Regeling beheer en toezicht BRP, Reisdocumenten en RijbewijzenInleiding Voor de hele overheid en dus ook voor gemeenten geldt de verplichting om bij de uitvoering van taken gebruik te maken van persoonsgegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP) voorheen Gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Organisatieonderdelen (volgens de wet ‘organen’) van de gemeente dienen gegevens over de personen met wie ze zaken doen te betrekken uit de BRP. Op grond van artikel 4.15 van de Wet BRP mag de gemeente tot aan het moment dat ze overgaat op het gebruik van een nieuwe ‘BRP-voorziening’, gebruik blijven maken van het GBA-systeem waarmee ze werkte tot aan het moment van inwerkingtreding van de Wet BRP. In aansluiting op artikel 4.15 van de Wet BRP, wordt in deze regeling de term ‘oude gemeentelijke voorziening voor de uitvoering van de BRP’ gebruikt, in deze toelichting afgekort tot GV. In de GV registreert de gemeente gegevens over haar inwoners. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is op grond van artikel 1.9 Wet BRP verantwoordelijk voor de centrale voorzieningen waarmee de Wet BRP wordt uitgevoerd. De centrale voorzieningen (afgekort CV) bevatten gegevens over alle personen die in Nederland woonachtig zijn (ingezetenen) en over personen die niet in Nederland wonen maar wel een relatie hebben met de Nederlandse overheid (niet-ingezetenen). Vooralsnog zal de minister aan de Wet BRP uitvoering geven met behulp van de reeds bestaande landelijke voorziening, de GBA-V, en met een voorziening voor registratie voor de niet-ingezetenen (RNI). Voor het gebruik van persoonsgegevens uit de GV kunnen nadere regels worden gesteld bij of krachtens verordening. De verkrijging van gegevens uit de BRP is gebaseerd op een autorisatiebesluit van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). In de praktijk vindt distributie van persoonsgegevens doorgaans niet (meer) rechtstreeks vanuit de BRP plaats, maar vanuit een specifiek daarvoor ingericht gegevensmagazijn (Makelaar). Dat gegevensmagazijn wordt gevoed zowel vanuit de GV (inwoners) als vanuit de (toekomstige) centrale voorziening (voor de niet-inwoners en niet-ingezetenen). Het hiervoor beschrevene wordt geïllustreerd aan de hand van Figuur 1. Beheer en toezicht Uit oogpunt van privacy, beveiliging en beheer en toezicht is het noodzakelijk voor de BRP een aantal taken te benoemen en vast te leggen in een regeling waarin de hoofdlijnen van het beheer van en het toezicht op de BRP is geregeld. Los van de noodzaak verplicht ook de wetgever het college van burgemeester en wethouders via artikel 1.11 Wet BRP, zich te houden aan de nadere regels van de systeembeschrijving (vooralsnog Logisch Ontwerp GBA). Het logisch ontwerp schrijft in hoofdstuk 8 de aanwijzing door burgemeester en wethouders voor van functionarissen die een aantal beheertaken uitvoeren. Deze hebben alleen betrekking op de BRP. De regeling is formeel gezien bedoeld voor de gegevensverwerking in de BRP. Op de gegevens van inwoners en niet-inwoners in het datadistributiesysteem en het gegevensmagazijn is de Algemene verordening gegevensbescherming van toepassing. Desondanks is het van belang om uit oogpunt van eenheid van persoonsinformatie- en privacybeleid én van de beheersbaarheid van de informatiestromen ook de voor het datadistributiesysteem en gegevensmagazijn relevante beheeraspecten onder te brengen, respectievelijk te integreren, in de regeling voor de BRP. Daarmee ontstaat een ‘regeling voor informatievoorziening basisgegevens’, die zowel betrekking heeft op het beheer van de BRP als op het datadistributiesysteem en gegevensmagazijn. Verdeling beheer- en toezichtrollen Deze regeling onderkent een aantal beheerrollen, te weten: informatiebeheer, gegevensbeheer, systeembeheer, functioneel beheer, privacybeheer, beveiligingsbeheer en de fraude coördinator. Tevens onderkent de regeling de rol van de gegevensverwerker, controller informatiebeveiliging en de toezichthouder. Gegevensverwerkers verwerken uitsluitend de persoonsgegevens voor de BRP. De inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de basisgegevens van personen die niet tot de bevolking van de gemeente worden gerekend, ligt namelijk bij de beheerder van de BRP van de andere gemeenten en bij de beheerder van de centrale voorzieningen: de minister van BZK. De verdeling van de beheer- en toezichtrollen is mede afhankelijk van de inrichting van de (persoons)informatiehuishouding en het informatie- en beveiligingsbeleid van de gemeente. De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden per rol en de bijbehorende competenties zijn richtinggevend voor de plaats in de organisatie waar deze belegd worden. Rollen kunnen worden gecombineerd zoals de beveiligingsfunctionaris BRP, de beveiligingsfunctionaris Reisdocumenten, beveiligingsfunctionaris Rijbewijzen, de privacy officers, de privacybeheerder BRP. Beveiligingsbeheer De inhoud van de rol van de beveiligingsfunctionaris had onder het regime van de GBA vooral betrekking op toezichtaspecten. Voor een correcte uitvoering van beveiligingsbeheer en -toezicht (en tevens voor aansluiting op de BIO) is het noodzakelijk gebleken om de inhoud van beheer en toezicht in aparte rollen onder te brengen. De regeling bevat nu in hoofdstuk 9 het beveiligingsbeheer reisdocumenten en rijbewijzen. Privacybeheer De privacybeheerder heeft als rol om de informatiebeheerder van advies te voorzien, omtrent alle privacyvraagstukken die betrekking hebben op persoonsgegevensverwerking waarvoor de informatiebeheerder verantwoordelijkheid draagt. Daarnaast adviseert de privacybeheerder degenen die belast zijn met de dagelijkse uitvoering van werkzaamheden in het kader van de Wet en de Verordening BRP. De taken van de privacybeheerder beperken zich in deze regeling niet tot de verwerking van persoonsgegevens uit de BRP. Verzoeken uit de organisatie om gegevens uit de BRP zowel als uit de centrale voorzieningen dienen door de privacybeheerder getoetst te worden op doelbinding, rechtmatigheid, proportionaliteit, et cetera. Daaronder valt ook de advisering over de wijze van verstrekking van gegevens uit de BRP en over koppelingen tussen het datadistributiesysteem en het gegevensmagazijn en de verschillende systemen van de gebruikers in de organisatie. De privacybeheerder adviseert de informatiebeheerder, die moet beslissen op dergelijke verzoeken. Een verzoek kan gebruikmaking van de bestaande ministeriële autorisatie betekenen, maar ook uitbreiding van de autorisatie in verband met de uitvoering van een taak, die tijdens de goedkeuring van de autorisatie nog niet was voorzien. De rol van de privacybeheerder kan worden gecombineerd met die van de beveiligingsbeheerder BRP. Reisdocumenten en rijbewijzen De wetgever stelt eisen aan de organisatie van de reisdocumenten. Deze eisen zijn neergelegd in de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001, kortweg ‘PUN’ genoemd. Hoofdstuk XI van deze regeling met als onderwerp organisatie en beheer van het aanvraagsysteem reisdocumenten bepaalt in artikel 78 dat de burgemeester of de door hem aangewezen ambtenaar personen aanwijst die bevoegd zijn tot het verrichten van de handelingen die bij of krachtens de wet zijn voorgeschreven. Daarnaast stelt de wetgever eisen aan de organisatie van de rijbewijzen. Deze eisen zijn neergelegd in het Reglement rijbewijzen. Hoofdstuk II van dit reglement met als onderwerp aanvraag van rijbewijzen bepaalt dat dit moet bij de burgemeester van de gemeente waar men in de BRP is ingeschreven. De beschrijving en toekenning van de rollen in het kader van de reisdocumenten en rijbewijzen maken deel uit van deze regeling. Leeswijzer Regeling beheer en toezicht BRP Het eerste hoofdstuk van de Regeling beheer en toezicht BRP betreft de aanwijzing van de functionarissen die worden belast met de verschillende beheer- en toezichtrollen. Het College van B&W wijst de functionarissen aan wiens inhoudelijke rol zich niet beperkt tot de BRP of het datadistributiesysteem en gegevensmagazijn. Gelet op de noodzaak van een onafhankelijke rolinvulling, wijst het College van B&W de privacybeheerder BRP aan. De informatiebeheerder voorziet in de aanwijzing van het functioneel inhoudelijk beheer, het verstrekkingenbeheer uit de BRP en het gegevensmagazijn. De informatiebeheerder als bronhouder beheert de inhoud en de kwaliteit van de gegevens in de BRP en stelt tevens leveringsvoorwaarden (i.c. privacyvoorwaarden) aan de verstrekking van gegevens uit de BRP. De gegevensverstrekking binnen de gemeentelijke organisatie over niet-inwoners uit de BRP dient gebaseerd te zijn op het autorisatiebesluit van de minister van BZK. Het beheer en de uitvoering van dat autorisatiebesluit maken deel uit van het functioneel inhoudelijk en verstrekkingenbeheer. De hoofdstukken 2 tot en met 11 bevatten de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden per rol. De slotbepalingen zijn opgenomen in hoofdstuk 15. Burgemeester en wethouders van de gemeente Meierijstad, Gelet op de: Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP) Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) Verordening Gegevensverstrekking BRP Paspoortwet Paspoortuitvoeringsregeling Nederland Reglement rijbewijzen besluiten: vast te stellen, de navolgende Regeling beheer en toezicht BRP, Reisdocumenten en Rijbewijzen. Hoofdstuk1:Aanwijzen functionarissen Artikel1: De informatiebeheerder BRP is de leidinggevende werkatelier Burgerzaken. Als plaatsvervanger is de aangewezen beleidsmedewerker Burgerzaken. Artikel2: De informatiebeheerder wijst functionarissen aan, die worden belast met en bevoegd zijn tot het gegevensbeheer BRP; het systeembeheer het functioneel beheer BRP; het privacybeheer BRP; de gegevensverwerking BRP; het toezichtsbeheer BRP; het beveiligingsbeheer; het autorisatiebeheer reisdocumenten; het namens het college van burgemeester en wethouders afnemen van de in artikel 2.8, lid 2, onder sub e, van de Wet bedoelde verklaring; de fraude coördinator; de toegang tot de inloopkluis Burgerzaken; de aanwijzing van functionarissen op het gebied van de reisdocumenten en rijbewijzen; Hoofdstuk2:Het informatiebeheer BRP Artikel3 De informatiebeheerder beheert de voorziening voor de BRP, Key2Burgerzaken, het datadistributiesysteem Key2datadistributie en het autorisatiebesluit. Artikel4 De informatiebeheerder voorziet in: de jaarlijkse planning van de beheeractiviteiten; de jaarlijkse rapportage aan het college van burgemeester en wethouders over de bij a. bedoelde planning, waarbij tevens inzicht wordt gegeven in de kengetallen van de bijhoudings- en beheerprocedures; een jaarlijkse rapportage over de resultaten die voortvloeien uit de in artikel 13 bedoelde kwaliteitssteekproef; de administratieve beheerprocedures, voor zover hier niet door of bij de wet in is voorzien; het periodieke overleg tussen hem en de op basis van de regeling aangewezen beheerders; de richtlijnen voor de bijhouding van de Basisregistratie Personen. Artikel5 De informatiebeheerder is verantwoordelijk voor: de uitvoering van het periodieke onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet BRP naar de inrichting, werking en beveiliging van de basisregistratie, alsmede naar de verwerking van gegevens in de basisregistratie; de periodieke toezending van een uittreksel van de resultaten van het onderzoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens en aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Artikel6 De informatiebeheerder adviseert het college van burgemeester en wethouders over de navolgende aspecten die voortvloeien uit deze basisregistratie te weten: persoonsinformatievoorziening; beveiliging BRP; gegevenskwaliteit; personeelsaangelegenheden. Artikel7 De informatiebeheerder beslist: over de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van de applicatie; op verzoeken van organen van de gemeente tot het verkrijgen van gegevens uit de Basisregistratie Personen; op verzoeken van derden, als genoemd in artikel 3.6 van de Wet en als genoemd in de, bij Verordening BRP genoemde derden tot het verkrijgen van gegevens uit de Basisregistratie Personen; over de wijze van de verstrekking van gegevens met betrekking tot het bepaalde in dit artikel, onder b en c. Artikel8 De informatiebeheerder ziet er op toe dat: de in deze regeling opgenomen bepalingen worden nageleefd; de behandeling en afhandeling van verzoeken om gegevensverstrekking als genoemd in artikel 7 geschiedt volgens de bepalingen uit de wet, de Verordening Basisregistratie personen en de Algemene verordening gegevensbescherming; de bij of krachtens de wet opgelegde verplichtingen ten aanzien van inrichting en bijhouding, evenals de beveiliging van de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie Personen worden nageleefd; alle in artikel 3, lid 1 genoemde functionarissen op de hoogte zijn van de installatie van nieuwe of gewijzigde versies van de applicatie voor de voorziening voor de Basisregistratie Personen en van de gevolgen van deze installatie; de beveiligingsvoorschriften die voortvloeien uit het Informatiebeveiligingsplan en de bijbehorende procedures en instructies worden nageleefd. Artikel9 De informatiebeheerder, of een op grond van artikel 2 aangewezen functionaris, neemt deel aan intern en buitengemeentelijk overleg betreffende onderwerpen die het beheer van de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie Personen aangaan. Hoofdstuk3:Het gegevensbeheer BRP Artikel10 De gegevensbeheerder BRP is verantwoordelijk voor: de juistheid, actualiteit en betrouwbaarheid van de gegevens die opgenomen zijn of worden, in de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie Personen; het beheer van documentatie op het gebied van de overige wet- en regelgeving op het gebied van de Basisregistratie Personen; de communicatie met de overheidsorganen aan wie gegevens worden verstrekt uit de Basisregistratie Personen en andere houders van voorzieningen voor de Basisregistratie Personen omtrent gegevensverwerking; het verwerken van complexe mutaties en correcties met betrekking tot de Basisregistratie Personen; het uitzetten van richtlijnen met betrekking tot het actualiseren en corrigeren van persoonsgegevens, binnen de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie Personen. De gegevensbeheerder beslist binnen 5 werkdagen over het in behandeling nemen van meldingen van een overheidsorganen, waarbij gerede twijfel bestaat over de juistheid van een in de gemeentelijke voorziening van de Basisregistratie Personen opgenomen (authentieke) gegeven en stelt het overheidsorgaan in kennis van de genomen beslissing. Artikel11 De gegevensbeheerder BRP voorziet in: de behandeling van wijzigingsverzoeken als bedoeld in artikel 2.57, 2.58 en 2.60 van de Wet BRP; de controlewerkzaamheden ter waarborging van de kwaliteit van de Basisregistratie Personen. Artikel12 De gegevensbeheerder BRP is bevoegd, in overleg met de leidinggevende burgerzaken, vanuit de in artikel 10 bedoelde verantwoordelijkheid, de gegevensverwerkers aanwijzingen te geven betreffende de opname en bijhouding van gegevens in de gemeentelijke voorziening voor de Basisregistratie Personen. Artikel13 Periodiek wordt de inhoudelijke kwaliteit van het bestand van persoonslijsten in de Basisregistratie personen, onderworpen aan een inhoudelijke controle door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De gegevensbeheerder BRP voorziet in een doorlopende kwaliteitssteekproef en de uitvoering van de daarmee samenhangende verbetermaatregelen, gericht op de handhaving van de kwaliteitsnorm van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De gegevensbeheerder BRP voorziet in de uitvoering van het periodiek onderzoek op grond van artikel 4.3 van de Wet, voor wat betreft de verwerking van persoonsgegevens in de gemeentelijke voorziening. Artikel14 De gegevensbeheerder BRP neemt deel aan het in artikel 9 genoemde overleg. Hoofdstuk4:Het systeembeheer Artikel15 De systeembeheerder is verantwoordelijk voor de continuïteit en het technisch onderhoud van de bedrijfsapplicatie Key2Burgerzaken waarmee een voorziening voor de BRP wordt gevoerd (hierna applicatie). De systeembeheerder voorziet in: De fysieke beveiliging van de applicatie. Een dagelijkse back-up die wordt ondergebracht in een daartoe uitgeruste en beveiligde ruimte op een andere locatie dan de ruimte waarin de apparatuur voor een voorziening van de BRP is opgesteld. De technische installatie van gewijzigde of nieuwe versies van de applicatie Key2Burgerzaken. De beschikbaarheid van de applicatie Key2Burgerzaken, overeenkomstig hetgeen daarover intern en met derden is overeengekomen. Uitwijkvoorzieningen, voor zover dit contractueel is overeengekomen. Het transport, de veilige opslag van verwijderbare gegevensdragers en deugdelijke vernietiging daarvan. De logging in het toepassingssysteem. Artikel16 De systeembeheerder is bevoegd om: Direct maatregelen te treffen wanneer de continuïteit van de applicatie Key2Burgerzaken of de daarin opgeslagen informatie acuut in het geding is; de systeembeheerder is verplicht om achteraf hierover te rapporteren aan de informatiebeheerder. Aanwijzingen te geven over: het beheer van toepassingssystemen; het beheer van bestanden; reconstructiemaatregelen. De systeembeheerder neemt deel aan het in artikel 9 genoemde overleg. Hoofdstuk5:Het functioneel beheer BRP Artikel17 De functioneel beheerder BRP voorziet in: de communicatie bij storingen in hard- en software; de verzorging een logboek waarin bijzondere gebeurtenissen worden bijgehouden; de toekenning van de autorisatieniveaus voor de toepassing van actualiseringen, aan de gegevensverwerkers, de gegevensbeheerder, de functioneel beheerder BRP en de informatiebeheerder, op grond van een besluit van de informatiebeheerder; de bijhouding van een dossier omtrent de autorisaties, die overeenkomstig artikel 7 door de informatiebeheerder zijn toegekend; het testen en evalueren van nieuwe versies van het toepassingssysteem, alsmede het testen en evalueren van nieuwe apparatuur; de beoordeling van de gevolgen van de installatie van nieuwe en of gewijzigde versies van het toepassingssysteem; de bijhouding van een verzameling van alle problemen en klachten, die bij het gebruik van het toepassingssysteem ontstaan; een oplossing, eventueel door inschakeling van de systeembeheerder of een derde, voor de onder artikel 15 punt 7 genoemde problemen en klachten; de voorlichting aan alle in artikel 1 en 2 genoemde functionarissen, met betrekking tot de gevolgen van een nieuwe of gewijzigde versie van het toepassingssysteem; de coördinatie van werkzaamheden in geval van uitwijk, die gebruikers weer in staat stelt de BRP te gebruiken en werkzaamheden te hervatten, in overleg met ICT; de opmaak van documenten, die rechtstreeks aan de Basisregistratie Personen worden ontleend; het faciliteren in de afhandeling van verzoeken omtrent managementgegevens; een zo spoedig mogelijke oplossing in geval van storingen binnen het toepassingssysteem, zo nodig door inschakeling van een derde. Artikel18 De functioneel beheerder BRP is verantwoordelijk voor: de ondersteuning bij het gebruik van het toepassingssysteem; het tijdig opschonen van de relevante bestanden in de database; het beheer van de tabellen van de Basisregistratie Personen; het beheer van de gebruikersdocumentatie. Artikel19 De functioneel beheerder BRP is bevoegd: gegevensverwerkers en het personeel van externe afdelingen/diensten die direct toegang hebben tot de Basisregistratie Personen, aanwijzingen te geven over het gebruik van het toepassingssysteem; instructies en gedragsregels op te stellen omtrent het gebruik van het toepassingssysteem BRP. Artikel20 De functioneel beheerder BRP is verantwoordelijk voor de gedeeltelijke uitvoering van de uitwijkprocessen BRP. Artikel21 De functioneel beheerder BRP ziet erop toe dat voorgeschreven procedures en werkinstructies vanuit functioneel beheertaken worden nageleefd. Artikel22 De functioneel beheerder BRP neemt deel aan: het overleg genoemd in artikel 9; het externe gebruikersoverleg. Hoofdstuk6:Het privacybeheer BRP Artikel23 De privacybeheerder adviseert de functionaris gegevensbescherming, de privacy officer, de medewerkers burgerzaken, de informatiebeheerder en het college van burgemeester en wethouders over de privacyaspecten die voortvloeien uit de uitvoering van de Wet en Verordening BRP. De privacybeheerder is in het kader van de wet BRP verantwoordelijk voor: de advisering over de inhoudelijke afhandeling van de verzoeken als bedoeld in artikel 7, onder b, c en d van deze regeling; het dagelijkse toezicht op de naleving van de privacyvoorschriften in relatie tot het gebruik van gegevens uit de BRP die voortvloeien uit de Wet BRP en de Algemene verordening gegevensbescherming. Artikel24 De privacybeheerder adviseert in het kader van de wet BRP over: de afhandeling van de verzoeken om inzage in de Basisregistratie personen overeenkomstig artikel 2.55 van de wet respectievelijk artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (inzage); de behandeling van alle verzoeken om verstrekkingsbeperking die op basis van artikel 2.59 van de wet ingediend worden en van de eventuele privacytoets als bedoeld in artikel 3.21 lid 2 van de wet; de afhandeling van verzoeken ingevolge de artikelen 17 tot en met 21 van de Algemene verordening gegevensbescherming; de kennisgeving ingevolge de rechten van betrokkene(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.