Duurzaamheidsagenda 2025-2028Voorwoord We ha mar ien ierde en dy bestiet al san fjouwerhûnderdfyftich miljard jier. Dat is net foar te stellen lang. As jo dy tiid foarstelle as in klok fan fjouwerentweintich oeren, dan komt de mins hjir op ierde pas yn de lêste heale minuut. Dêr moatte jo wol efkes oer neitinke…sa koart? Wy as minsken ha yn it koarte skofke dat we hjir omslaan wol in hiele grutte ympakt op hoe as it giet mei dy ierde. Benammen sûnt we útfûn ha dat we masjines wurk dwaan litte kinne troch it ferbaarnen fan yn de ierde opsleine brânstoffen, giet it hurd. It besef dat dat in kearside hat dy’t ússels yn de sturt byt is by in protte minsken sa stadichoan wol tusken de earen kommen. Dat we dêr sels eltse dei noch oan bijdrage fine we faaks dreger te begripen. It is makliker foar te stellen dat oaren feroarsaker binne en dy der dus ek mar wat oan dwaan moatte. Lit in pear bielden sjen fan in fier lân wêr as it net goed giet en jo ha fuort effekt. Yn Waadhoeke dogge we dat net. Fanôf de start fan ús gemeente ha we boud oan it better omgean mei ús stikje ierde. Wy ha ferantwurdlikhyd nommen en dêr ek ambysje yn toant. We diene dat troch in duorsemensaginda op te stellen, mei langetermyn doelen en konkrete saken. De Rie hat dy fêststeld. Dat hat prima risseltaten oplevere. Tink oan ekologysk bermbehear, gjin gif mear brûke, alle meiwurkers meinimme yn de tinkwize, duorsem ynkeapje, sirkulair wurkje, eigen catering biologysk, wurkje mei de SDG’s en noch folle mear. En net te ferjitten we binne op wei om yn 2040 ús eigen skjinne enerzjy op te wekken en de finansjele ynkomsten dêrfan sels besteegje te kinnen. It effekt dêrfan is dat om ús hinne minsken, bedriuwen, organisaasjes ek yn beweging komme, in ûntwikkeling dy’t net mear stoppet. It kin wat fertraagt wurde omt noch net elts safier is, mar de beweging kin út en sil trochgean. De duorsemensaginda wurket dus hiel goed. Ik bin der dan ek grutsk op dat we no mei in team fan san tsien minsken wurkje meie oan ús stikje bettere wrâld. Dizze ûntwikkeling en groei is ek te tankjen oan de Rie dy ‘t as folksfertsjintwurdigers foar duorsumens keazen hawwe. Fansels binne we der noch net en giet it net allegear fansels, mar we bouwe troch mei ambysje en ferantwurdlikens. Dêrom doarre we jim hjirby ús nije aginda foar de kommende jierren te presentearjen. Op nei in tiid wêryn as ‘oars’ it nije normaal wurdt. Goed foar de minsken en alle libben op ierde. Dy ierde rêdt it ek wol sûnder ús, mar we dogge der alles oan om it net safier komme te litten. Jan Dijkstra Wethâlder duorsumens Inleiding Gemeente Waadhoeke bevindt zich midden in een wereldwijde verandering naar een duurzame samenleving. Een samenleving waarin wij zo voor de aarde gaan zorgen dat zij ook voor ons kan blijven zorgen. Voor de één kan dat niet snel genoeg gaan. Voor de ander is het vooral de vraag wie dat gaat betalen. Ook rijst de vraag wat het effect is van onze inspanningen. Waadhoeke is immers maar een stipje op de wereldkaart. Waadhoeke vindt dat deze verandering ook onze verantwoordelijkheid is. Dat geldt voor ons, voor inwoners en bedrijven. Wij stimuleren en faciliteren deze veranderingen en zorgen voor een structureel en eenduidig beleid waar inwoners en bedrijven op kunnen bouwen. Dan is Waadhoeke met haar circa 47.000 inwoners en 41 kernen wél een speler van formaat. Daarom is het belangrijk dat ook wij in actie komen. Sinds 2020 werken wij aan onze duurzaamheids-agenda 2020-2024 en aan het biodiversiteits-actieplan. Wat is er onder andere gedaan? We hebben de haalbaarheid van een klimaatlandschap voor duurzame energie opwek onderzocht. Er zijn energiecoaches actief die ruim 1000 huisbezoeken hebben afgelegd. Er zijn circa 500 kleine energiebesparende maatregelen gefaciliteerd in het kader van energieongelijkheid. We hebben succesvolle publieksacties voor biodiversiteit gehad waarbij we de afgelopen vier jaar meer dan 1700 vouchers hebben uitgedeeld voor meer groen in de tuin. Er is een digitaal loket op onze website. Er is een proef met natuur- en milieueducatie op scholen uitgezet. De openingstijden bij de milieustraat zijn verruimd. Ons groenbeheer is in toenemende mate ecologisch. Duurzaamheid staat in onze gemeente op de kaart. De huidige duurzaamheidsagenda loopt af in 2024. Ook is de wereld de afgelopen vier jaren veranderd. De effecten van klimaatverandering worden zichtbaarder, de oorlog in Oekraïne heeft grote impact en de EU en Rijksdoelstellingen voor het terugdringen van CO2 zijn aangescherpt. Tijd om opnieuw te bepalen wat wij de komende vier jaar willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen. We bouwen voort op de basis die is gelegd en maken een vertaalslag naar nu. In onze duurzaamheidsagenda 2020-2024 hadden we aandacht voor de drie thema’s Enerzjy, Grien en Ôffal. Ook beschreven wij wat we Sels Oars wilden doen. Nog steeds actuele thema’s die wereldwijd de aandacht krijgen. In deze geactualiseerde agenda gaan we hiermee verder op een manier die aansluit op de nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt er eigenlijk niet meer gesproken over afval, maar over grondstoffen. We werken toe naar een circulaire economie waar al het ‘afval’ een grondstof is om her te gebruiken. Ook hebben we het niet langer over groen, maar over de natuur. Een veelomvattend begrip dat meer recht doet aan waar het over gaat. Zonder een gezonde natuur kunnen wij niet voortbestaan. Daarbij is het biodiversiteitsactieplan (BAP) nu geïntegreerd in deze duurzaamheidsagenda. In deze agenda hebben we de drie thema’s vertaald in Oars mei Enerzjy omgean, Oars mei Natuer omgean en Oars mei Grûnstoffen omgean. Hoe we het zelf anders gaan doen beschrijven we nu in een eigen hoofdstuk Sels Oars. We willen de komende jaren bereiken dat duurzaam handelen niet meer ‘oars’ is, maar gewoon normaal wordt. 1.1Leeswijzer In onze duurzaamheidsagenda zetten wij visie en doelstellingen om in concrete projecten. De duurzaamheidsagenda bestaat uit: een visie die wordt vertaald in programma’s met concrete doelen met daarbinnen programmalijnen met subdoelen de doelen en subdoelen worden vertaald naar projecten (bestaand of nieuw). 1.2Visualisatie Deze tekening is de verbeelding van de duurzaamheidsagenda. Het laat zien waar we de komende vier jaar aandacht aan besteden op weg naar een duurzame gemeente in 2040. 2.Visie 2.1Op naar een duurzame gemeente Gemeente Waadhoeke is ambitieus en neemt verantwoordelijkheid. We willen in 2040 een energie-neutrale gemeente zijn. We dringen de fossiele energievoorziening zoveel mogelijk terug en we gebruiken in 2040 niet meer energie dan we duurzaam opwekken. Daarnaast willen wij een voorbeeld zijn in duurzaam handelen. Wij hebben als lokale overheid een belangrijke voorbeeldrol in deze transitie waar al onze inwoners en ondernemers mee te maken hebben. Duurzaamheid moet overal zijn! Zichtbaar, tastbaar en dichtbij. We willen dat iedereen een bijdrage kan en wil leveren. Bewustwording is cruciaal bij de uitvoering van deze visie. We kunnen het als gemeente niet alleen. We hebben belangrijke partijen, zoals het MKB, dorpsbelangen, inwoners, woningbouwcorporaties, industrie en landbouw nodig. Als gemeente stimuleren en faciliteren we waar mogelijk. Samen kunnen we de grootste stappen zetten. Onze visie en de duurzaamheidsagenda zetten een stip op de horizon. We hebben doelstellingen voor de middellange termijn en concrete projecten om mee te starten. Nieuwe ontwikkelingen kunnen invloed hebben op de plannen. 2.2Waar doen we het voor? De mens heeft een gezonde biodiverse aarde nodig om te kunnen bestaan. Een gezonde bodem is nodig om ons voedsel te verbouwen, we kunnen niet zonder schoon drinkwater en we hebben grondstoffen nodig voor kleding en onderdak. Op dit moment zorgt onze manier van leven voor een te grote druk op het systeem aarde en ontstaat er schaarste en vervuiling. Daarmee brengen we het voortbestaan van onszelf en de generaties na ons in gevaar. We willen daarom op zo’n manier voor de aarde gaan zorgen dat zij ook voor ons kan blijven zorgen. Het hoogste doel van de transitie waar wij ons in bevinden is dan ook om, samen met zo veel mogelijk andere soorten, op een veilige, gezonde en rechtvaardige manier op deze aarde te kunnen (blijven) leven. 2.3Wat gaat er mis? We worden wereldwijd geconfronteerd met grote duurzaamheidsproblemen. Door de opwarming van de aarde hebben we wereldwijd te maken met een veranderend klimaat. De zeespiegel stijgt, er zijn lange perioden van extreme hitte en droogte of er is juist sprake van te veel regen. De invloed op de natuur is aanzienlijk met een verlies aan biodiversiteit tot gevolg. Het water en de bodem, de basis van ons bestaan, raken steeds meer vervuild en uitgeput. Grondstoffen raken op en de afvalbergen worden steeds hoger. Veel mensen op de wereld worden beperkt in hun basisbehoeften. Zij hebben geen toegang tot schoon drinkwater, eten, gezondheidszorg of onderwijs. Al deze problemen maken de aarde steeds minder leefbaar voor de mens en voor dieren en planten. Om te weten wat we oars moeten doen, moeten we weten waar het precies mis gaat. En wanneer handel je eigenlijk duurzaam? Wanneer ben je nu in de praktijk wel en niet duurzaam bezig? Een groep wetenschappers is daarom op initiatief van de Zweedse kankerwetenschapper en kinderoncoloog Karl-Henrik Robèrt op zoek gegaan naar deze ontbrekende kaders. Daarvoor hebben ze geanalyseerd welke mechanismen het leven op aarde mogelijk maken en op welke manieren die mechanismen worden aangetast. In hun denkoefening zijn de wetenschappers uitgekomen op vier basale manieren waarop we de toekomst voor de generaties na ons in gevaar brengen. Dit zijn de kernoorzaken van onduurzaamheid, waar we dus mee moeten stoppen om duurzaam te worden. Bron: www.rsdo.nl Vanuit deze wetenschappelijke consensus over wat wel en niet duurzaam is, is een raamwerk voor duurzaamheid opgebouwd dat wetenschappelijk robuust, eenvoudig te begrijpen en praktisch toepasbaar is. Dit raamwerk is in de wetenschap bekend als het Framework for Strategic Sustainable Development (FSSD), in het Nederlands dus Raamwerk voor Strategische Duurzame Ontwikkeling (RSDO). Bron: www.rsdo.nl. In het raamwerk staan de vier basale manieren beschreven waarop wij de aarde schade toebrengen. Ook wel de 4 kernoorzaken van ‘onduurzaamheid’ genoemd. Er zijn 3 ecologische kernoorzaken te benoemen en 1 sociale kernoorzaak. We breken de natuur sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen. Bijvoorbeeld door ontbossing, overbevissing, onttrekking grondwater, bebouwing en bestrating, versnippering en monoculturen. We halen stoffen uit de aardkorst en brengen deze in een grotere hoeveelheid en hoger tempo in de biosfeer dan de natuur kan verwerken en weer terug kan voeren naar onder de aardkorst. Dit doen we met fossiele brandstoffen, metalen en mineralen. We produceren stoffen die natuurvreemd zijn en/of in zulke grote hoeveelheden dat de natuur ze niet af kan breken. Voorbeelden zijn stoffen zoals bestrijdingsmiddelen, conserveringsmiddelen, brandvertragers, weekmakers en (micro-)plastics, PFAS/PFOS etc. We beperken mensen in het kunnen voorzien in hun basisbehoeften. Deze basis moet goed zijn voor een lichamelijk, geestelijk en sociaal gezond leven. Ongelijkheid, discriminatie, oneerlijke beloning, kinderarbeid, werkstress en gevaarlijke arbeidsomstandigheden zijn beperkende factoren. Afbeelding 2.1 - Eu- en Rijksdoelstellingen En als we weten wat er misgaat en wat we dus eigenlijk niet moeten doen, dan weten we ook wat we wél moeten doen: De onderstaande vier uitgangspunten geven een duidelijk kader voor duurzaam handelen. Een kader waar we ons handelen aan kunnen toetsen. Het helpt ons bewust te zijn van de effecten van de keuzes die we maken. Breek de natuur niet sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen; Breng niet meer en sneller stoffen uit de aardkorst in het milieu dan de natuur kan verwerken; Breng niet meer en sneller natuurvreemde stoffen in het milieu dan de natuur kan verwerken; Doe geen dingen die mensen beperken in het vervullen van hun basisbehoeften. 2.4Wat willen we bereiken? We willen een bijdrage leveren aan het stoppen en terugdringen van klimaatverandering, aan meer biodiversiteit en minder vervuiling. Dit sluit aan bij de wereldwijd gemaakte afspraken die zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord van Parijs en de Sustainable Development Goals (17 SDG’
- s)van de Verenigde Naties. Op de VN-top in 2022 heeft de EU-toezeggingen gedaan om de vereiste veranderingen door te voeren om de wereldwijde risis van klimaatverandering het hoofd te bieden. In afbeelding 2.1 staan de actuele doelstellingen vanuit de Europese Unie en het Rijk weergegeven. Aanvullend op de Europese en Landelijke doelstellingen geeft gemeente Waadhoeke met deze duurzaamheidsagenda invulling aan onze eigen gemeentelijke ambitie: ’Als gemeente een voorbeeld zijn voor duurzaam handelen waarbij we streven naar een energie-neutrale gemeente in 2040’. Afbeelding 2.2 - Global goals logo. 2.5Hoe gaan we onze doelen bereiken? De opgaven zijn groot en complex. Dat betekent dat we niet alles in een keer goed zullen doen. We bieden ruimte om te proberen en te leren: stap voor stap. We stimuleren innovatie en duurzame ontwikkelingen. We blijven in gesprek met anderen om de krachten te kunnen bundelen, want we hebben elkaar nodig om deze veranderingen tot een succes te maken. De vier principes van het RSDO helpen ons daarbij. Ze nodigen uit tot een gesprek en geven een kader waar wij onze keuzes aan kunnen toetsen. Gemeente Waadhoeke beschrijft in deze duurzaamheidsagenda per thema haar aanpak. De drie wereldwijde thema’s klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en vervuiling komen terug in onze programmalijnen Oars mei enerzjy omgean, Oars mei Natuer omgean en Oars mei Grûnstoffen omgean. Aan elk thema zijn concrete projecten verbonden. In de programmalijn Sels Oars beschrijven we hoe wij het goede voorbeeld willen geven. Zo verbinden we onze visie met de uitvoering. We zoeken daarbij naar een goede balans zodat verduurzaming ook leidt tot een versterking van ons landschap of sociaal-maatschappelijke situatie. Wij sluiten daarmee aan op de in voorbereiding zijnde omgevingsvisie waarin duidelijke kaders worden vastgelegd over hoe we met onze fysieke leefomgeving om willen gaan. Daarnaast zijn wij aangesloten bij de gemeenten4GlobalGoals, een campagne van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit betekent dat wij de 17 Sustainable Development Goals (SDG’
- s)van de Verenigde Naties onderschrijven en aandacht geven. Deze duurzame ontwikkelingsdoelen vormen voor de periode tot 2030 dé wereldwijde duurzaamheidsagenda. Ook Nederland heeft deze ambitieuze agenda onderschreven. De inzet van gemeenten is onmisbaar omdat veel doelen raakvlakken hebben met opgaven van lokale overheden. In deze duurzaamheidsagenda koppelen wij onze eigen duurzame doelen aan een of meerdere SDG’s. Daarmee maken wij de verbinding zichtbaar tussen Waadhoeke en de wereldwijde duurzame opgaven. De 17 SDG’s komen ook terug in de Brede Welvaart. Brede welvaart is een afwegingskader tussen deze ecologische, sociale en economische belangen en helpt om beter gebalanceerde, integrale keuzes te maken. Het centraal bureau van statistiek (CBS) monitort de brede welvaart jaarlijks op verschillende niveaus (landelijk, provinciaal en gemeentelijk). Planbureau Fryslân monitort het op Friese schaal met voor alle regio’s een jaarlijkse deelanalyse. Waadhoeke heeft de thema’s uit de brede welvaart gebruikt als onderlegger voor het coalitieakkoord 2022-2026. Ook vanuit het Ontwikkelperspectief van Waadhoeke is er aandacht voor het onderwerp Brede Welvaart en wordt dit als randvoorwaardelijk in het programma meegenomen. Daarmee dragen we met ons Ontwikkelperspectief indirect bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen en is er een verbinding met de duurzaamheidsagenda. Afbeelding 2.3 - De drie grote systemen die aan de brede welvaart ten grondslag liggen, zijn hiërarchisch geordend: zonder biosfeer geen leven, zonder samenleving geen economie. 2.6Hoe blijven we op koers? De voortgang van alle projecten wordt zichtbaar gemaakt in de structurele Planning en Control cyclus van de gemeente. Twee keer per jaar beschrijven we in de BERAP (bestuursrapportage) of we nog in de pas lopen of dat er afwijkingen zijn. De eerste BERAP is na 4 maanden. De raad stelt deze begin juli vast. De tweede is na 8 maanden en wordt begin november vastgesteld. Als er aanpassingen of aanvullingen nodig zijn, dan kan daarvoor gebruikt gemaakt worden van de kadernota en begrotingscyclus. Of er wordt een apart voorstel aan de gemeenteraad gedaan. De keuze hangt af van de aard van de wijziging: incidenteel, structureel en/of aanvullend budget. In 2028 vindt er opnieuw een actualisatie van de duurzaamheidsagenda plaats. 2.7Communicatie en participatie De duurzaamheidsagenda laat zien waar we de komende vier jaar naar toe werken. Om de doelen te halen is het belangrijk dat Waadhoeke een actieplan heeft waar medewerkers van op de hoogte zijn en waarin aandacht is voor onze bijdrage als organisatie. Voor het behalen van de duurzaamheidsdoelen hebben we de inzet nodig van alle inwoners. Daarvoor is het nodig dat zij kennis kunnen nemen van de activiteiten die voortkomen uit deze duurzaamheidsagenda, zodat zij zelf kunnen bepalen waar dit aansluit bij hun eigen leven en mogelijkheden. Onze informatie en activiteiten moeten er ook op gericht zijn mensen uit te nodigen zelf met ideeën te komen en deze te ondersteunen. Zoals al eerder geschreven: we kunnen het niet alleen. De communicatie inzet bestaat uit een overzicht met alle activiteiten waar, op basis van de vier programmalijnen (enerzjy, natuer, grûnstoffen en sels oars), de komende vier jaar aandacht aan wordt besteed. De communicatieadviseur levert op basis hiervan per lijn een communicatieplan waarin de verschillende activiteiten een plek krijgen. In het plan wordt aangegeven: wat is onze visie en ambitie interne en externe situatie wie zijn de belanghebbenden wat willen we bereiken hoe pakken we dat aan Stimuleer bewustwording, betrek de jeugd erbij, geef voorlichting, zorg voor kennis en ga in gesprek. Dat was een van de centrale boodschappen van de aanwezigen op de participatieavond in juni. In de duurzaamheidsagenda staan hier al enkele projecten voor beschreven zoals natuur- en milieueducatie en het inrichten van pluktuinen dichtbij scholen. Vanuit de programmalijn enerzjy willen we de educatie uitbreiden met duurzaamheidseducatie. Door aandacht te besteden aan en/of mee te doen aan landelijke- en regionale campagnes die aansluiten bij onze projecten willen we het thema duurzaamheid breder onder de aandacht brengen. Daarnaast zijn we over verschillende onderwerpen met betrokken partijen in gesprek. In alle gevallen wordt in het communicatieplan de verbinding gelegd met de visie, de kernwaarden, de afdelingsverhalen, de organisatie-brede afspraken en het coalitieakkoord. Kernwoorden daarbij zijn: Fijn wonen, duurzaamheid, meedoen, mooi landschap, de gemeente wil helpen, nabij besturen, online als het kan, dichtbij en persoonlijk, we moeten het samen doen, vele kleine stappen samen maken een grote. 3.Programma oars mei enerzjy omgean DOEL ‘OARS MEI ENERZJY OMGEAN’ Waadhoeke is energieneutraal in 2040. Door het jaar heen verbruiken we niet meer energie dan we zelf duurzaam opwekken. 3.1Programmadoel Waadhoeke werkt binnen de provincie Fryslân samen om de doelen uit het Klimaatakkoord te halen. De Regionale Energiestrategie (RES) is het instrument om hier vorm aan te geven. Om in 2030 landelijk 55% CO2 te besparen ten opzichte van 1990 en in 2050 helemaal fossielvrij te zijn, zijn er grote veranderingen nodig. Lukt het de gemeente om in 2040 energieneutraal te zijn, dan dragen wij in grote mate bij aan de landelijke doelstellingen. Er is al wel een duidelijke neerwaartse trend te herkennen in de CO2-uitstoot, maar het doel is nog niet bereikt. Tussen 2017 en 2022 is er in Waadhoeke al 92 kiloton CO2 bespaard. Tabel 3.2 laat een overzicht zien van de belangrijkste wet- en regelgeving waar wij binnen de programmalijn ‘Oars mei enerzjy omgean’ mee te maken hebben of gaan krijgen. Daarnaast dragen we als SDG-gemeente binnen deze programmalijn ook bij aan drie van de zeventien globale doelstellingen. In bijlage 2 is een volledig overzicht van alle SDG’s te vinden. Waadhoeke verwijst in hoofdstuk 2 (paragraaf 2.3) naar de vier duurzaamheidsprincipes. Één van die principes is dat we niet sneller grondstoffen uit de aardkorst in het milieu brengen dan de natuur kan verwerken. We sluiten hierbij aan door het doel te stellen om energieneutraal te worden. De energie die we in 2040 nog gebruiken, moet duurzaam opgewekt worden. ‘OARS MEI ENERZJY OMGEAN’ – SDG’s Betaalbare en duurzame energie: verzeker toegang tot betaalbare, betrouwbare, duurzame en moderne energie voor iedereen. Industrie, innovatie en infrastructuur: bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie. Klimaatactie: neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Afbeelding 3.2: Overzicht wet- en regelgeving Europa-Nederland-Fryslân-Waadhoeke gericht op energie en warmte. Het begint met educatie Naar aanleiding van de participatieavond op 3 juni 2024 kwam naar voren dat de jeugd meer betrokken moet worden bij de energie- en warmtetransitie. Vanuit Waadhoeke wordt er momenteel actief ingezet op Natuur- en Milieueducatie (NME). Met onze samenwerkingspartners zijn we in gesprek om vanaf 2025 NME om te zetten in Natuur- en Duurzaamheidseducatie (NDE). Het pakket zal hierdoor uitgebreid worden met onderwerpen als de energietransitie, klimaatadaptatie en andere duurzaamheidsthema’s. Daarnaast werd tijdens het kernteamoverleg van 24 september 2024 de vraag gesteld om de mogelijkheden te onderzoeken van een faciliteit waar aanschouwelijk onderwijs kan worden gegeven. Dit ten behoeve van zowel basisonderwijs als voortgezet onderwijs. In deze faciliteit zou een overzicht kunnen komen van energiebesparende en energieopwekkende maatregelen, zodat er kennis van installaties en techniek kan worden opgedaan. Deze vraag gaan we breed uitzetten en we zullen met een voorstel naar de raad komen. Naast een educatiecentrum, is tijdens het kern-teamoverleg aangegeven dat onderwijs op locatie moet worden gegeven. Op dit moment gebeurt dit al wel voor educatie omtrent afval en natuur. De vervolgstap is besparen en isoleren Energieneutraal worden en CO2 besparen, begint met minder energie gebruiken. Wat je niet verbruikt, hoef je ook niet op te wekken. In 2030 moet Nederland 55% minder CO2 uitstoten vergeleken met 1990. Waadhoeke heeft als doel gesteld om in 2040 zelfs energieneutraal te zijn. Wanneer de gemeente deze doelstelling waarmaakt, is het realistisch te stellen dat we in grote mate bijdragen aan de landelijke doelstelling. We zetten dan ook fors in op besparen. Het isoleren van woningen is een essentiële stap in het energieneutraal worden.Niet alleen om energie te besparen, maar ook als stap richting een duurzame warmtebron. In het projectenoverzicht zijn de projecten gericht op besparen en isoleren terug te vinden. De energie duurzaam opwekken Alle energie die we nu en in de toekomst gebruiken, moet duurzaam worden opgewekt. Ook de warmtevraag voor inwoners én bedrijven moet van een duurzame en schone bron komen. De Regionale Energie Strategie (RES) richt zich op de duurzame opwek van energie en de (toekomstige) warmtevraag om de doelen van het landelijke Klimaatakkoord te halen. De Friese Energietafel (FET) is het samenwerkingsverband van de provincie, Wetterskip, de Friese gemeenten en de Friese Energie Alliantie (FEA) om de RES tot uitvoering te brengen. Wind op zee, energietransitie in sectoren als de landbouw, MKB/industrie en mobiliteit tellen niet mee in de RES. Waadhoeke is gestart met het gebiedsontwikkelingsproces Klimaatlandschap om hieraan invulling te geven. Naar aanleiding van het Klimaatakkoord én omdat het huidige energiesysteem tegen zijn grenzen aanloopt, is besloten om binnen het samenwerkingsverband van de Friese Energietafel (FET) te starten met de aanpak van de energie-infrastructuur. De provincie Fryslân, de Friese gemeenten, It Wetterskip, de Friese Energiealliantie (FEA) en de netbeheerders werken samen aan de ontwikkeling van een Friese Energievisie. De investeringen in het energienetwerk om de ontwikkelingen van bedrijven, woningbouw, mobiliteit en de plannen van energieproductie, - opslag en energie-infrastructuur mogelijk te maken, moeten beter op elkaar afgestemd worden qua plaats, planning, etc. Dit is noodzakelijk om de huidige en de verwachte toename van de netcongestie aan te pakken. Het vastlopen van het energiesysteem heeft schadelijke gevolgen voor de energietransitie, de economie en de samenleving. De energie duurzaam opslaan Efficiënte energieopslagsystemen spelen steeds meer een rol in de energietransitie. Opslag van energie kan dan ook in vele vormen. In het kernteam kwam met name de opslag van elektriciteit in batterijen aan bod. Batterijopslag is erg in ontwikkeling. Voor thuisgebruik, maar ook bijv. naast de opwek van grootschalige opwek of bij bedrijven. Batterijopslag kan een positief effect hebben op de netcongestie, maar kan er ook aan bijdragen. Voor de gemeente geldt dat we goed moeten afwegen waar en hoe we dit stimuleren. Overmatig batterijgebruik heeft nadelen, maar mits goed toegepast kan het zeker bijdragen aan een evenwichtiger energiesysteem. De Friese Energie Tafel (FET) doet onderzoek naar de mogelijkheden van energieopslag en een batterijbeleid, dit onderzoek loopt op dit moment nog. Het onderzoek richt zich op een aantal sporen, namelijk het opslaan van energie thuis, opslag in de buurt of een grootschalige energieopslag. 3.2Programmalijnen In de duurzaamheidsagenda 2020/2024 is gekozen voor vier programmalijnen: besparing, opwek, warmtetransitie en duurzame mobiliteit. We pakken het nu anders aan. De lijn ‘duurzame mobiliteit’ komt te vervallen want deze past beter in de mobiliteitsvisie. ‘Besparen’ en ‘Isoleren’ komen in een nieuwe programmalijn. In de praktijk sluiten beide thema’s goed op elkaar aan. We voegen daar nog een nieuw onderwerp aan toe: ‘Aardgasvrij worden’. Deze drie onderwerpen komen terug onder de nieuwe programmalijn ‘Waarmte’. Dat betekent dat we het programma ‘Oars mei enerzjy omgean’ nu op de volgende manier indelen: In plaats van vier programmalijnen gaan we terug naar twee programmalijnen: ‘Opwek’ en ‘Waarmte’. 3.2.1 Programmalijn Opwek Waar staan we nu? Bij het opstellen van de Duurzaamheidsagenda 2020-2024 zijn de cijfers van 2017 gebruikt uit de Klimaatmonitor. In 2017 verbruikte Waadhoeke 5.899 TJ. Een deel hiervan (circa 11,5%) werd duurzaam opgewekt: 683 TJ. Bij het opstellen van de nieuwe Duurzaamheidsagenda 2025-2028 zijn de cijfers tot en met 2021 bekend. In 2021 verbruikte Waadhoeke 5.742 TJ. Hiervan werd er 772 TJ duurzaam opgewekt. Een percentage van 13,5%. Het energieverbruik is in de periode 2017-2021 met 2,7% gedaald en de duurzame opwek met 2% gestegen. Het effect van projecten uit de Duurzaamheidsagenda 2020-2024 kunnen we niet of nauwelijks meten omdat de Duurzaamheidsagenda pas in juli 2020 werd vastgesteld. Ook de effecten van de coronapandemie en de Oekraïne-oorlog zijn nog niet volledig zichtbaar. Deze effecten zijn pas over een aantal jaar zichtbaar. De cijfers vanuit de Klimaatmonitor lopen ongeveer 3 jaar achter. Wat is ons doel? Het einddoel is om alle energie die we gebruiken, duurzaam op te wekken en dus alleen hernieuwbare energie te verbruiken. Dit betekent niet dat het huidige verbruik volledig duurzaam dient te worden opgewekt. We werken immers ook aan besparing. Doel duurzaam opwekken = huidig energieverbruik – besparing. In grafiek 3.3 is een daling van hernieuwbare energie te zien vanaf 2020. Lichte pieken en dalen door de jaren heen zijn niet ongewoon. De verwachting is dat in de cijfers die nog niet bekend zijn (2022-2024) het percentage hernieuwbare energie weer is gestegen. Deze verwachting is o.a. gebaseerd op de groei van het aantal zonnepanelen in Waadhoeke. De lichte daling in 2020 is onder andere te verklaren door het uitstel van investeringen in hernieuwbare energie door de coronapandemie. Een blijvende (sterke) daling in opwek van hernieuwbare energie is niet wenselijk aangezien het zowel een gemeentelijk als landelijk doel is om de opwek en het gebruik van hernieuwbare energie te stimuleren. De verwachting is dat de daling niet doorzet maar weer is gestegen in de jaren na 2021. Afbeelding 3.3 - Verdeling regionale gegevens hernieuwbare energie o.b.v. verdeelsleutel per gemeente. Bron: klimaatmonitor.databank.nl Hoe bereiken we het doel? In de Duurzaamheidsagenda 2020-2024 heeft de raad een aantal uitgangspunten en criteria vastgesteld voor de opwek van schone energie: combinatie zon en wind de opwek nabij onderstation van Herbaijum geen versnippering (gecentraliseerd opwekken) minimaal 60% van de grootschalige opwek lokaal eigendom Op 28 maart 2024 heeft de raad ingestemd met de analyse van de onderzoeken en met het voorstel de volgende stap te zetten naar een gebiedsontwikkelingsproces. In dit ontwikkelingsproces kan Waadhoeke met mandaat van de raad in gesprek gaan met grondeigenaren, bedrijven, belanghebbenden, inwoners en energiecoöperaties om te bepalen wat eraan grootschalige opwek kan worden gerealiseerd. Er wordt gekeken naar welk aandeel in oppervlakte de energie-opwek nodig heeft en wat acceptabel is met het oog op de uitdagingen. Het klimaatlandschap is in deze zin een NOVEX (Nationale Omgevingsvisie Extra) in het klein. Hoe leggen we de ruimtelijke puzzel waarin we de uitdagingen waar de gemeente voor staat, terwijl we tegelijkertijd oog houden voor de kwaliteit van het landschap. Waadhoeke heeft voor het Klimaatlandschap gekozen omdat het aansluit bij de visie van de netbeheerders op de infrastructuur om de energietransitie mogelijk te maken. Ook sluit het aan bij de Energievisie Fryslân van de FET, waarin alle Friese gemeenten, provincie, Wetterskip en maatschappelijke partijen beschrijven hoe Fryslân de energietransitie mogelijk kan maken en zo bijdragen aan het Klimaatakkoord. Afbeelding 3.4: In de tijdslijn wordt het participatieproces van de afgelopen 2 jaar beschreven. Lokale opwek en eigendom De afgelopen jaren was er binnen de kaders van de provincie en de gemeente vrijwel geen ruimte voor de ontwikkeling van grootschalige wind en zon. Binnen Waadhoeke zetten we, zoals hierboven is beschreven in op gecentreerde decentrale opwek in de vorm van het Klimaatlandschap. Naast deze vorm van decentrale opwek is er steeds meer vraag naar kleinschaligere opwek buiten het beoogde Klimaatlandschap in de vorm van bijv. dorpsmolens en zonneparken bij dorpen die ontwikkeld worden door lokale energiecoöperaties. De provincie heeft kortgeleden de regels rondom met name windenergie enigszins verruimd. Er was al ruimte om bijv. bestaande windmolens te vernieuwen binnen de gestelde kaders. In lijn met de Friese energievisie, gaat de gemeente, in samenwerking met onder andere lokale energie coöperaties, actief op zoek naar mogelijkheden van duurzame energie opwek, die buiten het klimaatlandschap vallen. Bedrijven en ondernemers De ondernemers op onze huidige bedrijventerreinen zullen naast individuele maatregelen op bespaar- en isoleergebied ook voor een collectieve uitdaging komen te staan: het elektriciteitsnetwerk is overbelast en deze overbelasting zal een probleem gaan vormen voor de bedrijventerreinen. Om de continuïteit van de bedrijfsprocessen gaande te houden, zal er als collectief gekeken moeten worden naar kansen en mogelijkheden. Als gemeente onderzoeken we op welke manier wij op korte termijn hierop in kunnen spelen. Samen met het SEAP en de provincie werken we aan een programma om op een aantal bedrijventerreinen voorlichtingen te geven en samenwerkingen op te zetten. We hopen hierdoor het belang van samenwerken tussen bedrijven onder het licht te zetten zodat we meer ruimte creëren op het bestaande net. Door bijv. congestiefixers in te zetten en op een bedrijventerrein te onderzoeken wat het energieprofiel is en daarbinnen oplossingen zoeken voor bedrijven die op slot zitten qua energieinfrastructuur. Voor nieuw te vormen bedrijventerreinen zullen we kritisch moet kijken naar welke bedrijven zich daar kunnen vestigen. Door oog te hebben voor waterverbruik, elektriciteitsverbruik, circulariteit maar bijvoorbeeld ook voor biodiversiteit, zal er geselecteerd moeten worden welke bedrijven in aanmerking komen. Ook hier zal een onderlinge samenwerking vanzelfsprekend moeten zijn. Financiën programmalijn Opwek Oars mei Enerzjy omgean Nr Lopende projecten* Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 3.a Gebiedsontwikkelingsproces Klimaatlandschap Ja Rijk € 150.000 i € 75.000 € 75.000 3.b Deelname RES en FET Ja Gemeente € 75.000 s € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 3.c Door ontwikkelen Energieloket Waadhoeke Ja Rijk € 15.000 i € 15.000 3.d Uitvoeringsmiddelen Energie- en Klimaatbeleid Ja Rijk € 2.700.000 s € 900.000 € 900.000 € 900.000 € 900.000 € 900.000 Nr Nieuwe projecten/vervolgprojecten* Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 3.e Onderzoek optimaal gebruik aansluitingen (congestiefixer) Ja Rijk € 30.000 i € 30.000 subtotaal € 2.970.000 € 990.000 € 1.035.000 € 915.000 € 915.000 € 915.000 Afbeelding 3.5: Financiën programmalijn opwek. *klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 3.2.2 Programmalijn Waarmte Waar staan we nu? Het totale energieverbruik in 2021 van 5742 TJ bestaat voor een groot deel uit warmte, vooral aardgas, namelijk 3721 TJ. In de duurzaamheidsagenda 2020-2024 stond de overgang van aardgas naar duurzamere energie- en warmtebronnen centraal. Dit blijft ook gelden voor de komende vier jaar. Daarnaast willen we het gebruik van duurzamere technieken stimuleren. Omdat er na 2022 nog geen cijfers vanuit de klimaatmonitor beschikbaar zijn, is de precieze daling niet inzichtelijk. Wel is er een daling te zien, vermoedelijk voor het grootste deel veroorzaakt door de coronacrisis en de gevolgen van de oorlog in Oekraïne. In de duurzaamheidsagenda van 2020/2024 zijn de cijfers weergeven van het energieverbruik van afgelopen jaren. In 2017 verbruikte de gemeente Waadhoeke 5899 TJ. Dat was ongeveer 9% van het totale Friese verbruik. In de meest recente cijfers van de klimaatmonitor staat dat Waadhoeke in 2021 een totaalverbruik had van 5742 TJ. De warmtetransitie in Waadhoeke richt zich vooral op woningen en bedrijfspanden. De grafiek van de klimaatmonitor hieronder geeft het totaalcijfer van aardgasverbruik in Waadhoeke in 2021 weer. Deze cijfers zijn verdeeld tussen gasverbruik door woningen en bedrijven. Totaal gasverbruik woningen: 30,9 miljoen m3, temperatuur gecorrigeerd 31,4 Totaal gasverbruik bedrijven en instellingen: 77 miljoen m3 Afbeelding 3.6: Grafiek gasverbruik binnen de gemeente. Afbeelding 3.7: Grafiek aardgasverbruik Bron: klimaatmonitor.databank.nl Wat is ons doel? Het eerste doel is om een besparing van 33,3% te realiseren in 2040 ten opzichte van de nulmeting (cijfers 2017). Dit doel sluit aan bij de gestelde gezamenlijke ambitie in de RES-Fryslân. Het betekent een jaarlijkse daling van het verbruik met 1,75%. De energie die we dan nog nodig hebben, zal duurzaam opgewekt moeten worden. Aansluiten bij de bespaarambitie Friese Energie Tafel In de FET is als ambitie gesteld om in 2030 een besparing van 22% te bereiken ten opzichte van 2016. Dit wordt bereikt met een besparing van ongeveer 1,75% per jaar, ten opzichte van het verbruik van het vorige jaar. De cijfers vanaf 2022 uit de klimaatmonitor zijn nog niet beschikbaar. Naar schatting heeft er wel een daling plaatsgevonden door de ontwikkelingen binnen de gasprijzen in Nederland. De daling startte al rond 2020. Toen zorgde de coronacrisis ervoor dat de vraag naar energie afnam. De oorlog in Oekraïne en de afname van Russisch gas speelden hier ook een grote rol in. De ambitie van 1,75% besparing die staat omschreven in de RES willen we vertalen naar Waadhoeke en het richtjaar 2040. In de duurzaamheidsagenda van 2020-2024 is het jaar 2017 als eerste nulmeting genomen. Hieruit blijkt dat er een besparing van ongeveer 33,33% zou zijn gerealiseerd in 2040 als we op huidige voet door zouden gaan. We hebben nog geen toegang tot de meest recente cijfers uit de Klimaatmonitor, maar schattingen geven aan dat de daling van het energieverbruik (met name het gasverbruik) veel groter was dan 1,75%. Volgens het CBS is het gasverbruik in 2022 t.o.v. 2021 met 25% gedaald. Het tweede doel is om te voldoen aan de landelijke doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. De warmtetransitie omvat naast het besparen ook het overstappen van het verbruik van aardgas naar een volledig duurzame warmtebron. Hoe bereiken we het doel? De programmalijn Waarmte kunnen we opdelen in drie grote pijlers: besparen, isoleren en aardgasvrij maken. Waar de afgelopen jaren de pijler besparen de grootste rol had, zullen alle pijlers vanaf dit jaar even belangrijk zijn. In de volgende opsomming leggen we in grote lijnen uit wat dat betekent: Besparen Aardgasvrij worden, wordt deels bereikt door besparing. De rol van de gemeente hierin is met name adviserend, informerend en sturend op gedragsverandering. Op dit moment zijn er meerdere projecten gericht op besparing. Te denken valt bijvoorbeeld aan de inzet van energiecoaches die actief bij inwoners van Waadhoeke langsgaan met besparingstips. Ook kunnen zij kleine maatregelen uitvoeren die de inwoner direct terugziet in de hoogte van de energierekening. Met gerichte, structurele, communicatie willen we de komende jaren gedragsverandering bevorderen. Alle bedrijven met een zakelijk pand staan voor dezelfde uitdaging als waar inwoners voor staan. Als Waadhoeke werken we aan een aanpak om deze ondernemers bij te staan. Hoe dat er concreet uit gaat zien, is nu nog onduidelijk maar zal op korte termijn vorm krijgen. Isoleren Voor de inwoners van Waadhoeke gaan we ook inzetten op het daadwerkelijk isoleren van woningen met een WOZ-waarde onder het gemeentelijk gemiddelde en een slecht energielabel (D, E, F, G). Voor verschillende doelgroepen zijn er subsidies en leningen beschikbaar om deze isolatiemaatregelen uit te voeren. Er is een provinciaal loket waar deze subsidie aangevraagd kan worden. Daarnaast is er ook een subsidie beschikbaar voor inwoners die een energieadvies willen uitvoeren voordat ze met de maatregelen starten. Bij het isoleren van woningen moet rekening worden gehouden met de natuurwetgeving onder de Omgevingswet. Deze wet verbiedt onder andere het vernietigen, doden en verwonden van beschermde dieren- en plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. Het gaat hier om soorten als de huismus, gierzwaluw en verschillende vleermuissoorten. Deze dieren broeden vaak onder dakpannen of verblijven in de spouw van een woning. Door dakisolatie van buitenaf en spouwmuurisolatie gaan verblijfplaatsen verloren en is er een risico dat vleermuizen sterven in de spouw. Er is voor gekozen dat inwoners die subsidie aanvragen voor spouwmuurisolatie dit door een bedrijf moet laten uitvoeren die gecertificeerd is voor natuurvriendelijk isoleren. Aardgasvrij maken Om huizen daadwerkelijk aardgasvrij te maken, zijn diverse maatregelen nodig. Denk daarbij aan de aanschaf van zonnepanelen en een warmtepomp. Hiervoor zijn diverse leningen en subsidies beschikbaar. In de komende jaren wordt ook onderzocht of er voor bepaalde wijken of dorpen collectieve oplossingen zijn. Hoe we dit gaan doen zal worden beschreven in de nieuwe Transitie Visie Warmte. Inzet gemeentelijke energiecoaches en provinciale regio-energiecoördinator Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om de energiecoaches breder in te zetten. Dat is vooral bedoeld voor de doelgroep met woningen die onder de gemiddelde WOZ-waarde liggen en een energielabel D, E, F of G hebben. Voor de lokale initiatieven die ontstaan door bijvoorbeeld dorpsbelangen, lokale energiecoöperaties of een aantal bewoners van een straat, is er in 2024 een provinciale regio-energiecoördinator beschikbaar voor Waadhoeke. Deze coördinator werkt nauw samen met de energiecoaches en helpt bij het tot stand komen van projecten. Rol Waadhoeke De rol van Waadhoeke ligt bij deze pijler niet alleen meer bij het informeren. Er heeft een ontwikkeling plaatsgevonden waardoor wij nu meer een aanjagende en financieel faciliterende rol krijgen. Ook streven we als Waadhoeke naar een regierol binnen de warmtetransitie. Het is belangrijk om overzicht te vergaren: welke instanties, (energie-)coöperaties en organisaties hebben invloed op de warmtetransitie? Met wie en op welk gebied is samenwerking wenselijk en mogelijk? Met dit overzicht streven we naar een efficiënte werkmethode waarmee dubbelingen in werkzaamheden en financiën worden voorkomen. Daarnaast geeft het ons inzicht in de vorderingen binnen de warmtetransitie. Dit inzicht helpt ons om bij te sturen indien nodig. Deze nieuwe rollen zijn groeiende en hebben nog veel ontwikkeling nodig, waarbij uitvoering een belangrijk onderdeel is. De komende jaren zullen we gebruiken voor deze ontwikkeling. Transitievisie Warmte en Wijkuitvoeringsplannen In 2021 is door Waadhoeke een Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld en deze is in december 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. In deze visie staat beschreven welke manieren er zijn om de gebouwde omgeving in onze gemeente op een duurzame wijze te kunnen verwarmen. Dit is tot op buurtniveau inzichtelijk gemaakt. Voor onze gemeente geldt dat voor de meeste buurten een individuele warmtevoorziening de voorkeur heeft boven een collectieve voorziening. Eind 2026 zal door veranderende wet- en regelgeving en de vele technologische ontwikkelingen deze TVW herijkt moeten zijn. Na de herijking in 2026 zal ook gestart worden met Wijkuitvoeringsplannen (WUP). In een WUP staat per wijk beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de uitvoering van de TVW. Als gemeente zijn we verplicht om een WUP op te stellen voor wijken die voor 2030 van het aardgas af gaan. In de meerjarige prestatieafspraken met de woningbouwcorporaties en huurdersvereniging zal de komende jaren veel meer aandacht komen voor duurzaamheid. De corporaties zijn een belangrijke speler omdat ze zo’n 30% van de woningen in eigendom hebben. Gemeente en corporaties zullen intensiever samenwerken om de gestelde doelen te behalen. Gemeentelijk vastgoed Ook ons eigen vastgoed moet verduurzamen. De werkwijze van deze maatregelen zijn terug te lezen in hoofdstuk 6.2: Sels oars. Projecten Afbeelding 3.8 is een overzicht van de lopende en nieuwe projecten die onder de programmalijn waarmte vallen. Financiën programmalijn Waarmte Oars mei enerzjy omgean Nr* Lopend project Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 3.f Transitievisie Warmte Ja Rijk € 50.000 i € 50.000 3.g Energiecoaches Waadhoeke Ja Gemeente € 360.000 i € 120.000 € 120.000 € 120.000 - - 3.h Aanpak Energieongelijkheid (witgoedwissel, energiebesparende maatregelen en cv-tuning. Koffer van energiecoaches) Ja Rijk € 400.000 i € 200.000 € 200.000 3.i Subsidieregeling Lokale aanpak isolatie Ja Rijk € 4.000.000 s € 1.333.000 € 1.333.000 € 1.334.000 € 1.300.000 € 1.300.000 3.j Subsidieregeling Energieadviezen Ja Gemeente € 180.000 i € 60.000 € 60.000 € 60.000 3.k Bronnenonderzoek warmtemogelijkheden Ja Rijk € 50.000 i € 50.000 3.l Duurzaamheidslening Ja Gemeente € 75.000 s € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 € 15.000 3.m Verzilverlening Ja Gemeente € 62.500 s € 12.500 € 12.500 € 12.500 € 12.500 € 12.500 Nr Nieuw project Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 3.n Pilot inleverpunt gebruikte zonnepanelen t.b.v. minima (energieongelijkheid) Nee Gemeente N.t.b. s N.t.b. 3.o Opzetten programma duurzaamheidseducatie scholen Nee Gemeente N.t.b. s N.t.b. 3.p Enerzjyk op paed Nee Gemeente N.t.b. i N.t.b. 3.q Onderzoek mogelijkheden Energiegemeenschap/WUP Nee Gemeente N.t.b. i N.t.b. subtotaal € 5.177.500 € 1.790.500 € 1.790.500 € 1.541.500 € 1.327.500 € 1.327.500 Totaal € 8.147.500 € 2.780.500 € 2.825.500 € 2.456.500 € 2.242.500 € 2.242.500 Afbeelding 3.8: Grafiek financiën projecten programmalijn Waarmte. *Klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 4.Programma oars mei natuer omgean DOEL ‘OARS MEI NATUER OMGEAN’ Waadhoeke wil dat de huidige ecologische waarden in stand worden gehouden en -daar waar het kansrijk is- worden hersteld en versterkt. We willen een groenblauwe structuur realiseren, binnen en buiten de bebouwde kom, waarbinnen belangrijke hotspots met elkaar worden verbonden door natuurlijke corridors. 4.1Programmadoel In dit programma beschrijven we de lokale aanpak voor de wereldwijde crisis van biodiversiteitsverlies. In de EU- en Rijksdoelstellingen is afgesproken dat in 2030 zeker 30 procent van al het land en water op aarde beschermd gebied moet zijn. Nu heeft slechts 16 procent van het land en de binnenwateren en iets meer dan 8 procent van de zeeën en oceanen een officiële beschermde status. Binnen Waadhoeke willen we op lokale schaal bijdragen aan het behalen van deze doelstellingen. Dat doen we door de ecologische waarden die we hebben zo veel mogelijk te behouden en deze te herstellen en versterken waar het kan. Wat betekent dit voor Waadhoeke? In de groenblauwestructuur worden in principe alleen ontwikkelingen toegestaan met een positief netto-effect op de biodiversiteit. Afwijken hiervan is mogelijk als er sprake is van groot maatschappelijk belang, na een raadsbesluit en met een goedgekeurd compensatieplan. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen, zowel binnen als buiten de groenblauwe structuren, wordt behoud en uitbreiding van de biodiversiteit vanaf de fase van de visieontwikkeling meegenomen. Waadhoeke gaat werken met kerngebieden en gidssoorten. Gidssoorten/medebewoners zijn soorten die uniek zijn voor Waadhoeke of elders in het land bijna niet (meer) voorkomen. Ze zijn gekoppeld aan unieke landschapselementen. Het gaat om veel meer soorten, maar een aantal typerende soorten zijn de: Afbeelding 4.1 Gidssoorten en medebewoners Waadhoeke. Met onze gemeentelijke doelstelling voor natuer dragen we als SDG-gemeente binnen deze programmalijn ook bij aan twee van de zeventien globale doelstellingen. Het belang van de natuer De begrippen biodiversiteit, natuur en groen worden vaak door elkaar gebruikt. In deze agenda is gekozen voor het begrip ‘natuer’. Vanwege het feit dat dit begrip alomvattend is. Met het begrip natuur hebben we het over alles op aarde wat niet door de mens is gemaakt: hieronder vallen de planten, dieren, bergen, water, schimmels, eencelligen enzovoorts. Daar vallen ook habitats, de interacties tussen soorten en ecosystemen onder. Voor een gezonde leefomgeving en voedsel-zekerheid is het van belang om de natuur in stand te houden. Naast voedselvoorziening draagt dit bij aan de gezondheid van mensen, de veiligheid en de economie. Bovendien is een natuurlijke en biodiverse woon- en werkomgeving aantrekkelijk en plezierig om in te verblijven en te recreëren. Binnen de eigen gemeentelijke organisatie wordt het groen daarom steeds meer ecologisch beheerd en gaan we bewuster om met primaire grondstoffen. Daarmee wordt er niet alleen behouden wat er al is, maar zetten we ook in op meer diversiteit en het behoud van kostbare bodems en ecosystemen op de hele wereld. Biodiversiteitsverlies staat niet op zichzelf en is alleen positief te beïnvloeden als we werken volgens de SDG’s (zie bijlage 2) en bewuste keuzes maken voor alles wat we doen. Dan dragen wij bij aan het beperken van nog meer schade aan de aarde. Het is daarnaast belangrijk om de focus ook buiten beschermde natuur en natuurgebieden te verplaatsen. ‘OARS MEI NATUER OMGEAN’ – SDG’s Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Bescherm, herstel en bevorder het duurzaam gebruik van ecosystemen, beheer bossen duurzaam, bestrijd woestijnvorming en landdegradatie en draai het terug en roep het verlies aan biodiversiteit een halt toe. Drie elementen bepalen hoe natuurlijk de omgeving is: De kwantiteit: een grotere oppervlakte aan kerngebieden betekent meer soorten. De ecologische verbindingen: de inrichting moet aansluiten bij het doel waarvoor deze in het leven is geroepen. Bijvoorbeeld: een verbinding voor een salamander bestaat uit faunapassages onder (drukke) wegen met onderweg voldoende vijvers en groen. Voor een vleermuis bestaat een verbinding uit bomenrijen tussen hun verblijf en plekken waar ze voedsel kunnen vinden. De kwaliteit: de resultante van een gevarieerde, bij de locatie passende inrichting, natuurlijk beheer en gebruik én gezonde milieuomstandigheden (geen bestrijdings-middelen, geen verdroging, geen invasieve exoten, gezonde bodem, etc.). De grootste spanning bestaat tussen natuer enerzijds en anderzijds de diverse (ruimtelijke) opgaven zoals wonen, mobiliteit, energietransitie en voedselproductie. Tegelijkertijd bieden ruimtelijke projecten ook kansen om gezamenlijk naar integrale oplossingen te zoeken voor complexe problemen. Dit speelt zich bijvoorbeeld ook ónder de grond af: zo heeft een volwassen boom 30 tot 70 m3 grond (ongeveer net zoveel als de boomkroon) nodig, maar die ruimte is er vaak niet in de brei van kabels en leidingen. Natuer in Waadhoeke Waadhoeke herbergt geen Europees en wettelijke beschermde Natura2000 gebieden op het land. Daarnaast is het areaal natuur dat in beheer is bij terrein beherende organisaties (tbo’
- s)beperkt. Dit zijn organisaties zoals het Fryske Gea, Natuurmonumenten, landschapsbeheer etc. Een voorbeeld is de Slachtedyk die een groot deel van Waadhoeke doorkruist en wordt beheerd door het Fryske Gea. Een deel van het buitendijks gebied en de Waddenzee (Natura2000) is eigendom van gemeente Waadhoeke. 1 Paarse morgenster, bron: Emma Dijkgraaf Verder bevinden zich weidevogel kansgebieden met name in het zuidelijke deel van Waadhoeke (bijvoorbeeld Greidhoeke) en buiten-NNN (Natuur Netwerk Nederland) -gebieden. Kansen voor het verbeteren en behouden van biodiversiteit en het creëren van verbindingen tussen gebieden liggen dan ook verspreid over de gemeente, op agrarische grond en gemeentegrond. Binnen de gemeente zijn deze kansen inmiddels op verschillende manieren benadrukt, zoals in de Bodemvisie 2021, Beheerplan openbaar groen ‘Van natuur en mens 2023-2026’, Landschapsbiografie en de Inventarisatie waardevolle landschaps-elementen. Ook bevinden zich in Waadhoeke kansen voor het behoud en versterken van individuele soorten. Afbeelding 4.3 Kaart ecologische waarden en elementen gemeente Waadhoeke. Kaders en ontwikkelingen natuer Er zijn landelijke ontwikkelingen waarbij beleid opgesteld wordt voor natuurinclusief bouwen, soortenbescherming binnen de energietransitie (onder andere de Landelijke aanpak natuurinclusief isoleren) en de landbouwtransitie op alle overheidsniveau’s. Waarbij in sommige gevallen al concrete handvatten en middelen geboden worden. De visie Natuerlik Fryslân 2050, Groenblauwe dooradering en Basiskwaliteit Natuur (BKN), bieden voor dit hoofdstuk de basis. Deze documenten geven een duidelijke richting aan de manier waarop moet worden voldaan aan een minimale eis van de gestelde klimaatdoelen en wet- en regelgeving. Natuerlik Fryslân 2050 - laat zien hoe gebruik gemaakt kan worden van natuurlijke processen in het landschap om de grote opgaven van deze tijd in samenhang uit te werken. Basiskwaliteit Natuur richt zich op het behoud van algemene soorten in het landelijk en stedelijk gebied, waar natuur niet de primaire functie is. Als in deze gebieden de kwaliteit van de leefomgeving op orde is, profiteert alle natuur daarvan mee. Realisatie van BKN is daarnaast een voorwaarde om de doelen voor natuurbehoud en -herstel in natuurgebieden te halen. Groenblauwe dooradering - Vanuit het Deltaplan is in 2022 het Aanvalsplan Landschap gepresenteerd. Het doel van het Aanvalsplan is het realiseren van 10% groenblauwe dooradering. Het Aanvalsplan draagt ook nadrukkelijk bij aan het toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Daarnaast levert het een significante bijdrage aan het halen van Europese verplichtingen rondom biodiversiteit (Vogel- en Habitatrichtlijn), de klimaatopgave (COP Parijs) en schoon water (Kaderrichtlijn Water). De volgende stap voor het Aanvalsplan is het concreet maken. De projecten en uitvoering van de Duurzaamheidsagenda, onderdeel natuer, biedt kansen voor de verdieping en concretisering van voorgenoemde documenten, om toe te werken naar een blauwdruk voor onze gemeente. Afbeelding 4.4 Wet, regelgeving en beleid op verschillende niveaus relevant voor het thema Natuer in Waadhoeke. Programmalijnen natuer Om genoemde doelstellingen te bereiken, werken we met de volgende programmalijnen: Educatie & communicatie, om het draagvlak intern en extern ten aanzien van biodiversiteit en natuur te vergroten. Datagedreven werken, door het samenvoegen van bestaande (geo)data en het door ont-wikkelen ervan, om duidelijkheid te creëren welke landschappelijke structuren, hotspots en verbindingen behouden, versterkt en herstelt moeten worden. Daarnaast wordt ook ingezet op de bescherming van soorten, flora en fauna. Ook is monitoring en evaluatie hierin belangrijk om effecten en ontwikkeling te meten. Natuurinclusiviteit is onder andere gericht op de landbouw en ruimtelijke ontwikkelingen, zoals bouw. Bebouwde kom Buitengebied Gronden in gemeentelijk eigendom Directe invloed via inrichting, beheer, pacht, tenders voor bouwplannen Directe invloed via inrichting beheer, pacht. Gronden in particulier eigendom Directe invloed via het omgevingsplan; indirecte invloed via faciliteiten en stimuleren van initiatieven. Directe invloed via het Omgevingsplan; indirecte invloed via de gebiedsprocessen. 4.2Programmalijnen 4.2.1 Programmalijn Educatie & Communicatie Waar staan we nu? Sinds 2022 wordt natuur- en milieueducatie uitgerold binnen Waadhoeke, voor het basisonderwijs. Dit is conform de onderwijsvisie van 2022. We faciliteren cultuureducatie, natuur- en milieueducatie (NME) en meertaligheid. Dat willen we voortzetten en breed aanbieden in het basisonderwijs. Dit doen we bijvoorbeeld door kinderen in de klas en rond de school kennis te laten maken met gezond voedsel en natuur. Daarnaast vinden er ook locatie bezoeken plaats bij boeren (weidevogels) en komen kinderen bij de Waddenzee. Het voortgezet onderwijs integreert cultuureducatie en NME in een aantal vakken. In dit programma wordt hier verder geen uitwerking aan gegeven. We merken dat bewustwording en draagvlak is toegenomen binnen onze gemeente. Maar er is meer nodig. Het is van belang dat er aandacht is en blijft en dat Waadhoeke initiatieven van inwoners stimuleert en hen ook aanspoort om zelf bij te dragen. Bijvoorbeeld door mee te doen aan teldagen en hun eigen leefomgeving te vergroenen. Wat is ons doel? Bewustwording en draagvlak vergroten op het gebied van natuur zowel intern als extern. Hoe bereiken we het doel? Door een communicatieplan op te stellen, in te zetten op campagnes en stimuleringsregelingen te realiseren. Denk ook aan het mogelijk maken van voedselbossen, bijvoorbeeld op gemeentegrond nabij scholen en het schoonhouden van bermen. Zo kunnen ook de ouders geïnspireerd raken. Verder is uit het participatieproces naar voren gekomen dat een grotere inzet op communicatie en bewustwording nodig is. Hierin werd geopperd om te gaan werken met gemeentelijke overkoepelende werkgroep voor biodiversiteit waarin lokale kennis gebruikt kan worden op allerlei manieren. Denk aan het geven van lezingen, maar ook input geven op de werkwijze van de gemeente. Financiën programmalijn Communicatie en Educatie Oars mei Natuer omgean - Programmalijn Communicatie en Educatie Nr Lopende projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 4.a Werkbudget Ja Gemeente € 62.500 s € 12.500 € 12.500 € 12.500 € 12.500 € 12.500 Nr Nieuwe projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 4.b Operatie Steenbreek nee Gemeente € 60.000 s € 30.000 € 30.000 4.c Subsidieregeling Voedselbossen/ pluktuinen realiseren nee Gemeente € 100.000 s € 50.000 € 50.000 4.d Voedselbos en pluktuin kennis en bekendheid vergroten nee Gemeente € 10.000 s € 10.000 4.e Habitat verbetering en nestgelegenheid oa bestuivers nee Gemeente € 10.000 s € 10.000 4.f Verhogen werkbudget nee Gemeente € 67.500 s € 22.500 € 22.500 € 22.500 subtotaal € 310.000 € 12.500 € 12.500 € 35.000 € 115.000 € 135.000 Afbeelding 4.6 Financiën projecten Educatie & Communicatie *Klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 4.2.2 Programmalijn datagedreven werken Waadhoeke wil dat de huidige ecologische waarden in stand worden gehouden en -daar waar het kansrijk is- worden hersteld en versterkt. Waadhoeke wil een groenblauwestructuur realiseren, binnen en buiten de bebouwde kom, waarbinnen belangrijke hotspots met elkaar worden verbonden door natuurlijke corridors. Welke gebieden gaan we verbinden? Welke planten en dieren komen ervoor, en in welke aantallen? Laten deze soorten en populaties een negatieve of positieve trend zien? Dit zijn een aantal vragen die nu vaak niet te beantwoorden zijn specifiek voor ons gebied. Dergelijke vragen en antwoorden dragen bij aan het nemen van weloverwogen en onderbouwde beslissingen in beleid en uitvoering. De natuurwaardenkaart zal in de te actualiseren omgevingsvisie vastgesteld worden. De landschapsanalyse aangaande bomen wordt ook opgenomen in de groenblauwe structuren kaart en vormen ecologische verbindingen, naast de al bestaande ecologische verbindingen langs de watersystemen, zoals natuurlijke oevers. Deze groenblauwe structuren worden verder gedetailleerd uitgewerkt in het proces naar het omgevingsplan. Natuurwaardenkaart Waar staan we nu? Sinds de fusie in 2018 zijn er voor het grondgebied van Waadhoeke landschappelijke en ecologische stukken geschreven en analyses uitgevoerd. Dit is waardevol (kaart)materiaal dat samengevoegd tot een eenduidig en helder visueel overzicht kan leiden. Door een verdieping uit te voeren, naar voorkomende (beschermde) flora en fauna, biedt dit handvatten en duidelijkheid voor de gemeente zelf en eventueel ook haar inwoners. Denk hierbij aan het in kaart brengen van vliegroutes van vleermuizen, jaarrond beschermde nesten van roofvogels en koloniebroeders zoals visdieven en roeken. Afdelingen zoals VTH, BOR en Omgeving hebben baat bij dergelijk informatie. Het scheelt tijd, maakt koppelkansen inzichtelijk en natuurinclusief werken mogelijk. Daarnaast wordt het risico tot wetsovertredingen met dergelijk kaartmateriaal ingeperkt. Verder is deze kaart een belangrijke onderlegger voor structureel beleid. Wat is ons doel? Het in kaart brengen en bundelen van bestaande data en verdiepen van deze informatie om te komen tot een blauwdruk voor het thema natuer in Waadhoeke. Hoe bereiken we het doel? Voor het grondgebied in Waadhoeke zijn er voor veel planten en diersoorten onvoldoende data bekend. Het is van belang dat deze data beschikbaar komen, door planmatig data van relevante flora en fauna te verzamelen. Dit kan door het breed inzetten en aanvullen van de Nederlandse databank Flora & Fauna (NDFF), maar ook soortenexperts in te schakelen. Daarnaast kan worden ingezet op citizen science. Dat vergroot niet alleen de beschikbaarheid aan data, maar ook bewustwording onder inwoners van Waadhoeke. Bestaande kaarten worden zo goed mogelijk gebruikt, bijvoorbeeld uit de kaarten kijkdoos van de provincie en kaartmateriaal van de gemeente zelf, aangevuld met de NDFF. Hieruit zal ook blijken waar zich hiaten in de data bevinden. Monitoring en evaluatie Waar staan we nu? In 2023 is het Beheerplan groen vastgesteld, waarin meer aandacht is gekomen voor biodiversiteit en een verdieping gemaakt is richting minder traditioneel groenbeheer. Binnen de onderhouds-contracten met externen wordt gewerkt met de gedragscodes Stadswerk bestendig beheer, waarin aandacht is voor beschermde natuur. Hier is de behoefte groot om concreet te weten welke beschermde flora en fauna aanwezig is binnen het te beheren groen. Zodoende is een start gemaakt in 2022 met het uitrollen van monitoring van flora. Voor het monitoren van fauna is binnen Waadhoeke geen werkwijze of beheerplan. Tot 2018 vond er beheer voor de Roek plaats. Monitoring gebeurt nog wel, beheer niet. Ook is er behoefte voor andere soorten nu en in de toekomst, zoals bijvoorbeeld visdieven en wellicht de bever. Wat is ons doel? Vaststellen hoe het gaat met de natuur in Waadhoeke en meten of onze acties om biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen ook echt invloed hebben. Hoe bereiken we het doel? Het verder uitwerken van de monitoring voor flora, en inventariseren van onder andere (beschermde) fauna en het opzetten van monitoring van insecten. Het is belangrijk om te beseffen dat de monitoring van flora en fauna meerdere jaren vraagt om inzichten te verkrijgen over trends en ontwikkeling van populaties. Het klimaat en lokale omstandigheden kunnen van grote invloed zijn op de soorten aantallen flora en fauna. Naast klimatologische omstandigheden kan verstoring en beheer ook van invloed zijn. Vanuit het beheerplan groen vindt al monitoring van flora in bermen plaats die gebruikt kan worden voor de evaluatie van beheer, maaifrequentie en andere vraagstukken. We gebruiken lokale kennis van inwoners denk hierbij aan de werkgroep biodiversiteit uit Dronryp, de Fryske Feriening foar Fjildbiology (FFF) en de vogelwacht. Ook tijdens nationale teldagen voor bijvoorbeeld de egel en bodemdierendagen worden inwoners en scholen opgeroepen om deel te nemen en data in te voeren in databanken. Zo verzamelen data en vergroten we bewustwording. Financiën programmalijn Datagedreven werken Programmalijn Datagedreven werken Nr Nieuwe projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 4.g Ontwikkelen natuurwaardenkaart Waadhoeke Nee Gemeente € 60.000 i € 60.000 4.h Monitoring flora en fauna Deels Gemeente € 120.000 s € 30.000 € 30.000 € 30.000 € 30.000 subtotaal € 180.000 € 90.000 € 30.000 € 30.000 € 30.000 Afbeelding 4.7 Financiën projecten datagedreven werken *Klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 4.2.3 Programmalijn natuurinclusiviteit Waar staan we nu? Een sterke en gevarieerde natuur zorgt voor (schoon) drinkwater en is bovendien beter bestand tegen hitte, droogte en andere klimaat gerelateerde onderwerpen. Het verhoogt beleef- en vastgoedwaarde en biedt ruimte voor medebewoners, zoals huismus, gierzwaluw, vleermuizen en merels. Het is dus belangrijk dat we voldoende biodiversiteit en natuur behouden en beschermen voor de leefbaarheid van zowel mensen, als flora en fauna. Natuur beperkt zich niet alleen tot natuurgebieden, maar is overal om ons heen. Waadhoeke heeft de ambitie om natuur standaard mee te nemen in ruimtelijke plannen en de Basiskwaliteit Natuur (BKN) in de bebouwde omgeving te behouden en te versterken. Hiermee kan ook daar waar natuurbehoud niet de hoofdfunctie heeft biodiversiteit gestimuleerd worden en waar mogelijkheden en kansen zijn aan de natuur meer ruimte worden gegeven. Thema’s waarbinnen veel kansen liggen om natuurinclusief te werken, zijn: landbouw ruimtelijke ontwikkeling energietransitie Wat is ons doel? Natuur borgen in alles dat de gemeente doet. Onderstaande doelstellingen horen bij het natuurinclusief ontwikkelen en werken: Behoud en bescherm bestaande natuur. Ontwikkel habitats voor (doel)soorten en zorg voor Basiskwaliteit Natuur. Realiseer voldoende ruimte voor natuur. Groene en blauwe structuren verbeteren door verbindingen te realiseren en de kwaliteit van de natuur te verhogen. Hoe bereiken we het doel? Waadhoeke heeft de ambitie om natuur standaard mee te nemen in ruimtelijke plannen en de Basiskwaliteit Natuur in de bebouwde omgeving te behouden en te versterken. Hiermee kan ook daar waar natuurbehoud niet de hoofdfunctie heeft biodiversiteit gestimuleerd worden, en waar mogelijkheden en kansen zijn aan de natuur meer ruimte worden gegeven. Een van de dingen die we doen, is het werken met gidssoorten en aangewezen structuren en gebieden (biotopen) binnen de gemeentegrenzen. Deze kunnen voor duidelijkheid en handvatten zorgen voor de uitvoering en ruimtelijke ontwikkelingen. Hierbij kan de gemeente breed ingezet worden op een lijst met soorten voor de hele gemeente, maar ook per project of initiatief bepaald worden welke gidssoorten in acht moeten worden genomen. Eerder in dit hoofdstuk is een aanzet gedaan tot een eerste versie van een dergelijke lijst. Dit is een dynamische lijst en moet worden uitgebreid. Naast deze gidssoorten moeten soorten die in gebouwen wonen, zoals vleermuizen, huismus en gierzwaluw binnen de energietransitie meer aandacht krijgen. Hiervoor volgt Waadhoeke de landelijke ontwikkelingen en werkt volgens de Landelijke Aanpak Natuurvriendelijk isoleren en neemt haar verantwoordelijkheid voor specifieke soorten zoals de laatvlieger in de compensatie opgave. Daarnaast komt er meer aandacht voor dierenwelzijn en waterlichamen als leefgebied voor flora en fauna. Denk hierbij aan het beperkt toestaan en aanleggen van vissteigers en een toename in het ecologisch beheren van oevers en water. Een logisch gevolg is het terugdringen van de inzet van maaiboten en klepelmaaiers, waarbij ecosystemen vernield worden. 2 Meervleermuis in de kerk in Sexbierum. Bron: Johann Prescher A) Landbouw Waadhoeke is een landbouw gemeente en dat willen we ook blijven. Waadhoeke heeft meer aandacht voor de bodemgezondheid. Naast de chemische en organische samenstelling, is ook meer aandacht voor bodemdiversiteit op het gebied van flora en fauna. Het doel voor Waadhoeke is dat natuur, landschap en landbouw elkaar duurzaam versterken. Eind 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een kamerbrief verstuurd waarin de keuzes en maatregelen om water en bodem sturend te maken zijn uitgewerkt. Dit gaat een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van het platteland. De kamerbrief behandelt acht thema’s: Ruimte voor water, Bodem, Voldoende water, Schoon en gezond water, Bebouwd gebied, Hoge zandgronden, Laagveengebieden en Verzilting kustgebieden. 3 Een moshommel op een gewone smeerwortel. Bron: Mark Wierstra Kijkend naar de opgaven voor natuur, water en klimaat die de komende jaren op de landbouw afkomen, zien wij als gemeente dat deze opgaven grote impact zullen hebben op de huidige manier van landbouw. Graag willen we als gemeente ondersteuning bieden aan de agrarische sector in de regio, met aandacht voor zoet water, om deze transitie mogelijk te maken. Waadhoeke heeft daarin een faciliterende, verbindende en onderzoekende rol. Zo komen er onder andere subsidies voor het natuurinclusief inrichten van boerenerven beschikbaar en willen we bewustwording over voedselbossen intern en extern vergroten. Het NPLG (Nationaal Programma Landelijke Gebied), en daarmee samenhangend het FPLG (Fries Programma Landelijk Gebied), is op 10 juni 2022 in het leven geroepen om de doelen voor natuur, water en klimaat vorm te geven in gebiedsprogramma’s. Het Hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet heeft gevolgen voor het NPLG/FPLG. De accenten die gelegd worden op natuur, water, klimaat en landbouw zijn veranderd. Het Transitiefonds, bedoeld voor de uitvoering van het NPLG/FPLG wordt her bestemd. Hierdoor komt de uitvoering van het FPLG, en daarmee samenhangende de transitie van de landbouw en het landelijke gebied, in het gedrang en brengt veel onzekerheid met zich mee, Daarnaast zijn er andere programma’s gestart die de landbouw moeten helpen een meer natuurinclusief platteland te ontwikkelen. Zo zal vanuit de Regio deal Noardwest-Fryslân invulling worden gegeven aan het opzetten van een Bioregio in de Greidhoeke. Daar wordt gestreefd naar een evenwichtige balans tussen natuur, gezondheid en landbouw. Door duurzame landbouwmethoden te stimuleren, zoals natuurinclusieve teelt en het verminderen van het gebruik van chemicaliën en kunstmest, willen we de biodiversiteit vergroten en de kwaliteit van de bodem verbeteren. Dit komt de gezondheid van onze inwoners ten goede. Binnen de gemeente Waadhoeke is het Sociaaleconomsiche Actieprogramma (SEAP) opgesteld. Het SEAP heeft als doel de regionale welvaart te stimuleren. Het SEAP heeft ’Het Goud van Noordwest’ in het leven geroepen om overheid, ondernemers en onderwijs samen te brengen. Het Goud van Noordwest stimuleert innovaties/ontwikkelingen die een bijdrage leveren aan de verduurzaming van de landbouw onder andere het reduceren van gewasbeschermingsmiddelen en een het opzetten van een bodemmonitor. 4 De Argusvlinder op een Blauwe knoop. Bron: Mark Wierstra. In deze duurzaamheidsagenda wordt via bovenstaande initiatieven gekeken naar mogelijkheden voor het creëren van onder andere voedselbossen/agroforestry, uitbreiding kruidenrijke akkers en onderzoek bodemgezondheid. Zo kan een bijdrage worden geleverd aan de vergroting van de biodiversiteit in het gebied. B) Ruimtelijke ontwikkeling Rijk In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zijn 21 nationale belangen benoemd. Eén van die nationale belangen is ‘Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit’. Onderdeel hiervan is om bij belangrijke ontwikkelingen als de veranderingen in de landbouw, de energietransitie en de uitbreiding van woongebieden en infrastructuur rekening te houden met natuur (natuur-inclusief ontwikkelen). Provincie In de provinciale Omgevingsvisie ‘De Romte Diele’ is natuur-inclusief ontwerpen en bouwen benoemd als doel, om dit mee te nemen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het doel is om natuur-inclusief ontwerpen bij nieuwe ontwikkelingen te bevorderen. Dit geldt ook voor het werken aan andere opgaven, in landelijk én stedelijk gebied, waarbij de natuur kan worden versterkt. Hiervoor heeft de provincie een factsheet gemaakt: Vindt er nieuwbouw of verbouw/renovatie/verduurzaming plaats? Zoek contact met de initiatiefnemer en bespreek de mogelijkheden voor natuur-inclusief bouwen aan de hand van de checklijst van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging. Geef in de toelichting aan van welke mogelijkheden gebruik gemaakt wordt. Regel de borging (bv. door de maatregelen onderdeel uit te laten maken van het inrichtingsplan). Gemeente De duurzaamheidsagenda, met het programma ‘Oars mei natuer omgean’ koppelen we ook aan de gemeentelijke omgevingsvisie. Beiden worden naar verwachting eind 2024 vastgesteld. Hierin kan natuur-inclusief bouwen concreet als doel worden benoemd, met een inhoudelijke verwijzing naar het programma ‘Oars mei natuer omgean’. De factsheet van de provincie, met een geactualiseerde checklist die is toegesneden op Waadhoeke dient als advies en inspiratie bij ontwikkelingen. De kans is groot dat bij de aanpassing van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) natuur-inclusief bouwen tot norm wordt verheven. Kansen voor natuur-inclusiviteit in elk werkveld: Zorgvuldig en zuinig ruimtegebruik. Meervoudig ruimtegebruik. Meerwaarde creëren voor natuur en landschap. Experimenteer ruimte inbouwen voor vernieuwende toepassingen. Bomen waar mogelijk natuurlijk laten afsterven. Behoud genen en gebruik lokaal plantgoed (inheems). C) Energietransitie De energietransitie wordt uitgewerkt in de programmalijn enerzjy. Hieronder een korte samenvatting van punten die de gemeente kan faciliteren en/of al doet die betrekking hebben op de programmalijn natuurinclusiviteit: Verduurzamen (nieuwbouw/renovaties) van gebouwen mag het aantal verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten niet terugdringen. De gemeente stelt voor om te gaan werken volgens de Landelijke Aanpak Natuurvriendelijk Isoleren en uiteindelijk te werken met een (pre)SMP. Particulieren mogelijkheden bieden om maatregelen te treffen aan hun woning en tuin, voor onder andere gebouwbewonende soorten en hun habitat. Trafohuisjes in het groen. Natuur inclusieve aannemer als voorwaarde in (NIP) subsidies in het kader van de energietransitie. Financiën programmalijn Natuurinclusief Programmalijn Natuurinclusief Nr Lopende projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 4.i Subsidieregeling voor opvang van regenwater en meer groen Ja Gemeente € 100.000 s € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 Nr Nieuwe projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 4.j Openbare ruimte vergroenen nee Gemeente € 200.000 s € 100.000 € 100.000 4.k Uitbreiding van de huidige regeling voor opvang van regenwater en meer groen nee Gemeente € 60.000 s € 20.000 € 20.000 € 20.000 4.l Kruidenrijke akkerlanden, 1001 hectare nee Gemeente € 45.000 i € 15.000 € 15.000 € 15.000 4.m Subsidieregeling boerenerven in het groen. nee Gemeente € 90.000 i € 30.000 € 30.000 € 30.000 4.n Onderzoek bodemgezondheid Ja Gemeente € 20.000 s € 5.000 € 5.000 € 5.000 € 5.000 4.o Actieplan Weidevogels Vogelwacht Ja Gemeente € 160.000 s € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 4.p Toolbox ontwikkelen natuurinclusiviteit nee Gemeente N.t.b i N.t.b. N.t.b. 4.q Vergroenen binnenstad Nee Gemeente N.t.b s N.t.b N.t.b. subtotaal € 855.000 € 20.000 € 200.000 € 160.000 € 260.000 € 215.000 Afbeelding 4.8: Financiën projecten. *Klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 5.Programma oars mei grûnstoffen omgean DOEL ‘OARS MEI GRUNSTOFFEN OMGEAN’ De gemeente Waadhoeke realiseert in 2025 ten minste 75% afvalscheiding. De ambitie is om verder door te groeien naar 80% afvalscheiding in 2028. Dit doel bereiken we door in te zetten op verbeteren van afvalscheiding, bewustwording, afvalpreventie, verwerking en hergebruik/circulaire economie. 5.1Programmadoel Om de omslag naar een circulaire economie te stimuleren is door het kabinet het uitvoerings-programma Van Afval Naar Grondstof Huishoudelijk Afval (VANG-HHA) vastgesteld. Waadhoeke is goed op weg om de ambitie uit VANG-HHA te bereiken. Voor de periode 2021- 2025 blijft het streven om door goede afvalscheiding hoogwaardige recycling te faciliteren. Het accent komt sterker te liggen op hoogwaardigere (kwalitatief betere) ingezamelde stromen. Daarnaast kijkt de gemeente voor bepaalde reststromen ook naar mogelijkheden om de hoeveelheid afval te beperken door in te zetten op preventie. Het landelijke uitvoeringsprogramma zet in op de inzameling van schone afvalstromen. Als de andere ketenspelers in de afzonderlijke ketens hun verantwoordelijkheden nemen de ingezamelde stromen te recyclen, wordt de Kaderrichtlijn afvalstoffen gestelde doelstelling van 55% recycling in 2025 voor het aandeel huishoudelijk afval op landelijk niveau haalbaar geacht. Landelijk is de doelstelling om minimaal 60% recycling te halen in 2030. ‘OARS MEI GRUNSTOFFEN OMGEAN’- SDG’s Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam (11.6 Tegen 2030 de nadelige milieu-impact van steden per capita reduceren, ook door bijzondere aandacht te besteden aan de luchtkwaliteit en aan het gemeentelijk en ander afvalbeheer). Duurzame productie en consumptie, met een efficiënter gebruik van grondstoffen, verlaagt de druk op het milieu en vermindert de afhankelijkheid van die grondstoffen. Neem dringend actie om klimaat-verandering en haar impact te bestrijden. Om de doelstellingen te bereiken: Moet afvalpreventie toenemen om de hoeveelheid afval die wordt geproduceerd te voorkomen of te verminderen door bewuste consumptie, hergebruik en vermindering van verpakkingen. Moet de afvalscheiding verbeterd worden. Een optimale afvalscheiding zorgt voor zo weinig mogelijk huishoudelijk restafval voor verbranding. Bovendien draagt goede scheiding bij aan de kwaliteit/zuiverheid van de afzonderlijk deelstromen. Vervolgens gaat het om afvalverwerking. Afzonderlijke categorieën van het huishoudelijk afval moet worden gerecycled als secundaire grondstof én de kwaliteit van deze secundaire grondstof moet verbeterd worden. Ook wordt ingezet op een circulaire economie, waarbij zoveel als mogelijk gebruik wordt gemaakt van aanwezige grondstoffen en zo weinig mogelijk nieuwe grondstoffen worden toegevoegd: een kringloop. Het verduurzamen van ketens voor de productie van materialen krijgt steeds meer aandacht. Afbeelding 5.1: Invloedssfeer van de gemeente in de keten. Voorheen lag de nadruk van het VANG-programma op de hoeveelheid te verbranden afval per inwoner en het scheidingspercentage. In de afgelopen jaren is de scheiding van alle categorieën afvalstoffen licht toegenomen, maar dat is nog niet genoeg. Voor verschillende afvalstromen staat het optimaliseren van afvalscheiding de komende jaren centraal. Daarnaast komt er steeds meer aandacht voor preventie: bewust en circulair inkopen, minder verspilling en efficiënter scheiden. Ook bij de productie van producten moet er een omslag gemaakt worden: betere repareerbaarheid en een langere levensduur wordt steeds belangrijker. In de komende jaren ligt de nadruk op de kwaliteit van de deelstromen en de daadwerkelijke recycling van de diverse deelstromen. Per inwoner is de hoeveelheid restafval licht afgenomen. Daarnaast zien we een toename in het scheidingpercentage, vooral doordat het afval op Ecopark de Wierde door Omrin beter wordt nagescheiden. Met andere woorden er wordt meer gescheiden ten opzichte van voorgaande jaren. Dat betekent dat er steeds minder grondstoffen afgevoerd worden naar de Energiereststoffencentrale. 5.2Programmalijn grûnstoffen Programmalijn grûnstoffen Afvalscheiding van huishoudelijk afval is een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van een circulaire economie. Betere afvalscheiding leidt tot meer circulariteit en draagt zo opnieuw bij aan afvalpreventie. Binnen de gemeentelijke programmalijn ligt de focus op circulaire economie. Het landelijk beleid voor circulaire economie is om in 2050 volledig circulair te zijn. Uitgangspunt is om het grondstoffengebruik verder te verlagen en de waarde van vrijgekomen materialen te behouden. Hierbij wordt ingezet op waarde behoud van materialen en producten en creatie van nieuwe circulaire producten en diensten. Hergebruik, circulair ontwerp, delen, lenen en repareren. Dit zijn elementen die daarbij van belang zijn. Diverse instrumenten om de transitie naar een circulaire economie te bevorderen en een versnelling te realiseren, zoals stimuleren van circulair productontwerp en circulaire producteisen, bevorderen van circulaire ambachtscentra, versterken van producentenverantwoordelijkheid en bevorderen van circulair consumentengedrag. Ook verbetering van afvalscheiding en de kwaliteit van deelstromen vormt een speerpunt. Om de doelstelling van het programma ‘Oars mei grûnstoffen om te gean’ te halen, zetten we binnen deze programmalijn in op grondstoffen en circulariteit. Vaak wordt circulariteit gebruikt als synoniem voor duurzaamheid. Duurzaamheid is het doel, namelijk gericht op het behoud van de aarde, zodat mensen gezond, veilig en rechtvaardig kunnen leven. Circulariteit is een manier om dit te bereiken. De circulaire economie is dus een belangrijke strategie om aan de vier duurzaamheidsprincipes te voldoen. Het zorgt voor minder afvalstoffen die het milieu belasten. De vier principes staan uitgebreid beschreven op pagina 7 en pagina 38. Programma grûnstoffen Waar staan we nu? In Waadhoeke komt er jaarlijks ruim 565 kilogram huishoudelijk afval vrij per inwoner. Het afgelopen jaar werd ruim 75% van al het vrijgekomen afval van huishoudens in Waadhoeke gescheiden. Er blijft ongeveer 146 kilogram huishoudelijk restafval over dat naar de ReststoffenEnergieCentrale (REC) in Harlingen afgevoerd wordt en dus niet voor hergebruik in aanmerking komt (bron: OARS-afvalcijfers, Omrin). Dat is nog te veel. Ook belanden bepaalde categorieën bij het restafval die daar zeker niet in horen, zoals groente, fruit-, tuinafval en etensresten (ca. 30 %) en oud papier en karton (ca. 15%). Dat afval kan niet hergebruikt worden en wordt vernietigd. Door alle categorieën afvalstoffen nog beter te scheiden neemt de hoeveelheid restafval af en is hergebruik mogelijk. Wat is ons doel? De gemeente legt binnen dit programma de focus op het hergebruiken van grondstoffen voor een meer circulaire economie. Het landelijke uitgangspunt is 60% daadwerkelijk recycling van afvalstromen in 2030 en 65% in 2035. In Waadhoeke bereiken we dit al ruimschoots, door een combinatie van zowel bron- als nascheiding. Doel is om ons scheidingspercentage van ten minste 75% vast te houden en door te groeien naar 80% in 2028. 5. Afbeelding 5.3: Samenstelling van de inhoud van de gemiddelde huisvuilcontainer. Het doel is om grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw in te (laten) zetten in de kringloop. Hiermee dragen we bij aan het terugdringen van de hoeveelheid afval in aansluiting bij het uitgangspunt van de vier duurzaamheidsprincipes. 7 Afbeelding 5.4: VANG-cijfers van de gemeente Waadhoeke 2021-2023 (B&S: Bouw- en sloopafval). Hoe bereiken we het doel? De projecten dragen allemaal bij aan betere afvalscheiding of verwerking. Uitgangspunten bij het inbrengen van projecten zijn: We besteden vooral aandacht aan de kwaliteit bij de scheiding van afvalstromen. De doelen van de gemeente richten zich op preventie bij het ontstaan van afval en het proactief terugdringen van de hoeveelheid afval. We maken het scheiden van afval gemakkelijker. Hoe beter we faciliteren, hoe meer inwoners afval gaan scheiden. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor invoering van gedifferentieerde tariefstelling (diftarsysteem), waarbij de hoeveelheid per huishouding wordt geregistreerd en op basis daarvan in rekening wordt gebracht via de afvalstoffenheffing. De gemeente is, samen met het onderwijs, verantwoordelijk voor goede voorlichting over (zwerf)afval en afvalscheiding. Vroegtijdige betrokkenheid bij het onderwerp kan bewustwording vergroten. We streven er naar om (groene) deelstromen lokaal te verwerken. We faciliteren samenwerkingen tussen gemeente en bedrijven, met als doel het samenbrengen van vraag en aanbod van grondstoffen door aan te sluiten bij ketens en daarmee het stimuleren van de circulaire economie. Onderzoeken van de mogelijkheden om grondstoffen steeds opnieuw te gebruiken bij het produceren van nieuwe producten. 5.3Financiën Oars mei Grunstoffen omgean Nr Lopende projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 5.a Uitvoeren zwerfafvalprogramma Samen Friesland Schoon Ja Rijk € 230.000 s € 46.000 € 46.000 € 46.000 € 46.000 € 46.000 5.b Basismonitoring zwerfafval volgens handboek monitoring Nederland Schoon Ja Rijk € 7.500 s € 1.500 € 1.500 € 1.500 € 1.500 € 1.500 5.c Aansluiten bij en uitvoeren van nieuwe communicatiecampagne “Samen halen we alles eruit” Ja Gemeente € 31.000 s € 6.200 € 6.200 € 6.200 € 6.200 € 6.200 5.d Uitvoeren van onderzoek naar de samenstelling van afvalstromen (sorteeranalyses) Ja Gemeente € 21.500 s € 4.300 € 4.300 € 4.300 € 4.300 € 4.300 5.e Deelname en uitvoeren ambities Vereniging Circulair Friesland Ja Gemeente € 15.000 s € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 € 3.000 5.f Deelname en ontwikkeling programma Circulair Bouwen Ja Gemeente € 28.500 i € 9.500 € 9.500 € 9.500 5.g Inzicht/voorlichting afvalverwerkingsketen Ja Gemeente € 5.000 s € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 5.h Uitbreiden samenwerking lokaal hoogwaardig (her)gebruik van groene reststromen in landbouw) Ja Gemeente € 225.000 s € 45.000 € 45.000 € 45.000 € 45.000 € 45.000 5.i Kennisuitwisseling door aan te sluiten bij bestaande en nieuwe grondstoffenketens Ja Gemeente € 5.000 s € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 € 1.000 Nr Nieuwe projecten Dekking Kosten I/S 2024 2025 2026 2027 2028 5.j Plusmonitoring zwerfafval volgens handboek monitoring Nederland Schoon Ja Rijk € 6.000 s € 1.500 € 1.500 € 1.500 € 1.500 5.k Optimaliseren en opwaarderen bestaande inzamelfaciliteiten en wijkvoorzieningen (zoals afval-, textiel- en glasbakken) Nee Gemeente € 60.000 s € 20.000 € 20.000 € 20.000 5.l Onderzoek invoering registratie hoeveelheden restafval per huishouding en aan de hand daarvan afrekening via afvalstoffenheffing (diftarsysteem) Nee Gemeente € 320.000 i/s € 20.000 onderzoek Totaal € 954.500 € 117.500 € 139.000 € 139.000 € 129.500 € 129.500 Afbeelding 5.6 Financiën. 6.Programma Sels Oars DOEL SELS OARS Waadhoeke is een voorbeeld in duurzaam handelen, als gemeente en werkgeversorganisatie. 6.1Programmadoel Waadhoeke wil een voorbeeld zijn in duurzaam handelen. Als gemeente en ook als werkgeversorganisatie. We willen het ‘sels oars’ doen. Dat betekent dat wij onze voorbeeldrol pakken en uitdragen in de transitie naar een duurzame samenleving. Dit sluit aan op de kernwaarden van Waadhoeke: we willen integer en betrouwbaar handelen. We zeggen wat we doen en doen wat we zeggen! Van organisaties wordt steeds meer verantwoording gevraagd over hun milieu-impact. Bovendien vragen we als gemeente steeds meer van inwoners en bedrijven als het gaat om duurzaamheid. We kunnen dan als gemeente niet achterblijven. We moeten juist vooroplopen. Als lokale overheid zijn wij direct verbonden aan de Europese en Rijksdoelstellingen. We hebben een verantwoordelijkheid in het behalen van deze doelen die we vertalen in de verschillende uitvoeringstaken in deze Duurzaamheidsagenda. Ook in het coalitieakkoord 2022-2026 is duurzaamheid een belangrijk thema. We hebben ons daarnaast als gemeente verbonden aan de 17 SDG’s, we zijn een Regenboog- en een Fairtrade gemeente en lid van Vereniging Circulair Fryslân. Om onze doelen te bereiken, is het van belang dat iedereen in de organisatie weet: wat we verstaan onder duurzaamheid; waar we naar toe werken; hoe we ons handelen kunnen toetsen. Het is een veranderproces waar iedereen in de organisatie mee te maken krijgt. We willen duurzaamheid in ons DNA krijgen en een heldere koers volgen. We zetten daarom structureel in op bewustwording binnen de eigen organisatie. Wat is duurzaamheid voor de gemeentelijke organisatie? Het woord duurzaamheid betekent letterlijk ’het vermogen om voor onbepaalde tijd te kunnen blijven voortbestaan, om te kunnen voortduren’. We moeten zorgen dat we kunnen blijven voortbestaan op deze aarde. Niet alleen wij, maar ook de generaties na ons. Wij moeten daarom zo voor de aarde zorgen, dat de aarde voor ons kan blijven zorgen. Duurzaam handelen betekent voor onze eigen bedrijfsvoering dat we bij alles wat we doen onszelf eerst de vraag stellen: Is het nodig? Vaak is het de meest duurzame keuze om iets niet te doen. Als we daarna toch overgaan tot actie, streven we ernaar om binnen het speelveld te blijven van de vier principes van duurzaamheid zoals beschreven in het Raamwerk voor Strategische Duurzame Ontwikkeling (RSDO) (zie 2.3). Breek de natuur niet sneller af dan de tijd die nodig is om te herstellen; Breng niet meer en sneller stoffen uit de aardkorst in het milieu dan de natuur kan verwerken; Breng niet meer en sneller natuurvreemde stoffen in het milieu dan de natuur kan verwerken; Doe geen dingen die mensen beperken in het vervullen van hun basisbehoeften. Deze principes geven het speelveld aan waarbinnen we ons moeten bewegen als we duurzaam willen handelen. In deze tijd van transitie zal het nog niet altijd haalbaar zijn om volledig binnen het speelveld te blijven. Het geeft ons echter wel een duidelijk kader en een bewustzijn in welke effecten ons handelen kan hebben. Het stelt ons in staat om weloverwogen keuzes te maken die zoveel mogelijk bijdragen aan een duurzame samenleving. Of er -op zijn minst- voor zorgen dat we niet bijdragen aan het verergeren van de problemen. In afbeelding 6.1 zijn de duurzaamheidsprincipes vertaald in een positieve formulering (blauwe tekst), zodat we ook weten wat we dan wél moeten doen. Afbeelding 6.1: Cursus ‘Duurzaamheid: wat je moet weten voor in je werk – basis’, Bron: Local Matters. 6.2Sels oars Vanuit de 3 programma’s in de duurzaamheids-agenda ‘Oars mei enerzjy en waarmte omgean’, ‘Oars mei natuer omgean’ en ‘Oars mei grûnstoffen omgean’ volgen ook doelen voor de eigen organisatie, namelijk: als gemeente een voorbeeld zijn in duurzaam handelen in 2030 55% reductie van CO2-uitstoot streven naar een energie-neutrale gemeente in 2040 in 2050 aardgasvrij behoud, herstel en verrijken biodiversiteit; in 2050 100% in harmonie met de natuur minimaal 80% afvalscheiding in 2028 grondstoffen zoveel mogelijk opnieuw (laten) inzetten in de kringloop in 2035 is 100% van de inkopen van Friese overheden circulair Sels oars mei enerzjy omgean Het doel is om alle energie die we zelf verbruiken, uiterlijk in 2040 duurzaam op te wekken. Dat doen we door duurzaam energie op te wekken, maar ook door te besparen. Voor de monitoring van het eigen energieverbruik, de reductie daarvan en de CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt, wordt met ingang van 2024 gebruik gemaakt van de Milieubarometer en de CO2-prestatieladder. Het doel is om alle energie die we zelf verbruiken, uiterlijk in 2040 duurzaam op te wekken. Dat doen we door duurzaam energie op te wekken, maar ook door te besparen. Voor de monitoring van het eigen energieverbruik, de reductie daarvan en de CO2-uitstoot die wordt veroorzaakt, wordt met ingang van 2024 gebruik gemaakt van de Milieubarometer en de CO2-prestatieladder. In juni 2023 heeft de raad het geactualiseerde Beheerplan Gebouwen 2023-2032 vastgesteld. In het bijbehorende Duurzaam Meerjaren Onderhoudsplan (DMJOP) is de verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen voor een periode van tien jaar in beeld gebracht. Daarmee is duurzaamheid een integraal onderdeel van het gebouwenbeheer geworden. In het DMJOP is uitgegaan van de instandhouding van gebouwen, dat wil zeggen dat er gekeken is naar het onderhoud voor de huidige functie en het gebruik, inclusief de verduurzaming. In lijn met de ambitie van de gemeente om in 2040 energieneutraal te zijn, is een kostenraming gemaakt waarbij is uitgegaan van uitvoering over zestien jaar. De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed is op ruwweg 10 miljoen euro geraamd. In de Kadernota is voor 2024 een bedrag van € 2.500.000 gereserveerd om met de verduurzaming te kunnen starten. Momenteel wordt gewerkt aan het accommodatie-beleid, dat naar verwachting voor de zomer van 2025 wordt vastgesteld. Dit beleid heeft betrekking op sporthallen en gymzalen, sportterreinen en -velden, speelplekken, musea, podia, dorps- en buurthuizen, MFA’s/MFC’s en clubhuizen. Voor deze accommodaties geldt dat besluiten over verduurzaming afhankelijk zijn van keuzes die gemaakt worden in het accommodatiebeleid. Voor de verduurzaming van sportaccommodaties en dorpshuizen zijn er al subsidieregelingen. Daarnaast kunnen gebouwen in gemeentelijk eigendom die niet onder het accommodatiebeleid vallen, zoals het gemeentehuis, worden verduurzaamd. Sels oars mei natuer omgean De mens is onderdeel van de natuur, zonder ecosystemen/biodiversiteit zijn er geen mensen. Voor een gezonde leefomgeving en voedselzekerheid moeten we de ecosystemen in stand houden. Dit vraagt dat we anders omgaan met natuur: we moeten ons meer richten op behoud en herstel van natuurlijke kringlopen en biodiversiteit. We geven dit in de lijn ‘Sels oars’ op verschillende manieren vorm: We stimuleren vergroening rondom onze eigen gebouwen. Denk hierbij aan het vervangen van bestrating door groen of door waterdoorlatende verharding, het zoveel mogelijk vergroenen van afscheidingen op gemeentelijk terrein en het vergroten van boomspiegels. We geven ruimte aan en bevorderen biodiversiteit rondom onze gebouwen, bijvoorbeeld door het inmetselen van kasten voor vleermuizen en vogels, het geschikt maken van onze terreinen voor egels door meer onderbegroeiing en het gebruiken van snoeihout op locatie om takkenrillen te maken. We kiezen voor (biologische) inheemse en/of klimaatadaptieve beplanting. We gebruiken geen schadelijke bestrijdingsmiddelen. We zoeken passende maatregelen voor klimaatadaptatie op onze gebouwen en terreinen, zoals groene daken, waterretentie en manieren om hittestress terug te dringen door bomen te planten. We voldoen aan de natuurwetgeving en minimaliseren de effecten van activiteiten op beschermde dieren, planten en natuurgebieden. Zo werken we met gedragscodes en brengen we (beschermde) flora en fauna in kaart. Een concreet voorbeeld om aan bovenstaande ambities vorm te geven is de realisatie van de kruidentuin bij het gemeentehuis waar vergroening en biodiversiteit centraal staan. Eetbare (biologische) producten uit deze tuin kunnen worden benut voor bijv. catering binnen de gemeente en door inwoners. Dit laatste gebeurt al. Sels oars mei grûnstoffen omgean Ook voor de gemeentelijke organisatie geldt dat we de volgende doelen moeten behalen: minimaal 50% minder gebruik van primaire grondstoffen in 2030 100% van de inkopen circulair in 2035 100% circulaire economie in 2050 De gemeente moet dus ook ‘sels oars mei grûnstoffen omgean’. Dat doen we op twee manieren: aan de voorkant via inkoop en aan het eind van de keten via afvalscheiding. Via inkoop kan de gemeente de circulaire economie stimuleren. Vanwege de toenemende schaarste aan grondstoffen willen we het gebruik van primaire of nieuwe grondstoffen voor producten voor de gemeentelijke organisatie zoveel mogelijk beperken. In het inkoopbeleid is daarom aandacht voor grondstoffengebruik en circulariteit verankerd. Bij elk inkooptraject gaan we na op welke wijze maximaal kan worden voldaan aan de principes van circulariteit. We maken gebruik van landelijke criteria voor maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) om sociale, innovatieve en duurzame inkoop te realiseren. Per productgroep kiezen we criteria die aansluiten bij ons ambitieniveau. Bij afvalscheiding ligt de focus op het nog beter scheiden van restafval. Optimale afvalscheiding draagt bij aan hoogwaardige recycling. We werken aan het zoveel mogelijk terugdringen en scheiden van onze afvalstromen en werken toe naar gesloten kringlopen waarbij alle afval kan worden hergebruikt. In 2022 is een onderzoek uitgevoerd naar de afvalstromen binnen het gemeentekantoor en de werkplaats. De uitkomst van dat onderzoek is dat het afval van het gemeentehuis en de gemeentewerkplaats al goed wordt gescheiden. De aanbevelingen zijn opgepakt en voor een aantal zal blijvend aandacht nodig zijn om het juist scheiden van afval vast te houden. Met aandacht voor juiste afvalscheiding is het gemeentehuis al zo goed als restafvalvrij. Uitvoeringsprogramma Voor onze eigen (werkgevers)organisatie is er een visie op Sels oars geformuleerd en zijn acties in een uitvoeringsprogramma vastgelegd. Het uitvoeringsprogramma is een nieuw document waarmee we de verduurzaming van de bedrijfsvoering willen versterken en versnellen. De acties komen voort uit de opbrengsten van de workshops die organisatie breed zijn gehouden. Daarmee komt het programma ‘van onderaf’ uit de organisatie en creëren we een gedeeld eigenaarschap. Het uitvoeringsprogramma is een document dat wordt aangepast bij nieuwe ontwikkelingen, wettelijke taken en andere trends. Een interne werkgroep met vertegenwoordiging vanuit diverse afdelingen zal de acties uit het uitvoeringsprogramma monitoren. Voor de monitoring van de eigen CO2-uitstoot zijn twee concrete tools in handen: de Milieubarometer brengt de eigen CO2-footprint in kaart en de CO2-prestatieladder helpt de (effecten van) maatregelen voor CO2-reductie inzichtelijk te maken. 6.3Financiën Verduurzaming binnen de bedrijfsvoering is een verantwoordelijkheid van het management van de verschillende bedrijfsonderdelen. Het expertteam Sels oars heeft de rol van aanjager, maar is niet verantwoordelijk voor de uitvoering. Verduurzaming binnen de bedrijfsvoering vindt dan ook plaats vanuit de reguliere budgetten die beschikbaar zijn voor de verschillende activiteiten, zoals vervanging van het wagenpark, onderhoud van huisvesting, aanschaf van relatiegeschenken en kantoorartikelen, catering en aanbod in het werkcafé, ICT en data-opslag etc. Wanneer de verduurzaming leidt tot meerkosten, is het aan de manager van de betreffende afdeling hiervoor budget vrij te maken of aan te vragen. Voor inzet van de Milieubarometer en CO2-prestatieladder is al budget beschikbaar gesteld. Voor een extra impuls (campagnes, voorlichting, innovatie) of het opvangen van incidentele meerkosten voor interne verduurzaming, wordt een werkbudget aangevraagd van € 20.000 per jaar vanaf 2026. Nr* Lopend project Dekking Kosten 2025 2026 2027 2028 6.a CO2-prestatieladder Ja € 63.000 € 15.800 € 15.800 € 15.800 € 15.800 6.b Milieubarometer Ja € 6.000 € 1.500 € 1.500 € 1.500 € 1.500 6.c Werkbudget Sels oars Nee € 60.000 - € 20.000 € 20.000 € 20.000 Totaal € 129.000 € 17.300 € 37.300 € 37.300 € 37.300 Afbeelding 6.2 Financiën. *klik op het nummer voor een uitgebreide beschrijving per project. 7.Programma oars mei wetter omgean De gemeentelijke watertaken zijn van groot belang voor een duurzame en leefbare woonomgeving. De gemeente Waadhoeke hecht veel waarde aan het thema water en wil inzichtelijk maken hoe duurzaam met water wordt omgegaan, met welke partners wordt samengewerkt en hoe de verantwoordelijkheden zijn verdeeld. Vooral als het gaat over water dat aanwezig is binnen de grenzen van het gemeentelijke grondgebied van het vaste land. Doel ‘Ynsicht troch oersicht oer it oars omgean mei wetter’ We bereiken dit doel door een overzicht te maken van het bestaande gemeentelijk beleid en de uitvoeringskaders rondom het thema water. Dit vormt de basis voor een toekomstbestendige aanpak en versterkt de samenwerking met betrokken partijen. Tegelijkertijd biedt het ruimte om dit beleid verder te ontwikkelen. Door in te zetten op innovatieve oplossingen en samenwerking kan de gemeente de toekomstige uitdagingen op watergebied aan en werken aan een robuust en veerkrachtig watersysteem. 7.1Programmadoel Waadhoeke is van oudsher verbonden met water. Vaarten, sloten en zijlen vormden belangrijke infrastructuur voor vervoer van mensen en goederen. Door de jaren heen zijn veel watergangen in dorpskernen, stadswijken en in het landelijk gebied verdwenen, maar de belangstelling groeit weer – vanuit economische, historische, recreatieve ecologische én klimatologische invalshoeken. In de geschiedenis van Waadhoeke is de omgang met het water ‘de blauwe draad’. Het verhaal van Waadhoeke gaat over 3000 jaar ‘leven met water’. Waadhoeke is gevormd vanuit een intergetijdengebied, een door slenken en stroomgeulen dooraderd kwelderland. Lange tijd leeft men hier in symbiose met het water. Nog altijd tekenen het water en de omgang met het water het landschap van Waadhoeke. De gemeente Waadhoeke ligt in de noordwestelijke kustzone van Fryslân en wordt gekenmerkt door de stad Franeker met 40 omliggende dorpen. Daartussen liggen vruchtbare landbouwgronden, doorsneden door een fijnmazig netwerk van sloten, vaarten, grachten, kanalen en vaarwegen. Deze ‘blauwe dooradering’ vormt het fundament van het aanwezige watersysteem. Het systeem dient meerdere functies: het gebruik van water voor landbouw, natuur, wonen en recreatie, beschikbare zoetwatervoorraad, het afvoeren van overtollig water en het handhaven van het juiste waterpeil. In het noorden grenst het gebied aan de zoute Waddenzee (Unesco Werelderfgoed), waar uiteindelijk al het overtollige water uit Waadhoeke en uit omliggende gemeenten wordt geloosd. Op twee plekken stroomt oppervlaktewater direct naar het Natura 2000-gebied: via het Miedemagemaal bij Zwarte Haan en het gemaal van RoptaSyl. Verder wordt via de Friese Boezem het overtollige water bij de Tjerk Hiddessluizen in Harlingen naar de Waddenzee gespuid. Door de stijgende zeespiegel wordt het spuien van boezemwater in de toekomst steeds moeilijker en uiteindelijk onmogelijk. Op termijn zijn nieuwe zeegemalen nodig om overtollig water naar zee te pompen. Harlingen wordt als mogelijke locatie hiervoor gezien. Het watersysteem van Waadhoeke bestaat uit een uitgebreid netwerk van sloten en vaarten. Overtollig regenwater stroomt via dit netwerk, soms vanuit de polders, naar de Friese Boezem. Het streefpeil in de boezem is 52 centimeter beneden NAP en wordt jaarrond zoveel mogelijk stabiel gehouden. Het Wetterskip slaagt hier goed in, wat bijdraagt aan de waterveiligheid. Voor de waterkwaliteit is echter meer dynamiek gewenst. Variatie in de waterstand, passend bij natuurlijke omstandigheden, kan gunstig zijn. Daarbij wordt gedacht aan meer inlaat van water vanuit het IJsselmeer en minder lozing op de Waddenzee. Water is onlosmakelijk verbonden met het landschap en vormt een levensbron voor zowel mens als natuur. Het raakt tal van thema’s en belangen: van wateroverlast en droogte, zoetwaterbeschikbaarheid en drinkwaterbronnen, tot waterkwaliteit, verzilting, recreatie, bereikbaarheid, flora en fauna. Water biedt daarmee veel kansen, bijvoorbeeld op het gebied van waterkwaliteit of het beperken van wateroverlast in bebouwde gebieden. Het traditionele denken over water maakt plaats voor een 21e-eeuws waterbeleid, waarin water (samen met bodem) een bepalende factor wordt binnen gemeentelijke beleidsterreinen. Binnen de ontwikkeling van de Omgevingsvisie van Waadhoeke is dit besef - mede gebaseerd op de landschapsbiografie - verankerd als één van de leidende principes. Tot nu toe werkte de gemeente met een sectorale benadering en was er geen overkoepelend waterbeleid. Inmiddels groeit het inzicht dat de opgaven vragen om meer samenhang en een integrale aanpak. Dit programmaonderdeel geeft daarom een actueel beeld van hoe de gemeente nu omgaat met het thema water en vormt daarmee de basis voor toekomstig beleid. 7.2Water en de Sustainable Development Goals (SDG’
- s)De Verenigde Naties hebben 17 Sustainable Development Goals (SDG’
- s)vastgesteld. Voor de wateropgave zijn de volgende doelen direct van toepassing: SDG 6: Zorg voor schoon drinkwater en een goede kwaliteit van het (oppervlakte)water. SDG 14: Bescherm en benut oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen op duurzame wijze. SDG 13: Neem urgente maatregelen om klimaatverandering en de gevolgen daarvan tegen te gaan – hier valt ook klimaatadaptatie onder. Bovendien heeft het thema water indirect ook een link met SDG 1: Geen honger. Tegen 2030 duurzame voedselproductiesystemen garanderen en veerkrachtige landbouwpraktijken implementeren die de productiviteit en de productie kunnen verhogen, die helpen bij het in stand houden van ecosystemen, die de aanpassingscapaciteit verhogen in de strijd tegen klimaatverandering, extreme weersomstandigheden, droogte, overstromingen en andere rampen en die op een progressieve manier de kwaliteit van het land en de bodem verbeteren. OARS MEI WETTER OMGEAN - SDG’s SDG 6: In 2030 moet iedereen wereldwijd toegang hebben tot schoon drinkwater en gebruik kunnen maken van schone sanitaire voorzieningen. Veel afval wordt weggegooid in water en om de kwaliteit te verbeteren moet het afvalwater vaker gezuiverd worden. Een goed werkend waterbeheersysteem is van cruciaal belang hiervoor. SDG 14: Is gericht op bescherming en duurzaam gebruik van zeeën, oceanen en maritieme hulpbronnen. De mens is sterk afhankelijk van de zee. Zeeën en oceanen spelen mondiaal een essentiële rol bij de opvang van CO2 en de productie van zuurstof. Ze zijn cruciaal voor klimaat, voedsel en transport. Klimaatverandering, overbevissing en vervuiling vormen een bedreiging voor het ecosysteem en voor het gebruik dat ervan wordt gemaakt. SDG 13: Is gericht op de aanpak van door mensen veroorzaakte klimaatcrisis. In 2015 is het Parijs-akkoord tot stand gekomen dat beoogt klimaatverandering en de nadelige effecten daarvan te verminderen. De effecten van klimaatverandering vormen een bedreiging voor mens en natuur. Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden. Afbeelding 7.1: Oars mei wetter omgean - SDG’s. 7.3Gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking De gemeente heeft niet op alle onderdelen van het waterbeheer evenveel invloed en speelt ook niet altijd een directe rol of heeft een toegewezen verantwoordelijkheid. Daarom is goede samenwerking met andere partijen in de waterketen van groot belang. Voor Waadhoeke zijn de belangrijkste partners Wetterskip Fryslân en de Provincie Fryslân. Wetterskip Fryslân is verantwoordelijk voor de waterveiligheid (sterke dijken), het bewaken van de waterkwaliteit, het zorgen voor een goed waterpeil, voldoende water én de zuivering van afvalwater. De provincie stelt de regionale beleidskaders voor het waterbeheer vast via het Regionaal Waterprogramma. Daarnaast gaat de provincie over de grondwatervoorziening voor drinkwater en houdt toezicht op het Wetterskip. Het watersysteem stopt niet bij de gemeentegrenzen. Daarom is ook de samenwerking met omliggende gemeenten zoals Leeuwarden, Harlingen, Súdwest-Fryslân en Noardeast-Fryslân belangrijk. Op het gebied van drinkwater is Vitens een belangrijke partner, verantwoordelijk voor de productie en levering van voldoende en schoon drinkwater. Verder spelen de Veiligheidsregio Fryslân (bij calamiteiten) en de Friese omgevingsdienst FUMO (bij toezicht op bedrijven) een rol in de waterketen. Rijkswaterstaat Noord-Nederland is verantwoordelijk voor het beheer van de Waddenzee. De noodzaak om integraal samen te werken op het gebied van waterbeheer wordt steeds groter, zeker onder invloed van de Omgevingswet die een meer samenhangende aanpak vraagt. Binnen Fryslân is het Fries Bestuursakkoord Water en Klimaat (FBWK) opgezet. Daarnaast is er het Provinciaal Bestuurlijk Overleg Water (PBOW), waarin Wetterskip Fryslân, Vitens, Provincie en alle Friese gemeenten samenwerken aan duurzame oplossingen op watergebied. Deze samenwerkingsverbanden worden ondersteund door het speciaal ingestelde waterambassadeurschap in Fryslân, dat sinds 2006 actief is. 7.4Programmalijnen De gemeente heeft een belangrijke wettelijke watertaak, vastgelegd in de Omgevingswet als formele zorgplicht. Deze zorgplicht richt zich vooral op de volgende drie onderdelen: Afvalwaterinzameling (§ 7.4.1) De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van afvalwater uit de bebouwde omgeving. Dit betekent dat zij zorgt voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de riolering. Hemelwaterafvoer (§ 7.4.2) Daarnaast zorgt de gemeente voor een doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater op openbaar terrein. Als de eigenaar het regenwater redelijkerwijs niet zelf op of in de bodem of een oppervlaktewaterlichaam kan lozen, is de gemeente verantwoordelijk voor het transport en de verwerking daarvan. De omgeving met bijbehorende kenmerken (denk aan bodemsoort) vervult een belangrijke rol bij de opvang en opslag van hemelwater. Grondwaterbeheer (§ 7.4.3) De gemeente heeft ook een taak om maatregelen te treffen in het openbaar gebied van dorpen en stadswijken om structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De uitvoering van deze gemeentelijke watertaken staat onder invloed van actuele en toekomstige uitdagingen. Denk hierbij aan klimaatverandering, de energietransitie, (autonome) bodemdaling, verzilting, de ambitie om circulair te werken en het versterken van ecologische doelen. Dit vraagt om een flexibele en toekomstgerichte aanpak van het gemeentelijk waterbeheer. 7.4.1. Afvalwater Waar staan we nu? Sinds de invoering van riolering in de vorige eeuw zijn de hygiëne en gezondheid van inwoners aanzienlijk verbeterd. Ook het milieu profiteert van een goed functionerend rioleringssysteem, omdat afvalwater niet langer direct in het oppervlaktewater wordt geloosd. Tegenwoordig wordt het ingezamelde afvalwater eerst gezuiverd voordat het wordt teruggevoerd naar sloten en andere waterwegen. De gemeente is verantwoordelijk voor het inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar de rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI’
- s)van het Wetterskip. Dit omvat de aanleg en het beheer van riolering, met als doel een hygiënische en veilige leefomgeving te waarborgen. Het stedelijke afvalwater in Waadhoeke wordt via een uitgebreid rioolstelsel afgevoerd naar de RWZI’s in St.-Annaparochie en Franeker. Ons rioolstelsel is goed onderhouden, maar bestaat uit zowel nieuwe als oudere delen. De oudere riolen zijn oorspronkelijk ontworpen om afvalwater en hemelwater gezamenlijk af te voeren. Tegenwoordig worden nieuwe riolen gescheiden aangelegd, met aparte systemen voor afvalwater en hemelwater. Hierdoor liggen er nu twee afzonderlijke rioolstelsels in de straten (gescheiden: 62 kilometer droogweerafvoer en 65 kilometer regenwaterafvoer en gemengd: 205 kilometer). Ons doel is dat stedelijk afvalwater efficiënt wordt ingezameld en afgevoerd naar de RWZI’s van het Wetterskip Fryslân. Schoon hemelwater hoeft niet naar de zuivering en wordt daarom waar mogelijk afgekoppeld en rechtstreeks afgevoerd naar het oppervlaktewater. Bij normale neerslag blijft de openbare ruimte droog en bij hevige regenval willen we wateroverlast en schade voorkomen. In het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2020-2025 staat beschreven hoe Waadhoeke omgaat met stedelijk afvalwater. Dit plan biedt een structurele aanpak voor stedelijk waterbeheer en riolering. Water is een belangrijke factor bij de ruimtelijke inrichting van onze gemeente; soms bepaalt het waar wel of niet gebouwd kan worden of welke maatregelen nodig zijn om water goed in de leefomgeving te integreren. Bij ruimtelijke plannen vindt de watertoets plaats. Duurzaamheid staat centraal in ons beleid: we hergebruiken hemelwater waar mogelijk en voorkomen verspilling. Vuil water wordt gezuiverd en teruggebracht in het oppervlaktewatersysteem, terwijl schoon water zoveel mogelijk wordt vastgehouden in de omgeving. Daarnaast houden we rekening met klimaatverandering in al onze werkzaamheden. In ons beleid passen we de principes van ‘water en bodem sturend’ toe. Het rioleringsplan biedt bovendien een onderbouwing voor de hoogte van de rioolheffing voor huishoudens en bedrijven. De looptijd van het huidige vGRP eindigt eind 2025 en voor de vervolgperiode wordt er gewerkt aan een nieuw Gemeentelijk Water en Riolering Programma (GRP) 2026-2030. Dit nieuwe programma bouwt voort op de basis van het huidige vGRP en speelt in op de toekomstige en toenemende watertaken van de gemeente. Daarin is onder meer extra aandacht voor risico gestuurde rioolvervanging en klimaat robuuste inrichting van de openbare ruimte. 7.4.2. Hemelwater Waar staan we nu? Naast de verantwoordelijkheid voor afvalwater heeft de gemeente ook een zorgplicht voor hemelwater. Dit omvat alle vormen van neerslag, zoals regen, sneeuw en hagel. Hoewel hemelwater geen aparte definitie heeft onder de Omgevingswet, valt het onder de bredere term ‘stedelijk afvalwater’. De gemeente zorgt voor een doelmatige inzameling van afvloeiend hemelwater op openbaar terrein. Wanneer een eigenaar het regenwater redelijkerwijs niet zelf kan afvoeren via de bodem of een oppervlaktewaterlichaam, neemt de gemeente de verantwoordelijkheid voor transport en verwerking. Om regenwater effectief af te voeren, zijn er tegenwoordig twee gescheiden rioolstelsels in de straten: één voor afvalwater en één voor hemelwater. Het beheer en onderhoud hiervan behoren tot de gemeentelijke taken en is onderdeel van het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan. Bij vervanging en onderhoud houden we rekening met veranderende klimatologische omstandigheden. Hemelwater speelt een steeds grotere rol bij de inrichting van straten en wijken. Bij normale neerslag mag er geen water op straat blijven staan. Dit toetsen en ontwerpen we aan de hand van de theoretische bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water, wat overeenkomt met ongeveer 20 mm neerslag per uur. Bij hevige neerslag streven we ernaar schade te voorkomen, waarbij we uitgaan van een maximale belasting van 40 mm per uur. Om dit doel te bereiken, is samenwerking essentieel. Zowel openbare als particuliere ruimte speelt een rol in de opvang en verwerking van hemelwater. We accepteren dat water bij extreme neerslag tijdelijk op straat en andere plekken in de leefomgeving kan blijven staan. Bij neerslag boven de 40 mm per uur kan schade optreden. Het volledig verwerken van extreme hoeveelheden hemelwater is een uitdaging, maar ons doel is om Waadhoeke hier in 2050 optimaal op ingericht te hebben, in lijn met de planning van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. 7.4.3. Grondwater Waar staan we nu? Naast de zorgplicht voor afvalwater en hemelwater heeft de gemeente ook een verantwoordelijkheid voor grondwaterbeheer. Dit houdt in dat we maatregelen moeten treffen om structurele nadelige gevolgen van een te hoge of te lage grondwaterstand te voorkomen of te beperken en zorgen we ervoor dat veranderende grondwaterstanden geen structurele problemen veroorzaken. De meldingen van (grond)wateroverlast nemen toe en de oorzaken hiervan zijn divers. Op sommige locaties zijn drains aangelegd om overtollig grondwater af te voeren. In samenwerking met bewoners, Wetterskip en andere belanghebbenden zoeken we naar passende oplossingen. In veel gevallen ligt de eerste verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Dit betekent dat eigenaren zelf moeten zorgen voor een oplossing bij grondwateroverlast op hun terrein. Ook bij lekkages in kelders, vloeren en muren ligt de verantwoordelijkheid bij de woningeigenaar om deze problemen te verhelpen. Als de gemeente een rol heeft, onderzoeken we eerst of er sprake is van structurele grondwateroverlast en of doelmatige maatregelen mogelijk zijn. We hanteren als richtlijn dat er zichtbare of anderszins verifieerbare nadelige gevolgen moeten zijn én dat de grondwaterstand bij panden minimaal drie maanden per jaar hoger is dan 70 cm onder het maaiveld. Vervolgens werken we samen met eigenaren, bewoners en Wetterskip om tot een effectieve oplossing te komen. Gemeentelijke maatregelen worden uitsluitend getroffen in de openbare ruimte. Omdat deze ruimte al veel verschillende functies heeft, wordt samenwerking met bewoners en bedrijven steeds belangrijker. De gemeente beschikt niet over een uitgebreid grondwatermeetnet voor monitoring van grondwaterstanden. Wel zijn in enkele wijken van Franeker meerdere peilbuizen geplaatst om de grondwaterstand te meten, naar aanleiding van meldingen over een hoge grondwaterstand. De provincie Fryslân is verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen voor de winning van (diep) grondwater. Achter de zeedijk onder het vaste land wordt het grondwater beïnvloed door een zoute kwelstroom, die landinwaarts afneemt. Hierdoor treedt binnen de gemeentegrenzen verzilting van het water op (zie paragraaf 7.4.4.6 Verzilting). Mede om deze reden wordt in Noordwest Fryslân geen drinkwater uit grondwater gewonnen, omdat de kwaliteit hiervan niet geschikt is voor drinkwaterproductie (zie paragraaf 7.4.4.3 Drinkwater). Landelijk is een tool ontwikkeld om inzicht te geven in de kwaliteit en de kwantiteit van het grondwater in Nederland. TNO - Geologische Dienst Nederland heeft onder meer als taak om informatie over grondwater voor een breed publiek beschikbaar te stellen. Gegevens over de grondwaterkwaliteit, grondwaterstanden, de hydrogeologische opbouw van de ondergrond en de daarvoor gebruikte data zijn via de ‘grondwatertools’ te raadplegen (www.grondwatertools.nl). 7.4.4. Overige programmalijnen binnen de waterketen De gemeente krijgt binnen de waterketen, naast de wettelijke zorgplicht voor afvalwater, hemelwater en aspecten van het grondwater, ook te maken met andere water gerelateerde thema’s. Bij deze onderwerpen verschilt de rol en verantwoordelijkheid van de gemeente: soms is die direct en zwaarwegend, soms meer ondersteunend of indirect. Het gaat om de volgende programmalijnen: Stedelijk oppervlaktewater (§ 7.4.4.1) Vaarwater en oevers (§ 7.4.4.2) Drinkwatervoorziening (§ 7.4.4.3) Waterveiligheid en bescherming tegen overstromingen (§ 7.4.4.4) Waterkwaliteit(§ 7.4.4.5) Verzilting van grond- en oppervlaktewater (§ 7.4.4.6) Deze thema’s raken verschillende gemeentelijke beleidsterreinen en vragen om samenwerking met partners in de waterketen. Ze maken duidelijk dat water in al zijn vormen een breed en complex vraagstuk is, waarin de gemeente steeds vaker een rol speelt. 7.4.4.1 Stedelijk oppervlaktewater Waar staan we nu? Het uitgebreide netwerk van oppervlaktewateren in Waadhoeke speelt een cruciale rol in waterbeheer. Het helpt bij waterberging, doorspoeling en de afvoer van overtollig water. Het Wetterskip Fryslân beheert een groot deel van deze wateren en controleert of het watersysteem goed functioneert. Binnen stedelijke gebieden is de gemeente verantwoordelijk voor het beheer van de meeste watergangen. Goed onderhoud, zoals baggeren en hekkelen, is essentieel om te voorkomen dat watergangen dichtgroeien of dichtslibben, waardoor de afwateringsfunctie in gevaar kan komen. Waar mogelijk en nodig breiden we het oppervlaktewater uit, zodat we beter kunnen voldoen aan onze hemelwaterzorgplicht. Daarnaast zorgen we voor goed onderhoud van gemeentelijke sloten en greppels om hemelwater effectief vast te houden en af te voeren. De gemeente heeft met Wetterskip Fryslân afspraken gemaakt over het onderhoud van watergangen binnen de bebouwde kom. Dit onderhoud wordt door de gemeente uitgevoerd, omdat dit de meest kostenefficiënte oplossing is. Voor de overname van deze watergangen moet het achterstallig baggeronderhoud vóór 2026 zijn weggewerkt. Eind 2018 is de gemeente Waadhoeke gestart met een plan om het achterstallige baggeronderhoud binnen Onderhoud Stedelijk Water (OSW) uit te voeren. In 2019 en 2020 zijn voorbereidende werkzaamheden verricht, zoals het in kaart brengen van achterstallige locaties, het inpeilen van watergangen en het uitvoeren van een verkennend waterbodemonderzoek. Het baggerwerk in het kader van OSW vond plaats in het voorjaar van 2021 en werd in 2023 afgerond. Na de afronding van dit baggerwerk is in 2024 een nieuwe baggerplanning opgesteld voor de periode 2025-2034, in samenwerking met Wetterskip Fryslân. 7.4.4.2 Vaarwater Waar staan we nu? In Waadhoeke speelt water een prominente rol in het landschap. Delen van het historische netwerk van waterwegen zijn nog steeds zichtbaar en vormen een belangrijk element in het cultuurhistorische landschap. Dit uitgebreide oppervlaktewatersysteem kan op sommige plaatsen ook als vaarweg worden gebruikt. Waadhoeke beschikt over diverse vaarwegen. De provincie Fryslân bepaalt welke waterwegen als vaarwegen worden aangemerkt en wijst de verantwoordelijke vaarwegbeheerders aan. Aan deze vaarwegen zijn vaarwegklassen toegekend, waarbij recreatieve vaarwegen variëren van klasse Azm tot en met F vallen. Het Van Harinxmakanaal, dat het grondgebied van de gemeente doorkruist, is een beroepsvaarweg en valt onder het beheer van de provincie. De vaarwegen worden onderverdeeld in beroeps- en recreatieve vaarwegen. De classificatie voor recreatieve vaarwegen is gebaseerd op de indeling in het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan (PVVP 2011). De indeling volgens het PVVP kent de klassen A tot en met F, waarbij A de hoogste klasse is en F de laagste klasse wat betreft de grootte van het maatgevend schip dat op een vaarweg moet kunnen varen. Hieronder staat een weergave van de klassenindelingen. De gemeente is verantwoordelijk voor het onderhoud van het vaarwater en nautisch beheer binnen havens en woonwijken. Daarnaast voert de gemeente onderhoud uit aan secundaire watergangen, vergelijkbaar met schouwsloten. Voor andere wateren waarop gevaren kan worden, zoals kanoroutes, opvaarten en watergangen in woonwijken en haventjes, heeft de provincie geen specifieke vaarwegbeheerders aangewezen. Het beheer van oevers langs vaarwegen is apart geregeld. In 2024 heeft de provincie Fryslân vastgesteld wie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de oevers langs alle Friese vaarwegen. Dit heeft geleid tot een samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeenten op het Friese vasteland, Wetterskip Fryslân en de provincie Fryslân. Hierdoor is er duidelijkheid over het beheer van de 1.760 kilometer aan o