← Nederland

Omgevingsvisie Wierden; Wierden klaar voor morgen (Wierden)

/akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR758218 /join/id/stop/work_006 /akn/nl/act/gm0189/2025/Regeling20ff1e21771346b9a464f0f13822cf9d /join/id/stop/work_019 2026-03-05 2026-03-05 /akn/nl/act/gemeente/2026/CVDR758218/nld@2026-03-12 /join/id/proces/gm0189/2022/procedure27b42ef0a3bb40b5b60b1aab831bdf6a 2026-03-12 2026-03-12 /akn/nl/act/gm0189/2025/Regeling20ff1e21771346b9a464f0f13822cf9d/nld@2026-02-18;08102027 /akn/nl/act/gm0189/2025/Regeling20ff1e21771346b9a464f0f13822cf9d /akn/nl/act/gm0189/2025/Regeling20ff1e21771346b9a464f0f13822cf9d/nld@2026-02-18;08102027 /join/id/stop/work_019 1 Omgevingsvisie Wierden; Wierden klaar voor morgen 1 Samenvatting 1.1 Inleiding In de omgevingsvisie Wierden staan de langetermijndoelen voor de fysieke leefomgeving in Wierden verwoord. De omgevingsvisie vormt een uitwerking van de toekomstvisie Wierden en is een dynamisch document dat we actueel houden met onze politieke en maatschappelijke ontwikkelingen. Onze omgevingsvisie draait om het behouden en versterken van onze identiteit als een rustige, groene woongemeente met sterke wortels in de landbouw. De kernwaarden van Wierden – zoals een hoge woonkwaliteit, sociale cohesie en een bloeiende ondernemersgeest – worden gekoesterd en verder ontwikkeld. Tegelijkertijd zetten we ambitieuze stappen richting duurzaamheid, circulariteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Onze groene ambities zijn vertaald in thema’s zoals groene woonwijken, toegankelijke voorzieningen en een toekomstbestendig platteland, waarbij de Global Goals als leidraad dienen. We zetten een groene stip op de horizon: groene wijken, centra en werkgebieden en een agrarisch buitengebied met hoge landschaps- en natuurwaarden. Om deze hoofdambitie te halen, hanteren we in deze omgevingsvisie vier speerpunten, die in alle ruimtelijke keuzes terugkomen: We gaan voor gezond! Onze ruimtelijke keuzes dragen bij aan noaberschap! We worden klimaatneutraal! We versterken onze identiteit! Onze speerpunten hebben we thematisch uitgewerkt. 1.2 Naar een duurzame circulaire samenleving Onze eerste ambitie richt zich op een duurzame, circulaire en klimaatbestendige leefomgeving. In 2050 willen we een CO2-neutrale gemeente zijn, met ruimte voor groen, water en duurzame mobiliteit. Daarom willen we in 2040 al grote stappen hebben gezet. Ruimtelijke keuzes worden afgestemd op water- en bodemsystemen en stimuleren beweging en biodiversiteit. Daarnaast streven we naar een gezonde, veilige en uitnodigende woonomgeving met groene openbare ruimtes en beweegplekken voor verschillende doelgroepen die sociale verbinding en gezondheid versterken. 1.3 Een gezonde, klimaatbestendige en uitnodigende woonomgeving We kiezen voor de aanleg van meer groen en waterbergingen om daarmee beter bestand te zijn tegen periodes van hitte, droogte en om hevige regenval beter op te kunnen vangen. Tegelijk willen we het groen beter toegankelijk en bruikbaar maken voor spelen en bewegen. We kiezen voor doelgroepvriendelijke beweegplekken en het vergroenen van de kernen. 1.4 Ruimte voor wonen Op het gebied van wonen zetten we in op aantrekkelijke, groene woongebieden met diverse woningtypes voor alle doelgroepen. Er wordt prioriteit gegeven aan bouwen binnen de bebouwde kom. Hierbij behouden we voldoende groen om onze leefomgeving gezond en klimaatbestendig te maken. Daar waar het kan, kiezen we vaker voor gestapelde bouw om in te spelen op de woonbehoefte en ruimte te sparen voor andere functies. Binnen het woonbeleid kiezen we bij grotere projecten voor het mixen van doelgroepen, zodat we de sociale cohesie op elk niveau helpen bevorderen. 1.5 Multifunctionele voorzieningen en levendige dorpscentra We willen de zelf- en samenredzaamheid bevorderen en sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. We willen voorzieningen zo dicht mogelijk bij inwoners aanbieden en tegelijk willen we doelgroepen mixen. Daarvoor zullen we voorzieningen soms moeten bundelen. De dorpscentra van Wierden en Enter ontwikkelen we tot levendige ontmoetingsplekken, zoals in de centrumvisies. 1.6 Dynamische bedrijventerreinen We zijn een gemeente voor de lokale en groene ondernemer. We willen ondernemerschap blijven ondersteunen. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente door te groeien. Daarom zetten we in op een goede doorstroming van bedrijven binnen bedrijventerreinen. Ondernemers krijgen ruimte om duurzaam en circulair te opereren, met bedrijventerreinen die inspelen op innovatie en regionale samenwerking. 1.7 Een agrarisch cultuurlandschap voor iedereen Het agrarische landschap blijft onze prioriteit, met nadruk op ontwikkelruimte voor agrariërs, historische waarden en het versterken van de basiskwaliteit van de natuur. Het platteland wordt toekomstbestendig gemaakt door meervoudig ruimtegebruik en samenwerking tussen landbouw en natuur. Onze thema’s hebben we per gebied uitgewerkt. Hierbij erkennen we de unieke kwaliteiten van onze kernen, buurtschappen en landschap. Per gebied zijn de toepasselijke thema’s verder uitgebreid en gebiedseigen gemaakt. Deze balans tussen lokale eigenheid en een gemeenschappelijke visie vormt de basis voor een duurzame, sociale en groene toekomst. 2 Inleiding 2.1 Inleiding Een omgevingsvisie is een integrale strategische langetermijnvisie voor de fysieke leefomgeving. Met deze visie zegt de gemeente welke doelen ze voor de fysieke leefomgeving heeft op de lange termijn. Waar willen we woningen bouwen? Wanneer willen we klimaatneutraal zijn? En hoe willen we dat het landschap er over vijftien jaar uitziet? Een omgevingsvisie is geen concreet plan. Het bevat vooral de doelen en ambities die de gemeente heeft en de hoofdpunten van het beleid voor de komende vijftien jaar. Maar de visie helpt de gemeente wel om alle plannen en het beleid waarmee we die doelen uitwerken samenhangend te maken. De omgevingsvisie is een van de instrumenten uit de Omgevingswet. De omgevingsvisie komt niet uit het niets. De visie is gebaseerd op de identiteit en de kenmerken van het landelijk gebied en de dorpen Enter, Hoge Hexel en Wierden. We benoemen wat voor ons van waarde is en wat we willen beschermen. In deze omgevingsvisie komen lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen samen. Maar vooral hoe wij als gemeente met onze eigen kwaliteiten, wensen en doelen dit willen bereiken. Met andere woorden: het is de stip op de horizon voor onze fysieke leefomgeving van Wierden in 2040, en soms kijken we verder, richting

  1. De omgevingsvisie is een dynamisch document. Dit betekent dat we het aanpassen wanneer er politieke of maatschappelijke veranderingen zijn. 2.2 Waarom een omgevingsvisie? Sinds 2024 is de Omgevingswet in werking, waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving zijn gebundeld. 26 losse wetten zijn geïntegreerd in één wet. Het motto van de wet is: ‘ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit’, wat vertaald is in drie maatschappelijke doelen: Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving, Een goede omgevingskwaliteit bereiken en in stand houden, De fysieke leefomgeving doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen om er maatschappelijke behoeften mee te vervullen. De gemeentelijke omgevingsvisie is één van de juridisch verplichte instrumenten van de Omgevingswet. De ambities en doelen in deze visie vormen de koers van het handelen van de gemeente in de fysieke leefomgeving. In beleidsmatige zin bindt deze omgevingsvisie de gemeente, maar de visie schept geen juridische rechten of plichten voor inwoners, partners en organisaties. Wel vormt het de basis voor het omgevingsplan dat bepaalt welke regels gelden voor het grondgebied van de gemeente. Vervolgens vertalen we de omgevingsvisie in samenwerking met de samenleving naar, onder andere, omgevingsprogramma’s voor de uitvoering. 2.3 Totstandkoming van de omgevingsvisie Als gemeente staan we niet alleen aan het roer om de ruimtelijke ontwikkelingen te sturen. Vanuit deze gedachte werken we samen met ruimtegebruikers en initiatiefnemers: een samenleving die aan zet wil zijn. De totstandkoming van de omgevingsvisie is dan ook gevoed door en getoetst bij diverse gebruikers van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is opgesteld in drie fases, met een uitgebreid participatietraject. Fase 1: Wierden vandaag. In deze fase haalden we welke trends en ontwikkelingen op die op ons afkomen. Ook keken we naar welke vraagstukken inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voor de toekomst hebben. De betrokkenheid werd vormgegeven door interviews en de enquête van de toekomstvisie, zie paragraaf 1.
  2. Het resultaat hiervan was de uitgangspuntennotitie, waarin werd beschreven wat de kwaliteiten van de gemeente, de belangrijkste beleidsuitgangspunten en de opgaven waarvoor de gemeente zich voor de toekomst gesteld ziet. Fase 2: Wierden kijk op morgen. In deze fase zochten we oplossingen voor de vraagstukken uit de eerste fase. Dit hebben we gedaan met een uitgebreid ambtelijk en maatschappelijk proces. Hierin zaten bewonersbijeenkomsten in de drie dorpen, een periode voor online reacties, sessies met maatschappelijke partijen en ketenpartners. Het resultaat hiervan was een memo met hierin de gedragen ideeën en dilemma’s. Bij de dilemma’s ging het vaak over duidelijke meningsverschillen en belangen of oplossingsrichtingen die met elkaar botsen. Fase 3: Wierden klaar voor morgen. In deze fase hebben we de daadwerkelijke omgevingsvisie opgesteld. Dit is de visiefase. De rode draad uit fase 2 werkten we in eerste instantie uit in een visie op hoofdlijnen. In meerdere bijeenkomsten vormde we de basis van de visie en daarmee de hoofdlijn van het te voeren beleid. Het resultaat van deze fase voor de omgevingsvisie is een ontwerp-omgevingsvisie die ter vaststelling aan de gemeenteraad kan worden aangeboden. 2.4 Relatie met toekomstvisie Eerder hebben de gemeente en inwoners samen nagedacht over hoe de gemeente erin 2030 uit moet zien. Dit heeft geleid tot de toekomstvisie, waarin veel onderwerpen staan die ook belangrijk zijn voor de omgevingsvisie. De omgevingsvisie gaat verder op de keuzes die in de toekomstvisie zijn gemaakt. Belangrijke thema’s uit de toekomstvisie die terugkomen in de omgevingsvisie zijn onder andere de leefomgeving, duurzaamheid, economie en gezondheid. De ideeën en plannen uit de toekomstvisie zijn verwerkt in de oplossingen en het beleid van de omgevingsvisie. 2.5 Leeswijzer De omgevingsvisie is als volgt opgebouwd: in hoofdstuk 3 gaan we in op de ruimtelijke kenmerken en kwaliteiten van de gemeente, met ook een samenvatting van het bestaande beleid en de opgaven die spelen. Dit vormt de basis voor de gemaakte keuzes, die passen bij de gemeente en de identiteit van Wierden vormen. In hoofdstuk 4 beschrijven we vervolgens de ambitie en doelen op thematische wijze. Hierna beschrijven we in hoofdstuk 5 de relevante thema’s voor de verschillende gebieden in de gemeente. Ten slotte in hoofdstuk 6 geven we een doorkijk naar de uitvoering van deze visie en welke stappen daarvoor nog nodig zijn. 3 Over Wierden 3.1 Kwaliteiten en richtinggevende waarden 3.1.1 Inleiding De gemeente Wierden kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzondere natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Meerdere natuurgebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder beschrijven we kort de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de algemene kenmerken van de gemeente, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Een uitgebreidere beschrijving van de kwaliteiten van Wierden vindt u in de opgavennotitie van deze omgevingsvisie. 3.1.2 Water- en bodemsysteem Onze gemeente ligt volledig op de hogere zandgronden van Twente, met hier en daar nog veengebieden en moerige gronden. Door de lagergelegen Regge en de oude stuwwallen is er veel variatie in de grondwaterstanden. Dit is belangrijke kwaliteit van ons water- en bodemsysteem die we beschermen. We zien ons water- en bodemsysteem als de basis van alles in de gemeente. Kaart Water- en bodemsystemen Bodemkaart Nederland 1:50,000; Dinoloket 3.1.3 Historische ontwikkeling Het Wierdense landschap is gevormd tijdens de Pleistocene ijstijd (140.000 jaar geleden) door verschuivingen van het gletsjerijs en opwaaiend zand. Regenwater sneed beekdalen door het verhoogde landschap. De gemeente Wierden ligt op de overgang van beekdallandschap en dekzandlandschap. In het Holoceen (rond 11.700 jaar geleden) begon de veenvorming in dit gebied. Op de vlaktes kon regenwater niet weg en ontstond er veenmos, waarvan we nu nog het Wierdense Veld en de Zunasche Heide hebben. Zo onstond op deze gebieden hoogveen. Zandlandschappen gecombineerd met hoogveen zorgen voor een gevarieerd landschap gekenmerkt door verschillen in hoogte, grondwaterstanden en typen natuur. Wierden kent een rijke geschiedenis die teruggaat tot de prehistorie, met sporen van bewoning op de zandruggen langs de Regge en bij Hoge Hexel. In de vroege middeleeuwen werden nederzettingen gesticht, omringd door natte beekdalen en woeste gronden, zoals heide of moeras. Markegenootschappen beheerden de gemeenschappelijke gronden, wat nog steeds zichtbaar is in de indeling van buurtschappen en akkerlanden. In de middeleeuwen verschenen kastelen en landgoederen langs de Regge, waarvan enkele nog bestaan. Vanaf de 19e eeuw leidde ontginning tot grootschalige landbouw en nieuwe landgoederen. Ondanks ruilverkavelingen en modernisering heeft Wierden zijn kleinschalige karakter grotendeels behouden. In deze periode groeide ook de Molukse gemeenschap in onze gemeente op het woonoord Vossenbosch. In de jaren ‘60 en ‘70 is deze gemeenschap verhuisd naar Wierden. 3.1.4 Archeologische waarden Dankzij de lange bewoonsgeschiedenis kent onze gemeente een hoge rijkdom aan archeologische waarden. Er zijn vondsten gedaan van de steentijd op de oude ruggen in het beekdallandschap en er zijn grafheuvels gevonden ten noorden van Wierden bij Landgoed de Barkel. Maar er zijn ook vondsten gedaan van alle andere tijdperioden. Onze geschiedenis en hierbij horende archeologische waarde zien wij als een grote kwaliteit. Daarom beschermen we deze waarden zo goed mogelijk. Kaart Cultuurhistorische Waarde Cultuurhistorische atlas Provincie Overijssel; Rijksdienst Cultureel Erfgoed 3.1.8 Sterke bereikbaarheid en verbondenheid Een belangrijke kwaliteit van de gemeente Wierden is de strategische en goed bereikbare ligging. Dankzij de nabijheid van de rijkswegen A1 bij Enter en A35 bij Wierden is de gemeente uitstekend verbonden met andere delen van het land. Daarnaast zorgen de provinciale wegen N347, N350, N35 en N751 voor een fijnmazig en goed functionerend wegennet dat de kernen en het buitengebied met elkaar verbindt. Naast de goede bereikbaarheid over de weg beschikt Wierden ook over een spoorverbinding met een station in het hart van Wierden. De stoptrein zorgt voor directe verbindingen met omliggende steden zoals Almelo Deventer, Enschede en Zwolle. Hierdoor is Wierden zowel voor bewoners als bezoekers goed toegankelijk en aantrekkelijk als woon-, werk- en verblijfsomgeving. Kaart Netwerken en Mobiliteit Mobiliteitsplan Wierden 3.1.5 Natuur en landschap Het gevarieerde landschap kent hoogveengebieden, halfopen akkers en jongere ontginningsgronden. Natuurgebieden zoals het Wierdense Veld en natte natuur zoals de Zunasche Heide bieden unieke leefgebieden voor flora en fauna. Daarbuiten vormt het agrarische gebruik met karakteristieke landschapselementen het landschap. Dit bestaat vooral uit een combinatie van graslanden, akkers, kleine bosjes, houtwallen en lanen. De landschapselementen worden bepaald door hun ondergrond, die varieert door de gemeente heen. Dankzij deze variatie hebben we niet alleen een afwisselend landschap met hoge belevingswaarde, maar heeft het ook een grotere ecologische waarde. We richten ons op het behouden van deze kwaliteiten en variatie in het landschap. Hierbij zien we onze agrariërs als een belangrijke drager van ons landschap. Natuur en water Kaart Natuur en water Leefgebied Weidevogels: Provincie Overijssel omgevingsverordening; Natura 2000: Rijksoverheid; Natuurnetwerk Nederland: Rijksoverheid; Grondwaterwinning: Provincie Overijssel 3.1.6 Oppervlakte watersysteem Het oppervlaktewater wordt bepaald door de Regge en Veeneleiding. Het grootste deel van het water stroomt richting de Regge, die recent opnieuw is ingericht zodat er een natuurlijker watersysteem ontstaat. In het westen zijn er veel sloten aangelegd om landbouwgrond op de oude veengronden te ontwateren. De retentiegebieden functioneren zowel als waterbuffers en hebben ook natuurwaarden. Droogte is een groot probleem voor onze landbouw, natuur en drinkwaterwinning. Daarom zijn we al druk bezig met pilots voor nieuw waterbeheer, zoals bij Notter en Zuna. Gebieden rond de drinkwaterwinninglocaties bij Hoge Hexel en Wierden zijn beschermd, wat beperkingen oplegt aan het grondgebruik. 3.1.7 Bijzondere locaties Wierdense Veld: Natura 2000-gebied met actief en herstellend hoogveen en bijzondere vogels zoals de kraanvogel. Zunasche Heide: overgangszone tussen Sallandse Heuvelrug naar de Regge met open landschappen en natte heide. Het Lageveld: Grote recreatieplas met stranden, bossen en sportmogelijkheden. Het Reggedal: Natuurontwikkelingsgebied met landbouw en recreatieve opties, zoals wandelen en varen. De Waarf: Historische locatie in Enter waar zompen werden gebouwd, nu een educatief en recreatief centrum. Landgoed de Barkel: Historisch landgoed met wandelroutes en archeologische waarde, zoals een grafheuvelreconstructie 3.2 Trends en ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving 3.2.1 Inleiding De gemeente Wierden kent vele kwaliteiten. Met name het buitengebied kent bijzondere natuurgebieden en cultuurhistorische waarden. Meerdere natuurgebieden zijn beschermd en kennen bijzondere natuurwaarden. Hieronder beschrijven we kort de ontstaansgeschiedenis van de gemeente, de algemene kenmerken van de gemeente, gevolgd door bijzondere plekken in het buitengebied. Een uitgebreidere beschrijving van de kwaliteiten van Wierden vindt u in de opgavennotitie van deze omgevingsvisie. Kerncijfers van de gemeente Wierden in januari 2025 CBS 3.2.2 Demografie en Wonen De gemeente Wierden kampt met dubbele vergrijzing: de groep ouderen groeit en jongeren nemen in aantal af. Tegen 2040 zal 30% van de inwoners 65 jaar of ouder zijn. Dit vraagt om woningen die geschikt zijn voor ouderen, zodat zij kunnen doorstromen naar kleinere woningen en ruimte maken voor andere huishoudens. Ouderen spelen een toenemende rol in mantelzorg. Tegelijkertijd is het voor jongeren en starters steeds moeilijker om betaalbare woningen te vinden. De vraag naar sociale huur- en middeldure koopwoningen groeit door veranderingen in de demografie, stijgende bouwkosten en een toenemende druk op de woningmarkt door verschillen in vraag en aanbod. Wierden is een aantrekkelijke woongemeente, ook voor inwoners uit de regio en daarbuiten. In regionale woonafspraken is daarom vastgesteld dat de gemeente meer woningen mag toevoegen dan de lokale behoefte. 3.2.3 Gezonde Leefomgeving Gezondheid wordt belangrijker, met nadruk op bewegen en een schoon milieu. Groen in de openbare ruimte bevordert beweging en biedt verkoeling. Gemeente Wierden stimuleert groene tuinen en onderhoudt bestaand groen, hoewel een vervangingsopgave voor openbaar groen en klimaatadaptatie in oudere wijken wacht. Geluidsoverlast, van verkeer en bedrijventerreinen, en luchtkwaliteit blijven aandachtspunten. Hoewel de luchtkwaliteit is verbeterd, voldoet deze nog niet volledig aan WHO-normen, wat opgaven betekent voor fijnstof, ammoniak en andere luchtvervuiling. 3.2.4 Interesses en Cultuur Door individualisering verdwijnt het traditionele noaberschap. Mensen bewegen minder en kiezen vaker voor individuele vrijetijdsbestedingen. Recreatiepark ‘t Lage Veld, Kulturhusen, sportclubs, verenigingen en evenementen als WIEZO en Boulevard Outdoor blijven populaire ontmoetingsplekken. Vrijwilligerswerk verschuift naar projectmatig en tijdelijk werk. De cultuurhistorie wordt in stand gehouden door oudere vrijwilligers, maar opvolging vinden is soms lastig. Verbinding onder inwoners probeert de gemeente onder meer te versterken door evenementen te ondersteunen. 3.2.5 Klimaatverandering Klimaatverandering leidt tot drogere zomers en nattere winters. Hevige regenbuien veroorzaken vooral stedelijke overlast, terwijl landelijke gebieden te maken hebben met droogte. 3.2.6 Economie De gemeente heeft een sterke ondernemersgeest en profiteert van goede bereikbaarheid door de A1, A35, N35, N36, F35 en het spoor. De bedrijventerreinen geven ruimte voor de lokale economie, maar zijn ook toe aan veranderingen. Lokale economieën in de centra blijven relevant ondanks online concurrentie. Toerisme speelt een rol, met recreatiepark ‘t Lage Veld en de vakantieparken als trekpleisters. De werkgelegenheid binnen de gemeente is bovengemiddeld, mede dankzij lokale bedrijven en forse groei van de afgelopen jaren. 3.2.7 Mobiliteit Wierden is goed bereikbaar dankzij snelwegen en een treinstation, maar binnen de gemeente leidt het stijgende verkeer tot overlast, vooral in de centra. Wegen in het buitengebied worden intensiever gebruikt, wat gevaarlijke situaties oplevert. Vrachtverkeer vanuit omliggende snelwegen draagt bij aan verkeersproblemen. 3.2.8 Veranderingen in het Landelijke Gebied Het landelijk gebied verandert snel. Vrijkomende agrarische bebouwing krijgt nieuwe functies zoals woningen. De energietransitie vraagt ruimte voor duurzame energie, maar hier is niet altijd ruimte voor. Landbouwbedrijven passen zich aan de veranderende omstandigheden en zoeken brede, veerkrachtige verdienmodellen. Het aantal bedrijven neemt echter af door het ontbreken van toekomstperspectief voor opvolgers door onder meer milieuregels. Bedrijven die overblijven worden groter. Verder zien we een toename in interesse voor de natuur en biodiversiteit in de samenleving, wat vertaald wordt naar nieuwe wensen voor de groene leefomgeving. Wierdense boeren versterken hun positie door samenwerking en hebben de Coöperatie Agrarisch Terreinbeheer Wierden (CATB) opgericht. 3.2.9 Duurzaamheid en Circulariteit Duurzaamheid en circulariteit spelen een centrale rol, bijvoorbeeld bij wonen, ondernemen, mobiliteit en de energievoorziening. Gemeente Wierden promoot elektrische voertuigen en duurzame woonoplossingen, zoals aardgasvrije woningen, circulaire bouw en het verduurzamen van bestaande woningen. Door deze transities nemen problemen als netcongestie en het ruimtebeslag van (ondergrondse) infrastructuur steeds verder toe. Verder lopen er landelijke opgaven om de toename aan afval te stoppen en afval beter te verwerken en herbruiken. 3.3 Opgaven 3.3.1 Inleiding De gemeente Wierden zoekt naar een goede balans en sterker onderling vertrouwen in de samenleving. Hieruit komen drie hoofdopgaven naar voren. Deze sluiten aan bij de pijlers van de toekomstvisie. Hieronder vindt u eerst een korte hoofdlijn van de hoofdopgaven. Vervolgens geven we aan welke onderliggende vraagstukken die we zien. De hoofdopgaven zijn: werken aan een evenwichtige samenleving, zorgen voor een natuurlijke klimaatbestendige gezonde leefomgeving, inzetten op de lokale ondernemingsgeest. Sommige opgaven vallen onder twee thema’s. Uit de raakvlakken tussen de drie hoofdopgaven komt ook een aantal duidelijke thematische opgaven terug. Deze zijn: ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven en woonconcepten, een sterke en duurzame economische ontwikkeling, een goede woonomgeving voor iedereen. De opgaven zijn weergegeven in onderstaande afbeelding. Hieronder gaan we nader op deze opgaven in. Opgavendiagram 3.3.2 Werken aan een evenwichtige samenleving De sociale cohesie en netwerken in dorpen en buurtschappen in Wierden hebben traditioneel een belangrijke rol gespeeld, maar worden beïnvloed door individualisering en veranderende bevolkingssamenstelling. Ouderen en mensen met een zorgvraag zijn steeds afhankelijker van hun sociale netwerk, terwijl deze groepen in omvang groeien. Om hen langer zelfstandig en in goede gezondheid te laten wonen, ligt de focus op het versterken van cohesie. Dit vraagt om een gerichte inzet van openbare ruimtes en voorzieningen om sociale interactie en bezoek te bevorderen. Daarnaast speelt de woningopgave een belangrijke rol. Er moeten voldoende betaalbare woningen komen én woningen voor starters, ouderen, kleinere huishoudens en wettelijke (zorg)aandachtsgroepen zoals migranten, woonwagenbewoners en inwoners met (psychosomatische) zorgbehoeften. Inclusie van ontheemden en arbeidskrachten en het zorggeschikt maken van bestaande woningen vraagt ook aandacht. Ook speelt in het kader van de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie (ROS) dat extra woningen voor bovenregionale behoefte moeten worden toegevoegd. Voor de toekomst is voorbereiding op de verdere vergrijzing essentieel, met aandacht voor toegankelijkheid in de openbare ruimte, zoals brede stoepen en betere ov-verbindingen. Deze aanpassingen dragen bij aan een inclusieve samenleving waar iedereen, ongeacht leeftijd of beperking, mee kan doen. 3.3.3 Zorgen voor een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving Klimaatverandering veroorzaakt hittestress en wateroverlast in stedelijke gebieden, terwijl landelijke gebieden te maken krijgen met verdroging. Om onze leefomgeving beter bestand te maken tegen deze extremen, zijn aanpassingen nodig. Openbaar groen in stedelijke kernen kan hittestress verminderen en wateroverlast voorkomen, terwijl het afkoppelen en vertraagd afvoeren van water piekbelasting helpt opvangen. We moeten het watersysteem aanpassen om water langer vast te houden, afhankelijk van de eisen van het watersysteem. Hierbij maken we ook een keuze voor natte of drogere omstandigheden. Daarnaast is een goede basiskwaliteit van de natuur en het vergroten van biodiversiteit essentieel. Door decennialange intensieve benutting en homogene inrichting is dit afgenomen. Meervoudig gebruik van gebieden en natuurinclusief bouwen kan biodiversiteit versterken. Tot slot moeten we water- en luchtkwaliteit verbeteren, met aandacht voor stikstofreductie in natuurgebieden, en voor geluidoverlast en veiligheid rond infrastructuur. Deze aanpassingen dragen bij aan een veerkrachtigere en gezondere leefomgeving. 3.3.4 Ruimte voor de lokale ondernemersgeest en innovatie De gemeente Wierden kent een sterke ondernemingsgeest. Er zijn veel kleine en middelgrote bedrijven, agrarische en niet-agrarische ondernemingen in het buitengebied en er zijn lokale collectieve initiatieven. Uit het maatschappelijk proces komt een beeld naar boven van een ondernemende bevolking die graag het initiatief neemt, bedrijven opstart en de handen uit de mouwen steekt. Mensen zijn het erover eens dat samen ondernemen en nemen van initiatieven een verbindende werking heeft. Nieuwe initiatieven kunnen bijdragen aan het oplossen van de grote vraagstukken van onze tijd, zoals vergrijzing, individualisering, de transitie in de landbouw en de toenemende behoefte aan recreatie. Opgave is om bij de ontwikkeling van de economie gebruik te blijven maken van de lokale ondernemersgeest en innovatie verder aan te jagen. We zien opties voor het ontwikkelen van lokale bedrijven binnen de gemeente op bedrijventerreinen en op vrijkomende agrarische bebouwing. 3.3.5 Ruimte voor nieuwe burgerinitiatieven en woonconcepten We richten ons op het creëren van ruimte voor initiatieven van lokale inwoners. Er is behoefte aan toevoegen van woonruimte, en een deel van deze uitdaging kan worden aangepakt door ruimte te bieden aan innovatieve woonvormen zoals tiny houses, groepswonen, CPO-projecten (collectief particulier opdrachtgeverschap) en (pre)mantelzorgwoningen. Dit vergroot de diversiteit in het woningaanbod, wat de aantrekkelijkheid van wonen in Wierden vergroot en uiteenlopende doelgroepen aan de gemeente bindt. Daarnaast omvat deze opgave het gezamenlijk ontwikkelen van projecten om de recreatieve mogelijkheden te vergroten en maatschappelijke voorzieningen beter te benutten. Met dubbelgebruik kan zowel recreatie inclusief toerisme één plek krijgen in een gebouw. Deze aanpak versterkt de toeristische positie van de gemeente en draagt bij aan een vitale en leefbare gemeenschap. 3.3.6 Een sterke en duurzame economische ontwikkeling De uitdagingen van de gemeente liggen op het snijvlak van een klimaatbestendige, gezonde leefomgeving en een sterke lokale economie. Het doel is niet alleen economische groei, maar ook een duurzame ontwikkeling. Een belangrijke vraag is hoe de gemeente energie- en CO2-neutraal kan worden. Daarnaast is er aandacht voor bedrijventerreinen, waar samenwerking tussen bedrijven de innovatie en duurzame ketens kan bevorderen. In de landbouwsector is verduurzaming cruciaal, met water en bodem als leidende factoren. De gemeente zet in op innovatieve oplossingen en nieuwe verdienmodellen, waarbij het boerenbedrijf centraal blijft staan. Boerengezinsbedrijven moeten in staat zijn om bij te dragen aan maatschappelijke opgaven en zodra ze dit doen daarvoor worden beloond. Er zijn ruimteclaims in het landelijke gebied voor natuur, waterberging, recreatie en landbouw. Deze functies moeten in balans worden gebracht. Bij groei is het behoud van natuur en landschap een belangrijk aandachtspunt. Zo wordt toegewerkt naar een duurzame en veerkrachtige toekomst. 3.3.7 Een goede woonomgeving voor iedereen Deze opgaven zitten op het raakvlak van twee hoofdopgaven: inzetten op een klimaatbestendige en gezonde leefomgeving en een evenwichtige bevolking. Met deze opgave willen we aangeven dat we streven naar een goede woonomgeving voor alle inwoners. Daarbij gaat het ook om veiligheid. Graag stimuleren we dat mensen eerder kiezen voor gezonde en duurzame vervoersvormen om het autogebruik te verminderen. Om dat te bereiken is het een opgave om nieuwe mobiliteitsconcepten toe te passen, bijvoorbeeld door de fiets meer centraal te zetten. Uit het maatschappelijk proces blijkt dat voor ouderen en mensen met een beperking de toegankelijkheid van de openbare ruimte een opgave is. In het buitengebied is mobiliteit eveneens belangrijk. Hoe zorgen we dat wegen hier veiliger worden voor verschillende gebruikers, zoals landbouwverkeer, autoverkeer en fietsers? Naast veiligheid is een groene woonomgeving belangrijk om naar buiten te gaan en in beweging te blijven. Dit draagt zodoende bij aan een gezonde levensstijl. De vraag hierbij is hoe we de openbare ruimte in de wijken en buurten beter kunnen inzetten ten behoeve van ontmoeting, activiteiten en gezondheid van inwoners. Waarbij we moeten kijken op welke vrijetijdsbestedingen en ontmoetingsplekken de gemeente en samenleving zich zullen richten. 4 Visie op thema’s 4.1 Onze ambitie voor de toekomst e identiteit van Wierden zien we als rustig dorpswonen in een groene woonomgeving, met sterke wortels in de landbouw. Als gemeente kennen we een hoge kwaliteit van wonen en dit willen we doorzetten naar de toekomst. Verder zit de ondernemersgeest in de genen van de gemeente, met veel (kleinschalige) ondernemers, waaronder agrariërs. Het is belangrijk voor onze identiteit dat we deze blijven ondersteunen en ruimte bieden, in balans met de belangen van inwoners. Tegelijk willen we als gemeente een grote stap maken rondom duurzaamheid, circulariteit, klimaat en biodiversiteit. Net als in de toekomstvisie zetten we sterke ambities neer om de groene en duurzame kwaliteiten tot in de haarvaten te brengen. De gemeente Wierden scoort niet alleen hoog op lijstjes van aantrekkelijke woongemeenten, maar ook op lijstjes van gemeenten die hoog scoren op het vlak van brede welvaart. De sociale cohesie en het verenigingsleven zijn sterke punten van het leven in Wierden. In de toekomst wil de gemeente ook het noaberschap op een hoog niveau houden. Om onze groene stip op de horizon te halen willen we voortborduren op deze kracht. In 2040 hebben wij dan ook onze identiteit als een woongemeente met een hoge sociale cohesie en hoge woonkwaliteit behouden, maar zijn we milieubewuster, circulair, klimaatbestendiger, natuurlijker en duurzamer geworden. We kiezen altijd voor de ontwikkeling die het meest zal bijdragen aan ons groene karakter en ondersteunen al onze ondernemers om hiernaartoe te bewegen, zowel agrariërs als ondernemers op de bedrijventerreinen. We zetten een groene stip op de horizon: groene wijken, centra en werkgebieden en een agrarisch buitengebied met hoge landschaps- en natuurwaarden. Visiekaart Legenda visiekaart 4.2 Onze speerpunten 4.2.1 Onze speerpunten We gaan voor gezondheid! We zetten in op inclusieve gemeenschappen! We versterkten onze ideniteit! We worden klimaatneutraal! 4.2.2 We gaan voor gezond! We zetten in op een gezonde leefomgeving om (sociale en fysieke) gezondheidsklachten te verminderen, de gezondheidszorg binnen onze gemeente op peil te houden, de groeiende groep ouderen langer in een goede gezondheid te laten leven en in te spelen op veranderingen in het klimaat. We streven naar een woonomgeving die prettig is om in te leven, waar mensen eenvoudig kunnen bewegen en spelen, waar mensen elkaar kunnen ontmoeten en die groen en klimaatbestendig is. Daarbij letten we ook op een goede milieukwaliteit. Omdat autoverkeer een grote invloed heeft op de veiligheid en gezondheid van onze woonomgeving zetten we in op meer duurzame vormen van verkeer. Zo zetten we de fiets en de voetganger voorop bij de inrichting van onze kernen en maken we het fietsen in het buitengebied comfortabeler en veiliger. Zo dragen we met de omgevingsvisie bij aan de brede welvaart van onze inwoners. Waar vroeger gezondheid werd gezien als een thema ter voorkóming of genezing van ziekten, wordt gezondheid nu veel breder gezien. Het gaat in de breedte om je welbevinden, zowel psychisch, lichamelijk alsook sociaal. Maar ook om je aanpassingsvermogen als je een ziekte hebt of een gebrek kent. Het Louis Bolk Instituut heeft het in dit opzicht over positieve gezondheid. Landelijk wordt steeds meer aandacht gevraagd voor het thema gezondheid. Waar voorheen allerlei aspecten ten aanzien van gezondheid los van elkaar werden bekeken in beleid en regels, vereist de nieuwe wet dat integraal te bekijken. 4.2.3 We zetten in op inclusieve gemeenschappen! We zien de sociale cohesie als een belangrijke factor bij het goed wonen en leven. Mensen die naar elkaar omzien, die samen activiteiten organiseren en goed kunnen samenleven zorgen samen voor een prettig woonklimaat. Daarom zetten we bij de ruimtelijke inrichting, bij de ontwikkeling van de centra, maar ook bij onze culturele voorzieningen en sportvoorzieningen in op inclusieve gemeenschappen, waar voor iedereen ruimte is. Nieuwe woonconcepten zorgen ook voor het mixen van doelgroepen in de samenleving. En we streven ernaar dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen in een passende woning. Sociale cohesie werkt in onze visie door in de wijze waarop we woningtypes en doelgroepen mixen, de ruimte voor nieuwe woonvormen en de wijze waarop we omgaan met voorzieningen. Zo werken we aan inclusieve wijken en buurten. Brede welvaart richt zich op de totale kwaliteit van leven, met aandacht voor gezondheid, cultuur, onderwijs, sociale cohesie, veiligheid, milieu, groen, economie en toegang tot basisvoorzieningen. Het concept benadrukt de balans tussen economische vooruitgang, sociale rechtvaardigheid en ecologische duurzaamheid. Naast materiële welvaart spelen ook immateriële aspecten, zoals geluk en een gezonde leefomgeving, een rol. Brede welvaart streeft naar duurzame ontwikkeling en inclusieve groei, zonder toekomstige generaties of kwetsbare groepen te benadelen. 4.2.4 We versterkten onze identiteit! We zijn ervan overtuigd dat de identiteit en eigenheid van dorpen, buurtschappen en het landelijk gebied belangrijk zijn voor de vitaliteit. Ze maken onze gemeente herkenbaar en onderscheidend, geven inwoners een bepaalde mate van trots en zorgen daarmee voor binding. We werken aan het versterken van de identiteit door cultuurhistorie en cultuur als uitgangspunt te nemen bij ontwikkeling. We verankeren herkenbare cultuurhistorische kwaliteiten in onze ruimtelijke ontwerpen. We kiezen ervoor om cultuurhistorisch erfgoed beter beleefbaar te maken en beter te beschermen. Binnen de gemeente komt met name in het buitengebied veel erfgoed voor. Het zijn heel veel verschillende elementen, die in samenhang een verhaal vertellen van de ontstaansgeschiedenis van onze gemeente. Onze ambitie is om niet alleen monumentale en waardevolle panden te beschermen, maar ook het ensemble of de grotere structuur waartoe het monument behoort. Ook historische groenstructuren, landschapselementen en monumentale bomen horen daarbij. Verder staat centraal dat Wierden een plattelandsgemeente is en dat ook zal blijven. Hierbij hoort een duidelijke ‘groene’ koers voor het landelijk gebied, waarbij de boer voorop staat en dit bijdraagt aan de leefkwaliteit van inwoners. Dit houdt in dat we ontwikkelruimte willen behouden voor de boer, maar wel op zo’n manier dat de basiskwaliteit natuur en landschapskwaliteiten worden versterkt. Hierbij sluiten we aan bij de missie van de Toekomstvisie
  3. Onze identiteit komt terug in de keuzes die we maken voor het landelijke gebied en de randvoorwaarden die we stellen bij hergebruik van erven, de afwegingen die we maken ten aanzien van toekomstige woningbouwlocaties en de wijze waarop we omgaan met gestapeld bouwen in de gemeente. 4.2.5 We worden klimaatneutraal! We willen geen zware belasting veroorzaken voor onze leefomgeving en ook geen problemen doorschuiven naar volgende generaties. Daarom zetten we in onze visie in op een duurzame ontwikkeling. Ook gaan we meer rekening houden met de kenmerken van ons water- en bodemsysteem bij de ruimtelijke keuzes die we maken. Duurzaamheid komt in de visie terug in de manier waarop we onze klimaatbestendige, circulaire, duurzame en natuurlijke woonomgeving inrichten, onze bestaande woningen verduurzamen en nieuwe woningen bouwen, onze focus op nieuwe vormen van mobiliteit en het verduurzamen van bedrijven en bedrijventerreinen. Water en bodem worden mede sturend op ruimtelijke keuzes voor woningbouw en bedrijventerreinen. In paragraaf 4.3 leggen we uit wat dit inhoudt. 4.2.6 We sluiten met deze speerpunten aan op de Global Goals Om de ‘groene stip’ te realiseren als een duurzame, inclusieve en veerkrachtige toekomst, maken we gebruik van de Global Goals. Deze doelen, opgesteld door de Verenigde Naties, bieden een universeel kader voor duurzame ontwikkeling en vormen de leidraad voor onze lokale acties. We gaan deze doelen integreren vanaf onze omgevingsvisie tot en met beleids- en uitvoeringsstrategieën. Zo kunnen we een allesomvattende benadering hanteren die economische groei, sociale inclusie en milieubescherming bevordert. Aan elk speerpunt van onze visie zijn doelen van de Global Goals verbonden. Deze staan hieronder beschreven: 4.2.6.1 We gaan voor gezondheid! Hiermee sluiten we aan op de Globals Goals rond gezondheid en welzijn. We zetten ons in voor het creëren van een gezonde leefomgeving door deelname aan sport, recreatie en cultuur te bevorderen en door mentale gezondheid te ondersteunen. 4.2.6.2 We zetten in op inclusieve gemeenschappen! Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond inclusiviteit en gelijkheid. Dit betekent dat we actief werken aan het verminderen van ongelijkheden en het bevorderen van sociale rechtvaardigheid. Met inclusieve beleidsmaatregelen zorgen we ervoor dat niemand buiten de boot valt en dat iedereen kan bijdragen én profiteren van de vooruitgang van de gemeente. Ook sluiten we aan op de Global Goals rond gemeenschapsbetrokkenheid en participatie. Door middel van participatie en samenwerking kunnen we ervoor zorgen dat de behoeften en wensen van alle inwoners worden gehoord en meegenomen in het beleid. Dit bevordert niet alleen transparantie, maar versterkt ook het vertrouwen tussen de gemeente en haar inwoners. 4.2.6.3 We worden klimaatneutraal! Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond duurzaamheid en innovatie. Dit omvat het bevorderen van duurzame energie, het stimuleren van een circulaire samenleving en het ondersteunen van lokale initiatieven die bijdragen aan een goede lucht- en waterkwaliteit. Door duurzaamheid centraal te stellen, kunnen we een leefomgeving creëren die zowel ecologisch als economisch veerkrachtig is. 4.2.6.4 We versterken onze identiteit! Hiermee sluiten we aan op de Global Goals rond voldoende werk en economische groei en werken we aan duurzame dorpen en gemeenschappen. Tot slot zien we het belang van samenwerking met diverse stakeholders, waaronder bedrijven, non-profitorganisaties en andere overheidsinstanties. Dit sluit aan bij de Global Goal ‘samenwerking en partnerschappen’ Door sterke partnerschappen te smeden, leveren we samen inspanningen en effectievere oplossingen ontwikkelen voor de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd. Overzicht van Global Goals 4.3 Thema 1: Duurzame en circulaire leefomgeving 4.3.1 Inleiding In 2040 hebben we grote stappen gezet richting een energie- en CO2-neutrale gemeente in
  4. We zijn grotendeels ingespeeld op klimaatverandering en ons landschap en de woonwijken kunnen tegen een stootje als het weer onvoorspelbaar is. Om op lange termijn voorop te blijven lopen op brede welvaart, zijn we ervan overtuigd dat we stevige stappen moeten zetten op het vlak van duurzaamheid. De gemeente Wierden wil een energie- en CO2-neutrale gemeente worden. We kijken vooruit: in 2050 worden alle gebouwen met een duurzame bron verwarmd en dragen actief bij aan een schone, gezonde leefomgeving. De gemeente streeft dezelfde doelen als die in het klimaatakkoord staan beschreven. De uitwerking van deze doelen is beschreven in verschillende vastgestelde beleidsstukken die samenkomen in de Uitvoeringsagenda Duurzame ontwikkeling. In 2040 wordt het overgrote deel van de energievraag in de gemeente duurzaam geproduceerd, beschikt ruim de helft van de gebouwen over een duurzame warmtebron en hebben we als gemeente een groot deel van de reststromen gesloten. Waar mogelijk lokaal, maar ook op regionaal niveau, in samenwerking met de andere Twentse gemeenten. We maken ruimtelijke keuzes die zijn afgestemd op ons water- en bodemsysteem, de kwaliteit van het landschap en de bereikbaarheid. Het water- en bodemsysteem vormt daarbij een belangrijk uitgangspunt. Waar mogelijk kiezen we bij nieuwe ontwikkelingen, zoals woningbouw, voor locaties die vanuit het water- en bodemsysteem het meest geschikt zijn. Tegelijk kiezen we voor het maken van ruimte voor groen en water, zodat we op termijn bestand zijn tegen de gevolgen van klimaatverandering. Ook de bestaande woonomgeving willen we transformeren met meer groen, water en ruimte voor fietsers en wandelaars. Zo stimuleren we actief beweging en duurzame vormen van mobiliteit. We maken hiervoor de volgende keuzes: We werken richting klimaatneutraal
  5. We werken toe naar een circulaire samenleving. We zetten in op het verstevigen van duurzame mobiliteit en zetten binnen de kernen de fietser en wandelaar voorop. We wegen ruimtelijke keuzes zorgvuldig af. Een veilige en gezonde woonomgeving. Global Goals Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:
  6. Betaalbare en duurzame energie.
  7. Duurzame steden en gemeenschappen.
  8. Klimaatactie. 4.3.2 We worden klimaatneutraal voor 2050 en zetten in op lokale oplossingen In 2040 hebben we grote stappen gemaakt zodat in 2050 alle gebruikte energie in de gemeente Wierden duurzaam wordt geproduceerd. De energietransitie vraagt ook ruimte binnen de gemeente. Denk daarbij niet alleen aan de opwekking, maar ook aan de distributie, conversie en opslag van energie. De stijgende vraag naar elektriciteit door duurzame woningen, bedrijven en elektrisch rijden leidt tot een tekort aan capaciteit op het elektriciteitsnet. Dit kan spanningen veroorzaken, wat de stabiliteit van de energievoorziening bedreigt. Nieuwe bedrijven kunnen op dit moment al niet meer gebruikmaken van grootverbruikersaansluitingen. Op lange termijn kunnen ook nieuwe woonwijken niet meer worden aangesloten. Netbeheerders zijn volop bezig met het uitbreiden en versterken van het elektriciteitsnet, maar de snel veranderende energiebehoeften maken het lastig om het netwerk continu bij te sturen. De gemeente is terughoudend met (grootschalige) projecten die alleen gericht zijn op de opwekking van duurzame energie, omdat we als gemeente zuinig zorgvuldig omgaan met de ruimte. Ook staat een gezonde omgeving voor inwoners voorop en is water en bodem mede sturend. Tegelijk wil de gemeente in de toekomst leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie borgen. Daarvoor is echter meer nodig dan voldoende opwekking. We zoeken samen met de provincie naar een slimmer decentraal energiesysteem voor bedrijven en woongebieden zodat leveringszekerheid wordt geborgd en ruimtebeslag zo direct mogelijk wordt gekoppeld aan gebruik van energie. Initiatieven die bijdragen aan lokale leverings- of energiezekerheid en combinaties van energiewinning en/of gebruik zullen we stimuleren. Binnen de gemeentegrenzen zien we momenteel vooral kansen voor de opwek van zonne-energie in restruimtes, zoals op daken en langs wegen. Als eerste gaan we voor meer zonne-energie op daken. Hiervoor onderzoeken we hoe zonne-energie op daken zo aantrekkelijk mogelijk kan. We zien ook kansen voor erfmolens, omdat hiermee een directe koppeling kan worden gelegd met het verbruik. Ook zoeken we naar manieren om biogas/ groengas te produceren. Voor het bedrijventerrein in Enter zetten we in op een Smart Energy Hub. Daarnaast is er aandacht voor bodemnetten in woonwijken. In samenwerking met Enexis en Cogas zoeken we een goede energiemix, die helpt om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen en de druk op het net te verlichten. 4.3.3 We werken toe naar een circulaire samenleving Preventie en hernieuwbaarheid van grondstoffen is een belangrijk thema voor de gemeente Wierden. Het draagt bij aan de klimaatdoelstellingen om de CO2-emissies terug te brengen en biedt ook kansen voor de lokale economie. Om in 2050 een circulaire gemeente te worden richten we ons op het sluiten van de kringloop door zo lang mogelijk materialen en producten in omloop te houden. Dit kunnen we niet alleen. Daarom is er een actieprogramma circulaire samenleving waarbij zowel de inwoners/huishoudens, ondernemers en bedrijven, de landbouw en de partijen in de openbare ruimte betrokken zijn. Met het nieuwe landelijke beleid in de vorm van het Circulair Materialenplan (CMP1), is de reikwijdte van Het Landelijk afvalbeheerplan (LAP3) uitgebreid zodat er meer sturing komt op het begin van de afvalketen wat van belang is voor een circulaire samenleving. Het CMP heeft als doel om innovatie voor een circulaire samenleving te stimuleren door ambitieuze normen vast te leggen. Ook dagen we bedrijven uit om beter te presteren dan de minimumstandaarden voor de verwerking van afval door beloningen. Met het CMP sturen we meer op hoogwaardige verwerking van afvalstromen. Daarnaast zetten we in op een verbreding van de informatievoorziening naar de voorkant van de keten, dus de fasen voordat een materiaal als afval wordt beschouwd. Ten slotte is er door het Rijk gewerkt aan een juridische basis van het CMP zodat het goed verankerd is in de Wet milieubeheer. Het streven van de regio Twente is om in 2050 een volledig circulaire samenleving te hebben zonder restafval. Om dit te bereiken willen we als gemeente samenwerken met verschillende partijen om het hele gebied zo duurzaam, circulair en energie- en CO2-neutraal mogelijk te ontwikkelen. Als gemeente richten we ons zowel op bedrijven en instellingen, als op bewoners om elk een rol te nemen voor een circulaire samenleving. Belangrijk hierin is om het gebruik van primaire grondstoffen in 2030 met de helft te verminderen. Met bewoners blijven we inzetten op het scheiden van afval. Als gemeente blijven we steeds meer sturen op het gebruik van herbruikbare en biobased materialen. Bij nieuwbouw stimuleren we duurzaam en circulair bouwen, waarbij materialen opnieuw gebruikt kunnen worden. Verder zorgen we ervoor dat we circulair handelen bij de aanleg, vernieuwing en het onderhoud van de openbare ruimte. Bij de vestiging van bedrijven willen we verkennen of we de mate waarin bedrijven bijdragen aan circulariteit kunnen gebruiken als selecticriterium. Ook zorgen we voor een betere afstemming tussen bedrijven over het gebruik van elkaars reststromen en nemen we circulariteit mee bij het bestemmen en ontwikkelen van gebieden in de gemeente. In de landbouw zetten we in op kringlooplandbouw waarin reststromen en verliezen van nutriënten zoveel mogelijk worden voorkomen. Naast natuurinclusieve vormen van landbouw, maken we ruimte voor buurtmestvergisters, waarbij mest wordt omgezet in energie. 4.3.4 We zetten in op het verstevigen van duurzame mobiliteit en zetten binnen de kernen de fietser en wandelaar voorop STOMP Piramide We zijn ervan overtuigd dat duurzame mobiliteit essentieel is voor de brede welvaart van de toekomst. Ten eerste helpt het om de luchtkwaliteit te verbeteren. Ook kan duurzame mobiliteit het aantal autokilometers helpen verminderen en de veiligheid en een aangenaam leefklimaat bevorderen. Zeker voor de groeiende groep minder mobiele mensen, die er als gevolg van de vergrijzing mogelijk zal zijn, is een veilige en toegankelijke openbare ruimte essentieel. We hanteren voor de toekomst het STOMP-principe als het gaat om stimuleren van duurzame vormen van mobiliteit. Dit betekent dat we niet de auto vooropzetten, maar wandelen (stappen) het belangrijkste vinden, gevolgd door fietsers (trappen), OV, deelvervoer (mobiliteitsdiensten) en als laatste de privéauto. Bij nieuwe woningbouwprojecten zorgen we ervoor dat fietsers en voetgangers centraal staan. Voor bestaande wegen in de dorpen kijken we hoe we deze beter kunnen inrichten voor fietsers en voetgangers. Op het wandelen en fietsen wordt verder ingegaan bij thema 2, waar ook de relatie wordt gelegd met het stimuleren van gezond gedrag. Naast wandelen en fietsen zijn het OV en (elektrische) deelvoertuigen vormen van slim vervoer. We houden ook rekening met de opkomst van slimme mobiliteit en zorgen voor betere voorzieningen zoals deelauto’s, laadpalen en multifuel-stations. De trein- en busverbindingen bedienen met name Wierden en Enter, regionaal bekend als wonen langs de radialen. Deze verbindingen blijven ook in de toekomst erg belangrijk voor de bereikbaarheid. Een aandachtspunt is het ontbreken van openbaar vervoer in het noorden van de gemeente. Daarnaast is de barrièrewerking van het spoor in Wierden een aandachtspunt. Het spoor wordt steeds intensiever gebruikt en daarom streven we naar ongelijkvloerse kruisingen met het spoor. Dit kunnen we als gemeente niet alleen voor elkaar krijgen. Daar hebben we het Rijk, de provincie en ProRail bij nodig. Op regionaal niveau zetten we ons in voor een snellere treinverbinding met de Randstad en de verbinding Zwolle-Twente-Münster. In de kernen is het belangrijk dat er een goede spreiding en voldoende toegang tot laadpalen is om elektrisch vervoer te stimuleren. Daarnaast kunnen deelvoertuigen mogelijk een interessant alternatief zijn voor de tweede auto. In de vorm van een mobiliteitshub kan deelvervoer bijdragen om het openbaar vervoer of carpoolplaatsen aantrekkelijker te maken. 4.3.5 Afwegen van ruimtelijke keuzes Voor een duurzame inrichting van onze ruimte zijn water en bodem een steeds belangrijker uitgangspunt. We kiezen er bij toekomstige ontwikkelingen voor om het water- en bodemsysteem mede sturend te maken. Water- en bodemsturend legt een sterke basis voor de verschillende ruimtelijke opgaven waar we in Nederland voor staan, en is hierom mede sturend. Niet alles kan overal vanwege de bodem of het watersysteem, maar belangrijker nog: veel dingen werken beter, als je ze op de juiste plek doet. Tegelijk hebben we ook andere belangen. Ook het behouden van waardevolle landschappen, een goede natuurkwaliteit, het borgen van de drinkwaterwinning en het bereikbaar houden van onze gemeente zijn belangrijke uitgangspunten. Daarom wijzen we gebieden aan waar de balans tussen deze kwaliteiten het beste is. We bouwen alleen nog op plekken waar het watersysteem op termijn geen knelpunten geeft of waar we een goed watersysteem in een groene omgeving kunnen realiseren. Op locaties waar het water- en bodemsysteem niet optimaal is voor de nieuwe ontwikkeling, zorgen we voor extra ruimte voor wateropvang. Verder zetten we in op (drink)waterbesparing om waterschaarste te voorkomen. Dit geldt zowel voor huishoudens en zakelijke gebruikers als bij nieuwbouw/ renovatie. Ook voor de landbouw maken we het water- en bodemsysteem meer sturend. In grondwaterbeschermingsgebieden en rond de dorpen gaan we meer gewassen stimuleren die goed passen bij de doelen rondom de kwaliteiten van de leefomgeving. We streven naar het verminderen van het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de nabijheid van kwetsbare functies. In zeer natte of zeer droge gebieden stimuleren we gewassen en landbouwmethoden die goed tegen extreme omstandigheden kunnen. Dit wordt uitgewerkt in een Wierdens Plan voor het landelijk gebied. Bij alle ruimtelijke keuzes, zoals het bouwen van woningen, aanleggen van infrastructuur of herinrichten van de openbare ruimte, hanteren we een integrale benadering waarin water- en bodemsturend het vertrekpunt is. Dit betekent dat we bij elke ontwikkeling zorgvuldig afwegen of de bodem en het watersysteem bij de gekozen functie past, nu en in de toekomst. Tegelijkertijd kijken we breed naar andere relevante waarden in het gebied, zoals cultuurhistorie & archeologie, natuurwaarden, afstand tot voorzieningen, milieueffecten, gezondheid, veiligheid en bereikbaarheid. Deze belangen wegen we gezamenlijk af, zodat een ontwikkeling niet alleen technisch uitvoerbaar is, maar ook landschappelijk, ecologisch en maatschappelijk verantwoord. Zo ontstaat een leefomgeving waarin kwaliteiten elkaar versterken en keuzes passen bij de identiteit van Wierden. 4.3.6 Fysieke veiligheid als uitgangspunt Een veilige leefomgeving is essentieel voor het welzijn van onze inwoners. De inrichting van de openbare ruimte, mobiliteitskeuzes, duurzame energie en bouwmethoden hebben directe invloed op veiligheid. Daarom kiezen we voor een integrale benadering van fysieke veiligheid. In dit intermezzo lichten we de belangrijkste uitgangspunten toe. 4.3.6.1 Veiligheid begint bij ontwerp Bij de plannen en herinrichting van de leefomgeving passen we de ontwerpprincipes van het landelijke programma ‘Ontwerp Veilige Omgeving’ voor sociale en fysieke veiligheid toe. Dit betekent dat we in ruimtelijke plannen rekening houden met overzichtelijkheid, sociale controle, verlichting, ontsluitingsmogelijkheden en het voorkomen van onveilige situaties. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het beperken van donkere en onoverzichtelijke plekken in woonwijken, duidelijke routes en het creëren van veilige oversteekplaatsen. Veiligheid wordt vanaf de ontwerpfase meegenomen. 4.3.6.2 Ruimte voor de brandweer Een goede bluswatervoorziening en bereikbaarheid voor hulpdiensten zijn cruciaal. We volgen hierbij de richtlijnen uit de ‘Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid’ van Brandweer Nederland. Bij nieuwe plannen of herstructureringen controleren we of bluswatervoorzieningen beschikbaar zijn en de brandweerwagens het gebied snel en veilig kunnen bereiken. Dit vraagt aandacht bij bijvoorbeeld smalle straten of fysieke afsluitingen. 4.3.6.3 Toegankelijke zorg en snelle hulpverlening Naast de brandweer spelen ook andere hulpdiensten een belangrijke rol. De kernwaarden van de GHOR (Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio) zijn voor ons richtinggevend. We zorgen voor toegankelijke zorg, versterken de zelfredzaamheid van inwoners en richten de openbare ruimte zo in dat medische hulp snel en effectief kan worden verleend. De bereikbaarheid van zorgvoorzieningen is hierbij een belangrijk aandachtspunt. 4.2.6.4 Toegankelijke zorg en snelle hulpverlening De inrichting van wegen beïnvloedt de opkomsttijden van hulpdiensten. Bij het aanpassen van snelheden of het herinrichten van straten maken we steeds de afweging: kunnen hulpdiensten hun bestemming op tijd bereiken? Vertraagde aanrijtijden vergroten risico’s in noodsituaties. We zoeken daarom een zorgvuldige balans tussen verkeersveiligheid, leefbaarheid en hulpverleningsbereikbaarheid. 4.3.6.5 Veilige energietransitie De overstap naar duurzame energie brengt nieuwe veiligheidsrisico’s met zich mee. Denk aan brandgevaar, explosierisico’s en storingen bij het gebruik van waterstof, batterijen, zonnepanelen en windenergie. Ook opslag en distributie vragen om zorgvuldige ruimtelijke afwegingen. We stimuleren de energietransitie, maar altijd met oog voor veiligheid. We doen dit in samenwerking met de veiligheidsregio en netwerkbeheerders. 4.3.6.6 Innovatief bouwen met veiligheid voorop Duurzaam bouwen vraagt om extra aandacht voor brandveiligheid. Het gebruik van nieuwe materialen en circulaire technieken kunnen anders reageren bij brand dan traditionele bouwmaterialen. De gevolgen voor brandbaarheid en rookontwikkeling zijn niet altijd bekend. Daarom zorgen we dat duurzaamheid en veiligheid hand in hand gaan. Brandveiligheid is een vast onderdeel van elk bouwplan, zodat bewoners en gebruikers goed beschermd zijn. Door veiligheid vanaf het begin mee te nemen in onze ruimtelijke keuzes, bouwen we aan een leefbaar, toekomstbestendig en veilig Wierden. 4.4 Thema 2: Een gezonde, klimaatbestendige en uitnodigende woonomgeving 4.4.1 Inleiding In onze visie zijn we een ‘gezonde’ en veilige gemeente, waar iedereen gemakkelijk kan sporten, bewegen, spelen en recreëren in een prettige woonomgeving, waarin gezondheidsrisico’s kleiner zijn geworden en men zich veilig voelt. Dit betekent dat we bij nieuwe ontwikkelingen rekening houden met de invloed van infrastructuur op gezondheid en veiligheid. Een gezonde leefomgeving is klimaatadaptief. Dit houdt in dat we om kunnen gaan met veranderende weerpatronen en effecten. In de kernen hebben we schaduwplekken om voor verkoeling te zorgen. Verder zijn onze kernen waterrobuust ingericht, wat betekent dat de openbare ruimte om kan gaan met periodes van veel regen en het water een plek heeft om ergens heen te gaan. Ook leggen we extra groen en ruimte voor waterberging aan om klimaatbestendig te zijn in de toekomst. Openbaar groen draagt naast klimaatadaptatie ook bij aan de biodiversiteit, beleving, spelen, ontmoeten en bewegen. We kiezen voor beweegplekken voor meerdere doelgroepen en een groenblauwe dooradering van de kernen. In onze visie hebben we een veelzijdig aanbod van sport en bewegen. We zijn ervan overtuigd dat een veelzijdig aanbod nieuwe sociale verbanden oplevert die bestaande netwerken aanvullen en verbinden, het langer leven van ouderen in een goede gezondheid bevordert en verveling, eenzaamheid en overlast tegengaat. Een uitnodigende en toegankelijke openbare ruimte draagt bij aan sociale en externe veiligheid. In 2040 hebben we grote stappen gezet om onze woonomgeving bestand te maken tegen extreem weer, zoals extreme regenbuien en langere periodes van droogte en hitte. Zo zorgen we dat we in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust zijn. We richten ons in dit hoofdstuk voornamelijk op de openbare ruimte en de leefomgeving in de kernen Wierden, Enter en Hoge Hexel. Klimaatadaptatie met betrekking tot bijvoorbeeld natuurgebieden en landbouw behandelen we bij thema
  9. We maken in deze visie de volgende keuzes: Beschermen van een gezonde woonomgeving. Meer groen in de bebouwde omgeving. Ruimte voor openbaar groen bij nieuwe woningbouwprojecten. Openbaar groen geschikt maken voor opvang van water. Veilige en toegankelijke routes die uitnodigen om te bewegen. Combineren van ontmoetings- en bewegingsplekken in de openbare ruimte. Global Goals Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:
  10. Goede gezondheid en welzijn.
  11. Duurzame steden en gemeenschappen.
  12. Klimaatactie.
  13. Leven op het land. 4.4.2 Beschermen van een gezonde woonomgeving De gezondheid en veiligheid van inwoners en de leefomgeving is een belangrijk onderdeel van de brede welvaart. Het aspect gezondheid bestaat uit gezondheidsbevordering en gezondheidsbescherming. De eerste is het bevorderen van een gezonde leefstijl en de tweede het bieden van een gezonde leefomgeving. Juist omdat niet iedereen zelf kan beslissen over alle aspecten die van invloed zijn op zijn/haar gezondheid, is het belangrijk dat wij als overheid verantwoordelijkheid hierin nemen. De Omgevingswet verplicht ons daarnaast om bij afwegingen over de toekomst van de fysieke leefomgeving gezondheid expliciet mee te nemen. Om een gezond leefmilieu te creëren stellen we hoge eisen aan woningbouw en andere gevoelige functies. Onder gevoelige functies verstaan we plekken waar mensen langdurig verblijven, zoals kantoren. Over het algemeen kennen we in de gemeente een relatief hoge milieukwaliteit, hoewel dat lokaal kan verschillen. Juist in en rond de dorpen vindt het meeste verkeer en bedrijvigheid plaats waardoor lokaal toch overlast door geluid, trillingen of fijnstof wordt ervaren. Onze keuzes voor het beschermen van de gezonde leefomgeving zijn als volgt. Bij nieuwbouw kiezen we voor locaties, waar we een relatief hoge milieukwaliteit en de externe veiligheid kunnen borgen. Bij plannen voor nieuwe woningen zullen we daarom in de toekomst rekening houden met de locatie en functies en risico’s in de directe omgeving. Daarom houden we afstand van risicobronnen zoals routes voor gevaarlijke stoffen via het spoor, over de weg en buisleidingentracés. Waar nodig nemen we maatregelen die overlast van milieuaspecten als trillingen en geluid tegengaan of gebruiken we de ruimte voor andere functies, zoals werken, waterberging of groen. We kiezen ervoor om nieuwe woongebieden niet dicht bij infrastructuur aan te leggen, maar juist groene bufferzones aan te houden. Een grotere veiligheid rondom het spoor. Het goederenvervoer over het spoor neemt toe en heeft effect op de veiligheid in Wierden. Deels door het vervoer van gevaarlijke stoffen en deels door het beperkt aantal overgangen. We streven ernaar om de veiligheid te vergroten door meer ongelijkvloerse overgangen te creëren. Rond het spoor zetten we in op herstructurering, waarbij we nabij het station inzetten op kantoorlocaties of kleine bedrijvigheid en in het gebied daarachter op nieuwe woonmilieus. Nieuwe ontwikkelingen rondom het spoor worden zodanig ingepast dat risico's vanuit de spoorlijnen worden beperkt. Dit wordt verder behandeld in paragraaf 5.1, op pagina
  14. Fietser en voetganger voorop. Bij de inrichting van nieuwe wijken zetten we de fietser en wandelaar voorop. Tegelijk houden we bij de inrichting rekening met de bereikbaarheid door hulpdiensten. Het verbeteren van de luchtkwaliteit (zoals het percentage fijnstof). Belangrijk onderdeel hierin is het verminderen van verkeer en het bevorderen van elektrisch vervoer. We willen dit doen door: Het gebruik van de fiets binnen de bebouwde kom te stimuleren. Een betere doorstroming van de wegen rondom onze gemeente. Hierbij zijn wij afhankelijk van hogere overheden, omdat de N36 en de A35/N35 provinciale wegen en rijkswegen zijn. De aanleg van fietssnelroutes. Met name de F35 is voor onze gemeente van meerwaarde omdat het voor een deel van onze inwoners een alternatief kan zijn voor het gebruik van de auto. We willen in de toekomst gezondheidsrisico’s als gevolg van emissies en uitspoeling voorkomen. Daarom zetten we met de sector in op het vinden van oplossingen, die helpen de kringlopen te sluiten en die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verkleinen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is Europese wetgeving gericht op het verbeteren en beschermen van de waterkwaliteit. In de gemeente Wierden is het waterschap verantwoordelijk voor het watersysteem, terwijl de gemeente keuzes maakt over ruimtelijke ontwikkelingen en landgebruik. De visie richt zich op verduurzaming van landbouw, robuuste natuurgebieden, biodiversiteit en een sterk watersysteem. Bij waterkwaliteitsproblemen ondersteunt de gemeente onderzoek naar oorzaken en controle van vergunningen. Samen met partners draagt de gemeente bij aan het behalen van de KRW-doelen, met als prioriteit het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. 4.4.3 Meer groen in de bebouwde omgeving Groen draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners. We willen het groene karakter van de gemeente nog sterker maken in de openbare ruimte. Wierden heeft al een vrij groen karakter, maar kan nog een extra kwaliteitsslag maken door meer verschillende bomen te planten ten behoeve van de biodiversiteit. In Enter is de ruimte binnen de bebouwde kom beperkt en richten we ons (ook) op het vergroenen van de dorpsranden. In Hoge Hexel en de buurtschappen is de groene uitstraling al sterk vanwege de landschappelijke ligging en zullen we zorgen dat dit behouden blijft bij nieuwe ontwikkelingen. In ons beleid kiezen we ervoor om meer bomen te planten. Routes met bomen vormen schaduwrijke routes, die in hete periodes voorzieningen bereikbaar houden, ook voor meer kwetsbare groepen. Bij herinrichting van wegen of afkoppelingsprojecten om regenwater van de riolering af te koppelen, zoeken we naar ruimte om bomen te planten in de straten. Met name op routes richting het centrum of andere voorzieningen zullen we hierop sturen bij nieuwe plannen. Ook kijken we bij het vergroenen goed naar de toekomst en kiezen we soorten die om kunnen gaan met de klimaatverandering. Dit gaan we doen door de ‘Landelijke Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving’ toe te passen en gebruik te maken van de 3-30-300 regeling als een richtlijn. Dit vormt de basis voor klimaatadaptief bouwen en het vergroenen van onze dorpen. We koppelen dit waar mogelijk aan klimaatoplossingen, zoals waterberging. Diagram 3-30-300 4.4.4 Ruimte voor groen bij nieuwe woningbouwprojecten Bij nieuwe woningbouwprojecten willen we dat er bij het begin van het ontwerp ruimte wordt gecreëerd voor openbaar groen en water. In de basis streven we dat minimaal 35% van de oppervlakte van een nieuwbouw- of herstructureringslocatie moet bestaan uit openbaar groen en water. Dit draagt bij aan de leefbaarheid in de wijk en we willen hiermee voorkomen dat achteraf te weinig ruimte is gepland voor openbaar groen en/of water. Maar we staan ook open voor maatwerkoplossingen, zoals geveltuinen en groene gevels. Met name bij herstructurering en inbreidingslocaties is niet altijd ruimte om te komen tot 35% openbaar groen en water. Met creatieve middelen, zoals gevelgroen, kan een gebied toch vergroend worden. Daarnaast moet bij een nieuwbouwontwikkeling of herstructurering rekening gehouden worden met de doelen die we stellen voor duurzame groene dorpen. Om de hittestress te beperken zorgen we voor koele plekken en schaduwrijke routes. Op basis van een onderzoek van de Hogeschool van Amsterdam zijn in het ontwerp van de groenvisie de volgende richtlijnen opgenomen: 3 bomen dichtbij elke woning. 30-40% schaduw verspreid op looproutes. 30% groenbedekking per wijk. Een voldoende grote koele plek op 300m van elke woning. 4.4.5 Openbaar groen geschikt maken voor opvang van water Extra openbaar groen wordt gebruikt om hemelwater op te vangen waardoor het stedelijke watersysteem minder wordt belast. De inrichting van plantsoenen en parken is maatwerk, maar ook daar kiezen we voor meer bomen als deze er nu beperkt aanwezig zijn. Naast meer ruimte voor waterberging willen we ook de gemengde riolering vervangen door een gescheiden stelsel in wijken waar dat nog niet zo is. Voor het water kiezen we voor acties in de volgende stappen: eerst benutten en besparen, dan vasthouden, bergen en infiltreren en pas daarna het afvoeren van water. Om de wateroverlast te beperken kijken we per dorp welke maatregelen nodig zijn. In Enter is dit in het zuidoosten en in Wierden vooral het oosten. Dit werken we verder uit in een programma, zoals het watertakenplan. 4.4.6 Veilige en toegankelijke routes die uitnodigen om te bewegen STOMP vormt de basis voor de ruimtelijke inpassing van mobiliteit, dit is uitgelegd onder 4.3.
  15. We willen gezond gedrag stimuleren door het uitnodigend te maken om te wandelen of de fiets te pakken. Door de routes toegankelijk te maken voor iedereen zorgen we dat er altijd een mogelijkheid is om veilig te bewegen. Dit betekent bijvoorbeeld zo min mogelijk drempels voor doelgroepen die minder goed ter been zijn of herkenbare routes om dementievriendelijke wijken te creëren. De fiets als snelste vervoermiddel. Om dit te bereiken maken we een aantal keuzes. Enerzijds vraagt dit om een goede inrichting van bestaande wegen. Om fietsen te stimuleren willen we fietsers zo min mogelijk afremmen, laten stoppen of oversteken; bij de nieuwe inrichting van auto- en fietsroutes is dat onze norm. We zetten ook in op autoluwe gebieden rond de centra, (sport)voorzieningen en scholen. Dit vraagt soms om structuuringrepen, bijvoorbeeld door autoroutes rond het centrum verder om het centrum heen te leggen. Anderzijds is een goed fietsnetwerk met verkeers- en sociaal veilige verbindingen tussen onze kernen en de omliggende dorpen en steden heel belangrijk. We grijpen nieuwe ontwikkelingen en herstructureringen aan om dit te bereiken. Voorbeelden hiervan zijn het vervangen van het riool of herinrichting van het openbaar groen. Zo zorgen we dat er zo min mogelijk overlast is door werkzaamheden. In het mobiliteitsplan staat een verdere uitwerking van de doelen per modaliteit en principes voor een veilige weginrichting. In het mobiliteitsplan staan drie hoofddoelen centraal: Creëren van een gezonde (verkeers)veilige leefomgeving, Verbeteren van regionale en lokale bereikbaarheid, Iedereen bereikbaar. In het mobiliteitsplan is dit verder uitgewerkt in doelen per modaliteit, het toepassen van het Duurzaam Veilig principe en het STOMP-principe en de kansen die smart mobility biedt. Fietsnetwerkkaart 4.4.7 Combineren van ontmoetings- en bewegingsplekken in de openbare ruimte We willen de sociale cohesie en mentale én fysieke fitheid blijvend versterken. Daarmee spelen we in op de veranderingen in de samenleving, waarbij sprake is van meer individualisering en meer flexibele en wisselende verbanden tussen mensen en groepen. Daartoe wijzen we toegankelijke en aantrekkelijke beweegplekken aan. Dit kan zowel in het groen als op een sportveld of sportpark zijn. We hebben parkjes en speeltuinen die soms alleen uit een grasveldje bestaan en daardoor geen aantrekkelijke verblijfsplekken zijn in het dorp. We willen dat onze inwoners groenstructuren kunnen gebruiken om te bewegen, spelen en recreëren. We streven naar het koppelen van beweegplekken voor alle leeftijden aan ontmoetingsruimtes binnen gebouwen, zodat georganiseerde sport- en beweegactiviteiten ermee worden uitgelokt. In Wierden inzetten op het verbinden van groene plekken binnen de kern, vanwege de vele groene plekken in het dorp en de compacte vorm. Voor zetten we Enter in op het verbinden van de wijken met het groen richting het buitengebied, vanwege de langgerekte vorm van het dorp en nabijheid van het landschap aan alle kanten. 4.5 Thema 3: Ruimte voor wonen 4.5.1 Inleiding We hebben in de toekomst aantrekkelijke groene woongebieden, waar inwoners op lange termijn prettig kunnen wonen in een passende woning. Het woningaanbod is in onze visie divers met verschillende woonvormen en mogelijkheden voor alle doelgroepen om binnen de gemeente passend te wonen. Nieuwe woningen dragen bij aan de sociale cohesie en de zelfredzaamheid van de inwoners door een bredere demografie in de wijk. We proberen de gewenste woningvoorraad in eerste instantie zoveel mogelijk binnen de bestaande bebouwde kom te bereiken zonder het groene karakter van de dorpen aan te tasten. Bij uitbreiding kiezen we voor een sterke relatie met het landschap. De regio heeft de ambitie om een groene technologische topregio te zijn. Hierin wil de gemeente met mooie groene woongebieden een rol spelen. Daarom gaan we op de langere termijn uit van een extra plus in de woningbouwprogrammering. We maken in deze visie de volgende keuzes: Bouwen naar de lokale woningbehoefte met een plus tot 2030 (bouwen bovenop de lokale vraag). Onderzoeken naar bijdragen aan de landelijke en regionale woonvraag na
  16. Passend aanbod bieden voor alle doelgroepen. Mixen van doelgroepen in de dorpen. Gericht gestapeld bouwen passend bij de (toekomstige) dorpse identiteit. Nieuwe woningen in Hoge Hexel en de buurtschappen om ze te versterken. VAB-locaties inzetten voor bijzondere woonvormen. De keuzes zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk
  17. Global Goals Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:
  18. Goede gezondheid en welzijn. Dit doel vullen we binnen dit thema in door het juiste woningaanbod te realiseren en te kiezen voor een mix aan doelgroepen.
  19. Ongelijkheid verminderen. Dit doel vullen we in door volop in te zetten op betaalbare woningen op goede plekken en bij de inrichting van de ruimte de sociale cohesie te versterken.
  20. Duurzame steden en gemeenschappen. 4.5.2 Bouwen naar de lokale woningbehoefte met een plus tot 2030 In overeenstemming met de Regionale Woonagenda Twente volgen we de ruimtelijke strategie ‘wonen langs de radialen’. Zoals ook in ‘De Lokale Woonagenda’ staat beschreven, bouwen we naar de lokale woningbehoefte met een plus. Voor de gemeente Wierden komt dit neer op 100 woningen per jaar de komende 10 jaar. Hiermee dragen we bij aan het versterken van de voorzieningen, maken we de achterstand in woningbouw van de afgelopen jaren goed en bouwen we om bij te dragen aan de actuele woningnood in Nederland. In alle kernen is behoefte aan meer woningen, ook Hoge Hexel en de buurtschappen. 4.5.2.1 Op de langere termijn Het Rijk heeft besloten om samen met de 14 Twentse gemeenten, de Provincie Overijssel en het Waterschap Vechtstromen te gaan werken aan een verstedelijkingsstrategie voor Twente: de Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente (ROS Twente). Met de ROS Twente wordt op de lange termijn een schaalsprong voor het aantal inwoners gezet in Twente, wat neer komt op 100.000+ inwoners erbij in de regio. We kiezen ervoor om ons aan te sluiten bij de regionale woonambities en kiezen voor een uitbreiding van de woningbouwopgave na
  21. Dit in gelijke mate met de groei tot 2030; namelijk 100 woningen per jaar toevoegen. Waarmee we naar verwachting in 2050 gegroeid zijn naar meer dan 30.000 inwoners. 4.5.2.2 Woningbouwaanpassingen Met het vernieuwen van het woningaanbod in een aantal wijken willen we het aanbod van woningen beter laten aansluiten op de (toekomstige) vraag en de kwaliteit van de leefomgeving vergroten. We verwachten dat de wens om woningen aan te passen steeds vaker zal toenemen om zo bijvoorbeeld woningen levensloopbestendig te maken, woningen te splitsen voor meerdere huishoudens of zelfs nieuwbouw te realiseren. Om meer variatie in woningtypes in de wijk te realiseren, maken we in ons beleid ruimte om bestaande woningen aan te passen. Mogelijkheden zijn o.a: Het samenvoegen van woningen, waarbij de benedenverdieping kan worden omgevormd tot een gelijkvloerse woning en de bovenverdieping als appartement kan worden ingezet. Ook aanbouwen en uitbouwen van woningen, om daarmee levensloopbestendig te kunnen worden, blijft mogelijk. We kijken wel of we dit makkelijker kunnen maken met de voorwaarden. Aanbouwen of opbouwen om een bestaande woning te vergroten en daarmee de diversiteit in het woningaanbod te vergroten zijn eveneens mogelijk. Hetzelfde geldt voor woningsplitsing. Modulair bouwen om te zorgen voor betaalbare, tijdelijke huisvesting. Modulaire bouw is een bouwtechniek waarbij modules worden gekoppeld of gestapeld om een gebouw te creëren. Kleinschalige herstructureringen met het aanvullen of verbeteren van de groenstructuren of de opvang van hemelwater. We willen dit stimuleren om het woningaanbod blijvend te kunnen vernieuwen en aan te kunnen sluiten op de vraag. Kleinschalige woningbouwopties 4.5.3 Passend aanbod bieden voor alle doelgroepen In onze visie richten we ons op een aantrekkelijk en gevarieerd woningaanbod, zodat alle inwoners een passende woning kunnen vinden voor hun levensfase. Met het aanbod aan nieuwe woningen willen we rekening houden met de wensen in de toekomst, waarbij er meer ouderen en meer kleine huishoudens zijn. Dat betekent dat we extra focus gaan leggen op groeiende doelgroepen en aandachtsgroepen die het lastiger hebben op de woningmarkt, zoals ouderen, starters, kleine huishoudens en zorgbehoevende groepen. Met dit aanbod willen we niet alleen voldoende plek bieden, maar ook zorgen voor doorstroming op de woningmarkt. We willen met het nieuwe woningaanbod direct werken aan de kwaliteit van de woonomgeving. Ons woningaanbod wordt dus mooier, duurzamer en passend bij de toekomstige inwoners. We leggen de volgende accenten: Passend aanbod rond de dorpscentra. Rond de dorpscentra of andere locaties met voorzieningen leggen we een groter accent op betaalbare woningen voor jongeren, ouderen en minder mobiele groepen. Op deze plekken ligt de voorkeur om gebouwen te transformeren naar betaalbare woningen voor deze doelgroepen. Nieuw groene woonwijken. De vraag naar aantrekkelijke groene woongebieden is hoog. Om mee te groeien met de (grote) regionale woningdruk, maar ook om doorstroming in onze eigen woningmarkt mogelijk te maken zijn naast kansen voor inbreiding ook uitbreidingen nodig. Voor de korte termijn zijn woningbouwgebieden in beeld. voor de lange termijn wijzen we in de toekomst zoekgebieden voor uitbreiding aan. Passend aanbod in bestaande woonwijken. Ook bestaande woningen en woongebieden kunnen in onze visie bijdragen aan de veranderende woonbehoefte. En dat willen we vereenvoudigen. Woningsplitsing, (pre)mantelzorgwoningen en andere woningaanpassingen voor gelijkvloers wonen willen we eenvoudiger maken. Hiermee willen we inwoners extra ontwikkelmogelijkheden geven voor eigen initiatieven die bij kunnen dragen aan betaalbare woningen. 4.5.4 Inclusieve samenleving We vinden de sociale samenhang cruciaal bij de ruimtelijke inrichting van onze gemeente. Aangezien traditionele sociale banden minder sterk worden (mensen zijn minder lang lid van 1 vereniging, kinderen wonen lang niet altijd meer dichtbij en kerkelijke verbanden zijn niet in alle groepen van de samenleving sterk) vraagt dit in de toekomst extra aandacht. Het sociale netwerk is belangrijk om eenzaamheid tegen te gaan en draagt bij aan de zelfredzaamheid van onze inwoners. Sinds de invoering van de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) moeten ouderen langer zelfstandig wonen. Met het juiste woningaanbod en het versterken van de sociale cohesie willen we dit versterken. We zijn ervan overtuigd dat verschillende groepen, zoals jong en oud, daarvoor door elkaar moeten kunnen wonen. Bij alle nieuwe woningbouwlocaties en herstructureringen kiezen we voor het sterker mixen van doelgroepen. Dit doen we door meer variatie aan te brengen binnen de woonconcepten en voldoende betaalbare woningen te bouwen. Een voorbeeld hiervan is het combineren van seniorenwoningen met startersappartementen. Met een mix van verschillende woningtypes zal een woningbouwproject bijdragen aan het versterken van het naoberschap. 4.5.5 Gestapeld bouwen passend bij de (toekomstige) dorpse identiteit Omdat meerdere doelgroepen gebaat zijn bij woningen nabij voorzieningen / dorpscentra maken we ruimte voor gestapelde bouw binnen de dorpen Enter en Wierden. Deze locaties zijn vooral een kans voor jongeren en senioren. Beide doelgroepen maken vaker gebruik van het OV en senioren zijn afhankelijk van lokale voorzieningen. Hierom zullen we als gemeente inzetten op appartementen en woonconcepten passend voor deze doelgroepen bij herstructureringslocaties. De herstructureringslocaties in de dorpen willen we zo goed mogelijk benutten, omdat ze dicht bij voorzieningen en OV-verbindingen liggen. Daarbij houden we qua hoogte en vormgeving rekening met het karakter van de dorpen. We kiezen voor het sparen van groene ruimtes en voor dorpse ‘hoogbouw’. Gestapelde bouw moet daarom passen bij het karakter van de dorpen en gericht zijn op herstructurering van bestaande bebouwde en verharde plaatsen. Om aan te sluiten bij het dorpse karakter hanteren we de volgende uitgangspunten in beide dorpen: We beschermen bestaande hoogteaccenten, zoals kerken. We houden de hoofdstructuren van dorpen leesbaar, zoals belangrijke ontsluitingswegen, de entrees van de dorpen en historische landschappen rondom de dorpen. Deze structuren begeleiden inwoners de dorpen in en uit of maken de landschappen rond een dorp herkenbaar. De hoofdstructuren en randen van de dorpen kunnen soms een ruimtelijk accent krijgen, maar ze moeten dan wel de hoofdstructuur accentueren. Hogere bouw mag het karakter of sfeer van een plek niet negatief aantasten. Verdichting rond centra is goed, omdat het de ligging van de centra kan accentueren, maar moet passen bij de stedenbouwkundige maat en schaal die in het centrum al bestaat. In de praktijk betekent het dat gestapelde bouw in het centrum beperkt mogelijk is, maar wel in een ring daaromheen. In de centra kiezen we voor het behouden van de huidige schaal van de bebouwing. Rond het centrum zetten we in op herstructurering van bedrijfs- en voorzieningenlocaties. Hier willen we gestapeld bouwen, waarbij hogere bouw mogelijk is als de overgang naar het centrum en de woonwijken geleidelijk is. Locaties met meer ruimte bieden kansen. Gestapelde bouw kent vaak een grotere schaal en korrel. Daarbij passen locaties die langs grote structuren liggen, zoals de spoorlijn, bredere ontsluitingswegen of locaties die veel ‘eigen’ ruimte hebben, waardoor ze meer losliggen van de omliggende bebouwing, zoals in dorpsranden. Trapsgewijs verhogen Voorruimte hoogbouw Voor gestapelde bouw gelden altijd een aantal randvoorwaarden. Zorg voor een (geleidelijke) overgang naar omliggende stedenbouwkundige structuren. Zorg voor een passende uitstraling van bebouwing, zodat het kleiner oogt en past bij de omgeving. Neem enige ruimte voor of naast het gebouw of gebruik groen om gestapelde bouw een eigen plek te geven. Om gestapelde bouw goed in te passen in de dorpse structuur zien we een aantal specifieke kansen: Op locaties in een ring rond het centrum, mits de historische structuren en beschermde kwaliteiten intact blijven. Transformatie van bedrijventerreinen, die tegen centra of woonbuurten aanliggen. Locaties in de dorpsranden als gestapelde bouw wordt ingebed in een groenstructuur. Locaties waar met gestapelde bouw bestaande structuren worden aangezet, zoals langs de hoofdroutes in de dorpen. 4.5.6 Nieuwe woningen in Hoge Hexel en de buurtschappen om ze te versterken De sociale cohesie is ook binnen Hoge Hexel en de buurtschappen belangrijk. Daarom maken we ook hier enige woningbouw mogelijk, passend binnen de maat en schaal van het dorp of het buurtschap en in aansluiting bij de lokale behoefte. In Hoge Hexel is ruimte voor uitbreiding van het Kleen-Esch. In de buurtschappen is enige woningbouw denkbaar in de vorm van nieuwe erven rondom andere erven of voorzieningen. 4.5.6.1 Hoge Hexel In Hoge Hexel zetten we in op een uitbreiden van Kleen-Esch als woongebied. Uitgangspunt is om van Kleen-Esch een groenwoongebied te maken. Het beeld van Hoge Hexel als een dorp, opgebouwd uit linten, houden we in stand. 4.5.6.2 Buurtschappen We streven naar een versterking van de buurtschappen middels (een beperkt aantal) nieuwe erven. Bij voorkeur ligt een nieuw erf in de buurt van een kruising van wegen of bij bestaande erven. Op die manier wordt het beeld van een buurtschap (samenhang tussen erven) versterkt en wordt uitwaaiering voorkomen. VAB-locaties zetten we met name in voor bijzondere woonvormen. 4.5.7 Bijzondere woonvormen We willen op termijn variatie in het woningaanbod. Om verder te bouwen aan ons aantrekkelijke woonmilieu, maar ook om de doorstroming te bevorderen. Daarom maken we ook ruimte voor bijzondere woonvormen. Dat kunnen bijvoorbeeld vormen van groepswonen, tiny houses, volledig biobased woningen of erfwoningen zijn. Bijzondere woonvormen kunnen zowel binnen als buiten de bebouwde kom (in de dorpsranden en buurtschappen) worden gerealiseerd. Hierbij kijken we naar bewonersinitiatieven. Voormalige agrarische erven of locaties direct tegen de dorpsrand kunnen daarvoor passend zijn. Belangrijk bij de herontwikkeling van VAB-locaties is de landschappelijke inpassing en een bouwstijl die past bij het dorp of buurtschap. Verder zien we op deze erven ook mogelijkheden voor andere functies. De nieuwe functies en landschappelijke inpassing worden behandeld in thema
  22. 4.5.8 Duurzaam en circulair bouwen Onze doelen ten aanzien van klimaat en energie komen ook terug in de manier waarop we in de toekomst onze woningen gaan bouwen. We streven in 2040 dat alle nieuwe bouwontwikkelingen grotendeels klimaatneutraal en circulair plaatsvinden. We zien hierin veel kansen. Zo zijn er steeds meer mogelijkheden om woningen modulair te bouwen, waardoor materialen op termijn herbruikbaar zijn en woningen eventueel verplaatsbaar. Dit kan belangrijk zijn bij het versnellen van de woningbouw voor specifieke doelgroepen en woningen waar mogelijk tijdelijk behoefte aan is, zoals bijvoorbeeld voor starters. Een andere kans is om woningen te isoleren met biobased materialen. Een deel van de biobased materialen kan bovendien goed tegen hoge of fluctuerende grondwaterstanden, zodat deze teelten goed gecombineerd kunnen worden met maatregelen om water langer vast te houden in het gebied. Waar mogelijk willen we lokaal de productie en het gebruik van biobased bouwmaterialen koppelen. We volgen de ontwikkelingen om gebouwen natuurinclusief en/of met biobased materialen te bouwen en als er meer beeld is van de haalbaarheid zullen we daar beleid voor opstellen. We vinden het passen in onze ambitie als groene duurzame gemeente om de verduurzaming van woningbouw te versnellen waar dat mogelijk is. Hiervoor onderzoeken we ook mogelijkheden voor groene leges, waarmee we duurzaam en circulair bouwen kunnen stimuleren. 4.6 Thema 4: Multifunctionele voorzieningen en levendige dorpscentra 4.6.1 Inleiding In 2040 hebben we ruimte voor alle activiteiten in de dorpen, waarbij iedereen kan meedoen. Dit houdt in dat onze voorzieningen en openbare ruimte toegankelijk zijn voor alle doelgroepen. We willen de zelfredzaamheid van onze inwoners en de sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. We zullen daarbij voortdurend zoeken naar de balans tussen kwaliteit en laagdrempeligheid bij maatschappelijke en culturele voorzieningen. Ons uitgangspunt is om voorzieningen zo dicht mogelijk bij de inwoners te houden. Tegelijk kan het bundelen van voorzieningen nodig zijn om doelgroepen te mixen en om op lange termijn de betaalbaarheid en kwaliteit van voorzieningen te borgen. Daarom kiezen we enerzijds voor laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken, zoals in de vorm van beweegplekken in de openbare ruimte of in de vorm van buurthuiskamers. Anderzijds streven we naar een binnenshuis ontmoetingsplek op dorps- of buurtschapsniveau voor verenigingen. Hiervoor doen wij onderzoek naar de invulling van (nieuwe) zaalruimte in Enter en Wierden, die geschikt is voor optredens en/of uitvoeringen van verenigingen. Zoals beschreven in de centrumvisies nemen de dorpscentra een bijzondere plek in. Oorspronkelijk was een winkelgebied natuurlijk een centrale ontmoetingsplek. Met de afname van het aantal winkels zijn andere functies of het mengen van functies nodig om de centra voor de lange termijn sterk te houden. Daarom streven we naar levendige en gemengde centra in Wierden en Enter met nieuwe functies, evenementen en geen verdere afname van winkels. Hiermee versterken we de band tussen onze inwoners en zorgen we voor sterker noaberschap. Onze centra nodigen in 2040 nog meer uit om te verblijven. We maken in deze visie de volgende keuzes: Levendige en veilige dorpscentra. Divers aanbod aan sport en cultuur. Een binnenshuis ontmoetingsplek in ieder dorp en buurtschap voor verenigingen en activiteiten. Combineren van sport- en ontmoetingslocaties. Global Goals Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:
  23. Goede gezondheid en welzijn.
  24. Kwaliteitsonderwijs.
  25. Eerlijk werk en economische groei.
  26. Ongelijkheid verminderen.
  27. Duurzame steden en gemeenschappen. 4.6.2 Levendige en veilige dorpscentra In de toekomst blijven de centra van Wierden en Enter levendige dorpskernen waar winkelen, ontmoeting en vermaak samenkomen. De sfeer in het hele centrum is gericht op verblijven en de inrichting is klimaatbestendig. Functieverbreding kan ervoor zorgen dat gasten verschillende bezoekmotieven kunnen combineren. Dat moet bijdragen aan het aantrekkelijk houden van ‘het winkelen’. Daarnaast zijn er kansen om de centra van Wierden en Enter steviger op te nemen in het recreatieve netwerk. Dit gaan we doen door de centra goed te verknopen met het recreatieve netwerk, de wijken beter met de centra te verbinden en door meer ruimte te maken voor toeristische functies, zoals cultuur, horeca en evenementen. Om onze centra levendig te houden, is het belangrijk dat we investeren in de verblijfskwaliteit. Hiervoor streven we naar een vermindering van de hoeveelheid autobewegingen en willen we in de centra zorgen voor minder autoverkeer. We kiezen niet voor het volledig afsluiten van de centra voor de auto, maar alleen voor het remmen en ontmoedigen van doorgaand verkeer waardoor het veiliger wordt. Ook creëren we heldere oversteekplekken. Verder verbeteren we de kwaliteit door te blijven inzetten op compacte winkelgebieden, zodat alle voorzieningen en winkels op een korte loopafstand van elkaar liggen. 4.6.2.1 Centrum Enter In Enter streven we naar een aantrekkelijk, toekomstbestendig centrum dat aansluit bij de verzorgingsfunctie van Enter. Het richt zich op versterking van het winkelaanbod, horeca en recreatie om zowel lokale bewoners als toeristen aan te trekken. Mengfuncties en activiteiten zoals workshops, proeverijen en reparatie/ambacht verbreden de centrumfunctie, terwijl transformatie van lang leegstaande panden naar wonen de levendigheid behoudt. De aantrekkingskracht van Enter als modecentrum kan beter benut worden. Er zijn kansen om meer toeristen naar Enter te trekken. Gezamenlijke promotie, unieke activiteiten en aanbod van verblijfsaccommodaties in het dorp kunnen daaraan bijdragen. Groei van de supermarkten versterkt de boodschappenfunctie, pleinen kunnen beter worden geprofileerd en wonen op de begane grond stimuleert leefbaarheid. Verbetering van gevels en terrassen verhoogt de aantrekkelijkheid. Verder zetten we in op online zichtbaarheid, brede trottoirs, voldoende fiets- en autoparkeerplaatsen en het zoeken naar alternatieve routes voor doorgaand (vracht)verkeer om de bereikbaarheid en toegankelijkheid van het centrum te verbeteren. Kernambities centrumvisie a. Herkenbare kernwaarden en identiteit, b. Sterke boodschappenfunctie. c. Bijzonder modisch aanbod. d. Sterke, gastvrije horeca. e. Samenwerking ondernemers. f. Brede promotie en meer activiteiten. g. Versterking woonfunctie. Centrumvisie kaart Enter Centrumvisie Enter 4.6.2.2 Centrum Wierden In Wierden richten we ons op een aantrekkelijk, veelzijdig en compact centrum met een verblijfsduur van 1 tot 2 uur. Het doel is om zowel lokale als regionale bezoekers en toeristen te trekken en hen vaker terug te laten komen. Dit vraagt om een divers aanbod, sterke samenwerking en effectieve marketing. Het centrum moet de vanzelfsprekende winkel- en horecabestemming blijven en inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen. We gaan beter profiteren van de toeristische groei in Twente, het Reggedal en Nationaal Park Sallandse Heuvelrug. Attractieve terrassen en unieke evenementen trekken bezoekers, maar gerichte promotie en kwaliteitsverbetering is nodig. Door samenwerking met hotels en vakantieparken en uitbreiding van verblijfsaccommodaties in en rond het centrum versterken we de positie in de gemeente en in de regio. Het kernwinkelgebied moet een compacte, levendige plek zijn met een gevarieerd aanbod, goede routing en aantrekkelijke verblijfsruimtes. Straten met structurele leegstand transformeren we naar wonen of dienstverlening. Toegankelijkheid blijft belangrijk: brede trottoirs, duidelijke routing en voldoende fietsparkeerplekken verbeteren de ervaring. Online zichtbaarheid en heldere communicatie versterken de binding met bezoekers. Parkeren is essentieel, maar autoverkeer moet de winkelbeleving niet verstoren. Historische aanloopstraten kunnen dienen als broedplaats voor nieuwe winkels. Waar detailhandel niet levensvatbaar is, kan transformatie naar wonen, volgens nader uit te werken beeldkwaliteitsregels, een uitkomst bieden. Kernambities centrumvisie a. Gevarieerd en veelzijdig aanbod in alle sectoren. b. Sterke herkenbare identiteit. c. Verhoogde sfeer, beleving en ontmoeting. d. Aantrekkelijke routing en aansluiting van deelgebieden. e. Sterke samenwerking tussen partijen. f. Bredere promotie en meer activiteiten. g. Stimuleren van wonen in en rond het centrum. Centrumvisie kaart Wierden Centrumvisie Wierden 4.6.3 Een binnenshuis ontmoetingsplek in ieder dorp en buurtschap We willen een prettig leefklimaat en de zelfredzaamheid van onze inwoners en de sociale cohesie blijven ondersteunen met goede voorzieningen en accommodaties. Om onze doelen te halen willen we in de toekomst laagdrempelige maatschappelijke accommodaties hebben, die zorgen voor ontmoeting, verbinding en zelfontplooiing. Veel inwoners zijn het erover eens dat dit doel op dit moment maar deels wordt gehaald. Met name het verbinden van (verschillende) groepen inwoners is een opgave. Het is daarom belangrijk om accommodaties geschikt te maken voor dubbel gebruik. Hiervoor doen wij onderzoek naar de invulling van (nieuwe) zaalruimte in Enter en Wierden. Aanvullend is er behoefte om voor specifieke doelgroepen laagdrempelige inloopplekken in de wijken te behouden of te maken. 4.6.3.1 Gebouwen voor ontmoeten en activiteiten De bestaande maatschappelijke en sportvoorzieningen bieden onderdak aan het rijke verenigingsleven van de gemeente. Tegelijk zien we dat bij sommige verenigingen het ledenbestand verandert of dat bestuursleden lastig te vinden zijn. Dit kan de voorzieningen op termijn onder druk zetten. We willen dat onze accommodaties intensief benut worden, toegankelijk en inclusief zijn. Op het moment liggen veel maatschappelijke functies verspreid, waardoor verschillende doelgroepen niet met elkaar in aanraking komen. Een oplossing kan zijn als verenigingen en andere accommodaties hun functie verbreden. Een vorm hiervan is een locatie voor activiteiten en verenigingen. Hiermee bevorderen we de interactie tussen doelgroepen en maken we het makkelijker om deel te nemen aan maatschappelijke organisaties. We willen graag dat accommodaties nadenken over hun aanbod om telkens nieuwe groepen aan te spreken en voor meerdere doelgroepen interessant te zijn. We zetten meerdere strategieën in om gebouwen dubbel in te zetten: We sturen met ons beleid en financiële bijdrage op de multifunctionaliteit en maatschappelijk rendement van de voorzieningen in het geval dat het beheer van gebouwen (deels) bij organisaties ligt. We zoeken naar een plek waar activiteiten voor het dorp georganiseerd kunnen worden. We betrekken de openbare ruimte rond de voorzieningen bij de accommodaties, om het bezoek en gebruik laagdrempeliger te maken. De Kulturhusen gaan we ondersteunen en willen we ook ruimte geven om de toeristische kant te vergroten, zodat de Kulturhusen in de buurtschappen een extra functie krijgen en kunnen blijven bestaan. 4.6.3.2 Laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijken voor kwetsbare en minder mobiele doelgroepen Om deel te kunnen nemen aan sociale activiteiten is het voor sommige doelgroepen belangrijk om een laagdrempelige ontmoetingsplek vlak bij huis te hebben. Omdat deze doelgroep, onder andere door de toenemende vergrijzing, zal toenemen, ligt het accent in de wijken meer op laagdrempeligheid dan op multifunctionaliteit. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van ‘wijkhuiskamers’. Ook initiatieven van inwoners die leiden tot sociale ontmoetingsplekken ondersteunen we. Naast een huiskamer zetten we in op ontmoetingsplekken in de openbare ruimte. Diagram laagdrempelige buurthuizen 4.6.4 Divers aanbod aan sport en cultuur Voor de saamhorigheid en gezondheid van onze inwoners vinden we het belangrijk dat we een divers aanbod aan sport- en cultuurlocaties hebben. Als gemeente blijven we de verschillende sport- en cultuuraanbieders ondersteunen. Dit doen we door nieuwe locaties mogelijk te maken en te helpen bij het organiseren van evenementen en activiteiten. Naast het combineren van sport en ontmoeting, willen we ook zoveel mogelijk sport- en bewegingsfuncties bundelen en waar voorzieningen complementair zijn, is het combineren ook een optie. Zo kunnen ze gebruik maken van elkaars faciliteiten en maken we ze flexibeler voor toekomstige behoeftes. Ook kijken we naar mogelijkheden om bestaande locaties verder uit te breiden, bijvoorbeeld voor andere functies zoals beachvolleybal. Verder maken we het makkelijker voor inwoners om gebruik te maken van een sportvereniging. Een voorbeeld hiervan is Sportpark Het Lageveld ten noorden van Wierden, waar 2 voetbalclubs, een tennisclub, korfbalclub en een ijs- en skeelerbaan zijn gecombineerd. Het behouden van de cultuurhistorisch erfgoed is ook van belang voor het cultureel aanbod, omdat het onderdeel van onze identiteit is. We gaan hiervoor onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor het behouden en ontwikkelen. 4.7 Thema 5: Dynamische bedrijventerreinen 4.7.1 Inleiding We zijn in 2040 een groene woongemeente met veel lokale ondernemers, die samenwerken aan circulaire, groene en duurzame bedrijventerreinen. Op onze bedrijventerreinen kennen we een gezonde doorstroming, zodat er altijd ruimte is voor startende en groeiende bedrijven. Onze ondernemers zijn in staat om binnen de gemeente door te groeien en een belangrijke speler te blijven of te worden op regionaal, landelijk en internationaal niveau. We richten ons in deze paragraaf voornamelijk op het ondernemersklimaat. Onze doelen zijn: Toekomstbestendige bedrijventerreinen. Relatie met de regio verder versterken. Ruimte voor lokale ondernemers. Klimaatbestendige en waterrobuuste bedrijventerreinen. Circulariteit stimuleren. Global Goals Voor dit thema sluiten wij aan bij de volgende Global Goals: Eerlijk werk en economische groei. Industrie, innovatie en infrastructuur. 4.7.2 Toekomstbestendige bedrijventerreinen We stimuleren op onze bedrijventerreinen kleinere en middelgrote (lokale) bedrijven in het MKB en ‘groene’ bedrijven, die bijdragen aan een circulaire samenleving. Zoals gezegd zit het ondernemen ons in de genen. De lokale ondernemers zijn belangrijk voor de identiteit van de gemeente en dragen veel bij aan de maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld als sponsors van de sportclubs. We willen dat onze bedrijventerreinen op lange termijn geschikt blijven voor een mix van startende en groeiende ondernemers. Dat vraagt op de langere termijn om een flexibele invulling van de bedrijventerreinen, waar ook kleine kavels onderdeel van zijn. We doen dat door in eerste instantie bedrijventerreinen uit te breiden en voor de lange termijn te kiezen voor blijvende herstructureringen en doorstroming op de bestaande bedrijventerreinen. Omdat we op lange termijn, na de huidige uitbreidingen, geen ruimte hebben voor de verdere uitbreiding van bedrijventerreinen, kiezen we heel bewust voor afstemming met het regionale aanbod aan bedrijventerreinen. Binnen de gemeente richten we ons vooral op doorgroei van lokale bedrijvigheid voor het bestendigen van de werkgelegenheid. 4.7.2.1 Uitbreidingen op korte termijn Om op lange termijn voldoende ruimte voor ondernemers te hebben zetten we voor de komende jaren in op een uitbreiding van onze bedrijventerreinen. Zo breiden we het bedrijventerrein Weuste-Noord bij Wierden uit en versterken we het bedrijventerrein De Elsmoat bij Enter door het gebied rond de Rondweg erbij te betrekken. Daarbij zetten we in op schaalverkleining, om meerdere ondernemers de kans te geven zich te vestigen. 4.7.2.2 Ruimte voor bedrijven op lange(re) termijn door blijvende aandacht voor herstructurering We willen op lange termijn ruimte voor lokale bedrijven behouden door een mix aan kavelgroottes aan te houden en doorstroming van (groeiende) bedrijven te faciliteren. Afhankelijk van de vraag, bieden we andere locaties aan voor de ondernemer of kijken we naar mogelijkheden om kavels samen te voegen. Verder zetten we in op actieve schaalverkleining, om meer aanbod te bieden aan onze ondernemers. Door van een groot (vertrekkend) bedrijf de kavel weer op te splitsen, kun je voor de lange termijn een mix aan kavelgroottes blijven bieden. Voor grote bedrijven blijven we samenwerken met de regio om de juiste bedrijfslocaties aan te kunnen bieden. Aandachtspunt bij bedrijfsverzamelgebouwen is om aan te sluiten bij de daadwerkelijke lokale behoefte en inzicht te houden in welke bedrijven er zijn gevestigd. Mogelijke oplossingsrichting is om te kiezen voor kooplocaties in plaats van huur. 4.7.2.3 Aanvullend aanbod in vrijkomende (agrarische) gebouwen Naast flexibele ruimte op bedrijventerreinen liggen er kansen voor kleine bedrijven op vrijkomende agrarische bedrijfslocaties. In de kernrandzones liggen mogelijkheden voor kleinschalige lichte bedrijven, maximaal bedrijfscategorie
  28. In het overige buitengebied zijn er mogelijkheden voor agrarisch verwante bedrijven of vormen van opslag en ambachtelijke bedrijvigheid, zolang het past binnen de kwaliteiten van het gebied. Diagram doorstroomschema bedrijventerreinen 4.7.3 Relatie met de regio verder versterken Als gemeente willen we ons ondernemersklimaat niet alleen binnen onze eigen grenzen bekijken, maar ook in de omliggende gemeenten. We zetten in op verdere samenwerking binnen de regio om te zorgen voor voldoende werkgelegenheid in het algemeen en groene technologische bedrijven in het bijzonder. We willen zorgen voor een goede doorstroming van bedrijven op regionaal niveau. Daarnaast vinden we regionale samenwerking belangrijk voor de circulariteit van onze bedrijventerreinen. Samen met andere gemeenten willen we bedrijven in de regio met elkaar verbinden om zo een efficiënter gebruik van energie, grond(stoffen) en materialen te bevorderen. 4.7.4 Klimaatbestendige en waterrobuuste bedrijventerreinen Onze bedrijventerreinen zijn in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Op dit moment wordt al gewerkt aan het vergroenen van (verouderde) bedrijventerreinen. We vangen regenwater op en gebruiken dit in de bedrijven of voeren het af via het oppervlaktewater. We streven ernaar om dit door te zetten aan de hand van de trits waterbeheer: vasthouden, bergen en afvoeren. Dit doen we samen met de ondernemers die al actief investeren hierin. In de toekomst stellen we als doel dat de meeste daken bedekt zullen zijn met zonnepanelen of groendaken. De openbare ruimte zal minder vol zijn met stenen. We willen ook dat ons bedrijfsklimaat past bij dit groene imago door bedrijven te zoeken die hierbij aansluiten. Als groene gemeente willen we dat onze bedrijventerreinen dit ook laten zien. 4.7.5 Naar circulaire bedrijventerreinen In de gemeente willen we vanaf 2050 geen restafval meer produceren dat onnodig verbrand moet worden. Om dit te bereiken willen we in stapjes het aandeel restafval per persoon afbouwen. Op de bedrijventerreinen onderzoeken we of we een vestigingscriterium kunnen opnemen dat aangeeft hoe een bedrijf bijdraagt aan een circulaire samenleving en het voorkomen van reststromen. Bedrijven die samen met andere bedrijven bijdragen aan het sluiten van kringlopen, willen we we dan voorrang geven. Als een bedrijf iets lokaal kan bijdragen aan het sluiten van reststromen, willen we ons inzetten om een locatie voor het bedrijf te vinden. We begrijpen dat niet alle restromen lokaal gesloten kunnen worden en kijken dus ook naar de regio. Niet alleen de productie van materialen willen we in onze visie circulair, ook de gebouwen zelf zien we op termijn circulair. We volgen de ontwikkelingen om gebouwen natuurinclusief of met biobased materialen te bouwen, en als er meer beeld is van de haalbaarheid, zullen we daar beleid voor opstellen. 4.8 Thema 6: Agrarisch cultuurlandschap voor iedereen 4.8.1 Inleiding In 2040 hebben we een sterk en aantrekkelijk agrarisch platteland met bijzondere landschappen en een hoge biodiversiteit. De landbouw staat in dit landschap centraal. De boeren beheren en benutten het landschap en zorgen met hun bedrijf voor economisch draagvlak om het landschap sterk en natuurlijk te houden. Tegelijk vervult het landschap een essentiële rol in de woonkwaliteit en de gezondheid van alle inwoners. De aantrekkelijkheid van het landelijk gebied is vergroot door landschapsversterking passend bij historische patronen. Verder hebben we grote stappen gemaakt om het watersysteem veerkrachtiger te maken en in te richten voor vasthouden, bergen en besparen. Zo zorgen we dat we in 2050 weerbaar zijn voor zoetwatertekorten. We hebben in 2040 ook aantrekkelijke en veilige recreatieve voorzieningen, met betere routes en nieuwe mogelijke functies in dorpsranden en buurtschappen. Stad en land zijn in de toekomst meer verweven. We creëren dus een toekomstbestendig agrarisch cultuurlandschap voor iedereen, waar de boer zich kan blijven inzetten voor onze voedselvoorziening. Om concurrentie om de ruimte te voorkomen zetten we in de toekomst in op het verweven van functies en dubbel ruimtegebruik. We combineren waterberging het liefst met agrarische productie. En nieuwe functies zijn welkom, maar we letten daarbij op de ontwikkelmogelijkheden van de aanwezige agrariërs en agrarisch aanverwante bedrijven. Een platteland dus dat minder uitgaat van scheiding, maar van het samengaan en bij elkaar passen van functies. De scheiding tussen landbouw en natuur is minder groot en beide functies versterken elkaar. We gaan voor een duidelijk langetermijnperspectief voor de boer, zodat zij hun bedrijfsmodel hier goed op kunnen baseren. We maken in de visie de volgende keuzes: Een sterke agrarische sector met ruimte voor verbreding. Nieuwe functies in het landelijk gebied. De kwaliteit versterken tot een waterrobuust, ecologisch en vitaal landelijk gebied. Duurzame recreatie in het landelijk gebied. Global Goals Voor deze ambitie sluiten wij aan bij de volgende Global Goals:
  29. Schoon en sanitair water. Eerlijk werk en economische groei.
  30. Verantwoorde consumptie en productie.
  31. Klimaatactie.
  32. Leven in het water.
  33. Leven op het land. 4.8.2 Ruimte voor een sterke agrarische sector Onze identiteit wordt mede bepaald door ons landelijk gebied en onze boeren. We kiezen ervoor om de boer voorop te zetten bij transformaties in het landelijk gebied. De agrarische sector is belangrijk voor de leefbaarheid en (economische) vitaliteit van het landelijk gebied en het beheer van het aantrekkelijke landschap in onze gemeente. In 2040 streven we naar een vitale landbouwsector met gesloten kringlopen, die duurzamer is geworden, meer maatschappelijke diensten verricht en een deel van de inkomsten daaruit weet te halen. Verder zijn ze belangrijk voor onze voedselvoorziening. 4.8.2.1 Ontwikkelruimte voor de boer behouden We willen voor de lange termijn dat agrariërs ruimte hebben om zich te ontwikkelen en voedsel voor ons kunnen blijven produceren. Omdat we veel functies in het buitengebied hebben, kunnen regels (ter bescherming van de natuur en van kwetsbare functies) echter beperkend zijn voor agrarische bedrijven. Hierdoor wordt het voor boeren moeilijker om hun bedrijf door te ontwikkelen. Ook voor de verduurzaming van de landbouw kan groei een strategie zijn. Daarom willen we in een deel van het buitengebied terughoudend zijn in het toelaten van functies die een belemmering kunnen vormen voor de landbouw. Als gevolg van het verduurzamen van de landbouw verwachten we wel dat deze belemmeringen kleiner zullen worden. Als gemeente hebben we te maken met de landelijke regels voor de landbouw, maar we willen de boeren extra steun geven binnen deze regels. Dit doen met een Wierdens Plan voor het landelijk gebied. We willen boeren helpen die nieuwe manieren van landbouw willen proberen, zoals kringlooplandbouw en andere vormen van duurzame landbouw. Ook andere soorten landbouw blijven we ondersteunen, zolang dit volgens de landelijke regels kan. We beschermen de ruimte die boeren nodig hebben om hun bedrijf te laten groeien, mits dit leidt tot een duurzame toekomstbestendige bedrijfsvoering. Hierbij kijken we met de agrariër vooruit. Bij het toelaten van nieuwe functies op vrijkomende erven kijken we niet alleen of agrarische bedrijven in de omgeving belemmerd worden. Ook zorgen we dat een eventuele ontwikkelingen van deze bedrijven voor komende jaren mogelijk blijft. Ontwikkelingen die leiden tot een extensivering van landgebruik of het sluiten van kringlopen kosten soms extra ruimte op het bouwblok. In onze visie zijn er in de toekomst verbrede landbouwbedrijven mogelijk, waarin landbouwproductie en maatschappelijke diensten (verkoop van lokaal geproduceerd voedsel, zorg, recreatie, sport, innovatie) samenkomen. Daarmee wordt het eenvoudig om functies te combineren. 4.8.2.2 Sluiten van kringlopen door kringlooplandbouw Zoals gezegd streven we naar het sluiten van kringlopen in de agrarische sector, waarbij reststromen worden herbruikt of anders worden verwerkt. Mogelijkheden hiervoor liggen zowel in meer natuurinclusieve vormen van landbouw, waarbij agrarische bedrijven hun bedrijfsvoering afstemmen op de ‘natuurlijk’ draagkracht van de bodem, maar ook in meer technologische oplossingen om reststromen en verliezen te voorkomen. Als er sprake is van een onbalans tussen mestproductie en mestplaatsingsruimte, werken we mee aan mogelijkheden voor buurtmestvergisters. 4.8.2.3 Meer landschapsbeheer bij agrariërs We zien de boeren ook als de beheerders van het Wierdense landschap, en als gemeente willen we dit actief ondersteunen. We zetten ons in voor regelingen waarbij agrariërs inkomsten kunnen genereren uit het beheer van het landschap of andere maatschappelijke diensten (zoals opslag CO2, vasthouden water etc.). Dit kan bijvoorbeeld via de Coöperatie Agrarisch Terreinbeheer Wierden (CATB). We streven ernaar om meer gronden onder beheer van agrariërs te brengen. Dit gaat bijvoorbeeld om wegbermen, sloten en natuurgronden die eigendom zijn van de overheden en terreinbeherende organisaties. We onderzoeken de mogelijkheden van een grondbank of grondbureau. Daarnaast zijn de agrariërs in het grondwaterintrekgebied belangrijk voor de kwaliteit van ons drinkwater. Hierom moeten grondeigenaren die zorgen dat er voldoende drinkwater van hoge kwaliteit is, beloond worden voor hun inspanningen en diensten. Hiermee zorgen we ervoor dat we voldoende drinkwater blijven winnen in de gemeente. 4.8.2.4 Duurzaam bodemgebruik Wij stimuleren functies die bijdragen aan natuur-, bodem- en grondwaterkwaliteit en toetsen aan een gezonde woon- en leefomgeving. Grondgebruik met schadelijke gevolgen voor natuur, water en bodem en dat niet bijdraagt aan een gezonde woon- en leefomgeving gaan we zoveel mogelijk tegen. Wij onderzoeken of wij het telen van siergewassen, zoals bollen, kunnen weren. We richten ons op voedselvoorziening. 4.8.2.5 Verminderen van emissies en uitspoeling We willen in de toekomst gezondheidsrisico’s als gevolg van emissies en uitspoeling voorkomen. Daarom zetten we met de sector in op het vinden van productiemethodieken, die helpen de kringlopen te sluiten en die het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen verkleinen. In de kernrandzones en drinkwaterbeschermingsgebieden, waar de meeste kwetsbare functies voorkomen, willen we de gezondheidsrisico’s versneld verkleinen. Dat doen we door met agrariërs te zoeken naar alternatieve productiemethoden, maar ook door extra mogelijkheden voor andere functies te bieden, die het financieel mogelijk kunnen maken om te extensiveren of te verplaatsen. Tenslotte willen we op termijn kwetsbare functies, zoals zorg of wonen extra beschermen. Er is in Nederland een autoriteit die bepaalt welke gewasbeschermingsmiddelen zijn toegestaan. Via het college voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (CTGB) is goed vastgelegd hoe je gewasbeschermingsmiddelen mag gebruiken. De tuinders en telers met open teelten voldoen daaraan en daarmee ook aan de wet- en regelgeving, wat valt onder aanvaardbaar risico. De criteria worden voortdurend bijgesteld op basis van nieuw onderzoek en inzichten. Voor het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen houden wij ons aan de wet en volgen de werkwijze van het CTGB, die het cumulatieve effect niet meeneemt. Er moet een minimale afstand van 50 meter tussen de bebouwde kom en de locatie van spuiten worden toegepast. Dit gebied moet vrij blijven van spuitnevel of drift van de gewasbescherming. 4.8.2.6 Ruimte voor verbreding van landbouwbedrijven Onze agrarische sector speelt een grote rol in het beheer van ons landschap en is de drager van onze plattelandseconomie. Maar we zien dat vanwege intensivering en schaalvergroting dit voor steeds minder bedrijven het geval kan zijn. Hierom willen we het voor landbouwbedrijven makkelijker maken om te verbreden. We stimuleren meer diversiteit in landbouwbedrijven met andere en nieuwe verdienmodellen. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit het verwerken en verkopen van eigen producten, kleinschalige dag- of verblijfsrecreatie, zorgfuncties. Deze zijn gekoppeld aan de gebiedsgebonden indeling van ons landelijk gebied, met mogelijkheden rond de buurtschappen en dorpsranden en waar het de agrarische ontwikkelingen niet in de weg staat. Verder ondersteunen we ook kansen voor nieuwe vormen landbouw waar dit past in het landschap, zoals regeneratieve landbouw, kringlooplandbouw en agrobosbouw. We willen als gemeente de landbouw als economische factor en als onderdeel van onze identiteit behouden. Een verbreding van de sector is een belangrijke strategie. Het bouwvlak is cruciaal voor de agrarische bedrijfsvoering. Om de verbreding van de landbouw te faciliteren streven we op termijn naar de mogelijkheid voor dubbele functies in onze omgevingsplannen. Zo zorgen we voor meer flexibiliteit in de combinatie en omvang van verschillende onderdelen van de agrarische of verbrede bedrijfsvoering. De focus van de verbreding moet wel in het verlengde liggen van de huidige bedrijfsvoering, recreatie of zorg. Om verbreding of verduurzaming van een agrarisch bedrijf mogelijk te maken willen we ook flexibeler om met de omvang van het bouwvlak omgaan. 4.8.3 Nieuwe functies in het landelijk gebied Onze samenleving wordt mobieler en divers. De dynamiek in onze samenleving komt tot uiting in onze manier van leven, recreëren, wonen en werken. Het landelijk gebied biedt veel mogelijkheden om de wensen voor recreatie, sport, wonen en zorg in de samenleving in te vullen. Omdat wij de agrarische sector vooropzetten en daarmee ook grond willen behouden voor de agrarische ontwikkeling, kiezen we ervoor om nieuwe functies zoveel mogelijk te verweven met de landbouw en om een onderscheid te maken in deelgebieden. Hierbij zien we de kernrandzones en buurtschappen als plekken waar meer functies mogelijk zijn en willen we de rest van het landschap zoveel mogelijk inzetten voor de landbouw. Het verweven houdt in dubbel gebruik maken van dezelfde grond of door verschillende vormen van landgebruik op korte afstand van elkaar te ondersteunen. Wanneer het verweven van functies niet mogelijk is in ons landelijk gebied en nieuwe functies wel een plek moeten krijgen, maken we gebruik van onze prioriteitenladder die is opgesteld voor de Toekomstvisie. Prioriteitenladder De gronden in het landelijk gebied zijn in eerste plaats bestemd voor de landbouw. We maken keuzes in de verdeling van schaarse ruimte in het landelijk gebied met behulp van een prioriteitenladder. Vrijkomende landbouwgrond wegen we af op basis van maatschappelijk belang en urgentie, in de volgende volgorde: a. Uitbreiding met woningbouw b. Natuurontwikkeling c. Energietransitie, zoals met zonnevelden d. Maatschappelijke voorzieningen, mobiliteit en infrastructuur en de vrijetijdseconomie 4.8.4 Nieuwe functies op vrijkomende erven We kiezen ervoor dat elk vrijgekomen erf in het landelijk gebied kan worden ingezet voor een bedrijfsmatige of recreatieve functie, naast de mogelijkheid voor wonen. Onder vrijgekomen erven verstaan we erven waarvan de agrarische functie wordt beëindigd en erven waarvan de agrarische functie in het verleden is beëindigd of waar een andere bedrijfsmatige functie gevestigd is geweest. Dit moet wel passen binnen de milieucirkels en ontwikkelruimte van de boer. Relevant hierbij is dat de hoeveelheid bebouwing in de toekomst niet verder toeneemt. Alleen in de kernrandzones en rond de buurtschappen is een enkel nieuw woonerf denkbaar als dit bijdraagt aan de leefbaarheid. We kiezen duidelijk voor geen extra verstening van het landelijk gebied, met uitzondering van wanneer een bijdrage wordt geleverd voor specifieke doelgroepen, die anders geen kans zouden hebben, zoals ouderen, starters of groepen met een specifieke gezamenlijke doelstelling (bijv. duurzame woonvormen of groepswonen). We willen wel een vitaal platteland met gemengde functies, maar in grote delen van ons buitengebied is verdergaande verstedelijking geen wens. Met het hergebruik van agrarische erven voorkomen we een achteruitgang van de leefbaarheid en leegstand. Bovendien kunnen vrijkomende erven een rol vervullen bij de behoefte aan nieuwe woonvormen en kan de recreatieve kracht van het landelijk gebied worden versterkt. Om de ontwikkeling van de agrarische sector op lange termijn niet te beperken kiezen we voor de volgende gebiedsgebonden mogelijkheden: Voor vrijkomende bebouwing in de kernrandzone en de buurtschappen geven we ruimte voor kleinschalige recreatie of bedrijvigheid, zoals bed & breakfasts, theetuinen, zorgboerderijen, horeca, landwinkels, campings en ateliers en kleinschalige lichte bedrijven (max. categorie 2). Daarnaast is er ook ruimte voor nieuwe woonvormen en kan gesloopte bebouwing uit andere gebieden hier worden toegevoegd in de vorm van nieuwe woningen. Nieuwe functies moeten wel een toegevoegde waarde hebben en niet meer van hetzelfde moeten zijn. In gebieden waar de agrarische sector de boventoon voert, borgen we de ontwikkelingsmogelijkheden voor de lange termijn door beperkt nieuwe functies toe te laten. Hier behouden we de bestaande regels voor vrijkomende bebouwing en nevenfuncties. Buiten de kernranden en buurtschappen waar agrarische ontwikkelingsmogelijkheden niet beperkt worden en waar de bereikbaarheid toereikend is, zijn kleinschalige functies en een enkele nieuwe woning bij sloop van stallen mogelijk op vrijkomende erven. Schema's kampenlandschap 4.8.5 Gemixte woon- en werk erven in buurtschappen en kernranden We kiezen voor multifunct

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.