← Nederland

Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente Reimerswaal (Reimerswaal)

Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente Reimerswaal De raad van de gemeente Reimerswaal; gezien het advies van de Opinieraad; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal van 12 mei 2010, nummer 10.038074; gelet op de artikelen 147, eerste lid, van de Gemeentewet en artikel 12, eerste lid, onderdeel b en artikel 41 lid 1 van de Wet investeren in jongeren; overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening regels te stellen aangaande de inhoud van het werkleeraanbod in het kader van de Wet investeren in jongeren; BESLUIT vast te stellen de volgende: ''Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente Reimerswaal'' Hoofdstuk1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder: 1) wet: de Wet investeren in jongeren (WIJ); 2) WIJ-norm: de op grond van hoofdstuk 4 van de wet op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van dat hoofdstuk door het college vastgestelde verhoging of verlaging; 3) maatregel: de verlaging van de inkomensvoorziening op grond van artikel 41, eerste lid WIJ; 4) benadelingsbedrag: het bruto bedrag dat als gevolg van het niet of niet behoorlijk nakomen van een inlichtingenverplichting ten onrechte is verleend als inkomensvoorziening; 5) college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reimerswaal Artikel2Maatregel 1Onverminderd artikel 42 van de wet, verlaagt het college, overeenkomstig deze verordening, het bedrag van de aan de jongere toegekende inkomensvoorziening, indien de jongere naar het oordeel van het college de op hem rustende verplichtingen, bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoende nakomt, dan wel zich jegens het college zeer ernstig misdraagt. 2Een maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de jongere en kan daarom afwijken van de in deze verordening genormeerde maatregelen. Artikel3Berekeningsgrondslag De maatregel wordt toegepast op de voor de jongere van toepassing zijnde WIJ-norm. Artikel4Het besluit tot opleggen van een maatregel In het besluit tot opleggen van een maatregel worden in ieder geval vermeld: de reden van de maatregel, de duur van de maatregel, het bedrag waarmee de inkomensvoorziening wordt verlaagd en, indien van toepassing, de reden om af te wijken van een standaardmaatregel. Artikel5Horen van belanghebbende 1Voordat een maatregel wordt opgelegd, wordt de jongere in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. 2Het horen van de jongere kan achterwege worden gelaten indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; b. de jongere reeds eerder in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen en zich sindsdien geen nieuwe feiten of omstandigheden hebben voorgedaan; c. de jongere niet heeft voldaan aan een verzoek van het college of van een derde aan wie het college met toepassing van artikel 11, vierde lid, van de wet, werkzaamheden in het kader van de wet heeft uitbesteed, om binnen een gestelde termijn inlichtingen te verstrekken als bedoeld in artikel 44 van de wet; of d. het college het horen niet nodig acht voor het vaststellen van de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid. Artikel6Afzien van het opleggen van een maatregel 1Onverminderd artikel 41, tweede lid, van de wet, ziet het college af van het opleggen van een maatregel indien: 1de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte inkomensvoorziening is verleend. Een maatregel wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; 2het college dringende redenen aanwezig acht. Artikel7Ingangsdatum 1De maatregel wordt opgelegd met ingang van de kalendermaand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de jongere is bekendgemaakt. 2In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd, voorzover de ingangsdatum daardoor niet voor de datum van de gesanctioneerde gedraging komt te liggen. Artikel8Samenloop 1Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel opgelegd. Indien voor schending van die verplichtingen maatregelen van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel opgelegd. 2Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor iedere gedraging een afzonderlijke maatregel opgelegd. Deze maatregelen worden gelijktijdig opgelegd, tenzij dit gelet op artikel 2, tweede lid, niet verantwoord is. Hoofdstuk2NIET NAKOMEN VAN DE VERPLICHTINGEN BEDOELD IN ARTIKEL 45 VAN DE WET Artikel9Indeling in categorieën 1Gedragingen van de jongere inhoudende het niet of onvoldoende nakomen van de verplichtingen bedoeld in artikel 45 van de wet, worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1Eerste categorie: a. het onvoldoende meewerken aan het opstellen van een plan met betrekking tot de arbeidsinschakeling, waaronder begrepen het onvoldoende meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; b. het zich niet onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard; 2Tweede categorie: a. het stellen van onredelijke eisen in verband met door de jongere te verrichten algemeen geaccepteerde arbeid, die het aanvaarden of verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid belemmeren; b. het niet of onvoldoende meewerken aan het behoud of bevorderen van de arbeidsbekwaamheid; c. het niet of onvoldoende meewerken aan activiteiten of werkzaamheden, gericht op de arbeidsinschakeling; d. het nalaten de opgedragen werkzaamheden of activiteiten naar beste vermogen te verrichten. Artikel10De hoogte en duur van de maatregel 1De maatregel wordt vastgesteld op: a. 20 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de eerste categorie; b. 40 procent van de WIJ-norm bij gedragingen van de tweede categorie. 2In afwijking van het eerste lid kan van het opleggen van een maatregel worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 3De duur van de maatregel bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op een maand. 4In afwijking van het vorige lid kan de duur van de maatregel worden verdubbeld, indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 5Indien de jongere zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd op grond van het vorige lid, wederom schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie, kan met toepassing van artikel 42, lid c van de WIJ worden besloten tot het beëindigen van het recht op inkomensvoorziening. Hoofdstuk3NIET NAKOMEN VAN DE INLICHTINGENPLICHT BEDOELD IN ARTIKEL 44 VAN DE WET Artikel11Schending inlichtingenplicht zonder benadeling gemeente 1Indien het niet, niet tijdig of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet, niet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt een volstaan met het geven van een waarschuwing. 2In afwijking van het eerste lid kan van het geven van een waarschuwing worden afgezien en wordt een maatregel opgelegd van 5% bij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting binnen een periode van een jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing is gegeven. 3De duur van de maatregel bedoeld in het tweede lid wordt vastgesteld op een maand. Artikel12Schending inlichtingenplicht met benadeling gemeente 1Indien het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van de wet heeft geleid tot het ten onrechte toekennen of uitvoeren van het werkleeraanbod of tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de inkomensvoorziening, wordt de maatregel afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag. 2De maatregel bedoeld in het eerste lid wordt op de volgende wijze vastgesteld: a. bij een benadelingsbedrag tot € 1000,-: 10 procent van de WIJ-norm; b. bij een benadelingsbedrag van € 1000,- tot € 2000,-: 20 procent van de WIJ-norm; c. bij een benadelingsbedrag van € 2000,- tot € 4000,-: 40 procent van de WIJ-norm; d. bij een benadelingsbedrag van € 4000,- of meer: 100 procent van de WIJ-norm. 3De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 4Van een maatregel wordt afgezien: a. zodra ter zake van de gedraging strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting een aanvang heeft genomen; b. zodra het recht tot strafvervolging is vervallen, doordat het Openbaar Ministerie een schikking met belanghebbende heeft getroffen. Hoofdstuk4ZEER ERNSTIGE MISDRAGINGEN Artikel13Zeer ernstige misdragingen 1Indien de jongere zich tegenover het college zeer ernstig misdraagt als bedoeld in artikel 41, eerste lid van de wet, wordt een maatregel opgelegd van 20% van de WIJ-norm. 2De duur van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld op een maand. 3Van het opleggen van de maatregel bedoeld in het eerste lid kan, indien sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de jongere een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven. 4In afwijking van het eerste lid kan een maatregel worden opgelegd van 100 procent van de WIJ-norm, indien binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het eerste lid, is opgelegd, sprake is van eenzelfde als verwijtbaar aan te merken gedraging. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om af te zien van het opleggen van een maatregel op grond van dringende redenen, als bedoeld in artikel 6, tweede lid. 5Naast eerder genoemde maatregelen, kunnen andere aanvullende maatregelen worden opgelegd (denk aan pandverbod). Hoofdstuk5SLOTBEPALINGEN Artikel14Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2010. Artikel15Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: de Afstemmingsverordening Wet investeren in jongeren gemeente Reimerswaal Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 25 mei 2010T. JansenDe griffierA.J. HuismanDe voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.