Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Verordening bestuurlijke gedragscode integriteit gemeente Amstelveen 2026Zaaknummer: Z26-006779 De raad van de gemeente Amstelveen; gelet op artikel 15, derde lid van de Gemeentewet, artikel 41c, tweede lid van de Gemeentewet en gelet op artikel 69, tweede lid van de Gemeentewet; besluiten vast te stellen: Verordening bestuurlijke gedragscode integriteit gemeente Amstelveen 2026 Doel en reikwijdte van de gedragscode In de Gemeentewet is expliciet opgenomen dat op grond van artikel 170, tweede lid, de burgemeester de bestuurlijke integriteit van de gemeente bevordert. Het opstellen van een gedragscode voor de gemeenteraad is op grond van artikel 15, derde lid van de Gemeentewet verplicht. De gedragscode is een interne regeling, in aanvulling op wettelijke regels rond transparantie van lokale besluitvorming en de voorschriften voor elk individueel raadslid. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter. Wat er op papier staat moet wel duidelijk zijn. Er is voor gekozen om de gedragscodes voor de individuele leden van de raad en burgerleden, het uitvoeringsprotocol, de gedragscode voor de individuele leden van het college en de bestuursorganen raad, college van B&W en de burgemeester te integreren in één verordening. De indeling is zo leesbaar mogelijk vormgegeven. In juridische vorm staan er nog enkele wetsartikelen in de hoofdstukken, het wettelijke kader en de toelichting daarop staan niet in een bijlage. Zo is getracht de gedragscode een meer algemeen bruikbare handleiding te laten zijn. Waar nodig zijn de regels uitgebreider omschreven. Deze gedragscode in deze vorm is in 2022 voor het eerst door de raad vastgesteld. In 2026 is deze geactualiseerd. Kernwaarden Nederlandse code voor goed openbaar bestuur Integer handelen kan alleen in een cultuur en organisatie waarin ook de andere kernwaarden van goed bestuur actief worden nagestreefd. De Nederlandse Code voor Goed Openbaar Bestuur stamt uit 2009 en bevat basale beginselen van goed openbaar bestuur. De code doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van besturen van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk om gewetensvol invulling te geven aan hun taken en verantwoordelijkheden. De Code bevat geen juridisch afdwingbare normen maar benoemt een aantal kernwaarden van goed openbaar bestuur: Openheid en integriteit Participatie Behoorlijke contacten met burgers Doelgerichtheid en doelmatigheid Legitimiteit Lerend en zelfreinigend vermogen Verantwoording Deze verordening is op die kernwaarden gebaseerd. Integriteit wordt hierin in één adem genoemd met openheid. Het gemeentebestuur dient in zijn functie het algemeen belang en heeft een voorbeeldfunctie. Zij opereren onafhankelijk en stemmen op grond van de Gemeentewet zonder last. Raadsleden hebben van de kiezers het mandaat gekregen om namens hen besluiten te nemen. Juist omdat een raadslid het algemene belang dient, moet hij zich vrij voelen te kunnen stemmen zoals het hem goeddunkt. In het verlengde daarvan geldt dit ook voor burgerleden en collegeleden. De integriteit moet daarbij niet ter discussie staan. Is dat wel het geval, dan schaadt dat het vertrouwen in het lokale openbaar bestuur. Integriteit en de praktijk De gedragscode is bedoeld als hulpmiddel om leden van het lokaal bestuur handvatten te bieden bij integer handelen en transparante besluitvorming te bevorderen. Deze moet de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. De gedragscode vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. De politieke ambtsdragers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. In aanvulling hierop en wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de gedragscode niet in de plaats treedt van het eigen morele kompas van de politieke ambtsdragers. De gedragscode kan immers niet in iedere situatie die zich voordoet voorzien. Politieke ambtsdragers dienen zich bij hun handelen telkens af te vragen of dit integer is. Daarom moet het handelen van leden van het lokaal bestuur regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling. Ook daarbij geeft de gedragscode naast het eigen morele kompas ondersteuning. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. 1Algemene bepalingen en definities Wettelijk kader De gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor hun leden op grond van artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet. De gemeenteraad stelt op grond van artikel 41c, tweede lid, van de Gemeentewet een gedragscode vast voor de wethouders en op grond van artikel 69, tweede lid, van de Gemeentewet voor de burgemeester. Artikel1Definities Onder integriteit wordt in deze gedragscode verstaan: handelen overeenkomstig de daarvoor geldende morele waarden en normen en de daarmee samenhangende (spel)regels. Onder een integriteitsschending wordt verstaan: een gedraging van een politiek ambtsdrager, die in strijd is met het handelen als ‘goed volksvertegenwoordiger’ of ‘goed bestuurder’, waarbij gehandeld wordt in strijd met morele waarden en normen en/of de daarmee samenhangende wet- en regelgeving. Politiek ambtsdragers: personen die politieke functies bekleden, zoals de burgemeester, wethouders en raads- en burgerleden. Screeningsverslag: de voorlopige conclusies, gebaseerd op vooronderzoek naar aanleiding van een integriteitsmelding tegen een politieke ambtsdrager. Feitenonderzoek: afhankelijk van de uitkomst van het screeningsonderzoek, kan een feitenonderzoek worden ingesteld door een externe deskundige. Het feitenonderzoek wordt vastgelegd in een onderzoeksverslag. Integriteitsfunctionaris: ambtenaar binnen de gemeente bij wie een vermoeden kan worden gemeld dat een medewerker of bestuurder van de gemeente Amstelveen niet integer handelt. De functionaris is verantwoordelijk voor het bevorderen, bewaken en ondersteunen van integer gedrag. Artikel2Reikwijdte, adressering Deze gedragscode geldt voor de raadsleden, burgerleden, wethouders en de burgemeester. Dit zijn politieke ambtsdragers. De gedragscode richt zich ook tot de bestuursorganen gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester als bestuursorgaan, in aanvulling op de geldende wet- en regelgeving. Voorafgaand aan het afleggen van de eed of belofte worden de leden genoemd onder lid 1 actief gewezen op het bestaan van deze gedragscode, de bepalingen uit de Gemeentewet die betrekking hebben op het handelen en de rechten en plichten. Deze gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. Artikel3Doel De gedragscode heeft tot doel integer handelen van de raad, het college en de burgemeester en de transparantie van besluitvorming door de raad, het college en de burgemeester te bevorderen. Bevordering van de omgangsvormen in en buiten de gemeenteraad is ook onderdeel van deze gedragscode. De onder artikel 2 lid 1 genoemden leden en bestuursorganen zijn aanspreekbaar op naleving en periodiek onderhoud van deze gedragscode. Toelichting: In artikel 1 is de definitie van integriteit verwoord. In het tweede lid wordt benadrukt dat de gedragscode een aanvulling is op de hogere wet- en regelgeving. In artikel 2 staat op wie de gedragscode van toepassing is en artikel 3 beschrijft het doel. Politieke ambtsdragers dienen bereid te zijn de gedragscode, in aanvulling op hogere wet- en regelgeving, als uitgangspunt te hanteren bij het inzichtelijk maken van hun overwegingen bij de oordeels- en besluitvorming. 2Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikelen 14, 41a en 65 van de Gemeentewet) Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de raadsleden, burgerleden, wethouders en burgemeester in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik om als | lid vande raad | burgerlid | wethouder | burgemeester | benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook,enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt tedoen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zalaannemen. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zalnakomen en dat ik mijn plichten als | lid vande raad | burgerlid | wethouder | burgemeester | naar eer en geweten zal vervullen.” Persoonlijke belangen Een lid van de gemeenteraad of een lid van het college neemt niet deel aan de stemming over: een aangelegenheid waarbij het betrokken raadslid, de wethouder of de burgemeester een rechtstreeks of middellijk persoonlijk belang heeft of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken; de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28, eerste lid, van de Gemeentewet). Het bestuursorgaan vervult zijn taak zonder vooringenomenheid en waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, eerste en tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht). Incompatibiliteiten en nevenfuncties Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten als bedoeld in artikel 15, eerste lid aanhef en onder d van de Gemeentewet kunnen Gedeputeerde Staten ingevolge artikel 15 lid twee, van de Gemeentewet ontheffing verlenen. Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikel X8 van de Kieswet). In artikel 12 lid drie van het Reglement van orde is opgenomen dat deze artikelen ook van toepassing zijn op burgerleden. Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (raadslid: artikel 13, eerste lid, wethouder: 36b, eerste lid, en burgemeester: 68, eerste lid, van de Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1, eerste lid van de Kieswet). Artikel4(Schijn van) Belangenverstrengeling voorkomen Politieke ambtsdragers dienen het algemeen belang. Een politieke ambtsdrager mag zijn invloed en stem (raadslid) niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een politieke ambtsdrager moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Artikel5Onthouden van stemming Een politieke ambtsdrager onthoudt zich alleen van deelname aan de stemming als er sprake is van een beslissing waarbij er belangenverstrengeling kan optreden; het gaat dan om kwesties waar hij zelf een aannemelijk persoonlijk belang bij heeft, of om kwesties waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij hij een substantiële betrokkenheid heeft. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden niet alleen van stemming, maar ook van beïnvloeding van de besluitvorming in de fases van het besluitvormingsproces. Artikel6Functies naast het ambt Het raadslid of burgerlid levert de griffier per ommegaande de informatie aan over de (neven)functies. (Neven)functies moeten openbaar gemaakt worden bij aanvang van het raads- of burgerlidmaatschap. Als gaande het lidmaatschap nieuwe (neven)functies aanvaard worden of de omstandigheden met betrekking tot bestaande (neven)functies wijzigen, wordt de informatie die hierop betrekking heeft binnen één week aangeleverd bij de griffier. De informatie betreft in ieder geval: de omschrijving van de (neven)functie; de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raads- of burgerlidmaatschap; en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is. Een wethouder meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie aan de raad. De burgemeester meldt zijn voornemen tot aanvaarding van een nevenfunctie anders dan uit hoofde van zijn burgemeestersambt aan de raad (artikelen 41b lid 2 en 67 lid 2 Gemeentewet). Wethouders en de burgemeester leggen uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten uit een nevenfunctie zijn genoten een register ter inzage op het gemeentehuis (artikelen 41b lid 4 en 67 lid 3 Gemeentewet). De informatie betreft in ieder geval: de omschrijving van de (neven)functie; de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht; of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van zijn ambt; of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is; de inkomsten vanuit de (neven)functies. Een politieke ambtsdrager doet er opgaaf van dat hij substantiële financiële belangen heeft - bijvoorbeeld in de vorm van aandelen, opties en derivaten - in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. De griffier (of een ambtenaar onder zijn verantwoordelijkheid) houdt voor raads- en burgerleden een register bij en beheert dit register waarin de onder lid 2 van dit artikel genoemde feiten worden vermeld. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. De gemeentesecretaris (of een ambtenaar onder zijn verantwoordelijkheid) legt voor de wethouders en de burgemeester registers aan en beheert deze registers waarin de onder leden 3 en 4 van dit artikel genoemde feiten worden vermeld. De registers zijn openbaar en via internet beschikbaar. Artikel7Functies na het wethouders- of burgemeestersambt De burgemeester en wethouders handelen in de uitoefening van het ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. Als een wethouder gedurende het wethouderschap voornemens is om een functie te aanvaarden, te vervullen na het wethouderschap, dan bespreekt deze wethouder dat met de burgemeester. De burgemeester of wethouder is gedurende een jaar na aftreden uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente. De uitsluiting geldt niet bij aanvaarding van een dienstbetrekking bij de gemeente waar hij burgemeester of wethouder was. Voor werving, selectie en indiensttreding bij de gemeente zijn de voor het ambtelijk personeel geldende regels ter zake van overeenkomstige toepassing. Toelichting: In artikel 4 is expliciet opgenomen dat politieke ambtsdragers zelf verantwoordelijk zijn om (de schijn van) belangenverstrengeling te voorkomen. De wetgever geeft aan dat de gemeenteraad als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Als er sprake is van mogelijke belangenverstrengeling dan staat in artikel 5 dat politieke ambtsdragers zich dienen te onthouden van stemming. In het tweede lid is daarbij opgenomen dat onthouding geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming. Beïnvloeding vooraf mag dus ook niet. De afweging om wel of niet mee te stemmen is aan de politieke ambtsdrager zelf. Hij kan daarover advies inwinnen bij de griffier of de burgemeester. Nadrukkelijk moet het gaan om een aannemelijk persoonlijk belang. Anders prevaleert het uitoefenen van het ambt. Artikel 6 betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. Op die manier wordt het voor andere raadsleden, burgerleden, wethouders, partijbestuurders, de burgemeester, de griffier en de gemeentesecretaris mogelijk een politieke ambtsdrager te waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid, burgerlid, een wethouder en de burgemeester zijn verantwoordelijk voor tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan. Niet alleen bij het begin, maar ook tijdens de uitoefening van het ambt zijn politieke ambtsdragers gehouden nieuwe functies of wijzigingen in de bestaande functies te melden. In artikel 7 is de zogenaamde ‘draaideurconstructie’ geregeld. Hiermee wordt voor leden van het college mogelijke vriendjespolitiek voorkomen en het risico op verstrengeling van persoonlijke en functionele belangen vermeden. 3Regels rond (schijn van) corruptie Wettelijk kader Ging het bij belangenverstrengeling nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming, bij corruptie gaat het om omkoping van een politieke ambtsdrager. Belangenverstrengeling is niet in het wetboek van strafrecht opgenomen, corruptie is dat wel. In de onderliggende artikelen zijn regels opgenomen om de politieke ambtsdrager te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet, een wethouder op grond van artikel 41a Gemeentewet en de burgemeester op grond van artikel 65 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Artikel8(Schijn van) Corruptie voorkomen Politieke ambtsdragers mogen hun invloed en hun stem niet laten kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die hem zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Een politieke ambtsdrager moet actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegengaan. Artikel9Omgang met geschenken Een politieke ambtsdrager accepteert geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. Onverminderd het eerste lid kan een politieke ambtsdrager incidentele geschenken die een geschatte waarde van maximaal €50 vertegenwoordigen aannemen en behouden. Geschenken die een politieke ambtsdrager uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan €50 vertegenwoordigen worden, als zij niet worden teruggestuurd, eigendom van de gemeente. De griffier en de gemeentesecretaris zorgen voor de registratie van de geschenken met een geschatte waarde van meer dan €50 en de gemeentelijke bestemming. Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen en faciliteiten of diensten van anderen die uit hoofde of vanwege het ambt worden aangeboden, niet voor privédoeleinden gebruikt. Artikel10Omgang met uitnodigingen Een politieke ambtsdrager accepteert uitnodigingen voor werkbezoeken, evenementen, netwerkbijeenkomsten, lunches, diners en recepties die niet door de gemeente zijn georganiseerd en/of betaald alleen als: dat behoort tot de uitoefening van het raads- of college werk en de aanwezigheid beschouwd kan worden als functioneel (protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente, uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid) en tegelijkertijd geen schijn van omkoping of beïnvloeding is. Artikel11Omgang met (buitenlandse) excursies Een politieke ambtsdrager accepteert (buitenlandse) werkbezoeken waarbij reis- en verblijfkosten door anderen worden betaald alleen bij hoge uitzondering. Een dergelijke invitatie dient altijd te worden besproken in het presidium of het college. De invitatie mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en er geen schijn van omkoping of beïnvloeding is. Van een dergelijk werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan de raad. Artikel12Declaraties van kosten door het college De burgemeester en een wethouder declareren geen kosten die al op andere wijze worden vergoed. Declaraties worden via het declaratieformulier met daarbij gevoegd de bewijsstukken binnen een maand na factuurdatum of betaling door de burgemeester of wethouder ingediend. Tenzij het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers of de Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers anders bepalen, vindt de betaling van kosten plaats die op grond van de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Amstelveen vergoed dienen te worden. Declaraties worden ingediend bij en goedgekeurd door de gemeentesecretaris. De ambtelijke organisatie van het college is onder leiding van de gemeentesecretaris verantwoordelijk voor de administratieve afhandeling van declaraties. Indien er twijfel is over een declaratie vindt er een gesprek plaats tussen de integriteitsfunctionaris van de ambtelijke organisatie en/of de gemeentesecretaris en/of het collegelid. De informatie is openbaar en via internet beschikbaar. De gemeentesecretaris (of een ambtenaar onder zijn verantwoordelijkheid) legt hiervoor een register aan en beheert tevens dit register. Toelichting: In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van de politieke ambtsdrager kan worden beïnvloed. Geschenken kunnen een sluiproute zijn naar corruptie. Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van €50 of minder) door het raadslid, de wethouder of de burgemeester worden aanvaard, zo staat in artikel 9. De geschenken mogen echter nooit op het huisadres worden bezorgd. Geschenken met een hoge waarde worden niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming en registratie van het geschenk. Werkbezoeken zijn bedoeld om politieke ambtsdragers in de gelegenheid te stellen zich inhoudelijk te informeren en noodzakelijke contacten te leggen en te onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of naar recepties gaan op kosten van anderen waar mogelijk moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 10 van de gedragscode van toepassing zijn. In artikel 11 gaat het gaat om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als politieke ambtsdrager aanvaardt. Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. Het is beter in deze gevallen alle schijn te vermijden. Artikel 12 gaat specifiek over declaraties van het college. Uitgangspunt is dat raadsleden geen declaraties indienen. Raadsleden krijgen een vaste onkostenvergoeding en fracties kunnen aanspraak maken op de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. 4Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Wettelijk kader Raads-, burger- en collegeleden krijgen voor hun werk de beschikking over een aantal faciliteiten en over financiële middelen van de gemeente. Voorschriften zijn opgenomen in de gemeentelijke verordening Rechtspositie raadsleden en commissieleden en het besluit van burgemeester en wethouders van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Amstelveen over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten evenals in de Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. Artikel13Verantwoording van uitgaven Het bestuursorgaan richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven en hanteert heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente. De politieke ambtsdrager verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het kader van het eerste lid vastgelegde regels en procedures. Een politieke ambtsdrager declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed. Artikel14In gebruik gegeven zaken Een politieke ambtsdrager gaat conform de bruikleenovereenkomst die hij sluit met de gemeente zorgvuldig om met de in bruikleen gegeven laptop, mobiele telefoon en/of tablet. Wanneer een politiek ambtsdrager zijn lidmaatschap eindigt of deze wordt beëindigd, dan levert een raadslid, burgerlid, een wethouder of de burgemeester zijn in bruikleen gegeven zaken binnen vijf werkdagen terug aan de gemeente. Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toegestaan, tenzij hier andere afspraken over gemaakt zijn. Een politieke ambtsdrager gaat als een goede huisvader om met gemeentelijke eigendommen en het gebruik van interne voorzieningen. Toelichting: Aan politieke ambtsdragers worden rechtspositionele voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen geboden die een goed functioneren mogelijk maken. Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven gaan via een privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van een politieke ambtsdrager maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Betrokkenen zullen zich uiteraard nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem of haar gelden zoals verwoord in artikel 13. Fractiegelden dienen te worden verantwoord volgens de Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning. In artikel 14 staat de stelregel dat privégebruik van gemeentelijke voorzieningen niet is toegestaan. Wel kan de gemeente een specifieke bruikleenovereenkomst hebben die privégebruik van bedrijfsmiddelen reguleert, zoals privégebruik van een laptop, tablet of mobiele telefoon. 5Regels rond informatie Wettelijk kader Informatieplicht Het college en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als het verstrekken daarvan in strijd is met het openbaar belang (artikel 169, derde lid, van de Gemeentewet). Het Reglement van orde van de gemeenteraad bevat bepalingen die betrekking hebben op informatieverstrekking en de omgang met informatie. Geheimhouding Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). De raad, het college, de burgemeester en een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, een verplichting tot geheimhouding opleggen ten aanzien van informatie die bij dat orgaan berust (artikel 87 Gemeentewet). Het bestuursorgaan kan zichzelf geheimhouding opleggen (artikel 87), maar kan dit ook aan een ander bestuursorgaan opleggen (88, lid 1 tot en met 4). Indien het college of de burgemeester geheime informatie verstrekken aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, verstrekt het college of de burgemeester die informatie tevens aan de raad (88 lid 5). De raad kan de geheime informatie verstrekken aan anderen (artikel 88 lid 6). De verplichting tot geheimhouding wordt op het stuk ten aanzien waarvan de geheimhouding geldt vermeld (artikel 89 lid 1) en duurt voort totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft (artikel 89 lid 3). Indien informatie ten aanzien van een verplichting tot geheimhouding aan de raad is verstrekt, duurt die verplichting in afwijking van het derde lid totdat de raad haar opheft (artikel 89 lid 4). Een lid van de raad of van een door de raad ingestelde commissie als bedoeld in hoofdstuk V dat de geheimhouding schendt kan bij besluit van de raad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geld (artikel 89 lid 5). Artikel15Zorgvuldig omgaan met informatie De politieke ambtsdrager zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie waarover hij beschikt veilig wordt bewaard. De politieke ambtsdrager maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen niet openbare informatie en hij maakt die niet openbaar c.q. geeft die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeert hij hier eerst naar. Toelichting: Artikel 15 lid 1 benadrukt dat het belangrijk is om de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van digitale informatiedragers met vertrouwelijke en/of geheime informatie. Door zijn positie kan een raadslid, burgerlid, wethouder of burgemeester over informatie beschikken die anderen niet hebben. Dit kan een informatievoorsprong geven vanuit het ambt, maar ook als privépersoon. Er dient geen misbruik te worden gemaakt als privépersoon van die informatievoorsprong zo staat in artikel 15 lid 2. 6Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen Wettelijk kader Elk raads- of burgerlid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Een respectvolle omgang met elkaar maakt het daarnaast beter mogelijk met elkaar tot een deugdelijke beraadslaging te komen. Dat is wezenlijk voor een zorgvuldige besluitvorming. Dit raakt aan de grondrechten in de Grondwet. In het Reglement van orde van de gemeenteraad staan diverse bepalingen over de onderlinge omgang. Artikel16Omgangsvormen Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en respectvol met ambtenaren om. Zij bejegenen elkaar, bestuurders, de griffie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.