgebied De Hoge Eng 5.3.12Voorzieningen Gebiedsbeschrijving Binnen de kern van Putten zijn drie gebieden te onderscheiden waar voornamelijk maatschappelijke voorzieningen zijn geconcentreerd: Algemene begraafplaats Schootmanshof Algemene begraafplaats Engweg Sportpark De Putter Eng 5-38 Deelgebied voorzieningen Deze gebieden hebben een overwegend groen karakter, waarbij de ruimtelijke structuur wordt bepaald door de aanwezige beplanting en de ontsluitingswegen die erdoor of erlangs lopen. Op de begraafplaatsen is de bebouwing kleinschalig, functioneel en ondergeschikt aan de hoofd-functie van het terrein. Het gaat meestal om gebouwen van één bouwlaag met plat dak. Op begraafplaats Schootmanshof staat naast de functionele bebouwing ook een kerkgebouw, dat een meer beeldbepalend karakter heeft. Op het sportterrein zijn de gebouwen groter van schaal en bestaan ze vaak uit meer dan één bouwlaag. De bebouwing staat vrij in de ruimte en is ruimtelijk los geplaatst ten opzichte van de omliggende velden. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik De bebouwing is overwegend eenvoudig van opzet en uitgevoerd in natuurlijke tinten, zoals rood/bruin en donkergeel. Architectonische details zijn beperkt aanwezig. Waardebepaling, ontwikkeling en beleid Aan de randen van het sportpark zijn sommige gebouwen zichtbaar vanaf de openbare weg. Op deze zichtlocaties is een zekere mate van representativiteit gewenst, zodat de uitstraling past bij het openbare karakter van de omgeving. Het omgevingsplan (tijdelijk deel) voor deze gebieden heeft een consoliderend karakter: de bestaande ruimtelijke structuur blijft behouden, nieuwe bouw of aanpassingen moeten aansluiten op de huidige maat, schaal en uitstraling. Aanvullende gebiedsgerichte criteria Algemeen De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt. Nieuwe bouw of verbouw sluit aan bij: de stedenbouwkundige structuur, de gebouwtypologie, de bestaande detaillering, kleur- en materiaalgebruik. Plaatsing Wanneer een gebouw zichtbaar is vanaf de openbare weg, is de representatieve zijde naar deze weg gericht. Massa en vorm Gebouwen staan vrij in de ruimte en zijn rondom ontworpen. Elk pand heeft een individuele uitstraling. Gevels hebben een hiërarchische indeling met duidelijke hoofd- en nevengevels. Gevels Gevels zijn in alle zichtzijden verzorgd vormgegeven. De schaal en maatvoering sluiten aan bij het gebruik en de functie van het gebouw. Detaillering, kleur- en materiaalgebruik Het hoofdgebouw is richtinggevend voor kleur- en materiaalgebruik bij aan- en uitbouwen en bijgebouwen. Kleurstelling en materiaalkeuze passen bij het groene en openbare karakter van het gebied. Toetsingsniveau Binnen dit deelgebied geldt een lichte toets, zoals omschreven in paragraaf 2.4 van deze nota. 5-39 Toetsingsniveau deelgebied voorzieningen Hoofdstuk6Objectgerichte criteria Diverse bebouwingsvormen komen in de gemeente Putten veelvuldig voor, waarvoor het opstellen van objectcriteria relevant is. In het buitengebied betreft dat de historische agrarische bebouwing (het hallenhuis-type), de agrarische bedrijfsbebouwing, de agrarische woningen en de burgerwoningen, recreatieterreinen, landgoederen en windturbines. Ook voor de dorpen kunnen dergelijke objecten worden benoemd, zoals scholen, bebouwing op volkstuinen en op sportterreinen. Maar ook veelvuldig voorkomende regulier vergunningplichtige bouwwerken, zoals dakopbouwen, worden hieronder behandeld. In het navolgende worden hiervoor objectgerichte criteria opgesteld, die eventueel per landschapstype of per gebied kunnen worden aangepast. Om die reden wordt steeds verwezen naar de gebiedsbeschrijvingen en -criteria. 6.1Object 'Hallenhuisboerderij' Objectbeschrijving Een veel in de gemeente Putten voorkomend historisch boerderijtype is de hallenhuisboerderij. Kenmerkend voor deze boerderijen is dat het woongedeelte, het voorhuis, en het werkgedeelte, het achterhuis, onder één doorlopende kap zijn geplaatst, waarvan de lengteas meestal evenwijdig aan de verkavelingsrichting ligt. Het voorhuis is op de weg georiënteerd en kent aan de voor- en zijkant meestal geen uitbouwen. Een brandmuur scheidt woonhuis en schuurgedeelte van elkaar. Het bedrijfsgedeelte kenmerkt zich door de centrale plaats van de deel tussen de stallen in de middenbeuk. De stallen en opslagruimte bevinden zich onder een groot dak met lage zijbeuken. Door deze lage zijbeuken komt hier het dak van een hallenhuisboerderij tot dicht aan de grond. De meeste hallenhuisboerderijen dateren uit de negentiende eeuw, hoewel ook regelmatig boerderijen uit de zeventiende en achttiende eeuw voorkomen. Daarnaast zijn tot in de eerste helft van de twintigste eeuw nog moderne varianten op het hallenhuistype gebouwd. Vanuit deze standaardvorm ontwikkelde zich in verschillende streken een aantal varianten. Het langhuistype, met een rechthoekige plattegrond komt daarvan in Putten het meeste voor. Daarnaast ontwikkelde zich de minder voorkomende T- of dwarshuisboerderij, waarbij het woonhuis dwars op het achterhuis staat en het voorste gedeelte van de zijgevel is opgeheven tot het niveau van de voorgevel. Het woonhuis is veelal voorzien van een schilddak dat haaks staat op het grote zadeldak van het bedrijfsgedeelte. Een andere variant is de krukhuis-boerderij, waarvan slechts één zijgevel is opgehoogd en verlengd zodat een L-vormige plattegrond is ontstaan. De één bouwlaag hoge massa wordt gedekt door een fors zadeldak waarvan de nokuiteinden eventueel zijn afgewolfd. Bij modernere varianten komen mansardekappen voor. De daken zijn gedekt met riet, gebakken pannen of een combinatie van beide. Vaak hebben rieten kappen een gedeelte met pannen voor de opvang van regenwater. De bakstenen schoorstenen zijn vaak midden op de nok geplaatst. Tuitgevels, waarbij de geveltop wordt beëindigd door de schoorsteen, komen ook regelmatig voor. De voorgevels van de oudere boerderijen, uit de zeventiende en achttiende eeuw, hebben een indeling bestaande uit vier of vijf traveeën. In het midden bevinden zich twee vensters of een voordeur met rechts daarvan een opkamervenster met kelderlicht en links ervan een kleiner venster. Op de zolderverdieping bevindt zich een klein venster of een luik. De negentiendeeeuwse voorgevels hebben een meer symmetrische indeling met beneden twee of vier vensters van dezelfde afmeting met eventueel een centraal geplaatste deur. In de geveltop bevinden zich meer grotere ramen en soms in de vorm van een serlianavenster. Dit leidt aan de voorkant tot een hiërarchische opbouw van de gevel. De gevelopeningen aan de voorzijde van het woonhuis zijn relatief smal en hoog, vooral de raampartijen. Ramen met roedeverdeling komen veelvuldig voor. De ramen zijn in het bedrijfsgedeelte minder talrijk en kleiner van omvang dan in het voorhuis. Daar tegenover staan de relatief grote openingen naar de stallen en de deel aan zij- en achterkant. In de zijgevels bevinden zich een eventuele hoofdingang, een tweede ingang naar de keuken en in sommige gevallen een zijbaander (een dubbele schuurdeur in één van de zijgevels). In het midden van een oorspronkelijke achtergevel is een dubbele schuurdeur, de achterbaander, geplaatst met aan weerszijden kleinere mestdeuren. In de geveltop zit vaak een zolderluik. Achtergevels zijn echter in veel gevallen gewijzigd, hetzij door de moderne agrarische bedrijfsvoering, hetzij door functieverandering. De gevels zijn veelal opgetrokken uit roodachtige baksteen en gemetseld in staand verband (één laag koppen afgewisseld met één laag strekken) en hebben een donker gepleisterd trasraam. Ook komen geheel gepleisterde gevels voor, waarbij de gevels (crème)wit zijn en de trasramen donkergrijs of zwart. Soms verschilt de materiaalkeuze tussen het woon- en het werkgedeelte. De vensters worden beëindigd door een laag strekken, een segmentboog of een rollaag. Status verwerkte men vaak in het uiterlijk van het woongedeelte van de boerderij. Gevel- en raamindelingen, kozijnen, deuren en luiken en al of niet gedecoreerde windveren geven hier nader vorm aan. Met name het bovenlicht (het raam boven de voordeur) leende zich bij uitstek voor versieringen, zoals een levensboom. In het algemeen zijn de windveren en kozijnen wit. Deuren